Bijlage 8. Achtergrondinformatie behoefteonderzoeken algemeen en in Mook en Middelaar
Tekst van het document
Bijlage Instrument Datum Steller Bron Inleiding
Bronnen
Trends
Rode draad behoefteonderzoeken onder burgers in het algemeen Achtergrondinformatie 12 april 2022 Nicole van der ploeg Eigen onderzoek/bronvermelding elders Naast het organiseren van een eigen behoeftepeiling participatie in Mook en Middelaar zijn er ook veel landelijke onderzoeken op internet beschikbaar die een betrouwbaar beeld geven over de behoefte van burgerparticipatie, zoals: ‘de Belevings- en prioriteitenpeiling gemeenten 2021’, het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) over burgerbetrokkenheid en de burgerpeiling bij ‘Waarstaatjegemeente’. Ook lokale onderzoeken van buurgemeenten geven een beeld. De behoeften en trends op het gebied van burgerparticipatie heb ik geïnventariseerd en hieronder een samenvatting van wat ik zoal ben tegengekomen. 1. Inwoners worden te weinig betrokken bij nieuwe plannen binnen hun gemeente — Pro Public (pro-public.nl) 2. Dashboard - Burgerpeiling - Mook en Middelaar (waarstaatjegemeente.nl) 3. Trends in burgerparticipatie. Wat staat gemeenten de komende jaren te wachten? - Nederland Rechtsstaat 4. Niet_buiten_de_burger_rekenen.pdf (karelstad.nl) Met de komst van de omgevingswet, die uitgaat van minder regels en meer betrokkenheid van burgers bij de ruimtelijke inrichting van Nederland wordt het werk van de overheidsprofessional complexer en uitdagender.
Het beschermen en benutten van de leefomgeving wordt daarmee een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, burgers en bedrijven. Om ervoor te zorgen dat alle belangen worden meegewogen op een manier die leidt tot gewenste draagvlak en overeenstemming is een aantal randvoorwaarden noodzakelijk: -
Verwachtingsmanagement
Informatievoorziening om een goede weging van financiële, ruimtelijke en sociale belangen te maken. - Antennes vanuit de overheden wie er bij de ruimtelijke plannen betrokken moeten worden - Omgevingsanalyse; welke belangen/waarderingen spelen er - Welke communicatie en informatie is daarvoor nodig Het beter beschermen en benutten van de leefomgeving gaat niet zonder serieuze betrokkenheid van burgers. Maar burgerparticipatie wordt pas écht gerealiseerd als de gemeente zich omgekeerd ook meer responsief en participatief naar burgers toont. We onderscheiden drie onderling samenhangende uitdagingen voor de overheid. De samenleving meer verantwoordelijkheid geven, vergt aanscherping van waar de samenleving meer verantwoordelijkheid voor krijgt, vergt toezicht om vast te kunnen stellen of ‘eenvoudiger’ ook daadwerkelijk ‘beter’ is, en vergt bezinning op de randvoorwaarden waaronder de samenleving die taak kan vervullen. Men vindt het belangrijk dat vooraf duidelijkheid te geven over: 1. De rol van gemeente en participanten 2. Beïnvloedingsruimte en niveau van participatie (gekwalificeerd op de participatieladder) (bron: gemeente Katwijk, Hoogeveen en Purmerend) Overigens is er weinig bekend hoe de burger tegen zijn rol aankijkt, behalve dat men wil meedenken en meebeslissen. In de gemeente Leiden was 82% het eens met de stelling dat “inwoners
kunnen fungeren als experts buiten het gemeentehuis” (bron: Leiden, 2013). Relatie overheid-burgers
In oktober 2021 vond door Pro-public een peiling plaats onder inwoners in heel Nederland over wat zij belangrijke aandachtspunten vinden voor hun gemeente. Eén van de opvallendste conclusies is dat inwoners graag betrokken willen worden bij nieuwe plannen en beleid binnen hun gemeente, maar dat dit niet zo vaak gebeurt. Ook krijgen zij nauwelijks terugkoppeling op hun bijdrage als ze wél betrokken worden. Met de Omgevingswet op komst - en de daarbij behorende verplichte participatie - is dit dus een fors aandachtspunt voor de (nieuwe) gemeenteraden en -besturen. Er is ook gevraagd naar zaken waar de gemeente de komende tijd aan moet werken. Daar komt een duidelijke top 3 uit: 1. Voldoende betaalbare woningen voor iedereen 2. Veilige wijken/kernen en een veilig centrum 3. Inwoners betrekken bij nieuwe plannen Voor de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022 is de vraag gesteld of inwoners wethouders in hun gemeente kennen. Vier op de 10 zegt van niet en één op de 10 is daar ook niet in geïnteresseerd. De helft van de inwoners heeft geen idee waar wethouders zich de afgelopen jaren voor hebben ingezet. De inzet van de wethouders wordt door ruim de helft van de respondenten wel belangrijk gevonden voor hun stemkeuze. Merendeel is tevreden over eigen gemeente en eigen buurt & dorp 70 procent van de respondenten is overigens (zeer) tevreden over de eigen buurt of dorp.
Vaak genoemde pluspunten zijn de rust, het groen en goede voorzieningen in de buurt. 14 procent is (zeer) ontevreden over de eigen buurt. Zaken die beter kunnen in de buurt betreffen achtereenvolgens het onderhoud van groen en trottoirs, onveilige verkeerssituaties, parkeermogelijkheden en zwerfvuil/viezigheid. Daarnaast is gevraagd naar hoe prettig het wonen, ontspannen en reizen is in de gemeente. 80 procent geeft aan (heel) prettig te wonen,70 procent geeft aan (heel) prettig te kunnen ontspannen en 60 procent geeft aan (heel) prettig te kunnen reizen. De uitkomsten geven een geaggregeerd beeld van de plussen en minnen van gemeenten in het algemeen. Per gemeente - en zelfs per buurt of dorp! - kan het beeld heel anders liggen. Daarvoor is aanvullend onderzoek onder inwoners in de eigen gemeente noodzakelijk.
Behoefte aan inspraak
Wijze waarop men wil participeren
Vier op de vijf inwoners vinden het belangrijk tot heel belangrijk om betrokken te worden bij nieuwe plannen en nieuw beleid. Het is opvallend dat maar één op de vijf inwoners vindt dat dit goed tot heel goed gebeurt. “Je hoort er niks van” is een toelichting die vaak wordt gegeven. Slechts één op de tien inwoners krijgt vaak tot altijd terugkoppeling van de gemeente als ze wél zijn betrokken. Wat opvalt, is dat men een voorkeur lijkt te hebben voor een laagdrempelig en informele wijze van inspraak t.o.v. formele inspraakprocedures. Hierbij lijkt van belang dat bijeenkomsten en werkvormen laagdrempelig en interactief zijn (van 90% zenden naar 80% luisteren) en dat men gemakkelijk zijn input kan leveren. Ook is van belang dat er ruimte is voor persoonlijk contact. (o.a. komt dit terug uit behoeftepeiling van de gemeente Leiden, Katwijk en het Centraal Planbureau). De meeste mensen willen rechtstreeks met de gemeente spreken, dan met bv. Een wijk- of buurtvereniging of
Input burgers
Welke onderwerpen
In welke fase betrekken
Representativiteit
Conclusies en aanbevelingen
andere maatschappelijke organisatie. Deze wens lijkt vooral te bestaan bij lager opgeleiden (SCP) en jongeren lijken een voorkeur te hebben voor het benaderen via social media. Er wordt minder gebruik gemaakt van formele procedures, zoals inspreken in de gemeenteraad en het indienen van een formeel burgerinitiatief. Hoe omgaan met de input van burger – resultaat zichtbaar maken, vlot en transparant proces Van vindt het van belang dat er daadwerkelijk wat met de input wordt gedaan. En ook dat zichtbaar wordt gemaakt tot welk resultaat c.q. welke besluitvorming de input heeft geleid. Een toezegging als “We nemen het mee” wordt als niet concreet genoeg ervaren. (O.a. Katwijk, Geldermalsen, Etten-Leur) Processen zouden wat de burger betreft vlot moeten verlopen c.q. niet te lang moeten duren. Men vindt het van belang dat er tijdig en regelmatig wordt gecommuniceerd, zodat er geen ‘radiostiltes’ vallen of men lang moet wachten voor er terugkoppeling plaatsvindt. (bron: Katwijk, Hoogeveen). Bij welke onderwerpen willen burgers betrokken worden c.q. inbreng hebben? Uit de beschikbare onderzoeken en ervaringen van diverse gemeenten blijkt dat dit heel divers is. Wel zijn er aanwijzingen dat onderwerpen m.b.t. de eigen woon- en leefomgeving de meeste interesse bij burgers hebben, zoals groenvoorziening, verkeer en parkeren in de buurt, maar ook bouwplannen. (o.a.
Leiden, Geldermalsen, Rotterdam, Velsen en SCP). Of zoals een respondent formuleerde: “Hoe dichter bij huis, hoe groter de betrokkenheid” (burgerpanel Leiden). 1. begin (probleemanalyse), 2. midden (beleidsformulering), 3. Eind (uitvoering) De beschikbare gegeven lijken erop te wijzen dat men vooral aan het begin betrokken wil worden c.q. dat men eerder betrokken wil worden dan nu vaak het geval is. Inwoners lijken zich zorgen te maken over de vertegenwoordiging van de hele burgerij bij participatie of te wel over de representativiteit van in inbreng (bron: SCP, Leiden, Geldermalsen). Men vreest dat ‘enkele participanten’ beslissen voor de hele wijk of gemeente. Diverse onderzoeken (o.a. SCP) en ervaringen bij gemeenten (o.a. Katwijk, Leiden, Etten-Leur, Geldermalsen, Hoogeveen, Rotterdam) lijken dit ook te bevestigen. Burgers participeren niet in gelijke mate. Participanten blijken vaak geen dwarsdoorsnede van de bevolking te zijn en daardoor niet representatief. Participanten blijken op veel punten te verschillen met non-participanten. Over het algemeen zijn er meer participanten te vinden onder: hoger opgeleiden, mensen met een hoger inkomen, mensen van middelbare leeftijd, autochtonen en kerkgangers. Omgekeerd, minder geneigd om te participeren zijn: jongeren, allochtonen, lager opgeleiden.
Het lijkt erop dat gemeenten burgers betrekken bij de beleidsvorming, zonder precies te weten hoe die burgers betrokken willen worden en wat zij daarbij van belang vinden. Ook in Mook en Middelaar is er nog geen specifiek behoefteonderzoek gedaan. Het is aan te bevelen om dit onderzoek alsnog te houden onder de Inwoners van Mook en Middelaar en de participatienota mede te baseren op de uitkomsten van dit onderzoek. Uit de beschikbare onderzoeken en ervaringen bij gemeenten zijn wel enkele rode draden te herkennen over de behoeften van inwoners. Men wil als gesprekspartner serieus worden genomen door de gemeente en is het van belang dat de gemeente door mogelijkheden van persoonlijk contact‘ een gezicht krijgt. Men heeft behoefte aan laagdrempelige, informele en interactieve werkwijzen, waarbij eigen inbreng gemakkelijk kan worden gegeven.
Men is minder geneigd gebruik te maken van formele inspraakmogelijkheden. Ook is er behoefte aan duidelijkheid over rollen en beïnvloedingsruimte. Er zijn onder burgers zorgen over de representativiteit van de participatie. Het betrekken van diverse groepen, zoals jongeren en lager opgeleiden, verdient de aandacht en een gerichte aanpak. Zo kan gebruik van sociale media en benadering via wijk- en buurtverenigingen of andere maatschappelijke organisaties worden aangewend om ook deze groepen te bereiken. Daarnaast kan in sommige gevallen een brede enquêteonderzoek bijdragen om de ‘zwijgende meerderheid’ in kaart te brengen.