Bijlage 5 RV bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021 -Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Toelichting -
Landgoed De Kleine Lier 2021 Gemeente Mook en Middelaar
BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -
Landgoed De Kleine Lier 2021 Gemeente Mook en Middelaar
IDN-nummer:
NL.IMRO.0944.BPDEKLEINELIER2021-VA01
Status:
vastgesteld
Datum:
30 september 2021
Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen
Locatie Vught Parklaan 21 5261 LR Vught
024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Geldend bestemmingsplan Ligging plangebied Leeswijzer
5 6 7 7
Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied
9
2.1 2.2 2.3
9 9 10
Ontstaansgeschiedenis Ruimtelijke en functionele context Huidige situatie
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving
13
3.1 3.2 3.3 3.4
Algemene uitgangspunten ontwikkeling landgoed Ontwikkeling natuur Hergebruik / herbouw t.b.v. landgoedwoning en ondergeschikte opslagschuur Aanvullende kwaliteitsbijdragen
13 14 18 24
3.5 3.6
Openstelling van het landgoed Verkeer en parkeren
25 26
Hoofdstuk 4 Beleidskader
29
4.1 4.2 4.3 4.4
29 29 31 37
Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal en gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten
41
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10
41 41 42 43 44 45 47 51 54 56
Inleiding Bodem Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Ecologie Water Archeologie en cultuurhistorie Kabels en leidingen
Hoofdstuk 6 Juridische opzet
57
6.1 6.2
57 57
Inleiding Uitgangspunten
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
3
6.3 6.4 6.5 6.6
Toelichting op de planregels Bestemmingen Algemene regels Overgangs- en slotregel
58 59 60 61
Hoofdstuk 7 Haalbaarheid
63
7.1 7.2 7.3 7.4
63 63 63 64
Inleiding Economische haalbaarheid Maatschappelijke haalbaarheid Conclusie
Hoofdstuk 8 Procedure
65
8.1 8.2 8.3 8.4 8.5
65 65 65 65 66
De te volgen procedure Kennisgeving Omgevingsdialoog Wettelijk vooroverleg Vaststelling
Toelichting
4
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Ten noordoosten van de kern Molenhoek, gemeente Mook en Middelaar, ligt het Lierdal. Het meest oostelijke deel van dit tussen Molenhoek en Malden (gemeente Heumen) gelegen gebied wordt gevormd door het driehoekig gebied 'de Kuil'. Het gebied 'de Kuil' is ontstaan door een voormalige zandafgraving en ligt, zoals de naam doet vermoeden, lager dan de randen van het gebied. Binnen 'de Kuil' zijn aan de westelijke zijde een voormalige manege (nu tandartsenpraktijk), drie opslagschuurtjes en een verloederde paardenstal met buitenopslag aanwezig. De overige gronden binnen 'de Kuil' betreffen agrarische gronden c.q. weiland, met aan de noordoostzijde een bos- en heidegebiedje. Met name de verloederde paardenstal met buitenopslag zorgen voor een negatieve uitsraling naar buiten toe. Inmiddels bestaat het voornemen om een deel van het gebied 'de Kuil' te ontwikkelen tot landgoed: Landgoed De Kleine Lier. Het beoogde landgoed De Kleine Lier beslaat een oppervlak van ca. 5,3 ha. Binnen het landgoed wordt ca. 5 ha aan natuur ontwikkeld. Daarnaast wordt de verloederde paardenstal gesloopt en wordt de buitenopslag volledig verwijderd. Binnen de footprint van de paardenstal wordt één landgoedwoning opgericht, die qua bouwstijl verwijst naar de voormalige paardenstal. Bij de landgoedwoning wordt een ondergeschikte opslagschuur opgericht.
Binnen de opslagschuur kan een deel van de goederen die nu buiten zijn opgeslagen worden gestald. Tevens kunnen de werktuigen die worden gebruikt voor het beheer van het landgoed binnen deze opslagschuur worden opgeslagen. Door de ondergeschikte opslagschuur bij de landgoedwoning op te richten en de buitenopslag te laten vervallen, wordt het gebied als het ware opgeruimd. De landgoedwoning en de opslagschuur worden op passende wijze landschappelijk ingepast in het te ontwikkelen landschap. Naast de natuurontwikkeling en de herbouw/hergebruik van de landgoedwoning met ondergeschikte opslagschuur in combinatie met landschappelijke inpassing, vinden tevens aanvullende kwaliteitsbijdragen plaats. Hierbij wordt o.a. een schaapskooi binnen het landgoed gerealiseerd. Tot slot geldt dat het landgoed voor 90% openbaar toegankelijk wordt gesteld, zodat het landgoed beschikbaar is voor extensief recreatief medegebruik. Met de ontwikkeling van het landgoed, wordt zo ingezet op versterking van de natuur, het landschap en de recreatieve functie van het gebied. Voor het Lierdal als geheel is door de gemeente Mook en Middelaar en de gemeente Heumen op basis van een landschapsplan 'Gebiedsvisie het Lierdal', de structuurvisie 'Het Lierdal 2010-2020' opgesteld. Deze structuurvisie vormt het beleidskader om met maatwerk nieuwe bestemmingen voor dit gebied mogelijk te maken.
De ontwikkeling van landgoed De Kleine Lier wordt op basis van de structuurvisie gezien als een kans waarop de gemeente moet kunnen anticiperen. In het bestemmingsplan 'Het Lierdal' uit 2011 zijn de ambities uit de structuurvisie waar mogelijk voorzien van een juridische regeling. Ter plaatse van het plangebied is in het bestemmingsplan 'Het Lierdal' deze kans echter noch direct, noch indirect door middel van een afwijking of wijziging mogelijk gemaakt. Om de realisering van het landgoed De Kleine Lier planologisch-juridisch mogelijk te maken, dient dit bestemmingsplan te worden herzien. Hiertoe is dit bestemmingsplan opgesteld. Dit document voorziet in de toelichting op het bestemmingsplan dat de ontwikkeling van het landgoed De Kleine Lier planologisch-juridisch mogelijk maakt.
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
5
1.2
Geldend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied gelden de bestemmingsplannen 'Het Lierdal' (vastgesteld 8 december 2011) en 'Mook en Middelaar' (vastgesteld 4 juli 2013). Op basis van het bestemmingsplan 'Het Lierdal' is het plangebied bestemd als 'Agrarisch met waarden'. Binnen het plangebied zijn de functieaanduidingen 'houtsingel', 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - paardenstal' en 'natuurwaarden' gelegen. Ook geldt voor een oostelijk deel van het plangebied de gebiedsaanduiding 'geluidzone - spoor'. Voor wat betreft de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - paardenstal' geldt dat dit deel van het bestemmingsplan 'Het Lierdal' is vernietigd na uitspraak van de Raad van State d.d. 30 januari 2013. In het bestemmingsplan 'Mook en Middelaar' is ten behoeve van de paardenstal een nieuwe, passende regeling opgenomen.
Uitsnede geldende bestemmingsplannen met plangebied bij rode contour
Binnen het plangebied is een bouwvlak opgenomen, waar alleen een paardenstal (120 m2) met een maximum bouwhoogte 4,5 meter opgericht mag worden. Daarnaast geldt dat de gronden binnen het plangebied primaire bestemd zijn voor agrarische doeleinden. Op grond van de geldende bestemmingsplannen is het daarom niet mogelijk om het beoogde landgoed te ontwikkelen, in het bijzonder de landgoedwoning met opslagschuur en de natuurontwikkeling in combinatie met de beoogde landschappelijke inpassing. Door middel van dit bestemmingsplan worden de geldende bestemmingsplannen herzien, waarmee de ontwikkeling van een landgoed bestaande uit ca. 5 ha natuur, één landgoedwoning met ondergeschikte opslagschuur en aanvullende kwaliteitsbijdragen (waaronder een schaapskooi) planologisch-juridisch gezien mogelijk wordt.
6
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
1.3
Ligging plangebied
Het plangebied, zoals dat in dit bestemmingsplan wordt geregeld, beslaat grofweg het driehoekige gebied gelegen tussen de woonbebouwing van Molenhoek aan de zuidzijde, de bosgebieden van het Maldens Vlak aan de noordzijde, de spoorlijn Nijmegen-Roermond met daarachter de bosgebieden van de Mulderskop aan de oostzijde en het in het Lierdal gelegen sportpark aan de westzijde. De noordoostelijke en zuidelijke punt van de driehoek vallen buiten het plangebied. Ook zijn de voormalige manegebebouwing (tandartsenpraktijk in de huidige situatie) en aangrenzende gronden met drie schuurtjes buiten het plangebied gelegen. In het circa 5,3 hectare omvattende plangebied zijn met name agrarische gronden aanwezig, aangevuld met een enkel bosperceel. Aan zuidzijde van het plangebied is een cluster van bebouwing, bestaande uit een paardenstal en buitenopslag, aanwezig. Behoudens dit cluster is het plangebied onbebouwd. De wijdere omgeving van het plangebied wordt in noordelijke en oostelijke richting gevormd door de bosgebieden op de westelijke helling van de stuwwal van het Rijk van Nijmegen. Richting het zuiden liggen de kernen Molenhoek en Mook en naar het westen toe wordt het verder overwegend agrarische Lierdal doorsneden door de provincialeweg N271, het Maas-Waalkanaal en het tussen de weg en het aan het kanaal gelegen bedrijventerrein.
Ligging plangebied (gele contour) in omgeving
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk wordt eerst een beschrijving van de omgeving van het plangebied en het plangebied zelf gegeven in Hoofdstuk 2. In Hoofdstuk 3 wordt een beschrijving van het planvoornemen gegeven. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 4 ingegaan op de relevante beleidskaders van het Rijk, de provincie en de regio en gemeente. In Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten. In Hoofdstuk 6 wordt aangegeven hoe het planvoornemen is verwoord in de planregels (juridische planopzet). Tot slot wordt in Hoofdstuk 7 en Hoofdstuk 8 ingegaan op respectievelijk de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid van het planvoornemen en de procedure.
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
7
8
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving plangebied
Ontstaansgeschiedenis
Het plangebied omvat het oostelijke deel van het Lierdal en markeert de overgang van het lager gelegen open Maasdal naar de beboste hellingen van de stuwwal. Deze overgang wordt nog nader geaccentueerd als gevolg van het feit dat de locatie een voormalige zandafgraving betreft ('de Kuil'). Rond 1850 bestond een groter deel van het plangebied uit bos en heide dan nu het geval is. Momenteel is alleen de uiterste noordoostpunt van het plangebied bebost, de rest is open landbouwgrond geworden en als zodanig in gebruik. Binnen 'de Kuil' is een paardenstal met buitenopslag en een voormalige manege met drie opslagschuurtjes gelegen. De manege is tegenwoordig in gebruik als bedrijfswoning behorende bij een tandartsenpraktijk. Ter hoogte van de drie opslagschuurtjes en de voormalige manege was reeds voor de afgraving bebouwing aanwezig. Aangezien dit deel nooit is afgegraven, ligt de manegebebouwing met schuurtjes dan ook hoger ten opzichte van het centrale deel van 'de Kuil'. De paardenstal en de buitenopslag zijn binnen het plangebied gelegen. De paardenstal is pas na het gereedkomen van de zandafgraving ontstaan, vanaf de jaren '70 van de vorige eeuw. Deze bebouwing ligt daarom lager dan de weg en de noordelijk gelegen manegebebouwing. De buitenopslag is later bij de paardenstal toegevoegd.
Door enerzijds de forse en niet landschappelijk ingepaste manegebebouwing en anderzijds de rommelige situatie bij de paardenstal (binnen het plangebied) is 'de Kuil' verworden tot een in ruimtelijk-kwalitatief opzicht voor verbetering vatbare locatie.
2.2
Ruimtelijke en functionele context
Het plangebied is gelegen aan de noordoostelijke grens van de gemeente Mook en Middelaar. De kern Molenhoek bevindt zich ten zuidwesten van het plangebied. Ten noorden van het plangebied is bosgebied met daarbinnen 'Zweefvliegveld Malden' gelegen. Ten oosten wordt het plangebied begrensd door een fietspad en de spoorlijn Nijmegen-Venlo. Verder ten oosten/zuidoosten is het heidegebied (Mulderskop) gelegen. De groenstructuur binnen en rondom het plangebied is van belang voor het beschrijven van de bestaande ruimtelijke structuur. De groenstructuur van het plangebied wordt voor een groot deel bepaald door de houtsingels aan de randen van het plangebied. Deze houtsingels zijn gelegen langs de wegen, spoorlijn en paden die mede de grenzen van het plangebied bepalen. Een andere belangrijke groene structuurdrager betreft het bos- en heidegebiedje aan de noordoostzijde. De overige groenelementen binnen het plangebied worden gevormd door verspreide bomen, struiken en groensingels bij de aanwezige bebouwing. Tenslotte is de wegenstructuur bepalend voor de ruimtelijke structuur van het plangebied. Het grootste deel van de plangrenzen loopt parallel aan de om het plangebied gelegen wegen, spoorlijn en paden, waarmee deze sterk bepalend zijn voor de ruimtelijke structuur.
In 'de Kuil' zelf zijn, behoudens de oprit naar de aanwezige bebouwing (paardenstal en buitenopslag), geen wegenstructuren aanwezig.
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
9
Impressie ruimtelijke structuur plangebied
Naast de ruimtelijke structuur wordt ook de huidige functionele structuur van het plangebied in kaart gebracht. Deze is overwegend agrarisch van aard, gelet op de aanwezige weidegronden. Het betreft een vorm van agrarisch grondgebruik die een sterke relatie heeft met recreatie en natuur, gelet op de (voorheen) aanwezige hippische voorzieningen en bos- en heide. De overige functies in het plangebied staan met name ten dienste van de agrarisch-recreatieve functie.
2.3
Huidige situatie
Het plangebied bestaat uit agrarische gronden c.q. weiland en geclusterde bebouwing in de vorm van een paardenstal met buitenopslag. Door de verouderde en verloederde paardenstal en de rommelige buitenopslag, is sprake van een negatieve uitstraling naar buiten toe. Rondom de bebouwing zijn enkele bomen, struiken en hagen aanwezig. Ten noorden is een bosschage gelegen, waarvan de begroeiing voornamelijk bestaat uit grove den, Amerikaanse vogelkers, ruwe berk en inheemse eiken. Daarnaast groeit er op enkele open plekken struikheide en brem.
10
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
Impressie paardenstal en buitenopslag binnen plangebied
Impressie paardenstal (bron: Econsultancy, rapportnr. 9536.001)
Zoals gezegd is de bebouwing in 'de Kuil' gelegen. Hierdoor is de bebouwing niet of nauwelijks zichtbaar vanaf de Lierdwarsweg (zie ook onderstaand figuur). Vanaf de overige randen van het plangebied is de bebouwing echter wel zichtbaar.
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
11
Aanzicht plangebied vanaf Lierdwarsweg (toegangsweg paardenstal met buitenopslag)
Aanduiding hoogteverschil (ca. 6 meter) Lierdwarsweg en cluster bebouwing
12
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Algemene uitgangspunten ontwikkeling landgoed
Dit planvoornemen ziet toe op de ontwikkeling van het landgoed De Kleine Lier. Het landgoed De Kleine Lier beslaat een oppervlak van ca. 5,3 ha. Hierbinnen wordt ca. 5 ha aan nieuwe natuur ontwikkeld. Verder geldt dat de bestaande bebouwing binnen het plangebied (zijnde een paardenstal) en diverse clusters voor buitenopslag worden gesloopt c.q. verwijderd. In plaats hiervan wordt binnen de footprint van de voormalige paardenstal een nieuwe landgoedwoning opgericht. Tevens wordt een aan de landgoedwoning ondergeschikte opslagschuur gerealiseerd, waarmee de buitenopslag als het ware wordt vervangen door een inpandige opslag. Hiermee wordt de huidige verrommeling binnen het plangebied opgelost. Met de realisatie van de landgoedwoning en de ondergeschikte opslagschuur is sprake van herbouw / hergebruik van de bestaande bebouwing. Zowel de landgoedwoning als de ondergeschikte opslagschuur worden landschappelijk ingepast, aansluitend bij de te ontwikkelen natuur van het landgoed. Verder geldt dat met de ontwikkeling van het landgoed aanvullende kwaliteitsbijdragen worden gedaan, waaronder de realisatie van een schaapskooi en de aanleg van wandelroutes. Het landgoed wordt tevens voor 90% openbaar toegankelijk gesteld ten behoeve van extensief recreatief medegebruik. Onderstaand figuur geeft een impressie van het te ontwikkelen landgoed weer.
Navolgende paragrafen lichten de onderdelen van de ontwikkeling van het landgoed De Kleine Lier separaat toe. Tevens wordt ingegaan op de onderdelen verkeer en parkeren.
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
13
Impressie landgoed De Kleine Lier (zie ook Bijlage 1)
3.2
Ontwikkeling natuur
3.2.1 Te ontwikkelen natuur Binnen het plangebied met een totaal oppervlak van ca. 5,3 ha wordt 5 ha nieuwe natuur ontwikkeld. De ontwikkeling van natuur vindt plaats op gronden die op basis van de POL2014 worden aangemerkt als onderdeel van de bronsgroene landschapszone en in de huidige situatie in gebruik zijn voor agrarische doeleinden. Gezien het huidige gebruik van de gronden (zijnde agrarisch), heeft het plangebied weinig tot geen natuurwaarde. Verder geldt dat de betreffende gronden geen deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland, maar hier wel op aansluiten. Door 5 ha nieuwe natuur te ontwikkelen, aansluitend op het Natuurnetwerk Nederland, wordt het Natuurnetwerk versterkt. De 5 ha nieuwe natuur wordt als volgt ontwikkeld:
14
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
Overzicht te ontwikkelen natuur binnen landgoed De Kleine Lier
Op advies van de LKM-commissie (d.d. 17 februari 2021, zie ook Bijlage 5) worden de houtwallen en -singels langs de randen van het plangebied zodanig beheerd dat de vele bijzondere doorkijken op het landschap c.q. landgoed behouden blijven. De exacte wijze van onderhoud zal worden beschreven in het beheerplan voor de natuur, dat conform afspraak binnen drie maanden na onherroepelijke vaststelling van het bestemmingsplan aan de gemeente ter goedkeuring zal worden voorgelegd. Daarnaast wordt in de exploitatieovereenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente een specifieke afspraak opgenomen ten behoeve van het handhaven en versterken van de diverse doorkijken. Hiermee is het gewenste zicht op het landgoed vanaf de randen ook voor de toekomst gegarandeerd.
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
15
Schematische weegave doorsnedes landgoed
De twee boomgroepen in de driehoekige landschapselementen zullen bestaan uit Tamme Kastanje (Castanea sativa) en Paardenkastanje (Aesculus hippocastanum). Deze statige soorten passen goed bij het landgoedkarakter en zijn van de eerste orde van grootte. De boomgroepen zullen het open landschap in diverse ruimtes verdelen, waardoor bijzondere doorkijken ontstaan. 3.2.2 Afrastering westgrens De afrastering tussen het plangebied en het naastgelegen weiland aan de westgrens zal bestaan uit sobere afrastermaterialen, zoals weidepalen met gespannen draad. Dit zorgt voor een bij de omgeving passende, vloeiende en natuurlijke overgang en is geen sprake van een 'fysieke' grens. De keuze voor een sobere afrastering zal de visuele aanblik over het landschap zo min mogelijk verstoren (zie onderstaand figuur ter impressie). Ook hier is in de exploitatieovereenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente Mook en Middelaar een specifieke afspraak gemaakt over het gebruik van afrastermaterialen.
16
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
Impressie afrastering westgrens plangebied 3.2.3 Toegangspoorten Er worden diverse klaphekken en landgoedhekken gerealiseerd om toegang tot het landgoed te verschaffen. Onderstaande figuren geven een impressie van de te realiseren klaphekken en landgoedhekken ten behoeve van de toegang tot het landgoed.
Impressie klaphekken en landgoedhekken t.b.v. toegang tot het landgoed
Bij de toegang naar het woonerf (landgoedwoning en ondergeschikte opslagschuur) zal een meer fraaie poort worden geplaatst. Deze poort onderscheidt zich van de andere meer natuurlijke houten toegangspoorten en -hekken van het landgoed (zie onderstaand figuur ter referentie). De zuilen van de entreepoort zullen in natuursteen of in het gevelmateriaal van het huis worden uitgevoerd.
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
17
Referentiebeeld toegangspoort woonerf
3.3
Hergebruik / herbouw t.b.v. landgoedwoning en ondergeschikte opslagschuur
Binnen het plangebied zijn in de huidige situatie een verloederde paardenstal en rommelige buitenopslag van goederen aanwezig. Ten behoeve van de landgoedontwikkeling wordt de paardenstal gesloopt en wordt de buitenopslag (ca. 250 m2 ) volledig verwijderd. In plaats hiervan wordt binnen de footprint van de voormalige paardenstal een landgoedwoning opgericht. Bij de landgoedwoning wordt een ondergeschikte opslagschuur gerealiseerd, waarbinnen een deel van de goederen die nu buiten zijn opgeslagen kunnen worden gestald. Hiermee wordt dit deel van het plangebied als het ware 'opgeruimd' en vindt een kwaliteitsverbetering van de bebouwing plaats.
Schematische weergave beoogde landgoedwoning en opslagsshuur binnen plangebied
In navolgende paragrafen zijn de ontwikkeling van de landgoedwoning en de ondergeschikte opslagschuur separaat toegelicht. Hierbij wordt ingegaan op de beoogde situering, bouwmassa en uitstraling. Vervolgens wordt beschreven op welke wijze de landgoedwoning en ondergeschikte opslagschuur landschappelijk worden ingepast in het landgoed. Tot slot is toegelicht op welke wijze de ontwikkeling van de landgoedwoning
18
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
en ondergeschikte opslagschuur passend zijn binnen de LKM-module 'nieuwe landgoederen', met daarbij specifieke aandacht voor mogelijkheden tot herbouw en hergebruik. 3.3.1 Landgoedwoning Ligging De landgoedwoning is exact gepositioneerd op de footprint van de huidige bestaande paardenstal. De zuidzijde van de nieuwe landgoedwoning zal achter een lage grondwal met beplanting worden ingepast. Hierbij wordt er gebruik gemaakt van aanwezige hoogteverschillen in het terrein, waarbij de toegangsweg (als rib in het landschap) vloeiend overloopt in een lage wal om het huis. De landgoedwoning wordt hiermee als het ware omarmd en vanuit de zuidzijde deels aan het zicht onttrokken. De ligging van noordzijde van de woning is daarentegen meer vrij gelegen en gericht op het weidse uitzicht van het toekomstige natuurgebied c.q. het landgoed.
Footprint en maatvoering De footprint van de nieuwe landgoedwoning sluit precies aan op de bestaande maten van de huidige bebouwing (paardenstal). De landgoedwoning heeft een breedte van 10 meter en een lengte van 15 meter. De nu aanwezige paardenstal heeft ook een breedte van 10 meter en een lengte van 15 meter (inclusief de aanbouw aan de noordzijde). Het dakoppervlak van de nieuwe 'schuurwoning' komt inclusief de overstekken op 176 m2 . De bebouwing blijft hiermee binnen de footprint van de bestaande bebouwing met een dakoppervlak van 185 m2 . De nieuwe footprint is zelfs beperkter door de bebouwing meer te concentreren en de aanbouwen aan de oostzijde te laten verdwijnen. De ondergeschikte uitbreiding wordt gezocht in de hoogte van het gebouw. Hierbij staat de verschijningsvorm en uitstraling van de huidige schuur voorop. Om weer een relatief vlak zadeldak te creëren, is gekozen voor een halve verdieping onder het dak. Daarnaast is het voor de verschijningsvorm niet wenselijk dat er ramen in het dak komen. De huidige opzet heeft als voordeel dat voor de benodigde lichtinval op de bovenverdieping bescheiden ramen in de gevel kunnen worden geplaatst. Deze zijn op sommige plekken zelfs verstopt achter lamellen aan de buitengevel. De nieuwe landgoedwoning bestaat derhalve uit een anderhalf laagse woning met zadeldak.
De goothoogte van de landgoedwoning komt op 4,5 meter en de nokhoogte wordt ca. 7 meter. Hiermee zal de nieuwe bebouwing wel wat hoger zijn dan de huidige bebouwing van de paardenstal. De uitbreiding qua hoogte is echter ondergeschikt en zal door de ligging in een kuil (7-9 meter lager), tezamen met de landschappelijke inpassing, nauwelijks impact hebben op de omgeving. De omgevingskwaliteiten worden zelfs beter doordat er in de vernieuwde situatie een kwalitatief beter gebouw zal verschijnen en er meer aandacht is voor de totale inpassing in het gebied. Doordat er daarnaast een duidelijke verwijzing naar de bestaande bebouwing zal zijn, zal het verschil in omvang vanuit de omliggende gebieden nagenoeg niet op te merken zijn.
Sfeer, stijl en vorm Onderstaande figuren geven een impressie van de landgoedwoning weer. Het ontwerp van de landgoedwoning heeft door het zadeldak met overstekken dezelfde uitstraling als de huidige paardenstal. De verschijningsvorm is gelijk aan de huidige bebouwing, met dien verstande dat er geen sprake meer is van aanbouwen. De landgoedwoning kenmerkt zich door eenvoud, zowel in vorm als in materialen. Gekozen is voor een raamloos dak (zijnde één geheel) en gevelmaterialen van hout of houtlook. In de kleurstelling van het ontwerp wordt gebruik gemaakt van donkere tinten. De belijning op de gevels is horizontaal, net zoals op de huidige bebouwing. Op de zuidgevel, worden de ramen gemaskeerd door verstelbare lamellen op de buitengevel. Het zuidelijke deel van de landgoedwoning is hierdoor in de uitvoering meer besloten en
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
19
afgeschermd. De noordgevel heeft een open karakter met meer transparante gevels door onbeschutte beglazing. Hierdoor ontstaat een doordachte woning van allure, die toch een bescheiden verschijning in het landschap zal zijn.
20
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
Impressie beoogde landgoedwoning 3.3.2 Ondergeschikte opslagschuur De regelgeving van 'Vergunningsvrij bouwen' biedt voor iedere burger de mogelijkheid om een bijgebouw bij een woning te realiseren. De LKM-commissie adviseert de benodigde opslagschuur als onderdeel in het landgoedplan op te nemen. Het landgoedplan geeft het gewenste eindbeeld aan. Nieuwbouw in de vorm van een opslagschuur dient ondergeschikt te zijn aan de nieuwe hergebruikte bebouwing van de landgoedwoning. Hierover staat het volgende in de uitspraak van de Raad van State (in verband met eerdere planvorming): "…. indien bestaande bebouwing wordt hergebruikt, de norm van 5 ha nieuwe natuur uit het LKM geldt en dat op het landgoed totaal 5 ha nieuwe natuur hoeft te worden gerealiseerd, waarbij enige uitbreiding van bebouwing is toegestaan. De nieuwe bebouwing dient naar het oordeel van de Afdeling derhalve ondergeschikt te zijn aan de bestaande, her te gebruiken bebouwing."
Ondergeschikte bebouwing opslagschuur De beoogde opslagschuur heeft een omvang van 120 m2 . De ondergeschiktheid van de opslagschuur blijkt uit het volgende: De opslagschuur heeft een oppervlakte van 8 bij 15 meter. Hiermee is de schuur smaller in omvang dan de landgoedwoning en heeft hierdoor ook een kleinere overspanning; De goothoogte van de opslagschuur is 3,85 m. Dit is hoog genoeg om de voor het beheer van het landgoed benodigde tractor binnen te kunnen te stallen. De dakhelling is 20 graden en de nokhoogte 5,50 m. Hiermee is de hoogte van de opslagschuur ook beduidend lager dan de landgoedwoning; De uitvoering van de opslagschuur zal zeer eenvoudig zijn, doch passend qua uitstraling en vorm bij de landgoedwoning. De opslagschuur wordt uitgevoerd met een zadeldak van golf- of profielplaten (zoals zink-look). De gevels zullen worden gematerialiseerd in hout of houtlook en een horizontale belijning hebben; Niet alleen in omvang, maar ook in functie heeft de opslagschuur een ondergeschikte rol. Voor het onderhoud en beheer van het landgoed zijn verscheidene materialen nodig, die beschut moeten worden opgeborgen.
De opslagschuur staat hiermee voornamelijk ten dienste van het landgoed; Het betreft een bijgebouw (opslagschuur) en is derhalve ondergeschikt aan het hoofdgebouw (landgoedwoning); Binnen de regels van 'Vergunningsvrij bouwen' is op een dergelijk groot perceel een bijgebouw toegestaan van maximaal 150 m2 . De oppervlakte van de opslagschuur ligt daar met 120 m2 nog ruim onder; De materialen in de huidige buitenruimte (met een totale oppervlakte van ca. 250 m2 ) zullen door de aanwezigheid van een opslagschuur netter en compacter kunnen worden opgeslagen. De opslagschuur heeft daarom een positief effect op het landschap en is daardoor van meer ondergeschikte betekenis dan
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
21
de huidige buitenopslag; De opslagschuur zal landschappelijk worden ingepast, gebruik makend van de hoogteverschillen en een groene omzoming. Door deze maatregelen komt de ondergeschikte rol van de opslagschuur op het landgoed eveneens tot uiting. Ligging opslagschuur De opslagschuur is qua ligging afgestemd op de ligging van de landgoedwoning. Door de haakse ligging zal de opslagschuur een passend ensemble vormen met de woning. Het erf heeft hiermee een logische indeling, waarbij de gebouwen fraai en functioneel ten opzichte van elkaar zijn gepositioneerd. Ook wordt de opslagschuur in de nieuwe situatie beter ingepast in de landschappelijke omgeving. Overwegingen voor de locatie van de opslagschuur betreffen: De betreffende locatie heeft een goede directe ontsluiting tot de weg. Verkeersbewegingen van landbouwmaterialen over het erf worden hiermee voorkomen; De schuur is gepositioneerd tegen het talud en ligt hiermee verdekt achter de nieuw aan te leggen hoogstamboomgaard, ingepast in de groene omzoming van het nieuw gevormde erf. 3.3.3 Nadere uitwerking landgoed (landschappelijkeinpassing) Het belangrijkste onderdeel van de landschappelijke inpassing is natuurlijk de ontwikkeling als landgoed. Onderdeel hiervan is de natuurontwikkeling zoals beschreven in paragraaf 3.2.
Daarnaast zal het erf rondom de landgoedwoning en de opslagschuur landschappelijk worden ingepast als onderdeel van en in aanvulling op het landgoed. Het erf ligt in het lage gedeelte van de kuil. Het talud grenst direct aan de westzijde van het erf. Naast dat de diverse bomen rondom de overige zijden van het erf zorgen voor een groene aankleding, geven de kruinen een passende afscherming voor het zicht van bovenaf. Door een combinatie van grassen, vaste planten en bomen wordt er diepte gecreëerd in de ruimte rondom de landgoedwoning. De fruit-, kastanje- en notenbomen zijn ideale voedselvoorzieners voor kleine fauna. De inrichting van het erf en de soorten beplanting zullen goed aansluiten bij de natuurlijke omgeving.
22
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
Schematische weergave inpassingsplan landgoedwoning met schuur
De kwaliteitscommissie heeft in haar advies van 17 februari 2021 aangegeven, onder voorwaarden, in te kunnen instemmen met de beoogde landschappelijke inpassing van de landgoedwoning met ondergeschikte opslagschuur. Het advies van de LKM-commissie en de aanvullende voorwaarden zijn nader toegelicht in paragraaf 4.3.3. Naar aanleiding van dit advies is de beoogde landschappelijke inpassing nader geconcretiseerd (Bijlage 3). De bomen rondom het erf, betreffende de kastanjes en fruitbomen, zullen een minimale omtrek hebben van 16/18 cm en een hoogte van ongeveeer 4 meter. Om mooie volle hagen te creëren zullen twee rijen van 4 a 5 planten per strekkende meter worden aangelegd. De planthoogte zal ongeveer 80 cm zijn.
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
23
3.3.4 Herbouw / hergebruik in het kader van LKM module 'nieuwe landgoederen' Herbouw en hergebruik van bestaande bebouwing zijn passend binnen de module 'nieuwe landgoederen' van het LKM (zie ook 4.3.3). De termen 'herbouw' en 'hergebruik' zijn afhankelijk van interpretatie. Hoewel de interpretatie van de module een verantwoordelijkheid is van de gemeente, is het zinvol om de provinciale insteek ten tijde van het opstellen van het LKM hierbij te betrekken. Doel van het inzetten van bestaande (woon)gebouwen is het voorkomen dat nieuwe bebouwing komt in maagdelijk gebied. Voor de provincie passen zowel sloop met herbouw alsook hergebruik van een bestaand gebouw binnen de module 'nieuwe landgoederen'. De provincie heeft geen definitie van beide begrippen. Volgens de LKM-commissie impliceert 'herbouw na sloop' het letterlijk terug bouwen van de (in dit geval) bestaande vorm en uiterlijk van de paardenstal. 'Hergebruik' wordt ruimer geïnterpreteerd en wordt gezien als het opnieuw gebruiken van bestaande eigenschappen in hun oorspronkelijke vorm. Dit hoeft niet te leiden tot een exacte kopie van het bestaande, maar laat afwijkingen toe. Echter zodanig dat nog wel sprake is van een concrete en herkenbare verwijzing naar het bestaande. De landgoedwoning is exact gepositioneerd op de footprint van de bestaande paardenstal, met uitzondering van twee oostelijke aanbouwen.
De footprint van de landgoedwoning (ca. 176 m2 ) is kleiner dan de footprint van de paardenstal (ca. 185 m2 ). In verschijningsvorm is gekozen voor een rechthoekige opzet, afgedekt met zadeldak. De bebouwing wordt uitgevoerd in donkere houten gevelplanken horizontaal toegepast, donker houten kozijnen/ramen, deels gemaskeerd door houten lamellen en antraciete dakbedekking. Middels positie, footprint, verschijningsvorm, materiaal- en kleurstelling wordt tezamen in voldoende mate verwezen naar de bestaande paardenstal, in de zin van hergebruik. Mocht binnen deze vorm van hergebruik nog sprake kunnen zijn van 'enige uitbreiding', dan zou deze kunnen gelden voor de voorgestelde verhoging van de goot- en nokhoogte t.o.v. het bestaande. Mede gelet op de ligging in een kuil, de beoogde erfbeplanting en gelet op het kwalitatief verantwoord architectonisch resultaat, valt deze verhoging binnen het concept van 'enige uitbreiding'. In het eindbeeld van het landgoed is ook een bij de landgoedwoning behorende opslagschuur opgenomen. Van belang is dat deze opslagschuur ondergeschikt is t.o.v. de (her te gebruiken) landgoedwoning. In oppervlakte, goothoogte en nokhoogte is daarom ondergeschiktheid voorzien. Door de haakse en nabije situering op de landgoedwoning ontstaat een compact ruimtelijk erf.
Door de gekozen vormgeving in houten geveldelen en de toepassing van donkere kleuren, is sprake van een bescheiden en tevens samenhangende verschijningsvorm. Ten opzichte van de huidige toestand waarin door buitenopslag sprake is van een wat rommelig terreinbeeld, wordt de opslagschuur met binnenopslag als een kwaliteitsverbetering beschouwd.
3.4
Aanvullende kwaliteitsbijdragen
Naast de ontwikkeling van nieuwe natuur zullen op het landgoed de volgende aanvullende kwaliteitsbijdragen worden gerealiseerd: Schaapskooi; Hoogstamboomgaard; Bijenhotel; Kunst; Informatieborden, klaphekken en landgoedpoorten.
24
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
3.4.1 Schaapskooi In het bosje met heischraal grasland wordt een kleine schaapskooi van ca. 35 m2 opgenomen. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om jaarrond enkele schapen te huisvesten. Het beheer van de (heischrale) graslanden kan hiermee worden gewaarborgd. Een schaapskooi is daarnaast een authentiek cultuurhistorisch dierenverblijf en heeft hierdoor als verschijning een maatschappelijke en landschappelijke meerwaarde. De locatie en omvang van de schaapskooi zijn passend voor het gebied. De locatie en omvang van de schaapskooi is tevens vastgelegd/aangeduid op de verbeelding en in de regels van het bestemmingsplan voorzien van een regeling. 3.4.2 Hoogstamboomgaard Aan de zuidwestelijke zijde van het plangebied wordt een hoogstamboomgaard aangeplant. Met de hoogstamboomgaard wordt een verwijzing naar het streekverleden (de voormalige bongerd) gemaakt. De verwachting is dat fruitbomen het op deze plek goed zullen doen, omdat de boomgaard op een schaduwhelling van de kuil is gelegen en de grond hierdoor voldoende vochtig blijft. Bijkomend positief effect is dat de boomgaard een buffer vormt tussen de rest van het landgoed en de naastgelegen woonwijk. 3.4.3 Bijenhotel Het voortbestaan van wilde bijen en hommels wordt bedreigd. Het gebied met overgangen tussen bos, heide en natuurlijke grassen is zeer geschikt als habitat voor deze waardevolle soorten.
Door nestgelegenheid te bieden kan de wilde bij beter gedijen, waardoor deze ook weer zorgt voor natuurlijke bestuivingen binnen het omliggende landschap. De locatie voor het bijenhotel zal op een rustige plek in het natuurgebied zijn, zie hiervoor ook de inrichtingsschets in Bijlage 1. 3.4.4 Kunst Langs de wandelroutes zullen een aantal bescheiden kunstobjecten worden geplaatst. Gedacht wordt aan kunstvormen die een bijzonder perspectief op het landschap geven of een connectie hebben met natuurlijke danwel kinetische elementen. 3.4.5 Informatieborden, klaphekken en landgoedpoorten Bij de diverse ingangen en uitzichtpunten zullen passende toegangspoorten en borden met informatie over het landgoed worden geplaatst. Zo ook bij de hierboven genoemde initiatieven.
3.5
Openstelling van het landgoed
Landgoed De Kleine Lier wordt voor 90% openbaar toegankelijk voor extensief recreërend publiek middels de aanleg van nieuwe beloopbare wandel- of struinpaden. Daarnaast zullen ook diverse plekjes worden gecreëerd, die een mooi uitzicht bieden over het gebied en de beleving van het landgoed versterken. De paden en uitzichtpunten staan ook aangegeven op de inrichtingschets in Bijlage 1. 3.5.1 Wandel- en struinpaden Voor de situering van de aan te leggen nieuwe paden is zorgvuldig gekeken naar: een goede spreiding over het landgoed; logische aansluitingen op omliggende openbare paden. De nieuwe wandelpaden zijn evenwichtig verdeeld over het landgoed, waardoor nieuwe waarden van het landgoed optimaal kunnen worden beleefd. Om in de nieuwe natuur kwetsbare flora en foeragerende fauna te beschermen, zal de wandelaar rekening moeten houden met gebruikelijke regels die voor een landgoed gelden, zoals toegang tussen zonsop- en zonsondergang, op de paden blijven e.d.
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
25
3.5.2 Activiteiten onder begeleiding Binnen het landgoed kunnen activiteiten onder begeleiding worden georganiseerd. Hierbij valt te denken aan: In de fruitboomgaard: rondleidingen, georganiseerde snoeiwerkzaamheden of oogsten; Bij de schaapskooi: rondleidingen of activiteiten als schaapsscheren of schapen drijven. 3.5.3 Uitzichtpunten Er zullen een tweetal uitzichtpunten worden gecreëerd. Ter hoogte van de schaapskooi en bij de noordoostelijke toegang van het landgoed. Het gaat om kleine sta- of zitplekken op hoger gelegen punten, waarmee een mooi uitzicht over het landgoed kan worden verkregen. 3.5.4 Toegankelijkheideigen weg voor wandelaars en fietsers Initiatiefnemers zijn eigenaar van het noordelijke gedeelte van de Lierdwarsweg. Dit betreft een 'Eigen Weg', die momenteel niet openbaar toegankelijk is. In dit bestemmingsplan voor landgoed De Kleine Lier ligt deze 'Eigen Weg' buiten het plangebied. Omdat dit weggedeelte van toegevoegde waarde kan zijn voor recreatie naar het Maldense bos, zijn initiatiefnemers en de gemeente met elkaar in overleg om de toegang middels een privaatrechtelijke overeenkomst te regelen. Deze ontwikkeling staat dus geheel los van het huidige plan en wordt daarom niet meegewogen. Vanuit de ruimtelijke ordening gezien zijn hiervoor ook geen verdere aanpassingen nodig, omdat het betreffende weggedeelte al over een verkeersbestemming beschikt.
3.6
Verkeer en parkeren
3.6.1 Verkeer De ontsluiting van de landgoedwoning met ondergeschikte opslagschuur vindt plaats via de Lierdwarsweg, zoals dat ook het geval is in de huidige situatie (paardenstal met buitenopslag). Gelet op het feit dat de landgoedwoning met ondergeschikte opslagschuur geen grote verkeersaantrekkende werking heeft, wordt verwacht dat de (voor autoverkeer doodlopende) Lierdwarsweg het aanwezige verkeer zonder problemen kan verwerken. Het is zeer aannemelijk dat dit verkeer van bezoekers van het landgoed overwegend zal opgaan in de omgeving omdat de bezoekers niet specifiek het landgoed bezoeken maar in 'groter verband' het gebied met diverse landgoederen en natuur bezoeken om in dit groter geheel te recreëren. Dit betekent dat het landgoed dan ook bezocht zal worden in dit groter geheel. Daarnaast fungeert het landgoed primair als uitloopmogelijkheid voor de aangrenzende kern Molenhoek en eventueel Malden. De verwachting is dan ook dat de verkeersaantrekkende werking nihil zal zijn. Gezien het extensief-recreatieve karakter van het landgoed kan op basis van de hiervoor geschetste aanname redelijkerwijs worden gesteld dat de (voor autoverkeer doodlopende) Lierweg als verbindingsweg er naartoe, het te verwachten verkeer zonder problemen kunnen verwerken.
Te meer omdat enerzijds de bezoekers zullen parkeren op de parkeerplaats bij het sportcomplex en anderzijds bezoekers in het 'groter verband' naar verwachting hun bezoek elders zullen starten. Daarnaast is het perceel ook op andere manieren via de bebouwde kom van meerdere kanten goed te bereiken. De daar gelegen wegen zijn niet exclusief bestemd voor aanwonenden. Gezien het profiel van deze wegen bestaat geen aanleiding om aan te nemen dat deze wegen de te verwachten bezoekers niet kunnen verwerken dan wel dat daardoor onevenredig nadeel ontstaat voor aanwonenden. Daarnaast is het dus heel aannemelijk dat het merendeel bezoekers veelal uit de directe omgeving komen en derhalve te voet of met de fiets naar het landgoed zullen komen. Het landgoed voorziet gezien het kleinschalige karakter voornamelijk in een uitloopfunctie voor de aangrenzende woonkernen (Molenhoek en Malden). De directe verkeersaantrekkende werking van het landgoed zal daarmee zeer beperkt tot nihil zijn.
26
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
3.6.2 Parkeren Bij de nieuwe landgoedwoning zal op eigen erf geparkeerd worden. Er is voldoende ruimte aanwezig voor de realisatie van minimaal twee parkeerplaatsen. Daarbij geldt dat, gezien de grootte van het erf, eenvoudig meer dan twee parkeerplaatsen kunnen worden gerealiseerd indien dit gewenst is. Naar verwachting is de parkeerbehoefte ten gevolge van het landgoed zeer gering. Het landgoed is in feit onderdeel van een groter netwerk waar men door heen kan wandelen. In die zin betreft het landgoed geen functie waar op zichzelf een grote parkeerbehoefte voor geldt. De bezoekers die per auto het landgoed bereiken, kunnen in de openbare ruimte, in de nabije omgeving van het landgoed parkeren. In het bijzonder op de parkeerplaats van het sportcomplex Lierdal. Deze parkeerplaats is in gemeentelijk eigendom en bevat voldoende parkeermogelijkheden om de beperkte bezoekers die het landgoed met de auto zullen bezoeken op te kunnen vangen
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
27
28
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Inleiding
Gemeenten zijn niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincies geven met het door hen gevoerde en vastgelegde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. De belangrijkste kaders van Rijk en de provincie Limburg worden in het kort weergegeven, omdat deze zoals gezegd randvoorwaarden geven voor het lokale maatwerk in het bestemmingsplan. Tot slot vindt een toetsing van het planvoornemen aan het beleid van de regio en de gemeente Mook en Middelaar plaats.
4.2
Rijksbeleid
4.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Milieu De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld en in werking getreden. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteits Aanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving en vervangt enkele ruimtelijke doelen en uitspraken uit andere documenten. In deze visie schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. Anders dan in de voormalige Nota Ruimte gaat de structuurvisie uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.
Conclusie Het planvoornemen heeft geen betrekking op een nationaal belang. De SVIR heeft geen consequenties voor het planvoornemen en vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen. 4.2.2 Besluit en regeling algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Navolgende onderwerpen met nationaal belang zijn opgenomen in het Barro en de eerste aanvulling (Stb. 2012, nr. 388): 1. project Mainportontwikkeling Rotterdam; 2. kustfundament en de daarbuiten gelegen primaire waterkeringen; 3. grote rivieren en rijksvaarwegen en de veiligheid daarom heen; 4. toekomstige rivierverruiming van de Maastakken; 5. Waddenzee en Waddengebied, en IJsselmeergebied; 6. verstedelijking in het IJsselmeer; 7. defensie; 8. erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 9. hoofdwegen en landelijke spoorwegen; 10. Elektriciteitsvoorziening; 11. ecologische hoofdstructuur. Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden. In het
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
29
Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven.
Conclusie Het plangebied is niet gelegen in een gebied waarin het Rijk een nationaal belang heeft aangewezen. De Barro en het Rarro hebben geen consequenties voor het planvoornemen en vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen. 4.2.3 Bro: Ladder voor duurzame verstedelijking Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening dienen overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. Per 1 juli 2017 zijn de 3 treden van de Ladder losgelaten en geldt dat de toelichting bij een ruimtelijke plan die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het ruimtelijk plan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaande stedelijk gebied, een motivatie waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Zoals gezegd is de Ladder-onderbouwing verplicht voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen'. Onder stedelijke ontwikkeling wordt de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen verstaan. Deze laatste categorie is in de handreiking bij de Ladder voor duurzame verstedelijking (ministerie van Infrastructuur en Milieu) nader gespecificeerd in accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure.
In de definitie voor stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1 lid 1 sub i van het Bro) is geen ondergrens opgenomen. Hieruit zou men kunnen concluderen dat iedere stedelijke ontwikkeling, hoe kleinschalig dan ook, valt binnen het toepassingsbereik van de Ladder. Echter, uit vaste jurisprudentie van de Afdeling blijkt dat er wel sprake kan zijn van een voorziene ontwikkeling die te kleinschalig is om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Volgens vaste jurisprudentie zijn 11 woningen (welke op één en dezelfde locatie worden gerealiseerd) het maximale aantal woningen wat door de Afdeling als te kleinschalig wordt geacht om als een stedelijke ontwikkeling te kunnen worden gekwalificeerd. Het minimale aantal woningen wat gerealiseerd moet worden (op dezelfde locatie) om als stedelijke ontwikkeling te worden gekwalificeerd is aldus 12.
Conclusie Dit planvoornemen voorziet in de ontwikkeling van het landgoed De Kleine Lier, waarbij o.a. één landgoedwoning hieraan onderschikt een opslagschuur wordt gerealiseerd in het buitengebied (het Lierdal) van de gemeente Mook en Middelaar. Bij een landgoed is sprake van een samenhangende ontwikkeling, die meerdere functies kan bevatten. In dit geval wordt ca. 5 ha nieuwe natuur ontwikkeld, worden aanvullende kwaliteitsbijdragen gedaan en wordt het plangebied voor 90% openbaar toegankelijk gesteld ten behoeve van extensief recreatief medegebruik. Voor de ontwikkeling van het landgoed is de module “Nieuwe landgoederen” uit het LKM beleid van toepassing (zie ook 4.3.3). Op basis van deze module geldt dat de ontwikkeling van een landgoed per definitie alléén in het buitengebied plaats kan vinden. Vanuit die constatering bezien kan de ontwikkeling van het landgoed, hoewel niet binnen stedelijk gebied gelegen, dan ook niet als stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. Verder geldt dat de ontwikkeling van de landgoedwoning met opslagschuur inherent is aan de landgoedontwikkeling en kleinschalig is omdat het slechts één woning betreft (<11 woningen). Gelet op vorenstaande wordt de ontwikkeling van het landgoed De Kleine Lier niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. Er wordt aan de Ladder-toetsing voldaan.
30
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
4.2.4 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De nationale omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het rijk opgesteld in het kader van de nieuwe omgevingswet, die per 1 januari 2022 in werking treedt. Aan de hand van een toekomstperspectief is hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaat adaptatie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstigbestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied.
Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.
Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen.
Conclusie Het planvoornemen voorziet in de ontwikkeling van een landgoed waarmee de natuurlijke, landschappelijke en recreatieve waarden in en rondom het plangebied worden versterkt en het buitengebied een kwaliteitsimpuls krijgt. Als onderdeel van de landgoedontwikkeling wordt één landgoedwoning met ondergeschikte opslagschuur opgericht. De nieuwe woning wordt daarbij klimaatbestendig, duurzaam en natuurinclusief gerealiseerd en hiermee wordt ook een bijdrage geleverd aan een veilige en gezonde leefomgeving.
4.3
Provinciaal beleid
4.3.1 ProvinciaalOmgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) Op 12 december 2014 hebben Provinciale Staten van Limburg als onderdeel van een integrale omgevingsvisie het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 ‘Voor de kwaliteit van Limburg’ (hierna: POL 2014) vastgesteld. Het POL 2014 is op 16 januari 2015 in werking getreden. De grote variatie in omgevingskwaliteiten is een kenmerk en een sterk punt van Limburg. Om recht te doen aan dit punt, worden in het POL zeven globaal afgebakende gebiedstypen onderscheiden. Dit zijn zones met elk een eigen karakter, herkenbare eigen kernkwaliteiten, en met heel verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden. Het plangebied is gelegen in de zone 'Bronsgroene landschapszone'.
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
31
Uitsnede POL2014 kaart Zoneringen (plangebied bij rode contour)
De 'Bronsgroene landschapszone' bestaat uit beekdalen én gebieden met steilere hellingen met een grote variatie aan functies, in hoge mate bepalend voor het beeld van het Limburgs landschap. Ook omvat het, het winterbed van de Maas. Accenten voor deze zone betreffen: Kwaliteit en functioneren regionaal watersysteem; Ontwikkeling landbouw in balans met omgeving; Versterken kernkwaliteiten landschap en cultuurhistorie; Recreatief medegebruik. Het Limburgs beleid is er op gericht om de (huidige) landschappelijke kernkwaliteiten van de bronsgroene landschapszone te behouden, te beheren, te ontwikkelen en te beleven. Ontwikkelingen binnen de ruimte die het beleid voor de verschillende thema’s biedt zijn mogelijk mits de kernkwaliteiten behouden blijven of versterkt worden (‘ja mits’). De Omgevingsverordening bevat een motiveringsplicht die gemeenten vraagt om in de toelichting op nieuwe bestemmingsplannen (voor onderdelen van de bronsgroene landschapszone) aan te geven hoe met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten in het betreffende gebied wordt omgegaan.
Conclusie Dit planvoornemen ziet toe op de ontwikkeling van het landgoed De Kleine Lier ter plaatse van gronden die in de huidige situatie in gebruik zijn als agrarische percelen. Ten behoeve van de ontwikkeling van het landgoed wordt o.a. 5 ha natuur ontwikkeld en wordt middels herbouw / hergebruik een landgoedwoning met ondergeschikte opslagschuur gerealiseerd. Daarnaast vinden aanvullende kwaliteitsbijdragen plaats, zoals de oprichting van een schaapskooi, een bijenhotel en de aanleg van wandelroutes. Het landgoed wordt tevens voor 90% openbaar toegankelijk ten behoeve van extensief recreatief medegebruik. Geconcludeerd wordt dat met de ontwikkeling van het landgoed de landschappelijke, ecologische en
32
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
recreatieve functies in en rondom het plangebied worden versterkt. De ontwikkeling van het landgoed leidt hiermee tot een substantiële kwaliteitsverbetering binnen de bronsgroene landschapszone en is daarmee passend binnen het provinciaal beleid. 4.3.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 Algemeen Bij het POL2014 hoort de Omgevingsverordening Limburg. De juridische doorwerking van het omgevingsbeleid wordt in deze verordening geregeld. Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdstuk "Ruimte", waarin instructieregels naar gemeenten zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg geborgd. De Omgevingsverordening Limburg 2014 is, net als het POL, op 12 december 2014 vastgesteld door Provinciale Staten en is per 16 januari 2015 in werking getreden. De Omgevingsverordening Limburg is een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening.
Bronsgroene landschapszone In artikel 2.7.2 is geregeld dat de toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op een gebied gelegen in de Bronsgroene landschapszone, een beschrijving bevat van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan en hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd. Dit is in de 'Uitwerking plan Landgoed De Kleine Lier 2018' (bijlage) en de 'Aanvulling uitwerking plan Langoed De Kleine Lier 2021' (bijlage) nader uitgewerkt. In deze uitwerking is in voldoende mate rekening gehouden met de aanwezige kernkwaliteiten en waar mogelijk zijn deze versterkt. Door de ontwikkeling van een landgoed binnen de bronsgroene landschapszone is enkel sprake van positieve effecten voor het plangebied. Bij de ontwikkeling van het landgoed wordt ca. 5 ha natuur gerealiseerd, een landgoedwoning met ondergeschikte opslagschuur opgericht, worden aanvullende kwaliteitsbijdragen gedaan en wordt het landgoed voor 90% openbaar toegankelijk gesteld voor extensief recreatief medegebruik. Voor de ontwikkeling van het landgoed is de LKM-module 'nieuwe landgoederen' van toepassing. In paragraaf 4.3.3 is beschreven dat het planvoornemen aan de kwalitatieve en kwantitatieve normen zoals beschreven in de module voldoet.
Tevens is op 2 november 2018 en 17 februari 2021 advies van de LKM-commissie ontvangen ten aanzien van het voornemen tot de ontwikkeling van het landgoed De Kleine Lier. De commissie beoordeelt het planvoornemen positief. Zoals in voorgaande paragraaf vermeld, worden ten behoeve van voorgenomen ontwikkeling diverse kwaliteitsverbeterende maatregelen getroffen. Om de ontwikkeling als landgoed en de landschappelijke beplanting rondom de landgoedwoning en ondergeschikte opslagschuur te waarborgen, is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het aanleg en beheer van het landgoed en de beplanting.
Wonen In de omgevingsverordening is opgenomen dat een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen voorziet alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. Dit planvoornemen voorziet in de ontwikkeling van het landgoed De Kleine Lier, waarbij o.a. één landgoedwoning wordt gerealiseerd. De ontwikkeling van de landgoedwoning is inherent aan de ontwikkeling van het landgoed. Hierbij geldt dat de landgoedwoning wordt gerealiseerd in het kader van een concrete
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
33
woonbehoefte van de initiatiefnemers. Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat de realisatie van de landgoedwoning passend is binnen het provinciaal beleid.
Overige kaders Het plangebied is niet gelegen binnen een beschermde natuurzone of milieubeschermingsgebied. Wel grenst het plangebied aan de Goudgroene natuurzone (het Limburgs deel van het Natuurnetwerk Nederland). De ontwikkeling van het landgoed, waarbij o.a. 5 ha aan natuur wordt gerealiseerd, draagt bij aan de versterking van de ecologische en landschappelijke waarden. Het planvoornemen leidt daarmee niet tot negatieve effecten op de goudgroene natuurzone, maar draagt juist bij aan versterking ervan.
Conclusie De ontwikkeling van het landgoed De Kleine Lier draagt bij aan de versterking van de kernkwaliteiten van het plangebied (landschappelijke, natuurlijke en recreatieve waarden) in de bronsgroene landschapszone. De ontwikkeling van de landgoedwoning is inherent aan de ontwikkeling van het landgoed en voorziet in een concrete woonbehoefte. Er gelden geen overige beperkingen ten aanzien van beschermde natuurzones of milieubeschermingsgebieden. Geconcludeerd wordt dat het plan passend is binnen de kaders van de omgevingsverordening. 4.3.3 Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) Het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) vormt een uitwerking van het Provinciale Omgevingsplan Limburg (POL). In het LKM worden in modules een aantal mogelijke ontwikkelingen buiten de contouren uitgewerkt. Het doel van het LKM is om gemeenten en Provincie een instrumentarium in handen te geven om noodzakelijke of wenselijke ontwikkelingen in het buitengebied te kunnen combineren met gewenste kwaliteitsverbetering van datzelfde buitengebied. In het LKM is een module opgenomen ten aanzien van de ontwikkeling van landgoederen (module 6.4). Deze module is voor de ontwikkeling van landgoed De Kleine Lier van toepassing.
LKM: Module nieuwe landgoederen Nieuwe landgoederen kunnen worden opgericht ter versterking van de natuurlijke, landschappelijke, economische en recreatieve functie van het buitengebied. De landgoederen hebben kwaliteiten op zichzelf, maar versterken bij voorkeur ook de kwaliteiten van nabijgelegen natuurgebieden, landschappelijk waardevolle gebieden en de uitloopgebieden van de steden. De belangrijkste aspecten aan het landgoed zijn de openbare toegankelijkheid, de herkenbaarheid en uitstraling; de eenheid en allure. Een belangrijk doel van het beleid voor nieuwe landgoederen is het realiseren van nieuw groen en landschap. Het rood op het landgoed dient beperkt te zijn en onderdeel te zijn van het geheel van het landgoed. Bij bestaande (woon)gebouwen kunnen landgoederen worden gevormd met een oppervlakte van minimaal 5 hectare nieuwe natuur. Daarbij kan een passende functionele invulling van de gebouwen worden gezocht. Wanneer dat wonen is, geldt hier een maximum van 4 woningen bij 5 hectare nieuwe natuur. Enige uitbreiding van de bestaande bebouwing is mogelijk. De te bereiken kwaliteit staat hier voorop. Om de recreatieve en uitloopfunctie van het landgoed voor de omgeving te garanderen is openstelling van 90% van het landgoed vereist. De gemeente kan in haar structuurvisie aangeven waar landgoederen wel en niet gevestigd kunnen worden.
Bij voorkeur versterken de landgoederen de ruimtelijke, landschappelijke en natuurlijke structuur. In de structuurvisie, het beeldkwaliteitplan of een ander beleidsdocument kunnen de specifieke lokale randvoorwaarden van een landgoed worden geregeld. In de vastgestelde structuurvisie 'Het Lierdal 2010-2020 ligt het plangebied in het zoekgebied voor nieuwe landgoederen. Dit is nader toegelicht in
34
bestemmingsplan Landgoed De Kleine Lier 2021
paragraaf 4.4.3.
Advies Vanaf 1 januari 2012 zijn Limburgse gemeenten zelf verantwoordelijk voor de advisering over plannen binnen de werkingssfeer van het LKM. Willen gemeenten nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied toestaan dan moeten zij o.a. invulling geven aan een onafhankelijke en deskundige advisering door een (regionale) kwaliteitscommissie. De LKM-commissie adviseert, als onafhankelijke regionale kwaliteitscommissie, over de kwaliteit van de ontwikkeling van het Landgoed De Kleine Lier, inclusief de voorgenomen kwaliteitsverbeteringen. De LKM-commissie heeft d.d. 2 november 2018 en d.d. 17 februari 2021 een tweetal adviezen uitgebracht. Beide adviezen zijn complementair en kunnen als zodanig worden gelezen. In het eerste advies d.d. 2 november 2018 wordt enerzijds het landgoedontwerp inclusief kwaliteitsbijdragen en anderzijds de bebouwing beoordeeld op basis van het rapport 'Landgoed De Kleine Lier, Definitieve uitwerking vervolgplan 2018'. In het tweede advies d.d. 17 februari 2021 wordt op de nadere uitwerking van het landgoedontwerp ingegaan op basis van het rapport 'Landgoed De Kleine Lier, Nadere uitwerking landgoedontwerp, 2021'. Advies LKM, 2 november 2018 (zie ook Bijlage 4) In het advies van de LKM-commissie d.d.