CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5. Zienswijzennota (geanonimiseerd)

Raadsvergadering 19 september 2024, gemeente Mook en MiddelaarBij agendapunt: Samen sterk voor duurzaaMM8.808 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samen sterk voor duurzaaMM Zienswijzennota Geanonimiseerd 10 juli 2024

Postbus 200, 6585 ZK  Raadhuisplein 6, Mook  Tel. (024) 696 91 11  gemeente@mookenmiddelaar.nl  www.mookenmiddelaar.nl

1. Inleiding Het Ontwerp Duurzaamheidsbeleid ‘Samen sterk voor duurzaaMM’ heeft ter inzage gelegen van 6 maart 2024 tot en met 17 april 2024. Gedurende deze periode zijn 14 zienswijzen ingediend. In deze zienswijzennota worden de zienswijzen samengevat en voorzien van een reactie van de gemeente. Hoewel de zienswijzen zijn samengevat, zijn deze geheel meegenomen in de nota. Deze zienswijzennota is onderdeel van het raadsvoorstel tot vaststelling van het duurzaamheidsbeleid. Daar waar een gele arcering is toegepast, heeft de zienswijze aanleiding gegeven om aanpassingen te doen.

2. Overzicht ingediende zienswijzen

Nummer 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14

Afzender

Ontvangen op 23 maart 2024 02 april 2024 15 april 2024 15 april 2024 16 april 2024 16 april 2024 16 april 2024 16 april 2024 16 april 2024 16 april 2024 16 april 2024 17 april 2024 17 april 2024 17 april 2024

3. Samenvatting zienswijzen + reactie Nr. 1

1.1

Samenvatting zienswijze/quote Waarom geen zonnepanelen boven plein plasmolen?

1.2

Alle lantaarnpalen worden vervangen door LED, maar waarom geen zonnecellen daarbij?

1.3

Uit welk onderzoek blijkt dat de Maas niet geschikt is voor hydrogeneratoren? Wordt dit lager in het stroomgebied al gedaan?

1.4

Hoever is de gemeente met het (pre)SMP? Moet iedereen met een krappe beurs nu twee jaar wachten om iets te doen?

1.5

Gemeente ziet geen aanleiding om luchtvervuiling door stook te meten. De luchtkwaliteit is momenteel onvoldoende, alleen al door de Rijksweg, laat staan als er ook nog gestookt wordt.

1.6

Gemeente zegt dat houtstook nog voor veel mensen een belangrijke warmtebron is. Iedereen die minder stookt is meegenomen voor de verbetering van de luchtkwaliteit. Houtstook kan niet verboden worden, maar subsidie op verwijderen van een stookkanaal wel. Geen toerisme uitbreiden, ook niet als dat duurzaam gebeurt. Het wordt te druk in de natuur op veel plekken.

1.7

1.8

We zouden groen toch uitbreiden, zowel in de kernen als daarbuiten?

Reactie gemeente Hierover heeft al besluitvorming plaatsgevonden. Er is voor gekozen om op het plein bomen toe te voegen dat inspeelt op een klimaatadaptieve inrichting van het plein. Lantaarnpalen staan aan als het donker is. Op die momenten heeft een zonnecel niet zoveel zin. Om de energie die overdag wordt opgewerkt dan toch te gebruiken moet een accu worden toegevoegd. In het najaar en de winter is er nog minder zon en is het meer uren donker. Om betrouwbare verlichting te garanderen, dienen de palen dan toch aangesloten te zijn op het net. Deze uitspraak is naar aanleiding van de participatiebijeenkomsten gedaan voor de Maas bij Mook en Middelaar. Op andere plekken in de Maas wordt wel energie gewonnen, maar daarvoor zijn over het algemeen stuwen en sluizen nodig. We houden alle ontwikkelingen in de gaten en volgen de updates (van met name de provincie) op de voet. Vanuit het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) en de beoogde gebiedsgerichte aanpak is het het plan om mensen te ontzorgen. Het is niet per definitie zo dat mensen niets kunnen doen. Daarbij is er een tussenoplossing mogelijk. Dit wil zeggen dat erkende bedrijven een klein aandeel woningen (6%) soortenvriendelijk kunnen en mogen isoleren, mits aan voorwaarden wordt voldaan. Voor het handhaven van strikte eisen is geen capaciteit, maar we willen wel proberen met voorlichting de overlast terug te dringen.

We zien dus meer in algemene regels voor iedereen in de gemeente dan heel specifiek op bepaalde plaatsen. Het apart meten van luchtkwaliteit voor houtstook heeft daarom geen prioriteit. Dat is correct, we zien daar echter geen prioriteit in. Inwoners die niet willen stoken, zullen dat sowieso niet doen. Het verwijderen van een stookkanaal voegt daar nauwelijks iets aan toe.

De gemeente staat ook bekend om haar toeristische gebieden. Hierin zien we mogelijkheden tot uitbreiding. Uiteraard moet hierin een balans worden bereikt met de natuur. Ook hier zetten we in op communicatie en voorlichting over hoe hiermee goed en natuurinclusief om moet worden gegaan. We zien meer belang in het verder vergroenen van de openbare ruimte, bijvoorbeeld door het

Dus natuur en bomen moeten extra beschermd worden, de bomenlijst moet zelfs herzien/uitgebreid worden.

1.9

1.10

1.11

1.12 1.13

1.14

1.15

1.16

1.17 1.18

1.19

Sluit voor bakenbomen aan bij het plan in het Land van Cuijk. Zorgen dat bakenbomen die binnenkort omvallen i.v.m. natuurlijk oever, nu al vervangen worden. Meer het land in. Waar kun je je aanmelden voor het zelf bijhouden van groen voor je huis? Welke eisen zijn daar aan verbonden? Als de 3-30-300 regel toegepast gaat worden, moeten er dus meer bomen bij. Uitbreiding bomenverordening. Anders zijn nieuwe bomen ook niet beschermd. Op welke termijn komt het SMP/de nulmeting biodiversiteit? De omgevingsvisie is toch ook op basis van het sociaal domein met oog voor biodiversiteit, circulariteit, klimaatadaptatie en duurzaamheid? Van het ecologisch onderhoud van bermen is niets terug te zien. Wees duidelijker en leg aan de burgers uit hoe je dit doet. De reacties op biodiversiteit 28 en klimaatadaptatie 33 zijn anders, op hetzelfde onderwerp. Groenbeleid beschermt namelijk niet. Klein bouwafval wordt bij de milieustraat niet opnieuw gebruikt en voor een paar losse stenen ga je niet naar de milieustraat. De gemeente benoemt haar successen te weinig. Als je een biodiversere gemeente wil, zul je je pachtbeleid daar wel op aan moeten passen.

Droogteproblematiek op Mookerschans en St. Jansberg. Als er niets aan gedaan wordt, hebben we op die plaatsen geen bos en heide meer over in de toekomst.

streven naar de 3-30-300-norm. Deze norm wil zeggen dat er vanuit elk huis 3 bomen zichtbaar zijn, er 30% schaduw is in de wijk en er 300 meter verderop een groen park te vinden is. We bezien waar in de kernen groene gebieden met een klimaatadaptieve functie kunnen worden behouden en versterkt. De bakenbomen zijn in eigendom van Rijkswaterstaat, waardoor Rijkswaterstaat hier ook plannen voor uitvoert. Wij kijken welke buurt van start wordt gegaan met groenonderhoud en we gaan daar in gesprek met de inwoners. Dit om een uniforme werkwijze te bewerkstelligen. Zie beantwoording bij 1.8

Dat is afhankelijk van de ontwikkelingen vanuit de provincie. Het opstellen van een SMP duurt 2-3 jaar. Dat klopt, de omgevingsvisie is een integrale visie en moet een brede kijk geven op de fysieke leefomgeving en moet dus een samenhang zijn van de diverse thema’s. Er wordt minder gemaaid. Zo wordt er langs fietspaden en wegen een smallere strook gemaaid. Daarnaast wordt er minder vaak gemaaid, waardoor de biodiversiteit wordt verbeterd. Hierover is een extra zin opgenomen. Zie beantwoording bij 1.8. Bij klimaatadaptatie 33 wordt echter specifiek over bescherming gesproken. Bij biodiversiteit 28 niet. Er wordt op gefocust om reststromen zo circulair mogelijk te verwerken, daar zijn verschillende niveaus van hergebruik voor. Dat geldt voor alle grondstoffenstromen, zo ook voor stenen. Losse stenen kunnen gewoon naar de milieustraat worden gebracht. We zullen hierop meer inzetten in de communicatie. We zouden bij pachtconstructies graag biodiversiteit en biologische landbouw verder stimuleren. De huidige wetgeving is daar echter een blokkade in. We blijven wel kijken welke mogelijkheden er zijn om het pachtbeleid daadwerkelijk aan te passen. Er wordt al gekeken naar hoe hiermee goed kan worden omgegaan. De samenwerking met betrokken natuurorganisaties zal hierbij in de toekomst ook belangrijk blijven.

1.20 1.21

1.22

1.23

1.24 1.25

1.26

1.27

2

2.1

Warme nachten: van 1 naar 14 staat in beleid. Op avond werd gezegd 14x zoveel. Dat maakt meer indruk. Als de provincie inzet op meer biodiversiteit en meer groen in dorpen en steden, waarom hebben dan niet alle bomen een herplantingsplicht en verdwijnen er juist bomen in de kernen? Stuk landbouwgrond is omgezet naar kruidenrijk grasland en fruitbomen. Waar dan?

Welke voorbeelden zijn er van het aanleggen van verbindingen voor biodiversiteit in de gebouwde omgeving? Wat gaat er allemaal gesubsidieerd worden met de subsidie voor klimaatadaptief wonen? Waarom worden bedrijven niet gevraagd om hun parkeerplaatsen te overdekken met zonnepanelen? De checklist voor natuurvriendelijke evenementen, zijn dat voorbeelden of eisen? Ik zou graag zien dat er natuurvriendelijke eisen in komen te staan. De tekst spreekt over Europese subsidies in bijlage D. Daar staan ze niet. Waar wel?

De geformuleerde ambitie is de gemeente onwaardig. In feite is de genoemde ambitie geen echte ambitie, maar een plicht die voor alles en iedereen geldt (2050). De geformuleerde ambitie is een erg slap theezakje voor wat er om ons heen gebeurt. Vergeleken met de eerder in dit proces door bewoners ingebrachte input, is het een totale mismatch. Het is vergelijkbaar met de vorige duurzaamheidsvisie (energievisie) die werd geformuleerd, maar toen voor 2030. Zat men er toen 20 (twintig) jaar naast? Splits een en ander op. Energieneutraal in 2040.

Feitelijk is dat ook zo. Met de 3-30-300-norm proberen we hier een vaste structuur in aan te brengen om ook in de kernen voldoende groen te behouden.

Het gaat hier om een kavel grenzend aan het natuurgebied St-Jansberg. Dit betreft een natuurcompenserend project, aangezien mensen op de Mookerheide een natuurgraf kunnen krijgen. Hoewel de tekst in het stuk dit wellicht doet vermoeden, is dit geen gemeentelijk project, maar wel een project gelegen in de gemeente. Dit is duidelijker opgeschreven. Deze moeten er nog meer gaan komen. We bedoelen met deze zin dat we het belang hiervan meenemen in ontwikkelingen. Dat moet nog blijken als de regeling verder uitgewerkt wordt. In de Green Deal gaan we met bedrijven in overleg, dan staat het aanpakken van parkeerterreinen (overkappen of juist vergroenen) ook op de agenda. Dat zijn voorbeelden, dingen waar men aan kan denken.

Dat is een foutje. In een eerdere versie stond een overzicht van verschillende subsidiemogelijkheden. Die zijn wel van belang, maar voegen weinig toe aan het beleid, daarom is dat geschrapt. De tekst wordt aangepast. De ambitie is kaderstellend voor wat we minimaal bereikt willen hebben. Dit is voor de gemeente Mook en Middelaar echter al een opgave, gezien onder andere de beperkte grootte van de gemeente en het aantal medewerkers.

Er zijn concrete punten overgenomen, denk bijvoorbeeld aan het streven naar een energieneutrale gemeente, maar op ambitie sluiten we niet aan bij alle opmerkingen die in het participatieproces gemaakt zijn.

2.2 2.3

2.4

2.5

2.6

2.7

Klimaatneutraal in 2040. Ontbreekt er aan het begin een definitie van wat de gemeente onder duurzaamheid bestaat? Het volgen van de normen voor nieuwbouw staat gelijk aan geen beleid. Voeg toe: Nieuwe woningen moeten vanaf de oplevering energie- en klimaatneutraal zijn. Toelichting: anders wordt de opgave voor de gemeente en alle bewoners eerder groter dan kleiner, inclusief een toename van de maatschappelijke kosten. Blij met adopteren van lokaal eigendom en het kostprijs+ model. Maar om daarvoor robuust genoeg te kunnen zijn, zullen deze randvoorwaarden verder geïntegreerd moeten worden in het beleid. Hier ontbreekt de vermelding van het bestaande, algemeen aanvaarde inzicht dat voor wat betreft de soortenrijkheid de absolute alarmfase is ingetreden. Elke vierkante meter waar een schop in wordt gezet, moet leiden tot een verbeterde biodiversiteit als randvoorwaarde. Hier ontbreekt ook de relatie met en verwijzing naar de omgevingsvisie en -wet. Wat goed kan werken, vooral samen met bewoners: bedenk hoe je stapje voor stapje “groene linten” kunt aanleggen door de wijken, straten en tuinen van bewoners en openbare perken die tot in de groene omgeving, de omliggende natuur leiden. Die de bijen en insecten en andere soorten weer meer ruimte geven om zich te verspreiden. Gerealiseerd in 2030.

(De gemeente Heumen heeft hier al goede resultaten mee behaald in een wijk die grenst aan het bos.) Aan het eind van “Eerlijke energieprijs voor iedereen”, pagina 6 Voeg toe: Voor een eerlijke prijs voor iedereen, is zeggenschap over de bron een randvoorwaarde. Een lokaal of regionaal publiek energiebedrijf in (deel)eigendom van de bewoners kan hier onderdeel van zijn. Toelichting: hier kan niemand en geen enkele partij iets op tegen

In deel 2, onder A is uitgelegd wat we verstaan onder onze duurzame ambitie. De BENG-normen zijn op dit moment leidend, waardoor wij ons hieraan conformeren. Wel omarmen we het als projectontwikkelaars ambitieuzer dan de BENG-norm willen zijn.

Het hoeft niet per se verder in het beleid te staan, maar wel in de verdere uitwerking. Er wordt nog onderzocht in welke samenwerking we hier het best mee aan de slag kunnen gaan. Het is inderdaad ernstig gesteld met de soortenrijkheid, al is dat op het eerste gezicht niet altijd meteen zichtbaar. In het gedeelte ‘Visie’ is een verdere uitwerking van het begrip biodiversiteit geformuleerd. Die relatie komt andersom te liggen, omdat de processen na elkaar zijn gestart. Het uiteindelijk vastgestelde duurzaamheidsbeleid geeft inhoud mee aan de omgevingsvisie. Dit is een mooi voorbeeld van wat er besproken kan worden in de groenebuurtgesprekken, zoals die voorgesteld worden.

Dit kan als criterium worden gesteld met de kanttekening dat de invulling over de zeggenschap verschillend kan zijn. De zeggenschap voegen we toe, in een iets anders geformuleerde zin.

2.8

hebben, het is zowel ondernemend als bevorderlijk om ook de minder draagkrachtigen mee te laten profiteren van de energie transitie. Opwek op daken De genoemde 38% is waarschijnlijk al achterhaald, ook door andere gemeenten. Het nabije Overasselt heeft al een hoger percentage. Geen reden dus om op lauweren te gaan rusten. Er liggen nog vele m2 dak braak en de “makkelijkste m2” zijn al belegd. Alleen “stimuleren” zal daarom niet voldoende zijn om in 2030 het maximale belegd te hebben. Voeg toe: We starten een project om zoveel mogelijk daken met zonnepanelen te beleggen, waarbij we bewoners en bedrijven zoveel mogelijk ontzorgen en zoveel mogelijk opgewekte stroom lokaal gebruiken. Project “PV op alle daken”.

Een dergelijk project wordt bedoeld met de gezamenlijke inkoopacties op pagina 12 van het ter inzage gelegde beleid. Dat wordt iets verder uitgewerkt in de uitvoeringsagenda. Die wordt door het college vastgesteld nadat de gemeenteraad het beleid vastgesteld heeft.

2.9

Bij isolatie aanpak, natuurlijke materialen Voeg toe, omdat er door de gemeente meer sturing op kan worden uitgeoefend: Er is extra subsidie voor het gebruik van natuurlijke materialen. We stimuleren het gebruik daarvan, ook in combinatie met doe-het-zelf aanpakken.

Daar waar het binnen de betaalbaarheid mogelijk is, zetten we volledig in op bio-based isolatiematerialen. Andere vormen sluiten we echter op voorhand niet uit, als de toepassing van bio-based zorgt voor een prijs waardoor de inwoner geen maatregelen meer zal nemen.

2.10

SMP Ga niet zelf onderzoeken. Tegen de tijd van afronding zijn er al betere onderzoeken afgerond en de uitkomsten beschikbaar. Er is nu al een manier, weliswaar seizoensgebonden, om middels bekende natuurvriendelijke werkwijzen isolatie maatregelen uit te kunnen voeren. Voeg toe: Met een tijdelijk protocol kan intussen gelimiteerd, seizoensgebonden doch natuurvriendelijk, worden geïsoleerd.

We zoeken hierbij de samenwerking met andere gemeenten en overleggen in RESverband over de mogelijkheden die er zijn. Daar is ook de provincie bij aangesloten. Momenteel ontstaan er inderdaad mogelijkheden en die zullen we dan ook benutten in de samenwerking. We zien geen reden daar een toevoeging voor te doen.

2.11

P 14 Deze alinea houdt geen stand voor een duurzaam beleid. De ontwikkelingen voor kleinschalige, gezamenlijke warmte oplossingen gaan zo snel, dat in het tempo dat de gemeente wenst aan te houden (“vele jaren”), de gemeente nog geen enkele nu bekende bron kan

Dit beleid is een verwoording van hoe we nu tegen bepaalde vraagstukken aankijken. Naar de huidige inzichten biedt aquathermie geen oplossing voor onze gemeente. Daarom kiezen we er nu voor hier geen focus op te leggen. Het beleid wordt elke twee jaar herzien om zo scherp te blijven op mogelijkheden die nieuwe technieken en ontwikkelingen meebrengen.

uitsluiten. In tegendeel. Dus ook niet aquathermie uitsluiten. Die ontwikkelingen zijn ook alle gericht op betaalbaar, haalbaar en betrouwbaar voor alle bewoners, ook die nu niet kunnen meeprofiteren.

Dat geldt dus ook voor warmtetechnieken. Er wordt gerefereerd aan een onderzoek dat we hebben laten doen door Ennatuurlijk. In dat onderzoek worden specifieke locaties benoemd en is daarom nog niet openbaar.

Pas de tekst hierop aan en voeg toe: Gezien de beoogde tijdschaal en het tempo van ontwikkelingen voor gezamenlijke warmtevoorzieningen, kan de gemeente op dit moment geen enkele bron uitsluiten. Vraagje: welk onderzoek wordt bedoeld en waar kan ik dat vinden? 2.12

Pagina 27, ad 2 Wells Meer Wordt hier een boot gemist? Als de gemeente de financiële deelname aan Wells Meer alleen ziet als een financiële deelname, kunnen we morgen ook dat geld al in iets anders investeren en de rente van zo’n “fonds” direct benutten. De grote kans om het steeds genoemde local-for-local en kostprijs+ model te realiseren, is om ook het aandeel in de opgewekte stroom in te brengen in een lokaal of regionaal publiek energiebedrijf ten behoeve van lokaal nut. Voeg toe: “… naast financieel rendement van een (deel van) de financiële deelname, biedt het de mogelijkheid om het steeds genoemde local-for-local en kostprijs+ model te realiseren. Bijvoorbeeld door het aandeel in de opgewekte stroom in te brengen in een lokaal of regionaal publiek energiebedrijf ten behoeve van lokaal gebruik.…”

Dit deel van het beleid gaat over de financiële aspecten. Daarom wordt hier ook alleen gesproken over de financiële kant van deelname aan Wells Meer.

2.13

3

BIJ DE AGENDA TOT 2030 A2: stimuleer in plaats van “inkoop PV” : Initieer een project “Alle daken belegd met zonnepanelen tot 2030”. Samen met “Stroom van hier” en/of Energiecafé?

Dat zou een insteek kunnen zijn, maar wordt op een later moment verder uitgewerkt.

A5: huidige formulering is beleid noch maatregel. Stimulering heeft tot nu niet geholpen. De gemeente hoeft ook niet te wachten tot “de tijd rijp is”. Scherp de norm aan tot wat op dat moment mogelijk is. Communiceer dat in 2024 en laat het ingaan per 2026. Dat is voldoende tijd om potentiële (ver)bouwers er op voor te bereiden.

Tot nu toe is er ook niet heel actief gestimuleerd. Betaalbaarheid van woningen is en blijft echter ook een probleem. We willen niet dat starters buiten de boot vallen omdat de gebouwde woningen te duur zijn.

A7: voeg toe: “… samen met enkele stakeholders waaronder Stroom van Hier en het Energiecafé.” (ter info: ik voel mezelf ook een stakeholder; ben een en ander aan het verkennen in de regio)

Dat is verdere uitwerking en hoort ons inziens niet per se thuis in deze agenda.

A9: Zie “SMP” hiervoor.

Zie beantwoording bij 2.10

A22: naar voren halen. Je hebt hiervoor al een bouwkundig specialist op dit terrein die woonachtig is in de gemeente…… Die kan ook de voorlichting en ondersteuning doen. Wederom: zo spoedig mogelijk communiceren, signaal afgeven.

We zouden het liefst met ieder plan zo snel mogelijk van start gaan. Die mogelijkheden hebben we echter niet. Daarom is er voor gekozen om sommige onderdelen iets later in de tijd te plaatsen, zo ook de voorlichting rondom circulair/bio-based bouwen.

B1.2: Regelgeving voor sterke daken. Het opstellen van regelgeving kan lang duren, maar doe dit al zo vroeg mogelijk. Begin echter al dit voorjaar al met het communiceren daarover, signalen afgeven.

Zie beantwoording van A22 (2.13)

C17: “meer aandacht voor R-ladder” Beperkte staf op duurzaamheid? Van dit onderwerp “R-ladder” kun je ook een communicatie-trajectje maken, intern en extern.

Dat is een van de mogelijkheden om de Rladder verder onder de aandacht te brengen.

3.1

Het zijn wel heel veel woorden om vooral te vertellen wat je niet doet. Het spreken over "ambities" als je vervolgens zegt dat je in de pas probeert te lopen met de landelijke doelstellingen, is m.i. in tegenspraak met elkaar.

We geven juist aan wat we ook wel gaan doen, dat is meer en breder dan in het verleden het geval was. We weten dat de huidig geformuleerde maatregelen nog niet voldoende zullen zijn, maar daarom is er ook sprake van een tweejaarlijkse herijking.

3.2

Dit rapport straalt uit dat geld een van de grootste remmende factoren is voor een ambitieus

In de stelling dat dit beleid uitstraalt dat geld de grootste remmende factor is, herkennen we

4

duurzaamheidsbeleid. Maar volgens mij zijn het ontbreken van ondernemerszin, lef en goede plannen de grote drempel. Binnen onze gemeente zijn genoeg mensen die investeren in energieopwekking, energieopslag buiten onze gemeente, omdat er binnen onze gemeente geen kansen zijn.

ons niet. Sterker nog, we zien het deel over samenwerking juist veel vaker terugkomen.

En wachten tot er betere technologische oplossingen komen is een complete dooddoener, vergelijk de beloften van de technologische ontwikkelingen in de agrarische sector van de afgelopen 40 jaar.

Ook hier herkennen we ons niet in. We kijken welke opties we nu hebben, maar blijven open staan voor nieuwe technieken in de toekomst.

3.3

Ja we mogen trots zijn dat er op 38% van onze daken (veel meer dan landelijk) zonnepanelen liggen. Alleen is dat niet de verdienste van de gemeente maar van twee vrijwilligersorganisaties, die dit resultaat op hun conto mogen schrijven (een zonder subsidie en de andere met een beperkte subsidie van de gemeente). De getoonde houding van de gemeente met betrekking tot het idee van de bevolking "alle daken vol in Molenhoek-Zuid" spreekt ook boekdelen.

We stellen nergens dat dit een verdienste van de gemeente als overheid is. Wel van onze gemeente als geheel en daar vallen ook de vrijwilligersorganisaties onder, net als alle inwoners die zelf het initiatief hebben genomen om zonnepanelen aan te schaffen.

3.4

Dus gemeente: Beleid bepalen, Overheidssubsidies binnenhalen, Investeerders zoeken (we hebben ten slotte een VVD wethouder, dat moet lukken), En Bewoners: Plannen aandragen, Activiteiten onder de aandacht van de buren brengen, Activiteiten begeleiden.

3.5

Tenslotte het heeft geen zin om alleen over zonneweides of alleen over windmolens te denken en besluiten daarover te nemen, het totale energielandschap moet in ogenschouw worden genomen. Als ik nu zie "geen windmolens", "geen zonneweiden op agrarisch gebied", 24% zal vermoedelijk gedekt worden door Wellsmeer, dan dient er snel en hard nagedacht te worden over de resterende invullingen.

Met dit document bepalen we het beleid en herijken we het tweejaarlijks om aan te scherpen en te verbeteren. Er zullen ongetwijfeld investeerders zijn die in een duurzaam Mook en Middelaar willen investeren, maar op het gebied van zonneparken, kiezen we juist voor een andere koers: die van het collectief en van lokaal eigendom. Inwoners dragen gelukkig al regelmatig initiatieven aan. Het klopt dat het heel lastig wordt om onze doelen te halen als we geen grootschalige opwek toestaan. Er zijn mooie voorbeelden van hoe grootschalige opwek heel goed gecombineerd kan worden met agrarische activiteiten, natuurontwikkeling en recreatie.

4.1

Indiener mist de rolneming van de gemeente bij het voorlichten van inwoners over maatregelen om

We weten dat de huidig geformuleerde maatregelen nog niet voldoende zullen zijn, maar daarom is er ook sprake van een tweejaarlijkse herijking. In het algemeen stellen we dat de gemeente een actievere rol zou moeten nemen in het bereiken van haar doelstellingen. En dus ook

schade als gevolg van weersextremen te beperken.

5

4.2

In onze gemeente lopen de kernen Middelaar en Plasmolen als onderdeel van de Lob van Gennep extra risico op overstroming - óók na realisatie van de voorgenomen dijkversterking. Alhoewel straks wel te verzekeren, zullen de kosten voor inwoners aanzienlijk zijn. Dit gegeven heeft de Werkgroep Dorpsraden in haar ook aan u toegezonden nota Overstromingsbestendig maken van woningen en bedrijven in de Lob van Gennep van 31 januari 2024 doen pleiten voor een actieve rolneming van de gemeente in het bewust maken en informeren van haar inwoners over mogelijke schadebeperkende maatregelen, en waar mogelijk het faciliteren daarvan. Helaas lijkt u in uw conceptduurzaamheidsbeleid aan dit gratis deskundig advies voorbij te gaan.

4.3

Schuif de verantwoordelijkheid niet af op andere (overheids)instanties, maar neem zelf verantwoordelijkheid door inwoners goed van informatie te voorzien. De door de gemeente gestelde ambitie qua hernieuwbare energie is niet haalbaar op basis van het voorgestelde beleid. Een deel kan behaald worden met besparing, maar het grootste deel zal opwek moeten zijn. Gezien het gebrek aan mogelijkheden voor wind- en warmteenergie, is zonne-energie de meest kansrijke optie. Daarvoor wordt de zonneladder gebruikt. Door de beperkte mogelijkheden van trede 2 en 3 en door het uitsluiten van trede 4 en 5 is onduidelijk welke “andere vormen van duurzame opwek” er dan nog bestaan. De enige optie voor zon op water is de Mookerplas. Dat is echter zeer gecompliceerd i.v.m. verbinding met de rivier en het recreatief gebruik. Zelfs met de mogelijkheden die Wells meer biedt, kan in slechts 56% van

5.1

5.2

5.3

5.4

in het omgaan met klimaatverandering en weersextremen. Puur voorlichten over de schade van klimaatverandering doen we liever niet. Dat geeft een negatieve boodschap, waarmee we ook veel mensen niet meekrijgen. Ja, we signaleren en communiceren over de zorgen die er zijn, maar proberen mensen op een positieve manier te stimuleren om maatregelen te nemen. Het feit dat deze nota niet expliciet genoemd is, wil niet zeggen dat we de gegeven adviezen hierin niet waarderen en in gedachten nemen. Wij zijn voorstander van een goede communicatie met de inwoners en zullen de in de nota genoemde punten dan ook meenemen.

Informeren en stimuleren zijn termen die regelmatig terugkomen in dit beleid.

Zie beantwoording bij 3.5.

Het grootste deel van ons energieverbruik komt voort uit warmte, nu vooral aardgas. We zullen ook naar andere vormen van gas moeten kijken.

Het is inderdaad gecompliceerd, maar aangezien er is gevraagd het gebruik van agrarische gronden te ontzien, zullen we naar andere opweklocaties moeten gaan kijken. Zie ook de opmerkingen bij 3.5 en 5.1.

5.5

5.6

de energiebehoefte in 2050 voorzien worden. Maak gebruik van de uitzonderingen zoals die door Hugo de Jonge in oktober 2023 zijn genoemd. Daarvoor is een bijlage opgenomen. Het initiatief aan de Koningsbeemdweg is in 2020 kenbaar gemaakt bij de gemeente. Op dat moment werd gewerkt aan de kaders voor grootschalige duurzame opwek. Daar voldoet het aan. De gemeente heeft verzocht om een principeverzoek in te dienen. Daar is nooit een formele reactie op gekomen. In 2023 is er een vervolggesprek geweest over de toepassing van het local4local -principe. Indiener heeft aangegeven dat zij samen kunnen werken aan 100% lokaal eigendom. Het project draagt ook nog eens bij aan het realiseren van Maasheggen.

5.7

6

6.1

6.2 6.3

6.4

De gemeente laat een enorme kans liggen door met dit beleid een stap terug te zetten. Er kan daarom verwacht worden dat bij de evaluatie blijkt dat er geen resultaat geboekt is. Er wordt verzocht om het project Koningsbeemdweg als uitzondering aan te merken. Er zou gebruik gemaakt moeten worden van tussendoelen. Het liefst per raadsperiode van 4 jaar. Er mist zelfreflectie over het gevoerde beleid van de afgelopen jaren. In het beleid mist de hybride warmtepomp en de airco, die het aardgasgebruik al flink kunnen terugdringen, ook als woningen nog niet voldoende geïsoleerd zijn.

Voorgesteld wordt om in het beleid te formuleren over het gebruik van agrarische gronden in eigendom van de gemeente door in pachtcontracten

Zie beantwoording bij 3.5, we voeren echter de motie van de gemeenteraad gewoon uit. De gesprekken lopen inderdaad al enige tijd. We hebben telkens aangegeven dat er meerdere zaken spelen, maar dat we in de basis niet onwelwillend tegenover het realiseren van een zonnepark aankijken. Toen het principeverzoek werd ingediend is ook aangegeven dat er nieuw beleid opgesteld zou worden en dat het ons logisch leek te wachten met een reactie tot het nieuwe beleid was vastgesteld. Indiener onderschreef deze gedachte. Er is toen ook aangegeven dat de gemeente liever zelf de zeggenschap over de opwekbronnen zou willen hebben middels 100% lokaal eigendom. Indiener heeft inderdaad meegedacht over de mogelijkheden daarvan. De motie die het gebruik van agrarische gronden voor grootschalige duurzame opwek onmogelijk maakt, maakt het initiatief op dit moment onmogelijk. Het is niet zozeer een stap terug wat betreft duurzame opwek. Zie beantwoording 3.5. Wij maken geen uitzondering voor het project.

Het beleid blijven we herijken en aanpassen, dus voor sommige onderdelen kunnen we de doelen ook later toevoegen. We zien dit als een langlopend proces en tussendoelen van vier jaar zien we hierbij als minder wenselijk. Dit is dan ook beleid voor de toekomst, niet een terugblik naar het verleden. In praktisch alle gevallen is eerst goed isoleren, en dus het terugbrengen van de warmtevraag, van belang. Ook dat reduceert het aardgasverbruik. En niet alleen het aardgas, maar ook het totale energieverbruik. In een matig geïsoleerd huis overstappen naar een hybride warmtepomp kan inderdaad, en zal aardgas besparen, maar de elektriciteit die het extra kost moet wel opgewekt worden. Daardoor bespaar je uiteindelijk wel aardgas, maar geen energie. We kiezen er daarom voor om eerst minder energie nodig te hebben en dan te kijken welke alternatieve vorm het meest geschikt is. Zie beantwoording bij 1.18

6.5

6.6

6.7

7

7.1

7.2

op te nemen dat uitsluitend biologische teelt is toegestaan. Bij nieuwbouw wordt niets gezegd over hoe deze voor te bereiden op de groei van elektrisch rijden en de mogelijkheid om een elektrische auto als thuisbatterij te gebruiken. Mogelijkheden zijn: parkeerplaatsen altijd op eigen grond en niet in de openbare ruimte te leggen of door een loze leiding van meterkast naar eigen parkeerplaats te verplichten. Zonnepanelen boven parkeerplaatsen: Waarom niet bij het Muldershofplein? Ook op andere plekken (bij bv LeisureLands) is het mogelijk. De benodigde vergunning is echter vaak een belemmering. Er wordt gepleit voor vergunningsvrij toestaan van zonnepanelen boven parkeerplaatsen.

De samenwerking tussen de gemeente en enkele vrijwilligersorganisaties wordt niet concreet ingevuld. Complimenten aan de organisatie van de participatiebijeenkomsten. Deze waren goed georganiseerd, voorbereid en vol enthousiasme en ambitie. Het is fijn om te lezen dat duurzaamheid leeft en er al op gestuurd wordt. Het conceptdocument is een goede eerste aanzet om er het gemeentelijk beleid nog meer sturing te geven op dat vlak. Tegelijk denk ik dat er meer nodig is om in 2050 als gemeente in alle opzichten energie- en klimaatneutraal te zijn. Scherpere en concretere formulering van de ambities kan leiden tot meer handvatten en controle en bijsturing door de jaren heen. In de tweede alinea van deel 1. A: Aanleiding staat: “Terwijl op wereldschaal wordt gewerkt om de opwarming van de aarde te beperken, moeten we in Mook en Middelaar leren omgaan met de gevolgen.” Bedoeld wordt

Er zijn op dit moment maar weinig auto’s die de functie van thuisbatterij kunnen vervullen. Dat zal in de toekomst ook anders zijn, maar wij zien geen noodzaak om nu woningbouw daar op aan te passen. Een oplaadpunt aan huis bij een parkeerplaats op eigen terrein is wel mogelijk.

Zie beantwoording bij 1.1. Vergunningsvrij bouwen van zonnepanelen boven parkeerplaatsen levert meerdere bezwaren op: - Het aangezicht van de gemeente verandert er door en daarom is het goed om de gemeente een vergunning te laten verstrekken. - We pleiten in dit beleid voor lokaal eigendom en local4local beleid om zo iedereen van lokale energie te kunnen laten profiteren. Als iedereen met een eigen parkeerterrein hiermee aan de slag gaat, verliezen we de grip om deze plekken onderdeel te maken van de energiegemeenschap. Dat klopt, dat doen we immers op basis van projecten en kan steeds veranderen. Daarom leggen we dat nu niet vast. Hartelijk dank voor de complimenten. We onderschrijven de stelling dat er nog meer nodig is om in 2050 energie- en klimaatneutraal te zijn. Daarom herijken we dit beleid tweejaarlijks.

Dat klopt en passen we aan.

7.3

waarschijnlijk dat we in M&M zowel moeten werken aan het beperken van de opwarming én het leren omgaan met de gevolgen, maar dat is niet wat er staat. Deel 2B: Duurzame ambitie: Uitstekende ambities, wel hooguit proberen om deze situatie eerder te bereiken dan 2050 om tegenslagen op te kunnen vangen. De ambitie voor biodiversiteit daarentegen is leeg, nietszeggend. Er zal altijd een balans ontstaan, ook als dat een hele negatieve is. Bovendien is biodiversiteit een gevolg van invloeden uit de omgeving en daarmee ook van beleid. Het onderdeel biodiversiteit kan dus ook versterkt worden door te beginnen met een definitie, net als bij de andere onderwerpen.

7.4

7.5

Vervolgens moet er een ambitie gekoppeld worden aan de doelstellingen om beleid te kunnen vormen. Een paar voorbeelden hiervoor worden genoemd. Deel 2B: Evalueren, herijken en vooruitkijken. Het evalueren is nog niet in de agenda opgenomen, terwijl het juist de evaluatie is die de agenda voor de daarna komende jaren zal bepalen. Het lijkt me zinvol om die evaluatie te doen aan de hand van kengetallen, zoals energieverbruik, luchtkwaliteit etc. (in plaats van “even achteruit kijken om de situatie te schetsen”, dat klinkt erg vrijblijvend). Deze opmerking impliceert tevens dat er zo veel mogelijk kengetallen voorhanden moeten zijn, voor alle 5 aspecten én dat die kengetallen elke twee jaar beschikbaar moeten zijn/komen. Het onderdeel Visie vind ik niet makkelijk te lezen, het is moeilijk overzicht te krijgen, waarschijnlijk omdat er in dit hoofdstuk heel veel samengevoegd wordt en de subtitels steeds met vragen worden aangeduid. Er staan ontzettend veel goede dingen in dit hoofdstuk, maar voor mij is het verwarrend, vooral omdat niet alles een “visie” is.

Zie beantwoording bij 7.1

Op het thema biodiversiteit is een aanscherping geformuleerd.

Verschillende getallen komen op verschillende momenten beschikbaar. Bij de evaluatie gebruiken we de beschikbare getallen.

Een complex onderwerp is moeilijk eenvoudig op te schrijven. In de eerdere concepten hebben we een andere indeling aangehouden, maar dat maakte het nog complexer. Sommige thema’s (denk aan energieneutraal) bestaan uit meerdere onderdelen (zoals warmte, elektriciteit, etc.) Daardoor lopen er inderdaad wel eens onderwerpen door elkaar. We kijken bij de eerstvolgende herijking of we hierin kunnen verbeteren.

Mijn voorstel is om dit hoofdstuk een meer overzichtelijke structuur te geven. Dat maakt het leesbaarder en de inhoudelijke aspecten beter te controleren en bij te sturen. Dit kan bijvoorbeeld door de algemene toelichting per onderwerp (het belang van het onderwerp voor duurzaam) in een apart hoofdstuk te plaatsen. 7.6

Voor zowel klimaatadaptatie als biodiversiteit zou het zeer nuttig kunnen zijn om een doelstelling te hebben voor het maximaal percentage te bebouwen oppervlak, het oppervlak (natuurinclusieve) landbouw en het oppervlak natuur, alsmede een verdeling ervan over de gemeente, zodat gericht gestuurd kan worden op aspecten die voor biodiversiteit als klimaatadaptatie van belang zijn.

7.7

Deel 3: - Er staan een aantal aspecten in dit hoofdstuk die eerder visie zijn dan uitwerking, zoals bijvoorbeeld het streven om in 2030 alle geschikte daken voorzien te hebben van zonnepanelen. In dit hoofdstuk horen dan de gezamenlijke inkoopacties en regelgeving thuis. - Onder Elektriciteit nieuwbouw staat: Bestaande woningen aanpassen en verduurzamen is een enorme klus. Het is efficiënter om bij nieuwbouw duurzame en energie-neutrale woningen te bouwen. Onder Klimaatadaptatie staat: Hierbij moet wel worden gezegd dat er binnen de gemeente maar beperkte ruimte bestaat voor nieuwbouwprojecten. Daarom is dus ook de keuze gemaakt om de plannen met name te richten op de bestaande bouw. Dit is haast een soort kringverwijzing… Voor zowel nieuwbouw als bestaande bouw moeten maatregelen komen voor energieneutraal, klimaatneutraal, klimaatadaptatie, circulair en biodiversiteit.

Via de 3-30-300-norm streven we naar een percentage groen. In het bestemmingsplan/omgevingsplan wordt per plan gekeken naar het maximaal te bebouwen oppervlak.

In de visie staat wat we willen doen, in deze uitwerking staat een specifieker doel met een daaraan gekoppeld project.

Uiteraard wordt er aan beide gewerkt. Wat nieuw is moet meteen goed zijn, maar daar zorgt de wetgeving grotendeels al voor. Gemeentelijke inzet moet dus meer gericht zijn op het verduurzamen van de bestaande gebouwde omgeving.

- Paris proof wordt nergens genoemd, maar biedt voor de bebouwde omgeving wellicht goede doelstellingen, oplossingen en maatregelen om bij aan te sluiten. 8

De Paris proof indicator geeft aan hoeveel broeikasgassen (uitgedrukt in CO2-equivalent) vrijkomen tijdens de productie en bouw en kan inderdaad helpen bij het concretiseren van het beleid. Waar nodig zal deze dan ook geraadpleegd worden. Het behoud van onze natuur is van groot belang voor de toekomst van Mook en Middelaar. Zowel qua leefomgeving als qua toerisme. Daarom willen wij voor de natuurgebieden veel nauwer samenwerken met de betrokken organisaties.

8.1

Ambitieus biodiversiteitsbeleid We begrijpen dat Mook en Middelaar, als kleine gemeente, kiest om niet ambitieuzer te zijn dan de wettelijke kaders en landelijk/provinciaal beleid. Echter, vanwege de relatief hoge biodiversiteit in de gemeente zou deze een grotere verantwoordelijkheid, dan afgedwongen door rijk of provincie, moeten nemen wat betreft behoud en herstel biodiversiteit. Dit geeft de gemeente de kans zich te profileren op wat nu nog haar kracht is: het prachtige cultuur landschap en de natuur. Zonder serieuze ambitie staan dit landschap en de natuur continu onder druk.

8.2

Concrete plannen en snel handelen De opgave die uit het duurzaamheidsbeleid volgt is fors. Het advies is dan ook om zo snel mogelijk handen en voeten te geven aan het beleid. Welke concrete doelen worden gesteld en welke concrete maatregelen gaat de gemeente wanneer uitvoeren? Daarbij is tijd van belang en we geven de gemeente mee om zo snel als mogelijk tot uitvoering te komen waarbij het laaghangend fruit al dit jaar geëffectueerd kan worden.

Nadat het beleid is vastgesteld door de gemeenteraad zal het college een uitvoeringsagenda voor de komende twee jaar vaststellen.

8.3

Samenwerking met Animo Animo biedt aan om de gemeente zowel adviserend als uitvoerend hierin te ondersteunen. De activiteiten van Animo hebben nu al een milieu impact zoals het zwerfafval inzamelen. Samen met de gemeente kan Animo onderzoeken welke andere concrete activiteiten bijdragen aan een gezonder milieu binnen de gemeente. Hier kunnen snel de achterban en vrijwilligers worden ingeschakeld.

Hartelijk dank voor het aanbod. We zullen er waar nodig graag gebruik van maken.

8.4

Participatie van burgers Sowieso is Animo groot voorstander van een actief participatiebeleid binnen de gemeente. Het is onze mening dat de gemeente moeilijk kan komen tot een succesvolle uitvoering van het beleid als niet lokale organisaties en burgerinitiatieven in stelling worden gezet. En actief participatiebeleid vergt een serieuze inzet vanuit de gemeente. Onze ervaring met het activeren van bewoners willen we graag hiervoor inzetten.

8.5

Energietransitie a. Zonnecellen op daken stimuleren en subsidiëren. Idem buurtbatterijen. b. Werk maken van een soortenmanagementplan te maken zodat iedereen verder kan met isoleren. c. Spaarzaam omgaan met openbare verlichting en ledverlichting op zonnecellen (zo natuurvriendelijk mogelijk). d. Sterk inzetten op energiebesparing bij bedrijven, overheid en particulieren e. Samenwerking met Stroom van Hier kan wellicht opleveren dat er snel gestart kan worden met stroomopwekking op bedrijfspanden en parkeerplaatsen.

8.6

Klimaatadaptatie a. Als er niets gedaan wordt aan waterbeheer worden bos en heide op de Mookerschans en de St Jansberg bedreigd vanwege tekort aan water

b. De Landelijke Maatlat Groene Klimaatadaptatie Gebouwde Omgeving opnemen in de Omgevingsvisie 8.7

Biodiversiteit a. De huidige ambitie op biodiversiteit, beschreven in het duurzaamheidsbeleidsplan is uiterst vaag. b. De gemeente stelt in het duurzaamheidsbeleid dat zij de buitengebieden graag meer biodivers wil maken

Zie beantwoording bij 8.3

a. Dat staat genoemd in het beleid b. Het SMP staat op de agenda. We trekken daarin met de regio op. c.

Zie beantwoording bij 1.2. We kijken ook naar slimme systemen.

d. Daarvoor gaan we aan de slag met de Green Deal voor bedrijven

e. Er is regelmatig contact met Stroom van Hier. Het vinden van geschikte daken is echter erg lastig.

a. Wij zijn als gemeente geen eigenaar / beheerder van deze gebieden, maar we zoeken de samenwerking met de eigenaren wel op. Bij de Sint-Jansberg zijn de mogelijkheden tot infiltratie van de grond beperkt. Dit heeft o.a. te maken met de grondwaterstand. b. Het vastgestelde duurzaamheidsbeleid wordt gebruikt als input voor de omgevingsvisie. Biodiversiteit a. Dat zullen we scherper verwoorden met duidelijkere criteria, bijvoorbeeld vanuit de Vogel- en habitatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water. b. Die oproep nemen wij ter harte.

(dit in tegenspraak met haar gestelde ambitie). Er ontbreken vooralsnog concrete maatregelen hiertoe. Oproep om in samenwerking met ecologen en natuurverenigingen, met een ambitieus plan te komen waarin concrete maatregelen zijn opgenomen. c. De Spoorzone, waar Animo al ca. 15jr actief beheer uitvoert voor behoud c.q. uitbreiding van de biodiversiteit, is inmiddels een zeer biodivers gebied. Hier een natuurbestemming aan geven. d. Ook aandacht voor biodiversiteit op en rond de Bisselt e. Stimulering van aanleg struweelheggen (vrij groeiend, snoei eens per zes jaar) i.p.v. knip en scheerheggen (snoei per 1-2 jaar) ter bevordering van de biodiversiteit. f. Geen toerisme uitbreiden. Ook niet als dit duurzaam gebeurt. Het wordt te druk in de natuur op veel plekken. g. Subsidie op plan tegel eruit in de tuinen. h. Het Rijk en de provincie willen meer bomen, dus het bomenregister zal uitgebreid moeten kunnen worden, want anders zijn de nieuwe bomen nooit beschermd. i. Bakenbomen: Aansluiten bij het plan in het land van Cuijk. Zorgen dat de bakenbomen die binnenkort omvallen i.v.m. natuurlijke oever nu al vervangen worden, meer het land in. j. Vergroenen parkeerplaatsen en bedrijfsterreinen: voorstel om parkeerplaatsen en bedrijfsterreinen minimaal voor 30% groen in te richten. k.

Wij stellen voor om de groennorm 3-30-300 vanaf nu continu mee te nemen bij beslissingen en vergunningen bestaande bouw en nieuwbouw l. Voorstel om ook onze gemeente het planten van extra bomen in haar Duurzaamheidsbeleid opneemt. m. Eerder starten met vergroening tuinen. Samenwerking met bestaande burgerinitiatieven tot open tuinen, adoptie openbaar groen, plantenruilbeurs, etc. kunnen nu al plaatsvinden en heeft direct resultaat.

c. Op 2 november 2023 is hiervoor de motie Spoorzone aangenomen. Hierbij is aangegeven dat de bestemming bedrijventerrein voor het gebied Spoorzone moet komen te vervallen en dat het primair dient te worden ingezet voor natuur en in de toekomst mogelijk woningbouw in het zuidelijke deel. d. Daar hebben wij aandacht voor. e. Er wordt al aandacht besteed aan struweelheggen. Dit komt met name tot uiting in het project Maasheggen, waarin erop wordt gefocust om het Maasheggenlandschap weer terug te brengen. f. Mits verantwoord zien wij wel mogelijkheden voor het uitbreiden van toerisme. g. We stellen voor om tot een subsidieregeling klimaatadaptief wonen te komen. Dit kan daar onderdeel van uitmaken h. Met het streven naar de 30%-norm (wat inhoudt dat er 30% groen moet zijn) en de 330-300-regel is aanplant van bomen al onderdeel van het beleid. i. Zie beantwoording bij 1.9.

j. We gaan een Green Deal aan met bedrijven. Vergroenen of overkappen met zonnepanelen van parkeerterreinen wordt daarin meegenomen. k. Daar waar het grotere nieuwbouwprojecten betreft is dat het streven. Voor de kleinere projecten zien we hier mogelijk obstakels in. l. zie beantwoording bij h. m. Dit wordt onderdeel van de subsidieregeling klimaatadaptief wonen.

9

8.8

Circulariteit -Voorstel om bij nieuwbouwprojecten uitsluitend circulair bouwen toe te staan.

Uitsluitend gaat te ver. De ambities om in 2030 al 50% circulair te bouwen wordt al lastig genoeg.

9.1

In Mook en Middelaar leven we met een grote rijkdom aan natuur. Daardoor zijn onze kernen omringd door natuur, en hoewel de kernen best al wel groen zijn, kunnen ze met natuurinclusief beleid nog veel groener worden. Er zijn diverse oorzaken van het onder druk staan van de natuur. Hierbij worden ook diverse voorbeelden genoemd. Er is behoefte aan een overzicht met een kaart van de gemeente waarin deze factoren en hun gevolgen tot op detailniveau zijn uitgewerkt. Daarmee kan het biodiversiteitsbeleid gestuurd worden. We zouden graag drie principes gehanteerd willen zien die gebaseerd zijn op een gedegen kennis van de ecologie en de relatie tussen natuur en mens: basiskwaliteit natuur, ruimte voor natuurlijke ontwikkeling en samenhang tussen natuur.

Daarvoor zijn voorstellen gedaan in dit beleid.

In het concept duurzaamheidsvisie missen we belangrijke ecologische principes, zoals de basiskwaliteit van de natuur, de ruimte voor de natuurlijke ontwikkeling en de samenhang tussen natuur. Voor het behoud van de kwaliteit van natuur en landschap zou het gemeente- en grensoverschrijdend overleg moeten worden versterkt. We zouden als focusgroep biodiversiteit vanuit onze deskundigheid daar graag bij betrokken willen worden. We denken dat het belangrijk is voor de gemeenschap van Mook en Middelaar om vanuit een sterke eigen visie op biodiversiteitsbeleid het gesprek met de omgeving aan te gaan. We missen nu nog een fundering in ecologische principes. Voor de uitwerking naar de Omgevingsvisie en de formulering van concreet beleid hebben we in dit advies een aantal ideeën geopperd. Op pagina 5, wordt in de paragraaf Opwek in de laatste alinea genoemd: “De mogelijke opwek van 73 TJ uit

We stellen inderdaad voor om actiever de samenwerking met andere betrokkenen op te zoeken. We maken graag gebruik van de deskundigheid van de focusgroep.

9.2

9.3

9.4

9.5

10

10.1

We nodigen u van harte uit om dit samen met ons op te pakken.

Deze principes zien wij, in andere bewoording, terugkomen in het beleid.

In onze visie op biodiversiteit hebben we niet letterlijk de principes genoemd, maar dit wil niet zeggen dat we deze niet onderkennen. We zullen dit dus duidelijker omschrijven in het onderdeel biodiversiteit. Dat weten we nog niet exact. Het gasverbruik in Mook en Middelaar ligt energetisch bijvoorbeeld 3x hoger dan het

11

trede 1 is nog geen 20% van de totale elektriciteitsbehoefte in 2050. Om toch te kunnen streven naar een energie- en klimaatneutrale gemeente in 2050, zijn we dus ook afhankelijk van andere vormen van duurzame opwek". Die andere vormen moeten dus verreweg het grootste deel leveren. Daarom zou daarover veel meer moeten worden toegelicht in het Duurzaamheidsbeleid: welke vormen zijn dit, hoeveelheid energie per vorm, betaalbaarheid, realiseerbaarheid enz. Kan dit worden toegevoegd?

elektriciteitsgebruik. Verdere elektrificatie kan wel, maar het is de vraag of we de volledige energiebehoefte kunnen elektrificeren. Alternatieve duurzame gassen zouden dus ook een optie moeten zijn, maar het is nog niet duidelijk of en wanneer deze beschikbaar komen. Daarom is het nu nog erg moeilijk hier concrete invulling aan te geven.

10.2

Op pagina 23 wordt gesproken over zonnepanelen boven parkeerplaatsen. Hier is een kans om het parkeerterrein van station Molenhoek van zonnepanelen te voorzien. Kan dit parkeerterrein expliciet genoemd worden? Kunnen hier ook andere parkeerterreinen expliciet genoemd worden?

We hebben het in algemene zin over parkeerplaatsen. Dat is het beleid. In verdere uitwerking kijken we uiteraard wel naar concretere plekken.

11.1

Voor elektriciteit ontbreken concrete getallen om beleid meetbaar te maken. Dit geldt voor zowel verbruik als opwek. Benoem per maatregel hoeveel besparing deze dient te realiseren. Benoem per opwek de verwachte capaciteit. Dit helpt de effectiviteit van maatregelen inzichtelijk maken. En maakt de lokale balans van verbruik en opwek inzichtelijk. Benoem per getallen hoeveel energie wil je gaan besparen met elke maatregelen. Hoeveel opwekken en waarmee. Wat betekent dat.

De cijfers omtrent het verbruik en de opwek zijn bekend en die worden met enige regelmaat gepubliceerd. Als we per maatregel gaan kijken dan zal dat verder uitgewerkt worden in de projectplannen bij die maatregel. Echter, het is altijd onbekend hoeveel deelnemers we hebben aan bepaalde projecten en wat het oplevert. Je meteen al vastpinnen is dus niet verstandig. Door regelmatig te evalueren en herijken krijgen we steeds meer grip op wat wel en wat niet werkt.

Er wordt voor 2050 een gebrek aan duurzaam opgewekte elektriciteit voorzien. Er staat niet benoemd hoe, met welke duurzame opwek, dit voorziene gat tussen verbruik en opwek gedicht wordt. Vul dat in met concrete plannen en cijfers van opwek voor een sluitend beleid dat inzichtelijk en meetbaar blijft.

Zie beantwoording bij 3.5.

11.2

Gemeente Welk duurzaam mobiliteitsbeleid gaat de gemeente voeren? Een uitgelezen

Het belangrijkste is dat we bij de inrichting van nieuwe plannen lopen, fietsen en het openbaar vervoer stimuleren. Dat is schoner vervoer en vraagt minder ruimte, zodat er ook ruimte vrij

11.3

kans voor de gemeente om het goede voorbeeld te geven.

kan komen voor een groene inrichting.

Goed dat maaibeleid natuurvriendelijker wordt. Maar hoe en met welke eisen? Voorstel 1: borg expertise van medewerkers door cursus Kleurkeur van Vlinderstichting. Dat omvat ook balans houden tussen biodiversiteit en verkeersveiligheid. Voorstel 2: als je bermen inzaait, zorg dat je geschikte bloemenmengsels gebruikt t.b.v. biodiversiteit (geen ‘carnavalsmengsels’). Openbare ruimte

Deze tips worden gewaardeerd, we kijken hoe we deze in de uitvoering kunnen betrekken.

In het beleid ontbreekt de concrete uitwerking: hoe krijgen klimaatadaptatie en schoner duurzamer verkeer een plek in inrichting en plannen? Dat kan via concrete normen voor inrichting zoals eenrichtingsverkeer, bredere fietspaden, obstakels en groen, bomen, betere trottoirs. Maar dit alles ontbreekt en daarmee is beleid onvoldoende concreet en meetbaar.

We bezien hoe welke verbeteringen mogelijk zijn. Echter, het is natuurlijk logisch om eerst te kijken welke koppelkansen er zijn en daar voor nu de nadruk op te leggen. Het streven naar de 3-30-300-norm zorgt ook voor openbaar groen in de buurt. Daar zijn ook speelplekken en ontmoeting mogelijk. We dienen echter eerst in kaart te brengen wat deze regel voor de bestaande bebouwing zal betekenen.

Het beleid zou meer moeten sturen op borgen van voldoende openbaar groen en ontmoet- en speelplekken. Dus naast meekoppelkans bij herinrichting van wegen. Dus meer openbaar groen en niet nog meer asfalt en parkeerplaatsen zoals bij supermarkten. 11.4

12

12.1

13

13.1

Kansen in kringlopen Er ontbreken in het beleid aanknopingspunten voor lokale (duurzame) productie van grondstoffen (hout, biobased isolatie, voedsel). Dat zou perspectief bieden voor lokale ketens tussen burgers, boeren en bouwers. Indiener mist een duidelijke onderbouwing van het begrip biodiversiteit en geeft meerdere suggesties die meegenomen kunnen worden. De gemeente wil dat haar inwoners, bedrijven en organisaties kunnen profiteren van duurzame elektriciteit tegen een eerlijke prijs. Vooral de

Zie beantwoording bij 1.18.

Hier is een alternatieve formulering toegevoegd.

Zie o.a. de beantwoording bij 3.5

13.2

13.3

fossiele stroomvoorziening wordt steeds duurder. Het stimuleren van grootschalige opwek van duurzame energie heeft een grote positieve impact op de energierekening. De gemeente Mook en Middelaar stelt dat in 2030, 70% van de opgewekte elektriciteit in hernieuwbaar moet zijn. De gemeente maakt gelukkig enorme stappen in de eerste trede van de zonneladder, maar concludeert ook dat in de eerste trede nog geen 20% van de totale elektriciteitsbehoefte in 2050 kan worden opgewekt. Ook wordt gesteld dat relatief weinig opwek gerealiseerd kan worden in de tweede en derde trede van de zonneladder. Dit betekent dat zonder grootschalige energieprojecten de gemeente de gestelde doelstellingen niet gaat halen. Daarom de oproep om de ontwikkeling van zonneparken binnen de vierde trede van de zonneladder niet uit te sluiten, maar aan te sluiten bij de landelijke en provinciale beleidskaders voor het gebruik van agrarische gronden voor grootschalige opwek (nee, tenzij principe). De zorgen rondom zon op landbouwgrond zijn begrijpelijk. Tegelijkertijd constateren wij dat de discussie vaak verzandt in een harde tegenstelling tussen hernieuwbare energie en landbouwgrond. Deze zienswijze is bedoeld om de discussie van nuance te voorzien en de mogelijkheden en voordelen van de synergie tussen zonne-energie en de agrarische sector helder uiteen te zetten.

Zon op agrarisch land: - Is maar 0,12 % - Geeft zekerheid qua inkomsten voor agrariërs - Behoudt autonomie voor agrariërs over wat er op hun land gebeurt. - Kan ruimtelijk goed ingepast worden met maatwerk. De gemeente wordt opgeroepen om de mogelijkheden van zonne-energie op landbouwgrond te omarmen

Zie o.a. de beantwoording bij 3.5

Deze nuance wordt gewaardeerd. Zie verder de beantwoording bij 3.5.

14

13.4

Een zonnepark kan een significante bijdrage leveren aan de aspecten biodiversiteit en klimaatadaptatie. Voor natuur liggen er volop kansen op zonneparken en zeker in intensief agrarisch gebied zou een zonnepark kunnen bijdragen aan de verhoging van de biodiversiteit. Onder de juiste voorwaarden bieden zonneparken juist kansen voor de natuur.

Zie de beantwoording bij 3.5

13.5

Visie ‘grootschalige opwek van duurzame energie’ De gemeente heeft in de vastgestelde visie ‘grootschalige opwek van duurzame energie’ een kaart gepubliceerd met locaties waar mogelijk een zonnepark zou kunnen worden ontwikkeld. Dit is een relatief grote oppervlakte, maar er is geen rekening gehouden met de belangen van Rijkswaterstaat (RWS). Wij roepen de gemeente op om op de overgebleven gronden zonneparken mogelijk te maken.

Bij de visie voor grootschalige duurzame opwek zijn vooral kaarten toegevoegd waar we ruimtelijke beperkingen zien. Dat houdt ook in dat er plekken zijn waar die ruimtelijke beperkingen kleiner zijn. Zie verder de beantwoording bij o.a. 3.5

14.1

Bij het lezen van uw duurzaamheidsvisie miste ik de mogelijkheden van natuurinclusieve landbouw. De mogelijkheden van agroforestry worden nader toegelicht: Denk hierbij o.a. aan het versterken van het buitengebied, klimaatadaptatie en -mitigatie en recreatie.

Dat ontbreekt inderdaad. Het bekijken van mogelijkheden van natuurinclusieve landbouw zijn in de visie toegevoegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=2d7066e2-e2bc-486e-8528-ba98608f19b3