Inspraaknota (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Inspraaknota behorende bij ‘Visie op grootschalige duurzame energieopwek Mook en Middelaar’
Inleiding De visie op grootschalige duurzame energieopwek Mook en Middelaar is een document waarin verschillende voorwaarden worden gegeven waaraan projecten ten behoeve van grootschalige duurzame energieopwek aan moeten voldoen. De conceptvisie is met bijdragen van de raadswerkgroep en verschillende stakeholders in de gemeente tot stand gekomen. Om tot een definitieve versie te komen, heeft de gemeente deze partijen ook gevraagd te reageren op de concept-visie. Maar ook de inwoners van Mook en Middelaar hebben de mogelijkheid gekregen om te reageren. In deze nota staan de reacties samengevat, inclusief een reactie hierop. Proces Aan de hand van de reacties is het document aangepast. De aangepaste visie zal opnieuw door het college vastgesteld moeten worden en vervolgens ook door de gemeenteraad. Namen van de indieners van een reactie Nr 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
Datum reactie 22-08-2021 31-08-2021 03-09-2021 04-09-2021 06-09-2021 08-09-2021 10-09-2021 12-09-2021 12-09-2021 12-09-2021 12-09-2021
Naam * * *
* * * * * * * *
1
Reacties van de gevraagde stakeholders: A B C
30-08-2021 08-09-2021 *
* * *
*Alleen inzichtelijk voor raadsleden (na inloggen) 2
3
1
2
1. Indiener geeft aan dat opslag van energie zeker zo belangrijk is als het opwekken van energie, om zo het net minder te belasten en om energie te hebben als er minder zon is.
1. Opslag van energie zal, zeker in de toekomst, inderdaad een belangrijk thema worden. Maar ook met de huidige netbelasting is het belangrijk om hier over na te denken. In de visie zal opslag als meegenomen worden bij de technische aspecten.
2. Tevens geeft indiener aan dat er voldoende ruimte is om energie op te wekken, bijvoorbeeld rond de evenaar
2. Deze visie gaat over de ruimte binnen de gemeente Mook en Middelaar.
3. Initiatieven van buiten de gemeente moeten niet uitgesloten worden.
3. De nadruk ligt op lokaal eigendom. Dat kan ook door een initiatief van buiten de gemeente gestart worden. De huidige visie sluit initiatieven van buiten de gemeente dus niet uit, maar stimuleert wel lokale initiatieven en lokaal eigendom.
Indiener geeft aan de noodzaak van het opwekken van schone energie te onderstrepen. 1. Gemeenten lijken allemaal voor zichzelf te werken in plaats van de krachten te bundelen met meerdere gemeenten of met de provincie.
1. De gemeente Mook en Middelaar heeft een enorme opgave in de energieen warmtetransitie. Dat kunnen en willen we ook niet alleen oplossen. Zo werken we samen in de Regionale Energie Strategie in Noord- en Midden Limburg en stellen we onze TransitieVisie Warmte op samen met Gennep en Bergen. Maar ook Mook en Middelaar kan geen Nimby-houding hebben en zal zelf ook projecten mogelijk moeten maken, maar dan niet zo groot als in andere gemeenten.
2. Idee om geluidswallen langs snelwegen te vervangen door zonnepanelen
2. Er zijn voorbeelden van zonnepanelen langs de snelweg. In Mook en Middelaar is dat echter niet mogelijk omdat er geen snelweg door de gemeente loopt. Het idee is erg goed, maar in Mook en Middelaar niet van toepassing. 4
3. De aangegeven gebieden zijn onbespreekbaar omdat ze in prachtige natuur liggen.
3. De aangegeven gebieden zijn de gebieden die de minste fysiek ruimtelijke bezwaren kennen. Dat wil niet zeggen dat er elders geen projecten mogelijk zijn en het wil ook niet zeggen dat er in deze gebieden direct zonnevelden komen. Deze visie geeft aan waar naar gekeken zal worden als initiatieven zich melden om een project uit te voeren. Zoals te lezen is, moeten projecten aantonen dat ze landschappelijk passend zijn en dat gebieden passend ingericht zullen worden. Dat alles in goed overleg met omwonenden.
4. Er zijn nog voldoende lege daken om vol te leggen, stimuleer dat ook.
4. In Mook en Middelaar zijn veel particuliere daken al voorzien van zonnepanelen. We scoren daarin boven het Nederlandse gemiddelde. Maar uiteraard kan het altijd beter en meer. We helpen mensen graag met informatie via het loket Duurzaam Wonen + en er zijn collectieve inkoopacties via het Energiecafé Mook en Middelaar. Qua bedrijfsdaken ligt het iets anders. Er zijn bedrijven die hun dak al voorzien hebben van zonnepanelen, maar helaas blijken er ook erg veel daken ongeschikt te zijn. Dat heeft meestal te maken met de richting van het dak of de sterkte van de constructie.
3
5. Als er in weilanden zonnepanelen komen, maak gebruik van de Stichting Nederlands Cultuurlandschap, zij hebben al eerder geadviseerd bij het verantwoord aanleggen van een zonnepark.
5. Zodra er concrete initiatieven zijn om een project te realiseren, is het van het grootste belang dat er een goede vorm van participatie ingericht wordt. Zowel om mee te kunnen denken als om mee te kunnen doen. In het proces om gezamenlijk met omwonenden tot een goed plan te komen, kan het zijn dat er advies ingewonnen wordt bij een specialist.
1. Indiener vindt het een slecht idee om de Bisstelt op te offeren aan zonneparken omdat de gemeente Mook en Middelaar te weinig ruimte heeft. Hier is een bijzondere biotoop ontstaan.
1. Er is geen enkele sprake van welke vorm van opoffering dan ook. Zoals bij indiener 2, reactie 2 al is aangegeven, gaat het hier om gebieden met de minste fysiek ruimtelijke beperkingen. Veruit het grootste gebied ligt buiten de Bisselt. Er zijn nog geen concrete plannen om een zonneveld aan te leggen. Deze visie zorgt er echter wel voor dat als er plannen komen, deze op verschillende criteria beoordeeld moeten worden en dat samenspraak met omwonenden van het grootste belang is. 5
2. De aanleg van zonneparken leidt tot langdurige milieuschade
2. Dat ligt eraan hoe je een zonnepark inricht. Er moet niet voor niets onderbouwd worden hoe het park landschappelijk past en hoe het bijdraagt aan de kenmerken van de omgeving. Sterker nog, er wordt zelfs gevraagd hoie de omgeving verbeterd kan worden ten opzicht van de bestaande situatie. Langdurige milieuschade is met deze visie dus niet te verwachten.
3. In de jaren ’80 is er vastgesteld dat er niet meer gebouwd zou worden in de Bisselt, waardoor er nu veel recreatiemogelijkheden zijn.
3. Als er al projecten komen, moeten zij laten zien hoe ze bijdragen aan de omgeving. Ook in het geval van recreatie.
4.
4. De visie spreekt niet voor niets van minimaal 50% lokaal eigendom per project. Dat wil zeggen dat de inwoners/stichtingen/coöperaties/bedrijven in Mook en Middelaar er ook wat aan verdienen. In Mook en Middelaar is inmiddels ook een energiecoöperatie actief die met particulieren in de omgeving projecten wil realiseren. Op die manier is het de bedoeling dat zonneparken beperkt commercieel opgezet worden en dat we veel lokale initiatieven en (mede-)eigenaars hebben.
Zonneparken worden commercieel opgezet en grondeigenaren en exploitanten verdienen er grof geld aan.
5. Werk samen met andere gemeenten om enkele grotere projecten te realiseren
4
1. Indiener geeft aan: In eerste instantie worden maximaal 1 windproject en maximaal 3 zonneparken toegestaan. Als wij ons niet vergissen is bovenstaande geen beoordelingscriteria maar een uitgangspunt en kan je er van uitgaan dat hier al een beslissing over gevallen
5. Dat doen we binnen de Regionale Energie Strategie. Daarnaast onderzoekt Mook en Middelaar hoe zij deel kan nemen aan het Energielandgoed Wells Meer in Bergen. Samen met de gemeenten Gennep en Venray is er al een intentieverklaring ondertekend om gezamenlijk dit project mede mogelijk te maken. 1. Het is inderdaad een uitgangspunt om het aantal projecten in eerste instantie te begrenzen. Op die manier willen we alleen de beste projecten selecteren. In plaats van alles vrij te geven, hebben we strenge beoordelingscriteria en een beperkt aantal projecten. De gemeenteraad dient uiteindelijk een akkoord te geven op het al dan niet meewerken aan het project. 6
is. Dit valt dus niet onder de beoordelingscriteria, want hier is al een beslissing over genomen.
Het is onjuist dat hier al een beslissing over genomen is. De visie is een conceptvisie. Een eerste voorstel vanuit de gemeente. Daarin staat nog helemaal niets vast. Om die reden is er ook op voorhand gevraagd om te reageren. Er is pas een beslissing genomen als de gemeenteraad de visie vastgesteld heeft.
2. Waarom geen industriegebied als voorbeeld voor een zonneveld?
2. Dat was ook een optie geweest, maar industriegebieden zijn vaak al voller bebouwd. Op onze industriegebieden hopen we vooral veel zon op dak te realiseren.
3. Graag straatnamen bij kaartmateriaal
3. Het kaartmateriaal zal aangepast worden.
4. Het benoemen van kansrijke gebieden is geen beoordelingscriterium.
4. Dat is correct, maar het geeft wel aan in welke gebieden men makkelijker of moeilijker iets kan realiseren. Het is dan ook als bijlage toegevoegd en niet als criterium.
5. De kansrijke gebieden grenzen aan natuurgebieden, daarom toevoegen: een toetsing op ligging in een natuurgebied, aanwezigheid van beschermde vogels, aanwezigheid van beschermde dieren.
5. Een toets op de reeds aanwezige flora en fauna én maatregelen om negatieve effecten van het plan op de aanwezige planten en dieren tegen te gaan zijn in paragraaf 2.2.4 opgenomen.
6. Verder toevoegen: toetsing op spiegeling, brandveiligheid (vooral bij natuur), schade aan de bodem bij lekkage van zware metalen.
6. Zie 5
7. Er zou een compensatieregeling voor omwonenden bij moeten
7. Het belang van het participatieproces is in deze visie erg groot. Een van de criteria is de toegevoegde waarde voor omwonenden. Dat zou via een compensatieregeling kunnen, maar er zijn ook andere vormen denkbaar. Om die reden is compensatie niet als criterium opgenomen, maar de toegevoegde waarde voor omwonenden wel. 7
8. Het criterium ‘eigendom van het gebied’ mist.
5
8. De visie gaat vooral over ruimtelijke afwegingen en over participatie. Van wie een gebied is, is op dit moment nog minder van belang. Als de eigenaar van gebied een project wil realiseren, of wil verkopen/verpachten aan een project, dan staat men dat vrij. Eigendom kan veranderen.
Indieners maken bezwaar tegen het benoemen van Zevendal als kansrijk gebied. Daarvoor worden de volgende redenen gegeven: 1. Het past niet in de Structuurvisie, omdat daar in staat dat de openheid behouden moet worden.
1. Een vorm van duurzame energieopwekking hoeft de openheid niet per se tegen te werken. We zijn dan ook niet op zoek naar standaard zonnevelden, maar naar projecten die een bijdrage kunnen leveren aan het versterken van het karakter van het gebied. Het gebied bij Zevendal is in et kaartmateriaal aangegeven omdat daar weinig fysiek-ruimtelijke beperkingen zijn. Dat wil niet zeggen dat er geen andere bezwaren zijn.
2. Het volgt niet de Ruimtelijke Analyse. Daar staat een waarde 2 toegekend en daarmee verdient het gebied de allerhoogste bescherming.
2. Het is correct dat een waarde 2 is toegekend. Daarmee is het de hoogste waarde, gekeken naar geomorfologische en bodemkundige waarden, ensemblewaarden, landschappelijke verschijningsvorm en zeldzaamheidswaarden. Een project voor opwekking zal dus moeten bijdragen aan het versterken van die waarden. Het feit dat dit gebied weinig fysiek-ruimtelijke beperkingen heeft is niet in strijd met de Ruimtelijke Analyse. Mocht er sprake zijn van een project, dan zal dat ook aan de Ruimtelijke Analyse moeten voldoen, zoals gesteld in de voorwaarden.
3. Sluit niet aan bij buurgemeente. Gemeente Berg en Dal kwam bij het opstellen van haar visie op grootschalige opwek energie, voor het aansluitende gebied aan de oostzijde van de Zevendalsebaan tot de
3. De gemeente Mook en Middelaar kan zich vinden in de analyse van de gemeente Berg en Dal. Het is inderdaad moeilijk voorstelbaar dat een project op deze locatie aan de voorwaarden uit (ook onze) visie voldoet. Maar dat is niet hetgeen waar de kaartjes zich op richten. 8
volgende analyse. “Dit gebied heeft een hoog landschappelijke en geologische waarde en wordt op die manier ook zeer gewaardeerd door inwoner en recreant. Het is moeilijk voorstelbaar dat een initiatief kan voldoen aan de maatschappelijke en landschappelijke randvoorwaarden die de Visie stelt. Daarom zijn deze gronden niet als zoekgebied opgenomen in de Visie”. Diezelfde waarden gelden voor het Zevendal.
Het betreft geen zoekgebieden, maar gebieden waar de fysiek-ruimtelijke beperkingen het kleinste zijn. Daarnaast dient een project dus een verbetering van het gebied te realiseren, op basis van de Ruimtelijke Analyse.
4. Uitzicht en openheid aangetast. Grootschalige zonnevelden zijn ontsierend in het landschap en kunnen negatieve invloed hebben op het toerisme, maar ook zeker voor de omwonenden die hier recreëren. Indieners geven aan dat ze vrezen dat plaatsing van zonnevelden het uitzicht blokkeert en daarmee het woongenot aantast.
4. Bij deze redenatie wordt er per definitie uitgegaan van zonnevelden die de openheid blokkeren. Omdat de openheid een van de waarden van het gebied is, zal een eventueel project daar aan moeten bijdragen. Het is dan ook niet aannemelijk dat de gemeente Mook en Middelaar mee zal werken aan een plan dat de waarden van het gebied te zeer aantast. Voor creatieve projecten die bijdragen aan de waarden van het gebied (of dat nou zonnepanelen zijn of een andere vorm van energiewinning) staan we echter wel open. Maar altijd op basis van de waarden van een locatie.
5. Indieners geven als alternatief dat daken van grote gebouwen versterkt kunnen worden, dat er met een lobby naar het Rijk meer gedaan kan worden om regelgeving af te dwingen en dat er meer aandacht moet zijn voor energiebesparing.
5. Daar waar mogelijk, stimuleert de gemeente het volleggen van geschikte daken absoluut. Maar het een hoeft het ander niet uit te sluiten. Uiteraard onderzoeken we de mogelijkheden om daken verder vol te leggen met zonnepanelen, maar ondertussen willen we ook ruimte bieden voor projecten op de grond. Uiteraard is er (mede met de regio in de RES) veelvuldig contact met et Rijk om de mogelijkheden verder te onderzoeken. Qua energiebesparing zijn we volop bezig. Zo hebben we afgelopen jaar ingezet op een voucherregeling en advies van een energiecoach voor woningeigenaren. Dit zullen we ook in 2022 gaan verbreden. Tevens zullen we meer aandacht gaan geven aan isolatie van woningen.
9
6.
1. Indiener geeft aan dat zonnevelden nooit landschappelijk in te passen zijn.
1. Dat ziet de gemeente anders. Landschappelijke inpassing kan zoveel meer zijn dan alleen het verbloemen met heggen. Een project dat zich meldt, zal aan moeten tonen dat er een goed plan ligt wat daadwerkelijk landschappelijk ingepast kan worden. Een extra voorwaarde die we daarbij stellen is dat dat in overleg met omwonenden zal gebeuren.
2. Indiener geeft aan dat zonnevelden op de Bisselt landschapsvervuiling zijn.
2. Dat is afhankelijk van de wijze waarop het plan ontworpen wordt. Zoals eerder aangegeven (bij inspraakreactie 5), betreffen deze gebieden de plekken met weinig fysiek-ruimtelijke beperkingen, maar eggen ze niets over de landschapswaarden. De voorwaarden is de visie doe daar wat de gemeente betreft duidelijke uitspraken over.
3. Zonnevelden verstoren juist de biodiversiteit.
3. Ook dat is afhankelijk van de wijze waarop het plan ontworpen wordt en de stand van de bestaande biodiversiteit.
4. Er liggen ook zoekgebieden in de EHS, waar eerder andere afspraken over gemaakt zijn. Natuurontwikkeling kan niet bij zonnevelden in de EHS. 7.
Indiener mist de volgende onderwerpen in de visie: 1. Besparen
4. Afhankelijk van het type project, hoeft de EHS niet verstoord te worden. Maar gezien de grote waarden, is de kans op een geschikt project binnen de EHS klein te noemen. De visie schrijft hierover inderdaad (op pagina 9): Het bouwen binnen een gebied dat belangrijk is voor natuur(ontwikkeling), zoals de EHS, is onwenselijk, tenzij er onderbouwd kan worden hoe het project bijdraagt aan natuurontwikkeling. 1. Deze visie is gemaakt om binnenkomende plannen te kunnen toetsen. Voor het besparen van energie zet de gemeente andere instrumenten in.
2. Eerst daken volleggen, omdat niemand een zonneveld wil
2. Zie inspraakreactie 5, punt 5
3. Energiegebruik van de industrie reduceren
3. Een terecht punt, maar dat valt niet onder deze visie.
10
4. NIMBY-gedrag brengt ons niet verder 8.
De indiener heeft een aantal vragen en opmerkingen op basis van de visie. 1. Mook en Middelaar wil in 2030 energieneutraal zijn. Deze visie wacht echter af totdat initiatieven zich melden.
4. We zullen als gemeente onze verantwoordelijkheid voor de toekomst moeten dragen. Dat is niet altijd voor iedereen leuk. Wegkijken of wegschuiven is geen optie. 1. Daar waar mogelijk, stelt de gemeente zich actief op om de doelstellingen te behalen. Zo is er veel aandacht voor energiebesparing en stimuleren we inwoners om ook zelf wat te doen. Deze visie is opgesteld om een breder afwegingskader te hebben voor de verschillende projecten die zich melden. Het is dus niet zozeer afwachten, als wel voorwaarden stellen waar we verschillende initiatieven op kunnen beoordelen.
2. Wat houdt het participatiebeleid in? Waar in is dit te zien/te lezen? Hebben de omwonenden ook invloed op wat voor een installaties er komen? Is er inspraak over licht-/ geluids(over)last en komen er ook procedures indien er overlast is?
2. Het participatiebeleid hangt samen met de introductie van de Omgevingswet. Tijden het opstellen van deze visie zou dat op 1 januari 2022 zijn, inmiddels is dat 1 juli 2022. Voor die tijd dient de gemeente haar participatiebeleid vastgesteld te hebben, maar het is nu nog niet gereed. De bestaande nota burgerparticipatie zal toegevoegd worden. Deze is echter beperkt tot participatiedoor de gemeente. De participatie wordt in de realisatie van projecten zwaar meegewogen. Uiteindelijk zal dat altijd een afweging blijven van de mate van participatie en de doelstellingen van de gemeente. Overlast dient uiteraard voorkomen te worden. Daar zijn wettelijke regels en procedures voor.
3. De inspreker geeft aan dat het vlieggebied voor F16’s veel groter is dan aangegeven.
3. Het vlieggebied is uiteraard groter. De locatie waar ruimtelijke beperkingen voor bestaan zijn echter aangegeven in de kaart. Dat is ook zo met Defensie afgestemd.
4. Heeft de gemeente de kennis in huis om andere projecten dan windmolens/zonnepanelen te beoordelen op hun haalbaarheid? Krijgen deze projecten überhaupt ook een kans? Zoals waterenergie ( warmte eruit halen) gebruik maken
4. Dat is afhankelijk van het soort project. Als een project als kansrijk wordt beschouwd, maar er is niet de genoemde expertise in huis, dan kan deze ingehuurd worden. Projecten buiten zon en wind krijgen zeker een kans. Voor alternatieve warmte werken we nu aan de Transitievisie Warmte, waar ook ingegaan 11
van de stroming. Waarom wordt er in deze visie nergens gesproken over aardwarmte(voor dorp/wijk).
5. Heeft de gemeente ook een visie voor kleinere projecten?
9.
zal worden op aquathermie. Eerder is al onderzoek gedaan naar energie en warmte uit de Molenbeek en de riolering. Daar bleek echter te weinig capaciteit beschikbaar. 5. Deze visie is bedoeld voor projecten vanaf 50 zonnepanelen of 1 kleine windmolen. Projecten die daar onder liggen zijn (bijna) altijd projecten voor één huishouden of één bedrijf. Voor dit soort individuele projecten bestaat geen losse visie.
1. Indiener geeft aan dat het gebied (de Bisselt) zich slecht ontleend voor opwekprojecten. Zijn er geen andere projecten waar de gemeente aan mee kan doen (zoals in Bergen), bv aan een windmolenpark op zee?
1. Enkele gebieden in de Bisselt zijn aangemerkt als gebieden met weinig fysiek-ruimtelijke bezwaren. Dat wil niet zeggen dat deze gebieden meteen aangemerkt worden als projectgebied. In de gemeente Bergen onderzoeken we inderdaad een samenwerking bij Wells Meer. Het is echter nog maar de vraag hoeveel van dit soort kansen zich nog voor zullen doen, maar we sluiten onze ogen daar zeker niet voor. Daarnaast moeten we als gemeente ook niet wegkijken van onze verantwoordelijkheid en alleen maar onze buurgemeenten projecten laten realiseren.
2. Waarom de nadruk op zon- en windprojecten?
2. Zon- en windprojecten zijn op dit moment het meest aannemelijk om gerealiseerd te kunnen worden. Dat wil niet zeggen dat andere opties niet mogelijk zijn. Voor de Transitievisie Warmte kijken we zeker ook naar andere technieken.
3. De voorbeelden lijken een voorkeur voor zonnevelden uit te sopreken. Waarom geen warmtestation?
3. Een warmtestation is ook landschappelijk in te passen. Dat wordt zeker niet uitgesloten, al ligt hier meestal weer een andere installatie onder. De voorbeelden zijn zo gekozen dat het voor de meeste mensen het meest herkenbaar zal zijn. Op dit moment zijn dat zon- en windprojecten.
4. Er is in onze kleine gemeente geen ruimte voor grote zonneparken.
4. Deze visie richt zich op zonneparken vanaf 50 panelen. Een project als Wells Meer zal in de gemeente Mook en Middelaar inderdaad lastig worden. Mogelijke projecten in Mook en Middelaar zullen dus niet zo 12
groot worden, nationaal vergeleken. Maar we mogen als gemeente ook niet wegkijken voor onze verantwoordelijkheid en die maar wegschuiven naar buurgemeenten. Ook Mook en Middelaar moet haar best doen om toekomstbestendig te worden, in de mate die past bij een kleinere gemeente.
10.
11.
5. Indieners verwijzen naar de visie van Natuurmonumenten en ondersteunen die.
5. Ook de gemeente Mook en Middelaar is het met Natuurmonumenten eens dat je kritsich moet zijn op waar en hoe je zonneveld gaat realiseren. Natuurmonumenten geeft aan dat zonnevelden ook van meerwaarde kunnen zijn. En juist dat is waar we naar op zoek zijn: Projecten die een bijdrage leveren aan de omgeving, de natuur en de biodiversiteit.
6. Indieners geven aan dat aquathermie ook nader bestudeerd moet worden en in de visie opgenomen moet worden en meteen als kans voor Molenhoek Zuid is.
6. Aquathermie zal deels terugkomen in de Transitievise Warmte, waarin we op zoek gaan naar duurzame alternatieven voor warmte. Aquathermie vraagt echter om gebouwen die erg dichtbij liggen. Het is dus twijfelachtig of warmte uit de Mookerplas geschikt zal zijn voor Molenhoek Zuid.
1. Indieners geven aan dat er eerst zonenpanelen op daken moeten komen en dat er daarna gekeken kan worden naar zonnevelden op Startsedal, maar waarschuwt voor aantasting van het landschap zonder maasheggen.
1. De gemeente stimuleert het leggen van zonnepanelen op daken, maar beseft ook dat de geschikte capaciteit van grote daken in onze gemeente beperkt is. Daarom kijken we ook verder naar andere mogelijkheden op de grond. De opmerking over het aanleggen van maasheggen is een mooi voorbeeld van de inpassing zoals dat in de visie opgeschreven is.
2. Turbines in de Maas en aardwarmte dient verder onderzocht te worden. 1. Indiener geeft aan dat er te weinig ruchtbaarheid is gegeven aan de publicatie van de visie.
2. Een landelijk onderzoek naar aardwarmte toont aan dat er in Mook en Middelaar weinig kansen zijn voor aardwarmte. Turbines in de Maas lijken op dit moment niet haalbaar, maar wordt als techniek zeker niet uitgesloten. 1. Alle gebruikelijke gemeentelijke kanalen zijn ingezet om aan te geven dat er een reactie gegeven kon worden.
2. Indiener geeft aan dat eerst alle opties voor zon-opdak gerealiseerd moeten worden.
2. De gemeente zet ook in op zon-op-dak. Maar daarmee komen we er niet. Rijksregels houden goede ontwikkelingen op dak (energie delen) tegen waardoor het voor teveel mensen niet interessant genoeg is. Ook bestaat 13
er voor bestaande bouw geen optie tot verplichting. De gemeente is het eens met de indiener dat zon-op-dak zoveel mogelijk benut moet worden. Daar gaan we ook voor, maar realistisch gezien weten we ook dat dat niet voldoende zal zijn.
A
3. Er wordt voorbijgegaan aan eigendom van gronden.
3. Zie indiener 4, punt 8
4. Meervoudig ruimtegebruik zou eigenlijk vooral toegepast moeten worden in de bebouwde omgeving, maar die wordt uitgesloten.
4. Deze visie sluit (behalve Natura2000) geen enkel gebied uit. Er is wel gekeken naar de plekken waar de minste fysiek-ruimtelijke beperkingen zijn. Een windmolen in de bebouwde kom is bijvoorbeeld niet wenselijk. Maar het voorbeeld van een overdekte parkeerplaats juist weer wel. Het kaartje geeft dan ook aan dat een zonneweide voor een enkele functie niet kan.
5. ‘Schade, overlast en nadelige effecten’ zou een los criterium moeten zijn, vergezeld van een taxatie voor eventuele waardedaling van woningen.
5. Deze zaken hangen samen met de exacte locatie. In dit punt staat ook niet oor niets dat aangegeven moet worden hoe dit geminimaliseerd dient te worden. Het past dan ook onder dit criterium. Een taxatie is in deze visie niet op zijn plek, maar kan deel uitmaken van een concreet project.
6. Voor projecten in natuurgebieden moet meer aandacht zijn voor brandveiligheid, Wettelijke eisen zijn dan wellicht niet genoeg.
6. Een terecht punt, het thema brandveiligheid is toegevoegd aan paragraaf 2.2.3
7. Als er natuur opgeofferd wordt voor een project, dan moet er ook iets bij over het rendement aan energie wat geleverd wordt.
7. Van opoffering van natuur is geen sprake. Projecten moeten juist bijdragen aan natuurontwikkeling en versterken van het landschap. Uiteraard dienen projecten wel voldoende energie te leveren.
1. Indieners doen een aantal suggesties voor tekstuele en layoutverbeteringen.
1. Daar waar nodig en terecht zullen de suggesties verwerkt worden, maar die worden hier verder niet los besproken.
14
B
2. Het realiseren van zon-op-dak mag wat positiever ingestoken worden. Er moet ook een goed plan voor komen, wat het is lastig uit te leggen dat er landbouwgrond ingezet gaat worden zonder dat er een goed plan is voor alle daken.
2. Het is niet of-of, maar en-en. Het volleggen van geschikte daken zou eigenlijk een no-brainer moeten zijn. De invloed van de gemeente is echter beperkt. Uiteraard stimuleren we bedrijven en particulieren om geschikte daken te voorzien van zonnepanelen.
3. De gemeente zou meer kunnen doen om zon-op-dak te stimuleren, zoals een gedifferentieerd ozb-tarief.
3. Het differentiëren in OZB-tarieven zou een financiële prikkel voor gebouweigenaren kunnen zijn om verdere maatregelen te nemen. Er zitten echter ook grote nadelen aan een dergelijke constructie, zoals het bevorderen van hogere huurprijzen en energiearmoede. Die effecten zouden uiteraard onwenselijk zijn. Daarnaast zijn er twijfels over de juridische mogelijkheden. Om die redenen is hier verder nog geen onderzoek naar gedaan.
4. De totale hoeveelheid aan ha zonnepanelen is veel lager dan in de visie beschreven wordt.
4. De berekening van de indieners gaat uit van 3000 panelen per hectare. Gezien de wensen voor dubbel ruimtegebruik en landschappelijke inpassing, is er voor deze visie gerekend met 2000 panelen per hectare.
5. De totale energiebehoefte laat mensen schrikken, terwijl er in de toekomst door nieuwe technieken en besparingen veel minder nodig is.
5. Hoe minder energie er nodig is, hoe beter. Maar voor deze berekeningen is gerekend met de huidige situatie. Dat laat juist het belang van besparing zien.
1. Over het algemeen vindt de indiener te gemeente te afwachtend en zou het zelf meer projecten moeten initiëren, vooral waar het zon op dak betreft. Verder geeft de indiener aan dat de rol van besparing ontbreekt.
1. Het jaar 2021 is voor de gemeente Mook en Middelaar een tussenjaar. Met het vaststellen van de Regionale Energie Strategie, de transitievisie Warmt en deze visie op duurzame opweklocaties, worden enkele (boven)lokale visies afgerond. Mede op basis van deze visies zal de gemeente een langjarig programma opzetten om scherpere ambities en doelstellingen te formuleren, waarbij de rol van de gemeente duidelijk belicht zal worden. Deze visie is er dan ook op gericht om initiatieven te kunnen beoordelen, of deze nou geïnitieerd worden door de gemeente of door anderen. De rol van besparing ontbreekt omdat deze visie over opwek gaat.
15
2. De indiener van de reactie stelt enkele vragen bij de participatie van de gemeente in het project Wells Meer en dat de gemeente stelt dat deelname al ‘in the pocket’ is.
2. Op dit moment is nog niet op alle vragen een antwoord te geven. De gemeente Mook en Middelaar heeft een intentieovereenkomst ondertekend. Daarmee hebben we aangegeven dat participatie nader willen onderzoeken. Dat zullen we de komende tijd gaan doen, waarbij er uiteraard aandacht is voor allerlei bezwaren die er ook aan participatie hangen. De opmerking dat deelname al vaststaat herkennen wij niet. Zoals hierboven aangegeven is het nog lang niet zover.
3. Indiener doet enkele tekstuele voorstellen om de tekst duidelijker te maken.
3. Deze zullen deels overgenomen worden.
4. Indiener geeft aan dat paragraaf 1.2 verdere verheldering moet hebben waar deze visie over gaat en dat er meer helderheid moet komen over de genoemde getallen.
4. Doel van paragraaf 1.2 is om aan te geven dat we als gemeente niet achterover kunnen leunen en niets doen. Met deze paragraaf laten we zien hoe groot de opgave is. Daarbij wordt duidelijk aangegeven dat opwek niet alleen lokaal, maar ook regionaal moet gebeuren en dat eventuele besparing hier niet in zit. De genoemde 272TJ is de opgave die er nu ligt, waarbij voor de hand liggende kansen al van het totaal afgetrokken zijn. Nieuwe kansen en nieuwe projecten veranderen die situatie voortdurend. Binnen het nog op te stellen programma zal hiervoor ook de monitoring geregeld moeten worden.
5. “Na een positief raadsbesluit”… Wordt hier bedoeld dat als een aangemeld project aan de kaders van deze visie voldoet onvoorwaardelijk de gemeente het bestemmingsplan aanpast en de vergunning verleent zonder de daarbij behorende toetsingen uit te voeren?
5. Nee, juist niet. Er staat dat de uiteindelijke beslissing en beoordeling bij de gemeenteraad komt te liggen. Alle daarbij behorende toetsing dient uitgevoerd te worden zodat de gemeenteraad een gegrond besluit kan nemen.
6. Indiener geeft aan dat de gemeente voorzichtig moet zijn met het op voorhand uitsluiten van locaties of projecten.
6. Dat is een terechte opmerking en exact het idee achter deze kaders. Door niet op voorhand harde eisen te formuleren, sluiten we nog niets helemaal uit. Daarmee zou je zomaar goede kansen kunnen missen. Toch
16
7. Moet ‘Klimaatbestendig’ niet ook een onderdeel zijn? De term ‘klimaatbestendig’ is veelomvattend. Of is het een technisch aspect en is het standaard in de toepassing van de Omgevingswet?
8. “Zichtbare en concrete meerwaarde gaat boven bijdragen aan fonds”: deze zin is weinig concreet, behoeft verheldering van wat bedoeld wordt.
is de kans dat de gemeente bereid is mee te werken aan het verwijderen van bosgebied voor energiewinning min of meer uitgesloten. 7. Een voorwaarde als ‘klimaatbestendig’ is inderdaad erg breed. Als het de bouwwijze betreft, dan zal de initiatiefnemer inderdaad aan technische aspecten moeten voldoen. Verder heeft de gemeente nog geen aanvullende regels over klimaatbestendig bouwen. De Omgevingswet zal naar huidige inzichten op 1 juli 2022 ingevoerd worden. Het is op dit moment nog niet duidelijk welke toepassing van regels er in Mook en Middelaar zal spelen. 8. Het storten van geld in een fonds kan zorgen voor een belangrijke bijdrage aan andere projecten en daarmee een maatschappelijke meerwaarde zijn. Toch is het een vorm van ‘afkopen’, waarbij de meerwaarde niet direct in de omgeving zichtbaar is. Daarom geven we met deze zin aan dat we liever meerwaarde genereren die direct zichtbaar is of op voorhand concreter is dan geld in een pot storten om andere projecten mee te financieren.
9. Wanneer komt het participatiebeleid tot stand en waar is dat te vinden?
9. De gemeente heeft een nota burgerparticipatie, opgesteld in 2016. Deze zal toegevoegd worden. Deze nota gaat uit van inspraak voor inwoners bij initiatieven van de gemeente. In het kader van de Omgevingswet zal er vernieuwd participatiebeleid vastgesteld moeten worden, waarbij ook initiatiefnemers verplicht kunnen worden tot participatie. Dat besluit is echter nog niet genomen. Toch is participatie dusdanig belangrijk dat wij er hier extra aandacht voor vragen.
10. Moet er bij participatie niet ook getoetst worden op draagvlak en draagkracht? Daarnaast geeft indiener enkele suggesties voor de invulling van financiële participatie.
10. Door vroegtijdig participatieprocessen te starten, hopen we een groot draagvlak voor plannen te realiseren. Een extra toets daarop is lastig, want waar ligt exact de grens? Daarnaast is het de gemeenteraad die de uiteindelijke afweging maakt, waarbij draagvlak vaak een thema is wat naar voren komt. Toch moeten er ook besluiten in het algemeen belang
17
genomen worden, waarbij het mogelijk is dat er beperkt draagvlak bij direct betrokkenen is. De toets op draagkracht lijkt niet nodig. We hebben de eis opgenomen om per project minimaal 50% lokaal eigendom te realiseren. Als daar niet aan voldaan kan worden, is de kans op realisatie van het project uiteraard ook klein. We willen in ieder geval niet dat een grote partij van (ver) buiten de regio de winsten kan opstrijken van de projecten die in onze gemeente gerealiseerd worden, ook al hebben zij wellicht meer draagkracht. De suggesties voor financiële participatie zullen zeker de beoordeling van projecten terugkomen.
18