Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 1 Inrichtings- en beplantingsplan
Tekst van het document
Lambertusweg 15 Middelaar | Gemeente Mook en Middelaar Inrichtingsplan en beplantingsplan - oktober 2023
Project Inrichtingsplan en beplantingsplan Lambertusweg 15 Middelaar Gemeente Mook en Middelaar Projectnummer: 43.30.02
Initiatiefnemer Mooij Forwarding & Logistics BV Ovenberg 29 6596 DP Milsbeek
Opsteller Buro SRO Sweerts de Landasstraat 50 6814 DG Arnhem Contactpersoon: Lars Schothuis T (026) 35 23 125 E lars.schothuis@buro-sro.nl
Datum Oktober 2023
2
Inhoud Huidige situatie en context
6
Beeldkwaliteit
22
Bebouwing
8
Centraal erf met groepsaccomodatie, bedrijfswoning en faciliteiten
22
Beplanting
10
Trekkershutten
24
Reliëf
11
Kwaliteitsbijdrage LKM
26
Kwantificeren kwaliteitsverbetering
26
Bestaand beleid
12
Structuurvisie Mookerplas en omgeving
12
Bestaand rood en grijs
26
Kwaliteitsmenu Mookerplas en omgeving
13
Nieuw rood en grijs
27
Landschapsontwikkelingsplan (LOP)
14
Nieuw groen
27
Gemeente Mook en Middelaar en gemeente Gennep
14
Voorwaardelijk verplicht
28
Ambities versus maatregelen
30
Concept
15
Schetsontwerp
16
3
4
Inleiding Aan de Lambertusweg 15 in Middelaar bevindt zich een erf met voormalig agrarische bebouwing. De initiatiefnemer is van plan om de locatie aan de Lambertusweg 15 in Middelaar te herontwikkelen tot een verblijfsrecreatieve voorziening met een groepsaccommodatie, trekkershutten en natuurkampeerplaatsen. De ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast en in het kader van het Limburgs Kwaliteitsmenu worden aanvullende kwaliteitsverbeterende maatregelen getroffen op het perceel. In dit rapport staat een analyse van de bestaande situatie, vigerend beleid voor de locatie en het plan voor de landschappelijke inpassing en de kwaliteitsbijdrage uit het LKM die daaruit is voortgekomen.
5
Huidige situatie en context De locatie is gelegen in het Maasdal nabij de Mookerplas op de terrasvlakte van de stuwwal naar de Maas. Dit gebied kenmerkt zich door stroomgeulen en rivierduinen die gevormd zijn door oude rivierlopen van de Maas. De Lambertusweg, in het verlengde van de Elzenstraat gelegen, is een uitloper van de bebouwingsconcentratie Katerbosch en Heikant die (net als de bebouwingsconcentraties zelf) gelegen is op zo’n rivierduin. Opvallend is de verkavelingsstructuur die kleinschaliger is op de hogere delen. Bijzonder is de ligging van de locatie op het ‘einde’ van de rivierduin. Omdat het hier een waterbergingsgebied betreft is het erf duidelijk verhoogd gelegen ten opzichte van de directe omgeving om vrij van hoog water te zijn. Ligging van de locatie tussen de stuwwal en de Maas
Hoogteverschil van erf met de Lambertusweg 6
AHN met duidelijke aftekening van stroomgeulen en -ruggen
Ingezoomd op het plangebied zien we dat de locatie is gelegen in een landschappelijke kamer die wordt gevormd door verschillende elementen. Aan de oostzijde door een strook opgaande beplanting. Aan de noordzijde door de laanbeplanting langs de Brigidaweg en aan de westzijde door de dijk met daarachter het silhouette van de kerk van Cuijk. Richting het zuiden is er een open zicht op het reliëfrijke landschap en tekent zich duidelijk de stroomgeul af die op het diepste punt wordt geaccentueerd door een greppel. Deze heeft in de huidige situatie geen ontwaterende functie meer, maar is vanuit cultuurhistorisch oogpunt wel van waarde voor de occupatiegeschiedenis van het gebied. Landschappelijk kader gevormd door verschillende elementen
‘Einde’ stroomrug op Brigidaweg welke met eikenlaan is verbonden met de dijk
Greppel als markering van laagste punt in stroomgeul 7
Bebouwing Het erf bestaat uit agrarische bedrijfsbebouwing in vervallen toestand. Evenwijdig aan de straat staat het hoofdgebouw met daarin de voormalige woning en aangebouwde stallen. De overige bebouwing bestaat uit stallen en kapschuren. Het erf is verhard met beton- en asfaltverharding. Onder enkele stallen bevindt zich ook een gierkelder. Alle bebouwing zal (ook gezien de staat van de gebouwen) worden gesloopt.
1. voormalige woning met stal (hoofdgebouw)
2 3 1
4 5
Te behouden beplanting
8
2. kapschuur noord
3. stal
Beton en asfaltverharding
4. kapschuur zuid 9
Beplanting De bestaande beplanting bestaat uit een (onderbroken) carré van bomen op het opgehoogde deel rond de bebouwing. Aan de voorzijde staat een meidoornhaag die behoudenswaardig is. De bomen zijn over het algemeen in goede staat en dienen te blijven behouden. De haag heeft her en der wat slechte plekken en kan worden aangevuld. Aan de noordwestzijde grenzend aan het plangebied staat langs de Brigidaweg een enkelzijdige eikenlaan.
Onderbroken carré van Essen en Lindes
Te behouden beplanting
10
Meidoornhaag aan de straatzijde
Reliëf Bijzonder aan het terrein is de verhoogde ligging die met name kijkend haaks op de richting van de stroomrug goed te zien is. Met recente vergraving op het terrein is er een wat gebiedsvreemde vorm aan de zuidwestzijde van het verhoogde terrein gemaakt. Hoewel deze vorm op de hoogtekaart duidelijk zichtbaar is, valt deze vanuit de omgeving niet direct op.
Verhoogde ligging gezien vanaf de Katerbosseweg
NAP +10.0 NAP +11.5
NAP +11.0 NAP +9.2 NAP +8.7
Verhoogde ligging gezien vanaf de Brigidaweg
Niet meer aanwezig
Bestaande hoogteverschil
11
Bestaand beleid Voor de herontwikkelingsopgave van het perceel Lambertusweg 15 zijn een aantal beleidsstukken van belang:
Structuurvisie Mookerplas en omgeving Op 19 november 2009 heeft de gemeenteraad van Mook en Middelaar de ‘Structuurvisie Mookerplas en omgeving’ vastgesteld. Met het vaststellen van de structuurvisie zijn de ontwikkelingsrichtingen voor de kernen Middelaar, Plasmolen en de omgeving van de Mookerplas vastgelegd. Bijgevoegd een uitsnede van de visiekaart met rood omcirkeld het plangebied. Op
basis
van
de
structuurvisie
gelden
de
volgende
algemene
uitgangspunten: • Het lint Elzenstraat is bedoeld voor een menging van de functies agrarisch, wonen en recreatie • Een recreatieve hotspot (economisch) realiseren • Bestaande groenstructuur behouden en versterken • Beter en veiliger ontsluiten van het buitengebied voor langzaam verkeer.
uitsnede visiekaart
12
Kwaliteitsmenu Mookerplas en omgeving
A. Duurzame laanbeplanting
Het Kwaliteitsmenu Mookerplas en omgeving (vastgesteld op 25 januari
B. Herstel en ontwikkelen Maasheggen C. Realiseren recreatieve routes
2012) is een aanvulling op de Structuurvisie Mookerplas en omgeving,
D. Herstel en aanleg kleine landschaps elementen en erfbeplanting
en schept meer duidelijkheid over de manier waarop de uitvoering
E. Ontwikkeling Molenbeek F. Ontwikkeling groene dorpsranden
gestalte krijgt en over de wijze waarop het Limburgs Kwaliteitsmenu wordt
G. Ontwikkeling dal van de Tochtgraaf
toegepast. De algemene lijn is dat de toepassing van het Kwaliteitsmenu een bijdrage moet leveren aan de verbetering van de bestaande ruimtelijke en functionele omgevingskwaliteit, zonder dat de ‘economische’ dynamiek onnodig in de weg wordt gestaan. Met de voorgenomen ontwikkeling valt het initiatief onder module 2: ‘Gebiedseigen recreatie en toerisme’. De locatie is gelegen in deelgebied D: Herstel en aanleg van kleine landschapselementen en erfbeplanting. Ambities hiervoor zijn: Herstel en aanleg van waardevolle wegbermen, slootkanten, kruidenrijke perceelranden/akkerranden, houtwallen, singels, hagen, knotbomen, poelen en bosjes. Zoveel mogelijk wordt hierbij aangehaakt op nader te ontwikkelen uitvoeringsplannen. Het herstel en aanleg kleine
8
Kaartbeeld kwaliteitsmenu Mookerplas en omgeving
landschapselementen en erfbeplanting dient: - ter verrijking van de natuurwaarden van het cultuurlandschap;
Als richtlijn voor de omvang van de groencompensatie kan hier een
- als leefgebied voor kleine zoogdieren, struweelvogels, amfibieën,
verhouding 1 : 5 worden aangehouden. Inclusief de inpassing levert de
reptielen en insecten;
ontwikkeling ca. 5 keer zoveel groen op als nieuw rood en grijs.
- ter ondersteuning van de migratiemogelijkheden van diverse diersoorten; - te zorgen voor een kwalitatief mooier landschap dat meer gelegenheid biedt voor recreatie. 13
Landschapsontwikkelingsplan (LOP) Gemeente Mook en Middelaar en gemeente Gennep Het Landschapsontwikkelingsplan is een belangrijk hulpmiddel van de gemeente voor het garanderen en verbeteren van de kwaliteit van het landschap. Op basis van het landschapsontwikkelingsplan is de locatie gelegen in het deelgebied ‘overgangszone’. Dit is de zone tussen de stuwwal en de Maasuiterwaarden. Voor het gebied met de oranje aanduiding op visiekaart gelden de volgende eisen: • De locatie ligt nabij een markante aardkundige overgang (oranje aanduiding op de visiekaart). Hier dient het kenmerkende open karakter van het gebied tussen Mook en Plasmolen behouden te blijven, zodat zicht op de stuwwal, het Maasdal en de Mookerplas niet wordt aangetast. • Op de erven wordt de bebouwing gedeeltelijk aan het zicht onttrokken door robuuste singels en hagen • De visiekaart geeft aan dat in het plangebied een kleine individuele rivierduin aanwezig is. Hier was sprake van een in de jaren 60 door mensen aangelegd dijklichaam dat diende als toegangsweg van de Lambertusweg 15 tot het verderop gelegen agrarisch perceel. De verhoging is recent afgegraven. Wel is het opgehoogde erf van de planlocatie duidelijk zichtbaar.
14
uitsnede visiekaart LOP
Concept Het stedenbouwkundig concept van de nieuwe situatie sluit aan op de
Dit is in het plan als volgt vertaald:
karakteristieken van het bestaande bebouwingslint langs de Elzenstraat
• Clustering van bebouwing op hoger gelegen grond, georiënteerd op en
/ Lambertusweg dat relatief besloten is. Door een afwisseling van
ontsloten vanaf de Lambertusweg;
bebouwing en landschapselementen met af en toe doorzichten naar het
• Opzet kent gelijkenissen met de opzet van een agrarisch erf:
open achterland is een gevarieerd beeld ontstaan. Opvallend is daarbij de
- Representatief en formeel ingericht deel van het erf aan de straat
combinatie van duidelijke erven (oranje) als clustering van grootschaliger
met daarin de groepsaccommodaties in hoofdbouwmassa’s. Dit
bebouwing naast kleinschaliger en meer solitair gelegen woningen (rood).
gebied wordt gemarkeerd door het carré van bestaande bomen;
Op de erven is er veelal sprake van een tweedeling in een representatief
- In de overige delen van het erf staan de trekkershutten in een
bewoond deel aan de straat met daarop de hoofdbebouwing en een
informele natuurlijke inrichting als onderdeel van de landschappelijke
bedrijfsmatig deel met bijgebouwen.
inpassing. Deze heeft een besloten karakter als groene overgang naar het landschap maar biedt wel fraaie doorzichten naar de omgeving.
Lint van erven met gelusterde bebouwing afgewisseld met solitair gelegen woningen Inzet: Elzenstraat 18-20, erfopzet met representatief en bedrijfsmatig deel
Planconcept
15
Schetsontwerp Ankerpunt in het ontwerp is het hoofdgebouw met daarin de bedrijfswoning
bestaat hier uit gebiedseigen struik- en boomsoorten die varieert in
en groepaccommodaties. Deze is, net als het bestaande hoofdgebouw
hoogte. De buitenste rand is tenminste 5m breed. Hierdoor is er (ook
prominent aan de straat gelegen en is ook qua omvang, vorm en massa
tijdens benodigd beheer) altijd voldoende buffer om een groen beeld te
vergelijkbaar. Daar achter wordt een schuurvormig volume gebouwd waarin
behouden. De inrichting is hier eenvoudig en natuurlijk en bestaat uit een
eveneens groepsaccommodaties en de gemeenschappelijke faciliteiten
kruidenrijke vegetatie (t.b.v. insecten) en uitgemaaide / halfverharde paden.
worden gehuisvest. Deze is duidelijk met het hoofdgebouw verbonden door
Op het laagste punt (zuidwestzijde) wordt de bestaande greppel hersteld tot
een centraal erf. Dit vormt het kloppende hart van het erf waaraan ook de
waterbergende sloot met natuurvriendelijke oever die als ware het een poel
entree en de parkeerplaats zijn gelegen. Het geheel wordt gemarkeerd
een leefgebied is voor diverse amfibiën. Aan de zuidoostzijde blijft het zicht
door het (deels bestaande) carré van bomen.
vanaf de Lambertusweg op het open landschap behouden door de aanleg
De trekkershutten en natuurkampeerplaatsen zijn gelegen in een meer
van een bloemenweide (de beoogde kruidenrijke akkerranden uit het
natuurlijke en besloten setting waarbij doorzichten wel zorgen voor contact
ambitiedocument). Aan de zuidwestzijde hiervan wordt een vrijgroeiende
met het omliggende gebied, maar de trekkershutten (jaarrond) geen
haag gerealiseerd voor struweelvogels. De fruitboomgaard die hier wordt
storende rol hebben in het beeld. De weelderig groeiende beplanting
gerealiseerd biedt naast een fraaie aanblik ook ruimte voor aanvullend parkeren.
16
1. Bedrijfswoning 2. Groepsaccommodatie + faciliteiten 3. Entree en gemeenschappelijk erf
12
4. Parkeerplaats 5. Aanvullend parkeren in boomgaard
7
6. Behoud van bestaande inrit 7. Trekkershutten (7 x 7) 6
8. Natuurkampeerplaatsen 9. Carré van bomen rond erf en herstel bestaande meidoornhaag
11 3 14
4
10. Groene omlijsting trekkershutten >5m
9
11. Natuurlijk groen rond trekkershutten
2
12. Bestaande eikenlaan
10 2
13. Kruidenrijke vegetatie met solitaire bomen
1
14. Plasdraszone voor amfibien en berging hemelwater 15. Vrijgroeiende haag 5
8
13 15
17
De inrichting van de buitenruimte ondersteunt deze opzet. Met verschillende maatregelen wordt daarmee op gebied van landschap, cultuurhistorie, natuur en recreatie meerwaarde gecreëerd. De belangrijkste maatregelen voor de inrichting van het terrein zijn:
Behouden en versterken van verhoogde ligging door het zicht op de taluds te behouden
Markering van de hoofdbebouwing door erfbeplanting
Dit is een verwijzing naar de tijd waarin
de randen van het erf aan te vullen wordt
het gebied nog onder invloed stond van
de begrenzing en ruimtelijke indeling
hoog water. Het markeert daarbij de
versterkt en het zwaartepunt van het erf
ligging aan het uiteinde en lager gelegen
gemarkeerd.
Door het carré van bestaande bomen aan
deel van de zandrug.
Duidelijk verhoogde ligging van het erf accentueren
18
Behoud en aanvullen van carré van bomen
Informele groene invulling van het ‘bedrijfsmatige’ erf
Behoud van bestaande eikenlaan langs Brigidaweg
De buitenruimte rond de trekkershutten
De
laan
is
wordt natuurlijker en meer besloten.
van
de
verbindingsweg
Door een brede strook van struweel met
Lambertusweg met de dijk. Behoud van
struik- en boomvormers van gebiedseigen
deze landschappelijke lijn spreekt dan
soorten
trekkershutten
ook voor zich. Het vormt een dankbaar
ingepast maar wordt ook een bijdrage
element om het erf met het landschap te
geleverd aan de biodiversiteit.
verankeren.
worden
de
Gevarieerde groene omlijsting van het deel met de trekkershutten met gebiedseigen struiken en bomen
een
fraaie
begeleiding tussen
de
Bestaande eikenlaan langs Brigidaweg
19
Herstel van de watergang
Realiseren van kruidenrijke vegetatie
Door de greppel aan de zuidwestzijde
Op de stroomrug nabij de Lambertusweg
van
herstellen
zijn kansen om op de schralere zandgrond
ontstaan er kansen voor natte natuur
een kruidenrijke vegetatie te ontwikkelen.
en hemelwateropvang. Ter plaatse van
Aangevuld
verbredingen kan meer diepte worden
wordt hier een waardevolle bijenweide
gerealiseerd. Door met een drempel of
gecreëerd.
het
plangebied
te
met
enkele
drachtbomen
boeren stuw water vast te houden worden kansen voor permanent water vergroot.
Herstel van de voormalige watergang met natte natuur en hemelwateropvang
20
Kruidenrijke vegetatie met enkele solitaire bomen
Informeel parkeren verharding
met
open
Overloop parkeren Omdat de meeste bezoekers per fiets
De parkeerplaats wordt ingericht als een
zullen komen, wordt wel voorzien in
parkeerweide waardoor er (met open
voldoende parkeergelegenheid voor de
verharding bijv. grasbetontegels) zo min
gestelde parkeernorm, maar wordt een
mogelijk verharding wordt toegevoegd.
deel van de parkeerplaatsen gesitueerd in
Wanneer er niet wordt geparkeerd kan
de boomgaard. Hier kan op (verstevigd)
de ruimte ook worden gebruikt voor
gras worden geparkeerd.
activiteiten.
Beoogde beeld voor de parkeerplaatsen op het erfdeel met een halfverharde rijbaan en parkeerstroken in gras
Parkeren in de boomgaard voorziet in aanvullende parkeergelegenheid
21
Beeldkwaliteit Voor de nieuwe bebouwing wordt een landelijke sfeer beoogd. Dit sluit goed aan bij de voormalige agrarische functie en de bebouwing in de omgeving. Dit betekend het gebruik van natuurlijke materialen zoals baksteen, keramische (ongeglazuurde) pannen, hout en gebruik van uitsluitend onverzadigde kleuren.
Centraal erf met groepsaccomodatie, bedrijfswoning en faciliteiten De bebouwing rond het centrale erf bestaat uit twee schuurvormige volumes met duidelijke kap, waarbij in het gebouw aan de straat ook de bedrijfswoning is gelegen. Deze verbijzondert zich door een draaiing van de kap haaks op de straat, een (subtiel) hogere goot en een hogere mate van detaillering. Dit ‘woonhuis’ is gelegen aan de zijde die zich het meest prominent naar de weg presenteert. Het gebouw daarachter is soberder en heeft met het eenvoudige volume meer weg van een schuur maar is duidelijk verwant. Zowel historiserende als eigentijdse interpretaties zijn mogelijk. De hoogte bedraagt maximaal anderhalve bouwlaag met kap, waarbij het ‘woonhuis’ 2 lagen met kap kan zijn. De kapvorm bestaat uit een zadeldak. Dakvlakken dienen als geheel herkenbaar te zijn: uitsparingen en opbouwen
Metselwerk in baksteen met onderling verwantschap of gevels met hout
dienen zoveel mogelijk te worden beperkt. De dakhelling bedraagt
bekleed (horizontaal of verticaal) zijn passend in de agrarische sfeer.
niet minder dan 40 graden en niet meer dan 65 graden. Pannendak in
evenals karakteristieke landelijke elementen als staldeuren.
matte grijstint uitvoeren vergelijkbaar met de bestaande bebouwing.
De verharding van de inrit en het erf wordtuitgevoerd in gebakken klinkers
Eventuele zonnepanelen dienen zoveel mogelijk in het dakvlak te worden
en draagt zo bij aan het landelijke karakter van het erf.
geïntegreerd om een zo rustig mogelijk beeld te realiseren. Bij voorkeur geringe overstekken bij daken toepassen gezien de schuurarchitectuur. Een overkapte buitenplaats door een verlengde kap is wel denkbaar. 22
23
Trekkershutten De trekkershutten hebben een rustig architectuurbeeld en een ingetogen uitstraling. De eenvoudige volumes staan ‘gestrooid’ tussen de natuurlijke bosschages en zijn duidelijk onderling verwant. Hier wordt een meer eigentijds en simplistisch architectuurbeeld beoogd. De hoogte bedraagt 1 bouwlaag eventueel gedekt met een beperkte kap, De dakhelling bedraagt maximaal 45 en wordt bij voorkeur uitgevoerd in de zelfde kleur / materiaal als de gevels. Een a-symmetrische kap is hier ook voorstelbaar. Zonnepanelen zijn hier gezien het beperkte dakoppervlak niet gewenst. Overstekken zijn hier goed voorstelbaar om overkapte buitenruimte te creëren. De gevels bestaan uit hout, cortenstaal of kunststof met een aardse kleuren (bruin- of grijstint). Metselwerk of oranje keramische pannen zijn hier niet passend.
24
25
Kwaliteitsbijdrage LKM Kwantificeren kwaliteitsverbetering
Bestaand rood en grijs
De groene inrichtingseementen uit het schetsontwerp zijn vertaald naar een
Zowel de schuren als de bedrijfswoning op het perceel zullen
concreet beplantingsplan. Dit beplantingsplan omvat behoud en aanleg
gesloopt
van groen in verband met de landschappelijke inpassing en daarnaast
m² aan bebouwing gesloopt worden. De verharding (asfalt en
groen dat aangemerkt wordt als kwaliteitsverbetering in het kader van het
betonverharding) op het perceel zal eveneens geheel verwijderd worden.
Limburgs kwaliteitsmenu (kwaliteitsgroen). Al is deze scheiding niet zo hard.
Het gaat om ca. 820 m² verharding.
worden.
In
totaal
zal
een
oppervlak
van
ca.
1.225
In totaal is er in de bestaande situatie dus 2.045m² rood en grijs aanwezig De omvang van de te behalen kwaliteitsverbetering wordt in het LKM
wat zal worden verwijderd.
gekwantificeerd. Als vuistregel is daarin opgenomen dat er (buiten de onderdelen voor de landschappelijke inpassing) 5x zoveel nieuw groen moet worden gerealiseerd als nieuw rood en grijs. In de volgende afbeeldingen wordt inzichtelijk gemaakt wat dit betekend voor de kwaliteitsbijdrage die wordt verlangt voor deze locatie en hoe daar invulling aan wordt gegeven.
Te verwijderen bebouwing en verharding
26
Nieuw rood en grijs
Nieuw groen
In de nieuwe situatie wordt ca. 2.560m² rood en grijs gerealiseerd. De
‘Nieuw groen’ is verweven in het plan. Passend bij de functie of het beoogde
bebouwing bestaat uit groepaccomodaties (680m²) en 17 trekkershutten
beeld zijn kleinschalige landschapselementen uit het ambitiedocument
(17 x 50m² = 850m²). De verharding van het erf (620m²) wordt uitgevoerd in
van de gemeente toegepast. Deze landschapselementen bestaan uit
gebakken klinkers en de parkeerplaats (410m²) krijgt een open verharding
geschoren hagen, vrijgroeiende hagen, struweel, bomenrijen, solitaire
van bijvoorbeeld grasbetontegels of kunststof honingraatmatten die de
bomen, hoogstamfruitbomen, kruidenrijke vegetatie en een plasdraszone
grond voldoende verstevigd en een groen beeld geven.
als leefgebied voor amfibien en hemelwateropvang. In de nieuwe situatie is
Volgens de berekening uit het LKM dient er in de nieuwe situatie 2.560m²
er circa: 450m geschoren haag, 130m vrijgroeiende haag, 26 bestaande
x 5 = 12.800m² groen aanwezig te zijn.
en 78 nieuwe bomen, 3.800m² struweel, 700m² plasdraszone en 5.000m² kruidenrijke vegetatie. Dit komt neer op ca. 10.080m² nieuw groen. Deze elementen zijn in het beplantingsplan nader uitgewerkt. Rond de trekkershutten wordt nog eens 4.200m² kruidenrijke vegetatie beoogd, maar omdat dit gebruiksgroen betreft wordt dit niet in de berekening meegenomen.
Struweel Kruidenrijke vegetatie Plasdraszone
3.800m²
700m² 5.000m²
Nieuw rood en grijs
Nieuw groen in het kader van de kwaliteitsbijdrage LKM
27
H
A
F D C
B A
H
I
C
Voorwaardelijk verplicht De onderdelen op deze tekening zullen middels een voorwaardelijke verplichting worden opgenomen in het bestemmingsplan. Exacte locatie van de bomen en het struweel rond de trekkershutten is
G
E
afhankelijk van het uiteindelijke aantal en de exacte locatie. Doel is wel om het hier geschetste beeld te realiseren maar de initiatiefnemer de vrijheid te bieden in de precieze invulling van het terrein. Uitgangspunt voor de groene invulling is een groene rand met enkele doorzichten en groene uitlopers naar het binnenterrein.
28
Legenda Groen voorwaardelijk verplicht Type A. Bestaande bomen behouden
Maatvoering en aantal
Soort
25 stuks
-
Beheer
Oppervlakte 25 stuks
Overig
B. Aanvullen carré met bomen
12 stuks, minimaal 16-18 cm
Aansluiten bij bestaande soorten: Linde, Gewone es
Planten met boompaal en begeleidende snoei
12 stuks
C. Solitaire bomen
51 stuks, minimaal 10-12 cm
Gebiedseigen soorten: Knotwilg, Ruwe berk, Iep, Es, Veldsedoorn, Lijsterbes, Eik, Els, Haagbeuk
Planten met boompaal en begeleidende snoei
51 stuks
D. Hoogstamfruitbomen
8 stuks, minimaal 10 - 12
Hoogstamfruitbomen: Appel, Kers, Peer, Pruim, Noot, Mispel
Planten met boompaal en begeleidende snoei
8 stuks
E. Struweel met struik- en boomvormers
2 stuks / m², 40-80 cm
Gebiedseigen soorten: Liguster (20%), Meidoorn (15%), Wegedoorn (10%), Hondsroos (5%), Hazelaar (5%), Kardinaalsmuts (10%), Gelderse roos (10%), Krent (15%), Vogelkers (10%)
Planten en ééns per 5 jaar 50% terug afzetten
3.800 m²
F. Kruidenrijke vegetatie
150 gram per 100 m²
kruidenrijk- / bloemenmengsel
Ploegen en inzaaien en jaarlijks maaien en maaisel afvoeren
5.000 m²
G. Natuurlijk grasland en natte natuur
-
Ontgraven grond met flauw taluud (maximaal 1:4)
Vrijkomende grond wordt gebruikt voor ophoging van terrein, jaarlijks maaien en maaisel afvoeren
700 m²
H. Geschoren haag laag 0,5m breed
2-rijig, plantafstand 25 cm minimaal 40 - 80 cm Max. hoogte 1,2 m
Gebiedseigen soort: Meidoorn, Veldesdoorn, Beuk, Liguster
Herstel van bestaande haag en aanplant nieuwe haag, jaarlijks scheren
450 m
I.
4-rijig, plantafstand 50 cm minimaal 40 - 80 cm
Gebiedseigen soorten: Meidoorn, Veldesdoorn, Bottelroos, Kardinaalsmuts, Krentenstruik
Planten en ééns per 5 jaar terug afzetten
130 m
Vrijgroeiende haag 1,5m breed
Type Bebouwing
1.530 m²
Verharding
620 m²
Halfverharding
410 m²
Tuin
1.950 m²
B eplantingsplan L amber tus weg 15 M iddelaar Geme ente M ook en M iddelaar
N Schaal: Formaat:
1:1000 A3
Projectnummer: Datum:
43.30.02 02-08-2023
meters
0 2 4 6 8 10
20
30
40
50
29
Ambities versus maatregelen
Te verwijderen
Toetsend is hieronder nogmaals weergegeven wat de ambitie is voor dit
• Sloop van bestaande asbesthoudende bebouwing (1.225m²)
gebied vanuit het LKM en welke kwaliteitsverbeterende maatregelen worden
• Verwijderen van asfalt- en betonverharding (820m²) en vervangen voor
genomen in het plan. Zo is goed te zien hoe invulling wordt gegeven aan
hoogwaardige klinkerverharding (620m²)
de ambitie.
• Verwijderen mestkelder (150m²)
Ambitietekst uit het LKM-rapport:
Te behouden
Herstel en aanleg van waardevolle wegbermen, slootkanten, kruidenrijke
• Bomen (26 stuks)
perceelranden/akkerranden, houtwallen, singels, hagen, knotbomen, poelen
• Meidoornhaag, deels te herstellen (200m)
en bosjes. Zoveel mogelijk wordt hierbij aangehaakt op nader te ontwikkelen uitvoeringsplannen. Het herstel en aanleg kleine landschapselementen en
Nieuw aan te leggen
erfbeplanting dient:
• Hemelwateropvang en plasdraszone voor amfibiën (700m²)
- ter verrijking van de natuurwaarden van het cultuurlandschap;
• Scheerhaag (250m)
- als leefgebied voor kleine zoogdieren, struweelvogels, amfibieën, reptielen
• Vrijgroeiende haag (130m)
en insecten;
• Struweel (3.800m²)
- ter ondersteuning van de migratiemogelijkheden van diverse diersoorten;
• Kruidenrijke vegetatie (5.000m²)
- te zorgen voor een kwalitatief mooier landschap dat meer gelegenheid biedt voor recreatie.
Te realiseren • Trekkershutten (maximaal 17) • Groepsaccomodaties
30
31
buro-sro.nl
stedenbouw + ruimtelijke ordening + ontwikkelingsmanagement