Bijlage 8. Beantwoording technische vragen concept duurzaamheidbeleid
Tekst van het document
Technische vragen concept duurzaamheidbeleid Partij/nr GL/1
Pagina algemeen
Vraag Klopt het dat deze Duurzaamheidsvisie wordt gebruikt als onderlegger voor de paragraaf Duurzaamheid in de vast te stellen Omgevingsvisie?
GL/2
algemeen
Bij de raadsmemo zit ook een agenda tot 2030. De onderwerpen c.q. doelen worden niet altijd als handelingsdoelen (dus met werkwoorden) geformuleerd. Hoe moeten wij deze lezen?
GL/3
algemeen
Bij de raadsmemo zit een agenda tot 2030. Wat is de status van deze agenda? Wordt deze een integraal onderdeel van het omgevingsplan?
GL/4
algemeen
Op basis van de projecten waarin we nu participeren en de verwachting van de hoeveelheid energie die inwoners op hun eigen daken op kunnen wekken, gaan we in 2050 niet voldoen aan onze energiebehoefte. In de duurzaamheidvisie worden te weinig plannen genoemd om de benodigde energie in 2030 en 2050 op te wekken. Kunt u aangeven wat de geprognosticeerde energiebehoefte is en hoe we die op gaan wekken?
Reactie Wellicht is ‘onderlegger’ een te groot woord, maar het duurzaamheidsbeleid wordt zeker onderdeel van de omgevingsvisie. De agenda is een opsomming van de verschillende uit te zetten acties, te starten projecten en te onderzoeken onderwerpen voor de komende jaren. In de tweejaarlijkse uitvoeringsplannen zullen deze onderdelen verder geconcretiseerd worden. Daarbij kan het ook zo zijn dat er nieuwe projecten bijkomen. Nee. De ruimtelijke gevolgen van het vastgestelde beleid zal verwerkt worden in het omgevingsplan. De agenda laat zien waar we de komende jaren in ieder geval mee aan de slag gaan. Dat kan nog tot verschillende raadsbesluiten leiden voordat het onderdeel wordt van het omgevingsplan. Net zoals het duurzaamheidsbeleid is het omgevingsplan een dynamisch plan dat aangepast kan worden bij nieuwe regelgeving. De verwachting is een energieverbruik van 406 TJ in 2050, al is en blijft dit onderhevig aan verandering en innovatie. Hoe dat allemaal opgewekt zal worden is nog niet bekend. Veel gemeenten zitten in een proces om stappen te zetten naar energieneutraliteit, maar de eindstreep is nog niet in zicht. Er zijn echter wel verschillende opties voor de toekomst, al zijn die natuurlijk nog niet zeker. Denk dan bijvoorbeeld aan:
-
GL/5
4
GL/6
7
GL/7
8
De definitie van biodiversiteit c.q. een biodiverse gemeente is niet juist. Biodiversiteit gaat niet (alleen) over het aantal soorten in een ecosysteem. Het begrip gaat ook over de genetische diversiteit en de diversiteit in ecosystemen. En voor zover het begrip wel gaat over het aantal soorten, is dat in relatie tot de abiotische factoren, daardoor kan de biodiversiteit van een ecosysteem niet via een eenvoudige monitoring en optelsom beoordeeld worden. Vraag: Waarom is niet een definitie uit een publicatie met gezag gebruikt? Is het bekend bij de gemeente welke adressen een energielabel e, f, en g hebben?
In deel 2, ambitie en visie, staat dat droogterisico zich voornamelijk op de stuwwal bevindt. In de uitwerking (deel 3) vinden wij hier geen specifieke maatregelen voor opgenomen. Met welke argumenten zijn hier geen maatregelen over opgenomen in de duurzaamheidsvisie?
De ontwikkeling van duurzame gassen groengas, waterstof in combinatie met andere innovaties en technieken die kunnen bijdragen aan de toekomstige verduurzaming van de warmtevraag - Toch grootschalige opwek op agrarische gronden (al staan we dat nu niet toe). - Energiepositieve gebouwen bouwen. - Veel kleine opwekprojecten starten. - Investeren in projecten van buurgemeenten en regionale samenwerking Bedankt voor de aanvullingen en de terechte vraag. In eerste instantie hebben we een bredere en wetenschappelijke definitie gebruikt, maar uiteindelijk is toch besloten om de definitie wat “compacter” en meer leesbaar te houden. Niet exact. Er zijn natuurlijk officiële labels, maar niet alle adressen zijn voorzien van een label. In het kader van het NIP heeft het Rijk de inschatting gemaakt dat het in Mook en Middelaar om 107 woningen gaat. Dat is deels gebaseerd op bouwjaar. Het duurzaamheidsbeleid moet een raamwerk zijn van de thema’s waarmee we te maken hebben en de te nemen maatregelen daarbij. Er zijn nog geen specifieke maatregelen opgenomen omdat die later nog zullen komen in de
plannen voor klimaatadaptatie, zoals ook benoemd op pagina 20. GL/8
8
In deel 2, ambitie en visie, staat dat wateroverlast zich voornamelijk in Mook bevindt. In de uitwerking (deel 3) vinden wij hier geen specifieke maatregelen voor opgenomen anders dan vergroenen van parkeerterreinen en tuintjes etc. Dit is echter niet voldoende voor grootschalige wateroverlast. Heeft de gemeente de uitgevoerde stresstest gebaseerd op de Valkenburgbui? Deze buien kunnen in de toekomst vaker voorkomen.
De uitgevoerde stresstest dateert van voor de Valkenburgbui. Wel is de stresstest gebaseerd op de zogenoemde T100-bui. Dit is een bui die gemiddeld eens in de 100 jaar voorkomt. Bij een T100-bui valt over het hele gebied ruim 60 mm neerslag in een tijdsspanne van 2 uur. De Valkenburgbui kwam neer op zo’n 160 mm neerslag in 48 uur. Daarbij moet ook worden genoemd dat er op dat moment extra water vanuit Duitsland door de beken in Valkenburg stroomde. De beken die door Valkenburg stromen konden al deze extra wateraanvoer (door de extremere neerslag) niet aan. De test is dus weliswaar niet gebaseerd op de Valkenburg situatie, maar wel representatief te noemen.
GL/9
GL/10
9
10
Alinea 2: De kaarten (op deze en de vorige pagina) uit de Klimaatatlas van Water in Limburg (opgesteld in opdracht van het Waterpanel Noord) vatten deze knelpunten goed samen. Dit is onjuist. Wij zien op het kaartje van de grondwaterstand een gemiddelde grondwaterstand en niet de relatie met de droogte, of dit minder wordt, hoeveel minder en of dit ernstig is. In veel zinnen van Samen sterk voor duurzaaMM wordt het begrip biodiversiteit gebruikt op een onjuiste wijze. De ernstigste voorbeelden daarvan volgen nu. De paragraaf over biodiversiteit begint met “biodiversiteit is van belang voor het voortbestaan van het ecosysteem”. Maar ook als de biodiversiteit zeer sterk achteruit gaat, blijft het ecosysteem voortbestaan, zij het op een lagere kwaliteit.
Bij nieuwe ontwikkelingen wordt er al gewerkt met wadi’s en infiltratieputten. De kaart geeft een van de belangrijke indicatoren van droogte weer. Daarom is ervoor gekozen specifiek deze kaart toe te voegen.
De constatering is terecht. We hebben geprobeerd een vertaalslag te maken van een wetenschappelijk begrip naar een algemenere, meer begrijpbare definitie. We zijn het er niet mee eens dat het
Vraag: De tekst lijkt niet nagekeken te zijn door een deskundige, is dit een terechte constatering, en zo ja, waarom is dat niet gebeurd?
GL/11
10
“Onze gemeente maakt deel uit van zo’n ecosysteem”. Welk ecosysteem zou bedoeld zijn. Er zijn meerdere ecosystemen in onze gemeente, de gebruikte verwoording is op zijn minst verwarrend. Vraag: Is de zin c.q. de hele tekst beoordeeld op helderheid, en dus op bruikbaarheid voor het stellen van kaders?
GL/12
10
“Biodiversiteit zorgt voor schone lucht, fris water, een goede bodemkwaliteit en de bestuiving van gewassen. ..”. Dat klopt niet, zelfs niet als een hele ruime definitie van biodiversiteit wordt genomen. Het is precies andersom: een schoon milieu zorgt voor een hoge biodiversiteit. Vraag: Wat is de bron van de geciteerde zin?
GL/13
10
“Ons ecosysteem is uniek”, dat is niet het geval, wat niets zegt over de waarde ervan. Vraag: Wat was de motivatie om onze natuur aan te prijzen met woorden die niet waar zijn?
GL/14
10
“Maar de biodiversiteit staat in Nederland onder druk. In Nederland is er nog maar 15% over van de inheemse planten- en diersoorten die in 1900 in ons land voor kwamen.” en “In onze natuurgebieden zetten we vooral in op behoud van biodiversiteit. We kijken wat er nodig zou zijn om de biodiversiteit in stand te houden en grijpen waar mogelijk in als we zien dat het achteruit gaat.” In tweede zin zit twijfel of ingrijpen nu al noodzakelijk is in de uitdrukking: “nodig zou zijn”.
begrip biodiversiteit op een onjuiste wijze gebruikt wordt. We zijn het er wel mee eens dat het soms te beperkt gebruikt is. Dit komt omdat we hierbij het onderscheid willen maken tussen een beleidsstuk en een wetenschappelijke publicatie. Deze zin komt uit het visiegedeelte, waarin wordt genoemd wat we belangrijk vinden. Daar zijn niet altijd rechtstreeks concretere kaders aan te koppelen, maar in de verdere uitwerking kan dat wel. We zien dit beleid immers als startpunt en niet als einddocument. Biodiversiteit en de genoemde gevolgen zijn een wisselwerking en hebben invloed op elkaar. Voor een beleidsstuk is het goed om aan te geven welke praktische en zichtbare gevolgen een abstract begrip als biodiversiteit teweeg kan brengen. De genoemde voordelen komen uit een publicatie van TNO. Deze passage is met name bedoeld om aan te geven dat onze natuur belangrijk en waardevol is en dat we ons dus moeten inzetten voor het behoud ervan. Onze natuur is een van de kernkwaliteiten van de gemeente, ook in vergelijking met andere gemeenten, daarom hebben we het uniek genoemd. Er zijn ongetwijfeld andere plekken waar een vergelijkbaar ecosysteem of systemen bestaan, maar aangeven of de gekozen woorden wel of niet waar zijn is geen technische vraag. Het is voor nu niet realistisch om terug te kunnen gaan naar de biodiversiteitssituatie van het jaar 1900.
Voor nu heeft het de focus om in te zetten op het behoud van wat er nu al is en dat waar mogelijk te versterken en er vooral
Vraag: Waarom staan er twee zinnen in de tekst die elkaar tegenspreken?
voor te zorgen dat het niet achteruit gaat. Deze zinnen spreken elkaar ons inziens niet tegen. Dat klopt, we proberen hiervoor een koppeling te maken met het soortenmanagementplan (SMP), wat ook nodig is voor het Nationaal Isolatieprogramma (NIP). Dit is best een uitdaging, gezien het landelijke tekort aan ecologen en de lange aanbestedingstermijn die hierbij hoort. Er zijn hier geen specifieke onderzoeksresultaten voor. Wat we bedoelen te zeggen is dat we er bedacht op moeten zijn dat bepaalde soorten last hebben of krijgen van de klimaatverandering en dat we dit dus zo veel mogelijk moeten voorkomen door deze soorten niet in te zetten. Het aanpassen en leren omgaan met wilde diersoorten, zoals bijvoorbeeld de wolf, is binnen het Interprovinciaal Overleg al veel besproken en er is over gepubliceerd. We hebben ervoor gekozen om dit niet te herhalen omdat daar op dit moment geen acute noodzaak voor is. Mocht dat wel het geval worden, dan gebruiken we herijkingsmomenten om aanpassingen te doen. Dat kunnen zowel bedrijven, medeoverheden en maatschappelijke organisaties zijn, zolang ze bij kunnen dragen aan het vergroten van het aandeel circulariteit in onze samenleving. Op dit moment ligt de nadruk van gemeentelijke inzet op het terugdringen van de warmtevraag: isolatie. Hoe lager die is, hoe minder energie in welke vorm
GL/15
10
”de exacte stand van de zaken rondom biodiversiteit in onze gemeente [is] niet inzichtelijk.” Om dit gebrek op te lossen zijn geen maatregelen opgenomen in de agenda tot 2030. Vraag: Hoe wordt gewerkt aan en op welke termijn kunnen we een document met kaart verwachten over de stand van zaken van de biodiversiteit op verschillende plekken in onze gemeente?
GL/16
10
Vraag: Op welke onderzoeksresultaten kan nu al een beslissing gefundeerd worden of een bepaalde boomsoort past in het toekomstige bos?
GL/17
10
Een hogere biodiversiteit nastreven brengt een proces van gewennen en aanpassen voor inwoners en politiek met zich mee over hoe om te gaan met wilde diersoorten die terugkeren in onze gemeente of zich er vestigen. Vraag: Op welke argumenten is de beslissing gebaseerd om dit niet te bespreken in de biodiversiteitsvisie?
GL/18
11
Laatste zin: Op samenwerking met welke partijen, organisaties, bedrijven en/of overheden wordt hier gehint?
GL/19
12
A Woningen: hybride warmtepompen en airco’s worden niet genoemd? Welke argumentatie ligt daaraan ten grondslag?
GL/20
12
Op pagina 24 wordt benoemd dat de verwachting is dat elektrische auto’s op den duur de plek van auto’s op fossiele brandstof in zullen nemen en als thuisbatterij gaan fungeren. Waarom is deze ontwikkeling niet meegenomen onder het kopje ‘Nieuwbouw’?
GL/21
14
2e alinea: gesteld wordt dat aquathermie geen realistische optie is. De gemeente Venlo stelt dat ook gemeenten stroomafwaarts hier gebruik van kunnen maken en in het Land van Cuijk is het ook een reële optie. Op welk onderzoek is het standpunt gebaseerd dat het voor Mook en Middelaar geen realistische optie is? Dezelfde vraag geldt ook voor geothermie.
GL/22
16
Laatste zin: Hoe wordt deze ambitie verder uitgewerkt in dit duurzaamheidsbeleid en vertaald naar minimale eisen als Regel in toekomstige bestemmingsplannen?
er ook nodig is. Er wordt aangegeven dat we inwoners graag helpen als zij zelf al volgende stappen willen zetten naar aardgasvrij, terwijl bij het schrijven van het beleid het Rijk al bezig was met het verplichten van hybride warmtepompen. Het beleid van de nieuwe coalitie zal hierin nog verwerkt moeten worden. Die stelling klopt niet. Er wordt gesteld dat de mogelijk bestaat om een auto als home-battery te gebruiken, maar ook dat er nauwelijks geschikte auto’s voor zijn. Dat meenemen in nieuwbouweisen zou prematuur zijn, omdat het nog niet bekend is hoe deze ontwikkeling zich voortzet. In het eerste onderzoek voor onze TVW is aangetoond dat onze gemeente nauwelijks geschikt is voor collectieve warmteoplossingen. We hebben aanvullend onderzoek laten doen door Ennatuurlijk. Zij bevestigen dat beeld. Op dit moment wordt aquathermie voornamelijk voor collectieve oplossingen ingezet. Daarmee is het bijna niet geschikt als alternatieve warmtebron in Mook en Middelaar. Uit het onderzoek dat door Ennatuurlijk is uitgevoerd blijkt dat de noodzakelijke schaalgrootte en de uniformiteit van woningen voor economische haalbaarheid als uitgangspunten in Mook en Middelaar niet aanwezig zijn. Dat geldt ook voor geothermie op collectieve schaal. In deze versie van het beleid wordt dat nog niet verder uitgewerkt. Het is belangrijk dat we de ambitie onderschrijven.
We gaan er natuurlijk wel mee aan de slag en kunnen dat bij de
GL/23
17
U schrijft waterstof af als krachtbron voor Mook en Middelaar. Wellicht is dit in de toekomst voor de industrie wel een oplossing. Met welke onderliggende argumentatie is besloten deze energiebron niet op te nemen in een duurzaamheidsbeleid met doelen tot 2050?
GL/24
17
GL/25
17
Alinea 3: zonnepanelen boven parkeerplaatsen, ook op industrieterreinen, wordt steeds vaker toegepast. In het ontwerp duurzaamheidsbeleid is dit niet op mogelijkheid opgenomen. Waarom wordt dit niet als optie gezien? Kan het bedrijven verplicht worden om infiltratieputten aan te leggen of een waterbassin aan te leggen met een grijswater systeem voor de bedrijfsprocessen?
GL/26
20
GL/27
20
‘Alle gemeenten moeten in 2050 klimaatadaptief zijn. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is afgesproken dat gemeenten daarom plannen moeten hebben die beschrijven hoe er omgegaan wordt met hitte-, droogte- en wateroverlast. Deze worden de komende tijd geïnventariseerd en bij de eerstvolgende herijking wordt gekeken of de hiergenoemde uitgangspunten voldoen of dat er aparte plannen nodig zijn.’ Wat wordt er geïnventariseerd? En over welke herijking wordt hier gesproken? Wat bedoelt u met de ‘hiergenoemde uitgangspunten’? Samenwerken met natuurorganisaties … “ onderzoeken we hoe we door daar waar gewenst betere samenwerking de biodiversiteit kunnen verbeteren.” Vraag: op welke aspecten cq vanuit welke definitie van biodiversiteit verwacht u met welke natuurorganisaties te kunnen samenwerken en met welke motivatie?
volgende herijking wellicht concreter maken. Een voorbeeld van waar al wel aan gewerkt wordt is door bij het isolatieprogramma als eerste keuze altijd biobased isolatie aan te bieden. Die stelling lezen wij niet terug in het beleidsstuk. Waterstof wordt wel degelijk genoemd als mogelijkheid voor energieopslag en als alternatief voor aardgas. Waterstof is echter geen krachtbron, maar een energiedrager. Die energie moet alsnog ergens anders vandaan komen. Op pagina 23 wordt de mogelijkheid wel benoemd. Er bestaat tot dusverre geen wettelijke verplichting hiervoor. Een gemeente kan het eventueel wel verplichten. De mogelijkheden voor plannen en maatregelen gericht op hitte-, droogte, en wateroverlast worden geïnventariseerd. Er wordt hier gesproken over de eerste herijking van het duurzaamheidsbeleid. De hier genoemde uitgangspunten betreffen de uitgangspunten en maatregelen in het beleid. We gaan de samenwerking zoeken c.q. intensiveren met landelijke en lokale organisaties die het versterken van biodiversiteit tot doel hebben. De motivatie is om gebruik te maken van de kennis en kunde van deze organisaties om te kijken hoe we de natuur het beste kunnen verbeteren.
GL/28
21
Waarom zijn op deze plaats de bestuurlijke/juridische instrumenten die gemeenten hebben om circulariteit op te nemen in de nieuwe Omgevingsvisie of als Regels in het bestemmingsplan voor nieuwbouw op eigen gemeentegrond, niet genoemd?
GL/29
21
GL/30
21
Wat wordt er bedoeld in alinea 2 met ondersteunen? Financieel, organisatorisch, emotioneel, etc? Doneerringen blijken niet effectief te zijn. Waarom wordt hier desondanks voor gekozen?
GL/31
22
Is de 3-30-300 regel ook van toepassing op scholen, bedrijven en maatschappelijke instellingen?
GL/32
22
Laatste alinea: waarom moet eerst worden onderzocht of afvalscheiding onderdeel wordt van de evenementenvergunning? Rijkswaterstaat heeft hier reeds onderzoek naar laten doen en bij grotere evenementen is een afvalplan sowieso verplicht. https://open.rijkswaterstaat.nl/publish/pages/184565/afvalscheiden_op_evenementendef.pdf
GL/33
23
Voorkomen opwarmen van de buitenlucht: kan de gemeente aangeven welke apparatuur het is en wat de gemeente voornemens is hieraan te doen?
GL/34
23
Wat wordt bedoeld met toekomstbestendig groen?
DGP/1
3
Is de gemeente al in gesprek met groot verbruikers?
Omdat er voor gekozen is geen extra regeldruk bij woningbouw op te leggen. Extra regelgeving maakt woningen duurder. Dat is onwenselijk in een wooncrisis. Dit kan alle drie, afhankelijk van het initiatief. Er zijn ook plekken waar doneerringen wel succesvol blijken te zijn, daarom gaan we testen of dat hier ook het geval is. We kiezen nog nergens definitief voor, maar gaan wel op deze methoden testen. Dat zou kunnen. Voor nu is er een grens van aantal woningen aangegeven, maar de regel wordt nog verder uitgewerkt na vaststelling van het beleid. Er zijn al veel eisen onderdeel van de evenementenvergunning. We onderzoeken of het praktisch haalbaar is om deze eisen daaraan toe te voegen. De verplichtingen voor een afvalplan gelden voor evenementen van boven de 1000 bezoekers. Door het eventueel onderdeel te maken van de evenementenvergunning, wordt het ook een regel voor de kleinere evenementen. Hier wordt bijvoorbeeld gedoeld op terrasverwarmers of apparatuur. De discussie hierover willen we onderdeel maken van de Green Deal met bedrijven. Groen dat bestand is tegen de veranderingen in het klimaat, met diversiteit in beplanting, zodat het ook beter bestendig is tegen ziektes. Uiteraard is er wel contact tussen gemeente en bedrijven, maar nog niet in georganiseerde vorm, het is de bedoeling
DGP/2 DGP/3
3 3
Is de verzinkerij een groot verbruiker? Hernieuwbare energie is energie uit natuurlijke bronnen zoals de zon, wind etc. => Wat is de status van het opslaan van opgewekte energie d.m.v. accu's?
DGP/4
5
We gaan maar een klein deel 73TJ van 406TJ (17.9%, maximum als dit lukt) zelf opwekken, waar komt de rest van de energie vandaan? Hoeveel ruimte is voor andere energie vormen zoals verticale wind opwek? Kan er een grafiek komen waarin dit duidelijk te zien is? Bijv een taart punt?
DGP/5
8
Kan het water dat wordt opgevangen op sommige plekken ook hergebruikt worden? Dit i.p.v. rustig in de bodem te laten zakken. Wordt deze optie ook onderzocht?
DGP/6
10
M.b.t. monocultuur in het buitengebied biodiverser maken. Wie gaat dat regelen?
DGP/7
10
Moet m.b.t. de vergroening grond worden opgekocht?
DGP/8
11
Is het mogelijk om regenwater of grondwater te gebruiken voor het doorspelen van het toilet of douche/bad?
DGP/9
12
Wordt er ook gekeken naar gevelbekledingen (bijv. verticale zonnen panelen) en nieuwe ontwikkelingen m.b.t. ramen die als zonnepanelen kunnen dienen?
dat dit met invoering van de “Green Deal” (de duurzaamheidsafspraken met bedrijven) zal gaan gebeuren. Dat klopt. Deze techniek is op dit moment volop in ontwikkeling. Wel moet je in zo’n geval ook specifieke afspraken met de netbeheerder maken over onder andere de momenten van stroomlevering aan het net. Accu’s zijn op dit moment alleen nog maar mogelijk voor dag- en nachtopslag en nog niet voor seizoensopslag Dat weten we nog niet. Deelnemen aan projecten buiten onze gemeente zou een mogelijkheid kunnen zijn. Mogelijkheden binnen onze gemeente zijn door de motie zonneweides beperkt. Nee, eventueel zou de inwoner zelf het kunnen hergebruiken voor bijvoorbeeld het doorspoelen van het toilet. Binnen de gemeente zijn verschillende infiltratieputten verwerkt in het rioolsysteem voor hemelwaterafvoer maar ook de vele wadi’s dragen al bij aan het infiltreren van regenwater in de grond. Dit is afhankelijk van wie de grond is. Bij de gemeentelijke gronden kunnen er eisen worden gesteld aan de gebruiker. Dit hoeft niet, aangezien we ook regels kunnen stellen aan gronden die niet in ons bezit zijn. Ook kunnen we dit kenbaar maken aan bijvoorbeeld Natuurmonumenten. Technisch kan dat zeker, maar dit is als gemeente erg lastig te stimuleren/faciliteren. Ja, dit is ook onderdeel van de eerste trede van de Zonneladder.
DGP/10
12
Hoever is de ontwikkeling van accu pakketten om opgewekt stroom op te slaan?
DGP/11
12
Het zal moeilijk zijn om mensen te motiveren als het geld kost. Kunnen huishoudens uiteindelijk worden gedwongen mocht gas wordt afgesloten in de toekomst.
DGP/12
12
Is er ook overleg met andere verhuurders dan Destion? Bijv. Vrije sector huurwoningen Keurvorststraat en Bongerd m.b.t. verduurzamen huurwoningen.
Nog niet, aangezien met de woningcorporaties echt prestatieafspraken gemaakt worden. Wel gelden voor particuliere verhuurders ook verplichtingen m.b.t. verduurzaming en kunnen ze meegaan in onze isolatieaanpak.
DGP/13
18
Circulariteit: Kan er ook gekeken worden naar verpakkingsmateriaal?
DGP/14
19
DGP/15
20
Groene leges: Mooi idee, maar dat andere leges dan duurder moeten worden is minder mooi. Motie ...natuur en mogelijke woningbouw in een groene omgeving als uitgangspunt voor het gebied spoorzone ziet.
Dat zeker, er worden vanuit het verpakkingsfonds ook al gelden verstrekt aan gemeenten en op dit moment lopen hierover de landelijke onderhandelingen. Als gemeente hebben we er echter weinig over te zeggen. Dat is een politiek statement, dus daarom zullen we er niet inhoudelijk op reageren. Dat klop wat betreft de woningbouw.
DGP/16
22
Moet zijn ‘waar mogelijk in het zuidelijke deel', dus niet het hele spoorzonegebied! Scholen: Aan welke dieren bij scholen wordt dan gedacht?
De ontwikkeling is in volle gang. Wat je nog wel ziet is dat batterijen relatief gezien nog niet zo veel capaciteit hebben en nog vrij duur zijn. Ook zijn ze nog niet de oplossing voor seizoensopslag. Ja, als gemeente hebben we de bevoegdheid om de aardgasleiding af te sluiten. Dwingen is in dit geval onwenselijk en ook een laatste optie. Wel wordt ingezet op het aantrekkelijker maken van de duurzame opties. Ook wordt er landelijk onderzoek gedaan naar waterstof voor o.a. minder goed geïsoleerde huizen.
Diverse vogels (mussen, zwaluwen, kauwen) en insecten. Daarnaast bijvoorbeeld ook egels. Dus eigenlijk alle dieren die bij een school kunnen leven
DGP/17
22
Ver en nieuwbouw, Hoe neutraal is Kandinsky college nog, en hoe gaan we hier verder mee?
DGP/18
23
Zijn er plannen voor het maken van wateropvang bij hevige regen en het wederom gebruiken van het opgeslagen water.
DGP/19
27
Hoe zit het met het project Wells Meer?
DGP/20
27
Wat wordt precies bedoeld met ‘kiezen we er voor de eerste jaren voor om de voorziening klimaatbeleid in te zetten’? Wat is de voorziening klimaatbeleid?
DGP/21
algemeen
Is er rekening gehouden met de capaciteit en mogelijke vertragingen m.b.t. de uitbreiding en aanpassing van het stroomnet.
DGP/22
algemeen
Er staan nogal wat variabelen en onzekerheden zoals: - Wat gaat er gebeuren met de financiering van de transitie vanuit het rijk. - Nieuwe regering. - Medewerking inwoners. - Staat van bedrijfsgebouwen.
DGP/23
algemeen
Hoe wordt hiermee omgegaan? Wat is de ruimte om zelf meer te doen aan nieuwe duurzaamheidsiniatieven? Zeker als dit in conflict staat met huidige regelgeving
Aangezien dit bestaande bouw is, is dit nog niet energieneutraal volgens de norm. We zullen in dit geval het gesprek moeten aangaan om te bezien waar de mogelijkheden liggen en hiermee verder moeten gaan. Voor het hergebruiken van opgeslagen water zijn op dit moment geen plannen, omdat het voor de bodem ook goed is om water langzaam in de bodem te laten zakken. Wel zijn er diverse wadi’s en infiltratieputten. Op dit moment wordt er gewacht op een reactie van de Raad van State. Wel hebben we uw raad onlangs geïnformeerd over het verlengen van de intentieverklaring. Dit is de voorziening die er is om uitgaven voor het klimaatbeleid te doen. Deze zal in eerste instantie gebruikt worden, aangezien dit geld al gereserveerd is. Dit betreft de rijksuitkeringen Ja, we voeren ook periodiek overleggen met Enexis en baseren de plannen op basis van wat er in de tijd kan en hoe er slim met de energievoorziening kan worden omgegaan. Dat zijn terechte vragen. We willen het duurzaamheidsbeleid tweejaarlijks herijken zodat we met dit soort ontwikkelingen rekening kunnen houden. We willen ons daarbij niet vastpinnen op bepaalde methodieken of financieringen, maar willen juist ruimte laten voor nieuwe ontwikkelingen. We omarmen het zeker als inwoners duurzaamheidsinitiatieven nemen. Het is
alleen afhankelijk van de ambtelijke capaciteit en de beschikbare middelen in hoeverre we hierin kunnen ondersteunen. Hetzelfde geldt voor de plannen die vanuit de gemeente zelf worden gemaakt.