CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

RB Raadsbesluit Participatieverordening Mook en Middelaar 2025

Raadsvergadering 11 december 2025, gemeente Mook en MiddelaarBij agendapunt: Raadsvoorstel Participatieverordening Mook en Middelaar 20253.426 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Participatieverordening Mook en Middelaar 2025 Geldend van 11 december 2025 t/m heden Intitulé Verordening participatie Mook en Middelaar 2025. De raad van de gemeente Mook en Middelaar; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november; gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet, artikel 2.10 van de Jeugdwet, artikel 47 van de Participatiewet en artikel 2.1.3 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; gezien het Beleidskader Participatieaanpak inwonersparticipatie en bestuursstijl, die de raad op 15 december 2022 heeft vastgesteld; besluit vast te stellen de volgende: Verordening participatie Mook en Middelaar 2025 Paragraaf 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. participatie: het deelnemen van inwoners en belanghebbenden aan de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid en gemeentelijke plannen (= inwonerparticipatie) en het deelnemen van de gemeente aan maatschappelijke initiatieven (= overheidsparticipatie). Participatie is ook het door een andere initiatiefnemer dan de gemeente betrekken van belanghebbenden bij de voorbereiding van een activiteit met betrekking tot de fysieke leefomgeving; b.

inwonerparticipatie: het op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid en gemeentelijke plannen. Dit kan in de vorm van informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren en meebeslissen; c. cliëntparticipatie: het betrekken van personen of hun vertegenwoordigers die gebruik maken van voorzieningen die vallen onder de jeugdwet, WMO of participatiewet bij het beleid en de uitvoering van deze wetten en daarop rustende bepalingen; d. overheidsparticipatie: het door de gemeente ondersteunen van maatschappelijke initiatieven; e. maatschappelijk initiatief: een initiatief van inwoner(s) en/of belanghebbende(n) met een lokaal maatschappelijk doel; f. inspraak: een door de gemeente georganiseerde mogelijkheid voor inwoners en belanghebbenden om concrete gemeentelijke beleidsvoornemens te bespreken en hun mening daarover te geven; g. beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid.

h. bestuursorgaan: afhankelijk van de situatie wordt hiermee bedoeld de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester van Mook en Middelaar, die of dat bevoegd is om de beslissing te nemen. i. beleidskader: het door de gemeenteraad vastgestelde participatiebeleid in het beleidskader ‘Participatieaanpak inwonersparticipatie en bestuursstijl’. j. uitdaagrecht: het verzoek van een inwoner van onze gemeente of een groep inwoners van onze gemeente om een (gedeelte van een) gemeentelijke taak in zijn geheel van de gemeente over te nemen tegen de werkelijke kosten en maximaal de daarvoor door de gemeente begrote kosten. Artikel 2 Doelstelling en reikwijdte 1. Het doel van deze verordening is: a. Duidelijkheid te geven over het proces van participatie en de voorwaarden waaronder toepassing van het uitdaagrecht mogelijk is; b. Regels vaststellen over de wijze waarop personen of hun vertegenwoordigers die gebruik maken van voorzieningen vallend onder de jeugdwet, WMO of participatiewet worden betrokken bij de uitvoering van deze wetten en daarop rustende bepalingen. c. De samenwerking tussen een bestuursorgaan enerzijds en inwoners en maatschappelijke partijen anderzijds te versterken; d. De kwaliteit van lokale democratische processen te vergroten; e. De samenleving binnen de gemeente te versterken; 2.

Deze verordening is opgesteld met het gemeentelijke beleidskader ‘Participatieaanpak inwonersparticipatie en bestuursstijl’ als kader. 3. Deze verordening is niet van toepassing op participatiemogelijkheden voor zover die in andere regelingen staan. Paragraaf 2 Inwonerparticipatie Artikel 3 Onderwerp inwonerparticipatie 1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inwonerparticipatie wordt toegepast. 2. Inwonerparticipatie vindt altijd plaats als de wet daartoe verplicht. 3. Inwonerparticipatie wordt niet toegepast: a. Bij ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; b. Als er sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; c. Bij de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de gemeentewet; d. Als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht. e. Als het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.

Artikel 4 Plan voor inwonerparticipatie 1. Vóór de start van een proces voor vaststelling van een visie, beleid, plan, programma of project neemt het bestuursorgaan een beslissing over de keuze om wel of niet te starten met een traject van inwonerparticipatie aan de hand van één of meer van de volgende randvoorwaarden: a. Voldoende juridische en financiële beleidsruimte b. Geschikt onderwerp voor inwoners dat inwoners direct raakt c. Voldoende tijd, capaciteit en middelen beschikbaar d. Er is ruimte voor inwoners om iets te kiezen 2. Wanneer de gemeente kiest voor inwonerparticipatie, die verder gaat dan informeren, stelt het bestuursorgaan een participatieplan op. In dit participatieplan wordt ten minste antwoord gegeven op de volgende kernvragen: a. Wat is het doel van participatie?; b. Wie moet er betrokken worden?; c. Wie is er verantwoordelijk voor het participatieproces en uitvoering?; d. Wat doen we met de uitkomsten van de participatie? 3. Het bestuursorgaan kan op verschillende manieren omgaan met de uitkomsten van het participatieproces. Afhankelijk van de aard van het onderwerp, het gekozen participatieniveau en de vooraf gestelde kaders, kiest het bestuursorgaan één van de volgende benaderingen: a.

Raadplegen: Het bestuursorgaan neemt kennis van de uitkomsten van het participatietraject en weegt af of, en in welke mate, deze worden meegenomen in de verdere beleids- of besluitvorming; b. Adviseren: Het bestuursorgaan hanteert de adviezen en conclusies uit het participatieproces als een zwaarwegend uitgangspunt bij de politieke en bestuurlijke besluitvorming; c. Coproduceren: Het bestuursorgaan neemt de uitkomsten van het participatieproces over, mits deze passen binnen de vooraf vastgestelde inhoudelijke, financiële en procedurele kaders. d. Meebeslissen: Indien van toepassing, treedt de gemeente in overleg met inwoners en betrokken organisaties om de uitkomsten van het participatieproces te vertalen naar een convenant of samenwerkingsovereenkomst waarin de gemaakte afspraken worden vastgelegd. 4. Bij omvangrijke, gevoelige of complexe trajecten die aanzienlijke maatschappelijke impact kunnen hebben, vraagt het college de raad in een vroeg stadium om participatiekaders vast te stellen via een startnotitie en participatieplan. Het participatieplan bevat ten minste: a. De antwoorden op de vier kernvragen zoals genoemd in lid 2; b. Of inspraak wettelijk verplicht is, en indien niet, of er voor inspraak wordt gekozen; c.

Een kalender op hoofdlijnen met daarin de formele inspraakprocedure, beslismomenten als communicatie –en participatiemomenten richting bewoners en belanghebbenden; d. De in te zetten participatiemiddelen en het communicatieplan; e. Het beschikbare budget en bijbehorende dekkingsbron; f. De rol van de gemeenteraad tijdens de verschillende fases van het traject; g. Een voorstel voor inhoudelijke kaders die de raad vooraf stelt in de vorm van een startnotitie.

5. Het college en de raad bepalen in afstemming welke trajecten onder artikel 4.4 vallen. 6. Na vaststelling van het participatieplan door de gemeenteraad draagt het bestuursorgaan zorg voor de verdere uitvoering en invulling van het participatieproces overeenkomstig het vastgestelde plan. 7. Het bestuursorgaan nodigt de doelgroepen uit om te participeren op de voor die doelgroepen meest geschikte wijze. In de kennisgeving worden de doelgroepen in begrijpelijke taal geïnformeerd over de onderwerpen die in het tweede lid staan. 8. Indien tijdens de participatieprocedure blijkt dat aanpassing van de kaders of de inrichting noodzakelijk is, kan het bestuursorgaan deze wijzigen, mits dit gemotiveerd gebeurt en de deelnemers hier tijdig, duidelijk en via passende communicatiekanalen over worden geïnformeerd. Waar mogelijk worden deelnemers betrokken bij het bepalen van de aangepaste werkwijze. 9. In uitzonderlijke gevallen kan het bestuursorgaan na afloop gemotiveerd afwijken van de vooraf gekozen participatievorm of -uitkomst, uitsluitend wanneer nieuwe inzichten of zwaarwegende belangen dit noodzakelijk maken. Een dergelijke afwijking wordt schriftelijk onderbouwd, en transparant gecommuniceerd aan de deelnemers en andere betrokkenen, met toelichting op de redenen en de gevolgen voor het vervolg van het proces. Artikel 5 Procedure inspraak 1.

Elk bestuursorgaan besluit voor eigen bevoegdheden of inspraak wordt verleend bij gemeentelijk beleidsvoornemen. 2. Op inwonerparticipatie in de vorm van inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een andere inspraakprocedure vaststelt. 3. In afwijking van het eerste lid kan het bestuursorgaan voor een beleidsvoornemen een andere inspraakprocedure vaststellen. 4. Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht. 5. Geen inspraak wordt verleend: a. Ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen. b. Indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten. c. Indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft. d. Inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet. e. Indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht. f. Indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving. 6.

Om de doelgroep zo goed mogelijk te bereiken, kan het bestuursorgaan, naast de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, een andere geschikte wijze van informeren toepassen. 7. Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een zienswijzenota op. In deze zienswijze nota staat in elk geval: a. Een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure. b. Een weergave van de inspraakreacties of zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht. c. Een reactie op deze inspraakreacties of zienswijzen, waarbij met redenen omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het beleidsvoornemen wordt overgegaan. 8. Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar.

Artikel 6 Eindverslag inwonerparticipatie 1. Nadat inwonerparticipatie heeft plaatsgevonden stelt het bestuursorgaan een verslag van de participatie op en maakt dit openbaar. 2. Deze verplichting geldt niet als (alleen) voor het participatieniveau ‘informeren’ is gekozen. 3. In het eindverslag staat in ieder geval: a. Een overzicht van de gevolgde participatieprocedure op hoofdlijnen; b. Een overzicht van de opmerkingen die tijdens de participatieprocedure mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht; c. De reactie van het bestuursorgaan op deze opmerkingen, waarbij wordt aangegeven wat het bestuursorgaan heeft gedaan met de opmerkingen van de mensen die hebben meegedacht en waarbij wordt aangegeven welke punten al dan niet worden overgenomen. Artikel 7 Experimenteerprogramma 1. Het college stelt tweejaarlijks een experimenteerprogramma ter vaststelling aan de raad voor om de ontwikkeling van participatie te bevorderen. 2. Voor de uitvoering van het experimenteerprogramma stelt de raad jaarlijks een budget beschikbaar. Indien dit budget in een kalenderjaar is uitgeput, kunnen geen nieuwe experimenten meer worden uitgevoerd, tenzij de raad aanvullende middelen beschikbaar stelt. 3. Het programma omvat: a. De keuze van de te beproeven nieuwe vorm(en) van participatie; b. De keuze van de te bereiken nieuwe doelgroepen; c.

Een overzicht van de benodigde middelen en capaciteit; d. Een overzicht van de toetsingscriteria voor de evaluatie na het experiment. Paragraaf 3 Cliëntparticipatie sociaal domein Artikel 8 Algemeen cliëntparticipatie 1. Op cliëntparticipatie in het sociaal domein zijn de artikelen 1, 2, 3, 5, 6 van deze verordening van toepassing. Wanneer in artikel 3, 5 en 6 inwonerparticipatie staat, omvat dit ook cliëntparticipatie. Artikel 9 Wijze van cliëntparticipatie/ advisering 1. Om cliënten of hun vertegenwoordigers als bedoeld in artikel 47 van de Participatiewet, artikel 2.1.3 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en artikel 2.10 van de Jeugdwet te betrekken bij het beleid en de uitvoering van deze wetten wordt gewerkt met een flexibele participatieaanpak; 2. Vóór de start van elk traject waarbij aanpassingen in beleid of uitvoering in het kader van de participatiewet, jeugdwet en Wet Maatschappelijke ondersteuning plaatsvinden wordt een afweging gemaakt over de toepassing van cliëntparticipatie; 3. Voor ieder traject waarvoor participatie wenselijk is wordt een participatieplan opgesteld waarin de maatschappelijke opgave, het doel, de doelgroep(en) en de manier van betrekken worden uitgewerkt. De gekozen participatievorm sluit aan bij de opgave of het onderwerp en de doelgroep; 4.

Cliënten en hun vertegenwoordigers worden vroegtijdig betrokken bij de voorbereiding van beleidsvoorstellen en uitvoeringsmaatregelen. Dit is in ieder geval op een zodanig tijdstip dat inbreng of advies nog kan worden betrokken bij het besluit dat door het college wordt genomen;

5. Cliënten of hun vertegenwoordigers kunnen tevens ongevraagd advies uitbrengen over de gemeentelijke uitvoering van deze wetten; 6. Cliënten en hun vertegenwoordigers krijgen terugkoppeling over wat er met hun inbreng wordt gedaan. De wijze van terugkoppeling is passend bij het (gekozen) participatietraject. Artikel 10 Ondersteuning cliëntparticipatie Het college zorgt voor adequate ondersteuning van cliëntparticipatie, dit gebeurt in ieder geval door: 1. Tijdig alle informatie te verstrekken die nodig is om te kunnen participeren; 2. Dit betreft in ieder geval het, voor zover van toepassing, via de website verstrekken van informatie over de resultaten van termijnrapportages, klanttevredenheidsonderzoeken, enquêtes en klachtenrapportages; 3. Ambtenaren van de gemeente in de gelegenheid te stellen toelichting of uitleg te bieden ten bate van cliëntparticipatie; 4. Het aanwijzen van een contactpersoon cliëntparticipatie; 5. Indien noodzakelijk, het verzorgen van een locatie voor overleg. Paragraaf 4 Overheidsparticipatie Artikel 11 Onderwerp overheidsparticipatie 1.

Burgemeester en wethouders kunnen op verzoek van inwoner(s) en/of belanghebbende(n) een maatschappelijk initiatief ondersteunen als naar de mening van burgemeester en wethouders het initiatief bijdraagt aan de doelstellingen van het gemeentelijk beleid of op een andere manier een positieve bijdrage levert aan de lokale samenleving. 2. Burgemeester en wethouders kunnen afzien van overheidsparticipatie als het maatschappelijk initiatief: a. Vooral privébelangen van initiatiefnemer(s) dient; b. Commerciële, politieke of religieuze activiteiten betreft: c. Onvoldoende draagvlak heeft onder de betrokken inwoners; d. Over een onderwerp gaat dat niet bij de taak of bevoegdheid van de gemeente hoort of waar de gemeente geen ruimte heeft om eigen keuzes te maken; e. Naar de mening van burgemeester en wethouders op financiële, juridische of praktische gronden niet haalbaar is; f. Doelstellingen beoogt die in strijd zijn met de wet, het gemeentelijk beleid of het algemeen belang; g. Over een onderwerp gaat waartegen een bezwaarprocedure of een procedure bij de rechter loopt. Artikel 12 Procedure en besluitvorming overheidsparticipatie 1. Het bestuursorgaan informeert inwoners en belanghebbenden actief over de mogelijkheid van overheidsparticipatie. 2.

Als indieners dit willen, helpt een medewerker van de gemeente bij het opstellen van een verzoek om ondersteuning van het inwonersinitiatief. 3. Het bestuursorgaan informeert indieners gemotiveerd over het besluit om wel of niet overheidsparticipatie toe te passen.

4. De raad stelt jaarlijks een budget ter beschikking voor ideeën en initiatieven uit de samenleving. 5. Indien het jaarlijkse budget is uitgeput, kunnen geen nieuwe initiatieven meer financieel worden ondersteund door de gemeente, tenzij de raad aanvullende financiële middelen beschikbaar stelt. 6. Het college besluit over de ondersteuning van een initiatief, tenzij het initiatief: a. leidt tot een wijziging van vastgesteld beleid; of b. financiële gevolgen heeft die leiden tot inzet van niet-begrote middelen boven het resterende jaarlijkse budget. 7. Het bestuursorgaan kan besluiten het inwonersinitiatief te ondersteunen door middel van: a. Het (eventueel tijdelijk) ter beschikking stellen van ruimtes of huisvesting. b. Het beschikbaar stellen van een (aanjaag)subsidie of andere financiële middelen; c. De inzet van ambtelijke expertise of netwerken; d. Een andere vorm van ondersteuning. 8. Als overheidsparticipatie wordt toegepast, staat in dat besluit in ieder geval: a. Een omschrijving van het inwonersinitiatief, de wijze waarop het wordt gerealiseerd en een raming van de kosten; b. De gemeentelijke ondersteuning in de vorm van: ambtelijke deskundigheid, administratieve of praktische ondersteuning, subsidie of andere financiële middelen, huisvesting, materiaal en immaterieel, regelgeving en vergunningen en/of andere vormen van ondersteuning; c.

De vaste contactpersoon die de initiatiefnemer(s) vanuit de gemeente begeleidt. 9. Het bestuursorgaan neemt het besluit of de gemeente het inwonersinitiatief ondersteunt en informeert de indieners. Paragraaf 5 Uitdaagrecht Artikel 13 Verzoek toepassing uitdaagrecht 1. Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij de gemeente een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht indienen. 2. Het verzoek bevat een omschrijving van de taak die de indiener voor ogen heeft, de reden dat de indiener het verzoek indient en het resultaat dat de indiener beoogt. 3. De indiener van het verzoek geeft daarnaast in elk geval aan: a. Wat de betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener met de taak is; b. Wat de indicatie is van het draagvlak onder de betrokken inwoners; c. Welke kosten of middelen er volgens de indiener aan de uitvoering van de taak verbonden zijn; d. Hoe initiatiefnemer met de gemeente wil samenwerken of welke ondersteuning van de gemeente nodig is; e. Hoe de indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak op langere termijn kan garanderen. Artikel 14 Ondersteuning indiener verzoek toepassing uitdaagrecht 1. Het college zorgt voor ondersteuning van degene die een verzoek om toepassing van uitdaagrecht wil indienen of een verzoek om het uitdaagrecht heeft ingediend. De gemeente kan op verschillende manieren ondersteunen: a.

Materieel: menskracht, locaties, geld, praktische ondersteuning. b. Formeel: regelgeving, vergunningen, richtlijnen, monitoren en meten. c. Informeel: verbinden, inspireren, aandacht geven en communiceren. 2. Het college zorgt dat er op een laagdrempelige manier om deze ondersteuning kan worden gevraagd.

Artikel 15 Procedure en besluitvorming uitdaagrecht 1. Het college zendt een ingediend verzoek en een voorbereide reactie op het verzoek door aan de gemeenteraad om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover. 2. Het bestuursorgaan wijst een verzoek af als: a. Het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van het uitdaagrecht verzet; b. Het verzoek in strijd is met wettelijke voorschriften en procedures, gemeentelijk beleid of het algemeen belang; c. Het verzoek niet voldoet aan de in artikel 13, derde lid gestelde eisen; d. Het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de toepassing van het uitdaagrecht niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn; e. Als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomst; f. De overname vooral privébelangen van initiatiefnemer(s) dient; 3. Het bestuursorgaan beslist binnen 12 weken of het voorstel wordt overgenomen. 4. Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing openbaar. Artikel 16 Uitvoering taak 3. Als burgemeester en wethouders het voorstel overnemen, maken zij met de indiener afspraken en leggen deze vast in een overeenkomst. Hierin staat in ieder geval: a. Het proces, het resultaat en de looptijd van de uitvoering van de taak b.

Het budget en de financieringswijze van de uitvoering van de taak c. Het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende de uitvoering van de taak d. De verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van de uitvoering van de taak e. De stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de uitvoering van de taak f. De evaluatie van de uitvoering van de taak 4. Burgemeester en wethouders maken het besluit dat de uitvoering van een gemeentelijke taak is overgenomen op de daarvoor geschikte wijze openbaar. Paragraaf 6 Participatie Omgevingswet Artikel 17 Participatie Omgevingswet 1. Op inwonerparticipatie bij de omgevingsvisie, het (omgevings)programma, het omgevingsplan (als de gemeente initiatiefnemer is) en de omgevingsvergunning (als de gemeente aanvrager is) zijn de artikelen 4, 5 en 6 van deze verordening van toepassing voor zover in de Omgevingswet en daarbij behorende regelingen niet anders is bepaald. 2. In gevallen dat participatie bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht is gesteld (zie delegatiebesluit), stelt de initiatiefnemer een participatieplan op en voert dit uit. Bij de beoordeling van de aanvraag zal de uitvoering van het participatietraject worden meegenomen. Paragraaf 7 Evaluatie en monitoring Artikel 18 Evaluatie 1.

Het college neemt elk jaar een paragraaf in de begroting op waarin de speerpunten voor participatie in het komend jaar benoemd worden en legt deze paragraaf ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor.

2. Het college neemt elk jaar een paragraaf in de jaarrekening op waarin het college verslag doet van de uitvoering van deze verordening en legt deze ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor. 3. Het college evalueert de uitvoering van deze verordening eenmaal per raadsperiode in een verslag. In dit verslag gaat het college in op: a. De wijze waarop participatieprocessen zijn georganiseerd b. De rolinvulling door de gemeenteraad en het college c. De gebruikte instrumenten, resultaten en kosten van de participatieprocessen d. De belangrijkste ervaringen en aanbevelingen die hieruit voortvloeien Paragraaf 8 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 19 Intrekking oude regeling en overgangsbepaling 1. De Inspraakverordening Mook en Middelaar en de verordening cliëntparticipatie sociaal domein worden ingetrokken op de dag dat deze verordening van kracht wordt. 2. Op inspraakprocedures die zijn gestart voor de inwerkingtreding van deze verordening blijft de Inspraakverordening Mook en Middelaar van toepassing. Artikel 20 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na haar bekendmaking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening Mook en Middelaar 2025. Ondertekening Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 11 december 2025, De raad voornoemd,

{{esl:Signer1:capture:size(200,50)}}

{{esl:Signer2:capture:size(200,50)}}

De griffier

De voorzitter

W. Huberts

I.M. Van Dijk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=c0ca5e2a-fb91-4fe3-aeb5-5df1e6552cb9