Raadsvoorstel Beschermd wonen en maatschappelijke opvang.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Documentnummer Onderwerp Datum raadsvergadering Raadscommissie Datum raadscommissie Programma Portefeuillehouder
Besluitvorming beschermd wonen en maatschappelijke opvang 10 juni 2021 Samenleving 1 juni 2021 Sociale en maatschappelijke Dienstverlening P. Baneke
Besluitvorming beschermd wonen en maatschappelijke opvang Inleiding Het beleid over Beschermd Wonen (BW) en Maatschappelijke Opvang (MO) verandert. Vanaf 1 januari 2022 decentraliseert het rijk de taak BW van de centrumgemeenten naar alle gemeenten. In 2017 besloten we als regio’s Nijmegen en Rivierenland dat we blijven samenwerken om BW uit te voeren. Hoe we dat gaan doen, staat nu in het regioplan (bijlage). Het regioplan bestaat in feite uit een aantal beslispunten. Voor 2 van deze punten vragen we een besluit van het college. Voor 5 punten vragen we een besluit van de gemeenteraad. Een korte terugblik: ‘Samen Dichtbij’ Om ons voor te bereiden op de decentralisatie stelden we samen met de andere gemeenten uit de regio in 2017 het beleidsplan ‘Samen Dichtbij’ vast. Hierin staan 25 voorstellen op het gebied van wonen, zorg, werk, participatie en inkomen. Een aantal daarvan gaan over Beschermd Wonen: Ook in de toekomst blijven de regiogemeenten op het schaalniveau van Gelderland-Zuid samenwerken. De centrumlocaties voor opvangvoorzieningen in Tiel en Nijmegen blijven behouden, maar we breiden ze niet uit. De tussenvoorzieningen breiden we in beide regio’s wel uit. We richten één centrale toegang voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang in We stimuleren het ambulantiseren van zorg (meer uitstroom, meer zorg thuis).
Het doel is een opbouw van ambulante plekken van 30% in 2022 tot 50% in 2032. Het uitgangspunt is en blijft dat iedereen die intramurale zorg nodig heeft, dat ook krijgt. De meeste voorzieningen voor BW en MO staan nu in Tiel en Nijmegen. De kern van het beleidsplan is dat we de zorg waar mogelijk, meer lokaal organiseren. In de dorpen en wijken en bij mensen thuis. Verder willen we ook dat deze voorzieningen zich meer richten op herstel en uitstroom.
Pagina 1 van 13
Beschermd wonen en maatschappelijke opvang
Raadsvoorstel
Een aantal voorstellen uit het beleidsplan Samen Dichtbij moesten we nog verder uitwerken. Deze uitwerking staat nu in het regioplan. Voorstel 1. Beschermd Wonen op het niveau van de regio Nijmegen en Rivierenland te blijven organiseren 2. Beschermd Thuis in een ontwikkelpad van 7-10 jaar steeds meer lokaal of subregionaal vorm te geven 3. Toestemming te verlenen aan het college om de regionale samenwerking te organiseren via een Centrumregeling en een Dienstverleningsovereenkomst. Dit houdt in dat we: • Vastleggen welke taken en verantwoordelijkheden we met alle gemeenten in de regio Nijmegen en Rivierenland op het gebied van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang centraal uit gaan voeren. • De gemeente Nijmegen aanwijzen als centrumgemeente voor de uitvoeringstaken van Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang. • Gezamenlijk een meerjarig inkoopplan en een meerjarige regiobegroting opstellen. • Afspraken vastleggen over hoe we omgaan met tekorten en overschotten. 4. De kosten voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang vast te stellen op basis van beschikbaarheid (dus niet op basis van daadwerkelijk gebruik) en daarbij: • De verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage vast te stellen op basis van het ‘aanvullend’ Wmo-budget per regiogemeente. • De financiële bijdrage jaarlijks vooraf vast te stellen met correctie/vaststelling bij de jaarafsluiting. 5.
Het Regioplan Beschermd Wonen, regio Nijmegen en Rivierenland vast te stellen. Beoogd effect Een passende woonomgeving voor inwoners met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA). Waarin we aandacht hebben voor veiligheid, bescherming, stabilisatie en herstel.
Beschermd wonen en maatschappelijke opvang
Raadsvoorstel
Argumenten 1.1 Regionaal organiseren garandeert schaalvoordelen Het organiseren van BW kost relatief veel geld. Dit komt vooral omdat er veel zeer specialistische kennis nodig is. De doelgroep heeft verschillende soorten psychiatrische problemen. Hierdoor hebben ze behoefte aan verschillende soorten ondersteuning. Door groepen met (ongeveer) dezelfde beperkingen bij elkaar te laten wonen, blijft de zorg betaalbaar. Dit kan een kleinere gemeente niet organiseren. Hiervoor is de doelgroep per gemeente te klein en te verschillend. Alleen door samen te werken, kunnen we de bestaande zorg en ondersteuning blijven aanbieden. Dit sluit ook aan bij de wens van cliënten die nu beschermd wonen. We willen de manier waarop we nu de zorg en begeleiding geregeld hebben, zo houden. Zo hebben en houden we een stevige basis voor inwoners met een (ernstige) psychiatrische aandoening (EPA) die zorg en begeleiding nodig hebben. We sluiten daarom aan bij wat er al is. Op die manier hebben we zoveel mogelijk verschillende soorten van zorg en begeleiding. Die passen bij verschillende zorgvragen en behoeftes van inwoners met een EPA. Voor sommige voorzieningen is een minimum aantal cliënten nodig. Niet alle afzonderlijke gemeenten kunnen hieraan voldoen.
Zij zijn te klein om de benodigde diversiteit aan beschermd wonen vormen zelf te organiseren 2.1 We willen dat onze inwoners kunnen werken aan herstel in de eigen omgeving Dit kan met het product Beschermd Thuis. Hiermee woont een inwoner zelfstandig. En is zorg en ondersteuning van een aanbieder op afroep beschikbaar. Beschermd Thuis bestaat op dit moment nog onvoldoende. Deze vorm van ondersteuning biedt wel kansen om op lokaal niveau te organiseren. Bijvoorbeeld met kleinschalige woonprojecten. Het organiseren hiervan kost tijd. Daarom nemen we hiervoor 7 tot 10 jaar waarin gemeenten lokaal verantwoordelijk worden voor de inrichting en uitvoering van Beschermd Thuis. 3.1 De samenwerkingsvorm via een centrumregeling is niet zwaarder dan nodig Hiermee sluiten we aan bij het uitgangspunt uit het regionale beleidsplan ‘Samen Dichtbij’. Een centrumregeling is de meest lichte vorm om bestuurlijke samenwerking te regelen. Door te kiezen voor een centrumregeling hoeven we geen nieuwe organisatie op te zetten. Het ene gemeentebestuur mandateert taken aan een bestuursorgaan van een andere gemeente. Een gemeenten draagt de verantwoordelijkheid niet over. Daarmee is deze regeling eenvoudig en relatief makkelijk te organiseren. Beschermd wonen en maatschappelijke opvang
Raadsvoorstel
3.2 We willen een efficiënte en flexibele samenwerkingsvorm die betrokkenheid en verantwoordelijkheid regelt Daarom kiezen we voor een netwerksamenwerking. De juridische vorm die daarbij past, is een centrumregeling. Hierin regelen we de wederzijdse rechten en plichten tussen alle deelnemende gemeenten. In juridische paragraaf treft u een korte weergave aan van de verschillende juridische vormen. De centrumregeling draagt bij aan efficiency. Er zijn geen extra bestuurslagen en zware of onnodige administratieve lasten. Het geld kunnen we daardoor zoveel mogelijk besteden aan de zorg. Daarnaast biedt deze samenwerkingsvorm de instrumenten waardoor gemeenten kunnen meedenken en -sturen. En flexibel en snel kunnen schakelen. Dit is belangrijk, omdat o.a. de ambulantisering vraagt om het continu aanpassen van beleid en uitvoering. 3.3 Een dienstverleningsovereenkomst sluit aan bij de opdracht tot uitvoering van centrale taken In de centrumregeling dragen de regiogemeenten de uitvoeringstaken over aan centrumgemeente Nijmegen. In een dienstverleningsovereenkomst maken we nadere afspraken over de precieze taken die de centrumgemeente krijgt en mandateren we deze. Dit zijn taken die bedrijfsvoering raken. Zowel de centrumregeling als de dienstverleningsovereenkomst zijn nodig om de juiste samenwerkingsafspraken vast te leggen.
De dienstverleningsovereenkomst is een uitvoeringsverantwoordelijkheid van het college. Deze is nog niet klaar. De overeenkomst leggen we na de zomer voor aan het college. 3.4 Bij een regionaal voorzieningenniveau past een structuur van centraal organiseren De keuze om samen te werken op regionaal voorzieningenniveau bepaalt het niveau van de organisatie van deze taken. Bij een regionaal voorzieningenniveau past een structuur van centraal organiseren. Dit sluit ook aan bij de behoefte van onze cliënten en aanbieders. Cliënten willen stabiliteit in het zorglandschap. Aanbieders werken bij voorkeur met één centraal aanspreekpunt. Deze manier van werken is het meest efficiënt, ook voor de gemeenten zelf. 3.5 Gemeente Nijmegen voert de taken op dit moment al uit Het ligt voor de hand om Nijmegen als centrumgemeente aan te wijzen. We houden en gebruiken hierdoor de bestaande kennis en structuur. Gemeente Nijmegen heeft de afgelopen jaren veel expertise opgebouwd op dit gebied. Het is efficiënt om deze expertise te benutten. 3.6 Om een wettelijke taak over te dragen aan een andere gemeente is een mandaat nodig Beschermd wonen en maatschappelijke opvang
Raadsvoorstel
Dit betekent dat alle gemeenten in de regio toestaan dat gemeente Nijmegen namens hen beschermd wonen uitvoert. Dit is nodig om snel besluiten te kunnen nemen. Het mandaatbesluit is onderdeel van de dienstverleningsovereenkomst. Deze stelt het college (bij positief besluit) na de zomer vast. 3.7 Gemeenten blijven door een meerjarig inkoopplan en een meerjarige regiobegroting betrokken. En houden zo samen grip op de kosten. Gemeenten bepalen hiermee gezamenlijk wat het voorzieningenniveau in de regio Nijmegen en Rivierenland moet zijn. De gemeenten zijn samen verantwoordelijk voor de kwaliteit en de betaalbaarheid van de ondersteuning. Daarom maken we een meerjarig inkoopplan en een regiobegroting. Zo houden we overzicht op het soort voorzieningen die nodig zijn. En op de kosten daarvan. Ook geeft de regiobegroting de samenhang aan met andere thema’s zoals MO. Daarnaast staan in de regiobegroting de kosten die de centrumgemeente maakt voor het uitvoeren van de centrale taken, de centrale toegang en MO. Deze onderdelen kunnen we niet los zien van het totaal. Net als de keuzes die een individuele gemeente maakt in het ontwikkelpad. Dit heeft effect op de kosten en de bijdrages voor alle regiogemeenten. En ook op het meerjarenperspectief. Door een regiobegroting te gebruiken, weten we ook welke financiële bijdrage we jaarlijks vooraf moeten vaststellen.
4.1 Door te financieren op basis van beschikbaarheid, verkleinen we samen de financiële risico’s Beschermd Wonen is een kostbaar en risicovol product. Het kent een onvoorspelbaar en grillig kostenpatroon dat over de jaren heen zichtbaar wordt. In het ene jaar stroomt er niemand vanuit de eigen gemeente in BW, Het volgende jaar zijn dat er 10. Daarnaast is niet altijd te achterhalen waar een cliënt vandaan komt en welke gemeente financieel verantwoordelijk is. Als we samen de beschikbaarheid betalen, verdelen we de risico’s. Op die manier is ook voor elke gemeente vooraf duidelijk wat de kosten zijn. 4.2 Het is een eerlijke verdeling zonder voordeel of nadeel Vanaf 2023 ontvangen gemeenten aanvullende middelen voor de uitvoering van BW. Deze komen bovenop het bestaande Wmo-budget van een gemeente. Een nieuw verdeelmodel van het rijk bepaalt de hoogte van dit budget. Dit model is objectief. Dat wil zeggen dat de kenmerken van een gemeente de hoogte van het budget bepalen. Om te bepalen hoeveel iedere gemeente bijdraagt aan de gezamenlijk opgepakte taken, kijkt de regio alleen naar die aanvullende middelen die gemeenten ontvangen. Met andere woorden: het nieuwe Wmo budget (2023) minus het oude Wmo budget (2022) is het deel dat we gebruiken voor BW (eventueel gecorrigeerd voor andere aanpassingen op het budget). Bovendien gebruiken we Beschermd wonen en maatschappelijke opvang
Raadsvoorstel
eerst de volledige integratie-uitkering BW die de gemeente Nijmegen ontvangt. Het restant dat dan nog nodig is vullen de gemeenten aan op basis van deze genoemde verdeelwijze. 4.3 De verdeling van de kosten is zo realistisch mogelijk De decentralisatie vindt in stappen plaats in 10 jaar tijd. In het eerste jaar ontvangt Nijmegen nog een groot deel van de centrumgemeentemiddelen zoals Nijmegen die ook op dit moment ontvangt. Dit bouwt het rijk in stappen af. Daar staat tegenover dat het rijk het gemeentelijke budget voor deze taken in die jaren opbouwt. Dit gemeentelijke budget is op basis van het objectief verdeelmodel, waardoor het totaal aantal middelen minder wordt. Het geld voor BW verschuift in 10 jaar van de centrumgemeenten naar de individuele gemeenten in een regio. Het ontwikkelpad voor het schaalniveau van de voorzieningen BW in de centrumregio Nijmegen en Rivierenland loopt hier parallel aan. Dit stellen we vast op zo’n 7-10 jaar. Hieronder ziet u een voorbeeld van hoe die verdeling er in de praktijk uit kan zien. De bedragen zijn ook voorbeelden.
4.4 De centrumgemeentemiddelen BW blijven beschikbaar voor de BWtaken We stellen de verdeelsleutel vast voor het samenbrengen van de totale kosten minus de centrumgemeentemiddelen. Om het aanbod te betalen gebruiken we dus eerst de integratie uitkering BW van de centrumgemeente. Als er dan nog meer kosten zijn, betalen de gemeenten die uit hun lokale budget. We dragen de tekorten gezamenlijk. Zijn er overschotten, dan krijgen regiogemeenten deze naar evenredigheid terug. 4.5 Het geeft financiële duidelijkheid voor alle gemeenten Alle gemeenten willen vóór elk jaar weten welk budget ze nodig hebben. En wat er beschikbaar is. Dat betekent dat we het budget en de bijdrages elk jaar vooraf vaststellen. De definitieve vaststelling en eventuele correctie komen na de jaarafsluiting. Dit gebeurt nadat Nijmegen alle productieverantwoordingen heeft ontvangen.
Beschermd wonen en maatschappelijke opvang
Raadsvoorstel
4.6 Het is niet wenselijk dat de centrumgemeente voorfinanciert De kosten zijn te hoog om door één gemeente vooruit te betalen. 5.1 We moeten duidelijk maken hoe wij BW en MO organiseren in de regio Het is belangrijk dat inwoners en aanbieders weten wat ze van gemeenten kunnen verwachten. Ook het ministerie verwacht van iedere regio een plan van aanpak. Het regioplan beschrijft samen met het beleidsplan Samen Dichtbij hoe de gemeenten in onze regio dit doen. 5.2 We voldoen hiermee aan de Norm voor Opdrachtgeverschap Deze schrijft voor dat gemeenten in regionaal verband voor BW en MO een regiovisie opstellen. Als gemeenten onderschrijven we de Norm voor Opdrachtgeverschap. Op deze manier nemen we de verantwoordelijkheid om regionale samenwerking te verbeteren en opdrachtgeverschap naar zorgpartijen te versterken. Zo zorgen we voor een goed functionerend zorglandschap waarbij we zo eenduidig mogelijk werken en duidelijkheid bieden aan alle ketenpartijen. De gemeenteraden moeten deze regiovisie vaststellen.
Kanttekeningen 2.1 Er is nog veel nodig om beschermd thuis lokaal te laten slagen Zo moeten aanbieders hun organisatie erop afstemmen. Medewerkers moeten (als een cliënt erom vraagt) snel bij de cliënt thuis zorg kunnen bieden. Daarnaast moet er in een gemeente voldoende zinvolle dagbesteding aanwezig zijn. Op dit moment zijn hiervoor nog te weinig mogelijkheden. Tot slot moeten gemeenten de wijken en buurten ook voorbereiden. Dit betekent dat we als gemeente zelf ook voldoende ggz kennis moeten hebben. We moeten inwoners voorbereiden op een inclusieve samenleving. Het kan zijn dat het niet iedere gemeente lukt om Beschermd Thuis te organiseren. Gemeenten kunnen er dan voor kiezen om dit samen te doen. 2.2 Het realiseren van Beschermd Thuis vraagt om voldoende woonplekken Die zijn er nu niet. Alleen met voldoende woonplekken kunnen we het ‘zelfstandig wonen in de wijk (met steun)’ waarmaken. We proberen wel voor meer woonplekken te zorgen door samen te werken met wooncorporaties en aanbieders. In regio Nijmegen maakten we hierover afspraken in het convenant ‘Weer Thuis’ uit 2019. De gemeenten uit Rivierenland maakten hierover vergelijkbare afspraken met de uitvoeringsorganisatie Regio Rivierenland. 4.1 De lokale begroting is afhankelijk van de afspraken in de regionale samenwerking We zijn samen verantwoordelijk voor budgetbeheer.
Dit doen we op basis van een meerjarig inkoopplan. De bijdrage per gemeente maakt hier onderdeel van uit. En is gerelateerd aan het ‘aanvullend’ Wmo-budget van de gemeenten. Deze Beschermd wonen en maatschappelijke opvang
Raadsvoorstel
afhankelijkheid van de regionale begroting vormt een risico voor de lokale begroting. Echter, het is zorg die we hoe dan ook moeten verlenen en bekostigen. Lokaal uitvoeren zal dit risico dus niet wegnemen. 4.2 Er is nog onzekerheid over de beschikbare budgetten vanaf 2023 Er zijn op dit moment veel onzekerheden. Hierdoor kunnen we het budget voor de regionale begrotingen vanaf 2023 nog niet vaststellen. Dat heeft onder andere te maken met de Wlz-uitname1. Dit proces moet het Centrum Indicatiestelling (CIZ) halverwege 2021 afronden. Ook is het nieuwe verdeelmodel nog niet vastgesteld. We kijken al wel met elkaar of het mogelijk is de onderdelen BW en Beschermd Thuis (BT) te splitsen. BW blijft dan het ‘standaard’ regionale budget en BT wordt dan onderdeel van het ontwikkelpad. 4.3 De overdracht van BT van regionaal naar lokaal heeft gevolgen voor de regionale begroting We organiseren BT eerst regionaal. Gedurende het ontwikkelpad bepalen gemeenten zelf hoe snel en hoever ze gaan met de lokale inrichting en uitvoering ervan. Om BT lokaal te organiseren, gebruiken gemeenten geld dat anders naar het regionale budget gaat. Dit heeft gevolgen voor hoeveel geld alle gemeenten moeten inleggen. En dat heeft weer gevolgen voor de regionale voorzieningen. We moeten deze ontwikkeling dus goed afstemmen met elkaar. We maken daar in de regio dan ook goede afspraken over
Financiën Vanaf 2023 ontvangt de gemeente op de middelen voor de Wmo een aanvulling voor de uitvoering van BW. We weten nog niet hoe hoog dat bedrag is. Als het Rijk het verdeelmodel bekend maakt, komt er ook een rekeninstrument. Hiermee kunnen we bepalen welk bedrag we extra krijgen. Dat is het bedrag wat beschikbaar is voor de uitvoering van BW. Met het invoeren van dit nieuw verdeelmodel stapt het Rijk over naar een objectief verdeelmodel, de komende jaren wordt er een steeds groter gedeelte van de uitkering via dit objectieve verdeelmodel uitgekeerd. Naar verwachting is onze regio een nadeel regio. Concreet houdt dit in dat per saldo de uitkeringen naar alle individuele gemeenten lager zijn dan de hoogte van de huidige uitkering aan de centrumgemeente. We verwachten dat we op regionaal niveau in de eerste 4-5 jaar geen tekorten hebben op BW. We kunnen dan alle kosten betalen uit de centrumgemeentemiddelen en de lokale bijdragen (het aanvullende Wmobudget).
1 Wlz, Wet Langdurige Zorg. Een deel van de huidige cliënten heeft levenslang ondersteuning nodig.
Zij komen daarom in aanmerking van de Wlz. Aanbieders werken samen met het Centrum Indicatiestelling aan deze overgang. Het rijk hevelt hiervoor geld over van de gemeenten naar het Zorgkantoor. Hoe groot dit bedrag is weten we nog niet. Dit betekent in ieder geval minder budget. Maar ook minder kosten voor deze cliënten.
Beschermd wonen en maatschappelijke opvang
Raadsvoorstel
Op basis van een verdeelsleutel dragen gemeente daarna bij wat nodig is om de regionale voorzieningen in stand te houden. Dit kan het ‘aanvullende Wmobudget’ overstijgen. De verdeelsleutel wordt in de dienstverleningsovereenkomst nader uitgewerkt, zie hiervoor artikel 6 van ‘Centrumregeling Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang regio Nijmegen en Rivierenland’. Net als de bijdrage aan de uitvoeringskosten voor de centrumgemeente. Alle bijdragen staan in de regionale begroting die we jaarlijks vaststellen. Afspraken hierover leggen we vast in de dienstverlenings-overeenkomst. Naast de lokale (financiële) bijdrage, levert iedere gemeente ambtelijke uren voor de regionale samenwerking. Door de openstelling van der Wlz weten we nog niet wat het kostenniveau is van BW vanaf 2023. Zodra hier duidelijkheid over is stellen we een regionale begroting op. In onderstaande tabellen ziet u hoe het voorlopige objectieve verdeelmodel er uit ziet voor de regio. Daarnaast leest u wat de inkomsten op dit moment zijn. En maakten we overzicht van de kosten BW in 2020.
Figuur 1 Voorlopige publicatie objectief verdeelmodel
Tabel 1 Inkomsten centrumgemeente Nijmegen op basis van de decembercirculaire 2020
Onderdeel
2021
2022
Integratie uitkering BW
67.661.008
52.956.814
Doeluitkering MO
10.084.740
10.084.740
Eigen bijdrage (betaald door cliënten)
Onbekend
Onbekend
Rijksuitkering medische heroïne (overheid.nl: regeling heroïnebehandeling)
579.439
579.439
Beschermd wonen en maatschappelijke opvang
Raadsvoorstel
Figuur 2 Kosten BW 2020 centrumgemeente Nijmegen - voorlopig
Juridisch Er bestaan veel manieren om intergemeentelijke samenwerking te regelen. We willen u goed meenemen in de verschillende vormen en de voor- en nadelen hiervan. In de samenwerking zoals voorgesteld in dit stuk gaat het om publiekrechtelijk taken en bevoegdheden. Daarom staan de privaatrechtelijke samenwerkingsvormen hier niet in2. De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is daarmee de juridische basis voor intergemeentelijke samenwerking. Deze wet kent verschillende samenwerkingsvormen (in volgorde van licht naar zwaar): 1. De regeling zonder meer; 2. Het gemeenschappelijk orgaan; 3. De centrumgemeente; 4. De bedrijfsvoeringsorganisatie; 1. De regeling zonder meer Dit is de lichtste vorm van samenwerking tussen gemeenten. Deze samenwerking baseert zich op artikel 1 van de Wgr. Gemeenten werken samen zonder openbaar lichaam en zonder gemeenschappelijk orgaan. Delegeren en 2 In geval van publiekrechtelijke taken is het principiële uitgangspunt dat niet wordt gekozen voor een
privaatrechtelijke samenwerkingsvorm. Dit volgt uit de interpretatie van de Hoge Raad van artikel 10:3 Algemene wet bestuursrecht: als er sprake is van de overdracht van publiekrechtelijke bevoegdheden heeft de publiekrechtelijke samenwerkingsvariant altijd de voorkeur.
Beschermd wonen en maatschappelijke opvang
Raadsvoorstel
mandateren van bevoegdheden is niet aan de orde. Het gaat uitsluitend om afstemming. Gemeenten werken samen op basis van convenanten, intentieovereenkomsten en bestuursafspraken. Daarin regelen ze de intentie tot samenwerking. En daarnaast het doel, de aard en de wijze waarop ze samenwerken. Kenmerken: Overeenkomst is vormvrij. Bezit geen rechtspersoonlijkheid. Gemeenten behouden eigen bevoegdheden. Gemeenten kunnen geen taken of bevoegdheden van aan de regeling overdragen. Veel afstemmingsmomenten nodig. De deelnemende gemeenten worden, in beginsel, niet gebonden door de besluitvorming van de regeling voor gezamenlijk beleid of binding. Daarvoor is besluitvorming door de afzonderlijke deelnemers noodzakelijk. De bepalingen uit de Wgr voor het verschaffen van informatie of het afleggen van verantwoording zijn niet van toepassing. 2. Gemeenschappelijk orgaan Dit is een vorm van samenwerking met één bestuur. Het gemeenschappelijk orgaan is een minder zware vorm van samenwerking dan het openbaar lichaam. Gemeenten kunnen aan een gemeenschappelijk orgaan beschikkingsbevoegdheden overdragen, geen regelgevende bevoegdheden. Een gemeenschappelijk orgaan bezit geen rechtspersoonlijkheid. Daarom kan deze niet zelfstandig deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. Kenmerken: Bezit geen rechtspersoonlijkheid. Bestuursstructuur: een AB en voorzitter, geen DB.
Overdracht van bijna alle taken en bevoegdheden mogelijk, behalve regelgevende bevoegdheden. De deelnemende gemeenten zijn gebonden aan de effecten van de besluitvorming door het bestuur. De regeling dient informatie- en verantwoordingsbepalingen te bevatten. 3. Centrumgemeente Hierbij mandateert het ene gemeentebestuur bestuurlijke bevoegdheden aan een bestuursorgaan van een andere gemeente. In mandaat, geen delegatie. Als gemeenten deze constructie gebruiken, wijzen zij meestal één gemeente als centrumgemeente aan. Deze oefent namens de deelnemende gemeenten bepaalde bevoegdheden uit. De centrumgemeente vertegenwoordigt als het ware de andere gemeenten. Gemeenten hoeven geen nieuwe organisatie op te zetten. Daarmee is deze constructie eenvoudiger en relatief makkelijk te organiseren.
Beschermd wonen en maatschappelijke opvang
Raadsvoorstel
Kenmerken: Bezit geen rechtspersoonlijkheid. Het bestaande bevoegdhedenpakket en de daaraan gekoppelde gemeentelijke besluitvormingsstructuren van de afzonderlijke gemeenten blijft intact. Mandatering van uitvoeringsbevoegdheden, echter iedere gemeente blijft verantwoordelijk. Het is mogelijk om bijna alle bevoegdheden te mandateren. Tenzij een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet. Een aantal bevoegdheden, zoals de bevoegdheid algemene verbindende voorschriften te bepalen, is expliciet uitgesloten van mandatering (10:3 lid 2,3,4 Awb). De bepalingen uit de Wgr voor het verschaffen van informatie of het afleggen van verantwoording zijn niet van toepassing. 4. Bedrijfsvoeringsorganisatie De Wgr stelt dat de bedrijfsvoeringsorganisatie kan worden ingesteld voor: ondersteunende processen en uitvoeringstaken. Hiermee doelt de Wgr op bedrijfsvoerings- en eenvoudige uitvoerende taken. Daar waar beleidsmatige afwegingen worden gemaakt ligt de grens voor eenvoudige taken. Is hier sprake van, dan is het niet mogelijk om een bedrijfsvoeringsorganisatie te gebruiken. De keuze voor deze beperking komt, omdat de bedrijfsvoeringsorganisatie geen interne verantwoordingsstructuur kent. De gedachte is dat taken op het gebied van bedrijfsvoering naar hun aard niet vragen om zware bestuurlijke aansturing. Kenmerken: Bezit rechtspersoonlijkheid.
Bevoegdheden gericht op ondersteuning of uitvoering (alleen taken en bevoegdheden van het college). De regeling dient informatie- en verantwoordingsbepalingen te bevatten. Instemming gemeenteraden nodig bij instelling Juridische conclusie Op basis van de kenmerken van de samenwerkingsvormen, is de centrumregeling degene die het meest aansluit bij de wensen en behoeften die de gemeenten in onze regio hebben op het gebied van samenwerken. Het is een lichte vorm, zodat gemeenten goed kunnen blijven sturen op wat er regionaal gebeurt. Dit is wenselijk in verband met het ingroeipad van regionaal naar steeds meer lokaal organiseren. Daarnaast zorgen we er met deze vorm voor dat capaciteit en financiën zoveel mogelijk naar de zorg zelf kunnen gaan in plaats van naar investeringen in een samenwerkingsstructuur.
Beschermd wonen en maatschappelijke opvang
Raadsvoorstel
Participatie Cliënten en vertegenwoordigers van cliënten dachten mee bij het opstellen van het beleidsplan Samen Dichtbij. Daarnaast informeerden wij onze lokale Wmo Adviesraad over dit regioplan.
Vervolg Nadat alle gemeenteraden instemmen met het regioplan, ondertekenen we de centrumregeling. We publiceren deze via overheid.nl. Ondertussen werken we de dienstverleningsovereenkomst verder uit. Na de zomer vragen de het college om hiermee in te stemmen. Onderdeel van deze overeenkomst is het mandaatbesluit.
Communicatie Nadat de raad het regioplan vaststelt, is het voor inwoners en andere geïnteresseerden beschikbaar. Het regioplan is een publieksvriendelijke versie.
Bijlage(n) Regioplan Beschermd Wonen Regio Nijmegen en Rivierenland (concept) Centrumregeling Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang regio Nijmegen en Rivierenland ‘Praatplaat’
Mook, 4 mei 2021 Het college van burgemeester en wethouders van Mook en Middelaar,
De gemeentesecretaris J.M.G. Smits- de Kinkelder
De burgemeester mr. drs. W. Gradisen
Beschermd wonen en maatschappelijke opvang