Bijlage 3. Bestemmingsplan “Lindenlaan 33-45 Molenhoek”– toelichting;
Tekst van het document
De wijzigingen betreffen onder andere het hoger bouwen van een bouwwerk op een locatie waar conform het bestemmingsplan reeds bebouwing mag worden gerealiseerd. Deze gronden zijn thans reeds verhard, waardoor er geen sprake is van een toename aan verhard oppervlak. Deze gronden worden bovendien reeds gebruikt voor bedrijfsdoeleinden. De overige ontwikkelingen ter plaatse van het plangebied betreffen hoofdzakelijk het wijzigingen van de gebruiksmogelijkheden van de huidige bebouwing, waarmee geen fysieke wijzigingen aan de huidige bebouwing plaatsvinden. Gezien voorgaande zal de beoogde ontwikkeling daarom niet tot een verstoring van planten- en dierensoorten leiden. De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als opgenomen in de bijlage van de Wet natuurbescherming zullen bovendien niet opzettelijk beschadigd of vernield worden. De beoogde wijzigingen hebben derhalve geen relevante invloed op de natuur ter plaatse van de omgeving van het plangebied. 4.9.3 C o n c l u s i e
Er bestaan derhalve voor wat betreft natuur geen belemmeringen voor de planvorming. 4.10 M i l i e u e ff e c t r a p p o r t a g e
Op grond van de Wet milieubeheer is het voor projecten die mogelijk grote gevolgen kunnen hebben voor het milieu verplicht om een procedure voor de milieueffectrapportage (m.e.r.--procedure) te doorlopen. De m.e.r.-procedure is bedoeld om ten aanzien van bepaalde plannen en besluiten de milieubelangen expliciet mee te wegen bij besluitvorming. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen "m.e.r.--plichtige activiteiten" waarvoor een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld en "m.e.r.beoordelingsplichtige activiteiten" waarbij in de vorm van een m.e.r.-beoordeling moet worden afgewogen of significante negatieve gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten. In voorliggende situatie is sprake van een bedrijventerrein, niet van een industrieterrein. Derhalve is in het Besluit milieueffectrapportage in de D-lijst categorie D 11.3 "De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein.” niet van toepassing. Mogelijk vallen de R 1412-1-RA-006 34
wijzigingen wel onder categorie D 11.2 "De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.". Opgemerkt wordt dat, zoals tevens uit jurisprudentie blijkt, niet iedere mogelijk gemaakte wijziging van een stedelijke ontwikkeling, hoe ondergeschikt ook, moet worden aangemerkt als een wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. Of sprake is van een wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject hangt af van de concrete omstandigheden,de aard en de omvang van de ontwikkelingen, alsmede het karakter van de omgeving. Het plaatselijk in het plangebied verhogen van de toegestane bouwhoogte leidt niet tot een toename van het bebouwd oppervlak. De uitbreiding van het bedrijventerrein betreft slechts 1.215 m2, waarbij de woonfunctie behouden blijft. Hiervan zijn gezien het karakter van de nabije omgeving, te weten bedrijventerrein (Hoeveveld) en verkeersfuncties (Lindenlaan en spoorweg) op voorhand geen nadelige gevolgen te verwachten. Hiermee kan gesteld worden dat geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Een m.e.r.-beoordeling is hiermee niet aan de orde.
Desalniettemin kan op basis van de kenmerken van het project, de plaats van het project en de potentiële effecten van het project (zoals inzichtelijk gemaakt in voorliggend document) worden geconcludeerd dat nadelige gevolgen voor het milieu op voorhand uitgesloten kunnen worden.
R 1412-1-RA-006 35
5
Juridische planaspecten
5.1 L e e s w i j z e r j u r i d i s c h e r e g e l i n g
In deze paragraaf wordt een beschrijving gegeven van de juridische regeling van het bestemmingsplan ‘Lindenlaan 33-45 te Molenhoek’. De juridische regeling bestaat uit een verbeelding (de 'plankaart') en een set regels. De verbeelding en regels zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en dienen dan ook altijd in samenhang geraadpleegd en gelezen te worden. Deze zijn onder andere gebaseerd op het bestemmingsplan “Mook en Molenhoek”. Het voorliggende nieuwe bestemmingsplan 'Lindenlaan 33-45 te Molenhoek' voorziet in de noodzakelijke planologisch-juridische regeling om de aangegeven wijzigingen mogelijk te maken. Dit plan zal verder zo veel mogelijk identiek zijn aan, dan wel aansluiten bij het bestaande bestemmingsplan. Dat vergemakkelijkt een toekomstige integratie van het nieuwe bestemmingsplan en het bestaande bestemmingsplan in het omgevingsplan onder de Omgevingswet. Het bestemmingsplan gaat vergezeld met voorliggende toelichting. Deze toelichting heeft in beginsel geen rechtskracht. De toelichting beschrijft de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan de herziening ten grondslag liggen. Bij het opstellen van de partiële herziening van het bestemmingsplan is geconformeerd aan de systematiek van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening, welke van kracht zijn per 1 juli 2008.
Voor de bestemmingen en regels is gebruik gemaakt van de RO Standaarden 2012. De RO Standaarden 2012 zijn onder andere verankerd in de Standaard vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). De SVBP2012 regelt de standaardisering en uniformering van bestemmingen en regels. 5.2 L e e s w i j z e r r e g e l s
Bij het opstellen van de planregels is, waar mogelijk, ten behoeve van het borgen van de consistentie in wijze van bestemmen binnen de gemeente Mook en Middelaar aansluiting gezocht bij het onder paragraaf 1.3 genoemde bestemmingsplan. De regels van het bestemmingsplan zijn verdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk I: Inleidende regels
Hoofdstuk I bevat inleidende regels zoals begripsbepalingen (artikel 1) en regels voor de wijze van meten (artikel 2). Deze regels zijn noodzakelijk voor een juiste interpretatie van de bestemmingsregels. Hoofdstuk II: Bestemmingsregels
In hoofdstuk II zijn de afzonderlijke bestemmingen opgenomen die voor het plangebied van toepassing zijn. Dit is in feite de kern van de juridische regeling.
R 1412-1-RA-006 36
Voor het gehele plangebied is de bestemming 'Bedrijventerrein' (artikel 3) aan de orde. Binnen deze bestemming zijn onder andere bedrijven in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan, alsook ondergeschikte kantoren en ondergeschikte detailhandel en opslag. Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is een bedrijfswoning toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'logies voor werknemers/bedrijfswoning' is ook tijdelijke huisvesting van werknemers, stagiaires en andere aan het op het perceel gevestigde bedrijf verbonden personen gedurende een periode van maximaal 12 aaneengesloten maanden expliciet toegestaan. In artikel 4 en 5 is de dubbelbestemming Archeologie opgenomen (voor gronden met een hoge respectievelijk middelhoge verwachtingswaarde). Deze dubbelbestemmingen borgen de bescherming van mogelijke archeologische waarden in het plangebied. Hoofdstuk III: Algemene regels
Hoofdstuk III bevat algemene bepalingen (artikelen 6 t/m 10) die op het gehele plangebied van toepassing zijn: − Antidubbeltelregel; − Algemene bouwregels; − Algemene gebruiksregels; − Algemene afwijkingsregels; − Algemene wijzigingsregels. Deze algemene bepalingen zijn van belang voor een juiste interpretatie van de bestemmingsbepalingen. Hoofdstuk IV: O vergangs- en slotregels
In hoofdstuk IV zijn de overgangs- en slotbepalingen ondergebracht. In de overgangsbepalingen (artikel 11) wordt onder andere vastgelegd hoe om te gaan met het gebruik en bouwen voor zover dit in strijd is met de bepalingen van het bestemmingsplan. In de slotbepaling (artikel 12) is de benaming van het bestemmingsplan vastgelegd.
R 1412-1-RA-006 37
6
Uitvoerbaarheid
6.1 E c o n o m i s c h e u i t v o e r b a a r h e i d
Voorliggend bestemmingsplan is ontstaan uit een particulier initiatief. De kosten verband houdende met de opstelling van de plannen alsmede de uitvoering hiervan, komen voor rekening van de initiatiefnemer. Ten behoeve van het initiatief wordt tussen gemeente en initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten. Voor de gemeente zijn aan de ontwikkeling en uitvoering van onderhavig plan dan ook geen financiële consequenties verbonden. Het gemeentelijke kostenverhaal als bedoeld in artikel 6.12 van de Wro is derhalve volledig verzekerd. 6.2 M a a t s c h a p p e l i j k e u i t v o e r b a a r h e i d
De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld via onder andere de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Van belang is dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. Terinzagelegging en zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan Lindenlaan 33-45 Molenhoek is gepubliceerd op 25 mei 2023 in Het Gemeenteblad en op 9 juni 2023 in Ter Sprake. Tevens is de directe omgeving schriftelijk op de hoogte gesteld van deze planversie met mogelijkheid tot reageren. Het ontwerpbestemmingsplan is tussen 26 mei 2023 en 6 juli 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. Er zijn diverse zienswijzen op het plan binnengekomen. Middels een zienswijzennota (bijlage 2) wordt een reactie gegeven op deze zienswijzen. In het kader van de beantwoording van de zienswijzen is daarbij o.a. een nadere toelichting gegeven op de noodzaak voor het hanteren van een maximale bouwhoogte van 12 meter, alsmede is nader ingegaan op het effect van de beoogde bebouwing op de bezonning in de omgeving.
Uiteindelijk hebben de zienswijzen niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Mook, Deze toelichting bevat: 38 pagina's en 2 bijlagen.
R 1412-1-RA-006 38