Bijlage 3 Transponeringstabel Reglement van Orde 2017 vs Reglement van Orde 2023.docx
Tekst van het document
Reglement van Orde gemeenteraad en Transponering RvO2017 naar RvO2023 raadscommissies gemeente Mook en Middelaar 2017 Art. nr.
Tekst
Nieuw Reglement van Orde
Tekst
Art. nr.
Tekst
Artikel begripsbepalingen is overgenomen vanuit VNG-model, aangevuld met de gedefinieerde bepalingen uit het RvO2017. Volgorde in Rvo2023 is alfabetisch.
Art 1
Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: a. amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; b. commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; c. commissielid: lid van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; d. commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie; e. fractievoorzitter: de leider van een fractie in een volksvertegenwoordiging; iedere politieke partij vormt een eigen fractie. f. griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; g. initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel; h. interpellatie: een verzoek om inlichtingen in de vergadering, gericht tot een of meer leden van het college of tot de burgemeester. i. motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; j. subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; k. voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; l. voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger.
Deze bepaling staat niet standaard in VNG-model. Is verder ongewijzigd overgenomen in RvO2023
Art 2
Artikel 2. De voorzitter De voorzitter is belast met: 1. het leiden van de vergadering; 2. het handhaven van de orde; 3. het doen naleven van het Reglement van Orde; 4. hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.
Kleine tekstuele aanpassing op basis van VNGmodel. Geen wijziging in de strekking.
Art 3
Artikel 3. De griffier 1. De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. 3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN 1
Artikel 1. Begripsomschrijvingen In dit reglement wordt verstaan onder:
1.a 1.b
1.c
1.d
1.e 1.f 1.g
2
voorzitter: de voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft; motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; initiatiefvoorstel: een voorstel van één of meerdere raadsleden voor een verordening of een ander voorstel; interpellatie: een verzoek om inlichtingen in de vergadering, gericht tot een of meer leden van het college van burgemeester en wethouders;
Artikel 2. De voorzitter De voorzitter is belast met:
2.1 2.2 2.3 2.4
het leiden van de vergadering; het handhaven van de orde; het doen naleven van het Reglement van Orde; hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.
3
Artikel 3. De griffier
3.1 3.2
De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig; Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad aangewezen plaatsvervangend griffier;
3.3
De griffier kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.
4
Artikel 4. De secretaris
Geen standaard bepaling in VNG-model. Overgenomen uit RvO2017.
Art 4
Artikel 4. De secretaris 1. De secretaris is standaard uitgenodigd aanwezig te zijn in de raadsvergaderingen. 2. De secretaris kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.
Ongewijzigd.
Art 6
Artikel 6. De agendacommissie 1. De raad heeft een agendacommissie. 2. De agendacommissie bestaat uit de voorzitter, griffier, gemeentesecretaris en de fractievoorzitters of hun vervangers. 3. Elke fractievoorzitter heeft één stem in de agendacommissie. 4. In de agendacommissie wordt bij besluitvorming gestreefd naar unanimiteit. 5. De vergaderingen van de agendacommissie zijn niet openbaar. 6. De agenda en de vastgestelde besluitenlijst van de vergadering van de agendacommissie zijn openbaar.
Art 7
Artikel 7. Taken agendacommissie De agendacommissie heeft tot taak: 1. Het vaststellen van de wijze van doorgeleiding van raads- en commissiestukken. 2. Het voorlopig vaststellen van de (aanvullende) agenda’s van de raadscommissie(s), de raadsinformatieavond en de raad; 3. Het bespreken en bewaken van de lange termijn agenda; 4. Verder uitvoering te geven aan de taken zoals genoemd in de artikelen 11, 34, 43, 45, 58 en 59 van dit reglement van orde. 5. Te bepalen wanneer en in welke locatie de raadscommissie, de raadsinformatieavond of raad vergadert; 6. In urgente gevallen te besluiten over ingekomen verzoeken na overleg met en mandaat van de overige raadsleden.
De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement.
HOOFDSTUK 2 DE AGENDACOMMISSIE 5
Artikel 5. De agendacommissie
5.1 5.2
De raad heeft een agendacommissie; De agendacommissie bestaat uit de voorzitter, griffier, gemeentesecretaris en de fractievoorzitters of hun vervangers; Elke fractievoorzitter heeft één stem in de agendacommissie volgens het principe “one man, one vote”; In de agendacommissie wordt bij besluitvorming gestreefd naar unanimiteit; De vergaderingen van de agendacommissie zijn niet openbaar; De agenda en de vastgestelde notulen van de vergaderingen van de agendacommissie zijn openbaar
5.3
5.4 5.5 5.6
6 6.1 6.2 6.3 6.4
6.5
Artikel 6. Taken agendacommissie De agendacommissie heeft tot taak: Het vaststellen van de wijze van doorgeleiding van raads- en commissiestukken; Het voorlopig vaststellen van de (aanvullende) agenda’s van de raadscommissie(s) en de raad; Het bespreken en bewaken van de voorlopige planning van de raad (VPR); Verder uitvoering te geven aan de taken zoals genoemd in artikel 9 lid 2, 12 en 16 van het Reglement van Orde van de raad van Mook en Middelaar; Te bepalen wanneer en in welke locatie de raadscommissie of raad vergadert;
6.6
In urgente gevallen te besluiten over ingekomen verzoeken na overleg met en mandaat van de overige raadsleden.
7
Artikel 7. Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging
Tekstueel overgenomen van VNG-model en de benoeming van wethouders opgenomen in apart artikel 9. In artikel 9 Benoeming wethouders is tevens voorzien in de verwijzing naar de verplichte VOG bij de benoeming van een wethouder per 1 januari 2023 en de mogelijkheid voor de burgemeester om de kandidaat wethouder voor de aanvang van iedere ambtstermijn aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen.
7.1
7.2
7.3 7.4
7.5
7.6
Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden en de processen-verbaal van de stembureaus; De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven, schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt; Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de verkiezingen; Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen; In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. Op de werkwijze van deze commissie is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.
Art 8 en 9
Artikel 8. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens schriftelijk advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel 9. Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet. 3.
De commissie brengt vervolgens schriftelijk advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 4. De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad.
8
Artikel 8. Fractie
8.1
De leden van de raad die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd; Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren; De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter; Indien één of meer leden van een of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of indien één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. Voor het splitsen dan wel het vormen van nieuwe fracties is geen toestemming vereist van de raad; De nieuwe indeling van de fracties wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad.
8.2
8.3 8.4
8.5
9
Artikel 9. Vergaderfrequentie
9.1
De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op donderdag overeenkomstig een door de raad vast te stellen schema raads- en commissievergaderingen. Zij vangen aan om 19.30 uur en worden gehouden in het gemeentehuis; De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg in de agendacommissie
9.2
10
Artikel 10. Oproep
10.1
De voorzitter zendt ten minste 5 werkdagen voor een vergadering de leden van de raad een oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering;
Overgenomen van model VNG aangevuld; overeenkomstig RvO2017
Art 10
Artikel 10. Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. Voor het splitsen dan wel vormen van nieuwe fracties is geen toestemming vereist van de raad. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
Overgenomen RvO2017
Art 11
Paragraaf 1. Voorbereiding Artikel 11. Vergaderfrequentie 1. De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op donderdag overeenkomstig een door de raad vast te stellen vergaderschema. Zij vangen aan om 19:30 uur en worden gehouden in het gemeentehuis. 2. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg in de agendacommissie.
Artikel 10 Oproep en artikel 11 Agenda zijn samengevoegd conform VNG-model in artikel 12 De gestelde 5 werkdagen voor de oproep is aangepast in 7 dagen aangezien de agenda en stukken voor de raadsvergadering op de donderdag voor de raadsvergadering worden gepubliceerd en daarmee verzonden aan de raadsleden; 7 dagen sluit in geval van feestdagen beter aan bij de praktijk dan 5 werkdagen.
Art 12
Artikel 12. Oproep en agenda 1. De voorzitter zendt ten minste 7 dagen voor een vergadering de raadsleden een oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. 2. De voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de oproep ter beschikking gesteld van de raadsleden. 3. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de oproep een aanvullende agenda opstellen en toezenden. Zo spoedig
10.2
De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de oproep ter beschikking van de leden van de raad gesteld.
11
Artikel 11. Agenda
11.1
In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen; Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren; Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een commissie of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen; Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.
11.2
11.3
11.4
12
Artikel 12. De wethouder
12.1 12.2
De agendacommissie kan een of meer wethouders uitnodigen om in de raadsvergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen; De bij een geagendeerd onderwerp betrokken portefeuillehouder is standaard uitgenodigd om in een vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen.
13
Artikel 13. Ter inzage leggen stukken
13.1
Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de oproep voor eenieder op het gemeentehuis ter inzage gelegd en op de website geplaatst indien deze digitaal beschikbaar zijn. De voorzitter maakt van de terinzagelegging melding in de openbare kennisgeving bedoeld in artikel 14. Indien na het verzenden van de oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden
mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 4. Op de stukken, bedoeld in het tweede en derde lid, is artikel 13, derde lid, van toepassing. 5. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld.
Artikel 10 Oproep en artikel 11 Agenda zijn samengevoegd conform VNG-model in artikel 12
Art 12
Deze bepaling is verplaatst naar artikel 5. RvO 2017 wijkt iets af van Gemeentewet (artikel 21). Is geen bepaling in VNG-model. In RvO 2023 opgenomen in lijn met Gemeentewet.
Art 5
Artikel 5. De wethouders Gelet op artikel 21 Gemeentewet is de bij een geagendeerd onderwerp betrokken portefeuillehouder standaard uitgenodigd om in een vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen.
Betreft invulling van artikel 19 Gemeentewet; bepaling op basis van RvO2017 in combinatie met VNG-model geformuleerd, ook in relatie tot artikel 14
Art 13
Artikel 13. Ter inzage leggen van stukken 1. De agenda, de daarbij behorende voorstellen en stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd en op de website geplaatst als deze digitaal beschikbaar zijn. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht. 3. a. Stukken waaromtrent op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven in
13.3
van de raad en zo mogelijk in een openbare kennisgeving; Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht; Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de leden van de raad inzage
14
Artikel 14. Openbare kennisgeving
14.1
De vergadering wordt door aankondiging in de gemeentelijke informatierubriek Ter Sprake of op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door plaatsing op de website van de gemeente ter openbare kennis gebracht; De openbare kennisgeving vermeldt: de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering alsmede de agenda; de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien; de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 19; De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden indien digitaal beschikbaar op de website van de gemeente geplaatst.
13.2
14.2 14.2.a 14.2.b 14.2.c 14.3
RvO 2017 overgenomen; spreekrecht aangepast aan nieuw model
14
Artikel 14. Openbare kennisgeving 1. De vergadering wordt ter openbare kennis gebracht door aankondiging in de gemeentelijke informatierubriek Ter Sprake of op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en langs elektronische weg door plaatsing op de website van de gemeente. 2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden. 3. De openbare kennisgeving vermeldt: a. de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering alsmede de agenda; b. de wijze waarop en plaats waar een ieder de voorlopige agenda met bijbehorende stukken kan inzien c. de mogelijkheid en aanmelden voor het uitoefenen van het spreekrecht zoals bepaald in artikel 59 bij de raadscommissies en raadsinformatieavond.
Aangepast aan VNG-model; geen wijziging in de strekking
Art 15
Paragraaf 2. Ter vergadering
Geen standaard bepaling in VNG-model; Artikel 16. Zitplaatsen overgenomen in RvO2023 De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben Definitie fractievoorzitters toegevoegd aan art 1 een vaste zitplaats, door de voorzitter, na overleg met begripsomschrijvingen de voorzitters van de in de gemeenteraad vertegenwoordigde politieke groeperingen, bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen; Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg met de in het eerste lid bedoelde fractievoorzitters;
Art 16
15
Artikel 15. Presentielijst
15.1
Tijdens de vergadering in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad de presentielijst onder verantwoordelijkheid van de griffier.
16 16.1
16.2
afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze raadsleden op verzoek inzage. (Deze bepaling is geldig tot 1 april 2023) b. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier . (Deze bepaling geldt vanaf 1 april 2023)
Artikel 15. Presentielijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld. Artikel 16. Zitplaatsen 1. De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter, bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode aangewezen, na overleg met de fractievoorzitters. 2. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg met de fractievoorzitters. 3. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen die voor de vergadering zijn uitgenodigd.
16.3
De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen die voor de vergadering zijn uitgenodigd.
17
Artikel 17. Opening, quorum en tijdsduur van de vergadering
17.1
De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal van meer dan de helft van het aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is; Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet; Uiterlijk 4 uren na de aanvang van de vergadering sluit de voorzitter de vergadering, tenzij de raad besluit langer te vergaderen. De voorzitter kondigt dit minimaal een half uur voor het einde van de vergadering aan; Indien de vergadering op basis van het voorgaande lid wordt gesloten en de onderwerpen waarvoor deze vergadering was belegd nog niet geheel zijn behandeld, wordt de behandeling tijdens de eerstvolgende reguliere raadsvergadering voortgezet, tenzij de raad anders bepaalt.
17.2
17.3
17.4
18
Artikel 18. Primus bij hoofdelijke stemming
18.1
Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de voorzitter mede bij welk lid van de raad de hoofdelijke stemming zal beginnen; Daartoe wordt meteen na opening van de vergadering bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; Bij het in lid 2 genoemde lid begint de hoofdelijke stemming
18.2 18.3
19
Artikel 19. Spreekrecht burgers
19.1
Over geagendeerde onderwerpen kunnen aanwezige burgers bij de aanvang van de vergadering het woord voeren; Het woord kan niet gevoerd worden:
19.2
Geen standaard bepaling in VNG-model; volgt uit Gemeentewet; ongewijzigd overgenomen in RvO2023
Art 17
Artikel 17. Opening, quorum en tijdsduur van de vergadering 1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de Gemeentewet vereiste aantal van meer dan de helft van het aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is. 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet. 3. Uiterlijk 4 uren na de aanvang van de vergadering sluit de voorzitter de vergadering, tenzij de raad besluit langer te vergaderen. De voorzitter kondigt dit minimaal een half uur voor het einde van de vergadering aan. 4. Indien de vergadering op basis van het voorgaande lid wordt gesloten en de onderwerpen waarvoor deze vergadering was belegd nog niet geheel zijn behandeld, wordt de behandeling tijdens de eerstvolgende reguliere raadsvergadering voortgezet, tenzij de raad anders bepaalt.
Geen standaard bepaling in VNG-model; overgenomen in RvO2023 met actualisatie naar de formulering van de startfractie en de toevoeging van de aanvang van de beraadslagingen met de startfractie.
Art 18
Artikel 18. Primus bij hoofdelijke stemming en volgorde beraadslagingen 1. Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de voorzitter mede bij welk lid van de raad de beraadslagingen en hoofdelijke stemming beginnen. 2. Daartoe wordt bij de vaststelling van de agenda in de vergadering bij loting een startfractie aangewezen. 3. Bij de in lid 2 genoemde startfractie beginnen de beraadslagingen over een onderwerp en hoofdelijke stemming in de volgorde die met de klok mee draait, dat wil zeggen in de volgorde van plaatsnemen van links naar rechts gezien vanuit de plaats van de voorzitter.
Het spreekrecht in de raadsvergadering vervalt. Overgenomen en aangepast aan de gewenste werkwijze van het Mooks vergadermodel in art 589
Art 39 en art 59
Artikel 39. Insprekers Over geagendeerde onderwerpen kunnen aanwezige inwoners bij de raadscommissie in artikel 51 tweede lid en raadsinformatieavond in artikel 51 vierde lid het woord voeren. Inspreken vindt niet plaats in de raadsvergadering. Artikel 59. Insprekers
19.2.a 19.2.b 19.2.c 19.3
19.4
19.5
19.6
over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk op de dag van de vergadering vóór 16.00 uur aan de griffier onder vermelding van naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover men het woord wil voeren; De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken indien dit in het belang is van de orde van de vergadering; Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord met een maximum van 15 minuten voor alle sprekers tezamen. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan drie sprekers zijn. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd; De spreker voert het woord nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de leden van de raad toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen inspreker en deelnemers van de vergadering.
20
Artikel 20. In ontvangst nemen van petities
20.1
De raad kan in een raadsvergadering petities van burgers in ontvangst nemen die aan de raad zijn gericht. Daartoe wordt bij de vaststelling van de agenda een agendapunt aan het begin van de vergadering ingelast; Burgers of groepen van burgers die een petitie willen aanbieden, doen hiervan uiterlijk 24 uren voor aanvang van de raadsvergadering mededeling aan de griffier;
20.2
1. Over geagendeerde onderwerpen kunnen aanwezige inwoners bij de raadscommissie in artikel 51 tweede lid en raadsinformatieavond in artikel 51 vierde lid het woord voeren. 2. Het inspreken vindt plaats bij het agendapunt. 3. Het woord kan niet gevoerd worden: a. over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; b. over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 4. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk 48 uur voor aanvang bij de vergadering aan de griffier onder vermelding van naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover men het woord wil voeren. 5. De naam van de inspreker wordt vermeld in de besluitenlijst; de contactgegevens kunnen aan de raadsleden beschikbaar worden gesteld. 6. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken indien dit in het belang is van de orde van de vergadering; 7. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord met een maximum van 15 minuten voor alle sprekers tezamen. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan drie sprekers zijn. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 8.
De spreker voert het woord nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter staat de deelnemers van de vergadering toe kort te reageren op hetgeen de inspreker heeft ingebracht en een verhelderende of verdiepende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen inspreker en deelnemers van de vergadering. 9. Op voorstel van de agendacommissie kan in de raadsinformatieavond worden afgeweken van bovenstaande en de inspreker een andere rol worden toegekend. Het recht een petitie (verzoekschrift) in te dienen Art 19 bij het bevoegde gezag is een grondrecht, artikel 5 Grondwet. Is geen standaard bepaling in VNGmodel; wel overgenomen in RvO2023 (term burger vervangen door inwoner)
Artikel 19. In ontvangst nemen van petities 1. De raad kan in een raadsvergadering petities van burgers in ontvangst nemen die aan de raad zijn gericht. Daartoe wordt bij de vaststelling van de agenda een agendapunt aan het begin van de vergadering ingelast. 2. Inwoners of groepen van inwoners die een petitie willen aanbieden, doen hiervan uiterlijk 48 uren voor aanvang van de raadsvergadering mededeling aan de griffier. 3. Een petitie wordt in ontvangst genomen door de voorzitter. De voorzitter kan toestaan dat de petitie kort wordt toegelicht.
20.3
Een petitie wordt in ontvangst genomen door de voorzitter. De voorzitter kan toestaan dat de petitie kort wordt toegelicht.
21
Artikel 21. Toehoorders en pers
21.1
De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen; Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.
21.2
22
Artikel 22. Geluid en beeldregistraties
22.1
Al hetgeen ter vergadering wordt besproken wordt op een daartoe geschikt medium opgenomen; Het audioverslag geeft feitelijk aan wat is gezegd. Op papier volstaat daarmee een ‘aangeklede’ besluitenlijst. Het audioverslag is voor iedereen te beluisteren via de website van de gemeente; De betreffende geluidsdragers zullen overeenkomstig het bepaalde in de Archiefwet worden bewaard en voor beluistering beschikbaar zijn.
22.2
22.3
23
Artikel 23. Besluitenlijst
23.1
De besluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke oproep, tenzij deze door bijzondere omstandigheden nog niet beschikbaar is; Bij het begin van de vergadering wordt, zoveel mogelijk en voor zover beschikbaar, de besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld; De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de secretaris hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen indien de besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor het vaststellen van de besluitenlijst bij de griffier te worden ingediend; De besluitenlijst moet inhouden: de namen van de voorzitter, de griffier, de secretaris, de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren; een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van
23.2 23.3
23.4 23.4.a 23.4.b 23.4.c
RvO2017 en VNG-model gelijk; ongewijzigd overgenomen
Art 38
Aan de hand van VNG-model en RvO2017 geactualiseerd naar huidige praktijk.
Art 32
Aan de hand van VNG-model en RvO2017 geactualiseerd naar huidige praktijk.
Art 33
Artikel 38. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 3. Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen Paragraaf 4. Verslaglegging; ingekomen stukken Artikel 32. Geluidsopnamen en Audio-verslag 1. Van de vergadering worden geluidsopnamen gemaakt en op een daartoe geschikt medium opgenomen. 2. De geluidsopname van een vergadering is het audioverslag dat feitelijk aangeeft wat is gezegd. 3. Elektronisch beschikbare audio-verslagen worden op de website van de gemeente geplaatst. 4. De betreffende geluidsdragers zullen overeenkomstig het bepaalde in de Archiefwet worden bewaard en voor beluistering beschikbaar zijn. Artikel 33. Besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor de besluitenlijsten van raadsvergaderingen. 2. De besluitenlijst geeft een procedureel overzicht van de vergadering. Uit een besluitenlijst blijkt in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b.
een aantekening van welke raadsleden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een overzicht van het verloop van elke stemming met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; e. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen, en f. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 22 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.
23.5
23.6 23.7
de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden De tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen en burgerinitiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen worden bij de besluitenlijst gevoegd; De besluitenlijst wordt opgesteld onder de zorg van de griffier; De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.
24
Artikel 24. Ingekomen stukken & controlelijst
24.1
Bij de raad (en raadscommissies) ingekomen stukken en de controlelijst worden op een lijst geplaatst en als onderdeel van de voorlopige agenda aan de leden van de raad toegezonden; De verzenddatum van de stukken voor de raadsvergadering als bedoeld in artikel 10, is de vervaldatum voor de lijst van ingekomen stukken en de controlelijst tot aan de volgende raadsvergadering; De terinzagelegging geschiedt zoals vastgelegd in artikel 13 van dit reglement; Een voorstel tot wijziging van de afdoening kan in de raadsvergadering worden gemeld, de raad beslist bij meerderheid.
24.2
24.3 24.4
25
Artikel 25. Spreekregels
25.1
De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter; Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken; De voorzitter, dan wel een lid van de raad, kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen.
25.2 25.3
3. De concept-besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk na de vergadering aan de raadsleden gezonden. 4. De concept-besluitenlijst wordt in de eerstvolgende vergadering voor vaststelling aangeboden. 5. Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en griffier. 6. 5. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de (concept-)besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt en op de website geplaatst. Aangepast aan huidige werkwijze mbt ingekomen stukken en controlelijst
Art 34
Niet in VNG-model; Overgenomen in artikel 21 Spreekregels en volgorde
Art 21
Artikel 34. Ingekomen stukken en Controlelijst 1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst ingekomen stukken of controlelijst geplaatst en als onderdeel van de voorlopige agenda aan de raadsleden toegezonden. 2. De lijst ingekomen stukken bestaat uit: a. ingekomen stukken/brieven; b. raadsmemo’s; c. schriftelijke vragen, alsmede de beantwoording ervan, zoals bedoeld in artikel 44; 3. De controlelijst bestaat uit: a. toezeggingen openstaand en de afdoening ervan b. aangenomen moties en de afdoening ervan 4. De agendacommissie adviseert de raad op voorstel van de griffier over de wijze van afdoening van de onder lid 2 onder a genoemde ingekomen stukken/brieven. 5. De raad stelt de wijze van afdoening van ingekomen stukken vast, te weten: voor kennisgeving aannemen, ter afdoening naar college, ter behandeling in de raadscommissie. 6. Op voorstel van een raadslid kan de wijze van afdoening door de raad worden gewijzigd. 7. De raad bepaalt of kan worden ingestemd met de afdoening van de controlelijst. Artikel 21. Spreekregels en volgorde 1. De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter. 2. Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. 3.
Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken. 4. De voorzitter, dan wel een lid van de raad, kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen. 5. De voorzitter geeft de fracties het woord in de volgorde overeenkomstig de loting in artikel 18. De volgorde waarin de leden per fractie het woord wensen te voeren wordt door de fracties zelf bepaald.
6. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid van de raad het woord vraagt over de orde van de vergadering.
26
Artikel 26. Volgorde sprekers
26.1
Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben; Via loting wordt de volgorde vastgesteld waarin de fracties in de gelegenheid zullen worden gesteld om het woord te voeren. De leden van de fractie die wordt uitgeloot mogen als eerste het woord voeren. Voor de verdere volgorde van de fracties wordt de volgorde van plaatsneming aangehouden, in de volgorde van links naar rechts gezien vanuit de plaats van de voorzitter. De volgorde waarin de leden per fractie het woord wensen te voeren mag in de fracties zelf worden bepaald; De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid van de raad het woord vraagt over de orde van de vergadering.
26.2
26.3
27
Artikel 27. Aantal spreektermijnen
27.1
De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist; Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten; Een lid mag in een termijn niet meer dan eenmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel; Het derde lid is niet van toepassing op: de rapporteur van een commissie; het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel; Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt
27.2 27.3 27.4 27.4.a 27.4.b 27.5
Niet in VNG-model; de bepalingen zijn overgenomen uit RvO 2017 in artikel 18 Primus bij hoofdelijke stemming en beraadslagingen en artikel 21 Spreekregels.
VNG-model overgenomen met aanvulling RvO2017.
Art 18 en 21
Art 20
Artikel 18. Primus bij hoofdelijke stemming en volgorde beraadslagingen 1. Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de voorzitter mede bij welk lid van de raad de beraadslagingen en hoofdelijke stemming beginnen. 2. Daartoe wordt bij de vaststelling van de agenda in de vergadering bij loting een startfractie aangewezen. 3. Bij de in lid 2 genoemde startfractie beginnen de beraadslagingen over een onderwerp en hoofdelijke stemming in de volgorde die met de klok mee draait, dat wil zeggen in de volgorde van plaatsnemen van links naar rechts gezien vanuit de plaats van de voorzitter. Artikel 21. Spreekregels en volgorde 1. De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter. 2. Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. 3. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken. 4. De voorzitter, dan wel een lid van de raad, kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen. 5. De voorzitter geeft de fracties het woord in de volgorde overeenkomstig de loting in artikel 18. De volgorde waarin de leden per fractie het woord wensen te voeren wordt door de fracties zelf bepaald. 6.
De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid van de raad het woord vraagt over de orde van de vergadering. Artikel 20. Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 3. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Het derde lid is niet van toepassing op: a. een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover; b. een raadslid dat rapporteert vanuit een commissie. 5. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
28
Artikel 28. Handhaving orde; schorsing
28.1
Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden; Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft kan de voorzitter hem gedurende de vergadering waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen; De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.
28.1.a 28.1.b 28.2
28.3
29
Artikel 29. Beraadslaging
29.1
De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen; Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.
29.2
30
30.1
Artikel 30. Deelname aan de beraadslaging door anderen De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad, de wethouder(s), de secretaris, de griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging;
Overgenomen uit RvO2017
Art 24
Artikel 24. Handhaven orde - schorsing 1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; b. een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden 2. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft kan de voorzitter hem gedurende de vergadering waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.
Betreft voorstel van orde; toegevoegd als voorbeeld aan de bepaling Voorstel van orde in art 23
Art 23
Bepaling in VNG-model; tekstueel overgenomen uit RvO2017.
Art 22
Artikel 23. Voorstellen van orde 1. De voorzitter en de raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. 2. De raad beslist hier terstond over. 3. Voorbeelden van een voorstel van orde zijn: a. De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen om over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen; b. Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is Artikel 22. Deelname aan de beraadslaging door anderen 1. De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad, de wethouder(s), de secretaris, de griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging. 2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten
30.2
Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.
31
Artikel 31. Stemverklaring
aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.
VNG-model overgenomen en “kort” uit RvO2017 toegevoegd.
Art 25
VNG-model overgenomen in RvO2023
Art 26
Artikel 26. Beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.
Art 27
Artikel 27. Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval, en ook de voorzitter dit niet verlangt, dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter (of de griffier) de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor overeenkomstig artikel 18 bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder met de klok mee (draait rechtsom aan de raadstafel) vanuit de voorzitter bezien. 5. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging.
Artikel 25. Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag kort toelichten.
Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren.
32
Artikel 32. Beslissing
32.1
Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist; Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd; Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing.
Deze bepaling gaat over de stemming en de volgorde bij amendementen; dit staat ook bij de bepaling stemming over amendementen; vervalt nu in het artikel beslissing.
33
Artikel 33. Algemene bepalingen over stemming
Aangepast aan VNG-model; overigens praktisch gelijke formulering.
33.1
De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen; In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de besluitenlijst vragen dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden; Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling; De voorzitter (of de griffier) roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 18 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst; Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming mag onthouden verplicht zijn stem uit te brengen;
32.2
32.3
33.2
33.3 33.4
33.5
Paragraaf 3. Stemmingen
33.6 33.7 33.8
De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging; Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft; De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Bemerkt een lid zijn vergissing pas nadat het volgende lid gestemd heeft, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.
34
Artikel 34. Stemming over amendementen en moties
34.1
Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd; Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement; Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht; Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.
34.2 34.3
34.4
35
Artikel 35. Stemming over personen
35.1
Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau; Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn; Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje;
35.2
35.3
6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.
VNG-model overgenomen; gelijke inhoud.
Art 28
Artikel 28. Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.
VNG-model aangevuld met RvO2017
Art 29
Artikel 29. Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht
35.4
35.5
35.5.a 35.5.b 35.5.c 35.5.d 35.5.e 35.6 35.7
Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden; Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: een blanco ingevuld stembriefje; een ondertekend stembriefje; een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt; In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter; Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.
36
Artikel 36. Herstemming over personen
36.1
Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan; Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen heeft een derde stemming plaats tussen twee personen die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben; Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.
36.2
36.3
37
Artikel 37. Beslissing door het lot
37.1
Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door
is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a. een blanco ingevuld stembriefje; b. een ondertekend stembriefje; c. een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; d. een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; e. een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt; 6. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau. 7. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.
Niet in VNG-model, volgt uit de wet; bepaling is overgenomen van RvO2017
Art 30
Artikel 30. Herstemming over personen 1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen heeft een derde stemming plaats tussen twee personen die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. 3. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.
Niet in VNG-model. Bepaling is overgenomen van RvO2017
Art 31
Artikel 31. Beslissing door het lot 1. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.
37.2 37.3 38 38.1
38.2 38.3
38.4
de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven; Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud; Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. Artikel 38. Amendementen
Artikel 39. Moties
39.1
Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen; Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend; De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats; De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld; Intrekken door de indiener(s) van de motie is mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.