Bijlage 5a RV bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021 -Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Bijlagen bij toelichting -
Landgoed De Kleine Lier 2021 Gemeente Mook en Middelaar
BESTEMMINGSPLAN - Bijlagen bij toelichting -
Landgoed De Kleine Lier 2021 Gemeente Mook en Middelaar
IDN-nummer:
NL.IMRO.0944.BPDEKLEINELIER2021-VA01
Status:
vastgesteld
Datum:
30 september 2021
Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen
Locatie Vught Parklaan 21 5261 LR Vught
024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting
5
Bijlage 1
Uitwerking plan Landgoed De Kleine Lier 2021
6
Bijlage 2
Aanvulling Uitwerking plan Landgoed De Kleine Lier 2021
27
Bijlage 3 schuur
Nadere uitwerking landschappelijke inpassing landgoedwoning met
Bijlage 4
Advies LKM-commissie d.d. 2 november 2018
40
Bijlage 5
Aanvulling advies LKM-commissie d.d. 17 februari 2021
45
Bijlage 6
Verkennend bodemonderzoek
48
Bijlage 7
Notitie beoordeling stikstof incl. bijlagen
76
Bijlage 8
Quickscan flora en fauna
109
37
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
3
4
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
5
Bijlage 1 Lier 2021
6
Uitwerking plan Landgoed De Kleine
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
LANDGOED DE KLEINE LIER DEFINITIEVE UITWERKING VERVOLGPLAN
INHOUD Aanleiding voor aanpassing landgoed
pag. 4
Landgoed op basis van 5 hectare natuur
pag. 4
Aanvullende kwaliteitsbijdragen in het plangebied
pag. 5
Openstelling van het landgoed
pag. 6
Herbouw of hergebruik bestaande bebouwing
pag. 7
Ontwerp hergebruik bestaande schuur tot ‘schuurwoning’
pag. 8
Bijgebouw op het landgoed
pag. 10
Beeldkwaliteit
pag. 12
Tot slot
pag. 13
BIJLAGEN Inrichtingschets
pag. 16-17
Ontwerp landgoedwoning
pag. 18 - 21
AANLEIDING VOOR AANPASSING VAN HET LANDGOED Sinds 2010 zetten initiatiefnemers zich in voor de ontwikkeling een landgoed. Landgoed De Kleine Lier is het eerste landgoed dat in de gemeente Mook en Middelaar is geïnitieerd naar aanleiding van een eerdere (2008) opgestelde gebiedsvisie van Het Lierdal. In april 2015 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan voor het oorspronkelijke landgoed definitief vastgesteld. Tegen de gemeente is echter een beroep ingesteld bij de Raad van State door enkele bezwaarmakers. De Raad van State heeft op 2 maart 2016 uitspraak gedaan, waarop onderdelen van het bestemmingplan zijn vernietigd. Daarnaast heeft de Raad van State een uitvoerige finale geschilbeslechting uitgewerkt. Initiatiefnemers zijn bereid medewerking te verlenen aan een aangepast landgoedplan gebaseerd op de module ‘bestaande bebouwing’, waarbij de uitwerking aansluit bij de uitspraak van de Raad van State. Het aangepaste plan volgt de gestelde basisrichtlijnen van het LKM en/of is zodanig in balans vormgegeven dat het als maatwerkvariant mag worden aangemerkt.
LANDGOED OP BASIS VAN 5 HECTARE NATUUR Het plangebied wordt gebaseerd op een landgoed met minimaal 5 hectare natuur conform de inrichtingschets in bijlage 1. Het totale plangebied zal inclusief het erf ca. 5,3 ha bedragen. De natuurdoeltypen volgens het Handboek streefbeelden voor Natuur en Water in Limburg;
De totale 5 hectare nieuwe natuur die wordt gerealiseerd, vindt plaats op percelen die volgens het vigerende bestemmingsplan een agrarische bestemming hebben en niet zijn opgenomen in de EHS. Door uitvoering van het landgoedplan zal er voor minimaal 5 hectare een functieverandering plaatsvinden van agrarisch naar natuur. NB. De beplanting op het erf wordt niet meegerekend. De aanplant op en rondom het erfperceel zal wel voor een landschappelijke meerwaarde zorgen.
4
AANVULLENDE KWALITEITSBIJDRAGEN IN HET PLANGEBIED Naast de ontwikkeling van nieuwe natuur zullen op het landgoed de volgende aanvullende kwaliteitsbijdragen worden gerealiseerd, zie ook bijgaande inrichtingsschets; SCHAAPSKOOI
In het bosje met heischraal grasland wordt een kleine schaapskooi van ca 35m2 opgenomen. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om jaarrond enkele schapen te huisvesten. Het beheer van de (heischrale) graslanden kan hiermee worden gewaarborgd. Een schaapskooi is daarnaast een authentiek cultuurhistorisch dierenverblijf en heeft hierdoor als verschijning een maatschappelijke en landschappelijke meerwaarde. De locatie en omvang van de schaapskooi zijn passend voor het gebied en zullen niet op bezwaren kunnen stuiten, zoals omschreven staat in de finale geschilbeslechting. HOOGSTAMBOOMGAARD
Op de inrichtingsschets staat de locatie aangegeven. Met de hoogstamboomgaard wordt een verwijzing naar het streekverleden (de voormalige bongerd) gemaakt. De verwachting is dat fruitbomen het op deze plek goed zullen doen, omdat de boomgaard op een schaduwhelling van de kuil is gelegen en de grond hierdoor voldoende vochtig blijft. Bijkomend positief effect is dat de boomgaard een buffer vormt tussen de rest van het landgoed en de naastgelegen woonwijk. BIJENHOTEL
Het voortbestaan van wilde bijen en hommels wordt bedreigd. Het gebied met overgangen tussen bos, heide en natuurlijke grassen is zeer geschikt als habitat voor deze waardevolle soorten. Door nestgelegenheid te bieden kan de wilde bij beter gedijen, waardoor deze ook weer zorgt voor natuurlijke bestuivingen binnen het omliggende landschap. De locatie voor het bijenhotel zal op een rustige plek in het natuurgebied zijn, zie hiervoor de inrichtingsschets. KUNST
Langs de wandelroutes zullen een aantal bescheiden kunstobjecten worden geplaatst. Gedacht wordt aan kunstvormen die een bijzonder perspectief op het landschap geven of een connectie hebben met natuurlijke danwel kinetische elementen. INFORMATIEBORDEN, KLAPHEKKEN EN LANDGOEDPOORTEN
Bij de diverse ingangen en uitzichtpunten zullen passende toegangspoorten en borden met informatie over het landgoed worden geplaatst. Zo ook bij de hierboven genoemde initiatieven.
5
OPENSTELLING VAN HET LANDGOED Landgoed De Kleine Lier wordt voor 90% openbaar toegankelijk voor extensief recreërend publiek middels de aanleg van nieuwe beloopbare wandel- of struinpaden. Daarnaast zullen ook diverse plekjes worden gecreëerd, die een mooi uitzicht bieden over het gebied en de beleving van het landgoed versterken. De paden en uitzichtpunten staan ook aangegeven op de inrichtingschets. WANDEL-, STRUINPADEN
Voor de situering van de aan te leggen nieuwe paden is zorgvuldig gekeken naar: • een goede spreiding over het landgoed • logische aansluitingen op omliggende openbare paden. De nieuwe wandelpaden zijn evenwichtig verdeeld over het landgoed, waardoor nieuwe waarden van het landgoed optimaal kunnen worden beleefd. Om in de nieuwe natuur kwetsbare flora en foeragerende fauna te beschermen, zal de wandelaar rekening moeten houden met gebruikelijke regels die voor een landgoed gelden, zoals toegang tussen zonsopen zonsondergang, op de paden blijven e.d. ACTIVITEITEN ONDER BEGELEIDING
- In de fruitboomgaard, bijv. rondleidingen, georganiseerde snoeiwerkzaamheden of oogsten. - Bij de schaapskooi, bijv. rondleidingen of activiteiten als schaapsscheren of schapen drijven. UITZICHTPUNTEN
Er zullen een tweetal uitzichtpunten worden gecreëerd. Ter hoogte van de schaapskooi en bij de noordoostelijke toegang van het landgoed. Het gaat om kleine sta- of zitplekjes op hoger gelegen punten, waarmee een mooi uitzicht over het landgoed kan worden verkregen. TOEGANKELIJKHEID EIGEN WEG VOOR WANDELAARS EN FIETSERS
Initiatiefnemers zijn eigenaar van het noordelijke gedeelte van de Lierdwarsweg. Dit betreft een Eigen Weg, die momenteel niet openbaar toegankelijk is. In het vervolgplan voor landgoed De Kleine Lier ligt deze Eigen Weg nu buiten het plangebied. Omdat dit weggedeelte van toegevoegde waarde kan zijn voor recreatie naar het Maldense bos, zijn initiatiefnemers en de gemeente met elkaar in overleg om de toegang middels een privaatrechtelijke overeenkomst te regelen. Deze ontwikkeling staat dus geheel los van het landgoedplan en behoeft niet te worden meegewogen. Vanuit de ruimtelijke ordening gezien zijn hiervoor ook geen verdere aanpassingen nodig, omdat het betreffende weggedeelte al over een verkeersbestemming beschikt.
6
HERBOUW OF HERGEBRUIK BESTAANDE BEBOUWING In een tussentijds advies van de LKM-commissie wordt ingegaan op het onderscheid tussen ‘herbouw’ en ‘hergebruik’ van bestaande bebouwing ten behoeve van de nieuwe landgoedwoning. Volgens de provincie passen beide vormen binnen de module. Ook de LKM-commissie staat voor beide opties open en licht daarop het volgende toe; ‘Herbouw na sloop’ impliceert het letterlijk terug bouwen van de bestaande vorm en uiterlijk van de paardenstal. ‘Hergebruik’ interpreteren wij ruimer en betreft het opnieuw gebruiken van bestaande eigenschappen in hun oorspronkelijke vorm. Dit hoeft niet te leiden tot een exacte kopie van het bestaande maar laat afwijkingen toe, echter zodanig dat nog wel sprake is een concrete en herkenbare verwijzing naar de bestaande bebouwing. BESTAANDE BEBOUWING EN HERGEBRUIK
Voor de nadere uitwerking van de landgoedwoning is het goed vast te stellen wat de huidige ‘footprint’ is van de her te gebruiken bestaande paardenschuur. Zoals te zien is op de volgende verbeelding bedraagt deze 185m2. Daarnaast is de nieuwe verschijningsvorm van belang in het kader van de herkenbaarheid. Verder zal natuurlijk de oorspronkelijke landgoedgedachte niet uit het oog verloren dienen te worden, waarbij de inbreng van ‘groen’ mede de uitbreiding in ‘rood’ rechtvaardigt.
7
ONTWERP HERBRUIK BESTAANDE SCHUUR TOT ‘SCHUURWONING’ Halma Architecten heeft een nieuw ontwerp uitgewerkt waarbij de bestaande paardenschuur wordt hergebruikt ten behoeve van de landgoedwoning. De nieuwe bebouwing sluit aan op de sfeer, stijl, vorm, ligging, footprint en maatvoering van de huidige bestaande bebouwing. SFEER, STIJL EN VORM
In bijlage 2 treft u de tekeningen van de landgoedwoning aan. Het ontwerp heeft door het zadeldak met overstekken dezelfde uitstraling als de huidige paardenschuur. De verschijningsvorm is gelijk aan de huidige bebouwing, met dien verstande dat er geen sprake meer is van aanbouwen. De landgoedwoning kenmerkt zich door eenvoud, zowel in vorm als in materialen. Gekozen is voor een raamloos dak (zijnde één geheel) en gevelmaterialen van hout of houtlook. In de kleurstelling van het ontwerp wordt gebruik gemaakt van donkere tinten. De belijning op de gevels is horizontaal, net zoals op de huidige bebouwing. Op de zuidgevel, worden de ramen gemaskeerd door verstelbare lamellen op de buitengevel. Het zuidelijke deel van de landgoedwoning is hierdoor in de uitvoering meer besloten en afgeschermd. De noordgevel heeft een open karakter met meer transparante gevels door onbeschutte beglazing. Hierdoor ontstaat een doordachte woning van allure, die toch een bescheiden verschijning in het landschap zal zijn. LIGGING
De landgoedwoning is exact gepositioneerd op de footprint van de huidige bestaande paardenschuur. De zuidzijde van de nieuwe landgoedwoning zal achter een lage grondwal met beplanting worden ingepast. Hierbij wordt er gebruik gemaakt van aanwezige hoogteverschillen, waarbij de toegangsweg (als rib in het landschap) vloeiend overloopt in een lage wal om het huis. De landgoedwoning wordt hiermee als het ware omarmd en vanuit de zuidzijde deels aan het zicht onttrokken. De ligging van noordzijde van de woning is daarentegen meer vrij gelegen en gericht op het weidse uitzicht van het toekomstige natuurgebied. FOOTPRINT EN MAATVOERING
De footprint van de nieuwe landgoedwoning sluit precies aan op de bestaande maten van de huidige bebouwing. De landgoedwoning heeft een breedte van 10 meter en een lengte van 15 meter. De nu aanwezige paardenschuur heeft ook een breedte van 10 meter en een lengte van 15 meter (inclusief de aanbouw aan de noordzijde). Het dakoppervlak van de nieuwe ‘schuurwoning’ komt inclusief de overstekken op 176 m2. De bebouwing blijft hiermee binnen de bestaande footprint met een dakoppervlak van 185m2. De nieuwe footprint is zelfs beperkter door de bebouwing meer te concentreren en de aanbouwen aan de oostzijde te laten verdwijnen. De ondergeschikte uitbreiding wordt gezocht in de hoogte van het gebouw. Hierbij staat de verschijningsvorm en uitstraling van de huidige schuur voorop. Om weer een relatief vlak zadeldak te creëren, is gekozen voor een halve verdieping onder het dak. Daarnaast is het voor de verschijningsvorm niet wenselijk dat er ramen in het dak komen. De huidige opzet heeft als voordeel dat voor de benodigde lichtinval op de bovenverdieping bescheiden ramen in de gevel kunnen worden geplaatst. Deze zijn op sommige plekken zelfs verstopt achter lamellen aan de buitengevel. De nieuwe landgoedwoning bestaat derhalve uit een anderhalf laagse woning met zadeldak. De goothoogte van de landgoedwoning komt op 4,5 meter en de nokhoogte wordt ca. 7 meter (zie doorsnede pagina 20).
Hiermee zal de nieuwe bebouwing wel wat hoger zijn dan de huidige schuur. De uitbreiding is echter ondergeschikt en zal door de ligging in een kuil (7-9 meter lager), tezamen met de landschappelijke inpassing, nauwelijks impact hebben op de omgeving. De omgevingskwaliteiten worden zelfs beter doordat er in de vernieuwde situatie een kwalitatief beter gebouw zal verschijnen en er meer aandacht is voor de totale inpassing in het gebied. Doordat er daarnaast een duidelijke verwijzing naar de bestaande bebouwing zal zijn, zal het verschil in omvang vanuit de omliggende gebieden nagenoeg niet op te merken zijn. AANTAL WOONEENHEDEN
Volgens de voorwaarden van het Limburgs Kwaliteits Menu (LKM), mogen er op het landgoed maximaal vier wooneenheden worden gerealiseerd. Op landgoed De Kleine Lier zal slechts één landgoedwoning worden gebouwd. Omdat er voor het landgoed een langdurige instandhoudingverplichting bestaat, is het van belang rekening te houden met een volgende generatie en de optie van woningsplitsing open te houden. Hierop kan worden geanticipeerd door een wijzigingsbevoegdheid op te nemen in het bestemmingsplan. Binnen veel bestemmingsplannen is een dergelijke wijzigingsbevoegdheid gebruikelijk. Zo ook in het vigerende bestemmingsplan. Het moge duidelijk zijn dat het bij woningsplitsing niet om een rechtstreeks mogelijk gemaakte extra woning gaat, maar slechts om een afwijkingsbevoegdheid.
8
9
BIJGEBOUW OP HET LANDGOED De regelgeving van ‘Vergunningsvrij bouwen’* biedt voor iedere burger de mogelijkheid om een bijgebouw bij een woning te realiseren. De LKM-commissie adviseert de benodigde opslagschuur als onderdeel in het landgoedplan op te nemen. Het landgoedplan geeft het gewenste eindbeeld aan. Nieuwbouw in de vorm van een opslagschuur zal ondergeschikt dienen te zijn aan de nieuwe hergebruikte bebouwing van de landgoedwoning. Hierover staat het volgende in de uitspraak van de Raad van State: “…. indien bestaande bebouwing wordt hergebruikt, de norm van 5 ha nieuwe natuur uit het LKM geldt en dat op het landgoed totaal 5 ha nieuwe natuur hoeft te worden gerealiseerd, waarbij enige uitbreiding van bebouwing is toegestaan. De nieuwe bebouwing dient naar het oordeel van de Afdeling derhalve ondergeschikt te zijn aan de bestaande, her te gebruiken bebouwing.” ONDERGESCHIKTE BEBOUWING OPSLAGSCHUUR
De opslagschuur zal een omvang hebben van 120 m2. De ondergeschiktheid van de opslagschuur blijkt uit het volgende; o De opslagschuur heeft een oppervlakte van 8 bij 15 meter. Hiermee is de schuur smaller in omvang dan de landgoedwoning en heeft hierdoor ook een kleinere overspanning. o De goothoogte is 3,85m. Dit is hoog genoeg om de benodigde tractor binnen te kunnen te stallen. De dakhelling is 20 graden en de nokhoogte 5,50m. Hiermee is de opslagschuur ook beduidend lager dan de landgoedwoning. o De uitvoering zal zeer eenvoudig zijn, doch passend qua uitstraling en vorm bij de landgoedwoning. De opslagschuur wordt uitgevoerd met een zadeldak van golf- of profielplaten (zoals zink-look). De gevels zullen worden gematerialiseerd in hout of houtlook en een horizontale belijning hebben. o Niet alleen in omvang, maar ook in functie heeft de opslagschuur een ondergeschikte rol. Voor het onderhoud en beheer van het landgoed zijn verscheidene materialen nodig, die beschut moeten worden opgeborgen. De opslagschuur staat hiermee voornamelijk ten dienste van het landgoed. o Het betreft een bijgebouw (opslagschuur) en is derhalve ondergeschikt aan het hoofdgebouw (landgoedwoning). o Binnen de regels van ‘Vergunningsvrij bouwen’ is op een dergelijk groot perceel een bijgebouw toegestaan van maximaal 150 m2. De oppervlakte van de opslagschuur ligt daar met 120 m2 nog ruim onder .
o De materialen in de huidige buitenruimte (met een totale oppervlakte van ca. 250m2, zie afbeeldingen op de volgende pagina) zullen door de aanwezigheid van een opslagschuur netter en compacter kunnen worden opgeslagen. De opslagschuur heeft daarom een positief effect op het landschap en is daardoor van meer ondergeschikte betekenis dan de huidige buitenopslag. o De opslagschuur zal landschappelijk worden ingepast, gebruik makend van de hoogteverschillen en een groene omzoming. Door deze maatregelen komt de ondergeschikte rol van de opslagschuur op het landgoed eveneens tot uiting. LIGGING OPSLAGSCHUUR
De opslagschuur komt op ongeveer dezelfde locatie als in het oorspronkelijke landgoedplan, met dien verstande dat de situering nu afgestemd is op de ligging van hergebruikte bebouwing, zijnde de landgoedwoning. Door de haakse ligging zal de opslagschuur een passend ensemble vormen met de woning. Het erf heeft hiermee een logische indeling, waarbij de gebouwen fraai en functioneel ten opzichte van elkaar zijn gepositioneerd. Ook wordt de opslagschuur in de nieuwe situatie beter ingepast in de landschappelijke omgeving. Overwegingen voor de locatie van de opslagschuur; - De ligging van de opslagschuur kan geen discussiepunt meer vormen voor eventuele bezwaarmakers. In de finale geschilbeslechting is dit bezwaar reeds ongegrond verklaart. - De betreffende locatie heeft een goede directe ontsluiting tot de weg. Verkeersbewegingen van landbouwmaterialen over het erf worden hiermee voorkomen. - De schuur is gepositioneerd tegen het talud en ligt hiermee verdekt achter de nieuw aan te leggen hoogstamboomgaard, ingepast in de groene omzoming van het nieuw gevormde erf. * Bron: Brochure ‘Vergunningsvrij bouwen’ van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, augustus 2016.
10
Luchtfoto’s met oppervlaktematen van opslag in de huidige buitenruimte
11
BEELDKWALITEIT VOLGENS DE WELSTANDSNOTA
Volgens de welstandsnota van de gemeente Mook en Middelaar gelden de volgende algemene gebiedsgerichte welstandscriteria voor het buitengebied; Een bouwplan moet zich voegen naar de beschreven kenmerken van het gebied, een bijdrage leveren aan het geformuleerde beleid en daarbij de bestaande bebouwing respecteren. Een bouwplan kan gebruik maken van moderne materialen. De gemeente stimuleert het gebruik van duurzame materialen. De commissie hanteert bij de welstandstoets de volgende specifieke criteria: Situering • Per erf of kavel is er één hoofdmassa. • Bestaande nokrichting respecteren. • Erfbebouwing clusteren. • Bijgebouwen ondergeschikt aan hoofdgebouw. • Woongedeelte op de weg georiënteerd. • Gepaste afstand tussen gebouwen. • Indeling perceel en hoofdopzet van het hoofdgebouw afstemmen op de karakteristiek van de omgeving. Hoofdvorm • Hoofdvorm ontleend aan de omliggende bebouwing. • Bij verbouwingen architectonische eenheid bewaren. Gevel • De plaats, afmetingen en verhoudingen van raam- en deuropeningen dienen zorgvuldig op elkaar te worden afgestemd. Materiaal- en kleurgebruik • Materiaal- en kleurgebruik is passend in de omgeving. Detaillering • De detaillering van het bouwplan past bij de vormgeving van het hoofdgebouw.
REALISATIE BEBOUWING LANDGOED EN BEELDKWALITEIT
In het ontwerp is zowel op bouwkundig als landschappelijk vlak rekening gehouden met de hierboven genoemde criteria. Het accent ligt bij een landgoed met name op het stimuleren van ruimtelijke kwaliteit, waardoor er van de welstandsnota kan worden afgeweken. De LKM-commissie is al in een vroeg stadium betrokken bij de planvorming van landgoed De Kleine Lier en heeft hierover kunnen adviseren. Uit bijgaande inrichtingschets en de gedetailleerde ontwerpen van de architect kan inzicht worden verkregen in de uiteindelijke beeldkwaliteit van de bebouwing op landgoed De Kleine Lier. Daarnaast wordt verwezen naar de hiervoor gebruikte referentiebeelden op de pagina’s 14 en 15.
Situering en hoofdvorm De landgoedwoning is gesitueerd op de exacte locatie van de bestaande paardenschuur. De bestaande nokrichting wordt hierbij gehandhaafd. De hoofdvorm van de bebouwing sluit aan op bestaande en omliggende bebouwing, waarbij het grote zadeldak beeldbepalend is. De landgoedwoning (hoofdgebouw) en de opslagschuur (bijgebouw) vormen een architectonische eenheid. Er is een mooie clustering gemaakt, waarbij de gebouwen op gepaste afstand haaks ten opzichte van elkaar zijn gelegen. Door de ligging in een kuil is het bebouwingsensemble, door gebruik te maken van aanwezige hoogteverschillen, logisch uitgewerkt en passend in de omgeving. In deze bijzondere verdiepte ligging zijn zowel het woongedeelte als het bijgebouw op functionele wijze op de aanwezige toegangsweg georiënteerd.
12
Gevel, materiaalgebruik en detaillering In de landgoedwoning zijn ramen en deuren zorgvuldig op elkaar afgestemd en op diens achterliggende woonfuncties (zie hiervoor ook de bijgeleverde plattegronden). De gevels worden uitgevoerd in hout c.q. duurzame materialen in houtlook. De belijning van de gevels is horizontaal en er zullen relatief donkere kleuren worden toegepast. Hiermee wordt tevens aangesloten bij de gevelkenmerken van de huidige bebouwing. Het bijgebouw zal in een vergelijkbare geveldetaillering worden uitgevoerd als de landgoedwoning.
TOT SLOT Het aangepaste landgoedplan is zodanig uitgewerkt dat de geplande (hergebruikte) bebouwing goed in balans is met de geleverde kwaliteitsbijdragen. De kwaliteitsbijdragen ten behoeve van een landgoed worden volgens de richtlijnen van het LKM tevens bepaald door de normbedragen die zijn vastgelegd in ‘normen voor het realiseren van kwaliteitsgroen’. Hiervoor zijn de benodigde financiële gegevens reeds aangeleverd (vertrouwelijk). Hieruit blijkt dat de groene investering de meerwaarde van het bouwkavel ruim zal overtreffen. Landgoed De Kleine Lier zal een landschappelijke verbetering opleveren voor het gebied en daarnaast van maatschappelijke meerwaarde zijn. Het uiterst noordoostelijke deel van Het Lierdal zal hiermee weer fraaier worden.
13
REFERENTIEBEELDEN
14
15
BIJLAGE 1
Landgoed De Kleine Lier 20 meter
16
180 meter
LEGENDA Droog kruidenrijk grasland Heischraal grasland Haag Bomen
Landschapselement Schaapskooi Hoogstamboomgaard Bijenhotel Uitzichtpunt Wandelpad Erf landgoed Woning Schuur Onverharde weg
Eigen Weg (onverhard)
Wandel-/ fietspad Toelichting beplanting 1= Fruitbomen, 2= Rododendron, 3= Walnoot, 4= Kastanje, 5= Beukhaag, 6= Houtsingelhaag
17
BIJLAGE 2
18
19
20
Bijlage 2 Aanvulling Uitwerking plan Landgoed De Kleine Lier 2021
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
27
2021
LANDGOED DE KLEINE LIER Nadere uitwerking landgoedontwerp
Inhoud Inleiding
pag. 3
Zicht vanaf de randen
pag. 3
Afrastering westgrens
pag. 4
Landschappelijke beplanting rondom de landgoedwoning (incl. doorsnedes landschapselementen)
pag. 5
Toegangspoorten
pag. 9
2
Inleiding Op 2 november 2018 heeft de LKM-commissie positief geadviseerd over Landgoed De Kleine Lier (definitieve uitwerking vervolgplan 2018). In dit document wordt ingegaan op de gevraagde nadere uitwerking, zoals vermeld in de conclusie van het advies.
Zicht vanaf de randen Vanaf de randen kan gemakkelijk onder de hoge houtopstanden doorgekeken worden naar het landgoed. Door de verdiepte ligging in een kuil, heeft men op het lager liggende landschap een goed zicht. Zo bedraagt het hoogteverschil met het fiets/-wandelpad langs de spoorlijn wel zo’n negen meter. Zie verbeelding hieronder;
Landgoed De Kleine Lier zal de houtopstanden langs de randen zodanig beheren dat de vele bijzondere doorkijken op het landschap behouden blijven, zie bijgaande foto’s. De exacte wijze van onderhoud zal worden beschreven in het beheerplan voor de natuur, dat conform afspraak binnen drie maanden na onherroepelijke vaststelling van het bestemmingsplan aan de gemeente ter goedkeuring zal worden voorgelegd. Daarnaast is de volgende specifieke afspraak opgenomen in de exploitatieovereenkomst; “De exploitant spant zich in de doorkijken die het gebied aan de randen rijk is te handhaven. Ten behoeve van het handhaven en versterken van de diverse doorkijken zal ook de aanwezige en nog aan te leggen begroeiing worden onderhouden op een dusdanige wijze dat deze niet volumineus wordt. Verder zal worden voldaan aan de normen die in het kader van de Natuurschoonwet (hierna: NSW) gelden”. Hiermee is het gewenste zicht op het landgoed ook voor de toekomst gegarandeerd.
3
Afrastering westgrens De afrastering tussen het plangebied en het naastgelegen weiland aan de westgrens zal bestaan uit sobere afrastermaterialen, zoals weidepalen met gespannen draad. Dit zorgt voor een bij de omgeving passende, vloeiende en natuurlijke overgang. De keuze voor een sobere afrastering zal de visuele aanblik over het landschap zo min mogelijk verstoren. Zie voorbeelden op onderstaande foto´s. Ook hier is in de exploitatieovereenkomst een specifieke afspraak gemaakt over het gebruik van afrastermaterialen en wel als volgt; “Het landgoed zal deels worden aangewend voor het (hobbymatig) hebben en houden van schapen en paarden. Het gedeelte waarbinnen deze activiteiten plaatsvinden zal worden afgescheiden van de “rest” van het landgoed. Hierbij zal gebruik worden gemaakt van natuurlijke materialen, welke passen binnen de aard en omvang van het landgoed. Hierbij kan gedacht worden aan houten paaltjes, welke door middel van draad met elkaar verbonden worden. Door de exploitant is aandacht besteed aan de glooiing van het landschap en de natuurlijke vormen van het landgoed, opdat er geen “harde, “rechte”, “starre” scheiding ontstaat”.
4
Landschappelijke beplanting rondom de landgoedwoning Inrichtingsschets erf
T
Het erf rondom de woning en schuur zal landschappelijk worden ingepast in het landgoed. Het erf ligt in het lage gedeelte van de kuil. Het talud grenst direct aan de westzijde van het erf. Naast dat de diverse bomen rondom de overige zijden van het erf zorgen voor een groene aankleding, geven de kruinen een passende afscherming voor het zicht van bovenaf.
Woning
W H
Boomgaard
Schuur
H
Legenda inrichtingsschets F K W H T P
Diverse soorten hoogstam fruitbomen (Malus, Prunus etc.) Kastanje (Castanea sativa) Walnoot (Juglans regia) Haag (Fagus sylvatica, Acer campestre) Terras Parkeren Beplanting erf (o.a. perk bestaande uit een combinatie van bomen/ heesters/ grassen/ vaste planten)
5
Door een combinatie van grassen, vaste planten en bomen wordt er diepte gecreëerd in de ruimte rondom de landgoedwoning. De fruit-, kastanje- en notenbomen zijn ideale voedselvoorzieners voor kleine fauna. De inrichting van het erf en de soorten beplanting zullen goed aansluiten bij de natuurlijke omgeving. Zie ook de referentiebeelden op de volgende pagina.
Referentiebeelden
erf
6
Doorsnedes van diverse landschapselementen Het landschap op De Kleine Lier kent vele variëteiten in hoogteverschillen. De achtergronden van diverse opgaande landschapselementen zullen de beleving van het glooiende landschap versterken. Zie verschillende doorsnedes van het plangebied (A,B,C);
7
Doorsnede A (Noordzijde)
Doorsnede B (Oostzijde)
Doorsnede C (Westzijde)
8
Toegangspoorten Poort naar het woonerf Bij de keuze voor de toegangspoorten zal niet worden afgeweken van het oorspronkelijke plan. Bij de toegang naar het erf zal een fraaie poort worden geplaatst. Deze poort onderscheidt zich van de andere meer natuurlijke houten toegangspoorten en -hekken van het landgoed. De zuilen van de entreepoort zullen in natuurlijke steen worden uitgevoerd. Zie hier een referentiebeeld;
Klaphekken en landgoedhekken Zie hieronder enkele voorbeelden van poorten en klaphekken. Dergelijke passende en herkenbare materialen zullen ook voor Landgoed De Kleine Lier worden gebruikt.
9
Bijlage 3 Nadere uitwerking landschappelijke inpassing landgoedwoning met schuur
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
37
Nadere uitwerking landschappelijke inpassing
Landgoed De Kleine Lier
Aangepaste Inrichtingsschets erf
Beplantingsplan groene omzoming erf:
K K
K T
De locaties van de inpassingsbeplantingen zijn in het groen aangegeven op de inrichtingsschets van het erf hiernaast.
Woning
K W H
Boomgaard
Schuur
H
Legenda inrichtingsschets F K W H T P
Diverse soorten hoogstam fruitbomen (Malus, Prunus etc.) Kastanje (Castanea sativa) Walnoot (Juglans regia) Haag (Fagus sylvatica, Acer campestre) Terras Parkeren Beplanting erf (o.a. perk bestaande uit een combinatie van bomen/ heesters/ grassen/ vaste planten)
De bomen rondom het erf, betreffende de kastanjes en fruitbomen, zullen een minimale stamomtrek van 16/18 cm hebben en een hoogte van ca. 4 meter.
Om mooie volle hagen te creëren zullen twee rijen met 4 à 5 planten per strekkende meter worden aangelegd. De planthoogte zal ca. 80 cm zijn.
In de Legenda worden de aangeduide soorten nader toegelicht.
Nadere uitwerking landschappelijke inpassing n.a.v. aanvullend LKM advies 2021_Landgoed De Kleine Lier
Boomsoorten specifiek landschapselement De twee boomgroepen in de driehoekige landschapselementen zullen bestaan uit Tamme Kastanje (Castanea sativa) en Paardenkastanje (Aesculus hippocastanum). Deze statige soorten passen goed bij het landgoedkarakter en zijn van de eerste orde van grootte. De boomgroepen zullen het open landschap in diverse ruimtes verdelen, waardoor bijzondere doorkijken ontstaan.
Aangepaste doorsnede A (Noordzijde)
Aangepaste doorsnede B (Oostzijde)
Nadere uitwerking landschappelijke inpassing n.a.v. aanvullend LKM advies 2021_Landgoed De Kleine Lier
Bijlage 4 Advies LKM-commissie d.d. 2 november 2018
40
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
Bijlage 5 Aanvulling advies LKM-commissie d.d. 17 februari 2021
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
45
Bijlage 6
48
Verkennend bodemonderzoek
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
Bijlage 7 bijlagen
76
Notitie beoordeling stikstof incl.
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
Pouderoyen Tonnaer is een handelsnaam van Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht B.V.
Notitie beoordeling stikstof Aan
Gemeente Mook en Middelaar
Opsteller
Pouderoyen-Tonnaer
Datum
7 juni 2021
Betreft
Notitie beoordeling stikstof
Project
J197570
Vestigingen te Nijmegen, Vught, Baexem en Voerendaal
Geachte heer/mevrouw, Binnen de gemeente Mook en Middelaar, op het gebied 'de Kuil', bestaat het voornemen om het gebied te (her)ontwikkelen tot landgoed. De bestaande paardenstal wordt gesloopt en de buitenopslag wordt verwijderd. Binnen de footprint van de paardenstal wordt één landgoedwoning opgericht. Bij de landgoedwoning wordt een ondergeschikte opslagschuur opgericht. Voor deze ontwikkeling is een beoordeling ten aanzien van het aspect stikstof aan de orde. In onderstaande notitie wil ik daar nader op ingaan. Aanleiding Aanleiding voor deze notitie is de situatie die is ontstaan na de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019, waarin zij heeft geoordeeld dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer als basis mag worden gebruikt voor toestemming voor activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming, zoals een vergunning of een melding. Ook de “standaard grenswaarde” die in het PAS was opgenomen, kan nu niet meer worden gebruikt Zo waren veel woningbouwprojecten tot voor kort voor het aspect stikstof vergunningsvrij en was ook een melding vaak niet nodig, omdat de extra stikstofemissies beperkt waren en de depositie onder de grenswaarde lag. Nu de landelijke grenswaarde onder de PAS niet meer kan worden gebruikt, is een stikstofbeoordeling en mogelijk ook een vergunning Wet natuurbescherming voor heel veel activiteiten nodig is.
Voor elke toename, hoe klein ook, is vooralsnog een eigen onderbouwing nodig. Voor ruimtelijke ontwikkelingen kan, naast een planologische titel en/of een omgevingsvergunning voor (o.a.) bouwen, ook een Wet natuurbescherming (Wnb) toestemming (o.a. i.v.m. stikstof) nodig zijn. Of er Wnbtoestemming vanwege stikstof nodig is, is afhankelijk van een stikstofberekening en/of een ‘voortoets’ (= milieukundig/ecologisch vooronderzoek). Het is niet zo dat nu voor ieder project een Wnb-toestemming nodig is. Maar er is geen (generieke) drempelwaarde meer waaronder een vergunning niet nodig is. Dat moet nu per aanvraag beoordeeld worden. Dat is nodig bij planologische procedures (zoals een bestemmingsplan) en bij de verlening van een omgevingsvergunning (i.v.m. het zogenaamde ‘aanhaken’). Op onze dienstverlening zijn de DNR 2011 voorwaarden van toepassing die u vindt op pouderoyentonnaer.nl
J197570.007/RME, pagina 2 van 13
Ligging plangebied Het plangebied, zoals dat in dit bestemmingsplan wordt geregeld, beslaat grofweg het driehoekige gebied gelegen tussen de woonbebouwing van Molenhoek aan de zuidzijde, de bosgebieden van het Maldens Vlak aan de noordzijde, de spoorlijn Nijmegen-Roermond met daarachter de bosgebieden van de Mulderskop aan de oostzijde en het in het Lierdal gelegen sportpark aan de westzijde. De noordoostelijke en zuidelijke punt van de driehoek vallen buiten het plangebied. Ook zijn de voormalige manegebebouwing (tandartsenpraktijk in de huidige situatie) en aangrenzende gronden met drie schuurtjes buiten het plangebied gelegen.
Figuur 1
Luchtfoto van het plangebied
Voor het plangebied zijn relevant het ca. 3,5 kilometer van het plangebied gelegen Natura 2000 gebied ‘Sint Jansberg’ en het op ca. 4,75 km gelegen Natura 2000 gebied ‘De Bruuk’.
Figuur 2
Plangebied en nabij gelegen Natura 2000 gebieden, plangebied bij 1
J197570.007/RME, pagina 3 van 13
Het bouwplan Dit planvoornemen ziet toe op de ontwikkeling van het landgoed De Kleine Lier. Het landgoed De Kleine Lier beslaat een oppervlak van ca. 5,3 ha. Hierbinnen wordt ca. 5 ha aan nieuwe natuur ontwikkeld. Verder geldt dat de bestaande bebouwing binnen het plangebied (zijnde een paardenstal) en diverse clusters voor buitenopslag worden gesloopt c.q. verwijderd. In plaats hiervan wordt binnen de footprint van de voormalige paardenstal een nieuwe landgoedwoning opgericht. Tevens wordt een aan de landgoedwoning ondergeschikte opslagschuur gerealiseerd, waarmee de buitenopslag als het ware wordt vervangen door een inpandige opslag. Verder geldt dat met de ontwikkeling van het landgoed aanvullende kwaliteitsbijdragen worden gedaan, waaronder de realisatie van een schaapskooi.
Figuur 3
Impressie landgoed De Kleine Lier
J197570.007/RME, pagina 4 van 13
Op basis van dit bouwplan zijn ten aanzien van het aspect stikstof verschillende fasen te onderscheiden: 1. Bestaande gebruiksfase: effecten ten aanzien van huidige gebruik; 2. Realisatiefase: tijdelijke effecten ten gevolge van sloop-, bouw- en aanlegactiviteiten; 3. Gebruiksfase: effecten voor onbepaalde tijd na ingebruikname van de nieuwbouw. Navolgend worden de stikstofrelevante activiteiten per fase beschreven. Daarbij is in eerste instantie de emissie als gevolg van de het planvoornemen in kaart gebracht. Dat wil zeggen de emissie die aan de orde is in de realisatiefase en de nieuwe gebruiksfase. Indien de emissie van stikstof in deze fases niet leidt tot een significante toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen natura 2000 gebieden (d.w.z. een toename groter dan 0,00 mol/ ha/ jaar), dan kan het planvoornemen doorgang vinden zonder vergunningsplicht ten aanzien van de Wet natuurbescherming. Indien er door het planvoornemen wel een toename in de stikstofdepositie ontstaat op nabijgelegen Natura 2000 gebieden, dan kan er worden gekeken naar deze toename ten opzichte van de stikstofemissie in de huidige situatie. Er wordt dan een verschilberekening gemaakt tussen het huidige gebruik en de stikstofemissies in de realisatiefase en nieuwe gebruiksfase. Mogelijk leidt dit per saldo niet tot een toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000 gebieden.
Dit is het zogenaamde interne salderen. Realisatiefase Alvorens in te gaan op de emissiebronnen in de realisatiefase is allereerst een analyse gemaakt van de maximale emissieniveaus waarop er nog geen stikstofdepositie plaatsvind op nabijgelegen Natura 2000 gebieden. Indien de emissie van het planvoornemen boven deze niveaus uitkomt dan leidt dit wel tot een toename in depositie op Natura 2000 gebieden. Voor het onderhavige plangebied zijn dit:
Mobiele werktuigen: max. 134 kg NOx/ jaar; Bouwverkeer: max. 561 zware vrachtbewegingen per jaar;
De resultaten van de AERIUS berekening zijn te raadplegen in de pdf, bijgevoegd als bijlage 1. Vervolgens dient inzicht te worden verkregen in de stikstofemissie die er in de realisatiefase gegenereerd wordt en hoe deze zich verhoudt tot de maximale emissies hierboven.
J197570.007/RME, pagina 5 van 13
Bouwfase – slopen Op de locatie zijn sloopwerkzaamheden aan de orde. Om tot een inschatting te komen van de inzet van mobiele werktuigen is onderstaand eerst een inschatting gemaakt van de werkzaamheden op de locatie en de tijdsduur die daarmee gemoeid is. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
De inzet van mobiele werktuigen zal zoveel mogelijk worden beperkt op locatie;
Om tot een inschatting te komen van de sloopwerkzaamheden is een inschatting gemaakt van het bouwvolume op het plangebied. De te slopen bebouwing bestaat uit gebouwen met een footprint van ca. 185 m2. Binnen het vigerende bestemmingsplan geldt een maximum bouwhoogte van 4,5 meter. Op basis van deze footprint en de maximale bouwhoogte is het maximaal bouwvolume binnen het plangebied bepaald.
De initiatiefnemer heeft aangegeven dat op basis van de bebouwing de volgende sloopvolumes kunnen worden verwacht voor de te slopen bebouwing: 1. Hout: 17, 5 m3 2. Puin: 17,9 m3 3. Dakplaten: 1,3 m3 4. Overig materiaal: 2 m3
Voorgaande leidt tot een totaal aantal van 38,7 m3 te slopen volume, omgerekend naar losse m3 (x 1,3) resulteert dit een sloopvolume van ca. 50 m3;
Om tot sloop te komen zal een sloopkraan worden ingezet;
Verder zullen er vrachtwagens worden ingezet om het puin weg te voeren;
Er wordt als worst-case scenario aangenomen dat alle materiaal afgevoerd moet worden (waarschijnlijk kan een deel worden hergebruikt, maar in dit geval is voor de zekerheid een worst-case scenario aangenomen); Er is uitgegaan van een gemiddeld laadvermogen van een vrachtwagen van ca. 25 m3;
Er wordt voorts uitgegaan van een laad- en lostijd van ca. 15 minuten per vrachtwagen;
Tijdens het laden en lossen wordt aangenomen dat de vrachtwagen 20% van de tijd stationair draait; Daarmee komt het aantal stationaire draaiuren per laadbeurt neer op 3 minuten.
Het voorgaande leidt tot de volgende inschatting van draaiuren voor de mobiele werktuigen tijdens de sloopfase: Activiteit
Hoeveelheid
Eenheid
Werktuig
Aantal dagen
Uren/ dag
Uren/ jaar
Sloopwerkzaamheden
50 m3
500 m3/ dag
sloopkraan
0,5
8
4
Uren/ jaar (afgerond) 1
Activiteit
Hoeveelheid
Eenheid
Werktuig
Aantal
Min/wagen
Afvoer puin
50 m3
25 m3/ wagen
vrachtwagen
2
3
J197570.007/RME, pagina 6 van 13
En daarnaast tot het volgende aantal verkeersbewegingen ten aanzien van de afvoer van het puin en sloopwerkzaamheden: Activiteit
Hoeveelheid
Eenheid
wagens
bewegingen
Aantal / jaar
Afvoer puin
50 m3
25 m3/ wagen
2
4
4
bouwvakkers
10
Bouwfase – bouwen Er wordt met het planvoornemen een nieuw landhuis gerealiseerd. Op dit moment is er nog geen informatie over de in te zetten mobiele werktuigen, de duur van de inzet en de bouwjaren/ stageklassen van deze werktuigen. Om toch een beoordeling te maken ten aanzien van de emissies in de realisatiefase is een worst-case scenario uitgewerkt. Er is in dit kader aansluiting gezocht bij de Handreiking woningbouw en Aerius opgesteld door het rijk, bijgevoegd in bijlage 2. Hierin wordt voor de realisatie van woningen een gemiddelde emissie in de realisatiefase verondersteld van 3 kg NOx/jaar. Voor het landhuis wordt aangenomen dat dit complexere bouw is met meer grondwerk waardoor er in onderhavige berekening wordt aangenomen dat er ca. 5 kg NOx wordt geëmitteerd. Voor de realisatie van de opslagschuur wordt als worstcase gerekend met de 3 kg NOx/jaar voor de gemiddelde woning. Tot slot wordt voor de terreininrichting gerekend met een inschatting van 2 kg NOx/jaar per ha, hetgeen leidt tot een emissie van ca. 11 kg NOx/ jaar. Ten aanzien van de verkeersbewegingen wordt aangenomen dat er voor de woning en de opslagschuur ca. 150 zware vrachtbewegingen nodig zijn, 200 middelzware en 500 lichte. Voor de terreininrichting worden ca. 100 zware verkeersbewegingen ingeschat en 250 lichte.
De inschatting van het aantal draaiuren kan vervolgens worden omgezet in een inschatting van de emissie NOx als gebruikt wordt gemaakt van de invoer t.a.v. eigen typering in de AERIUS calculator. Uitgangspunt is daarbij de default setting in de AERIUS calculator. In bijlage 3 is een toelichting ten aanzien van deze invoer opgenomen. Mobiele werktuigen
Bouwjaar
Vermogen [kW]
Draaiuren [aantal]
Belasting [%]
Emissiefactor [g/kWh]
NOx emissie [kg/jaar]
>2015 >2014
125 200
4 1
61 84
0,9 0,9
0,27 0,15
Sloopfase Sloopkraan Vrachtwagen/ kiepbak Totaal
0,42
Bouwfase Emissie uit bouw
8
Emissie terreininrichting Totaal
11 19
J197570.007/RME, pagina 7 van 13
Afwikkeling verkeer Ten aanzien van het modelleren van verkeerstromen in de Aerius calculator is de vraag aan de orde op welk moment het verkeer op gaat in het heersende verkeersbeeld en dus niet meer onderscheidend is door het planvoornemen. Er is hierbij verondersteld dat het bouwverkeer over de Beukenlaan in de richting van de van de Ringbaan zal rijden. Op dit traject ervaart het verkeer een gemiddelde stagnatie van 20%. Conclusies Uit een analyse van de maximale emissies NOx ten aanzien van mobiele werktuigen en maximaal aantal verkeersbewegingen is gebleken dat emissies tot 134 kg NOx/ jaar voor mobiele werktuigen en 561 zware verkeersbewegingen niet leiden tot een toename (>0,00 mol/ha/jaar) van de stikstofemissie op nabijgelegen Natura 2000 gebieden; Uit de inschatting van de emissieniveaus tijdens de sloop en bouwfase blijkt dat de emissies van stikstof voor al deze fases onder de voornoemde maximale emissieniveaus blijven; De daadwerkelijke emissieniveaus tijdens deze realisatiefases zijn ter controle ook nog ingevoerd in de Aerius calculator en bijgevoegd in bijlage 4. Uit deze berekening kan geconcludeerd worden dat er geen stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar optreedt op nabijgelegen Natura 2000 gebieden.
Rekening houdend met voorgaande conclusies kunnen significant nadelige effecten op Natura2000-gebieden ten gevolge van de realisatiefases worden uitgesloten. Gebruiksfase Er wordt uitgegaan dat het project gasloos zal worden uitgevoerd. In de gebruiksfase is derhalve alleen sprake van een verkeersgeneratie en het houden van schapen in de schaapskooi. Met betrekking tot het verkeer is het aannemelijk dat het verkeer van bezoekers overwegend zal opgaan in de omgeving omdat de bezoekers niet specifiek het landgoed bezoeken maar in 'groter verband' het gebied met diverse landgoederen en natuur bezoeken om in dit groter geheel te recreëren. Dit betekent dat het landgoed dan ook bezocht zal worden in dit groter geheel. Daarnaast fungeert het landgoed primair als uitloopmogelijkheid voor de aangrenzende kern Molenhoek en eventueel Malden. De verwachting is dan ook dat de verkeersaantrekkende werking nihil zal zijn. Te meer omdat enerzijds de bezoekers zullen parkeren op de parkeerplaats bij het sportcomplex en anderzijds bezoekers in het 'groter verband' naar verwachting hun bezoek elders zullen starten. Met betrekking tot de woning kan worden gesteld dat het verkeer van de woning weg kan worden gestreept tegen de verkeersaantrekkende werking van het voormalig gebruik. Per saldo is er derhalve geen verkeersaantrekkende werking te verwachten.
Om 100% uit te sluiten dat (potentieel) verkeer een mogelijk effect heeft op Natura 2000 gebieden, is als worst-case benadering gekozen om 10 verkeersbewegingen per etmaal te modelleren. Hiervan zijn 5 verkeersbewegingen verondersteld op dezelfde wijze af te wikkelen als beschreven bij de bouwfase. De overige verkeersbewegingen zijn gekoppeld aan de parkeerplaats bij het sportcomplex (omdat bezoekers in de buurt zullen parkeren) en van daaruit over de Lierweg en de Ringbaan tot aan de Heumensebaan gemodelleerd. Er is gerekend met een gemiddelde stagnatie van dit verkeer van 10%.
J197570.007/RME, pagina 8 van 13
In de gebruiksfase worden 7 schapen in de schaapskooi gehouden. Daarnaast worden er 6 ponny’s gehouden ten behoeve van het beheer van het grasland, deze zijn ook al in de huidige situatie op het plangebied aanwezig. Naast de genoemde pony's is er op dit moment ook nog één paard. Dit paard zal in de toekomstige situatie niet meer in het plangebied worden gehouden. De gebruiksfase wijzigt door het planvoornemen daarmee door de toevoeging van 7 schapen ten faveure van het thans gehouden paard. In het gebruik is derhalve een verschilberekening uitgevoerd om te beoordelen of er per saldo een stikstofeffect optreedt. Uit deze berekening volgen geen rekenresultaten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000 gebieden groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Deze berekening is bijgevoegd in bijlage 5. Conclusies De maximale verkeersgeneratie in de gebruiksfase bedraagt maximaal 10 lichte verkeersbewegingen per etmaal; Rekening houdend met voorgaande conclusies kunnen significant nadelige effecten op Natura2000-gebieden ten gevolge van de gebruiksfase worden uitgesloten. Conclusies Het bouwplan (tijdelijke realisatiefase en de gebruiksfase) leidt niet tot een toename van stikstofdepositie op Natura2000-gebieden.
Negatieve effecten ten gevolge van stikstof op de instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebieden kunnen op basis van het voorgaande worden uitgesloten, waardoor een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming niet vereist is. Hopende u voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet, Pouderoyen Tonnaer
J197570.007/RME, pagina 9 van 13
Bijlage 1
AERIUS berekening maximale emissie realisatiefase
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. S5qBqLeU5PX5 (30 april 2021) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Tonnaer
Parklaan 21, 5261LR Vught
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Landgoed Kleine Lier
S5qBqLeU5PX5
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
30 april 2021, 14:32
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
134,70 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Maximale emissie
Situatie 1
S5qBqLeU5PX5 (30 april 2021) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Bron 1 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
Bron 2 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
-
133,00 kg/j
< 1 kg/j
1,70 kg/j
S5qBqLeU5PX5 (30 april 2021) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx
Voertuig
Omschrijving
AFW
max. emissie
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
4,0
4,0
0,0 NOx
133,00 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Bron 1 189147, 420970 133,00 kg/j
Naam
Soort
Voertuig
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
Situatie 1
Bron 2 188898, 420610 1,70 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
561,0 / jaar NOx NH3
1,70 kg/j < 1 kg/j
S5qBqLeU5PX5 (30 april 2021) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
S5qBqLeU5PX5 (30 april 2021) pagina 5/5
J197570.007/RME, pagina 10 van 13
Bijlage 2
Handreiking AERIUS en woningbouw
Handreiking woningbouw en AERIUS Deze handreiking is bedoeld voor initiatiefnemers, gemeenten en provincies en helpt u met indicaties en aandachtspunten voor AERIUS-berekeningen om de mogelijke stikstofdepositie van woningbouw in kaart te brengen. De handreiking heeft geen juridische status; bij twijfel kan (formeel) alleen een AERIUSberekening uitsluitsel bieden. Voor de woningbouw zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd. • Gasloos (conform het bouwbesluit) en haardloos wonen. • Ammoniakemissies als gevolg van menselijk gebruik, huisdieren e.d. worden niet aan woningbouw toegerekend en blijven conform het document “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2019” buiten beschouwing. Onder deze aannames is de mogelijke stikstofdepositie ten gevolge van de aanlegfase in vrijwel alle omstandigheden dominant. De onderstaande tabel geeft inzicht in het verloop van deze depositie, uitgaande van een gemiddelde situatie en de daarbij behorende afstand. Samengevat: bij maximaal 50 laagbouwwoningen, gebouwd op zandgrond op minimaal 7 km afstand van een Natura 2000-gebied, is de stikstofdepositie onder gemiddelde omstandigheden 0,00 mol/ha/jaar. Voor projecten met een stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jaar hoeft geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd.
In de andere gevallen op kortere afstand van een Natura 2000-gebied en/of voor de bouw van meer woningen waarbij de depositie mogelijk hoger is dan
0,00 mol/ha/jaar, is een AERIUS-berekening nodig om de feitelijke situatie mee te nemen en kan een vergunningplicht aan de orde zijn. Daarbij dient u de aanlegfase én de gebruiksfase in te voeren1. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moeten alle aspecten die onlosmakelijk samenhangen met een project - zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase - als één samenhangend project worden beoordeeld en vergund. Daarbij moet het totale woningbouwproject in aanmerking worden genomen; een woningbouwproject op een en dezelfde locatie kan niet worden opgeknipt. Voor de berekening in AERIUS vult u de volgende zaken in. 1. Aanlegfase met mobiele werktuigen (de belangrijkste factor om deze depositie te verlagen is het gebruik van moderne mobiele werktuigen (Stage IV). Indien noodzakelijk neemt u hier ook het bouwrijp maken van de grond mee. 2. Aanlegfase met transport, en de route van en naar de bouwlocatie (bij gebruik van lichte materialen -houtskeletbouw en modulair bouwen- kan de depositie lager zijn). 3. Aanlegfase met transport(route) van werknemers (de depositie zal lager zijn bij gezamenlijk transport en elektrisch vervoer). 4. Gebruiksfase, alleen de aantrekkende werking van het verkeer.
1
Om juridisch zeker te zijn dat het project daadwerkelijk geen depositie in natuurgebieden veroorzaakt is het noodzakelijk ieder initiatief te toetsen in AERIUS.
Indicatieve depositie (mol/ha/jaar) als functie van de afstand tussen de woningen en het natuurgebied Aantal woningen
50
100
250
500
Afstand (km)
Gebruik
Aanleg
Gebruik
Aanleg
Gebruik
Aanleg
Gebruik
Aanleg
1
0,01
0,09
0,02
0,18
0,04
0,44
0,08
0,89
2
0,00
0,03
0,00
0,06
0,01
0,14
0,02
0,28
3
0,00
0,02
0,00
0,03
0,01
0,08
0,01
0,15
4
0,00
0,01
0,00
0,02
0,00
0,05
0,01
0,10
5
0,00
0,01
0,00
0,02
0,00
0,04
0,01
0,08
6
0,00
0,01
0,00
0,01
0,00
0,03
0,00
0,05
7
0,00
0,00
0,00
0,01
0,00
0,02
0,00
0,04
8
0,00
0,00
0,00
0,01
0,00
0,02
0,00
0,04
9
0,00
0,00
0,00
0,01
0,00
0,01
0,00
0,03
10
0,00
0,00
0,00
0,01
0,00
0,01
0,00
0,03
Uitgaande van gasloos bouwen hoeft u dus geen gebruik meer te maken van de in AERIUS Calculator aangeboden planfase, die de emissies van de gebruiksfase berekent bij gebruik van aardgas. In een aantal gevallen (bijvoorbeeld bij optimalisatie van de hierboven genoemde zaken) kan de gebruiksfase relevant zijn. Deze wordt bepaald door de aantrekkende werking van het verkeer. Dit geldt alleen als de afstand tot een Natura 2000-gebied minder dan 5 km is. Hierbij wordt uitgegaan van de volgende kentallen. • Emissie woning tijdens gebruiksfase: geen. • Emissie uit verkeer tijdens gebruiksfase: 0,27 kg NOx per woning. • Emissie uit de aanlegfase (mobiele werktuigen en transportbewegingen) 3 kg NOx per woning.
Colofon Dit is een publicatie van: Rijksoverheid Januari 2020 | 20400607
Voor het in beeld brengen van de mogelijke stikstofdepositie tijdens de aanleg- of gebruiksfase van woningen kunnen meer kentallen, berekeningen, aannames of handreikingen behulpzaam zijn. Hieronder worden in dat verband enkele rapporten genoemd. • CROW-publicatie 318 Toekomstigbestendig parkeren (https:// www.crow.nl/over-crow/nieuws/2018/december/ toekomstbestendig-parkeren) • Rapport van bureau Waardenburg; Woningbouw en Natura2000 https://www.stikstof.info/vuistregels_woningbouw • Rapport van bureau Sweco; Stikstofdepositie en woningbouwontwikkeling https://www.neprom.nl/SiteAssets/Lists/Nieuws/ BO/Sweco-rapport%20Stikstofdepositie%20en%20woningbouwontwikkeling.pdf • Rapport van RIVM; diverse Methoderapporten Emissieregistratie
J197570.007/RME, pagina 11 van 13
Bijlage 3
Toelichting mobiele werktuigen in AERIUS
Mobiele werktuigen zijn voertuigen die in beginsel geen gebruikmaken van de openbare weg en bijvoorbeeld worden ingezet in de landbouw of bij bouwprojecten. Voorbeelden van mobiele werktuigen zijn graafmachines, bulldozers en tractoren. Ook voor een specifieke functie verbouwde bestel- of vrachtwagens, zoals ambulances, vuilniswagens en betonwagens, worden beschouwd als mobiele werktuigen. De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig (stageklassen). Indien voor een mobiel werktuig met een dieselmotor de stageklasse bekend is, kan de gebruiker het jaarlijkse dieselverbruik per stageklasse invoeren. AERIUS berekent vervolgens de emissies van stikstofoxiden (NOX) op basis van generieke gegevens over de NOX emissie per liter brandstof per stageklasse. Indien de stageklasse onbekend is, of wanneer het mobiele werktuig buiten de categorieën met stageklassen valt die in AERIUS zijn opgenomen, kan een gebruiker in AERIUS zelf de totale emissies NOX van het desbetreffende mobiele werktuig invoeren, of deze berekenen aan de hand van kenmerken van het mobiele werktuig, zoals het vermogen en het aantal draaiuren. Berekening emissies wanneer stageklasse niet bekend is (eigen typering) Een gebruiker kan in AERIUS een waarde voor de totale emissies NOX van het desbetreffende mobiele werktuig invoeren.
AERIUS biedt de gebruiker ook ondersteuning bij het berekenen van deze totale emissie. Daarvoor is een zogenoemde rekenmachine ontwikkeld waarin de gebruiker een keuze kan maken tussen een berekening op basis van ‘draaiuren’ en op basis van ‘brandstofverbruik’. Bij de keuze voor ‘draaiuren’ berekent AERIUS de emissie NOX met onderstaande formule: EMW=W∗B∗G∗EF∗11000 met: EMW = Totale emissie NOX door alle ingevoerde mobiele werktuigen (kg/jaar) W = Het gemiddelde volle vermogen van dit mobiele werktuig (kW) B = Het gedeelte van het volle vermogen van dit mobiele werktuig dat daadwerkelijk wordt gebruikt (%) G = Het aantal uren dat dit mobiele werktuig gemiddeld wordt gebruikt (uren/jaar) EF = Emissiefactor NOX (gram/kWh) De gebruiker voert zelf waarden in voor het vermogen, de belasting, het aantal draaiuren en de emissiefactor. Waar mogelijk gaat AERIUS uit van defaultwaarden.
J197570.007/RME, pagina 12 van 13
Bijlage 4
AERIUS berekening realisatiefase
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RUQuyUM5qK5y (19 mei 2021) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Tonnaer
Parklaan 21, 5261LR Vught
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Landgoed Kleine Lier
RUQuyUM5qK5y
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
19 mei 2021, 14:32
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
20,80 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Emissie realisatiefase
Situatie 1
RUQuyUM5qK5y (19 mei 2021) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
Bron 1 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
19,43 kg/j
Bron 2 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
1,37 kg/j
RUQuyUM5qK5y (19 mei 2021) pagina 3/5