N.a.v. inspraak mw. Haegens-van Veen aangeleverde ecologische rapportage Stationsstraat 120-122 Molenhoek
Tekst van het document
Bevindingen Sta onsstraat 120-122 te Molenhoek
E.A.Jansen
ti
ti
ti
No
2024.004 e van Vliegend goed
No
e:
no
e nr.:
2024.004
Datum uitgave:
11 september 2024
Auteur:
E.A Jansen
Illustra es:
E.A. Jansen
Gegevens opdrachtgever: -
Verveelvoudigen en/of openbaar maken d.m.v. druk, fotokopie, micro lm of op welke andere wijze is alleen toegestaan met voorafgaande schri elijke toestemming van de opdrachtgever en Vliegend goed, het mag niet zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
fi
ti
ti
ti
ti
ft
ti
© Vliegend goed
Inleiding Op 11 maart jongstleden werden wij, als vleermuisaanspreekpunt voor de gemeente Mook, gebeld om een gewonde vleermuis af te halen aan de Stationsweg 120 te Molenhoek. Tijdens het afhalen werden wij ook opmerkzaam gemaakt van het bestaan van een groot kelder, alsook het con ict met de buren met betrekking tot de toekomst van deze kelder. Naast het afhalen van dit dier is ook de situatie ter plaatse bekeken. Aangezien dit dier dichtbij een kelderingang gevonden is, is toestemming gevraagd van mevr. Hagens om de kelder te mogen inspecteren, welke verleend werd. Eén van de drie ingangen van deze grote kelder ligt op het terrein van mevrouw Hagens. Zij heeft het gebruiksrecht van deze kelder. Het overgrote deel van deze kelder ligt echter onder het aangrenzende perceel, welke onderhavig is aan een herontwikkeling. De kelder bestaat uit vier compartimenten, waarvan er drie geïnspecteerd konden worden. Een vierde ruimte was grotendeels in zijn geheel afgesloten en kon niet geïnspecteerd worden.
Bevindingen De vondst betrof op 10 maart in een tuin gevonden sterk verzwakte gewone grootoorvleermuis. Het individu was niet meer instaat te vliegen. Kort voor het afhalen was het individu overleden (rigor mortis) was nog niet ingetreden. Het dier werd op enkele meter van een kelderingang gevonden. Het komt voor dat jonge dieren die laat in het vorige jaar geboren werden, of oudere mannetjes die lang doorgaan met baltsen onvoldoende reserves hebben om de gehele winter te overleven, sterk vermagerd bij de ingang hangen of nog in de winter vlakbij de ingang dood gevonden worden. Ook kan dit sterven veroorzaakt worden door meerdere menselijke verstoringen van vleermuizen in winterslaap. Hierop is de kelder op 11 maart geïnspecteerd op de aanwezigheid van andere overwinterende vleermuizen. Deze inspectie is uitgevoerd door Eric Jansen (zelfstandig ecoloog) en Bernadette van Noort (ervaren vleermuis winterteller van de Zoogiervereniging). Tijdens deze inspectie, waarbij één ruimte niet geïnspecteerd kon worden, werden geen overwinterende vlleermuizen (meer?) gevonden. De door de nieuwe eigenaar aangeven reden voor de afsluiting van de niet meer te inspecteren ruimte werd onveiligheid, maar de wijze waarop deze ruimte is afgesloten doet ook een andere reden vermoeden, namelijk het weren van vleermuizen. Alle leiding doorvoeren waren grondig voorzien met ducttape.
In de middelste kelder is op de grond tot een hoogte van 30 cm ook veel planken en plaatmateriaal aanwezig. Hieronder kunnen vleermuizen weggekropen zitten. Of hierin vleermuizen aanwezig/of afwezig zijn kan alleen vastgesteld worden tijdens het nazomerzwermen. Wel werd er door Mevrouw Hagens een foto getoond genomen op in november 2023. Dit betreft duidelijk in de middelste kamer overwinterende watervleermuis. Op de foto is duidelijk te zien dat dit dier in lethargie was en licht geïrriteerd is geraakt (krullen van de oren).
fl
Hiermee is vastgesteld dat de kelders een winterverblijfplaats is van tenminste één vleermuissoort; de watervleemuis en mogelijk ook de gewone grootoorvleermuis. Voor franjestaarten en gewone grootoorvleermuizen is het seizoen op 11 maart te ver gevorderd om nu nog met zekerheid te zeggen dat deze soorten hier aan- of afwezig zijn.
Figuur 1: De overwinteringsplek van de watervleermuis (2023-2024).
tt
ff
Figuur 2: De op 10 maart bij de ingang aangetro en uitgepu e gewone grootoorvleermuis.
De ruimtelijke ontwikkelingen/voortgang van werkzaamheden De huidige eigenaar is voornemens op het perceel twee (of drie) woningen te gaan bouwen. Voor de sloop en bouw van twee woningen is mogelijk al een bouwvergunning afgegeven. Als dit gedaan is zonder een aanvullend vleermuisonderzoek is de aanvraag onvolledig geweest. Als dit natuuronderzoek slecht een Quickscan betreft is en de conclusie van de quickscan afwezigheid van beschermde soorten was, is de quickscan onjuist/incompleet geweest. Indien er aanvullend natuuronderzoek is geweest, moet dit aan het vleermuisprotocol voldaan hebben, en tenminste de volgende onderzoeksronden bevatten: één complete visuele wintercontrole (alle kelders) en twee bezoeken tijdens het nazomerzwermen. Dit dient uitgevoerd te zijn (worden) door een vleermuisdeskundige. Indien de huidige eigenaar een deel van de kelders hermetisch heeft afgesloten tegen vleermuizen, heeft hij hiermee waarschijnlijk al een overtreding begaan. Ook als hij start met de sloop, zonder een vergunning van de provincie Limburg voor een Flora en fauna-activiteit is dit een overtreding. Ook het uitvoeren van andere werkzaamheden op het terrein van 1 augustus tot en met 15 april leiden tot verstoring. De initiatiefnemer zal nu in de maanden december-februari een onderzoek moeten laten uitvoeren naar de aanwezigheid van overwinterende vleermuizen.
Daarna is een aanvraag voor een vergunning voor een Flora en fauna-activiteit noodzakelijk. Een vergunning Flora en fauna-activiteit is noodzakelijk om de (meeste) werkzaamheden op de locatie te kunnen (en te mogen) uitvoeren. Na het uitvoeren van het aanvullend natuuronderzoek moet de initiatiefnemer de alternatieven overwegen (in de plannen, de uitvoering en de timing) en het alternatief kiezen die het meest gunstige zijn voor de soort (en onderbouwen waarom deze het meest gunstige is). De initiatiefnemer dient het wettelijk (erkend) belang aan te tonen als het gaat om het verstoren en/of vernietigen van verblijfplaatsen van beschermde soorten (zoals de genoemde en aangetroffen vleermuissoorten). De initiatiefnemer dient tijdig tijdelijke en permanente maatregelen te nemen die er voor zorgen dat de soort(en) met dezelfde aantallen en dezelfde functie(s) in het plangebied kunnen blijven (voortbestaan) of dit op korte afstand te realiseren. Dit betekent concreet het opnemen van het voortbestaan van een (groot) deel van de kelder, die dan alleen een natuurfunctie kan hebben.