CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE II - RUIMTELIJKE ANALYSE MOOK EN MIDDELAAR

Commissie Grondgebied 26 januari 2022, gemeente Mook en MiddelaarBij agendapunt: Visie op grootschalige duurzame energieopwek Mook en Middelaar102.474 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Ruimtelijke Analyse

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 2

Inhoudsopgave

Ruimtelijke analyse

5

Hoofdstuk 1

7

Voorwoord

Hoofdstuk 2 Een toetsingskader voor heel Mook en Middelaar 2.1 Doel & aanleiding 2.2 Plangebied

9 9 9

Hoofdstuk 3 De ruimtelijke opbouw van Mook en Middelaar in drie lagen 3.1 Ondergrondlaag 3.2 Netwerklaag 3.3 Occupatielaag

11 11 12 12

Hoofdstuk 4 De ondergrondlaag 4.1 Basiskaarten 4.2 Gebiedsindeling 4.3 Gebiedsbeschrijvingen 4.4 Waardering

13 13 17 18 21

Hoofdstuk 5 De netwerklaag 5.1 Basiskaarten 5.2 Gebiedsindeling 5.3 Gebieds- en structuurbeschrijvingen 5.4 Waardering

25 25 31 32 38

Hoofdstuk 6 De occupatielaag 6.1 Basiskaarten 6.2 Gebiedsindeling 6.3 Gebiedsbeschrijvingen 6.4 Beschrijving monumenten en objecten 6.5 Waardering

41 41 49 50 56 67

Hoofdstuk 7

71

Bronvermelding

Kaarten

73

Bijlage 1

Kaart occupatielaag

75

Bijlage 2

Kaart netwerklaag

77

Bijlage 3

Kaart ondergrondlaag

79

Vaststellingsbesluit

81

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 3

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 4

Ruimtelijke analyse

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 5

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 6

Hoofdstuk 1

Voorwoord

De gemeente Mook en Middelaar heeft in het verleden weinig tot geen beleid gehad ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit en/of beeldkwaliteit. Dit heeft ertoe geleid dat op ad hoc basis meegewerkt is aan bouwinitiatieven die alleen op welstandsniveau (en dus alleen op kavelniveau) werden beoordeeld. Hierdoor zijn oude structuren en cultuurhistorisch waardevolle elementen aangetast of misschien zelfs wel verdwenen. Om dit tegen te gaan is binnen de gemeente Mook en Middelaar een proces gestart wat er toe moet leiden dat niet alleen de huidige ruimtelijke kwaliteit beter wordt geconserveerd, maar daarnaast de ruimtelijke kwaliteit moet versterken. Om te komen tot deze beleidsdoelstelling is bepaald dat er drie stappen ondernomen moesten worden. Ten eerste is de commissie ruimtelijke kwaliteit binnen de gemeente Mook en Middelaar ingesteld. Deze commissie geeft een onafhankelijk advies over nieuwe ruimtelijke initiatieven. Hierdoor ontstaat er oog voor de ruimtelijke kwaliteit. Ten tweede is afgesproken dat er voor de gehele gemeente Mook en Middelaar een 'ruimtelijke analyse' wordt opgesteld. In deze ruimtelijke analyse zijn de cultuurhistorische, landschappelijke en ruimtelijke elementen vastgelegd en (gemotiveerd) beoordeeld middels een waardering. Ten derde zal de gemeente Mook en Middelaar als vervolg op de 'ruimtelijke analyse' aan de slag gaan met een nieuwe welstandsnota.

De 'ruimtelijke analyse' zal als basis moeten gaan fungeren voor de welstandsnota. De 'Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar' is bedoeld als beleidsdocument op basis waarvan nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen getoetst kunnen worden. Daarnaast kan de analyse gebruikt worden als basis voor toekomstige ruimtelijke beleidsdocumenten. Naast het praktisch gebruik geeft de 'Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar' een goed inzicht in de ruimtelijke kwaliteiten van de gemeente Mook en Middelaar. In de analyse wordt aan de hand van de lagenbenadering de verschillende deelgebieden van de gemeente Mook en Middelaar omschreven. De ruimtelijke analyse kan tevens gezien worden als een naslagwerk Bij het lezen van de analyse blijkt eens te meer dat de gemeente Mook en Middelaar een zeer divers grondgebied heeft met over het algemeen een hoge ruimtelijke kwaliteit.

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 7

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 8

Hoofdstuk 2 2.1

Een toetsingskader voor heel Mook en Middelaar

Doel & aanleiding Wanneer niet is vastgelegd welke ruimtelijke kwaliteiten in de gemeente belangrijk zijn en welke behouden moeten worden, bestaat het risico dat de ruimtelijke kwaliteit wordt aangetast door ruimtelijke ingrepen. Om de ruimtelijke kwaliteit te kunnen bewaken heeft de gemeente een ruimtelijke analyse opgesteld. Het doel van het beleidsdocument is tweeledig:  Het is het toetsingskader voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen.  Het is de basis voor toekomstige ruimtelijke beleidsdocumenten, waaronder de te actualiseren welstandsnota. De ruimtelijke analyse is een adequaat, integraal toetsingskader op basis van een waardering over wat wel en wat niet bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit, waarmee adviezen voor ruimtelijke ontwikkelingen door de commissie ruimtelijke kwaliteit kunnen worden onderbouwd. De houdbaarheid van deze adviezen is daarmee zekergesteld. In de ruimtelijke analyse zijn de cultuurhistorische, landschappelijke en ruimtelijke elementen vastgelegd en (gemotiveerd) beoordeeld middels een waardering. Bij ruimtelijke elementen kan het gaan om zowel gebieden en structuren (groot en klein) als om objecten (gebouwen, kunstwerken et cetera.). De beschrijving en waardering van deze elementen zijn raadpleegbaar via een digitale en analoge kaart.

De ruimtelijke analyse gaat in het kort over:  Wat is er (welke ruimtelijke elementen zijn er)?  Wat vinden we ervan (waardering)? Op basis van de ruimtelijke analyse kan ruimtelijk beleid worden uitgewerkt. Daarbij gaat het over de vraag:  Wat willen we met de bestaande ruimtelijke elementen?

2.2

Plangebied De ruimtelijke analyse heeft betrekking op het gehele gemeentelijke grondgebied. Het totale oppervlak bedraagt 18,82 km2 waarvan 0,48 km2 bestaat uit water. De gemeente Mook en Middelaar heeft circa 8.000 inwoners verdeeld over de kernen:  Molenhoek (circa 3.750 inwoners);  Mook (circa 3.000 inwoners);  Middelaar (circa 900 inwoners);  Plasmolen (circa 325 inwoners). Daarnaast woont in het buitengebied nog een gering aantal inwoners. Karakteristieke landschapselementen binnen de gemeente zijn:  De Maas met de uiterwaarden en rivierdorpen;  De Mookerplas;  Het heuvellandschap van stuwwallen met bebossing en de Mookerheidevelden.  Landgoed Jachtslot De Mookerheide. Mook is vooral bekend van de Slag op de Mookerheide op 14 april 1574, een veldslag tussen de Oranjes en de Spanjaarden tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Tijdens de Franse bezetting werd op 23 oktober 1800 de gemeente Mook en Middelaar gevormd.

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 9

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 10

Hoofdstuk 3

De ruimtelijke opbouw van Mook en Middelaar in drie lagen

Schematische opbouw van het landschap volgens de lagenbenadering (teksten en afbeelding: www.ruimtexmilieu.nl) Om de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente op een goede en consequente wijze te kunnen ontleden is gebruik gemaakt van de lagenbenadering. Middels de lagenbenadering is er een verdeling aangebracht in alle aanwezige gebieden, objecten en structuren (de ruimtelijke elementen) binnen de gemeente. Per laag zijn deze elementen gewaardeerd ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de waarde die ze vertegenwoordigen in een grotere context (regionaal en soms nationaal).

3.1

Ondergrondlaag De ondergrondlaag kent een lange ontstaansgeschiedenis en is kwetsbaar; belangrijke veranderingen vergen al gauw meer dan een eeuw tijd. Daarom is een zorgvuldige omgang gewenst en is de ondergrond mede structurerend voor de bovenliggende lagen: de netwerklaag en de occupatielaag. Interpretatie In deze ruimtelijke analyse wordt in de ondergrondlaag de wijze beschreven waarop het landschap is ontstaan door natuurlijke factoren (het a-biotische proces). De ondergrondlaag bestaat uit: 1. Geomorfologie 2. Bodemsoorten; 3. Hoogteverloop.

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 11

3.2

Netwerklaag Netwerken kennen hoge aanloopkosten en lange aanlooptijden. Belangrijke veranderingen in deze laag duren circa 20 tot 80 jaar. Netwerken vormen een belangrijke voorwaarde voor stedelijke en economische dynamiek. Bij de ruimtelijke planvorming is het essentieel de eigenschappen en functies van deze netwerken in beeld te brengen en de eisen die deze stellen aan de ruimte vast te leggen. Interpretatie In de ruimtelijke analyse wordt onder de netwerklaag verstaan alle nog bestaande structuren of delen van structuren die nog aanwezig zijn. De netwerklaag bestaat uit: 1. De waterstructuur; 2. De wegen- en spoorwegenstructuur; 3. De groenstructuur; 4. De energie-infrastructuur.

3.3

Occupatielaag De occupatielaag kent een hoge dynamiek. Veranderingen voltrekken zich veelal binnen één generatie (10 tot 40 jaar). Feitelijk bestaat de occupatielaag uit de gebruikspatronen die voortkomen uit het menselijk gebruik van de ondergrond en de netwerken. Bij ontwikkelingen die een verandering in de occupatielaag tot gevolg hebben moet rekening worden gehouden met de eigenschappen en functies van de ondergrond en de netwerken en de eisen die deze lagen stellen aan het ruimtegebruik. Intepretatie In de occupatielaag wordt zichtbaar wat het grondgebruik is en welke bebouwing of andere objecten er zijn. In de occupatielaag gaat het naast de zichtbare bebouwing ook over het verloren gegane of archeologie. De occupatielaag bestaat uit een overzicht van: 1. Het grondgebruik; 2. De aanwezige bebouwing (inclusief rijks- en gemeentelijke monumenten); 3. Archeologische monumenten en relevante bouwwerken.

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 12

Hoofdstuk 4

De ondergrondlaag

Het landschap binnen de gemeente Mook en Middelaar is divers en heeft opvallende hoogteverschillen. De intensiteit waarin binnen een klein gebied een stuwwal, rivierduinen en beek- en rivierdalen aanwezig zijn maken het gemeentelijk grondgebied voor Nederlandse begrippen uniek.

4.1

Basiskaarten

4.1.1

Geomorfologie

Geomorfologische kaart

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 13

Het landschap binnen de gemeente is het resultaat van een eeuwenlang proces van erosie door ijs, water en wind. Het van tijd tot tijd wijzigende verloop van de Maas heeft in het dal gezorgd voor kleinere hoogteverschillen in de vorm van terrasvlaktes en stroomruggen. De stuwwal is gevormd door de door het landijs vooruitgestuwde bodem. Deze stuwwal is in de loop der tijd afgevlakt en begroeid geraakt. De begroeiing is op enkele plekken in de loop der tijd weer verdwenen. De wind heeft in het gebied rondom Plasmolen gezorgd voor het ontstaan van een landschap van rivierduinen. Dit gebied had daarnaast door de lagere ligging en het opkomende water uit de stuwwal het karakter van een moerasgebied. De rivierduinen binnen de gemeente zijn grotendeels afgegraven en het watersysteem wordt door menselijk toedoen tegenwoordig dusdanig gecontroleerd dat het karakter van een moerasgebied grotendeels verloren is gegaan.

Aardkundige waarden

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 14

4.1.2

Binnen de gemeente ligt een drietal gebieden met een bijzondere aardkundige waarde. De Maas met aangrenzende overstromingsgebieden is aangewezen als een gebied met internationaal bijzonder aardkundige waarden. De Stuwwal is voor Nederlandse begrippen uniek en is daarom aangewezen als gebied met een hoge nationale aardkundige waarde. Binnen de provincie Limburg is het Lierdal een gebied met een bijzondere bodemopbouw en daarom aangewezen als gebied met een hoge provinciale aardkundige waarde. Bij aardkundige waarden gaat het, anders dan bij archeologische waarden, om de opbouw van de bodem in combinatie met het hoogteverloop van het gebied. Bodem

Bodemkaart De bodemopbouw bestaat hoofdzakelijk uit zand. Op de Sint Jansberg komen lössgronden voor. Langs de Maas bestaan de gronden uit een combinatie van zand, klei en grind ontstaan door aanvoer van sediment door de Maas.

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 15

4.1.3

Hoogteverloop

Hoogtekaart www.ahn.nl Het hoogteverschil tussen het hoogste en laagste punt binnen de gemeente bedraagt ruim 65 meter (circa 10,0 meter NAP t.o.v. circa 75 meter NAP). Tussen de rand van de Stuwwal en de Maas zijn de hoogteverschillen gering. Er is sprake van een steilrand tussen het vlakke deel van de gemeente en de rand van de stuwwal. De steilrand overbrugt een hoogteverschil van grofweg 10 á 20 meter. In het noordelijke deel van de gemeente, het Korendal en het Lierdal, is er sprake van een geleidelijker hoogteverloop.

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 16

4.2

Gebiedsindeling

Om de landschappelijke opbouw van de gemeente beter inzichtelijk te maken is een verdeling gemaakt in vier gebieden:  Stuwwal (St)  Rivierduinen & moerasvlaktes (R)  Terrassenlandschap (T)  Maasdal (M)

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 17

4.2.1

Deze landschappen zijn herkenbaar en primair gevormd door a-biotische processen (de ondergrondlaag). In meer of mindere mate zijn deze landschappen bewerkt door de mens (biotische processen), echter de begrenzingen van deze landschappen zijn ontstaan vanuit de geomorfologische opbouw. Stuwwal

4.2.2

De stuwwal is onderverdeeld in de volgende gebieden met elk hun eigen karakteristiek:  St1. Westelijke deel stuwwal  St2 Zevendal en Startsche dal  St3. St Jansberg  St4. Heumense en Mookerheide Terrassenlandschap

4.2.3

In het terrassenlandschap liggen de volgende gebieden met elk hun eigen karakteristiek:  T1. Lierdal  T2. Molenhoek  T3. Korendal  T4. Mook  T5. Startsche veld  T6. Zandruggen Middelaar  T7. Tochtgraaf  T8. Rivierduinen Rivierduinen & moerasvlaktes

4.2.4

In het rivierduinen en moerasvlaktelandschap liggen de volgende gebieden met elk hun eigen karakteristiek:  R1. Mookerplas  R2. Riethorst-De Geuldert  R3. Mookse Molenbeek en Veldgraaf Maasdal In het Maasdal liggen de volgende gebieden met elk hun eigen karakteristiek:   

M1. Zone naast Maas - Waal Kanaal M2. Maaskade M3. Rivierdal / winterbed

4.3

Gebiedsbeschrijvingen

4.3.1

St1. Westelijke deel stuwwal De stuwwal in het noordelijke deel van de gemeente is de meest zuidelijke stuwwal in Nederland en ontstaan in de voorlaatste ijstijd door het opstuwen van de bodem door het landijs. De stuwwal heeft veel glooiingen en bereikt hoogtes tot ruim 75 meter NAP. De stuwwal is door erosie afgevlakt waardoor de hellingen glooiend zijn en doorsneden door voormalige smeltwaterdalen (geulen). De stuwwal is een infiltratiegebied van het grondwatersysteem "Het Stuwwalsysteem van Nijmegen". Op de geomorfologische kaart is het systeem van voormalige smeltwaterdalen (geulen) nog duidelijk herkenbaar. Deze geulen zijn grotendeels droog komen te liggen. De zuidelijke rand van de stuwwal is relatief steil. Dit komt omdat de rand van de stuwwal is afgeschuurd door de "Oer Rijn'' waarvan de loop door dit gebied heeft gelegen. De stuwwal is grotendeels bebost met uitzondering van de kampontginningen.

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 18

4.3.2

St2 Zevendal en Startsche dal Het Zevendal is een bijzonder exemplaar van een droogdal vanwege de sterke gebogen vorm. In de droogdalen vloeide na de ijstijd de ontdooide bovenlaag naar beneden. Het Zevendal is niet bebost en grotendeels in gebruik voor landbouw. Het Startsedal is een van de mooiste voorbeelden van een dieper ingesneden droogdal, een prachtig relict uit de ijstijd.

4.3.3

St3. St Jansberg De Sint Jansberg in het noordoostelijke deel van de gemeente maakt onderdeel uit van de stuwwal. In deze berg ligt een ijskelder (niet binnen gemeentegrens) waarin veel soorten vleermuizen verblijven. Aan de voet van dit deel van de stuwwal komt het geïnfiltreerde water omhoog in de vorm van kwelmeren of vennen zoals de Geuldert. Ook de Mookse Molenbeek en de hierop afwaterende Helbeek en de Drie Meertjes worden gevoed door de watervoerende lagen van de stuwwal. Deze waardevolle bronbeken hebben een relatief natuurlijk karakter. Ook komt op sommige plaatsen het water aan de oppervlakte op de stuwwal zelf, in de bossen. Door de aanleg van de Mookerplas zijn de beken sterk verdroogd.

4.3.4

St4. Heumense en Mookerheide Op enkele plekken zijn de gronden van de stuwwal in de loop der tijd schraler geworden. Hierdoor zijn heidevelden ontstaan. De Mookerheide is het grootste heideveld en het meest waardevol vanwege het weidse uitzicht over de stuwwal en het Maasdal richting Brabant.

4.3.5

T1. Lierdal Het Lierdal is een deel van de flank van de stuwwal. Het Lierdal kenmerkt zich door een spoelzandvlakte (Sandr). Deze vlakte is met name zichtbaar in de Kuil . Een deel van de gronden van de Kuil is in de 20e eeuw afgegraven ten behoeve van zandwinning (tot 10 meter diep). Na latere ophogingen is het hoogteverschil circa 4 tot 5 meter. Voor het Lierdal geldt dat het hoogteverloop van de stuwwal richting het Maasdal geleidelijker is dan in andere delen van de gemeente.

4.3.6

T2. Molenhoek Door bebouwing van dit gebied is de geomorfologie verstoord geraakt. Om deze reden is dit gebied niet relevant voor de ondergrondlaag, het is ontstaan door menselijk handelen.

4.3.7

T3. Korendal Voor het Korendal geldt dat het hoogteverloop van de stuwwal richting het Maasdal geleidelijker is dan in andere delen van de gemeente. Het Korendal is lange tijd in gebruik geweest als grindafgraving. Daardoor is de geomorfologische opbouw verstoord geraakt en het gebied afgevlakt.

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 19

4.3.8

T4. Mook De ligging van de kern Mook op de smalle overgang tussen stuwwal en de rivier de Maas wordt op sommige plekken gekenmerkt door de waarneembare hoogteverschillen. Met name aan de beide zijden; langs de Stuwwal en langs de Maas. Gezien vanaf bijvoorbeeld de Kerkstraat is de geomorfologische opbouw duidelijk herkenbaar. In de andere delen van Mook is de ondergrondlaag grotendeels verstoord door menselijk handelen.

4.3.9

T5. Startsche veld Het Startsche veld is één van de terrasvlaktes en deze is nog onbebouwd en open. Omdat het om een klein gebied gaat en het hoogteverschil klein is, is de beleefbaarheid van het terrassenlandschap miniem.

4.3.10

T6. Zandruggen Middelaar Middelaar, met de buurtschappen Katerbosch en Heikant, ligt verdeeld over de voormalige zandruggen van de rivier de Maas. Het verloop van de Maas is in het Maasdal in de loop der tijd voortdurend gewijzigd. Na de laatste ijstijd was het nog lange tijd vrij koud, waardoor de Maas soms droog stond en er weinig begroeiing was. Hierdoor werd door de wind veel zand uit de droge rivierbedding opgewaaid en verderop afgezet. Middelaar ligt op zandruggen van opgewaaid zand. Tussen de twee zandruggen ligt de Tochtgraaf. Binnen het gebied liggen ook twee rivierduinen (afzonderlijk beschreven).

4.3.11

T7. Tochtgraaf De Tochtgraaf is een beek in een oude geul van het Maasdal. De Tochtgraaf ligt tussen de twee bebouwingslinten (de zandruggen) van Middelaar en is niet breder dan een flinke sloot. Direct langs de sloot liggen weilanden. De Tochtgraaf watert via de Broekesbeek af op de Mookerplas.

4.3.12

T8. Rivierduinen Belangrijk in de ondergrond van het terrassenlandschap zijn de afzettingen van klei met daarboven door de Maas afgezette grove, grindhoudende zanden. Doordat de Maas zich in een latere periode in de genoemde afzettingen insneedt, maar zich ook langzaam verplaatste, ontstonden de hoog-, midden- en laagterrassen (met de oorspronkelijke bodemlagen). In het terrassenlandschap ten zuiden van de Mookerplas liggen twee rivierduinen die nog altijd herkenbaar in het landschap aanwezig zijn. Deze zijn bijzonder als afwijkende elementen in het landschap. Wel zijn de rivierduinen inmiddels sterk gecultiveerd waardoor de oorspronkelijke vorm deels is verdwenen.

4.3.13

R1. Mookerplas De Mookerplas is ontstaan door de afgraving van rivierduinen. De hoogteverschillen langs deze plas zijn de kleinere, nog bestaande, rivierduinen en zandruggen waarop zich de meeste bebouwing in de vorm van lintbebouwing heeft geconcentreerd.Omdat de ondergrond door menselijk toedoen verstoord is, is dit gebied niet relevant voor de ondergrondlaag.

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 20

4.3.14

R2. Riethorst-De Geuldert Riethorst-De Geuldert heeft een diverse geomorfologische opbouw. De overgang van de Sint Jansberg naar de rivierduinen is drassig/moerassig door het kwelwater uit de stuwwal. In het verleden kwam hier veenvorming voor. Van de Sint Jansberg loopt de Helbeek naar het gebied. Hierop draaiden in het verleden de molens van Plasmolen. Deze situatie is gewijzigd door een betere ontwatering in de loop der tijd. Daarnaast komen in dit gebied nog kleine hoogteverschillen voor in de vorm van rivierduinen. Het verloop van de Maas is in het Maasdal in de loop der tijd voortdurend gewijzigd. Na de laatste ijstijd was het nog lange tijd vrij koud, waardoor de Maas soms droog stond en er weinig begroeiing was. Hierdoor werd door de wind veel zand uit de droge rivierbodems opgewaaid en verderop afgezet.

4.3.15

R3. Mookse Molenbeek en Veldgraaf De Mookse Molenbeek is van oudsher een bronbeek waarmee het op de Sint Jansberg geïnfiltreerde water wordt afgevoerd. Het verloop van de Mookse Molenbeek is door de afgraving van de Mookerplas niet meer als zodanig aanwezig. De Veldgraaf is in de loop der tijd gedeeltelijk gekanaliseerd. Voor beide waterlopen geldt dat de geomorfologie deels verstoord is.

4.3.16

M1. Zone naast Maas - Waal Kanaal In dit deel van de gemeente bestaat de bodem uit een combinatie van klei met zand en veen. Omdat het gebied binnendijks ligt zijn er tegenwoordig geen invloeden meer van de rivier. Vanwege de grootte van het gebied en de verstedelijkingsdruk is het gebied in de loop der tijd verrommeld geraakt. Omdat het deel noordelijk van de rijksweg N 271 volledig is bebouwd is de waarneembaarheid van de geomorfologische situatie beperkt. De overgang van Maas, via het rivierdal naar de stuwwal is visueel niet beleefbaar, het gebied kent een gefragmenteerde inrichting.

4.3.17

M2. Maaskade De Maaskade is een bouwwerk ter verdediging tegen het water van de Maas.Tussen de kade en de Maas ligt het Maaspark. De ondergrond is bij de aanleg dusdanig verstoord, dat het gebied niet relevant is voor de ondergrondlaag.

4.3.18

M3. Rivierdal / winterbed Dit is het laagste deel van de gemeente en dit deel is relatief vlak. De bodem bestaat hier uit een combinatie van zand, grind en klei aangevoerd door de rivier. Nog altijd dient het gebied als winterbedding en loopt het zodoende nog regelmatig onder water. De zandruggen van Middelaar en de Mookerplas vormden de oude afbakening van het winterbed. Tegenwoordig wordt deze afbakening gevormd door de Koningsbeemdweg / Broekstraat als rivierdijk.

4.4

Waardering De ondergrondlaag heeft op verschillende deelaspecten bepaalde waarden. Voor elk van de gebieden is aan de hand van de navolgende criteria beoordeeld of en in welke mate die waarden aanwezig zijn. Daaruit volgt een cijfermatige waardering.

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 21

Geomorfologische waarden:  Historisch – geografische waarde, belangrijk in de ontstaansgeschiedenis van Nederland.  Gaafheid, is de kenmerkende opbouw en het reliëf ongestoord gebleven?  Herkenbaar als onderdeel van de karakteristieke geomorfologische opbouw, de hoog gelegen stuwwal, terrassen, rivierduinen / moerasvlakten en het Maasdal.  Is het van nature ontstaan. Bodemkundige en aardkundige waarden:  Is de bodem ongestoord gebleven.  Bepalend voor een goed functionerend hydrologisch systeem.  Mate waarin het voorwaarden schept voor de natuurwaarden in het gebied. Ensemblewaarden:  Herkenbaar als een belangrijk onderdeel van het complex van stuwwallenlandschap, bestaande uit hoger gelegen stuwwal, het lage Maasdal en de glooiende terrasvlakte daartussen.  Betekenis van het (deel)gebied als essentieel onderdeel van een groter geheel, dat in geomorfologisch, landschappelijk of ecologisch opzicht van belang is.  De kwaliteit van de bebouwing en de historisch ruimtelijke relatie met groenvoorzieningen, wegen, wateren en/of bodemgesteldheid. Landschappelijke verschijningsvorm:  Bepalend voor de landschappelijke karakteristiek van Mook en Middelaar.  Voorwaardescheppend voor de herkenbaarheid en beleving van het landschappelijke patronen (ruimtelijke opbouw, hoogteverschil, zichtlijnen).

Zeldzaamheidswaarden  Mate van uniciteit, hoe zeldzaam is dit op landelijke of regionale schaal.  Vanwege unieke ligging binnen het landschap. De waardering is als volgt: waarde 0 Het gebied heeft geen noemenswaardige waarde op bovenstaande criteria. waarde 1 Het gebied heeft enige waarde op bovenstaande criteria.

4.4.1

waarde 2 Het gebied heeft een hoge waarde op bovenstaande criteria. Waarde 0 T2. Molenhoek T4. Mook R1. Mookerplas M1. Zone naast Maas - Waal Kanaal M2. Maaskade

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 22

4.4.2

Waarde 1 T1. Lierdal T3. Korendal T6. Zandruggen Middelaar T7. Tochtgraaf R2. Riethorst-De Geuldert

4.4.3

Waarde 2 St1. Westelijke deel stuwwal St2 Zevendal en Startsche dal St3. St Jansberg St4. Heumense en Mookerheide T5. Startsche veld T8. Rivierduinen R3. Mookse Molenbeek en Veldgraaf M3. Rivierdal / winterbed

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 23

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 24

Hoofdstuk 5

De netwerklaag

De Maas en de oude handelsroute tussen Nijmegen en Maastricht (de huidige N 271) zijn de belangrijkste structuurdragers binnen de gemeente. Deze twee eeuwenoude structuren hebben door de tijd heen kleine wijzigingen in het verloop gehad. Een derde hoofdstructuur is de spoorlijn Nijmegen naar Roermond die eind 19e eeuw is gereedgekomen. Tussen Mook en Molenhoek ligt een station. Voor zowel de Maas als voor de spoorlijn geldt dat het belang ervan als modaliteit voor de inwoners van de gemeente minder groot is. De energie-infrastructuur in Mook en Middelaar is niet zichtbaar aanwezig en daarmee niet relevant voor het beoordelen van de ruimtelijke kwaliteit.

5.1

Basiskaarten

5.1.1

Wegenstructuur De N 271 verbindt de gemeente met de A 73 en Venlo. De autosnelweg A73, op de westelijke Maasoever loopt vrijwel parallel met de N 271 tussen Venlo en Nijmegen en heeft de functie als regionale ontsluitingsweg grotendeels overgenomen van de N 271. De gemeente heeft met de rijksweg N 271 een heldere ontsluitingsstructuur voor de auto. Alle wijkontsluitingswegen sluiten hier direct op aan. Vanuit Mook loopt de Groesbeekseweg in een vrijwel kaarsrechte lijn direct naar Groesbeek. Het betreft hier een oude Romeinse handelsroute die in de loop der tijd qua verloop is gewijzigd. Ook vanuit Molenhoek loopt een route naar Groesbeek, de Heumensebaan. Aan de Cuijksesteeg ligt de toerit naar het veer Cuijk-Middelaar.

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 25

5.1.1.1

Hoofdinfrastructuur Routenetwerken De fysieke netwerken worden gebruikt ten behoeve van verschillende routes. Vaak worden deze door middel van bewegwijzeringen aangegeven. Omdat ze niet direct iets zeggen over de ruimtelijke kwaliteit, zijn ze niet bepalend geweest voor de gebiedsbeschrijvingen en is er geen waardering aan toegekend. Het ligt wel voor de hand dat de route mede is gebaseerd op plekken met ruimtelijke kwaliteit. Binnen de gemeente Mook en Middelaar komen in 2011 de volgende routes voor.

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 26

Fietsoutes  Bepaalde fietsroutes maken onderdeel uit van het fietsroutenetwerk "Via Romana". Deze route maakt de Romeinse geschiedenis tussen Nijmegen en Xanten zichtbaar.  Daarnaast liggen binnen de gemeente enkele fietsroutes van het fietsknooppuntennetwerk de Maasduinen.  De nationale fietsroutes LF3 Maasroute en LF 12.  Het ' Fietserpad', het fietsequivalent van het 'Pieterpad'.  Diverse mountainbikeroutes.

Routes

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 27

Pieterpad Het Pieterpad (etappe 18 van Groesbeek naar Gennep) loopt voor een klein deel door de gemeente. Het Pieterpad is een nationale wandelroute van Pieterburen in Groningen naar de Sint Pietersberg bij Maasstricht. De route bestaat uit 26 etappes (492 km) en loopt zoveel mogelijk door de bijzondere en karakteristieke landschappen van Nederland, meestal gebruik makend van nog aanwezige oude routes. Het Pieterpad is in het veld gemarkeerd met de internationaal bekende wit-rode merktekens van langeafstandswandelpaden (LAW). Geopaden Geologische wandelingen zijn uitgezet over de stuwwal tussen de plaatsen Mook, Nijmegen, Beek-Ubbergen en Groesbeek in Nederland en Kranenburg en Kleve in Duitsland. Ze hebben als doel al wandelend kennis te maken met de geologie van het stuwwalgebied. In de gemeente liggen twee geopaden: NL-01 16 km lang met als starten eindpunt het spoorwegstation in Mook-Molenhoek en te splitsen in twee geopaden van 8 resp. 11 km. Het tweede geopad NL-02 start en eindigt in Mook-Plasmolen, loopt over de Sint-Jansberg en is 7 km lang. Maas-Niederrheinpad Het Maas-Niederrheinpad is een streekpad rond de Nederlands-Duitse grens in Noorden Midden-Limburg met streekpadnummer 10. De startplaats is Venlo, de noordelijkste plaats is Molenhoek en de zuidelijkste is Wassenberg.

De lengte van het pad is 342 km, waarvan 151 km in Duitsland en van de verbindingsroutes samen 50,7 km. De gehele route is met de geel-rode streekpadmarkering in het veld aangegeven. 5.1.2

Waterstructuur Naast de Maas zijn er nog drie waterafvoerende waterlopen binnen de gemeente. Vanuit de Mookse Molenbeek zorgen de Broekesbeek, de Tochtgraaf en de Veldgraaf voor de ontwatering van de gemeente. Grote en kleinere wateroppervlaktes aan de voet van de Sint Jansberg dienen als waterberging. Het in de stuwwal geïnfiltreerde water komt hier aan de oppervlak.

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 28

Waterlopen ten behoeve van waterafvoer in Mook en Middelaar en omgeving. 5.1.3

Groenstructuur De stuwwal is de belangrijkste groenstructuur in de gemeente. De beboste delen, het Zevendal en de heidevlaktes maken onderdeel uit van de EHS. De Sint Jansberg is daarnaast (nog niet onherroepelijk) aangewezen als speciale beschermingszone Vogel- en Habitatrichtlijn in het kader van de Natura 2000. Grote delen van het rivierdal van de Maas, rondom Middelaar maken deel uit van de provinciale Ontwikkelingszone Groen en zijn mede om die reden waardevol. Binnen de gemeente liggen rondom de Mookerplas nog enkele kleinere nieuwe groengebieden of ontwikkelzones, vastgelegd in het provinciaal beleid of als onderdeel van de EHS. De natuurgebieden zoals die worden beschermd door Europees beleid, Rijk of provincie hebben geen directe relatie met ruimtelijke kwaliteit. Het beschermen van de ecologische kwaliteiten is het hoofddoel.

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 29

Groenstructuur

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 30

5.2

Gebiedsindeling

In de netwerklaag kunnen gebieden en structuren zowel onderdeel uitmaken van bijvoorbeeld de groenstructuur als van de wegenstructuur. Er is een verdeling gemaakt in:  Gebieden, een als ruimtelijke eenheid herkenbaar deel van het oppervlak van de gemeente.

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 31

5.2.1

Structuren, waarin er een verband bestaat tussen alle elementen die daarvan deel uitmaken. Bij een spoorlijn maken bijvoorbeeld de rails, de bovenleiding, de stations en de seinpalen allen deel uit van dezelfde structuur. Het onderlinge verband wordt bepaald door samenhang tussen deze elementen.

Gebieden Op de kaart "Netwerklaag" komen de volgende gebieden voor met elk hun eigen structuur die op zijn beurt de karakteristiek van het gebied in bijzondere mate beinvloedt:  G1. Buitenplaats Landgoed Jachtslot Mookerheide  G2. De Bisselt  G3. Bos- en heidegebieden stuwwal  G4. Houtwallen Zevendal  G5. Habitatrichtlijngebied/Natura 2000 Sint Jansberg  G6. De Mookerplas en omgeving  G7. Tochtgraaf  G8. Maasdal  G9. Maaskade De gebieden waarin de structuur niet van wezenlijke invloed is op de karakteristiek hebben geen eigen beschrijving en waardering meegekregen (en zijn in het kaartbeeld wit gelaten).

5.2.2

Structuren Op de kaart "Netwerklaag" komen de volgende structuren voor met elk hun eigen karakteristiek:  S1. Historische wegenstructuur Molenhoek  S2. Maaslijn  S3. Nijmegen - Maastricht (N271)  S4a. Mook - Groesbeek  S4b. Heumensebaan, Molenhoek-Groesbeek  S5. Historische wegenstructuur Mook  S6. Historische wegenstructuur Plasmolen  S7. Waterlopen en rivierdijk  S8. Oude Romeinse route via Middelaar  S9. Historische wegenstructuur Middelaar  S10. Maas

5.3

Gebieds- en structuurbeschrijvingen

5.3.1

G1. Buitenplaats Landgoed Jachtslot Mookerheide In dit gebied is de wegenstructuur als één geheel ontworpen en aangelegd in de vorm van bospaden en -lanen. Ook komen er afwijkende groenstructuren voor. De historische buitenplaats is in delen aangelegd vanaf 1904 in de landschapsstijl. Het bestaat uit twee oprijlanen, een parkbos en sierbeplanting. De buitenplaats is nog altijd aanwezig als een samenhangend en herkenbaar complex. Van bijzondere waarde zijn:  De op het jachtslot georiënteerde oprijlanen.  De ensemblewaarde en ligging op de stuwwal.  Het jachtslot met toren als markerend element.  De lanenstructuur. gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 32

5.3.2

G2. De Bisselt De Bisselt wordt gekenmerkt door een een orthogonale wegenstructuur die niet geheel volmaakt is. Her en der zijn er verspringingen in het verloop van de wegen aanwezig. In het gebied de Bisselt wisselen kleinschalige akkers, weides, heidegebieden, bos en bebouwing elkaar af. In de nabijheid van restaurant 't Zwaantje zijn vochtige heidegebieden en schraalgraslanden aanwezig, welke een belangrijk onderdeel uitmaken van het leefgebied van amfibieën zoals de kamsalamander en de alpenwatersalamander. De Bisselt is waardevol als groen- en wegenstructuur.

5.3.3

G3. Bos- en heidegebieden stuwwal De stuwwal is onderdeel van zowel de groen-, de water- als de wegenstructuur van de gemeente. Over de stuwwal lopen diverse wandelroutes en oude paden langs attractiepunten zoals de schansen, de Heumense- en Mookerheide en het jachtslot Mookerheide. Het systeem van oude beken valt te herleiden uit de glooiingen in de stuwwal. Een ander kenmerk van de stuwwal zijn de vele open plekken ter afwisseling van de besloten en met bos begroeide delen van de stuwwal. Bosgebieden Op de hogere delen van de stuwwal waar kwel geen invloed heeft en het grondwater ver onder maaiveld aanwezig is, zijn zowel naald- als loofbossen te vinden. De loofbossen, met her en der restanten van wintereiken-beukenbos, zijn veelal te vinden op de hellingen. Doordat zowel loof als naaldhout voorkomen is de soortendiversiteit groter. Verschillende bosgebonden vogelsoorten vinden hier hun leefgebied. Daarnaast maken de bossen deel uit van het leefgebied van diverse zoogdieren. Heidegebieden Naast de kleine oppervlaktes heide tussen de bospercelen zijn er op de stuwwal ook meer uitgestrekte heidevelden aanwezig. Het zijn de Heumense- en Mookerheide. De heidegebieden worden omringd door bosgebied en verschillende soorten fauna maken gebruik van deze overgang. Vogelsoorten als nachtzwaluw, roodborsttapuit en boomleeuwerik zijn karakteristiek voor dit gebied.

De heide en de in de luwte gelegen bosranden vormen een uitermate geschikt leefgebied voor de reptielen.In het gebied komen verschillende vlindersoorten voor. De Heumense schans en het onbebouwde deel van het Korendal vormen een sterk vergrast droog heidegebied dat begraasd wordt door schapen en Galloway runderen.

5.3.4

G4. Houtwallen Zevendal In het Zevendal staan enkele houtwallen haaks op de helling om erosie tegen te gaan. Zodoende is hier sprake van een karakteristieke groenstructuur. Het Zevendal dat als droogdal als het ware is 'uitgesneden' uit de beboste stuwwal is zelf ook een herkenbare groenstructuur.

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 33

5.3.5

G5. Habitatrichtlijngebied/Natura 2000 Sint Jansberg Op sommige plaatsen in de bossen komt water aan de oppervlakte. Hier ontstaan bronbeken waar bijzondere vegetaties voorkomen met soorten als bosanemoon en ruige veldbies. Deze bronbeken zoals de Mookse Molenbeek en de Helbeek zijn met name op de St. Jansberg te vinden. De vochtige bossen langs de beken herbergen een zeer waardevolle flora- en fauna. De best ontwikkelde gedeeltes van de bronbossen hebben een rijke ondergroei met onder andere mispel, paarbladige goudveil en koningsvaren. Naast de eerder genoemde bosvogels komen hier ook vogelsoorten voor van nattere bossystemen zoals bosrietzanger en kleine karekiet. Op plaatsen waar het water stagneert en oppervlaktewater ontstaat zijn verschillende soorten amfibieën te vinden, waaronder de kamsalamander. Ook is hier een rijke flora aanwezig met onder andere dalkruid en bleeksporig bosviooltje. Van de Geuldert naar De Diepen is een geleidelijke gradiënt van nat naar droog aanwezig (moerasgebied). Hier zijn soortenrijke bronbossen en vogelkers-essenbossen met een rijke ondergroei. Enkele aanwezige poelen maken het gebied tevens geschikt als leefgebied voor amfibieënsoorten. Dit gebied is dan ook het leefgebied van de kamsalamander, maar ook van karakteristieke vogelsoorten. Daarnaast komt het 'vliegend hert' , de grootste keversoort van Europa voor in het gebied). De St.

Jansberg is aangewezen als Habitatrichtlijngebied (Natura 2000 gebied).

5.3.6

G6. De Mookerplas en omgeving De Mookerplas is een zandafgraving uit de periode 1960-1970. Hier zijn rivierduinen afgegraven. Tezamen met grote delen van Plasmolen is dit een intensief recreatiegebied op regionaal en nationaal niveau. De aanleg van de plas heeft wel geleid tot verdroging van de vochtige bossen, bronbeken en meren op en aan de rand van de stuwwal / Sint Jansberg. Binnen het gebied zijn nog enkele rivierduinen aanwezig direct rondom de Mookerplas en één als eiland in de Mookerplas. Langs de randen van de Mookerplas liggen diverse grote en kleinere natuur- en recreatiegebieden in de vorm van bossen en rivierduinen, stranden en jachthavens. Deze maken onderdeel uit van dit gebied. De Mookerplas is een afwijkend, op zichzelf staand gebied binnen de gemeente. Karakteristiek zijn de overwegend besloten randen door de aanwezigheid van bossen met ertussen het grote, weidse wateroppervlak en op enkele plekken verhogingen in het landschap in de vorm van restanten van het rivierduinencomplex. De intensiteit van deze karakteristiek neemt af verder naar de Maas toe; hier zijn de randen minder besloten, is het wateroppervlak kleiner en smaller en komen vrijwel geen rivierduinen meer voor. De weidsheid van het gebied als geheel, samen met het Maasdal en het Startsche Veld is in dit deel het meest waardevol.

5.3.7

G7. Tochtgraaf De Tochtgraaf is een 'gekanaliseerde' flinke sloot tussen de bebouwingslinten van Middelaar. De Tochtgraaf wordt geflankeerd door weilanden.

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 34

5.3.8

G8. Maasdal Het weidelandschap is door de afwisseling van Maasheggen en weides en de bomenrijen langs wegen van oorsprong tamelijk kleinschalig. De Maas is niet overal te zien, maar de karakteristieke bomen maken de ligging van de Maas altijd zichtbaar. In dit halfopen agrarische landschap gaan echter steeds meer opgaande elementen verloren en neigt het meer naar een open landschap. In natte graslanden werden de perceelsgrenzen aangegeven door sloten, waarlangs soms elzen- of wilgensingels of heggen stonden. Deze heggen dienden tevens als veekering en ze hielden het vruchtbare slib uit de Maas vast. In de droge weidegebieden waren heggen de belangrijkste perceelsscheiding. Meidoornheggen zijn typerend voor het zogenaamde Maasheggenlandschap langs de Maas in Noord-Limburg en Noordoost-Brabant. Het is onduidelijk uit welke tijd ze stammen. Waarschijnlijk waren dergelijke perceelsscheidingen al in de 14e eeuw aanwezig, maar er zijn ook bronnen die beweren dat ze al uit de Romeinse tijd stammen. Richting het Maas - Waalkanaal (dat zelf buiten de gemeente Mook en Middelaar ligt) heeft het landschap de kenmerken van een broekontginningslandschap. Hier is sprake van een tamelijk grootschalige, rationele verkaveling. In dit gebied direct langs de Maas komen van oudsher Maasheggen voor als perceelscheiding. In dit gebied is deze beplanting deels verdwenen.

In het Maasdal bij Middelaar zijn voornamelijk weilanden aanwezig met op meerdere plaatsen restanten van goed ontwikkelde hagen. Deze beplantingen bieden een leefgebied voor verschillende vogelsoorten zoals steenuil en kleine zoogdieren. Het Maasheggengebied is belangrijk als fourageergebied voor de das. Tussen de weilanden gelegen bermen zijn op sommige plaatsen goed ontwikkeld waardoor er soorten voorkomen als vijfdelig kaasjeskruid en gevlekte aronskelk. Door het aanwezige landgebruik komen in de weilanden en nabij de heggen de grutto en de patrijs voor.

5.3.9

G9. Maaskade De Maaskade is onderdeel van de water(verdedigings)structuur. Deze bestaat uit een dijk en een muur langs een groot deel van Mook. De muur wordt op diverse plekken onderbroken door bijvoorbeeld omhoog lopende stegen rondom de kerk en door doodlopende straten. Vanaf het appartementencomplex Maasstaete loopt de muur over in een rivierdijk (Maasdijk). In zuidoostelijke richting loopt de muur door tot het eerste deel van de Kanaalweg. Ter hoogte van de spoorbrug (Maasdijk - Halderweg) is sprake van een dijk met, tussen de dijk en de Maas, een aantal agrarische landen die tevens dienen als uiterwaarden.

5.3.10

S1. Historische wegenstructuur Molenhoek Molenhoek is ontstaan op de kruising van de Rijksweg N 271 met de Stationsstraat. Later zijn nog enkele karakteristieke wegen toegevoegd. Dit zijn de Singel als slingerende groene laan, de Lindenlaan langs de spoorweg met bomenrijen en de Middelweg als bebouwingslint parallel langs de Rijksweg.

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 35

5.3.11

S2. Maaslijn De Maaslijn is de spoorlijn Nijmegen - Roermond, maar oorspronkelijk is de Maaslijn alleen de spoorverbinding tussen Nijmegen en Blerick (61 km (tot Venlo)) geopend op 1 juni 1883. Voorheen werd dit spoor 'De heilige lijn' genoemd omdat in dit gebied vele kloosters en andere christelijke bouwwerken aanwezig zijn. De spoorzone herbergt een bijzondere flora en fauna door de steile hellingen en de overgang tussen heidegebied en droog grasland. Voorbeelden van bijzondere soorten die in het droge grasland voorkomen zijn donderkruid, wilde tijm, grote bremraap, kruipbrem en stekelbrem. Bij het emplacement is een goed ontwikkeld droog, voedselarm grasland met o.a. torenkruid en dwergviltkruid. Het gebied heeft een functie als leefgebied en voortplantingsplaats voor de zandhagedis. Door de aanwezigheid van soortenrijke graslanden en door het droge karakter heeft het gebied voor verschillende soorten insecten een belangrijke betekenis (vooral graafwespen en dagvlinders).

5.3.12

S3. Nijmegen - Maastricht (N271) De van oorsprong Romeinse handelsroute tussen Nijmegen en Venlo is aangelegd rond 1600 liep in eerste instantie via Middelaar. Vanaf 1848 loopt deze hoofdverbinding via Plasmolen en Malden. Deze weg (de huidige N 271) is onder Napoleon omstreeks 1820 aangelegd als straatweg tussen Nijmegen en Maastricht en bestaat uit delen van het oorspronkelijke tracé en nieuwe delen volgens een kaarsrecht tracé. De N 271 maakt de diversiteit aan landschappen in de regio beleefbaar zoals de Mookerplas, Mookerheid en de St. Jansberg. De aanwezige doorkijkjes en vergezichten zijn hierbij belangrijk. Het is, samen met de Maas de meest waardevolle structuur binnen de gemeente en als zodanig nog altijd in gebruik.

5.3.13

S4a. Mook - Groesbeek Vanuit Groesbeek zijn er in een radiaalstructuur meerdere uitvalswegen. Een van die wegen is de historische Romeinse handelsroute naar Mook. Het is als het ware een aftakking van de doorgaande handelsroute tussen Nijmegen en Maastricht en ook aangelegd omstreeks 1600. Het verloop van de weg is in de loop der tijd gewijzigd en verlegd naar het oosten waarmee een haakse aansluiting op de N 271 is ontstaan. De weg voegt zich goed in de orthogonale structuur van De Bisselt, het buurtschap dat door deze weg wordt doorkruist.

5.3.14

S4b. Heumensebaan, Molenhoek-Groesbeek Vanuit Groesbeek zijn er in een radiaalstructuur meerdere uitvalswegen. Een van die wegen is de route naar Molenbeek, de Heumensebaan.

5.3.15

S5. Historische wegenstructuur Mook Naast de de Rijksweg, de Groesbeekseweg en de Maaskade/Middelweerd zijn de Kerkstraat en Mortel de historische routes in Mook. Deze wegen slingeren gedeeltelijk langs de Maas in de richting van de stuwwal, waarbij de Rijksweg wordt gekruisd. Het slingerende verloop van deze wegen wijkt duidelijk af van de andere woonstraten in Mook.

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 36

5.3.16

S6. Historische wegenstructuur Plasmolen Plasmolen ligt ten zuiden van de Rijksweg N 271. De belangrijkste aansluiting op deze weg loopt via de Riethorstweg en Witteweg. Deze twee wegen komen iets zuidelijker bij elkaar vanwaaruit de Witteweg verder loopt richting Middelaar. De Witteweg is een karakteristieke groene laan waarop de oude bebouwingslinten Riethorstweg en de Muldershofweg aansluiten. De Muldershofweg kruist oostelijk van Plasmolen nog eens de Rijksweg en loopt daarna over in de Schildersweg wat eveneens een oude bebouwingslint aan de rand van de stuwwal is (begrenzing van één van de terrassen).

5.3.17

S7. Waterlopen en rivierdijk Naast de Maas zijn er nog drie waterafvoerende waterlopen binnen de gemeente. Vanuit de Mookse Molenbeek zorgen de Broeksebeek, de Tochtgraaf en de Veldgraaf voor de ontwatering van de gemeente. Deze waterafvoerende waterlopen hebben slechts een gedeeltelijk natuurlijk verloop. Grote delen zijn in de loop der tijd rechtgetrokken om het gebruik van de agrarische gronden te optimaliseren. De waterlopen wateren alle af op de Mookerplas, welke weer afwatert op de Maas. Ten zuiden van de Mookerplas wordt vooral water van de agrarische gebieden rondom Middelaar afgevoerd. Aan de noordkant is de afvoer van kwelwater vanuit de stuwwal belangrijk. De Broeksebeek ligt parallel, aan de binnenzijde (kant van de Mookerplas), langs de rivierdijk. De rivierdijk vormt samen met het gebied "Maaskade" de verdediging tegen het rivierwater van de Maas. De gebieden buitendijks lopen regelmatig onder water en doen daarmee dienst als uiterwaarde.

5.3.18

S8. Oude Romeinse route via Middelaar Deze historische handelsroute is aangelegd rond 1600. Het gaat om een van oorsprong Romeinse handelsroute tussen Nijmegen en Venlo. In het begin was er sprake van een route aan weerszijden van de Maas. De route via Katerbosch en Heikant naar Gennep is de oudste handelsroute binnen de gemeente. In de loop der tijd is de functie minder belangrijk geworden door het verleggen van het tracé in noordelijke richting, via Plasmolen rond 1848. Om deze reden is er langs de weg minder bebouwing aanwezig in de dorpen. Tussen de bebouwing door zijn er vaak nog fraaie uitzichten naar het open landschap. De Veerstraat is een belangrijke aftakking van de oude handelsroute door Middelaar. De Veerstraat loopt van Middelaar naar de Maas. Vanaf hier is er een pontverbinding naar Cuijk. In het verleden lag iets noordelijk hiervan een Romeinse brug. Waarschijnlijk sloot de Veerstraat in het verleden aan op deze brug.

5.3.19

S9. Historische wegenstructuur Middelaar De historische wegenstructuur van Middelaar bestaat naast de oude handelsroute uit enkele parallel routes aan weerszijden van de Tochtgraaf. De Witteweg, Bouwsteeg en de afbuigende Dorpsstraat zijn de dwarsverbindingen tussen deze straten. Rondom de kerk van Middelaar wijkt de wegenstructuur af. Hier lopen in een radiale structuur de wegen naar de kerk. Het gaat om de Bouwsteeg, de Dorpsstraat, het Kerkpad en de Huissestraat richting Huize Middelaar. Met deze radiale opzet vertoont Middelaar kenmerken van een esdorp met een structuur van kerkepaden.

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 37

5.3.20

S10. Maas Karakteristiek voor het Maasdal is uiteraard de rivier de Maas. De Maas heeft een waterafvoer en een transportfunctie, maar deze functies spelen vooral op nationaal en regionaal niveau. De wegen in het Maasdal lopen veelal parallel met de rivier. Er staan slechts enkele wegen haaks hierop. De Veerstraat is een afwijkende wegenstructuur. Deze weg is waarschijnlijk één van de oudere wegen in het gebied en verbond in het verleden Middelaar met de Romeinse brug over de Maas (Cuikse steeg). De Maas is onderdeel van de ecologische verbindingszone.

5.4

Waardering De gebieden zijn in de netwerklaag zijn beoordeeld op basis van de volgende criteria: Stedenbouwkundige waarden  Herkenbaarheid van stedenbouwkundige ontwikkelingen en landschappelijke patronen.  Gebiedbepalende structuur en inrichting.  Belangrijk onderdeel van stedenbouwkundige structuur (zichtlijn).  Bijzonder onderdeel van historische infrastructuur (water, plein, park). Ensemblewaarden  Herkenbaar als uiting van een bepaalde maatschappelijke stroming (sociaal, economisch en/of geloof).  Archeologische betekenis.  Betekenis van de structuur als essentieel onderdeel van een groter geheel, dat cultuurhistorisch en stedenbouwkundig van belang is.  Betekenis van de structuur wegens de situering, verbonden met de. ontwikkeling/uitbreiding van een streek, stad, dorp of wijk.  De historisch ruimtelijke relatie met groenvoorzieningen, bebouwing, wateren en/of bodemgesteldheid. Cultuurhistorische waarde  Historische betekenis: herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van de gemeente Mook en Middelaar.  Herkenbaar als uiting van bestuurlijke visie op landschappelijke en stedenbouwkundige ontwikkeling.  Archeologische betekenis. Zeldzaamheidswaarden  Vanwege unieke ligging in de stad of binnen het landschap.  Mate van uniciteit, hoe zeldzaam is dit regionaal of landelijke gezien.

waarde 0 Het gebied heeft geen noemenswaardige waarde op bovenstaande criteria. waarde 1 Het gebied heeft enige waarde op bovenstaande criteria.

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 38

waarde 2 Het gebied heeft een hoge waarde door op bovenstaande criteria. 5.4.1

Waarde 0

5.4.2

Waarde 1 S2. Maaslijn G2. De Bisselt G4. Houtwallen Zevendal G6. De Mookerplas en omgeving G7. Tochtgraaf G9. Maaskade S1. Historische wegenstructuur Molenhoek S7. Waterlopen en rivierdijk

5.4.3

Waarde 2 G1. Buitenplaats Landgoed Jachtslot Mookerheide G3. Bos- en heidegebieden stuwwal G5. Habitatrichtlijngebied/Natura 2000 Sint Jansberg G8. Maasdal S3. Nijmegen - Maastricht (N271) S4a. Mook - Groesbeek S4b. Heumensebaan, Molenhoek-Groesbeek S5. Historische wegenstructuur Mook S6. Historische wegenstructuur Plasmolen S8. Oude Romeinse route via Middelaar S9. Historische wegenstructuur Middelaar S10. Maas

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 39

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 40

Hoofdstuk 6

De occupatielaag

De gemeente Mook en Middelaar kent een rijke cultuurhistorie. Door de ligging aan de Maas, gecombineerd met de nabijheid van veilige hogere delen in het landschap, is dit gebied al eeuwenlang in gebruik geweest als vestigingslocatie / nederzetting, verdedigingslinie en handelsroute. Er zijn nog vele sporen aanwezig die herinneren aan het verleden. Het gaat daarbij om de oude historische routes en de Maas die in hoofdstuk 5 zijn genoemd, maar ook om bebouwing, resten van bebouwing of verdedigingswerken en andere opgravingen zoals grafheuvels en urnenvelden. De occupatielaag is onderverdeeld in:  grondgebruik, inclusief de daarbij behorende bebouwing;  specifieke bijzondere bebouwing en de AMK-terreinen (AMK=Archeologische monumentenkaart): Het grondgebruik is onderverdeeld in:  Woonwijken en bijbehorende voorzieningen.  Historische dorpskernen en bebouwingsstructuren.  Sportvoorzieningen.  Bedrijventerreinen.  Recreatieterreinen.  Natuurgebieden.  Agrarisch gebruik.  Landgoederen. Specifiek aangegeven bebouwing of bebouwingscomplexen zijn:  Rijksmonumenten.  Gemeentelijke monumenten.  AMK-terreinen.  Archeologische vindplaatsen zoals verblijfplaatsen van jagers.

6.1

Basiskaarten

6.1.1

Grondgebruik Het grondgebruik binnen Mook en Middelaar bestaat overwegend uit natuur (voornamelijk bos) en agrarisch gebied. Daarnaast valt op dat de meeste bebouwing in het noordelijke deel van de gemeente ligt ingeklemd tussen de gemeentegrens, de stuwwal en de Maas. Dat hier de dichtste bebouwing ligt valt te verklaren door de ligging dichtbij een grote stad (Nijmegen) en een autosnelweg (A 73). In het zuidoostelijke deel van de gemeente, is tussen het rivierdalgebied en de stuwwal veel wateroppervlak aanwezig door opstuwing van infiltratiewater uit de stuwwal en door afgraving van rivierduinen. Het gebied rondom de Mookerplas is in trek als recreatiegebied. Daarnaast is het gebruik overwegend agrarisch. Het middelste en noordelijke deel van de stuwwal binnen het gemeentelijk grondgebied kent een vrij divers gebruik. Hier liggen relatief veel ontboste delen van de stuwwal. Het gebruik is hier afwisselend recreatief, agrarisch of natuur (heide). Het oostelijke deel van de stuwwal is vrijwel ongeschikt voor een ander gebruik door de steile hellingen van de Sint Jansberg, terwijl het westelijk deel van de stuwwal grotendeels in gebruik is als landgoed (Jachtslot Mookerheide). Het rivierdal is vrijwel geheel als agrarisch gebied in gebruik. Slechts op de hoger delen, de stroomruggen, ligt bebouwing in de vorm van lintdorpen.

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 41

Grondgebruik 6.1.2

Historische dorpskernen Op de kaart historische dorpskernen staat aangegeven welke gebieden onderdeel uitmaken van historische structuren of dorpskernen. Deze gebieden zijn deels als AMK-terrein aangewezen en deels worden ze beschreven als bouwstenen in hoofdstuk 3 van de welstandsnota uit 2004 (Gelders Genootschap, 2004). (AMK: Archeologische Monumentenkaart)

6.1.3

Rijksmonumenten Er zijn 9 rijksmonumenten in de gemeente: BG7. Landgoed Mookerheide Mookerschans Heumense schans gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 42

Huis Middelaar St. Lambertuskerk St. Antoniuskerk Kapelletje te Middelaar Terrein Romeinse villa Plasmolen Watermolen de “Bovenste Plasmolen” Al deze gebouwen en objecten staan als afzonderlijke gebieden beschreven in de occupatielaag.

Rijksmonumenten (rood) en gemeentelijke monumenten (groen)

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 43

6.1.4

Overige bijzondere bouwwerken Naast Rijksmonumenten is er binnen de gemeente Mook en Middelaar ook een aantal gemeentelijke monumenten aangewezen. Het gaat om: Heumensebaan 3 te Molenhoek Stationsstraat 79 te Molenhoek Stationsstraat 62 te Molenhoek: kerk en kapel Stationsstraat 33 te Molenhoek Rijksweg 19 te Molenhoek Rijksweg 19 te Molenhoek Peilschaal Maasdijk Calvarieberg RK Kerkhof Oorlogsmonument burgers Kerkstraat 8-10 te Mook Kerkstraat 5-7 te Mook Kerkstraat 4-6 te Mook Rijksweg 189 te Mook Kapel Riethorsterweg te Plasmolen Onder bijzonder bouwwerken vallen verder:  Het paviljoen te Plasmolen (afzonderlijk benoemd in de welstandsnota, 2004).  Bijzondere civiel technische gebouwen en objecten zoals bruggen en gebouwen ten behoeve van bijvoorbeeld de spoorweg. Al deze gebouwen en objecten staan, net als de Rijksmonumenten, als afzonderlijke gebieden beschreven in de occupatielaag.

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 44

6.1.5

Archeologie

Archeologische beleidskaart Mook en Middelaar De gemeente beschikt over (nog niet vastgesteld) archeologische beleid inclusief een beleidskaart. De informatie uit dit beleid valt onder te verdelen in:  Archeologische verwachtingen: de gebieden waarover nog geen informatie bekend is zijn gewaardeerd op de waarschijnlijkheid dat hier archeologisch materiaal gevonden kan worden. Dit heeft geen directe invloed op de ruimtelijke kwaliteit en is niet meegenomen in de waardering van de occupatielaag.

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 45

Archeologische Monumenten Kaart (AMK): in deze gebieden zijn waardevolle vondsten geweest. In sommige gevallen zijn deze bovengronds nog waarneembaar of zijn gebouwen teruggebouwd al dan niet in de vorm van kunstopbjecten of een andere vorm van verwijzing. In dat geval is het object op de beleidskaart ook aangewezen als archeologisch relevant bouwwerk. Een enkel AMK-terrein is aangewezen als beschermd archeologisch monument. De archeologische monumenten zijn veelal als gebied opgenomen in de occupatielaag. Archeologische relevante bouwwerken: zijn (delen van) bouwwerken die van belang zijn vanuit cultuurhistorisch perspectief. Omdat ze waarneembaar zijn, omdat er een verwijzing naar het object is of omdat het object is herbouwd zijn ze in de occupatielaag opgenomen als gebied en hebben ze een afzonderlijke waardering gekregen. Archeologische vondstplaatsen (waar opgravingen geweest zijn): van de archeogische vondstplaatsen zijn bovengronds geen resten meer waarneembaar. Ze zijn daarom niet meegenomen in de waardering van de occupatielaag.

Archeologische verwachtingenkaart De basis voor de archeologische verwachtingskaart is een archeologisch verwachtingsmodel. Dit model doet een uitspraak over de meest waarschijnlijke locaties voor vindplaatsen van (pre-)historische samenlevingen. Het model vindt zijn weerslag in een archeologische verwachtingskaart waarop door middel van vlakken (verwachtingszones) vlakdekkend inzicht in de archeologische verwachtingen voor de gemeente Mook en Middelaar wordt gegeven. Het verwachtingsmodel is in hoofdzaak gebaseerd op kwantitatieve vindplaatsgegevens (een zogenaamde inductieve benadering), terwijl er tevens verwachtingsmodellen bestaan die sterk leunen op een hypothetische benadering (een zogenaamde deductieve benadering). De archeologische verwachtingskaart is gebaseerd op een menging van aannames die zowel een inductieve als deductieve onderbouwing hebben. Er is sprake van een hybridenmodel (RAAP, 2007). Voor de gemeente Mook en Middelaar geldt dat de waardering in grote lijnen als volgt is:  Hoge verwachtingswaarde bij: Archeologische vindplaatsen (geregistreerd in de ARCHIS-database), oude delen van bestaande dorpen, stroomruggen en overige hogere delen langs de Maas in het rivierdal.  Middelhoge verwachtingswaarde bij: De stuwwal en de St. Jansberg (met uitzondering van het droogdal Zevendal en direct langs waterkanten.

 Lage of geen verwachtingswaarde bij*: Water, het droogdal Zevendal, enkele kleinere restgebieden en bij archeologisch vrijgegeven gebieden. Archeologische monumenten In de gemeente liggen 14 archeologische monumenten (AMK-terreinen); waarvan 3 als zodanig een beschermde status hebben: "Plasmolense Hof", "Cuijkse Steeg" en "De Maasstraat". De laatste twee terreinen liggen aan elkaar en de laatstgenoemde ligt voor slechts een zeer klein deel binnen de gemeentegrenzen. Alle andere AMK-terreinen liggen volledig binnen de gemeentegrens.

gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 46

Overzicht AMK-terreinen (per nummer)

Archeologisch relevante bouwwerken: Er zijn in totaal 10 archeologisch waardevolle bouwwerken die geheel of deels nog bestaand zijn of waarvan in het verleden sporen zijn teruggevonden. Het gaat om:  2 schansen (Mookerschans en Heumense schans); nog gedeeltelijk intact.  1 (dubbele)molen (industrie- en poldermolen te Plasmolen; een watermolen); nog intact.  1 Romeinse villa (Plasmolense Hof); sporen teruggevonden.Het terrein is aangewezen als zowel Rijksmonument als AMK-terrein. Op dit terrein zijn sporen teruggevonden van vermoedelijk een "Villa Urbana" : een luxe villa voor de rijke stedeling. Het is hiermee het grootste tot nu toe bekende hoofdgebouw in Nederland uit de Romeinse tijd (2e eeuw na Chr.).  1 kasteel (Jachtslot de Mookerheide, begin 20e eeuw: kasteel/buitenplaats, 3 versterkte huizen, tuin/park/plantsoen en brug te Molenhoek); nog intact.  1 Romeinse brug (Cuijkse Steeg/Maasstraat); sporen teruggevonden.  2 kerken (Mook en Middelaar); nog intact  2 gebouwen (Huize middelaar en kapel te Middelaar); (gedeeltelijk) intact en sporen teruggevonden. Archeologische vindplaatsen Rondom archeologische vindplaatsen geldt een hoge archeologische verwachtingswaarde. Enkele grafheuvels en een urnenveld zijn als AMK aangewezen. Voor de occupatielaag zijn de vindplaatsen niet direct relevant omdat ze niet waarneembaar zijn in het landschap.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=f2b693d1-53dc-407c-a4c4-c13a79747129