Notitie Kaderstelling bezuinigingsproces begroting 2022Stellingen Raad 27 mei_ondertekend.pdf
Tekst van het document
Notitie Kaderstelling bezuinigingsproces Begroting 2022 1. STELLINGEN In de Agendacommissie is afgesproken om een opiniërende raadsbijeenkomst te laten plaatsvinden, waarbij het college stellingen aanlevert. Deze stellingen en bijbehorende raadsdiscussie moeten richting geven aan het bezuinigingsproces van de begroting 2022. Op deze manier krijgt het college input vanuit de kaderstellende rol van de gemeenteraad. De gemeenteraad draagt uiteindelijk de eindverantwoordelijkheid voor het vaststellen van een (sluitende) begroting. Overigens zijn de keuzes om te komen tot een sluitende begroting zeer beperkt. Het lijkt er eerder op dat het noodzakelijk is om De stellingen worden voorgelegd om raadsdiscussie te stimuleren. Het gaat dus niet om stellingen waarover het college zich een mening heeft gevormd. Om de raadsdiscussie inhoudelijk in alle bewust voor gekozen de vergadering te laten leiden door een onafhankelijke (externe) gespreksleider. De stellingen zijn, zoals afgesproken in de Agendacommissie, door het college tijdig van tevoren aan de raadsleden aangereikt. Dit, om hen de gelegenheid te bieden de inhoud binnen de fractie vooraf te bespreken, al dan niet met commissieleden en andere achterbanleden.
2. WAAR STAAN WE NU? De gemeente Mook en Middelaar een kleine gemeente met dubbele oriëntatie, in de kop van Limburg staat voor een zware bezuinigingsopgave. De omvang ervan bed miljoen, en de voorlopige gegevens uit het traject van de Jaarrekening 2020 geven geen ander beeld. We hebben in de afgelopen maanden een ZBB-traject doorlopen. Het Eindrapport van BMC concludeert dat de gemeente Mook en Middelaar een meer dan gemiddeld efficiënte organisatie is, waar minder dan gemiddeld valt te bezuinigen. Mogelijk zijn de aangereikte quick wins en potentiële bezuinigingen voor een deel te realiseren. Maar zeer waarschijnlijk gaan deze lang niet voldoende financiële ruimte opleveren om tot een structureel sluitende Begroting 2022 te komen. begroting), dan moeten we gaan snijden in de dienstverlening en het voorzieningenniveau. We meerdere vlakken.
3. BELANGRIJKE ZAKEN EERST Fundamentele keuzes maken betekent dat het gemeentebestuur bepaalt waar de gemeente wel of niet van is. We moeten alle grote vragen durven stellen. Kiezen we voor taken dan moeten we meteen bepalen welke kwaliteit we nastreven. Kiezen we ervoor taken niet (meer) te doen, dan doen we daar ook niets aan, behalve het wettelijke of contractuele minimum. Enige nuancering is hierbij geboden. In onze gemeente is het goed gebruik dat de toedeling van onze uitgavebudgetten over de divers beleidsterreinen op basis van argumentatie plaatsvindt. Uitgangspunt is een integrale afweging van alle belangen. Een tweede aandachtspunt is dat besluitvorming over formatie niet los kan worden gezien van beleidskeuzes en onderliggende taken. Er zijn verschillende aspecten die invloed hebben op de omvang van de benodigde formatie. In vergelijking met andere gemeenten gebeuren veel het zoeken naar het beste uit één van de twee provincies. Daarnaast bemoeilijken rechtspositionele aspecten, combinatiefuncties en de vérgaande bestuurlijke aandacht voor details het behalen van voordelen op de korte termijn met betrekking tot het personeel. Misschien vraagt u zich af of onze gemeente nog wel levensvatbaar is. Maar aan grotere gemeenten met dezelfde problemen wordt deze vraag niet gesteld. Ook het Eindrapport van BMC toont aan dat
1
we een efficiënte en vaardige organisatie hebben waar we trots op mogen zijn. Opschaling is hier nu niet aan de orde en zal het huidige begrotingstekort ook niet 1-2-3 oplossen. We stellen voor om het keuzeproces vanuit de volgende invalshoeken te benaderen: Financiële kaders Dienstverlening Voorzieningen Sociaal Domein (waar het grootste tekort zit) Samenwerking/dubbele oriëntatie Organisatie
Financiële kaders Toelichting 1: De Gemeentewet bepaalt dat de raad erop toeziet dat de begroting structureel en sluitend in evenwicht is. De Provincie Limburg is in deze toezichthouder en toetst aan de diverse notities van de Commissie Besluit Begroting en Verantwoording. Bij een onvoldoende sluitende begroting kan de provincie preventief toezicht toepassen. Bij aanhoudende tekorten kan de gemeente extra geld uit het gemeentefonds vragen. De gemeente levert dan een deel van haar financiële zelfstandigheid in en krijgt een zogenaamde Artikel 12-status. Voor de toetsing van Begroting 2022 besteedt de provincie volgens de begrotingsbrief 2022 extra aandacht aan het onderscheid tussen incidentele en structurele laste en baten. Stelling 1 Waarop moeten we inzetten: een meerjarige reëel sluitende begroting of een begrotingstekort, waarbij we eventueel preventief toezicht accepteren?
Toelichting 2: Mook en Middelaar is een gemeente waar het mooi wonen is. Mag een gemeente daar ook een prijs aan koppelen? Bijvoorbeeld in de vorm van OZB? Wettelijk is het ons toegestaan om de OZB met bijvoorbeeld 50% te verhogen. Dan hebben we nog steeds niet het hoogste tarief van Nederland maar wel een sluitende begroting, want dat levert Mocht Mook en Middelaar in aanmerking komen voor de Artikel 12-status dan eist het Rijk dat de tarieven ten opzichte van 2021 zodanig worden aangepast dat we meer OZB-inkomsten genereren. Of: doen we dit niet en zoeken we de oplossing alleen aan de uitgavenkant? Stelling 2 Verlagen we alle voorzieningen en dienstverlening naar het niveau van het wettelijk minimum of verhogen we de belastingen?
Dienstverlening Toelichting 3: Gemeenten zijn vaak de meest nabije overheid. Zowel letterlijk, waar het gaat om de leefomgeving van mensen, als figuurlijk, waar het gaat om benaderbaarheid en uitvoering van beleid dat direct de levens van inwoners en ondernemers raakt. Als kleine gemeente kunnen we niet alles zelf doen. De oplossing zit vaak in uitbesteden of samenwerken. Bij uitbesteden speelt de kunst van het loslaten. Wie uitbesteedt, vertrouwt erop dat een derde partij het goed voor heeft met de inwoners. En: accepteert dat hij niet op de hoogte is van alle context en
2
details. Het voorbeeld is de gemeente Rozendaal. Als prijs voor zelfstandigheid heeft deze gemeente praktisch alles uitbesteed. Samenwerking veronderstelt gelijkwaardigheid van partijen en eigen inbreng. Maar: een efficiënte samenwerking is gebaat bij harmonisatie. Dat betekent inleveren van volledige zeggenschap, maar ook vraagt dat het vertrouwen dat dit een goede keuze is. Stelling 3: Zetten we in op uitbesteden (uitvoering is aan een andere partij) of samenwerking (met behoud van eigen beleid en inzet)?
Toelichting 4: Ons collegeprogramma geeft aan dat we meer betrokkenheid van onze burgers willen bij beleid- en planvorming. Ook zetten we in op het stimuleren van initiatieven. Een mooi voorbeeld van een initiatief Participatie vullen we binnen onze gemeente op verschillende manieren in, denk bijvoorbeeld aan de wijk- en dorpsraden, de adviesraden, het buurtplatform Maasburen en het burgerpanel TIP. De realiteit is dat we als gemeente beperkt zijn in onze mogelijkheden participatie actief te faciliteren. Stelling 4: Zijn we tevreden met de bestaande inzet op participatie of moeten we dit intensiveren?
Toelichting 5: We hebben kritische inwoners en een alert gemeentebestuur. In het contact met onze inwoners vertaalt zich dat binnen onze organisatie in een grote mate van actiegerichtheid. We hebben de neiging om snel te reageren, veel uit te leggen en gepaste oplossingen aan te dragen. Dat is een groot goed, maar dit staat op gespannen voet met de efficiënte inzet van mensen en middelen. Bovendien zijn er situaties waarin het toegestaan is dat de gemeente een geldelijke vergoeding vraagt aan individuele inwoners die gebaat zijn bij het leveren van diensten. Met het oog op het begrotingstekort kunnen er wat betreft dienstverlening keuzes worden gemaakt. Stelling 5: Verlagen we het niveau van dienstverlening en accepteren we wachttijden/maatschappelijke onrust/bezwaar of houden we onze dienstverlening op niveau en vragen we kostendekkende tarieven?
Voorzieningen Toelichting 6: Op dit moment beschikken de kernen van Mook, Molenhoek en Middelaar over eigen voorzieningen. Denk aan speelvoorzieningen, inlooppunten en de grote sportaccommodaties, waar de gemeente aan bijdraagt. Dit alles is mede tot stand gekomen om de leefbaarheid in de kernen te faciliteren. Gegeven de noodzaak tot bezuinigen is herbezinning van de rol van de gemeente op zijn plaats. Gaan we uit van zelfredzaamheid of faciliteren we? Vragen die hierbij gesteld kunnen worden zijn: Moet de omvang van de voorzieningen aansluiten bij de omvang van de kern? Is het beter om voor één centrale kwalitatief goede voorziening te gaan dan voor meerdere?
3
Stelling 6 Is de gemeente verantwoordelijk voor de instandhouding van de voorzieningen of moet de bevolking hier meer zelf verantwoordelijkheid in nemen?
Toelichting 7: We vinden het belangrijk dat inwoners kunnen deelnemen aan activiteiten. De toegankelijkheid staat voorop. De normen waaraan we het belang van de subsidiabele activiteit toetsen zijn aan verandering onderhevig. Bestaande verenigingen en organisaties zijn belangrijk voor onze gemeenschap, maar kan/wil de gemeente hen op dezelfde wijze en op hetzelfde niveau financieel blijven ondersteunen? Kan het ook minder, zodat ruimte voor ondersteuning van nieuwe initiatieven ontstaat? Stelling 7: Blijven we verenigingen en organisaties ondersteunen via subsidies of richten we de ondersteuning op inwoners die een (financieel) steuntje in de rug nodig hebben om deel te kunnen nemen aan de samenleving?
Sociaal Domein Toelichting 8: Met name in het Sociaal Domein heeft de gemeente te kampen met structureel tegenvallende inkomsten en uitgaven, vooral door oplopende zorgkosten (met name jeugdzorg) terwijl dit onvoldoende wordt gecompenseerd door extra middelen van het Rijk. Tal van oplossingen voor deze problematiek worden aangereikt, maar passen die ook bij Mook en Middelaar? Hierna volgen enkele eens/oneens-stellingen die hier meer duidelijkheid in kunnen geven. Stelling(en) 8: Eens of oneens: Investeren in preventieve voorzieningen doen we alleen nog maar als we hierdoor toekomstige gemeentelijke zorgkosten kunnen voorkomen. Dit betekent bijvoorbeeld geen anti-rookcampagnes meer (want die dragen bij aan het terugdringen van maatschappelijke zorgkosten), maar wel buurgezinnen (want deze voorziening draagt bij het aan terugdringen van gemeentelijke zorgkosten, namelijk jeugdzorg). We zijn bereid om wettelijke kaders te negeren of opdrachten van het Rijk te negeren als wij taken moeten uitvoeren waar we geen of te weinig geld voor krijgen. Ook als dit een slechte naam, maatschappelijke onrust of juridisch risico met zich mee brengt. Bij het ondersteunen van onze inwoners kiezen wij altijd voor ondersteuning op maat, ook als dat niet de meest goedkope vorm van ondersteuning is.
Wij zijn er niet voor ál onze inwoners, maar richten ons vooral op die doelgroepen die specifiek in ónze gemeente de grootste behoefte aan ondersteuning hebben. Inwoners moeten zichzelf redden, zo mogelijk met gebruik van hun netwerk. Wij beperken de ondersteuning tot het hoogst noodzakelijke, ook als dat betekent dat er schrijnende situaties ontstaan.
Samenwerken/dubbele oriëntatie Toelichting 9: Wij werken als Limburgse gemeente samen zowel met Limburg Noord, als met de Regio Arnhem/Nijmegen. Is deze dubbele oriëntatie voor Mook en Middelaar zo belangrijk dat we er extra geld aan moeten blijven besteden? Of: kunnen we in de regionale samenwerking ook selectiever te werk gaan (op voorwaarde dat er geen wettelijke gronden van toepassing zijn)? Bijvoorbeeld door per beleidsitem slechts met één samenwerkingsverband op te trekken. We kunnen als Limburgse
4
gemeente bepalen dat we primair samenwerken in Limburg, tenzij het duidelijke voordelen biedt om samen te werken met de regio Nijmegen/centrumgemeente Nijmegen. We moeten er in ieder geval voor waken dat we worden ingezet om provinciale problemen op te lossen. Stelling 9: Het is niet langer haalbaar om mee te doen aan álle gemeenschappelijke regelingen, dus kiezen we voortaan per beleidsonderwerp voor één regionaal samenwerkingsverband.
Organisatie Toelichting 10: De gemeente voert landelijk en eigen beleid uit. Het maken van beleidsstukken is een tijdrovende klus. Wat denkt u er van als we ons de komende jaren beroepen op bestaand beleid en ons focussen op uitvoering? De aandacht voor correcte uitvoering (blijkend uit toename van audits en introductie van de rechtmatigheidsverklaring van het college) neemt meer en meer toe. En, mochten we eens verplicht zijn beleid te maken, dan hanteren we standaarddocumenten, bijvoorbeeld van de VNG. Stelling 10: We kiezen als gemeente voor focus op uitvoering en schrijven de komende jaren geen nieuwe
4. EIGEN STELLINGEN VAN DE RAAD Geef in volgorde de top 3 aan van zaken die u het belangrijkste vindt: Op welke drie items mag absoluut niet bezuinigd worden? En op welke drie items mag juist wél bezuinigd worden?
5. VERVOLG IN DE ZOMERRAPPORTAGE 2021 Het college presenteert bij de Zomerrapportage 2021, mede op basis van de geformuleerde kaders: de quick wins en potentiële besparingen van het ZBB Eindrapport die worden overgenomen in de Begroting 2022. Het Eindrapport ZBB onderscheidt voor 158 taken mogelijke bezuinigingen en kanttekeningen. De 20 quick wins en 20 potentiële besparingen die BMC met het ambtelijk apparaat heeft opgehaald gaat het college verder onderzoeken. Enkele van de voorgestelde besparingen laat het college bij voorbaat over aan uw raad, omdat deze tot het politieke domein van de raad behoren. Dit betreft de besparingen op de formatie van de griffie, formatie van wethouders, commissies en 13de maand raadsleden. een globale voorbeschouwing op de Begroting 2022 en volgende jaren. Deze betreft ombuigingen op alle mogelijke onderdelen van de gemeentelijke financiële huishouding. Mook en Middelaar, 18 mei 2021, Met vriendelijke groet, Het college van burgemeester en wethouders van Mook en Middelaar,
De secretaris, J.M.G. Smits - de Kinkelder
De burgemeester, mr. drs. W. Gradisen
5