Inspraaknota TVW (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Inspraaknota behorende bij ‘Transitievisie Warmte’ In de Transitievisie Warmte geeft de gemeente Mook en Middelaar aan welke stappen er gezet gaan worden om uiteindelijk een aardgasvrije gemeente te worden. De TVW is met bijdragen van veel partijen in de gemeente tot stand gekomen. Om tot een definitieve versie te komen, heeft de gemeente eenieder de mogelijkheid gegeven om te reageren. In deze nota staan de reacties samengevat, inclusief een reactie hierop. Namen van de indieners van een reactie Nr 1 2 3
Datum reactie 10-11-2021 & 14-12-2021 11-11-2021 14-11-2021
Naam * * *
*Alleen inzichtelijk voor raadsleden (na inloggen)
1
1. Waarom worden bedrijven niet genoemd in de TVW?
1. De Transitievisie Warmte (TVW), zoals bedoeld in het Klimaatakkoord, is een document dat zicht richt op de gebouwde omgeving. Het Klimaatakkoord heeft losse plannen en richtlijnen voor industrie, mobiliteit en landbouw. De TVW is dus de uitwerking voor het deel over de gebouwde omgeving, waarbij veruit het grootste deel woningen betreft. In de gemeente Mook en Middelaar is het aandeel van woningen in het totale aardgasverbruik ongeveer 82.7% (zie cijfers op pagina 32 van de TVW).
2. Wat is het schillabel? Wat voor waarden zijn dat voor a, b, c, d en e?
2. Op pagina 5 wordt in het kader uitgelegd wat er met een schillabel wordt bedoeld en wat het verschil is met het energielabel. Energielabel en schillabel zijn hetzelfde zolang de waardering van zonnepanelen en alle installaties niet meegenomen. Op moment dat geregistreerd label niet bekend is, worden teruggevallen op bouwjaar (zie verder de systematiek in het Functioneel Handboek Vesta Mais 4.0)
3. Aardgasvrije gemeenten kunnen alleen bereikt worden met gezamenlijke inspanning van, inwoners, bedrijven, instellingen en de gemeenten.
3. Dat klopt helemaal. Daarom wordt er in het klimaatakkoord ook gekeken naar de industrie, mobiliteit etc.
4. Als regisseur van de warmtetransitie zoals jullie het zelf benoemen (pag. 16) wil je mensen inspireren, dan moeten de
4. Momenteel starten we een inventarisatie naar het verduurzamen van het vastgoed van de gemeente Mook en Middelaar. De genoemde zin gaat echter
gemeenten eerst zelf het goede voorbeeld geven, want daar is nog een grote winst te behalen, zoals jullie het zelf beschrijven op pag.23.
over alle gebouwen in de gemeenten. En niet alleen de gebouwen van de gemeenten.
5. pag. 20 zie fig. 7. Ook Molenhoek moet rood zijn, daar zijn bovengemiddeld actieve bewoners!!
5. Dat is waar, eigenlijk heeft de gehele gemeente Mook en Middelaar bovengemiddeld actieve inwoners. Molenhoek is ook de enige plek waar een grootschalige ontwikkeling plaats gaat vinden in Mook en Middelaar. Daarom is dit met groen apart aangegeven.
6. pag. 30. Wat is er mogelijk als bewoners nu al willen beginnen met verduurzamen?
6. Daar zijn heel veel mogelijkheden voor. De gemeente biedt hier graag passend advies is via het Loket Duurzaam Wonen Plus of via een energiecoach van het Energiecafé Mook en Middelaar.
7. Een LT warmtenet heeft een aanvoertemperatuur tussen de 35 en 55 graden. Om de temperatuur hoger te krijgen is er nog extra energie nodig. Naast een LT-warmtenet moeten dan dus zonnepanelen geplaatst worden. Dat wordt niet genoemd.
7. Dat is afhankelijk van de exacte temperatuur en het label van de woning. In veel gevallen zal ij een LT-warmtenet een combinatie met een warmtepomp voorkomen. Er is hoe dan ook elektriciteit nodig om de temperatuur op het juiste peil te krijgen. In het geval van een warmtenet op basis van aquathermie wordt de warmte uit oppervlaktewater in de bodem opgeslagen (WKO). ’s Winters wordt de temperatuur van dat grondwater op peil gebracht met een warmtepomp. Dit systeem is inderdaad alleen duurzaam wanneer deze warmtepomp gebruik maakt van duurzaam opgewekte energie.
8. Pag. 40 nationale kosten: Het zijn de totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn om op een bepaalde aardgasvrijetechniek over te stappen. Waarom vallen hier de zonnepanelen (en windmolens) dan hier niet onder, want die heb je nodig om van een LT of MT warmtenet gebruik te kunnen maken?
8. Op pagina 36 wordt een definitie gegeven van de nationale kosten. Daarin worden ook maatregelen als verzwaring van het elektriciteitsnet en de kosten voor de duurzame bron (bv zonnepanelen en windmolens) genoemd.
2
9. pag. 41. D3, tabel 2 Wat moeten we ermee?? wat zegt ons deze tabel??
9. Deze tabel laat zien welke score toegekend worden aan een bepaalde waarde als het gaat om het onderzoeken welke alternatieve warmtetechniek het meest kansrijk is.
10. pag. 45. fig. 19. Waarom wordt hier de Mookerplas niet genoemd? Daar kan toch ook aquathermie op worden toegepast??
10. Deze kaart laat zien welke verwachting er is voor en warmtenet. Op basis van deze analyse lijkt een warmtenet op basis van de warmte uit de Mookerplas niet erg kansrijk, gekeken nar de nationale kosten. In paragraaf 4.3 geven we echter ook aan dat de Mookerplas als bron nader onderzocht moet worden. Naast de vraag welke capaciteit de Mookerplas kan leveren, moet er ook gekeken worden naar de vraag in de directe omgeving/ 1. Zie reactie 1.1
1. Deze visie gaat over woningen, maar geeft ook duidelijk aan welke processen er richting de industrie lopen. Zo krijgt de burger niet het idee dat hij het alleen moet opknappen. 2. De term "Schillabel" heeft een prominente rol in deze notitie, terwijl er niet staat wat dat is, hoe dat wordt berekend, waar er meer informatie over te vinden is (zelfs op internet heb ik nauwelijks iets zinnigs kunnen vinden).
2. Zie reactie 1.2
3. De notitie geeft aan dat isoleren de eerste en belangrijke stap is. Is dat zo of vindt de gemeente (of Sweco) dat?
3. Beiden. Het isoleren van gebouwen dringt de warmtevraag terug. Zelfs als er geen transitie gemaakt zou worden, is dat vaak al een kosteneffectieve maatregel. Maar het terugdringen van de behoefte zorgt er ook voor dat er minder warmte uit alternatieve bronnen gehaald hoeft te worden. Welke alternatieve techniek het uiteindelijk ook zal worden, met een lagere vraag is dat makkelijker te realiseren. Het is dus een belangrijke stap en dat vindt de gemeente ook.
4. 60%-70% van onze huizen is gebouwd rond 1990. Die zijn beneden voorzien van
4. Dat is inderdaad een belangrijke vraag in het vervolg van dit proces. Met deze visie zijn we er namelijk nog lang niet. Enerzijds zijn er nog technieken in
3
thermopane glas en boven vaak van enkel glas. De grootste vraag stap is hoe verleid ik mensen om hun glas te vervangen?
ontwikkeling. Daarom zorgen we elke vijf jaar voor een update van deze visie. Anderzijds geeft deze visie een eerst aanzet naar de mogelijkheden en moet er, mits vastgesteld, een uitvoering opgezet worden. Het vervangen van glas maakt daarom onderdeel uit van de stap isolatie. De uitvoering volgt dus op deze visie, maar als belangrijkste uitgangspunten hiervoor zullen gelden: bewustwording, ontzorging en zoveel mogelijk kostenneutraal.
5. De toenemende energiebehoefte door het toenemende aantal e-auto’s is helemaal niet genoemd.
5. Dat is waar. Deze visie focust zich op alternatieve warmtetechnieken en niet op de toenemende vraag naar elektriciteit, al hebben die twee natuurlijk wel met elkaar te maken.
6. Er zijn veel houtstokers in de gemeente. Als deze over moeten stappen, neemt ook de energiebehoefte weer toe.
6. Alhoewel houtstook aardgasvrij is, is het over het algemeen niet de meest CO2arme warmtetechniek. Ook houtstokers zullen dus naar een andere manier van verwarmen moeten gaan, met alle gevolgen voor de warmtevraag.
7. Om meer zonnenergie te stimuleren zou er gebruik gemaakt moeten worden van de Europese regeling “European Clean Energy Package”, waarbij energie tussen buren uitgewisseld kan worden. De gemeente zo dit kunnen promoten .
7. Deze wetgeving staat op de radar, maar is nog niet volledig doorgesijpeld in Nederlandse wetgeving waardoor deze wetgeving en veiligheidsvoorschriften directe onderlinge uitwisseling van energie nu nog in de weg staan. Maar in de rest van Nederland zijn er al voorbeelden van projecten waarbij verschillende gebruikers via slimme meters onderling energie uitwisselen via het elektriciteitsnet. Deze ontwikkelingen houden we in de gaten en we zien mogelijkheden voor dit principe in de toekomst. 1. Er is gebruik gemaakt van de dataset van PBL – met indicatieve gas-en stroomverbruiken. PC6 zijn meetgegevens, dan modelmatig toekennen op gebouwniveau
1. Graag een overzicht van het door SWECO gehanteerde huidige gas- en stroomverbruik van woningen en bedrijven op wijk- en straatniveau. 2. Graag ontvangen wij de gegevens over de energiebehoefte per wijk, ook wel de
2. Deze gegevens zijn tevens gebaseerd op de dataset van PBL, ruimtelijke kenmerken.
warmtedichtheid genoemd, om de berekeningen te kunnen controleren. 3. De huidige ambitie komt niet terug. We zouden graag een nieuw, concreet doel geformuleerd willen zien, gekwantificeerd in o.a. gas- en stroomverbruik per wijk of straat.
3. In 2022 zal er nieuw duurzaamheidsbeleid opgesteld worden. Daarbij zullen ook nieuwe doelen, tussendoelen en monitoring meegenomen worden.
4. Met het advies van isolatie en het installeren van een luchtwarmtepomp, zal er in de 20 jaar daarna niets meer gaan gebeuren in zo’n woning. Daarmee halen we de doelen niet. De TVW maakt ook niet duidelijk welke besparing er met de voorgestelde maatregelen behaald zullen worden. Wij ontvangen hier graag kwantitatieve informatie over.
4. Niet iedereen kan en wil direct overgaan op een volledig alternatieve bron. Een hybride tussenvorm is daarom een realistische stap, waarbij we overigens ook zullen stimuleren om wel volledig aardgasvrij te worden bij degenen die dat kunnen. Daarnaast is de techniek van alternatieve warmtebronnen nog volop in beweging. We maken op dit moment geen keuzes die toekomstige technieken uitsluiten. Daarvoor weten we nog te weinig.
5. In de TVW komt de financiering helemaal niet aan bod. Een gemiste kans, omdat woningeigenaren juist hierdoor nalaten om CO2-reducerende maatregelen te treffen.
5. De financiering is een uitwerking van de maatregelen die voortkomen uit de TVW. Welke kosten zijn collectief? Welke individueel? Dat is allemaal afhankelijk van de gekozen techniek. Er is nu dus ook nog geen eenduidig advies over de financiering te geven. De TVW is daar op zich ook niet de plek voor. Bij de veel gestelde vragen wordt er wel naar financieringsmogelijkheden verwezen.
6. Als all-electric de beste keuze is, dan adviseren wij geen tussenstap van met een hybride oplossing, maar direct all-electric te gaan.
6. Daar waar dat kan is dat zeker interessant. Het zal echter niet overal kunnen en niet iedereen zal het willen. Op dit moment kan een gemeente geen maatregelen afdwingen bij inwoners. We kunnen het wel zo aantrekkelijk mogelijk maken. Mede om nu nog geen technieken uit te sluiten, kiezen we er niet voor om op grote schaal all-electric te gaan, maar te starten bij het terugdringen van de warmtevraag. Met een hybride oplossing, worden al grote stappen gemaakt. Bij beëindiging van de levensduur van de cv-ketel kiest het
overgrote deel van de woningeigenaren er nu nog voor om een nieuwe cv-ketel aan te schaffen. Wanneer de woning nog niet voldoende geïsoleerd is voor een volledige warmtepomp is een hybride variant een goed alternatief. 7. Je kan beter een grondwarmtepomp kiezen dan een luchtwarmtepomp, omdat deze een hoger rendement heet en dus zuiniger is. Een grondbron gaat tevens 100 jaar mee.
7. Per gebouw en inwoner zal de beste oplossing anders liggen. Het is wel belangrijk om bij de keuze niet alleen te kijken naar de eenmalige aanschafkosten, maar ook naar de kosten over de hele levensduur. Een initieel duurdere oplossing kan op de langere termijn veel goedkoper blijken.