CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Toelichting en Regels_Eindweg 9, Middelaar_vastgesteld.pdf

Raadsvergadering 8 april 2021, gemeente Mook en MiddelaarBij agendapunt: Bestemmingsplan Eindweg 9 Middelaar18.415 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. Het aanvullend veldonderzoek zal worden uitgevoerd voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden. Indien blijkt dat de onderzoekslocatie onderdeel uitmaakt van essentieel leefgebied, dan dient middels een ecologisch activiteitenplan een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie Limburg. Er is geen reden om aan te nemen dat, mocht een ontheffing Wnb nodig zijn, deze niet zal worden verleend. Daarmee is het plan uitvoerbaar met betrekking tot beschermde soorten. Gebiedsbescherming

Eindweg 9, Middelaar

31

De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op ca 1,4 km afstand ten noorden van de onderzoekslocatie (Sint Jansberg). Externe effecten als gevolg van licht, trilling en geluid zijn gezien de afstand tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden niet te verwachten. Gezien het verdwijnen van twee varkenshouderijen zal de stikstofuitstoot in het plangebied in de toekomstige situatie flink afnemen. De stikstofuitstoot van het gebruik van de 6 extra woningen is vele malen lager dan de uitstoot van de twee varkenshouderijen. Ook de stikstofuitstoot in de aanlegfase zal niet boven de stikstofuitstoot van het huidige gebruik als varkenshouderijen uit komen. Voorliggend initiatief heeft geen negatieve effecten vanuit gebiedsbescherming. Voorliggend plan is uitvoerbaar vanuit het aspect ecologie.

4.4

Verkeer

Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Het plangebied is en blijft ontsloten op de Eindweg. Uitgangspunt bij de ontwikkeling is om de woningen via gedeelde inritten te ontsluiten op deze weg. Door de bedrijfsbeëindiging van de twee intensieve veehouderijen en de komst van zes nieuwe woningen zal de verkeersaantrekkende werking afnemen. Voor ontwikkelingen in de gemeente Mook en Middelaar wordt aangesloten bij de parkeernormen van het CROW. Per vrijstaande woning in het buitengebied geldt een parkeernorm van 2,8 parkeerplaatsen. Per aaneengebouwde woning geldt een norm van 2,4 parkeerplaatsen. De totale parkeerbehoefte komt daarmee uit op 24 parkeerplaatsen (6*2,8 + 3*2,4). In de toekomstige situatie is er op het eigen terrein van de woningen voldoende ruimte beschikbaar om per woning drie parkeerplaatsen te realiseren. In de regels is voorwaardelijk verplicht gesteld dat de nieuwe woonfuncties pas in gebruik mogen worden genomen als voldaan is aan de parkeernorm. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect verkeer.

4.5

Cultuurhistorie en archeologie

In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken.

32

Eindweg 9, Middelaar

Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor de bescherming van archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van de Wet op de archeologische monumentenzorg zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie In het plangebied en de directe omgeving bevinden zich geen cultuurhistorische waarden waar het plan effect op kan hebben. Voorliggend plan heeft geen negatief effect ten aanzien van het deelaspect cultuurhistorie. Archeologie Om te kunnen bepalen of de toekomstige bouwwerkzaamheden van invloed zijn op de mogelijke aanwezigheid van archeologische resten in de bodem, is een archeologisch onderzoek uitgevoerd (bijlage 5).

In het onderzoek wordt gesteld dat enkele gronden ter plaatse van het bestaande bebouwingscluster in het verleden tot grote diepte zijn geroerd. Voor deze gronden luidt het advies de gronden vrij te geven en de bestaande dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' te laten vervallen. Voor alle overige gronden binnen het onderzoeksgebied geldt dat de bestaande verwachtingswaarde niet kan worden bijgesteld. Om die reden wordt de bestaande dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' voor alle overige gronden, anders dan de vrijgegeven gronden, overgenomen uit het moederplan. Daarin is een onderzoeksplicht opgenomen bij bodemverstoring dieper dan 40 cm onder maaiveld en groter dan 250 m². Tijdens een latere fase, bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen, zal indien nodig een aanvullend archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect cultuurhistorie en archeologie.

Eindweg 9, Middelaar

33

4.6

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:  het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;  het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;  het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe zal de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst afsluiten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges.

Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Deze overeenkomst zal als een separate rapportage worden opgenomen. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.

34

Eindweg 9, Middelaar

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).

Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken.  Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten;  Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik.  Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden.  Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.

5.2

Wijze van bestemmen

Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen:  'Agrarisch met waarden - Landschappelijke- en natuurwaarden', ter plaatse van de gronden achter de nieuwe woningen.  'Wonen', waarbij geldt dat per bouwvlak één vrijstaande woning is toegestaan, tenzij binnen een bouwvlak de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is opgenomen, dan geldt het ter plaatse aangegeven aantal woningen. Ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' zijn in afwijking van vrijstaande woningen ook aaneengebouwde woningen toegestaan. Bijbehorende bouwwerken dienen minimaal 3 meter achter de voorgevel van de woning geplaatst te worden. Door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting voor het realiseren en in stand houden van de elementen van het beplantingplan, is de groene inrichting en het behoud van doorzichten geborgd. Daarnaast is voor het borgen van de doorzichten op de verbeelding de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - geen achtererfgebied' opgenomen, waarmee is geregeld dat hier geen (vergunningsvrije) bouwwerken zijn toegestaan.

Eindweg 9, Middelaar

35

 

Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Deze woningen zijn mede bestemd voor ter bescherming van het archeologisch bodemarchief. Deze bestemming geldt voor het hele plangebied; Dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterbergend rivierbed'. Deze dubbelbestemming is overgenomen uit het geldende plan en geldt voor een smalle strook langs de noordelijke en oostelijke plangrens. Het doel is de bescherming van het waterbergend rivierbed van de Maas.

Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.

36

Eindweg 9, Middelaar

Hoofdstuk 6 6.1

Procedure

Algemeen

Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.

Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.

6.2

Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro

Het plan is in het kader van het wettelijk vooroverleg toegestuurd naar de relevante instanties.

6.3

Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro

Er is voor dit plan geen formele inspraakprocedure doorlopen. Het plan wordt direct als ontwerp ter inzage gelegd. De omwonenden zijn over het plan geïnformeerd. Het plan is door de buurt zeer positief ontvangen. Vanuit de directe omgeving zijn er geen bezwaren tegen het plan.

6.4

Verslag zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf maandag 11 januari 2021 gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is er één zienswijze door Rijkswaterstaat ingediend. Rijkswaterstaat verzoekt om compenserende maatregelen met een totale inhoud van 17,5 m³ te realiseren vanwege de beperkte afname van het bergend vermogen van het riviedbed door de beoogde bouwactiviteiten binnen het vergunningplichtige deel van het riviedbed. In paragraaf 3.1 is nader toegelicht op welke wijze deze compenserende maatregelen, met een totale inhoud van 17,5 m³, worden aangelegd binnen het plangebied. Daarmee komt voorliggend plan tegemoet aan de ingediende zienswijze.

Eindweg 9, Middelaar

37

38

Eindweg 9, Middelaar

Bijlagen bij de toelichting

Eindweg 9, Middelaar

39

40

Eindweg 9, Middelaar

Bijlage 1

LKM-rapport

Eindweg 9, Middelaar

41

42

Eindweg 9, Middelaar

Bijlage 2

LKM-advies

Eindweg 9, Middelaar

43

44

Eindweg 9, Middelaar

Bijlage 3

Bodemonderzoek

Eindweg 9, Middelaar

45

46

Eindweg 9, Middelaar

Bijlage 4

Quickscan Flora & Fauna

Eindweg 9, Middelaar

47

48

Eindweg 9, Middelaar

Bijlage 5

Archeologisch onderzoek

Eindweg 9, Middelaar

49

50

Eindweg 9, Middelaar

Regels

Eindweg 9, Middelaar

51

52

Eindweg 9, Middelaar

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels Begrippen

plan Het bestemmingsplan Eindweg 9, Middelaar met identificatienummer NL.IMRO.0944.Eindweg9-VA01 van de gemeente Mook en Middelaar. bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen. Aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. Aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. Afhankelijke woonruimte Een gedeelte in een hoofdgebouw en/of een bijbehorend bouwwerk dat voor andere vormen van woongebruik, niet zijnde zelfstandige bewoning, deels afhankelijk is van de voorzieningen in het hoofdgebouw. Agrarisch bedrijf Een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden en/of fokken van dieren. Archeologische waarde De aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten in het verleden. ASVV Een door de CROW uitgebracht boek met aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen. Het bevat aanbevelingen op alle mogelijke terreinen betreffende wegen binnen de bebouwde kom vanaf planvoorbereiding tot en met onderhoud, zoals dwarsprofielen, parkeervoorzieningen, verkeerdrempels, etc.

Bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bed & breakfast Een kleinschalige bedrijfsmatige overnachtingsaccommodatie voor toeristisch-recreatieve doeleinden, welke gericht is op een kortdurend verblijf en het serveren van ontbijt, gevestigd in of bij de (agrarische) woning van de bewoner die tevens eigenaar is en wordt geëxploiteerd door de bewoner. De bewoner is tijdens het nachtverblijf aanwezig. Bedrijfsmatige activiteiten aan huis

Eindweg 9, Middelaar

53

Het door de bewoner van de woning bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel, behoudens de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de bedrijfsactiviteiten. Bedrijfsgebouw Een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. Beroepsmatige activiteiten aan huis Een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. Detailhandel is niet toegestaan, behoudens de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de beroepsactiviteiten. Bestaand Bestaand gebruik en bebouwing ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan, dat krachtens een voor dat tijdstip verleende bouwvergunning/omgevingsvergunning in uitvoering is of in uitvoering kan worden genomen. Bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

Bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van bouwwerken, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. Bouwgrens De grens van een bouwvlak. Bouwperceel Een aangesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. Bouwperceelsgrens De grens van een bouwperceel. Bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. Bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

54

Eindweg 9, Middelaar

Bijbehorend bouwwerk Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak, waaronder tevens begrepen een overkapping. Cafetaria Een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van voor consumptie, al dan niet ter plaatse, bereide kleine etenswaren, met als nevenactiviteit het verstrekken van zwak- en niet-alcoholische dranken. Cultuurhistorische waarden De aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied. Dagrecreatie Vorm van recreëren die zich beperkt tot één dag (zonder overnachting), dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld kamperen en dergelijke waarbij men zich voor meerdere dagen van huis begeeft. Dakkapel Uitspringend dakraam dat op het dakvlak van een gebouw wordt aangebracht. Detailhandel Het bedrijfsmatig te koop of te huur of in lease aanbieden, waaronder de uitstalling ter verkoop, ter verhuur, ter leasing, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen respectievelijk huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

Evenement Een voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak op het gebied van sport, muziek, kunst, hobby, tuin, vrije tijd en sociaal-cultureel vlak. Gebouw Een bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. Hoofdgebouw Gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. Mantelzorg Het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband. Normaal onderhoud en beheer Werken/werkzaamheden die periodiek dienen te worden uitgevoerd ter instandhouding van de binnen een gebied aanwezige functies en waarden.

Eindweg 9, Middelaar

55

Ondergeschikt In aard en omvang of functioneel, ruimtelijk en/of architectonisch opzicht ten dienste van een hoofdfunctie/gebouw. In geval er onduidelijkheid is over ondergeschikt zijn van een activiteit kan een externe deskundige hierover advies geven. Overkapping Een bijbehorend bouwwerk zonder eigen wanden dat aan tenminste een deel van één zijde een gesloten wand kent, waaronder begrepen een carport. Peil  Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang.  Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte aansluitende maaiveld.  Indien in of op het water wordt gebouwd: de gemiddelde waterhoogte van het wateroppervlak. Prostitutie Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen vergoeding, daaronder begrepen straatprostitutie. Recreatiewoning Een gebouw, niet zijnde woonkeet, caravan, caravanbouwwerk of ander bouwsel op wielen, bestemd om uitsluitend door één of meerdere personen, die zijn/hun hoofdverblijf elders heeft/hebben, gedurende een gedeelte van het jaar te worden bewoond, met dien verstande dat er sprake is van een wisselende bewoning.

Seksinrichting De voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. Standplaats Een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats bestemd voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Inclusief bijbehorend meubilair waaronder terrassen, statafels, parasols en afvalbakken. Verbeelding De verbeelding van het bestemmingsplan 'Eindweg 9, Middelaar' bestaande uit de verbeelding en legenda. Voorgevel Gevel van een gebouw die is gelegen aan de zijde van de weg en die in ruimtelijk opzicht de voorkant van het gebouw vormt. Voorgevelrooilijn Een denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen.

56

Eindweg 9, Middelaar

Waterhuishoudkundig Met betrekking tot de aanwezigheid van (natuurlijke) bronnen, kwel of natuurlijke stroming. Weg Een voor het rij- en nader verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeergelegenheden. Woning Een gebouw of een gedeelte van een gebouw, geschikt en bestemd voor de zelfstandige huisvesting van één huishouden.

Eindweg 9, Middelaar

57

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 De dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3 De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6 De breedte van een bouwwerk De afstand tussen de ene zijkant van een bouwwerk tot de andere zijkant. 2.7 De diepte van een bouwwerk De afstand tussen de voorgevel en de achtergevel. 2.8 Afstand tot de bouwperceelsgrens Tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is.

2.9 Ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk Vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.

58

Eindweg 9, Middelaar

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Landschappelijke- en natuurwaarden

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden - Landschappelijke- en natuurwaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch gebruik; b. instandhouding, herstel en ontwikkeling van de aanwezige abiotische, natuurlijke, archeologische, landschappelijke en cultuurhistorische waarden; c. instandhouding van het oppervlaktewater; d. extensief recreatief medegebruik; e. waterhuishoudkundige voorzieningen. 3.2 Bouwregels Het bouwen van bouwwerken is niet toegestaan. 3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. wonen; b. beroepsmatige activiteiten aan huis voorzover meer dan 70 m² van de (bedrijfs)woning en/of bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt ten behoeve van de beroepsmatige activiteiten aan huis; c. bedrijfsmatige activiteiten aan huis; d. detailhandel; e. een intensieve veehouderij; f. kamperen; g. buitenopslag van goederen en materialen voor de voorgevelrooilijn; h. paardenbakken buiten het bouwvlak. i. buitenopslag buiten het bouwvlak; j. buitenopslag ten behoeve van beroepsmatige activiteiten aan huis; k.

het gebruik van bedrijfsgebouwen ten behoeve van de huisvesting van landbouwhuisdieren/dieren is slechts toegestaan indien de stikstofemissie niet toeneemt zoals op basis van vergunningen op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan is vergund. Indien een inrichting ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan niet beschikt over vergunningen op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 mag de feitelijk bestaande stikstofemissie niet toenemen. 3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden gelegen buiten de aanduiding 'bouwvlak' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen aan andere oppervlakteverhardingen met een oppervlakte groter dan 100 m2; b. het verbreden, graven, uitdiepen en/of verleggen van waterlopen;

Eindweg 9, Middelaar

59

c. d. e. f.

het ontginnen, bodemverlagen, afgraven, scheuren, ophogen of egaliseren; het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het aanbrengen of aanleggen van oeverbeschoeiingen, kaden, aanleg- en ligplaatsen of vlonders; het vellen en/of rooien of het verrichten van werkzaamheden, welke de dood of ernstige beschadiging van houtgewas ten gevolge kunnen hebben;

indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. bij de beoordeling van de werken en werkzaamheden worden de mogelijke gevolgen, zoals weergegeven in bijlage 2, getoetst; 2. het bevoegd gezag kan voor de beoordeling een daartoe bevoegd deskundige aanwijzen. 3.4.2 Uitzonderingen Het verbod van 3.4.1 geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. van zodanig geringe omvang en ondergeschikte betekenis zijn dat daardoor geen aantasting van de aanwezige waarden plaatsvindt; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het in werking treden van het plan; d. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

60

Eindweg 9, Middelaar

Artikel 4

Wonen

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van beroepsmatige activiteiten aan huis; b. tuinen en erven; c. groenvoorzieningen; d. parkeervoorzieningen; e. waterhuishoudkundige voorzieningen. 4.2 Bouwregels Voor het bouwen van bouwwerken gelden de aanwijzingen op de verbeelding alsmede de volgende bepalingen: 4.2.1 Algemeen a. Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - geen achtererfgebied' mag niet worden gebouwd en deze gronden dienen niet te worden beschouwd als achtererfgebied in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van de inwerkingtreding van dit plan; b. Nieuwe hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde mogen niet worden gerealiseerd voordat is voldaan aan het bepaalde in 4.2.5. 4.2.2 Hoofdgebouwen a. Hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. b. Per bouwvlak is 1 vrijstaande woning toegestaan; c. In afwijking van sub b. is ter plaate van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' het aangegeven aantal woningen toegestaan; d. In afwijking van sub b. zijn ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' ook aaneengebouwde woningen toegestaan; e.

De voorgevel van een hoofdgebouw dient te worden gebouwd in de naar de hoofdweg gekeerde zijde van de bouwgrens. f. De afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraag bij vrijstaande woningen en (voormalige) langgevelboerderijen minimaal 3 meter aan beide zijden; g. De breedte van een hoofdgebouw mag niet meer dan 20 meter bedragen; h. De diepte van een hoofdgebouw mag niet meer dan 15 meter bedragen; i. De goothoogte van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 6 meter en de bouwhoogte bedraagt maximaal 9 meter; j. Het hoofdgebouw dient te worden afgewerkt met een kap, waarvan de dakhelling ten minste 12° en ten hoogste 45° bedraagt. 4.2.3 Bijbehorende bouwwerken a. Bijbehorende bouwwerken dienen minimaal 3 meter achter de voorgevel van de woning geplaatst te worden; b. De goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 3,3 meter respectievelijk 6 meter bedragen; c. De maximale gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken voor zover gelegen buiten het bouwvlak mag 80 m² bedragen. d. Erkers mogen voor de voorgevel en buiten het bouwvlak worden gerealiseerd, mits:

Eindweg 9, Middelaar

61

1. 2. 3. 4.

5.

deze ondergeschikt zijn aan de hoofdbebouwing; de diepte maximaal 1,5 meter bedraagt; de breedte niet meer dan 60% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt; de hoogte niet meer bedraagt dan het vloerpeil van de eerste verdieping dan wel, als het hoofdgebouw slechts uit één verdieping bestaat, mag de hoogte niet meer bedragen dan het hoofdgebouw; de afstand tot de bestemmingen 'Verkeer' of 'Verkeer - Verblijfsgebied' tenminste 3,5 meter bedraagt.

4.2.4 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde (niet zijnde een overkapping) , gelden de volgende regels: a. De maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte voor erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen vóór de voorgevelrooilijn maximaal 1 meter mag bedragen; b. De maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3 meter; c. Per bouwperceel is maximaal 1 niet-overdekt zwembad toegestaan. 4.2.5 Voorwaardelijke verplichting nieuwbouw Nieuwe hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen de voor 'Wonen' bestemde gronden mogen pas worden gebouwd als in het kader van de waterberging binnen het plangebied compensatiemaatregelen worden getroffen met een totale inhoud van 17,5 m³. 4.2.6 Voorwaardelijke verplichting sloop woning Eindweg 11 De nieuwe beoogde woning binnen perceel 'Mook en Middelaar, Sectie C, Nummer 1834' mag slechts worden gebouwd als de binnen dit zelfde perceel gelegen woning aan de Eindweg 11, zoals nader aangegeven op de Sloopkaart Eindweg 11, is gesloopt. 4.3 Nadere eisen 4.3.1 plaats en afmetingen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a.

ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. ter waarborging van de verkeersveiligheid; d. ter waarborging van de sociale veiligheid; e. ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing en/of oppervlakteverharding; f. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding. 4.4 Afwijken van de bouwregels 4.4.1 Afdekken dak met afwijkende hellingshoek Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.2 j. voor het afwerken van de woning met een plat dak of met een dak met een dakhelling tussen de 0° en 12° of meer dan 45°, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de toegestane goot- en bouwhoogte wordt niet overschreden; b. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; c. de omgevingsvergunning leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving;

62

Eindweg 9, Middelaar

4.4.2 Afwijken bouwen voor de voorgevelrooilijn en buiten het bouwvlak en/of goot- en bouwhoogte Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.3 a. en b. en 4.2.4 a. en b. voor het bouwen van erf- en terreinafscheidingen en bijbehorende bouwwerken vóór de voorgevelrooilijn en/of buiten het bouwvlak en/of voor het realiseren van een grotere goot- of bouwhoogte, mits: a. de bebouwing past in het stedenbouwkundig beeld ter plaatse; b. de verkeersveiligheid ter plaatse gewaarborgd blijft; 4.5 Specifieke gebruiksregels 4.5.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. beroepsmatige activiteiten aan huis voorzover meer dan 70 m² van de woning en/of bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt ten behoeve van de beroepsmatige activiteiten aan huis; b. bedrijfsmatige activiteiten aan huis; c. internetverkoop activiteiten; d. permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijbehorende bouwwerken betreft; e. bewoning als afhankelijke woonruimte; f. kamerbewoning en -verhuur; g. logies-activiteiten; h. seksinrichtingen; i. buitenopslag ten behoeve van beroepsmatige activiteiten aan huis.

4.5.2 Voorwaardelijke verplichting parkeren Gebruik van de gronden met de bestemming 'Wonen' conform de bestemmingsomschrijving in artikel 4.1 is enkel toegestaan onder de voorwaarde dat in het plangebied het aantal parkeerplaatsen voldoet aan de parkeernormen uit de Parkeernota van het CROW en als zodanig in stand wordt gehouden. 4.5.3 Voorwaardelijke verplichting beplantingsplan a. Gebruik van de gronden met de bestemming 'Wonen' conform de bestemmingsomschrijving in artikel 4.1 is enkel toegestaan onder de voorwaarde dat het plangebied binnen twee jaar na het verlenen van de eerste omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning, is ingericht en in stand wordt gehouden volgens de inrichtingsprincipes uit het beplantingsplan, zoals opgenomen in bijlage 3. b. met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder a. indien: 1. het bepaalde onder door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, en; 2. voor zover op andere wijze wordt voorzien in een passende landschappelijke inpassing. 4.6 Afwijken van de gebruiksregels 4.6.1 Bedrijfsmatige activiteiten aan huis Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.5.1 b. voor de uitoefening van bedrijfsmatige activiteiten aan huis in het hoofdgebouw of bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat: a. de woonfunctie als hoofdfunctie behouden blijft; b.

medewerking bij activiteiten die vallen onder de meldings- of vergunningplicht van de Wet milieubeheer wordt slechts verleend, indien de nadelige gevolgen op woon- en leefomgeving worden gereduceerd; c. bedoeld gebruik geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; d. het bedoelde gebruik door de hoofdbewoner(s) dient te worden uitgeoefend; e. het niet betreft zodanig verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten;

Eindweg 9, Middelaar

63

f. g. h. i. j. k.

parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; de bedrijfsactiviteiten aan huis beperkt zijn tot categorie 1 en 2 bedrijven/bedrijfsactiviteiten conform de Lijst van Bedrijfsactiviteiten in bijlage 1; reclameuitingen worden bevestigd aan de voorgevel en beperkt zijn tot een afmeting van maximaal 0,5 m2; geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop in het klein in verband met bedrijfsmatige activiteiten in of bij het hoofdgebouw; ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten aan huis maximaal 70 m² van het hoofdgebouw en/of een bijbehorend bouwwerk hiervoor mag worden aangewend; buitenopslag ten behoeve van de bedrijfsmatige activiteiten aan huis niet is toegestaan.

4.6.2 Internetverkoop activiteiten Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.5.1 c. voor de uitoefening van een internetverkoop activiteiten in het hoofdgebouw of bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat: a. de woonfunctie als hoofdfunctie behouden blijft; b. bedoeld gebruik geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; c. het bedoelde gebruik door de hoofdbewoner(s) dient te worden uitgeoefend; d. het niet betreft zodanig verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten; e. parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; f. reclameuitingen worden bevestigd aan de voorgevel en beperkt zijn tot een afmeting van maximaal 0,5 m2; g. de internetverkoop op dezelfde locatie niet mag leiden tot detailhandel, waaronder verstaan wordt het met of zonder afspraak ontvangen van klanten aan huis voor bezichtiging, verkoop en/of het afhalen van producten; h. het aantal transportbewegingen met een vrachtwagen voor bevoorrading beperkt is tot 1 per week; i. er buiten de bebouwing op dezelfde locatie geen producten worden gepresenteerd; j.

ten behoeve van de internetverkoop activiteiten maximaal 70 m2 van het hoofdgebouw en/of een bijbehorend bouwwerk hiervoor mag worden aangewend.

64

Eindweg 9, Middelaar

Artikel 5

Waarde - Archeologie

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor ''Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aanwezige bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Rapport archeologische waarden Ter plaatse van de voor 'Waarde – Archeologie' aangewezen gronden dient voor bouwwerken: a. In geval van nieuwbouw groter dan de oppervlakte in onderstaande tabel vermeld en die dieper gaan dan -0,4 meter beneden maaiveld; b. In geval van uitbreiding, met een uitbreiding groter dan de oppervlakte in onderstaande tabel vermeld en die dieper gaan dan -0,4 meter beneden maaiveld, bij de aanvraag om een omgevingsvergunning een rapport te worden overlegd waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld.

Gebied* Gebieden met een zeer Gebieden met een hoge Gebieden met een hoge archeologische archeologische waarde en middelhoge waarde* hoge archeologische archeologische verwachting* verwachting* Diepte en oppervlakte Dieper dan 40 cm en met Dieper dan 40 cm en met Dieper dan 40 cm en met een oppervlakte groter een oppervlakte groter een oppervlakte groter dan 100 m² dan 250 m² dan 2.500 m² (*) zoals aangegeven op de in de bijlage 5 opgenomen gemeentelijke archeologische beleidskaart 5.2.2 Voorwaarden omgevingsvergunning Indien uit het onder 5.2.1 bedoelde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders een of meerdere voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. De verplichting tot het doen van opgravingen; c. De verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

5.2.3 Afwijking Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 5.2.1, indien de archeologische waarden van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1 Verbod Het is verboden op of in deze gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

Eindweg 9, Middelaar

65

a. b. c. d. e.

het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginningen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven, of ophogen; het rooien en/of aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; het uitvoeren van grondwerkzaamheden dieper dan 0,4 meter ten opzichte van het maaiveld, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, aanleggen van drainage en ontginnen; het aanleggen van kabels en leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand.

5.3.2 Uitzonderingen Het verbod van 5.3.1 geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden die: a. werken en/of werkzaamheden betreffen die niet dieper gaan dan -0,4 meter beneden maaiveld; b. behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; c. betrekking hebben op een oppervlakte kleiner dan de oppervlakte in onderstaande tabel vermeld; d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; e. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. Gebied* Gebieden met een zeer Gebieden met een hoge Gebieden met een hoge archeologische archeologische waarde en middelhoge waarde* hoge archeologische archeologische verwachting* verwachting* Diepte en oppervlakte Dieper dan 40 cm en met Dieper dan 40 cm en met Dieper dan 40 cm en met een oppervlakte groter een oppervlakte groter een oppervlakte groter dan 100 m² dan 250 m² dan 2.500 m² (*) zoals aangegeven op de in de bijlage 5 opgenomen gemeentelijke archeologische beleidskaart 5.3.3 Toelaatbaarheid werken of werkzaamheden De werken of werkzaamheden als bedoeld in 5.3.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van de in 5.1 genoemde doeleinden; b. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de gemeentelijk archeoloog van de gemeente Mook en Middelaar.

5.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in die zin, dat de bestemming 'Waarde Archeologie' (geheel of gedeeltelijk) van de verbeelding wordt verwijderd, als op basis van archeologisch onderzoek, dat voldoet aan de normen van de archeologische beroepsgroep, geen archeologische waarden zijn vastgesteld. Alvorens een wijziging wordt uitgevoerd wordt advies ingewonnen bij de gemeentelijk archeoloog van de gemeente Mook en Middelaar.

66

Eindweg 9, Middelaar

Artikel 6

Waterstaat - Waterbergend rivierbed

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterbergend rivierbed' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor een waterbergende functie. 6.2 Bouwregels a. Op de gronden zoals bedoeld in 6.1 mag niet worden gebouwd. 6.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6.2 en toestaan dat in de andere bestemming wordt gebouwd, mits Rijkswaterstaat is gehoord en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het belang van het waterbergend rivierbed. Hierbij wordt getoetst aan de volgende criteria: a. er is sprake van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk gewaarborgd blijft; b. er is geen sprake van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit; c. er is sprake van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandsverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is; d. de resterende waterstandseffecten of de afname van het bergend vermogen worden duurzaam gecompenseerd, waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen verzekerd zijn.

6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Verbod Het is verboden op of in deze gronden met de bestemming 'Waterstaat - Waterbergend rivierbed' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginningen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven, of ophogen; b. het verbreden, graven, uitdiepen en/of verleggen van waterlopen; c. het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen aan andere oppervlakteverhardingen; d. het rooien en/of aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen. 6.4.2 Uitzonderingen op het aanlegverbod Het in artikel 6.4.1 opgenomen verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, of werkzaamheden: a. die behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; b. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. die reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; d. waarvoor de vereiste vergunning op grond van artikel 6.5 van de Waterwet is verleend, dan wel de daarvoor vereiste melding op grond van de Waterwet is gedaan.

6.4.3 Toelaatbaarheid werken of werkzaamheden De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 6.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het belang van het waterbergend rivierbed, gehoord Rijkswaterstaat. Hierbij wordt getoetst aan de volgende criteria:

Eindweg 9, Middelaar

67

a. b. c. d.

68

er is sprake van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk gewaarborgd blijft; er is geen sprake van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit; er is sprake van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandsverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is; en de resterende waterstandseffecten of de afname van het bergend vermogen worden duurzaam gecompenseerd, waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen verzekerd zijn.

Eindweg 9, Middelaar

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 8 8.1

Algemene bouwregels

Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen

8.1.1 Ondergrondse werken Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 8.1.2 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. b. De totale oppervlakte aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan de toegestane oppervlakte aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m². c. De ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 meter onder peil. 8.1.3 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.1.2 d. voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarden dat:  de waterhuishouding niet wordt verstoord;  geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden. 8.2 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q.

bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. 8.3 Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten 8.3.1 Maximale maatvoering Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 8.3.2 Minimale maatvoering In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.

Eindweg 9, Middelaar

69

8.3.3 Heroprichting In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in 8.3.1 en 8.3.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

9.1 Strijdig gebruik a. Het is verboden gronden begrepen in dit plan te gebruiken, te doen of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemmingen. b. Het is in ieder geval niet toegestaan de hier bedoelde gronden te gebruiken, te doen of te laten gebruiken voor: 1. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; 2. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; 3. seksinrichtingen; 4. bouwwerken voor recreatieve nachtverblijven als bedoeld in artikel 3 sub 2 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, met uitzondering van de als zodanig bestemde recreatiewoningen; c. Het is verboden bouwwerken op de in het plan begrepen gronden te gebruiken, te doen of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de gegeven bestemmingen zoals aangegeven in de onderscheiden bestemmingsomschrijvingen.

9.2 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen 9.2.1 Parkeernormen In, op of onder gebouwen dan wel op het daarbij behorende terrein aan de achterzijde van de bebouwing dienen voldoende parkeerplaatsen aanwezig te zijn. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan als de parkeernormen uit de geldende ASVV worden nageleefd. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode worden gewijzigd, dient rekening te worden gehouden met de wijziging. 9.2.2 Afmetingen parkeerruimte De in artikel 9.2.1 bedoelde parkeerplaatsen moeten afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan indien de richtlijnen uit de geldende ASVV worden nageleefd. 9.2.3 Omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.2.1 indien aangetoond is dat in de directe omgeving (een straal van circa 250 meter) voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn. 9.2.4 Laden en lossen Indien het gebruik van een gebouw of gronden daar aanleiding toe geeft, dient op eigen terrein te worden voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen. 9.2.5 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van het aantal parkeerplaatsen en de situering daarvan ten behoeve van een goede parkeerbalans, de verkeerssituatie en/of het stedenbouwkundig beeld.

70

Eindweg 9, Middelaar

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

10.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van: a. de in de regels voorgeschreven maatvoering met ten hoogste 10%; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 meter; e. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvangen/of sirenemasten, wordt vergroot tot maximaal 40 meter, onder de volgende voorwaarden: 1. losse masten met hekwerken, gebouwtjes e.d. zijn alleen toegestaan:  buiten de bebouwde kom en in landschappelijk minder gevoelige gebieden, langs grote verkeerswegen en dan bij voorkeur bij parkeerplaatsen, benzinestations, knooppunten, viaducten, bedrijventerreinen en horecagelegenheden;  binnen de bebouwde kom op bedrijventerreinen en sportparken; 2.

installaties op of aan een gebouw zijn alleen toegestaan:  op hoge gebouwen; bij voorkeur op een plat dak en zo ver mogelijk van een dakrand, met dien verstande dat bijzondere en waardevolle gebouwen in beginsel geheel dienen te worden ontzien, zonodig in overleg met de monumentencommissie;  tegen gevels aan; wanneer de invloed van die installaties geen afbreuk doen aan de aanwezige kwaliteiten. 10.2 Mantelzorg Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsbepalingen voor het gebruik van een deel van het hoofdgebouw of bijbehorende bouwwerken in de vorm van aan- en uitbouwen bij een (bedrijfs)woning als afhankelijke woonruimte, met dien verstande dat: a. aangetoond moet worden dat een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit het oogpunt van mantelzorg; b. deze noodzaak niet behoeft te worden aangetoond wanneer de zorgbehoevende de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; c. op het perceel al een (bedrijfs)woning aanwezig is; d. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en bedrijven; e. per (bedrijfs)woning maximaal één afwijking ten behoeve van mantelzorg mag worden verleend; f. mantelzorg in beginsel dient plaats te vinden bij, in of direct aansluitend aan de woning, waarbij de afhankelijke woonruimte een onderlinge verbinding met de (bedrijfs)woning dient te hebben.

Het gebruik van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk als afhankelijke woonruimte is uitsluitend toegestaan indien realisering van de afhankelijke woonruimte in of aan het hoofdgebouw voor de hulpbehoevende of andere bewoner(s) onredelijk bezwarend is; g. maximaal 70 m² van het hoofdgebouw en/of bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van de mantelzorg; h. mantelzorg alleen is toegestaan in een afhankelijke woonruimte;

Eindweg 9, Middelaar

71

i. j.

het gebruik dient te worden beëindigd en de aangebrachte voorzieningen dienen te worden verwijderd, zodra de noodzaak van mantelzorg niet meer aan de orde is; de woning geen recreatiewoning betreft.

10.3 Bed & breakfast Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsbepalingen voor het gebruik van een deel van het hoofdgebouw of bijbehorende bouwwerken als bed & breakfastvoorziening, met dien verstande dat: a. de bed & breakfast betreft een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit binnen bestaande bouwmogelijkheden welke ondergeschikt is aan de hoofdfunctie wonen; b. bed & breakfast voorzieningen mogen geen onevenredige afbreuk doen aan de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen (agrarische) bedrijven en woningen; c. de bed & breakfastvoorziening mag door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet functioneren als een zelfstandige wooneenheid. Binnen de bed & breakfast is geen keukeninrichting toegestaan. Bestaande keukeninrichting binnen de bed & breakfast voorziening zal moeten worden verwijderd; d. de bed & breakfastaccommodatie mag maximaal 4 kamers bevatten; e. de totale oppervlakte mag niet meer bedragen dan 70 m². Een kamer dient een minimale oppervlakte te hebben van 12 m², exclusief sanitaire ruimte; f. bed & breakfastvoorzieningen mogen maximaal aan 8 personen tegelijkertijd verblijf bieden voor een beperkte aaneengesloten periode van gebruik voor de duur van maximaal 1 week; g. overnachting in verband met verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden arbeid is niet toegestaan; h.

de ontwikkeling mag niet leiden tot een onaanvaardbare toename van verkeers- en parkeerdruk; i. indien een bed & breakfast gevestigd wordt in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk dient tenminste 1 gevel van dit gebouw binnen een afstand van 10 meter van de woning te staan. Voor agrarische bebouwing geldt een afstand van 25 meter; j. parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. 10.4 Kleine bouwwerken van openbaar nut Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de bouw- en/of gebruiksregels voor het bouwen van kleine, niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut en voor religieuze doeleinden, zoals wachthuisjes, transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, pinautomaten, parkeervoorzieningen, afval- en glascontainers, kapellen, wegkruisen en dergelijke, met dien verstande dat: a. de oppervlakte maximaal 15 m² mag bedragen; b. de goothoogte maximaal 3 meter en de bouwhoogte maximaal 6 meter mag bedragen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=bb1e46bd-39ef-41ee-b612-8e698a75c077