Bijlage 5. 140824 Toelichting Stationsstraat 122-124
Tekst van het document
Aansluitend volgen afwijkingsbevoegdheden met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsbepalingen ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden. Alleen zo is een volledig beeld te verkrijgen van hetgeen is geregeld.
23
Hoofdstuk 3 Algemene regels In dit hoofdstuk zijn bepalingen opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een antidubbeltelbepaling, algemene gebruiksregels en algemene afwijkings- en wijzigingsregels. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.
5.2
Dit bestemmingsplan
De regels in dit bestemmingsplan zijn opgezet aan de hand van hetgeen in de toelichting is beschreven. In deze paragraaf is als bedoeld in artikel 3.1.3. van het Besluit ruimtelijke ordening een beschrijving opgenomen van de bestemmingen die in het bestemmingsplan voorkomen. Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen in een burgerwoning. Het aantal en type wooneenheden en de maximale goot- en bouwhoogte zijn vastgelegd in de regels van dit bestemmingsplan. Gebouwen zijn binnen het bouwvlak toegestaan. Ten aanzien van de geldende parkeernormen is artikel 3.4.3 opgenomen. Dubbelbestemming Waarde – Archeologische verwachting 2 De voor Waarde - Archeologische verwachting 2 aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van eventueel aanwezige archeologische waarden.
24
6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: Ÿ Ÿ Ÿ
het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.
Planspecifiek Het voorliggende plan heeft voor de gemeente Mook en Middelaar geen financiële consequenties, aangezien de plannen voor rekening en risico van een ontwikkelaar komen. Het vaststellen van een exploitatieplan is niet noodzakelijk. Het plan is daarmee economisch uitvoerbaar.
25
Hoofdstuk 7 7.1
Procedure
Algemeen
Conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht ligt het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage. Eenieder kan dan een zienswijze indienen op het plan. Na vaststelling door de gemeenteraad ligt het bestemmingsplan opnieuw 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Het bestemmingsplan treedt in werking daags na afloop van de tervisielegging, als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
7.2
Verslag artikel 3.1.1. Bro overleg
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan geldt dat overleg moet worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het gaat dan tenminste om de betrokken waterschappen en diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Dit bestemmingsplan is vanwege de geringe omvang niet voorgelegd aan de provincie Limburg. Dit bestemmingsplan is in eerste instantie niet voorgelegd aan het waterschap Limburg. Zie voor een nadere onderbouwing de watertoets in paragraaf 4.6.
7.3
Verslag zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan is op 23 november 2023 gepubliceerd en heeft voor een termijn van zes weken ter inzage gelegen. In het totaal zijn er vier zienswijzen ingediend, waarvan één buiten de inzagetermijn. Alle vier zienswijzen zijn beantwoord (zie bijlage 7). Op basis van de zienswijzen zijn er aanpassingen gedaan aan het plan als het gaat om het thema ‘spoortrilling’. Er is een onderzoek toegevoegd aan de toelichting (zie paragraaf 4.2.7) en er is een aanpassing gedaan in de planregels (zie art. 1 en art. 3.4.4.). Dit betekent dat het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld t.o.v. het ontwerp dat ter inzage heeft gelegen.
26
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Groenplan Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 3 Akoestisch onderzoek Bijlage 4 Stikstofdepositie onderzoek Bijlage 5
Quickscan natuurwaardenonderzoek
Bijlage 6
Trillingsonderzoek
Bijlage 7
Nota zienswijzen
27
28