Bijlage 4 Antwoorden op vragen fracties Kadernota 2027
Tekst van het document
BIJLAGE 1: ANTWOORDEN OP VRAGEN FRACTIES KADERNOTA 2027 Geachte raads- en commissieleden, Hieronder treft u de antwoorden aan op de vragen zoals deze door de diverse fracties zijn gesteld. Eventuele taal- en/of typefouten in de vragen zijn niet gecorrigeerd.
Vragen kadernota 2027 Vraag nr.
Pag. nr.
Vraag fractie
Fractie
4
Kunt u globaal toelichten op welke punten de voorgestelde kaders kunnen gaan afwijken van het coalitieakkoord 2026–2030?
CDA/1
2
4,5,10
Kan het college toelichten welke onderdelen van de Kadernota harde financiële kaders zijn voor de Programmabegroting 2027 en welke onderdelen nog richtinggevend of indicatief zijn?
PRO/6
3
5
Welke aannames in de meerjarenraming worden door het college als meest onzeker beschouwd?
CDA/2
5,10
Wordt bij het provinciale toezicht alleen gekeken naar het begrotingsjaar 2027 of ook naar het meerjarig beeld 2028-2030, en welk risico loopt de gemeente op toezicht als 2028-2030 niet sluitend zijn?
1
4
PRO/8
Antwoord b&w De Kadernota 2027 sluit in hoofdlijnen aan bij de ambities uit het coalitieakkoord 2026-2030. Afwijkingen kunnen ontstaan door gewijzigde financiële omstandigheden, nieuwe wet- en regelgeving, ontwikkelingen binnen het gemeentefonds en onvoorziene maatschappelijke ontwikkelingen. Daarnaast moeten de doelen uit het coalitieakkoord nog geconcretiseerd worden in tijd en middelen. De Kadernota bevat de uitgangspunten voor de Programmabegroting 2027 en is daarmee richtinggevend, maar niet op alle onderdelen definitief. Vaststaande ontwikkelingen, zoals de meicirculaire 2026 en bekende financiële verplichtingen, zijn verwerkt in de meerjarenraming. Ontwikkelingen waarvan de omvang of gevolgen nog onzeker zijn, zoals de septembercirculaire 2026, lasten voor onderwijshuisvesting, nadere beleidsuitwerkingen en toekomstige bestuurlijke keuzes, worden betrokken bij de Programmabegroting 2027. De grootste onzekerheden betreffen de toekomstige ontwikkeling van het gemeentefonds, renteontwikkelingen, loon- en prijsontwikkelingen, ontwikkelingen binnen het sociaal domein en de financiële gevolgen van toekomstige wet- en regelgeving. Het provinciale toezicht richt zich primair op het begrotingsjaar 2027. Als het begrotingsjaar 2027 structureel en reëel sluitend is, is dat in beginsel leidend voor het toezichtregime.
Pagina 1 van 12
Vraag nr.
Pag. nr.
Vraag fractie
Fractie
5
5
Op basis waarvan zijn de percentages voor loonen prijsstijgingen vastgesteld, en hoe verhouden deze zich tot actuele cao ontwikkelingen?
CDA/3
6
5
Welke structurele lasten worden verwacht uit nieuwe of gewijzigde wettelijke verplichtingen vanaf 2027?
CDA/4
5
Budgetten worden niet standaard met een algemeen percentage verhoogd, maar realistisch geraamd op basis van onder meer prijsontwikkeling, volume en realisaties. Welke methode gebruikt het college om te bepalen wanneer een budget realistisch moet worden bijgesteld en wanneer een stijging binnen het bestaande budget moet worden opgevangen?
7
8
5
Bij Uitgangspunten voor baten staat: Er wordt geen stelpost opgenomen voor de ruimte onder het plafond van het btw-compensatiefonds; Graag uitleg hierover?
PRO/7
PRO/1
Antwoord b&w Wanneer het begrotingsjaar 2027 niet structureel en reëel sluitend is, wordt gekeken of het evenwicht in de meerjarenraming — uiterlijk in 2030 — wordt hersteld. Als ook uit de meerjarenraming onvoldoende herstel blijkt, bestaat het risico op preventief toezicht door de provincie. De gehanteerde percentages zijn gebaseerd op de uitgangspunten uit de meicirculaire 2026. Daarbij wordt aangesloten bij de door het Rijk gehanteerde ramingen voor loon- en prijsontwikkelingen. Caoafspraken binnen de sector gemeenten werken indirect door in deze ramingen. Op dit moment zijn nog niet alle financiële gevolgen van nieuwe en gewijzigde wettelijke verplichtingen bekend. Voor zover deze gevolgen bekend zijn, worden zij verwerkt in de Programmabegroting 2027. Belangrijke ontwikkelingen betreffen onder andere de bibliotheekzorgplicht, ontwikkelingen binnen de Wmo, de Omgevingswet en informatiebeveiliging. Bij het opstellen van de begroting wordt per budget beoordeeld of de beschikbare middelen nog aansluiten bij de verwachte uitgaven. Daarbij wordt gekeken naar onder andere contractuele verplichtingen, wettelijke taken, regionale afspraken, prijs- en loonontwikkelingen, volumeontwikkelingen, demografische ontwikkelingen en realisaties uit voorgaande jaren. Het btw-compensatiefonds kent een landelijk uitgavenplafond.
Wanneer gemeenten gezamenlijk minder declareren dan dit plafond, wordt het verschil via het gemeentefonds uitgekeerd aan gemeenten. De omvang van deze uitkering is vooraf echter niet bekend, omdat deze afhankelijk is van het declaratiegedrag van alle gemeenten in Nederland. Sommige gemeenten ramen hiervoor vooraf een bedrag op basis van ervaringen uit voorgaande jaren. Wij kiezen ervoor uitsluitend baten te ramen die met voldoende zekerheid gerealiseerd kunnen worden. Daarom wordt geen stelpost opgenomen voor een mogelijke meevaller uit het btw-compensatiefonds. De uiteindelijke
Pagina 2 van 12
Vraag nr.
Pag. nr.
Vraag fractie
Fractie
Antwoord b&w ruimte onder het plafond wordt achteraf toegevoegd aan de uitkering uit het gemeentefonds en verwerkt zodra deze bekend is.
9
6
Wat is het verwachte structurele effect bij onderwijshuisvesting en maatschappelijk vastgoed op de begroting op de langere termijn vanaf 2030 (afschrijvingen, rente, exploitatie)?
10
6
Wat zijn de nu geschatte financiële bandbreedtes van de nieuwe wettelijke zorgplicht voor bibliotheken?
CDA/6
11
6
“Binnen het sociaal domein blijft de gemeente inzetten op passende ondersteuning”. Betekent passende steun het wettelijke vereiste minimum niveau? Zo niet, hoeveel geld is momenteel opgenomen in de begroting voor uitgaven boven de wettelijke norm?
DGP/9
12
6
Aan welke maatregelen denkt U om de structurele overschrijdingen in het sociaal domein te beperken?
CDA/7
13
6
Punt 2.4 Hoe wordt er bij de belastingopbrengst van de OZB rekening gehouden met de areaaluitbreiding?
PRO/2
CDA/5
De exacte structurele effecten zijn afhankelijk van de uiteindelijke keuzes ten aanzien van omvang, planning en financiering van de investeringen. In de Kadernota is indicatief rekening gehouden met jaarlijkse afschrijvingslasten van € 500k en rentelasten van € 500k vanaf 2030, deze zullen langjarig doorwerken. Een grove schatting gaat uit van een bandbreedte van jaarlijks ongeveer € 150k tot € 250k, afhankelijk van het nog op te stellen gemeentelijk meerjarenplan en de kosten die de openbare bibliotheekorganisatie zal maken om invulling te geven aan dit meerjarenplan. Zie ook het antwoord op vraag 43 met betrekking tot de inkomsten vanuit het gemeentefonds. Binnen het sociaal domein wordt ingezet op passende ondersteuning binnen de wettelijke kaders en de door de raad vastgestelde beleidskaders. De begroting maakt geen onderscheid tussen uitgaven die betrekking hebben op wettelijke taken en eventuele uitgaven gekoppeld aan specifieke beleidskeuzes in de uitvoering van de Wmo of Jeugdwet. Om structurele overschrijdingen binnen het sociaal domein te beperken wordt onder meer ingezet op de hervormingsagenda Jeugd. Dit uit zich in bijvoorbeeld sturing op verwijzingen, stimuleren van voorliggende voorzieningen en versterking van de sociale basis. Daarbij wordt voortdurend gezocht naar een balans tussen passende ondersteuning en financiële beheersbaarheid.
Areaaluitbreidingen, zoals de nieuwe woonwijk Maastuin, worden doorgegeven aan BsGW. BsGW verzorgt voor de gemeente de belastingheffing en betrekt de uitbreiding van het aantal belastingobjecten bij de raming van de ozb-opbrengsten. De hogere opbrengsten als gevolg van areaaluitbreiding worden ook verwerkt in de Programmabegroting. Hiermee is in de Kadernota 2027 nog geen rekening gehouden. Tegenover deze hogere opbrengsten staan echter ook hogere gemeentelijke lasten. Meer woningen en openbare ruimte leiden
Pagina 3 van 12
Vraag nr.
14
15
16
17
18
19
Pag. nr.
6
6
6/7/12
7
Vraag fractie
Hoe wordt de balans bewaakt tussen inbreiding, leefbaarheid en behoud van het dorpse karakter?
Programma Fysieke leefomgeving: Het "dorpse" karakter wordt hier en op nog een paar plaatsen genoemd. Wat betekent "dorps karakter" concreet bij woningbouw? Gegeven de speciale aandacht in de coalitie voor o.a. duurzaamheid en energievoorziening, alsmede de ambitie om in 2050 een gasloze gemeente te zijn, valt op dat het onderwerp energietransitie in de Kadernota niet specifiek wordt genoemd als aandachtspunt. Ook in de Bijlage 1 (Taakvelden) wordt Energietransitie ( of warmtetransitie) niet genoemd. Graag vernemen wij wat de reden hiervan is. Hoe groot is het effect van de septembercirculaire 2026 als deze negatiever uitvalt dan verwacht in vergelijking met de nu bekende meicirculaire?
Fractie
CDA/8
PRO/3
D66/3
Antwoord b&w onder andere tot extra kosten voor beheer en onderhoud van openbare ruimte, meer gebruik van regelingen in het sociaal domein en meer capaciteit van publiekszaken. Daar is in algemene zin geen antwoord op te geven, het hangt af van plannen en verzoeken die wij ontvangen. Wel geven we sturing door daar waar mogelijk inbreidingslocaties te benoemen en ruimte daarvoor te bieden, zonder alle groene ruimtes in de kernen vol te bouwen. Is daar niet voldoende en concrete ruimte voor plannen, dan zoeken we aan de kernranden naar passende plekken voor uitbreiding. Woningbouwplannen die passen bij een dorp door schaal, variatie en bouwwijze/architectuur. Het onderwerp energietransitie maakt onderdeel uit van het duurzaamheidsbeleid van de gemeente. De gemeentelijke inzet op de energietransitie wordt onder meer vormgegeven door de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid en de daaruit voortvloeiende projecten of programma’s. De taakvelden in bijlage 1 betreffen wettelijke (landelijke) taakvelden. Er bestaat geen taakveld Energietransitie (of warmtetransitie).
CDA/9
7
Punt 4.1 Personeelslasten. Er wordt verwezen naar 4.2 voor ontwikkelingen, maar daarin is geen financiële kwantificering te vinden. Hoe worden ontwikkelingen dan verwerkt in de begroting?
PRO/4
7
In de kadernota wordt vaker gesproken over investeringen: welke investeringen kunnen worden gefaseerd om de structurele lasten te spreiden?
CDA/10
Dat kunnen wij nu nog niet weten. De septembercirculaire 2026 is nog niet verschenen. De Kadernota benoemt de ontwikkelingen op hoofdlijnen. De financiële vertaling vindt plaats bij het opstellen van de Programmabegroting 2027, wanneer meer duidelijkheid bestaat over de omvang van de benodigde capaciteit en de structurele gevolgen daarvan. Effecten worden dan concreet gekwantificeerd en verwerkt. Met name grote investeringen hebben merkbare invloed op de structurele lasten. Hierbij gaat het om onderwijshuisvesting, maatschappelijk vastgoed en verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed. Voor al deze onderdelen moeten nog investeringsplannen vastgesteld worden.
Pagina 4 van 12
Vraag nr.
Pag. nr.
20
8
21
8
Vraag fractie Bij het onderdeel Veiligheid en Ondermijning wordt ook waterveiligheid genoemd. ( 1). De uitvoering van de dijkverzwaring in het dijkvak 54-1 , aangeduid als “Lob van Gennep”, loopt vertraging op ten gevolge van financiële problemen. Dwz. er is nog geen oplossing gevonden voor de verdeling van de toegenomen rentelasten over de acht samenwerkende partners in dit project. Hierdoor zal de start van de werkzaamheden mogelijk niet eerder plaatsvinden dan in 2029 of 2030. Graag vernemen wij op welke wijze met deze ontwikkeling rekening wordt gehouden in de programmabegroting en de meerjaren doorwerking. (2). Betreft Waterveiligheid en ruimtelijke ontwikkeling in Lob van Gennep. Als gevolg van de dijkverzwaring in de Lob van Gennep, met name door dat de status “Rivierbed” komt te vervallen in dit gebied, ontstaan er nieuwe mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling en woningbouw. Het provinciale programma “Waterveiligheid en Ruimte Limburg, WRL” biedt de gemeenten steun aan bij het verbeteren van de waterveiligheid, o.a. door het opzetten van een waterbewustwordingsen voorlichtingscampagne en het opzetten van een Waterloket, met het doel om projectontwikkelaars en bewoners te informeren over o.a. de waterveiligheid en restrisico’s , toepasselijkheid Wet tegemoetkoming Schade bij rampen, en waterbestendig bouwen.
Graag vernemen wij op welke wijze de uitvoering van het WRL programma wordt verwerkt in het Collegeprogramma en de programmabegroting voor 2027 en daarna.
Fractie
Antwoord b&w
D66/1a
Dit is reeds in de Zomerrapportage 2023 opgenomen. Er zijn geen gevolgen voor de Programmabegroting 2027.
D66/1b
Indien dit onderwerp aan de orde komt, zal dit terugkomen in de Programmabegroting en indien nodig in het Collegeprogramma.
Pagina 5 van 12
Vraag nr.
22
Pag. nr.
8
23
8
24
8
25
8
Vraag fractie
Welke alternatieven zijn onderzocht om de kosten van onderwijshuisvesting te beperken?
Ten aanzien van de onderwijsvoorzieningen en maatschappelijk vastgoed wordt geschreven “De gemeente moet hierbij sturen op… multifunctioneel gebruik en financierbaarheid”. Graag zien wij hieraan toegevoegd dat er participatietrajecten worden opgestart met beoogde deelgebruikers. Ten aanzien van de bibliotheekvoorziening wordt gesproken over hoe de kosten afhankelijk zijn van het gekozen scenario. In het coalitieakkoord is al gekozen voor de hybride variant. Betekent de opmerking in de kadernota dat er buiten deze scope toch ook andere varianten worden onderzocht? Wanneer kunnen wij de scenario`s van het college verwachten over de invulling van de openbare bibliotheekvoorziening?
26
8
Bibliotheek: Is al bekend wat 'binnen redelijke afstand' betekend? Indien dit nog niet bekend is, hoe wordt ervoor gezorgd dat deze informatie zo snel mogelijk duidelijk is en met de raad wordt gedeeld?
27
8
Welke demografische ontwikkelingen zijn bepalend voor de voorzieningenstructuur in de kernen?
Fractie
Antwoord b&w
DGP/11
Tijdens de haalbaarheidsonderzoeken worden verschillende scenario’s onderzocht, inclusief financieringsmogelijkheden. Daarbij worden ook alternatieven onderzocht om de kosten van onderwijshuisvesting te beperken, zoals multifunctionaliteit van gebouwen en daarmee eventuele bijdragen van derde partijen, subsidiemogelijkheden en eventuele bijdragen vanuit schoolbesturen zelf.
D66/5
Uiteraard zullen participatietrajecten onderdeel uitmaken van de te volgen processen. Dit gebeurt onder andere als onderdeel van de visie op maatschappelijk vastgoed, en zal verder verdiept worden wanneer concrete nieuwbouw- en renovatieplannen in beeld komen.
D66/4
Nee. Binnen deze scope van de hybride variant zijn wel nog verschillende scenario’s denkbaar, variërend van minder tot meer uitgebreid.
DGP/3
VVD/1
CDA/11
Naar verwachting zal het college in 2027 een voorstel aan de raad kunnen voorleggen voor de invulling van de openbare bibliotheekvoorziening. Nee, dit is niet bekend. Het begrip ‘binnen redelijke afstand’ is op verschillende manieren te interpreteren, bijvoorbeeld in aantal kilometers of in bereikbaarheid/reistijd met verschillende vervoersmiddelen. Zodra hierover duidelijkheid komt vanuit het Rijk zullen wij deze informatie meenemen in het uitwerken van verschillende scenario’s voor de invulling van het bibliotheekwerk in gemeente Mook en Middelaar. Wij zullen u hier integraal over informeren. Aantal inwoners en samenstelling van de bevolking. Starters en (jonge) gezinnen vragen andere voorzieningen dan bijvoorbeeld senioren.
Pagina 6 van 12
Vraag nr.
28
29
30
Pag. nr.
8
8
8
Vraag fractie
Aangegeven wordt dat de vraag naar woningen groot blijft. Is dit te kwantificeren? Naar welke typen woningen is in onze gemeente de meeste vraag? Onder demografische ontwikkelingen wordt geschreven dat de bevolkingssamenstelling verandert. Kunt u dit kwantificeren? Het belang van doorstroming voor bewoners wordt onderstreept. Is er zicht op het aantal inwoners van onze gemeente dat daadwerkelijk wil doorstromen, maar dit niet kan door gebrek aan passende woningen? Hoe verhoudt zich dat tot de verschillende typen woningen?
31
8
Wanneer verwacht het college de raad een concreet voorstel voor Startsche Veld voor te leggen? Ziet het college hier prioriteit in om dit te versnellen?
32
8
Wat verwacht het college te doen aan het grote probleem: de één persoonshuishoudens en betaalbaar bouwen hiervoor?
33
34
Fractie
Antwoord b&w
D66/6
Er zijn prognoses voor de groei en ontwikkeling van de bevolking in een gemeente en daarmee samenhangend de vraag naar woningen. We hebben te maken met vergrijzing. In die zin is de behoefte aan woningen geschikt voor senioren (drempelvrij, eventueel gestapeld met lift) groot. Maar ook aan betaalbare (starters) woningen is veel vraag. Deze inhoudelijke invulling wordt meegenomen in de woon(zorg)visie.
D66/7
Zie bevolkingsprognoses.
D66/8
Nee daar is geen zicht op.
DGP/1
De planning is om in 2026 de visie door uw raad vast te laten stellen. Na dat besluit kan het plan concreet worden uitgewerkt en kan er een planologische procedure worden opgestart. De planning is om concreet te kunnen starten wanneer de plannen voor de Maastuin (grotendeels) gereed zijn. Dit is wat planning betreft een ambitieus doel en de ontwikkeling heeft daarmee zeker prioriteit.
DGP/2
Deze inhoudelijke invulling wordt meegenomen in de woon(zorg)visie. De structurele lasten zijn afhankelijk van de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid en de maatregelen die de komende jaren hiervoor (moeten) worden uitgevoerd. Hierbij gaat het onder andere om personele capaciteit, ondersteuning en advisering van inwoners, onderzoeken, de uitvoering van maatregelen en de uitvoering van wettelijke gemeentelijke taken op het gebied van klimaat en energie.
8
Welke structurele lasten worden verwacht uit de duurzaamheidsambities?
CDA/12
8
Bij het onderdeel : Klimaat, energie en duurzaamheid. Hier wordt vermeld: ….onder meer middelen voorzien voor natuur, biodiversiteit,
D66/2
In de programmabegroting komen de activiteiten aan bod die vanuit het duurzaamheidsbeleid worden uitgevoerd en die bijdragen aan de
Pagina 7 van 12
Vraag nr.
Pag. nr.
Vraag fractie
Fractie
klimaatadaptatie, en een bluswater voorziening in de Bisselt. Gegeven dat de gemeente in 2050 nagenoeg gasloos wil zijn, vernemen wij graag op welke wijze de energietransitie in het Collegeprogramma en programmabegroting wordt vorm gegeven.
8
Wij zouden graag willen weten wat de stand van zaken is van de bluswatervoorziening op de Bisselt. Ligt er een advies van de veiligheidsregio/ brandweer wat er specifiek op die locatie wenselijk en technisch haalbaar is als bluswatervoorziening?
36
8
Bluswater voorziening Bisselt: Hoe nodig is dit voor de veiligheid, welke goedkopere alternatieven zijn er?
37
8
38
9
35
Is er extra FTE nodig om te voldoen aan wettelijke eisen (Omgevingswet, informatiebeveiliging, rechtmatigheid) en hoeveel is er nodig? Hoe denkt het college de druk op de jeugdzorg te monitoren en zijn er interventiemomenten vastgesteld?
Antwoord b&w doelstellingen binnen het duurzaamheidsbeleid. De ambitie om in 2050 aardgasvrij te zijn, blijft daarbij ongewijzigd. Op dit moment wordt nog gewerkt aan het Collegeprogramma.
DGP/7
VVD/-
CDA/13 CDA/14
De stand van zaken is dat er momenteel gesprekken worden gevoerd met de brandweer en de veiligheidsregio. In die gesprekken worden verschillende mogelijkheden onderzocht op technische en praktische haalbaarheid. Zodra hier meer over bekend is, worden de verschillende opties uiteengezet in een raadsvoorstel. Aanvullend op het antwoord van vraag 35: er worden verschillende mogelijkheden onderzocht met de brandweer en veiligheidsregio, waaronder (goedkopere) alternatieven. Ook dit alternatief zal uiteengezet worden in het raadsvoorstel. Dat is op dit moment nog niet exact bekend. In de programmabegroting worden eventuele capaciteitsuitbreidingen opgenomen, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van wettelijke taken. We monitoren de druk op de jeugdzorg continu en passen indien nodig de begroting hierop aan. Zie het antwoord op vraag 37.
39
9
Hoeveel extra fte verwacht het college de komende bestuursperiode nodig te hebben? Kan het met minder door vermindering van externe inhuur?
40
9
Zijn nieuwe lokale heffingen zijn juridisch en financieel haalbaar? Welke zijn haalbaar?
DGP/4
CDA/15
We streven naar zo weinig mogelijk inhuur. We zetten deze daarom primair in bij tijdelijke problemen, zoals pieken of uitval, of voor kleine specialistische rollen. We verwachten niet dat het mogelijk is de inhuur op korte termijn sterk te verminderen. De mogelijkheid om lokale belastingen te heffen is geregeld in de Gemeentewet. Reclamebelasting en precariobelasting behoren tot de belastingen die op grond van de Gemeentewet door gemeenten kunnen worden ingevoerd. Op dit moment heeft het college geen concreet voorstel om reclamebelasting of precariobelasting in te voeren. De vermelding in de Kadernota is bedoeld als voorbeeld van dekkingsmaatregelen. Zie ook het antwoord op vraag 51.
Pagina 8 van 12
Vraag nr. 41
42
Pag. nr. 9
9
Vraag fractie
Fractie
Genoemd wordt de landelijke trend om hondenbelasting af te schaffen. Is er een aanleiding om te verwachten dat onze gemeente in de komende jaren zal moeten stoppen met het innen van hondenbelasting?
D66/9
Belastingen. In hoeverre is een landelijke trend om Hondenbelasting af te schaffen relevant voor onze Kadernota 2027
PRO/5
10
Wanneer wordt de financiële impact van de wettelijke zorgplicht voor de bibliotheekvoorziening concreet doorgerekend, welke scenario’s worden daarbij uitgewerkt en hoe wordt voorkomend dat de bibliotheekzorgplicht later als ongedekte structurele last in de begroting komt?
VVD/5
44
10
Is bij de doorrekening van onderwijshuisvesting alleen rekening gehouden met afschrijving en rente, of ook met beheer, onderhoud, energie, tijdelijke huisvesting en projectkosten?
VVD/2
45
10
Waarom wordt gerekend met 2% rente voor onderwijshuisvesting? Is dit reeël? En wat is het effect bij 3 of 4%?
VVD/3
43
Antwoord b&w
Nee. De trend wordt genoemd als een relevante ontwikkeling die op termijn gevolgen kan hebben voor de gemeentelijke inkomsten. De Kadernota doet geen voorstel om de hondenbelasting af te schaffen, maar signaleert dat dit onderwerp landelijk in beweging is en mogelijk in toekomstige financiële afwegingen een rol kan spelen. Zie ook het antwoord op vraag 41. Bij het uitwerken van verschillende scenario’s zal ook de financiële impact worden doorgerekend. Er zullen scenario’s worden uitgewerkt die binnen de bandbreedte passen van de hybride openbare bibliotheekvoorziening benoemd in het coalitieakkoord, dat wil zeggen variërend van een meer beperkte tot een meer uitgebreide dienstverleningsovereenkomst met een openbare bibliotheekvoorziening. T.b.v. de zorgplicht ontvangen we sinds 2025 jaarlijks € 100k aan extra middelen (in 2025 en 2026 herleidbaar als decentralisatie-uitkering, vanaf 2027 onherleidbaar toegevoegd aan het Gemeentefonds). Deze € 100k per jaar zal hiervoor worden aangewend. Alle kosten voor nieuwbouw of renovatie zijn meegenomen in de eerste globale schatting van de kosten van onderwijshuisvesting, m.u.v. tijdelijke huisvesting. Naar gelang de definitieve scenario’s voor beide schoolgebouwen zal wel/geen tijdelijke huisvesting nodig zijn.
De volgende kosten komen ten laste van de schoolbesturen en zijn derhalve niet meegenomen in de doorrekening: beheer, onderhoud en energie. Deze lastenverdeling tussen gemeenten en schoolbesturen is wettelijk vastgelegd. De 2% rente is opgenomen als indicatieve rekenrente om de mogelijke financiële effecten van de investering inzichtelijk te maken. Het betreft geen definitief financieringspercentage. De daadwerkelijke rentelasten zijn afhankelijk van de marktrente en de financieringsconstructie op het moment dat financiering nodig is.
Pagina 9 van 12
Vraag nr.
Pag. nr.
Vraag fractie
Fractie
Antwoord b&w Bij een rente van 3% zouden de jaarlijkse rentelasten bij een investering van € 25 miljoen circa € 750k bedragen. Bij een rente van 4% bedraagt dit circa € 1 miljoen per jaar. Het definitieve rentebedrag is, naast het rentepercentage, ook afhankelijk van het uiteindelijke investeringsbedrag.
46
10
47
10
48
49
50
Vanaf 2030 wordt rekening gehouden met 500k afschrijving en 500k rentelasten, hoe realistisch acht het college de gehanteerde rente van 2%? Is de investering van circa €25M voor onderwijshuisvesting inclusief btw, indexatie, voorbereidingskosten en risico-opslag?
DGP/6
Zie het antwoord op vraag 45.
VVD/4
De € 25 miljoen betreft een eerste globale raming die nog nader uitgewerkt wordt. Deze vraag is ons inziens niet (direct) gerelateerd aan de voorliggende Kadernota.
10
In de afgelopen 4 jaar heeft de communciate afdeling hun uiterste best gedaan om de jongeren en moeilijk bereikbare groepen te betrekken. Hoe denkt de huidige college het beter te kunnen doen?
6,10
Riool- en reinigingsheffingen en leges zijn maximaal 100% kostendekkend, terwijl de trendmatige belastingverhoging € 75k voordeel oplevert. Is de € 75k trendmatige verhoging exclusief kostendekkende heffingen zoals riool en afval, en wat is het effect voor inwoners per belastingsoort?
PRO/9
Waarom wordt nu al uitgegaan van een trendmatige belastingverhoging van 2,91%, terwijl nog geen keuzes zijn gemaakt over bezuinigingen?
DGP/10
10
DGP/8
Wij blijven ons maximaal inzetten om alle doelgroepen in onze gemeente te bereiken. Daarbij kiezen wij voor maatwerk per doelgroep. Ja. De genoemde trendmatige belastingverhoging van € 75k heeft betrekking op de ozb, forensenbelasting, toeristenbelasting en hondenbelasting. De kostendekkende heffingen zoals de riool- en afvalstoffenheffing en de leges maken hiervan geen onderdeel uit. Deze worden afzonderlijk berekend op basis van de geraamde kosten en mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. De uiteindelijke effecten per belastingsoort voor inwoners zijn afhankelijk van onder meer de ontwikkeling van de woz-waarden, de overige grondslagen en eventuele bestuurlijke keuzes. De definitieve tarieven worden door uw raad vastgesteld bij de behandeling van de belastingverordeningen 2027 in december 2026. De trendmatige verhoging is opgenomen als financieel uitgangspunt bij het opstellen van de begroting en sluit aan bij de gebruikelijke indexering voor prijs- en loonontwikkelingen. Dit staat los van
Pagina 10 van 12
Vraag nr.
Pag. nr.
Vraag fractie
Fractie
Antwoord b&w eventuele aanvullende maatregelen die nodig kunnen zijn om toekomstige tekorten op te vangen.
51
10
De theoretische mogelijkheid tot invoeren van nieuwe belastingen zoals reclame en precariobelasting wordt genoemd. Is ooit onderzocht wat een dergelijke belasting realistisch zou kunnen opleveren?
52
10
Heeft U al enig idee voor maatregelen om het structurele tekort van –€ 2,1 miljoen in 2030 te dichten?
CDA/16
53
10
Welke concrete maatregelen gaat het college voor de begroting 2027 uitwerken om deze oplopende tekorten terug te dringen?
DGP/5
54
10
Welke concrete posten kunnen realistisch worden verlaagd zonder wettelijke taken, bestaande contracten of regionale verplichtingen te schenden?
55
10
Welke risico’s zijn niet financieel vertaald maar kunnen wel grote impact hebben?
D66/10
VVD/6
CDA/17
De uiteindelijke besluitvorming over de belastingtarieven vindt plaats bij de vaststelling van de belastingverordeningen 2027 in december 2026. Nee, dit is niet onderzocht. De vermelding in de Kadernota is bedoeld als voorbeeld van een theoretische dekkingsmaatregel. Indien invoering serieus wordt overwogen, zal eerst een actuele analyse worden gemaakt van de juridische mogelijkheden, de uitvoeringskosten en de verwachte opbrengsten. Er wordt gestreefd naar een sluitende begroting 2027. De financiële uitdaging ligt met name in de jaren vanaf 2028, waarin de meerjarenraming structurele tekorten laat zien. Het college zal in 2026 en 2027 samen met uw raad verkennen welke maatregelen nodig zijn om het tekort te dichten. Zie het antwoord op vraag 52. Op dit moment is geen overzicht beschikbaar van specifieke posten die kunnen worden verlaagd zonder wettelijke taken, bestaande contracten of regionale verplichtingen te raken. Om de structurele tekorten vanaf 2028 terug te dringen, zullen in de komende jaren keuzes moeten worden gemaakt. De beïnvloedingsruimte ligt daarbij met name bij niet-wettelijke taken, beleidsambities en eventuele inkomstenverhogende maatregelen. Uw raad wordt betrokken bij deze afwegingen. Niet alle ontwikkelingen kunnen vooraf financieel worden gekwantificeerd.
Voorbeelden hiervan zijn toekomstige wijzigingen in rijksbeleid, ontwikkelingen binnen het sociaal domein, renteontwikkelingen, cao-ontwikkelingen en de financiële gevolgen van nieuwe wet- en regelgeving. Deze ontwikkelingen worden gemonitord en waar mogelijk betrokken bij de risicoanalyse en het weerstandsvermogen.
Pagina 11 van 12
Vraag nr.
56
Pag. nr.
10
57
10
58
10
59
60
10
11, 12
Vraag fractie
Fractie
De meicirculaire verbetert het saldo vooral in 2027 en 2028, maar veel minder in 2029 en 2030. Kan het college toelichten waarom het positieve effect van de meicirculaire vanaf 2029 sterk terugloopt en welke onzekerheden hierbij nog bestaan? Klopt het dat de Vrij Besteedbare Reserve niet wordt meegenomen in de berekening van het weerstandsvermogen, terwijl deze wel als algemene reserve op de balans staat? En klopt het dat inzet van de VBR dus geen direct effect heeft op het weerstandsvermogen? Wordt het effect van de voorgestelde overheadtoerekening aan riool en afval meegenomen bij de tariefvoorstellen voor de rioolen afvalstoffenheffing in de begroting voor 2027?
PRO/10
Antwoord b&w Het positieve effect van de meicirculaire loopt vanaf 2029 terug doordat het Rijk voornemens is de huishoudelijke hulp uit de Wmo te halen. In de meicirculaire is hiervoor vanaf 2029 een bezuiniging van € 1,4 miljard op het gemeentefonds opgenomen. De precieze gevolgen voor gemeenten zijn afhankelijk van de verdere uitwerking van de landelijke plannen. Eventuele effecten aan de lastenkant zijn op dit moment nog niet verwerkt.
VVD/7
Ja, dat klopt. Voor het afdekken van risico's is een Algemene reserve van € 2 miljoen beschikbaar.
VVD/8
Ja, dat werd al gedaan, echter voorheen extracomptabel en vanaf 2027 intracomptabel.
Wat gaan wij concreet met de CDOKE gelden doen?
VVD/9
De CDOKE-middelen worden ingezet voor de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid. Hierbij gaat het onder andere om personele capaciteit, ondersteuning en advisering van inwoners, onderzoeken, de uitvoering van maatregelen en de uitvoering van wettelijke gemeentelijke taken op het gebied van klimaat en energie.
De taakvelden blijven ongewijzigd, terwijl openbaar groen deels onder Fysieke leefomgeving en deels onder Natuur, duurzaamheid en recreatie valt. Hoe wordt geborgd dat kosten voor openbaar groen, recreatie en klimaatadaptatie eenduidig aan het juiste programma worden toegerekend?
PRO/11
In de financiële administratie zijn afzonderlijke grootboekrekeningen aanwezig voor openbaar groen, recreatie en klimaatadaptatie, die gekoppeld zijn aan de desbetreffende taakvelden.
Mook, 23 juni 2026 ekeningkiezer Het college van burgemeester en wethouders van Mook en Middelaar, De secretaris,
De burgemeester,
drs. W. Mariman
I.M. van Dijk Pagina 12 van 12