Bijlage 8 Oriënterend onderzoek ontplofbare oorlogsresten
Tekst van het document
Oriënterend onderzoek naar de noodzaak tot het laten uitvoeren van een volledige bureaustudie voor wat betreft mogelijk aan te treffen Ontplofbare Oorlogsresten bij de geplande herinrichtingswerkzaamheden in het plangebied:
Herontwikkelingslocatie voormalig Hotel De Plasmolen, Mook & Middelaar
Colofon Titel:
Oriënterend onderzoek naar de noodzaak tot het laten uitvoeren van een volledige bureaustudie voor wat betreft mogelijk aan te treffen Ontplofbare Oorlogsresten bij de geplande werkzaamheden in het plangebied ‘Herontwikkelingslocatie voormalig Hotel De Plasmolen, Mook & Middelaar’
Uitgevoerd conform:
Het oriënterend onderzoek zoals aangeduid in Staatsblad 2019, 471, artikel 4.10 (Arbobesluit)
Projectcode Versie: Datum:
P00049 Definitief 10-02-2022
Opdrachtgever:
Buro Stedenbouw
Opdrachtnemer:
Xplosure BV Huismanstraat 6 6851 GT HUISSEN 026-4450099 info@xplosure.nl www.xplosure.nl
Telefoon: Email: Website:
2
Inhoudsopgave 1. 1.1 1.2 1.3
Inleiding ............................................................................................................................................ 4 Wettelijk kader ................................................................................................................................... 4 Doelstelling ........................................................................................................................................ 5 Aanleiding .......................................................................................................................................... 5
2. 2.1 2.2 2.3 2.3.1. 2.3.2. 2.4
Achterhaalde informatie .................................................................................................................. 7 Reeds uitgevoerde bureaustudies of opsporingsactiviteiten ............................................................. 7 Literatuur ............................................................................................................................................ 7 Archiefinstellingen .............................................................................................................................. 8 Regionaal Archief Nijmegen .............................................................................................................. 8 Meldingarchief van de Explosieven Opruimingsdienst (EOD) ........................................................... 8 Luchtfotoarchieven .......................................................................................................................... 12
3.
Conclusie en advies ...................................................................................................................... 19
3
1.
Inleiding
Op een onbekend aantal plaatsen in Nederland liggen nog bommen, granaten en andere munitieartikelen uit de Tweede Wereldoorlog (1940-1945). Bij het spontaan aantreffen van ontplofbare oorlogsresten (OO), ontstaat een verhoogd veiligheidsrisico doordat het explosief door beroering kan exploderen. Onbedoelde explosies kunnen dodelijk letsel aan mens en dier, en zware schade aan materieel en milieu tot gevolg hebben. Tevens kan een spontane vondst resulteren in meerkosten door stagnatie van de uitvoeringswerkzaamheden. In dit inleidende hoofdstuk zullen allereerst het wettelijk kader, de doelstelling, de aanleiding en het onderzoeksgebied van voorliggende oriëntatie worden behandeld.
1.1
Wettelijk kader
Hoofdrisico in het werkveld van het opsporen van ontplofbare oorlogsresten, is het onverwacht aantreffen van munitieartikelen bij het uitvoeren van werkzaamheden in de (water)bodem en/of ondeskundig handelen met onverhoopt aangetroffen objecten.1 Hierdoor bestaat het gevaar op het ongewenst tot (uit)werking komen van deze oorlogsresten. Dit risico komt voor indien er voorafgaand aan bodemactiviteiten geen of onvoldoende onderzoek wordt gedaan naar de mogelijke aanwezigheid van oorlogsresten. Op 13 december 2019 is een besluit tot wijziging van het Arbobesluit gepubliceerd, waarin een wettelijke verlichting wordt geformuleerd tot het laten verrichten van onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten die als gevolg van oorlogshandelingen in de periode 1940-1945 in de Nederlandse bodem kunnen zijn achtergebleven.
In paragraaf 4.10 van het (per 1 januari 2021 definitief vastgestelde) Arbeidsomstandighedenbesluit, staat het volgende hierover vermeld: ▪ In alle gevallen waarin gevaar voor de veiligheid of gezondheid van werknemers kan bestaan door de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, wordt, alvorens werkzaamheden worden aangevangen, hiernaar een oriënterend onderzoek ingesteld; ▪ Indien het oriënterend onderzoek de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten die gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid of gezondheid van werknemers niet uitsluit, wordt een nader onderzoek ingesteld; 2 ▪ Indien uit het nader onderzoek blijkt dat gevaar bestaat voor de veiligheid of gezondheid van werknemers door de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, worden die ontplofbare oorlogsresten opgespoord of andere passende maatregelen getroffen om dit gevaar te voorkomen.3 In eerste instantie is een oriënterend onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten als risico-inventarisatie dus voldoende. Op basis van deze oriëntatie kan geadviseerd worden om een volledig historisch vooronderzoek of projectgebonden risicoanalyse uit te laten voeren. Het geniet de voorkeur van veel gerenommeerde, nationaal opererende opdrachtgevers (en dus ook van advies- en onderzoeksbureau Xplosure) om een mogelijk te
1 Tot voorkort werden ontplofbare oorlogsresten ook (formeel) aangeduid met de term Conventionele Explosieve (CE) en
(informeel) met de term Niet-Gesprongen Explosieven (NGE). Met het oog op Europese regelgeving en eenduidigheid is in Nederland besloten om vanaf heden de term (Opsporen van) Ontplofbare Oorlogsresten (OO) te hanteren. 2 Op dit punt bevat het wetsartikel een ongelukkige woordkeuze. Op basis van een bureaustudie kan de aanwezigheid van objecten in de bodem nooit worden ‘uitgesloten’. In de toelichting van de wettekst wordt gesproken over het feit dat “het oriënterend onderzoek kan leiden tot het inzicht dat er geen sprake, dat er mogelijk sprake of dat er met zekerheid sprake is van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten die gevaar kan opleveren voor de veiligheid of gezondheid van werknemers en derden.” Vervolgonderzoek wordt in dit geval dus enkel geadviseerd wanneer uit de quickscan blijkt dat het aannemelijk is dat er bij de geplande werkzaamheden een (mogelijk) risico op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten aanwezig is. Dit uitgangspunt is geheel in lijn met andere conditionerende onderzoeksdisciplines als archeologie, ecologie en milieukundig onderzoek. 3 Staatsblad 2019, 471, waarvan: artikel 4.10
4
adviseren, volledig onderzoek conform de richtlijnen van het privaat Certificatieschema voor Vooronderzoek en Risicoanalyse uit te laten voeren.4 Naast het aspect van de Arboveiligheid dat bij geplande bodemingrepen komt kijken, is er uiteraard ook het aspect van de Openbare Orde en Veiligheid dat een rol speelt. Om ook de (directe) omgeving van het werkgebied te kunnen beschermen, is het van belang dat er veilig en conform de wet- en regelgeving gewerkt wordt: zowel bij bureaustudies waarin het mogelijk risico wordt vastgesteld, als bij de daadwerkelijke opsporing van ontplofbare oorlogsresten.
1.2
Doelstelling
Doelstelling van het oriënterend onderzoek, is om met behulp van relatief snel voorhanden zijnde, historisch bronnenmateriaal (zoals literatuur, archiefinventarissen, beeld- en kaartmateriaal en reeds verwerkte gebiedsgegevens uit onze database of bibliotheek) te bepalen of het op basis hiervan aannemelijk is dat er binnen het plangebied ontplofbare oorlogsresten aanwezig kunnen zijn en of het in dit kader te adviseren is om nader onderzoek (zoals vastgelegd in het Arbeidsomstandighedenbesluit) te adviseren. Op basis van de uitkomsten van de oriëntatie kan tevens vastgesteld worden waarop zich een dergelijk onderzoek zou moeten richten en welke meest efficiënte onderzoeksstrategie daarbij aangehouden dient te worden.
1.3
Aanleiding
In de nabije toekomst zal het gebied rond het terrein van voormalig Hotel Plasmolen opnieuw worden ingericht. Van beschikbaar gesteld kaartmateriaal valt op te maken dat er binnen de projectlocatie niet alleen bebouwing zal worden gerealiseerd, maar tevens groenstroken, bomen en (naar wordt aangenomen) bijbehorende, ondergrondse infrastructuur. Omdat er op het moment van schrijven nog geen duidelijkheid is omtrent de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het werkgebied, is door Buro Stedenbouw aan Xplosure de opdracht verstrekt voor de uitvoering van een oriënterend onderzoek zoals beschreven in artikel 4.10 van het Arbobesluit, aangevuld met snel voorhanden zijnde gegevens omtrent oorlogshandelingen in de directe omgeving van de plaats Plasmolen, waarbij deze in relatie worden gebracht met de geplande bodemingrepen in het plangebied.
4 In het Certificatieschema wordt bij volledige onderzoeken een onderscheid gemaakt in studies naar oorlogshandelingen
in de periode 1940-1945, onderzoeken naar naoorlogse gebiedsontwikkelingen en specifieke, projectgebonden risicoanalyses of een combinatie van deze bureaustudies.
5
2.
Achterhaalde informatie
2.1
Reeds uitgevoerde bureaustudies of opsporingsactiviteiten
Conform de eisen die in artikel 4.10 uit het Arbobesluit zijn gesteld, is door Xplosure nagegaan of er vastgesteld kan worden dat het te bewerken gebied in het verleden onderwerp is geweest van een gedegen bureaustudie of opsporing van ontplofbare oorlogsresten. Op basis van gegevens van branchevereniging VEO, is vastgesteld dat dit niet het geval is en er derhalve niet eerder een uitspraak gedaan is omtrent de conclusie ‘verdacht’ of ‘onverdacht’. Om enig inzicht te verkrijgen omtrent eventuele betrokkenheid van het te bewerken gebied bij oorlogshandelingen, wordt in de hiernavolgende paragrafen nagegaan of er over de periode 19401945 en visueel waarneembare, naoorlogse gebiedsontwikkelingen een uitspraak gedaan kan worden.
2.2
Literatuur
Raadpleging van lokale, regionale en nationale literatuur omtrent mogelijke oorlogshandelingen in en rond het plangebied, heeft geresulteerd in de conclusie dat het onderzoeksgebied tenminste in de periode tussen 17 september 1944 (operatie Market Garden) en 10 februari 1945 (operatie Veritable) betrokken is geweest bij intensieve en langdurige oorlogshandelingen waarbij Geallieerde en Duitse troepen elkaar haast continue bestookten: “Maar voor de Plasmolen was de oorlog nog niet voorbij . Vanaf 17 september 1944, de dag van de luchtlandingen, tot 10 februari 1945, de dag van de operatie ‘Veritable’, liep hier de frontlijn tussen de Geallieerde en de Duitse legers. Bijna elk huis werd verwoest en velen zouden er nog sneuvelen in de felle gevechten rond de Kiekberg en rond Middelaar.”5 “Dwars door de puinhopen (hiervan) liep die hele winter de frontlijn. In de kelders van stukgeschoten huizen hadden de Duitsers zich stevig verschanst, maar ook in de bossen van de Plasmolen hadden zij zich goed ingegraven. (...) Zolang de Duitsers zich hier konden handhaven, was de weg Nijmegen-Mook-Gennep niet open voor het Geallieerde verkeer, en juist deze verkeersader zou een belangrijke rol spelen, onder andere in de strijd om Goch. Juist daarvoor moest zowel de Plasmolen als Gennep zo snel mogelijk bevrijd worden.
De hele Duitse defensie-opstelling bij de Plasmolen was ingesteld op een aanval vanaf Mook. De frontlijn die daar vanaf 17 september liep (bij de Plasmolen) was eerst door de Amerikanen, daarna door de Engelsen, maar vanaf 8 november bemand door manschappen van de 2e Canadese Divisie, de Cameron Highlanders. In tegenstelling tot wat de Duitsers verwachtten, werden zij van achteren, vanuit het oosten bedreigd en aangevallen.”6 Uit het voorgaande blijkt dus dat: ▪ De plaats Plasmolen gedurende vijf maanden in frontgebied heeft gelegen; ▪ Er binnen dit frontgebied op grote schaal militaire stellingen en onderkomens zijn gerealiseerd; ▪ Er binnen het gebied gevechten tussen grondtroepen hebben plaatsgevonden waarbij zowel infanterie als artillerie betrokken zijn geweest.
5 Smijers, A.G.W.F. (e.a.), In Swaeren Noodt. De oorlog van 1940 tot 1945 in Mook, Middelaar en Molenhoek (Mook 1994),
p.108 6 Smijers, A.G.W.F. (e.a.), In Swaeren Noodt, p.135
7
Illustratie 1: Een Britse tank, op 21 september 1944 door de Duitsers buiten werking gesteld, bij de vijver voor Hotel De Plasmolen.
2.3
Archiefinstellingen
2.3.1.
Regionaal Archief Nijmegen
Bestudering van de inventaris van het Regionaal Archief Nijmegen leert dat de archieven van de gemeente Mook en Middelaar (waar de plaats Plasmolen ook ten tijde van de Tweede Wereldoorlog onder viel) een groot aantal munitie gerelateerde ingangen heeft, te weten: 1634
Mook en Middelaar, 1938-1976
No. 327 539 727
Titel Herstellen van oorlogsschade aan gemeentebossen, 1945-1952 Opruimen van mijnen en munitie, 1943-1949 Voeren van correspondentie over de schade aan natuur- en landschapsschoon als gevolg van oorlogshandelingen, 1946-1947 Verstrekken van inlichtingen over door oorlogshandelingen veroorzaakte schade aan gebouwen, 1945-1957 Procesverbaal en bericht van landmijnexplosies met dodelijke afloop, 1945 Verplaatsen verwoeste Engels tanks op de Rijksweg te Mook en Plasmolen, 1945 Artikel ‘Tweemaal slag bij Mook’, [circa 1980] Kaartjes met gegevens over mijnenvelden nabij Cuijk en Middelaar (1944)
768 4799 4807 6661 6727
Tabel 1: overzicht van archiefbescheiden welke duiden op betrokkenheid van het onderzoeksgebied bij oorlogshandelingen in de periode 1940-1945.
Het overzicht geeft aan dat de gemeente waar Plasmolen onderdeel van heeft uitgemaakt, te maken heeft gehad met oorlogshandelingen, waardoor de aanwezigheid van achtergebleven munitieartikelen niet kan worden uitgesloten. 2.3.2.
Meldingarchief van de Explosieven Opruimingsdienst (EOD)
Voor dit oriënterend onderzoek is ten behoeve voor verder inzicht betreffende eerdere gedocumenteerde ruimingen van ontplofbare oorlogsresten in of nabij het onderzoeksgebied het archief van de Explosieven Opruimingsdienst (EOD) te Soesterberg bestudeerd. De EOD is onder andere eigenaar van het archief met
8
de ‘Uitvoeringsopdrachten (UO’s)’ – ook betiteld als ‘Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening (MORA’s)’; de zgn. ruimrapporten. Voor dit oriënterend onderzoek is een overzicht van de UO’s/MORA’s van het onderzoeksgebied voor wat betreft de periode 1971-2017 ontvangen. De locaties waar meldingen en ruimingen van ontplofbare oorlogsresten zijn gedaan, zijn verwerkt in onderstaande tabel. Meldingsnummer
Datum
Locatie
19711115
24-5-1971
Schildersweg 4
19721382
19-6-1972
nabij de Zevenbergen
19721818
10-8-1972
Bos t.o. Shellstation
19722431
13-10-1972
Buro
19722732
15-11-1972
Witteweg
19740945
8-4-1974
Kiekenbergsebaan
19742322
2-9-1974
19752661
16-10-1975
Apostelweg
19803344
17-10-1980
Molenweg
19811092
21-4-1981
Helweg, Plasmolen
19812562
24-8-1981
Zevendaalseweg 3, Plasmolen
19812599
26-8-1981
Rijksweg en bos bij Plasmolen
19812629
28-8-1981
parkeerplaats Witteweg, Plasmolen
19812822
16-9-1981
Plasmolen
19812823
16-9-1981
Plasmolen
19821336
22-4-1982
Parkeerplaats Riethorst, Plasmolen
19823540
25-10-1982
Bossen, Plasmolen
19823580
27-10-1982
Plasmolen
19823600
28-10-1982
Plasmolen
19830295
7-2-1983
Plasmolen
19830921
8-4-1983
Plasmolen
19831308
6-5-1983
Plasdmolen, Mook
19832200
26-7-1983
Helweg, Plasmolen
19833097
29-9-1983
Zevenbergseweg, Plasmolen
19833325
16-10-1983
Plasmolen
19833555
1-11-1983
Rijksweg 174, Plasmolen
19850210
7-2-1985
Maartensweg St
19862464
26-7-1986
Bos
19870713
6-4-1987
Heuvel De Restaurant
19872002
26-7-1987
Jansweg St
19970330
2-3-1997
Riethorsterweg 6
19981989
5-10-1998
sint maartensweg
19990237
22-2-1999
Witteweg 7
19990443
26-3-1999
Zevendaalseweg
19991012
4-6-1999
molenweg
19991013
4-6-1999
st Maartensweg
19991094
16-6-1999
kiekbergsebaan
9
19991337
20-7-1999
Riethorsterweg 17
19992061
2-11-1999
Zevendaalseweg 12
19992062
2-11-1999
Zevendaalseweg 12 (In het bosperceel)
20000084
18-1-2000
Rijksweg 201
20010370
20-3-2001
Riethorstweg 17
20010372
20-3-2001
Rijksweg 193 t.h.v. hectometerpaaltje 120.5
20011598
8-10-2001
Riethorsterweg 17
20011670
17-10-2001
Riethorsterweg 5
20011823
5-11-2001
Apostelweg
20020515
15-4-2002
Kiekbergsebaan.
20030048
10-1-2003
St. Jansberg / Kiekbergsbaan
20030053
14-1-2003
Kiekbergsebaan
20030391
13-3-2003
Schildersweg 6
20030681
19-4-2003
Zevendalseweg
20031399
8-9-2003
Dode arm van de Maas aan de Pastoorsdijk.
20040469
8-4-2004
Rijksweg 193, Plasmolen
20050995
10-7-2005
landgoed Kiekbergsebaan
20051813
25-12-2005
Zevendalseweg te Plasmolen.
20060617
27-4-2006
Rijksweg 193 te Plasmolen.
20070069
11-1-2007
Rijksweg.
20070323
8-3-2007
Bosperceel aan de Kiekenbergseweg aan de Plasmolen
20070363
15-3-2007
Bosgebied de St Jansberg
20070957
11-6-2007
Riethorsterweg 14
20101063
19-7-2010
Sint Jans berg
20101271
6-9-2010
Zevendalseweg
20101271001
4-9-2010
Zevendalseweg
20110742001
3-5-2011
Witteweg 33
20111258001
4-8-2011
Kiekbergsebaan
20120349001
8-3-2012
Zevendalseweg
20120533001
30-3-2012
Helweg
20120744001
2-5-2012
Kiekbergse baan
20121529001
30-9-2012
Bosperceel
20121706001
30-10-2012
Riethorsteweg 18
20121846001
23-11-2012
Zevendalseweg 12a
20130381001
14-3-2013
Zevendalseweg 12
20130997001
7-6-2013
Bosgebied
20131231001
16-7-2013
Kiekbergsebaan
20131288001
25-7-2013
Zevendalseweg 8
20131452001
23-8-2013
Zevendalseweg
20140156001
15-1-2014
Kiekbergsebaan
20140156002
15-1-2014
Kiekbergsebaan
20140156003
15-1-2014
Kiekbergsebaan
20140156004
15-1-2014
Kiekbergsebaan
20140156005
15-1-2014
Kiekbergsebaan
10
20141277001
19-6-2014
Zevenbergseweg 12
20141634001
22-8-2014
Helweg
20141673001
28-8-2014
Zevendalseweg 12A
20142373001
17-12-2014
Sint Jansberg
20142373002
17-12-2014
Sint Jansberg
20142373003
17-12-2014
Sint Jansberg
20142373004
17-12-2014
Sint Jansberg
20150105001
2-1-2015
Kiekbergseweg
20150105002
2-1-2015
Kiekbergseweg
20150105003
2-1-2015
Kiekbergseweg
20150105004
2-1-2015
Kiekbergseweg
20151363001
30-7-2015
Rijksweg en Zevendalseweg
20151363002
30-7-2015
Rijksweg en Zevendalseweg
20151363003
30-7-2015
Rijksweg en Zevendalseweg
20151924001
3-11-2015
Apostelweg
20151924002
3-11-2015
Apostelweg
20151924003
3-11-2015
Apostelweg
20151924004
3-11-2015
Apostelweg
20151924005
3-11-2015
Apostelweg
20151927001
3-11-2015
Riethorsterweg 10
20160525001
29-3-2016
Sint Maartensweg
20162097001
23-12-2016
Riethorsterweg 21
20170596001
6-4-2017
Kiekbergsebaan
20170596002
6-4-2017
Kiekbergsebaan
20170608001
8-4-2017
Schildersweg 6
20170608002
8-4-2017
Schildersweg 6
20170730001
24-4-2017
Kiekbergselaan
20170807001
4-5-2017
Kiekbergsebaan
20170897001
17-5-2017
Molenweg
20170898001
17-5-2017
Apostelweg
20170898002
17-5-2017
Apostelweg
20170898003
17-5-2017
Apostelweg
20170898004
17-5-2017
Apostelweg
Tabel 2: overzicht van meldingen aan de Explosieven Opruimingsdienst van verdachte munitie(gelijkende) objecten in de plaats ‘Plasmolen’ in de periode 1971-2017.
Uit bovenstaande tabel valt op dat er een groot aantal locaties verwijzen naar plaatsen die in de directe nabijheid van het te bewerken gebied verwijzen. Zo zijn er meerdere meldingen van aangetroffen Explosieven afkomstig van bijvoorbeeld de Rijksweg, De Zevendalseweg en De Witteweg. Raadpleging van de bijbehorende ruimrapporten zal informatie kunnen geven omtrent de aard en hoeveelheid van reeds aangetroffen munitieartikelen in (de directe omgeving van) het onderzoeksgebied. Tevens biedt dit een mogelijkheid om zoekdoelen bij eventueel te adviseren opsporingsactiviteiten te kunnen vaststellen.
11
2.4
Luchtfotoarchieven
Naar aanleiding van het voorgaande, is bij nationale en internationale beeldarchieven nagegaan of er luchtfoto’s beschikbaar zijn die het onderzoeksgebied in de periode 1940-1945 in beeld brengen. Xplosure heeft achterhaald dat met name internationale beeldbanken beschikking hebben over luchtfoto’s welke door de Geallieerde luchtmachten genomen zijn tijdens en na de oorlogshandelingen die volgden als gevolg van de Geallieerde bevrijdingsoperatie Market Garden in september 1944. Van deze foto’s zou op te maken zijn in welke mate en in welke vorm het onderzoeksgebied betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Raadpleging van online (en openbare) beeldbanken heeft een horizontale luchtfoto opgeleverd waarop centraal in beeld het onderzoeksgebied zichtbaar is na intensieve oorlogshandelingen.
Uit bovenstaand beeld (afkomstig van maart 1945) valt op te maken dat: ▪ Diverse opstallen binnen en rond het onderzoeksgebied verwoest zijn; ▪ Er in de landerijen rond het onderzoeksgebied grote hoeveelheid inslagkraters van explosieven waarneembaar zijn; ▪ Er op het hoger gelegen gebied tegenover het onderzoeksgebied (destijds The Hill genoemd) een grote hoeveelheid militaire (verdedigings)werken zijn aangelegd.
12
2.5
Naoorlogse gebiedsontwikkeling
Om een eerste indruk te kunnen krijgen van de naoorlogse gebiedsontwikkelingen, zijn topografische kaarten vergeleken van (de omgeving van) het onderzoeksgebied. Per periode van verandering is op de hiernavolgende pagina’s een overzichtskaart opgenomen. Uit kaartvergelijking valt op te maken dat het plangebied voor, tijdens en na de oorlog uit deels bebouwd gebied heeft bestaan. De waarneembare grondroerende activiteiten houden direct verband met de (her)bouw van het voormalige Hotel De Plasmolen medio jaren zestig van de vorige eeuw.
13
3.
Conclusie en advies
Doelstelling van het oriënterend onderzoek is, om met behulp van snel voorhanden zijnde, historisch bronnenmateriaal (zoals literatuur, archiefinventarissen, beeld- en kaartmateriaal en reeds opgedane kennis) een indruk te krijgen of er binnen het plangebied een kans bestaat op het aantreffen van achtergebleven ontplofbare oorlogsresten en of er op basis van (na)oorlogse informatie de conclusie getrokken kan worden dat de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten is uit te sluiten. Indien dit laatste niet het geval is, schrijft artikel 4.10 van het Arbobesluit voor dat vervolgonderzoek een verplichting is. Op basis van het uitgevoerde oriënterend onderzoek, zijn de volgende vraagstellingen te beantwoorden: Is er op basis van de voorhanden zijnde historische gegevens een mogelijkheid gevonden dat het onderzoeksgebied betrokken kan zijn geweest bij oorlogshandelingen in de periode 1940-1945? Dit is vastgesteld door het feit dat het plangebied ten minste in de periode tussen 17 september 1944 en 10 februari 195 tot frontgebied heeft behoord. Dit houdt concreet in dat het gebied beschoten is en dat er militaire stellingen en onderkomens in het gebied zijn gerealiseerd.
Is er in het verleden al een bureaustudie uitgevoerd welke voldoet aan (of is vergelijkbaar met) de huidige standaard van vooronderzoek en/of risicoanalyse? Nee, het opnieuw in te richten gebied heeft geen onderdeel uitgemaakt van eerder bureauonderzoek. Hebben er in het onderzoeksgebied in de naoorlogse periode opsporingswerkzaamheden plaatsgevonden? Nee, in het onderzoeksgebied hebben voor zover bekend geen detectie- en/of benaderingswerkzaamheden plaatsgevonden. Is het onderzoeksgebied in de naoorlogse bebouwd geweest? Uit kaartvergelijking is geconcludeerd dat er na de oorlog hernieuwde bouwactiviteiten hebben plaatsgevonden op de locatie van het voormalige (en inmiddels verdwenen) Hotel Plasmolen. Overige locaties lijken nooit bebouwd te zijn geweest. Bevinden zich in het onderzoeksgebied ondergrondse infrastructuur als kabels / leidingen? Bij de realisatie van het in 2001 afgebrande Hotel Plasmolen zal medio jaren 60 ondergrondse infrastructuur zijn aangelegd. Of de exacte locaties nog achterhaalbaar zijn, zal moeten blijken uit een KLIC-melding. Zijn er in de directe omgeving meldingen en/of ruimingen van ontplofbare oorlogsresten geweest? Ja, uit deze oriëntatie is gebleken dat er in de periode tussen 1971 – 2017 een grote hoeveelheid meldingen (en ruimingen) van ontplofbare oorlogsresten uit de directe omgeving van het onderzoeksgebied afkomstig zijn.
Voor nadere informatie voor de periode voor 1971 en na 2017, alsmede naar inzicht in soort, hoeveelheid en kalibers, zou nader onderzoek uitgevoerd moeten worden. Is de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten uit te sluiten zoals omschreven in artikel 4.10 van het vigerende Arbobesluit? Nee, de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten is door het voorgaande niet uit te sluiten.
Xplosure adviseert u om, gezien de bevindingen van dit oriënterend onderzoek, het opsporingsproces voort te zetten. De wijze waarop dit het meest effectief kan gebeuren, is door dit oriënterend onderzoek als het ware uit te breiden tot een vooronderzoek dat voldoet aan de huidige onderzoekstandaard zoals dat is verwoord in het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten. Het onderzoek zal zich met name moeten richten op de periode september 1944 – februari 1945 en de troepen die zijn ingezet tijdens deze frontperiode. Uit gevechtsverslagen van infanterie- of artillerie-eenheden of vluchtgegevens van luchtmachten zou een specifiek zoekdoel moeten worden vastgesteld dat als input voor opsporingswerkzaamheden ter plaatse zou moeten dienen. Tevens wordt geadviseerd om in het uit te voeren, volledige onderzoek de voorgenomen werkzaamheden te betrekken, zodat een onderscheidt kan ontstaan in locaties waar diepere
19
of slechts oppervlakkige bodemingrepen verwacht worden. De verwachting is dat door de uitvoering van een volledige analyse voorkomen wordt dat bij toekomstige opsporing ter plaatse uitgegaan dient te worden van een duurder, ‘worst-case’ scenario.
20