Bijlage 2 Raadsvoorstel bestemmingsplan Eindweg 9 Middelaar - Zienswijzennota.docx
Tekst van het document
Zienswijzennota bestemmingsplan Eindweg 9, Middelaar Het ontwerpbestemmingsplan "Eindweg 9, Middelaar" heeft vanaf 11 januari 2021 zes weken ter inzage gelegen in het gemeentehuis van de gemeente Mook en Middelaar. Daarnaast kon het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende documenten ook digitaal worden geraadpleegd via de website 'www.ruimtelijkeplannen.nl'. Gedurende deze periode kon eenieder een zienswijze indienen op het ontwerpbestemmingsplan.
1. Lijst van zienswijzen Binnen de periode van inzage is er 1 zienswijze binnengekomen: 1. Reclamant 1 op 29 januari 2021, Rijkswaterstaat Zuid-Nederland.
2. Ontvankelijkheid zienswijzen De zienswijze is schriftelijk tijdig binnengekomen (29 januari 2021) en daarom als zienswijze ontvankelijk.
3. Beantwoording zienswijzen Onderstaand is de ingediende zienswijze samengevat en voorzien van een beantwoording. Inhoud zienswijze
Beantwoording
Het plangebied is gelegen in het waterbergend rivierbed van de Maas. In de plantoelichting is een toets opgenomen aan het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), specifiek het onderwerp Grote rivieren. Hierin is aangegeven dat het plan geen invloed heeft op het bergend vermogen van de rivier. Door het afgraven van een kunstmatige verhoging en daarmee het herstellen van het oorspronkelijk reliëf in het plangebied is aangegeven dat het bergend vermogen zelfs zou toenemen.
De benodigde compensatie ontbreekt inderdaad in het project en ontwerpbestemmingsplan. De initiatiefnemer is hiertoe in gesprek gegaan met de indiener. De uitkomst van het overleg tussen de initiatiefnemer en Rijkswaterstaat is als volgt:
De genoemde afgraving kan echter niet worden benut, omdat deze is gelegen in een deel van het rivierbed waar de vergunningsplicht niet geldt. Op grond van de verbeelding en de in de bijlage van de plantoelichting opgenomen beplantingsplan blijkt dat sprake is van verlies aan bergend vermogen als gevolg van de voorgenomen activiteiten in het vergunningplichtig deel van het rivierbed. Uit de analyse blijkt dat bij uitvoering van dat plan de compensatieopgave 17,5 m³ bedraagt.
Binnen het plangebied is voldoende ruimte om de compensatieopgave van 17.5 m³ uit te voeren. De initiatiefnemer heeft een voorstel gedaan voor de compensatie (zie de afbeelding in bijlage 1) en dit voorgelegd aan Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat is akkoord met deze aanpassing. De benodigde compensatie is vastgelegd in het definitieve bestemmingsplan. Hiertoe zijn de volgende passages opgenomen: Toelichting, hoofdstuk 3.1, pagina 14 c. Aangezien het initiatief een herontwikkeling van een bestaand terrein betreft, is er geen sprake van waterstandverhoging. Het overgrote deel van de afname van het verhard oppervlak vindt plaats ter plaatse van de gronden buiten het vergunningsplichtige deel van het rivierbed. Op basis van een berekening aan de hand van de beoogde bouwactiviteiten neemt het waterbergend vermogen binnen de vergunnigplichtige deel van het rivierbed (zeer) beperkt af. Daarom worden er compenserende maatregelen getroffen in de vorm van een waterbergingsvoorziening binnen het vergunningplichtige deel van het rivierbed, met een totale inhoud van 17,5 m³. Navolgende situatietekening toont de beoogde locatie voor de
voorziening binnen het plangebied. In de regels van voorliggend document is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is geborgd dat deze voorziening eerst gerealiseerd dient te worden, alvorens de binnen het plangebied beoogde woningen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde mogen worden gerealiseerd. Regels, artikel 4.2.5 Nieuwe hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen de voor 'Wonen' bestemde gronden mogen pas worden gebouwd als in het kader van de waterberging binnen het plangebied compensatiemaatregelen worden getroffen met een totale inhoud van 17,5 m³.
4. Wijzigingen Er zijn twee wijzigingen doorgevoerd aan de toelichting en de regels van het ontwerpbestemmingsplan: Vervangen: paragraaf 3.1, pagina 14, onder “planspecifiek”, in de toelichting van het bestemmingsplan: c. Aangezien het initiatief een herontwikkeling van een bestaand terrein betreft, is er geen sprake van waterstandverhoging of een afname van het bergend vermogen. Door het afgraven van een kunstmatige verhoging en daarmee het herstellen van het oorspronkelijk reliëf in het plangebied, neemt het bergend vermogen van het rivierbed zelfs toe. c. Aangezien het initiatief een herontwikkeling van een bestaand terrein betreft, is er geen sprake van waterstandverhoging. Het overgrote deel van de afname van het verhard oppervlak vindt plaats ter plaatse van de gronden buiten het vergunningsplichtige deel van het rivierbed. Op basis van een berekening aan de hand van de beoogde bouwactiviteiten neemt het waterbergend vermogen binnen de vergunnigsplichtige deel van het rivierbed (zeer) beperkt af. Daarom worden er compenserende maatregelen getroffen in de vorm van een waterbergingsvoorziening binnen het vergunningsplichtige deel van het rivierbed, met een totale inhoud van 17,5 m³. Navolgende situatietekening toont de beoogde locatie voor de voorziening binnen het plangebied.
In de regels van voorliggend document is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is geborgd dat deze voorziening eerst gerealiseerd dient te worden, alvorens de binnen het plangebied beoogde woningen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde mogen worden gerealiseerd. Toegevoegd: Artikel 4.2.5 Voorwaardelijke verplichting nieuwbouw, in de regels van het bestemmingsplan: Nieuwe hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen de voor 'Wonen' bestemde gronden mogen pas worden gebouwd als in het kader van de waterberging binnen het plangebied compensatiemaatregelen worden getroffen met een totale inhoud van 17,5 m³.
5. Bijlage
Situatietekening compensatie winterbed