CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Discussienotitie Agendacommissie MGR 25 januari 2022.pdf

Raadsvergadering 16 maart 2023, gemeente Mook en MiddelaarBij agendapunt: Stand van zaken samenwerking8.379 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Discussienotitie zelfreflectie AC MGR Modulaire gemeenschappelijke regeling Rijk van Nijmegen (hierna: AC MGR) Inleiding De MGR Regio van Nijmegen (hierna: MGR) is een gemeenschappelijke regeling van de zeven gemeenten in de Nijmeegse regio: Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen. De MGR is opgericht in juli 2014. Binnen de MGR kan voor uitvoerende taken worden samengewerkt in diverse thema’s. Daarvan zijn er momenteel twee. De meeste aandacht gaat uit naar het WerkBedrijf, dat zorgdraagt voor arbeidsbemiddeling in de regio. Dat is historisch verklaarbaar. Daarnaast is er het IRVN die zorg draagt voor in de informatiserings- en automatiseringsdiensten (hierna I&A) voor de gemeenten. Het Algemeen bestuur van de MGR bestaat uit 15 burgemeesters en wethouders (drie vertegenwoordigers van de gemeente Nijmegen, en twee van elk van de andere zes gemeenten), plus de directeur-secretaris (tevens directeur van het WerkBedrijf) en de Beuningse gemeentesecretaris namens alle gemeentesecretarissen. Er is ook een Dagelijks bestuur (DB). Voor het WerkBedrijf is er de Bestuurscommissie Werk (BCW), bestaande uit de portefeuillehouders Werk van de deelnemende gemeenten, de regiomanager van samenwerkingspartner UWV en de directeur van het WerkBedrijf.

Tot slot is er de AC MGR MGR (hierna AC MGR), bestaande uit raadsleden uit de deelnemende gemeenten, die ervoor moet zorgen dat de raden hun kaderstellende en controlerende rol ten aanzien van de MGR goed kunnen vervullen. Zij zijn de gesprekspartner van het DB. Op 28 september 2021 en 10 januari 2022 heeft de AC MGR MGR (hierna: AC MGR) in een tweetal sessies met een externe gespreksleider gereflecteerd op haar eigen positie en taakstelling. Dit was een vervolg op eerdere zelfreflecties van 6 juli 2015 en op 24 juni 2019. De uitkomst van deze sessies heeft geresulteerd in deze discussienotitie welke zich diende te lenen voor een dialoog met het DB van de MGR en uit-eindelijk de Raden. Het DB was voorafgaande aan de twee sessies al verzocht om een reflectie op het func-tioneren van de AC MGR. Dit is geschied bij brief van 25 maart 2021. Die brief maakte onderdeel uit van de zelfreflectie. De AC MGR heeft gezamenlijk met het DB MGR op 18 januari 2022 gereflecteerd op de notitie en de eerder genoemde brief van het DB MGR. Tijdens dit gesprek is namens het DB aangegeven dat het DB begrip heeft voor de worstelingen van de AC MGR, maar dat dit vooralsnog niet leidt tot een wijziging van het eerder ingenomen standpunt zoals verwoord in de brief van 25 maart 2021. In deze notitie komen achtereenvolgens aan de orde: 1.

Waar komt de AC MGR vandaan? Inclusief historische positiebepaling en taakstelling. 2. Feitelijke werkwijze AC MGR. Eigen beelden van de AC MGR over het functioneren. 3. Welke worstelingen en dilemma’s kent de AC volgens de AC-leden? 4. De worstelingen en dilemma’s bezien vanuit de aanstaande wijziging van de Wet Gemeenschappelijke regelingen en de Groene Metropoolregio. 5. Wat is de speelruimte van de AC MGR binnen het geldende takenpakket? Een nadere beschouwing over het takenpakket. Overschrijdt de toekomstige ambitie de huidige speelruimte van het takenpakket? 6. Beelden en standpunt DB over de AC MGR. 7. Opmaat naar de toekomst: analyse en standpunt van de AC MGR inzake positionering en rol Met vriendelijke groet,

de voorzitter van de AC MGR MGR, Rob Albersnagel

2

1. Waar komt de AC MGR vandaan? Historische positiebepaling en taakstelling. Historisch perspectief De volgende beelden van de ontstaansgeschiedenis zijn gedeeld door de AC MGR. Vóór de oprichting van de AC MGR werd de sociale werkvoorziening in de regio uitgevoerd door BREED. Over de uitvoering ontstonden geregeld issues met als gevolg een breed gedragen wens voor een grotere betrokkenheid van de Raden en informatie voor die Raden. Een aantal Raden nam het initiatief via moties en amendementen om elkaar op te zoeken voor regionaal overleg en het delen van kennis. Vanuit die positief ervaren overleggen en de wijziging van de wettelijke regeling voor de sociale werkvoorziening, die hand in hand ging met de komst van de MGR groeide dit door naar de regionale wens om een adviescommissie in het leven te roepen bij de komst van de MGR. In de MGR zelf is om die reden toen de mogelijkheid opgenomen dat er adviescommissies in het leven konden worden geroepen. Hiervoor werd dus ook gekozen. Dit kreeg zijn beslag in een formele status door de vaststelling van het Reglement van Orde (hierna: RvO) van de AC MGR. Nadien is de opbrengst van die werkwijze in de eerste vier jaar gegroeid via gesprekken met het DB en directie, het vastleggen van een informatieprotocol, een jaarplanning, de verbeterde website en de stroomlijning van de stukkenstroom.

Destijds was het pionierswerk en organisch werken, waarbij vooral is gewerkt vanuit overeenstemming tussen de leden van de AC MGR over waar de grenzen van de werkzaamheden van de AC MGR lagen. Er was een brede overeenstemming binnen de AC MGR dat het belangrijkste doel was om te streven naar “de basis op orde hebben”. Het op orde hebben van de basis betekende voor de AC MGR: de stukkenstroom vanuit het bestuur naar de raden optimaliseren (tijdig en compleet), het opstellen van een informatieprotocol en het opstellen van een jaarplanning. Dit in licht van de zorg van de Raden dat bij een afstand geplaatste uitvoeringorganisatie binnen een Gemeenschappelijke regeling dat dit niet vanzelfsprekend is. De overeenstemming binnen de AC MGR werd versterkt doordat het DB van de MGR ook het belang inzag van het op orde brengen van de stukkenstroom en het goed informeren van de raden. Dit gaf een goede gemeenschappelijke basis voor overleg en wederzijds vertrouwen tussen de AC MGR, het bestuur en de directie. Er was destijds wel sprake van een gedragen beeld dat het aanspreken van bestuurders exclusief plaats diende te vinden in de eigen afzonderlijke Raden en niet in de AC MGR.

De positionering en taakstelling van de AC MGR zoals vastgelegd in de MGR en RvO In artikel 14 van de MGR is de positionering en taak van de AC MGR als volgt nader omschreven; Het algemeen bestuur stelt een AC MGR in. Deze AC MGR bestaat uit raadsleden en is belast met: de logistieke voorbereiding en planning van de politieke besluitvorming ten behoeve van alle deelnemende gemeenteraden en het scheppen van randvoorwaarden opdat de raden de kaderstellende en controlerende taak kunnen vervullen. De taken en werkwijze van deze AC MGR staan nader omschreven in artikel 2 van het RvO voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Commissie van de MGR Rijk van Nijmegen (hierna het RvO van de AC MGR): 1. 2. 3. 4.

De taak van de Commissie is de logistieke voorbereiding en planning van de politieke besluitvorming ten behoeve van alle deelnemende gemeenteraden aan de MGR Rijk van Nijmegen en het scheppen van randvoorwaarden opdat de raden de kaderstellende en controlerende taak kunnen vervullen. De Commissie adviseert gevraagd en ongevraagd het Dagelijks Bestuur van de MGR Rijk van Nijmegen over hetgeen in lid 1 staat vermeld en over de kwaliteit van de informatievoorziening van en door de MGR Rijk van Nijmegen. De Commissie organiseert of laat organiseren op verzoek van de deelnemende gemeenteraden regionale bijeenkomsten over aangelegenheden die met de MGR Rijk van Nijmegen te maken hebben. De Commissie denkt mee over de inrichting van de regeling MGR Rijk van Nijmegen.

2. Feitelijke werkwijze AC MGR. Eigen beelden van de AC MGR over het functioneren. De volgende beelden van de huidige positie, functioneren en worstelingen van de AC MGR zijn gedeeld tijdens de zelfreflectiebijeenkomsten van de AC MGR. De leden van de AC MGR maken een onderscheid tussen hun dialoog met het DB en de gang van zaken binnen de AC MGR en hun relatie met hun achterliggende Raden.

3

Feitelijke werkwijze AC MGR Hoe werkt de agendavorming en besprekingen? De AC MGR vergadert op basis van een zogeheten door de Raden vastgesteld informatieprotocol. Daarin staan de documenten die op een X-tijdstip naar de Raden komen. Jaarstukken & tussentijdse rapportages enz. Daar is de vergadercyclus op gebaseerd qua tijdstip en inhoud, zodanig dat er nog een en ander kan worden meegegeven aan het DB MGR en de achterliggende Raden. Het eerste deel van de vergadering vindt plaats sec met de leden van de AC MGR. Daarin filtert men de gespreksthema’s voor het gesprek met het bestuur en directie, die daarna aanschuiven. De agenda’s en verslagen zijn openbaar, dus ook eerste deel. Na de vergaderingen geldt dat de leden zelf bepalen of men wel of niet, wanneer en in welke vorm terugkoppelt aan hun raden. Daarnaast organiseert de AC MGR, vaak met medewerking van de griffierskring, regionale raadsbijeenkomsten, zeg twee keer per jaar. Frequentie vergaderingen Vergaderingen in 2019: 7x, in 2020: 8x, in 2021: 6x, en ongeveer 2x per jaar regionale raadsbijeenkomsten. Kosten AC MGR De kosten bedroegen in 2019, 2020 en 2021 respectievelijk € 16.000 (2019) en € 15.000 (2020 en 2021), zijnde de kosten verbonden aan het voeren van het secretariaat. Eigen beelden van de AC MGR over het functioneren Eigen beeld AC MGR De AC MGR benoemt de volgende bijdragen in de afgelopen jaren.

• De totstandkoming van het Informatieprotocol en jaarplanning. • De tijdigheid en kwaliteit van de tussentijdse rapportages en jaarstukken. • De organisatie van de regionale bijeenkomsten. • De transparantie en structuur van de website. • De gevoerde dialoog met het DB en directie. Wel bestaansrecht, maar discussie over wat de AC MGR moet doen of laten. De AC MGR heeft het beeld dat na de beginjaren er nu een omslagpunt is bereikt waarin alle oorspronkelijke ambities qua tijdigheid en kwaliteit van de stukken gewaarborgd lijken en een vraag resteert wat de meerwaarde is of kan zijn van deze AC MGR. Er bestonden twee uitersten van opvattingen in deze discussie. Enerzijds meende men dat wat bereikt is slechts behouden kan blijven bij een voortdurende scherpte en dialoog vanuit de AC MGR. Dat wat bereikt is heeft dan het oog op de tijdigheid en kwaliteit van de stukken, het volgen van het Informatieprotocol en de jaarplanning. Het feit dat de AC MGR economisch de wind mee heeft zegt niets over de vraag of dat zo maar kan veranderen. Dit vergt een voortdurende dialoog. De andere opvatting was gelijk aan die van het DB, die net zoals de AC MGR de toegevoegde waarde zag van de AC MGR, maar dat we thans de inzet en rol van de AC MGR wel kunnen afschalen.

De opvatting van de AC MGR bewoog zich tussen beide uitersten, met het algemene beeld dat de AC MGR haar bestaansrecht verworven en verdiend heeft en in beginsel moet blijven voortbestaan. Dit stond los van de beschouwingen over wat de AC MGR behoort te doen of te laten, de frequentie en wat daarvoor benodigd is. Bij deze beelden behoorde ook de discussie over de frequentie van de vergaderingen, alsmede de span of control van de delegatieleden. Er zijn bestaan meer gemeenschappelijke regelingen. Een beschouwing of discussie over de hoeveelheid vergaderingen en welke mate van diepte men kiest, op basis van inhoud of proces, zal ook moeten worden bezien vanuit het vraagstuk van hoeveelheid gemeenschappelijke regelingen waaraan raadsleden participeren of hun aandacht voor wordt gevraagd. Betrokkenheid Raden Er bestaan verschillen in de mate van betrokkenheid van de afzonderlijke Raden. Enerzijds is het beeld dat in sommige gemeenten ‘men teveel vertrouwt op de kennis en mening van het desbetreffende delegatielid’ en de interesse slechts dan er zal zijn als er financiële claims opdoemen. De zienswijzen op de jaarstukken worden dan in de meest vergaande gevallen als hamerstuk afgedaan. Ook krijgt de terugkoppeling vanuit de

4

delegatieleden onvoldoende platform, citaat: “als punt 28 op de agenda voor agendapunt 29 de rondvraag”. Door een aantal delegatieleden is aangegeven dat zij niet bij machte zijn de beschreven cultuur te veranderen. Bij andere gemeenten bepalen en krijgen de delegatieleden zoveel als nodig de gelegenheid tot het informeren van hun Raad op een door hen gewenst tijdstip en met de tijd die benodigd is. Wijchen en Nijmegen gaan daarin het verst. In Nijmegen zijn de lokale tussenrapportages van Werk & Inkomen afgestemd op de informatiestromen vanuit de MGR, in het bijzonder van het WerkBedrijf teneinde doelmatigheid van de besprekingen te waarborgen. 3. Worstelingen en dilemma’s AC MGR De volgende worstelingen en dilemma’s kwamen naar voren uit de sessies van 28 september 2021 en 10 januari 2022, mede in het licht van het standpunt van het DB van de MGR. Inhoud versus proces: De AC MGR ervaart breed een worsteling met het in absolute zin wegblijven van de inhoud. Men vindt dat de AC MGR haar bestaansrecht ontleent aan het waarborgen van het proces en de tijdige, kwalitatief hoogwaardige informatie voor de Raden. Echter men vindt óók dat juist de waarborging van de controlerende en de kaderstellende rollen van de Raden op enigerlei wijze kan en zal raken aan de inhoud, althans dat daar niet in absolute zin van ‘weggebleven’ kon worden.

Het raakt aan de taken van de AC MGR zoals het: 1. het scheppen van randvoorwaarden opdat de raden de kaderstellende en controlerende taak kunnen vervullen. 2. De Commissie adviseert gevraagd en ongevraagd het DB van de MGR Rijk van Nijmegen over hetgeen in lid 1 staat vermeld en over de kwaliteit van de informatievoorziening van en door de MGR Rijk van Nijmegen. De vraag is of je kunt wegblijven van de inhoud als je de kwaliteit moet borgen van de stukken. De discussie over de inhoudelijke versus de procesmatige insteek van AC MGR lijkt te worden belemmerd door het abstracte gehalte van deze termen. Voorts geldt er een kritische kanttekening vanuit het DB en directie MGR over de inhoudelijke benadering. Voorts helpt de historische context van de inhoudelijke ambities en inbreng van individuele ex-leden in het verleden ook niet in een scherpe discussie over dit vraagstuk. Om die reden heeft er een discussie plaatsgevonden over een aantal casussen juist met het oog om scherpte te krijgen in de discussie. De volgende voorbeelden werden besproken: a) Ziekteverzuim: Dit is op verzoek van de AC MGR qua toelichting zwaarder in de jaarstukken en de voortgangsrapportages gekomen. Het DB MGR duidt de interventie van de AC MGR op dit thema als te vergaand, te inhoudelijk.

Uit de gevoerde discussie binnen de AC MGR blijkt dat vóór de inhoudelijke interventie pleit dat slechts het noemen van een cijfer de Raden onvoldoende in staat stelt om hun controlerende en kaderstellende rollen te vervullen. Een zorg welke bevestigd wordt door de evaluatie van het WerkBedrijf waarin wordt vermeld dat het ziekteverzuim toeneemt conform landelijke trend, maar hoger ligt dan het landelijk gemiddelde. Daar wordt door de AC MGR op genuanceerd dat de gekozen bewoordingen in een dialoog met het DB nauw luisteren en dit een eigen verantwoordelijkheid vraagt van de leden van de AC MGR. Een aanhef van een vraag zoals “hoe staat het met het ziekteverzuim” kent sneller een niet-legitieme connotatie van inhoud dan de vraag “u geeft een bepaald ziekteverzuimcijfer, wij verwachten van onze Raden vragen over de duiding daarvan en of u daar beheersmaatregelen voor onderneemt”. De bewoordingen “gij zult…” dienen daarbij vermeden te worden. b) Blueview en detacheringsfaciliteit: Het DB MGR had op 13 februari 2020 besloten om een samenwerkingsrelatie tussen het WerkBedrijf (onderdeel Sociale Werkvoorziening SW) en de werkgever BlueView te intensiveren door bij Blueview circa 350 werknemers extra te detacheren bij Blueview. Dit was niet aan de Raden gecommuniceerd.

Het DB MGR had wel het voornemen dit te bespreken met de AC MGR, maar dat gesprek zou plaatsvinden nádat het AB van de MGR al een besluit zou hebben genomen over dit voornemen. Omdat het als besluit zou worden voorgelegd aan het AB MGR, ging dit vraagstuk kennelijk verder dan sec een inhoudelijke bedrijfsvoeringsbesluit en werd het politiek. Deze gemeenschappelijke regeling voorziet immers in belangrijke besluiten te laten verlopen via het AB, omdat daarin bestuurders zitting hebben die ter verantwoording kunnen worden geroepen door hun afzonderlijke Raden. Dan moeten die Raden wel (a) weten welke besluiten het AB gaat nemen (b) tijdig geïnformeerd worden daarover

5

om daarover een mogelijke dialoog op te starten. Anders had het DB MGR gewoonweg kunnen besluiten en het AB kunnen informeren. Het is om die reden dat de AC MGR een brief van dit voornemen heeft verzonden naar de achterliggende Raden, zodat zij desgewenst met hun vertegenwoordigende bestuurder het gesprek hierover zouden aangaan voordat die een standpunt zou innemen in het AB. Het DB van de MGR vindt dit een voorbeeld waarbij de AC MGR een te vergaande inhoudelijke rol op zich nam. Juist op basis van het hiervoor beschrevene kan ook gesteld worden dat de keus voor besluitvorming via het AB MGR de inhoudelijke politisering heeft mogelijk gemaakt, waarbij een rol van bemoeienis over het proces door de AC MGR in een ander, gerechtvaardigder daglicht kan worden geplaatst. c) De inhoud van de coronacrisis: Ook hiervan vindt het DB MGR dat de dialoog van de AC MGR te inhoudelijk was. Dit onderwerp is niet letterlijk aan de orde geweest in de AC MGR tijdens de zelfreflectie. Echter het raakt wel aan bepaalde bespiegelingen. Aangegeven is dat bij Raden een latente behoefte bestaat aan de vroegtijdige duiding van mogelijke grotere risico’s voor de gestelde grotere beleidskaders aan welke de MGR uitvoering dient te geven. Risico’s voor die uitvoering kunnen zodanig zijn dat die de gestelde kaders en de wijze van controle kunnen beïnvloeden.

Naarmate concreter wordt dat die risico’s zich kunnen of zullen voltrekken kan gesteld worden dat de AC MGR een kritische dialoog mag voeren met het DB of en hoe de Raden daarover geïnformeerd worden. Dat is iets anders dan dat de AC MGR kwalificerende uitspraken doet over de kwaliteit van die informatievoorziening. Het verband tussen COVID en de meest kwetsbare SW’ers is daarbij evident. Enigerlei dialoog hierover of en hoe de Raden meegenomen worden in de ontwikkelingen, anders dan hetgeen is afgesproken in het Informatieprotocol lijkt dan ook legitiem. Aldus is er overigens ook gesproken met het DB van de MGR. In dat licht is aangegeven wanneer en hoe Raden hierover geïnformeerd zouden worden. Onbekend is of en in hoeverre de informatie ook er zou zijn gekomen zonder de door de AC MGR ingezette dialoog daarover. Tegenover dit standpunt zou het DB kunnen inbrengen dat als er belangrijke wijzigingen plaatsvinden zij hoe dan ook, los van de rol van de AC MGR, gehouden zijn het AB en de achterliggende Raden te informeren. Dat om die reden het bevragen door de AC MGR niet aan de orde zou zijn. d) Evaluaties: Het gaat daarbij om: −

De detacheringsfaciliteit Blueview: Het DB heeft aangekondigd dat men eind 2021 met een tevredenheidsonderzoek onder de SW-medewerkers op de Boekweitweg en Tarweweg, waarbij de ervaringen en het werkplezier van SW-medewerkers in de (beschutte) groepsdetachering een onderwerp is.

−

Het evaluatieonderzoek naar de I&A-functie in de regio. Tot op heden bestaat er onduidelijkheid over het proces en hoe de Raden geïnformeerd worden hierover. De noodzaak daartoe is des te groter, omdat de IRVN minder in de belangstelling staat van de Raden, en dit het gevolg kan zijn van het gebrek aan fundamentele discussies over de IRVN. Als zich dan een evaluatie aandient dan lijkt het raadzaam de AC MGR pro-actief te laten meedenken over het onderzoek en proces voor informeren van de raden.

−

Evaluatieonderzoek WerkBedrijf oktober 2021. De evaluatie van het WerkBedrijf is op 18 mei 2021 besproken met het DB en directie. Daarbij is vanuit de AC MGR aan N. Derks, als lid van het DB meegegeven dat positief wordt aangekeken tegen een reflectie na vijf jaar samenwerking gemeenten en WerkBedrijf. Wat heeft het WerkBedrijf betekend, welke groei is doorgemaakt, hoe hebben werkgevers het ervaren? Cliëntenraden werden ook van belang geacht. Hoe is de samenwerking met hun, hoe ervaren zij het. Als die erin terugkomen, maak dan inschatting, doe een voorstel van onderzoek, ook binnen financiële mogelijkheden, met een goede balans, naar de Raden. Dan moeten zij hun rol pakken. Dhr. N. Derks heeft als lid van het DB het verzoek van de AC MGR aldus samengevat: U stelt dus voor een onderzoeksopdracht te formuleren en die aan de Raden voor te leggen? De voorzitter heeft hier bevestigend op geantwoord. Het lijkt ons goed input of opmerkingen bij de raden op te halen. De voorzitter gaf tevens het volgende aan. Je kunt ervoor kiezen en dat wordt ook geadviseerd de onderzoeksopdracht via een infobijeenkomst te presenteren aan de Raden, wellicht fysiek of digitaal, of hybride. Het gesprek en opmerkingen tijdens zo’n bijeenkomst worden dan verwerkt in de onderzoeksopzet.

De gemaakte afspraak werd als volgt in het verslag opgenomen: bestuur & directie bespreken procesvoorstel in AB van de MGR en/of maken een opzet voor een informatiebijeenkomst over de onderzoeksopdracht voor de Raden uit de regio. In de vergadering van de AC MGR van 20 september wordt deze afspraak bij monde van de voorzitter van het DB MGR teruggedraaid, omdat de onderzoeksopdracht al gegund is en de onderzoekers al bezig zijn. Op zichzelf staat het, het DB de ruimte om op haar schreden terug te keren na hun overleg

6

en zoveel is ook wel gebleken. Echter daarmee is de discussie of het proces anders had gemoeten en de rol van de AC MGR, alsmede de ogenschijnlijke tegenstrijdige uitspraken van leden van het DB MGR daarin nog niet geslecht. Tevens is daarmee onduidelijk gebleven in hoeverre de aanbevelingen van de AC MGR zijn meegenomen in de onderzoeksopdracht van het WerkBedrijf. Bij de andere twee evaluaties is de AC MGR in geheel niet gekend of dit beantwoordt aan de wensen van de afzonderlijke raden, of dat er bij de Raden mogelijkerwijs nog meer onderzoeksvragen spelen, noch zijn de leden in staat gesteld die wensen of op te halen of mee te geven voor de plannen van aanpak. Verrijking van de onderzoeksopdrachten door Raden is daarmee onmogelijk gemaakt. Het uitdragen van en informeren van de eigen Raden op hetgeen er aan gaat komen is eveneens niet mogelijk. Daarmee ontstaat er een dilemma of de non-betrokkenheid van de AC MGR. Doet die non-betrokkenheid juist recht aan een wensbeeld van wegblijven van de inhoud op dit tijdstip of leidt dit juist tot afbreuk aan een vroegtijdige betrokkenheid van de Raden. Ook hierin zit een zekere mate van verwevenheid van proces en inhoud welke zich zou kunnen afspelen binnen de waarborging van de kaderstellende en controlerende rol van de Raden. Het DB MGR kiest daarbij evident met een scherper standpunt voor het eerste uitgangspunt.

Juist bij een evaluatie van een WerkBedrijf kan men echter ook de mening zijn toegedaan dat die zwaarder raakt aan de beoordeling van de effectiviteit van een uitvoeringsorganisatie die de beleidsmatige ambities moet waarmaken van de regio en waarvoor platweg betaald wordt. Juist om die reden kan van een rol van de Raden, bij de totstandkoming van de onderzoeksopdracht een grotere democratische legitimiteit uitgaan dan van een opdrachtverstrekking die louter verloopt via de uitvoerende organisatie zelf. Bij de evaluatie van de Informatisering en Automatisering-functie door PricewaterhouseCoopers in de regio komt daar nog een complexiteit bij, namelijk dat de opdrachtverstrekking aanvankelijk verliep via de regio-gemeentesecretarissen. Dat gremium is in tegenstelling tot het DB MGR geen natuurlijke gesprekspartner van de AC MGR, maar het thema kan dat wel vereisen. De gekozen scope van de PWC-evaluatie is bestuurlijk van aard namelijk hoe er door de gemeenten in de iRvN/MGR wordt samengewerkt en wat de opties voor de toekomst zijn. Mogelijke raakvlakken met de discussie over het functioneren van de AC MGR liggen daarmee voor de hand. 4. De worstelingen en dilemma’s bezien vanuit de aanstaande wijziging van de Wet Gemeenschappelijke regelingen en de Groene Metropoolregio.

Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen De bestaande wet gemeenschappelijke regelingen (hierna GR) ligt ten grondslag aan de MGR. De wet is inmiddels ook goedgekeurd door de 1e Kamer. De Wijzigingswet introduceert onder meer een aantal aanpassingen van c.q. aanvullingen op de bestaande instrumenten die de Raden en individuele raadsleden kunnen gebruiken om de eigen controlerende en kaderstellende rol bij gemeenschappelijke regelingen beter in te vullen en om de democratische legitimatie van de besluitvorming binnen een gemeenschappelijke regeling te vergroten. Voor meer bijzonderheden, zie BIJLAGE 2. De wetswijziging gaat ervan uit dat de mate van controle op een gemeenschappelijke regeling per regeling kan verschillen. Een regeling die puur gericht is op bedrijfsvoering of uitvoering vraagt immers om een ander soort betrokkenheid van gemeenteraden dan een regeling waar ook beleidsvoorbereiding of zelfs (strategische) beleidskeuzes zijn belegd. Dat draagt, naar de mening van de regering, bij aan een bewuste keuze en biedt meer waarborgen voor adequate controle door de raden van de deelnemende gemeenten. Een constatering die ook raakt aan het verschil in belangstelling voor enerzijds het WerkBedrijf, anderzijds de IRVN.

Niet dat daarin een expliciete politieke keus is gemaakt voor een mindere controle en kaderstelling, maar het feitelijke gebrek aan belangstelling voor de IRVN kan deels ook zijn verklaring vinden in het ‘beleidsarme’ karakter daarvan. De aandacht voor de uitvoering door het WerkBedrijf steekt daarbij contrastrijk af. Gesteld zou kunnen worden dat het feit dat de uitvoering betrekking heeft op een kwetsbare doelgroep leidt tot een verdergaande betrokkenheid en interesse van Raden of in ieder geval de delegatieleden van de AC. Dat gegeven draagt het gevaar

7

in zich dat men bovenmatig in de inhoud geïnteresseerd kan zijn, wat van invloed kan zijn op de rolvastheid. In het meest vergaande geval mengt men dan de eigen persoonlijke kennis en betrokkenheid op zodanige wijze dat voor een DB of de achterliggende Raden niet meer helder is of iets een persoonlijke of gedragen standpunt is vanuit de AC MGR. Voorts krijgt vanuit die affiniteit het WerkBedrijf proportioneel meer aandacht dan de IRVN. Een fenomeen die vanuit de historische ontstaansgeschiedenis valt te verklaren, maar wel lang blijft echoën. Op zichzelf is niets mis met vergaande betrokkenheid of een focus op het wel en wee van een bepaalde doelgroep. Dat kan een politieke keus zijn. Echter binnen het takenpakket van een AC MGR dient er wel een gemeenschappelijk beeld te zijn waar die zijn begrenzing kent. Een grens die ergens getrokken wordt tussen inhoud en proces. Indien de negatieve beelden van het overschrijden van die grenzen in de afgelopen jaren op het netvlies blijft hangen zal men minder geneigd zijn open te staan voor de zuivere discussie over inhoud versus proces. De Groene Metropoolregio De Groene Metropoolregio (hierna (GMR) kent ook een Regionale Agendacommissie (hierna RAC GMR). Deze is ingesteld door het AB van de GMR. De RAC GMR moet nog vorm krijgen.

De regeling laat bewust ruimte voor de raadsleden om hieraan een eigen invulling te geven voor wat betreft frequentie, onderwerpen en werkvormen, zodat de functie van de RAC GMR zich gaandeweg kan ontwikkelen. De RAC GMR kan hier zelf vorm en inhoud aan geven. De speelruimte lijkt daarmee groter dan die van de AC MGR. Omdat de RAC GMR wordt ingesteld door het AB van de GMR is sprake van een fundamenteel onderscheid ten opzichte van de AC MGR. Die is immers bedoeld als een eerste adviescommissie voor het DB van de MGR. Verwacht mag worden dat van de adviezen van de RAC GMR een zwaarder gewicht uitgaat, omdat bij het niet opvolgen van de adviezen de volgende stap een kritische bespreking in de afzonderlijke gemeenteraden van de respectievelijke vertegenwoordigende bestuurders uit het AB sneller in het verschiet lijkt te liggen. Al met al gaat de vergelijking met de taakstelling van de AC MGR dan om die reden niet op. Voor meer bijzonderheden zie BIJLAGE 5. 5. Wat is de speelruimte van de AC MGR binnen het geldende takenpakket? Een nadere beschouwing over het takenpakket. Overschrijdt de toekomstige ambitie de huidige speelruimte van het takenpakket? 1.

De taak van de Commissie is de logistieke voorbereiding en planning van de politieke besluitvorming ten behoeve van alle deelnemende gemeenteraden aan de MGR Rijk van Nijmegen en het scheppen van randvoorwaarden opdat de raden de kaderstellende en controlerende taak kunnen vervullen. De logistieke kant van de stukkenstroom vindt naar mening van het DB en de AC MGR inmiddels naar volle tevredenheid plaats. Het over de jaren aangescherpte informatieprotocol, jaarplanning en toelichtingen op de jaarstukken en de vormgeving en kwaliteit van de informatie dragen hieraan bij. Het is wel een vraagstuk met welke intensiteit de commissie om die reden dit nog dient te waarborgen. Het scheppen van de randvoorwaarden zodat Raden hun kaderstellende en controlerende rol kunnen vervullen raakt in ieder geval aan de inhoud. Enerzijds is het zo dat een MGR zich op de uitvoering richt en om die reden een terughoudende opstelling vergt van de AC MGR, anderzijds bieden juist de voorbeelden die het DB MGR schetst aanknopingspunten om een discussie te voeren over de vraag of het ‘wegblijven van de inhoud’ altijd in absolute zin gerechtvaardigd is. Een discussie die een verdieping of nuancering kan opleveren van het principiële DB-standpunt over iedere vorm van inhoudelijke benadering.

De roep om een scherper gesprek aan de hand van de gegeven of andere voorbeelden kan in ieder geval bijdragen aan over en weer levende beelden en verwachtingen.

2.

De Commissie adviseert gevraagd en ongevraagd het DB van de MGR Rijk van Nijmegen over wat in lid 1 staat vermeld en over de kwaliteit van de informatievoorziening van en door de MGR Rijk van Nijmegen. Hetgeen hiervoor is verwoord over het spanningsveld tussen inhoud en proces in relatie tot de kaderstellend en controlerende rollen van de Raden geldt onverkort en wellicht in nog sterkere mate voor deze taak. Kwaliteit van informatievoorziening kan eng geduid worden in de zin van dat wordt voldaan aan het informatieprotocol en de jaarplanning. Breed geduid raakt het echter snel aan de inhoud. De huidige vormgeving van de inhoud van de tussentijdse rapportages en de jaarstukken kwamen in ieder

8

geval, - los van de eigen ambitie van het DB MGR - , mede tot stand vanuit de wensen van de AC MGR voor een zo hoog mogelijke graad van leesbaarheid. 3.

De Commissie organiseert of laat organiseren op verzoek van de deelnemende gemeenteraden regionale bijeenkomsten over aangelegenheden die met de MGR Rijk van Nijmegen te maken hebben. Zowel voor de AC MGR als het DB MGR geldt dat die bijeenkomsten waardevol zijn gebleken voor de Raden. Uit de signalen van de achterliggende Raden blijkt dat ook de onderlinge ontmoeting en kennismaking als een toegevoegde waarde wordt gezien. Het DB is van mening dat de AC MGR meer gezamenlijke onderwerpen kan aandragen. Het DB MGR meent wel dat de toegevoegde waarde van de AC MGR inzake de organisatie van de regionale bijeenkomsten is afgenomen door de inzet van de griffiers uit de regio. Hiervan kan de suggestie uitgaan dat die griffiers ook bepalen dat en welke bijeenkomsten worden belegd. Raadsgriffies faciliteren de wensen van de Raden. In het RvO van de AC MGR staat beschreven dat het AC MGR bepaalt of en welke bijeenkomsten worden belegd. De suggestie dat raadsgriffies dat deels hebben overgenomen doet geen recht aan de autonome positie en rol van de Raden en die van de AC MGR. Wel verrichten griffies logistiek het nodige werk voor de bijeenkomsten.

4.

De Commissie denkt mee over de inrichting van de regeling MGR Rijk van Nijmegen. Er wordt bij deze taakstelling niet vermeld met wie wordt meegedacht. Het ligt in de rede dat de inrichting van de MGR, maar ook de toekomstige besluitvorming over de reikwijdte van de wijziging van de Wet GR bij uitstek een thema is dat behoort bij de Raden van de afzonderlijke gemeenten. Immers zij waren bevoegd tot de instelling van de MGR, zo ook mogelijke wijzigingen daarop. De door de Raden vastgesteld beleid en kaders voor de uitvoering dienen leidraad te zijn voor de uitvoering die binnen de MGR geschiedt. Het kan wel zo zijn dat een DB MGR daar bovenmatig in geïnteresseerd in is. Omdat een dergelijke discussie gevolgen kan hebben voor hun werkwijze en uitvoering, maar dat op zichzelf maakt niet dat het meedenken zou moeten geschieden met het DB MGR. Het meedenken van de AC MGR kan in dat opzicht alleen gezien worden in de richting van de Raden of desbetreffende colleges van B&W die mogelijke raadsvoorstellen daarover voorbereiden. Gezien de mogelijkheden die de wijziging van de Wet GR biedt vergt dit een pro-actieve rol van de AC MGR in het onder de aandacht brengen van de verschillen ten opzichte van de huidige werkwijze van de MGR en de mogelijkheden die de wijziging van de Wet GR biedt.

6. Beelden en standpunt DB over de AC MGR Opvatting DB Het DB van de MGR heeft bij brief van 25 maart 2021 gereflecteerd op het functioneren van de AC MGR (BIJLAGE 1). Kort samengevat komt dit neer op het volgende: − Het DB vindt dat zij moeten investeren om alle leden van de commissie op een gelijkwaardig informatieniveau te krijgen. Het is niet altijd duidelijk of de inbreng van een commissielid een inbreng is van de gehele (lokale) gemeenteraad of een persoonlijke inbreng is. − Het DB vindt dat de AC MGR verschuift van proces naar inhoud. Volgens het DB is inhoud voorbehouden aan de Raden in gesprek met de verantwoordelijk wethouder. − Het DB vindt dat zowel de website als het Informatieprotocol inmiddels goed functioneren. − Het DB meent dat het initiatief van de raadsgriffiers de toegevoegde waarde van de AC MGR MGR heeft verlaagd voor de organisatie van de regionale informatiebijeenkomsten. − Het 'procedureel monitoren van afspraken van het informatieprotocol' daarin zien zij naar de toekomst een mindere rol weggelegd voor de AC MGR. Vanwege het goede functioneren daarvan zien zij daarin een taak weggelegd voor het bestuur. − Het wel of niet bevorderen van de beleidsinhoudelijke voorbereiding van voorstellen, daarin ziet het DB noch een taak van het DB, noch van de AC MGR.

− Omdat het informatieprotocol en de informatieproducten goed zijn vormgegeven en de regionale raadsbijeenkomsten tweemaal per jaar worden georganiseerd, kan wat het DB betreft hun deelname aan uw vergaderfrequentie omlaag.

9

7. Opmaat naar de toekomst: analyse en standpunt van de AC MGR inzake positionering en rol Het vraagstuk van wat de toekomst zou moeten zijn van de AC MGR is in hoge mate bepaald door het vraagstuk van het proces versus de inhoud. Het spanningsveld tussen een inhoudelijke versus een procesmatige benadering kan beschouwd worden vanuit een historisch perspectief. Vervolgens kan er ook gekeken worden naar wat tot op heden de feitelijke taakvervulling was van de AC MGR en of dat raakte aan of verschoof naar de inhoud. Verder of de huidige taakomschrijving en positie ruimte biedt voor een inhoudelijke advisering. Voorts langs de lijn van de toenmalige platformdiscussie, de Groene Metropoolregio en de wijziging van de wijziging van de Wet Gemeenschappelijke regelingen. Vanuit deze perspectieven geldt dat uit de zelfreflectie van de AC MGR een sterke wens naar voren komt om een ‘betekenisvolle’ rol te spelen voor hun Raden. Het historisch perspectief is duidelijk. De AC MGR is in het leven geroepen om de tijdige en kwalitatief hoogwaardige informatie te waarborgen naar de Raden om hun kaderstellende en controlerende rol waar te maken. Dit gold met name in de richting van het WerkBedrijf. De MGR biedt onderdak aan uitvoeringsorganisaties en uitvoering behoort op afstand te staan van de Raden. Terughoudendheid ten opzichte van die uitvoering is op zijn plaats.

Het historisch perspectief met de focus op het WerkBedrijf heeft er ongetwijfeld aan bijgedragen dat de achtergrond van deelname aan de AC MGR ingegeven werd vanuit specifieke kennis van en betrokkenheid bij het wel en wee van de doelgroep van het WerkBedrijf. Daar ligt mogelijk de basis voor een minder scherpere focus ten aanzien van de IRVN. Tegelijkertijd is het echter ook zo dat er vanuit de MGR lange tijd weinig aandacht voor de IRVN is geweest en de raden in verschillende jaren bijna uitsluitend via de jaarrekening en de begroting is geïnformeerd over de voortgang. Vanuit de specifieke zorg voor de doelgroep van het WerkBedrijf zijn er voorbeelden geweest van een zodanig vergaande vorm van betrokkenheid dat het verschil tussen een persoonlijke opvatting en de kaderstellende positie die de delegatieleden dienen in te nemen niet altijd scherp waarneembaar was. Dit is de waarneming geweest van de AC MGR, het DB, maar ook van bepaalde Raden. De dialoog die zich vanaf juli 2014 tussen het DB en de AC MGR heeft plaatsgevonden kende naast het spanningsveld tussen proces en inhoud ook gezamenlijke successen waarvan beide zich bewust zijn. Zowel het Informatieprotocol, de Jaarplanning, de kwaliteit van de informatie- en jaarstukken zijn het positieve resultaat van die gezamenlijke inzet en voortdurende dialoog. Dat geldt ook voor de regionale bijeenkomsten.

De successen en goede informatiestromen leiden bij het DB tot de conclusie dat het ‘wel een onsje minder kan’. De rol en inzet van de AC MGR kan afgeschaald worden. Dit standpunt was voor de AC MGR nog geen vanzelfsprekendheid. Maar het nodigde wel uit tot een scherpere zelfreflectie. Een reflectie met als vertrekpunt de huidige positie en taakstelling van de AC MGR. Vanuit de positie kan er af- op opgeschaald worden of gekozen worden voor het behoud van de huidige positie en werkwijze.

10

Tegen deze achtergrond heeft de AC MGR zich gebogen over de volgende vragen. − Doen we de dingen goed? − Doen we de goede dingen? − Wat kunnen we doen (binnen de opdracht)? − Wat willen we doen (binnen de opdracht)? − Willen we buiten de grenzen van onze opdracht? Om deze vragen te kunnen beantwoorden zijn een vijftal scenario’s beschouwd (zie bijlage 4): A. Afschalen (= zoekrichting van het DB MGR) B. Doorgaan op dezelfde weg C. Andere rolneming en nieuwe werkwijzen (binnen de bestaande opdracht) D. Naar een nieuwe, ruimere opdracht voor de AC MGR E. Naar een heel andere aanpak zonder AC MGR Standpunt AC MGR positie en rolinvulling AC MGR Voor de AC MGR geldt dat de opties A, B en E niet de voorkeur hebben. De AC MGR is van mening dat zij nog steeds een bestaansrecht heeft met dezelfde frequentie van vergaderen. Het feit dat zaken goed lopen en het gegeven dat de MGR een voorbeeld is voor andere gemeenschappelijke regelingen, is géén reden om op de lauweren te rusten. Er zijn voorbeelden van andere gemeenschappelijke regelingen die niet beschikken over een AC MGR, waar het jarenlang rustig was, maar door actuele ontwikkelingen het bestaan van een AC MGR wel als een voordeel zou gelden. Het behoud van het relatief hoog niveau van de informatievoorziening is mede debet aan de goede voortdurende dialoog van de AC MGR met het DB MGR.

Dit geldt in tijden dat er het nodige speelt, maar evenzeer in tijden dat het soepel verloopt. Juist, omdat als er iets gaat spelen, het opschalen naar een grotere betrokkenheid van de Raden eenvoudiger is dan wanneer dit dat geschiedt vanuit een stevig fundament van een voortdurende dialoog dan vanuit een afgeschaalde vorm. De voorkeur van de AC MGR gaat uit naar de varianten C en D. Hierbij geldt de volgende context. Variant C gaat uit van de huidige taakstelling zoals omschreven in het RvO van de AC MGR. Het gaat uit van een ambitie om het gesprek met het DB en directie te verbeteren. Daarbij is de inzet gericht op het voeren van een gesprek en een informatie-uitwisseling en een mogelijke bijsturing voor de AC MGR die gericht is op het versterken van de kaderstellende en controlerende rollen van de Raden. Alhoewel daarbij het uitgangspunt leidend blijft dat politieke discussies en vraagstellingen voorbehouden zijn aan de Raden en hun verantwoordelijke bestuurders, wordt eveneens geconstateerd dat in absolute zin niet altijd weggebleven kan worden van de inhoud. Juist bij de invulling van de kaderstellende- en controlerende rollen van de Raden kan niet altijd de inhoud worden vermeden. De casuïstiek die de revue is gepasseerd biedt de ruimte daar genuanceerd naar te kijken. Genuanceerder dan het huidige standpunt van het DB van de MGR.

Daarbij dient het uitgangspunt wel te zijn dat het een uitvoeringsorganisatie betreft waarbij het inherent is dat Raden zich op afstand bewegen. Een scherpe dialoog met het DB MGR kan het beste plaatsvinden aan de hand van die casuïstiek. Daarbij kan met een schuin oog gekeken worden naar de Wijzigingswet Gemeenschappelijke regelingen die de ruimte biedt voor het stellen van directe inhoudelijke vragen van individuele raadsleden aan het DB MGR. Informatie dient gegeven te worden, zonder enig filter van kaderstelling of controle van Raden, het Informatieprotocol of de Jaarplanning, of regionale relevantie. Filters die de AC MGR nu wel zou moeten waarborgen. Tot slot is de totstandkoming van evaluaties en het proces van informeren van de Raden bij evaluaties en de rol van de AC MGR daarbij besprekenswaardig. De Wijzigingswet Gemeenschappelijke regelingen maakt de opdracht-verstrekking voor evaluaties door de Raden expliciet mogelijk. Bij die bevoegdheid zal geen sprake zijn van discussies over het proces en de onderzoeksopdracht. Die ligt dan ook bij de Raden. Echter bij de thans voorliggende evaluaties van het WerkBedrijf en de IRVN zijn de Raden van de regio op geen enkele wijze gekend in de onderzoeksopdracht of het te volgen proces. In dit licht kan ook de vraag gesteld worden aan het DB of de AC MGR wel altijd de juiste vragen stelt.

Bijvoorbeeld waarom wel ziekteverzuim, maar geen vragen naar de resultaten? Een scherpe dialoog daarover zou het DB MGR en de directie ook kunnen helpen voor het maken van kwalitatieve hoogwaardige informatie- of besluitvormingsdocumenten. De doelmatigheid wordt daarmee vergroot. Dat dit nauw luistert beseft men zich. Men bepleit wel een open houding van het DB daarin. In die zin wordt gesproken ‘over het gunnen’ van voldoende speelruimte om die dialoog aan te gaan. Een speelruimte die als zodanig in de afgelopen periode niet altijd als zodanig werd ervaren, noch in inhoud, noch in toon. De toon en kleur leiden er ook toe dat er vanuit een deel van de AC MGR ook een duidelijke tendens waarneembaar is voor de optie D of een optie C+. De

11

kern van een optie C+ en/of D is dat men nog niet het breed gedragen gevoelen heeft dat het DB zonder meer bereid is tot het voeren van de hiervoor weergegeven geambieerde dialoog. Om die reden kan dit leiden tot een verschuiving van de voorkeur om zaken te verbeteren binnen het bestaande RvO van de AC MGR, naar een wijziging van het RvO zelf. Zodanig dat de bevoegdheid tot het gevraagd en ongevraagd inhoudelijk adviseren expliciet verankerd wordt in het RvO. Daarbij is niet gezegd dat de discussies over wat wel of niet te ver voert als gespreksthema’s daarmee ultimo geslecht wordt, maar het voeren van een gesprek daarover sneller formeel gelegitimeerd is. De volledige optie D ziet op het voorbeeld van de GMR. Daarin adviseert de AC MGR aan het AB van de GMR. Dat voert naar mening van de AC MGR op dit moment te ver. Men heeft een voorkeur voor een voortzetting van de dialoog met het DB en directie, volgens een deel van de AC MGR zo nodig vastgelegd in het RvO. Daarbij neemt men in overweging dat de GMR wezenlijk afwijkt van de MGR omdat de strategische thema’s van de GMR veel inhoudelijker, strategischer en bovenal in ontwikkeling zijn dan de op de uitvoering gerichte beleidsarmere takenpakket van de MGR.

Ook dit laatste vraagt om een nuancering, omdat bijvoorbeeld uit de recent vrijgegeven evaluatie van het WerkBedrijf een strategische keus naar voren komt voor een sec bemiddelingsbedrijf gericht op uitstroom of (vooral) als een mensontwikkelbedrijf. Een strategische keus die volgens de AC MGR zeker niet gezien mag worden als beleidsarm en een keus waarin de Raden zeker gekend moeten worden. Indien met een schuin oog gekeken wordt naar de evaluatie van het WerkBedrijf dan neemt de AC MGR waar dat in die evaluatie een potentieel spanningsveld verwoord is. Enerzijds bestaat vanuit het WerkBedrijf de uitgesproken wens dat, - met het oog op de continuïteit van de dienstverlening en de regionale samenwerking -, het belangrijk is als gemeenten zich blijvend verbinden aan de regionale samenwerking binnen WerkBedrijf. Daarbij horen een meerjarige opdracht en meerjarige financiële middelen. Een zekere politieke ‘rust’ is nodig voor een uitvoeringsorganisatie om efficiënt te kunnen blijven opereren. Dat zou betekenen dat de Raden meer afstand zouden moeten nemen in plaats van de continuïteit van de bedrijfsvoering te belemmeren door jaarlijks bij te sturen in de daarvoor bestemde budgetten en het formuleren van lokale wensen. Anderzijds staat daartegenover dat de verantwoording door WerkBedrijf voor verbetering vatbaar is.

Er bestaat vanuit gemeenten een latente behoefte aan een meer kwalitatief diepgravender verantwoording waarmee duiding wordt gegeven op vragen als: Hoe duurzaam is de uitstroom? Welke verhalen hoor je van kandidaten? Welke tussenstapjes zetten kandidaten op weg naar werk? De verantwoordingcijfers die het WerkBedrijf heeft geleverd aan de onderzoekers over prestaties – kennen hun beperkingen. De AC MGR meent dat het creëren van extra afstand van de Raden en/of gemeenten, al dan niet met het oog op ‘een zekere politieke rust’, op zichzelf niet vreemd is als verzoek van een uitvoeringsorganisatie. Het kan echter slechts dan aan de orde zijn als sprake is van kwalitatieve goede verantwoordingsinformatie. De kaderstellende- en controlerende rollen van de Raden vereisen dit. Vanuit de Raden kan gesteld worden dat zo lang die voorwaarde niet is vervuld er altijd sprake zal zijn van politieke zorgen en bemoeienis en een vergaande betrokkenheid. Het is juist binnen die worsteling en opgave dat de AC MGR zichzelf een positie toedicht die tegemoet komt aan de zorgen van de Raden. Een verbindende rol waarbij men geacht wordt in de rolneming een scheiding te kunnen aanbrengen in een persoonlijke, lokale of regionale opvatting.

De keus voor een dialoog met het DB en/of directie van de MGR in plaats van het AB zit daarin dat men het beeld heeft dat de AC MGR dan aan de voorkant van het proces zit. Daar waar gespreksthema’s nog niet volledig zijn dichtgetimmerd. Daar waar de rol van de Raden nog voldoende belichting kan krijgen. Voor een kwalitatief goede dialoog zijn twee partijen vereist. De AC MGR is zich hiervan bewust en heeft hun eigen rolinvulling om die reden dan ook kritisch beschouwd. Een goede verstandhouding van de AC MGR met het DB van de MGR vraagt om een zelfbewuste taakvolwassen houding. Een rolinvulling waarbij een AC MGR niet alleen komt ‘halen’ bij het DB, maar ook pro-actief komt ‘brengen’. Hiervoor is een bepaalde politiekbestuurlijke sensitiviteit vereist waarbij signalen uit het eigen netwerk en eigen Raad naar het juiste abstractieniveau kunnen worden vertaald die zich lenen voor bespreking met het DB. Het vraagt om het kunnen spreken met een bepaald gezag en autoriteit. Men moet in staat worden gesteld om het ‘mandaat’ van de eigen raad waar te maken. Hierbij zijn kleurverschillen zichtbaar van de diverse gemeenten qua kennis en betrokkenheid van de Raden. In sommige gevallen is slechts dan sprake van interesse van de Raden in een gemeenschappelijke regeling, als er incidenten plaats vinden. Dit is niet anders bij de MGR.

Die verminderde interesse kan bij de MGR ofwel teniet worden gedaan of juist vergroot door het bestaan van de AC MGR. Bij sommige gemeenten wordt de interesse en betrokkenheid van de Raad in stand gehouden of zelfs vergroot

12

door de terugkoppelingen of agenderingsbereidheid van de delegatieleden. In andere gemeente moeten delegatieleden die interesse en betrokkenheid meer ‘ophalen’. Het feit dat er een AC MGR is, kan er toe leiden dat een Raad het gevoel heeft dat men ontzorgd is, omdat er toch een raadslid is die ‘voor ons de boel in de gaten houdt’. Als dat gepaard gaat met een verminderde betrokkenheid en kennis dan kan er een negatieve spiraal optreden dat zo’n delegatielid in een vacuüm terecht komt waarbij er onduidelijkheid optreedt in zijn of haar mandaat van de Raad. Dat belemmert het met gezag en autoriteit positie innemen binnen de AC MGR. Er is hiervoor geen eenduidige oplossing. Wat kan helpen is dat Raden zich bewust moeten zijn dat sec de afvaardiging van een raadslid naar de AC MGR onvoldoende is om die rol waar te maken. Een agendalid van de AC MGR moet in staat worden gesteld op de geëigende tijdstippen het juiste gesprek te voeren met zijn of haar eigen Raad over zaken die spelen in de AC MGR. Het niet bieden van dat comfort leidt tot een groeiend gevoel van onbehagen en afbreuk doen aan de positie, gezag en autoriteit van het desbetreffende delegatielid. De AC MGR is ook van mening dat affiniteit met de doelgroepen van het WerkBedrijf kan helpen in het verkrijgen van gezag en autoriteit.

Al met al ambiëren de delegatieleden van de AC MGR een betekenisvolle invulling van hun rol en de taak van de AC MGR. De opstelling van het DB, directie en hun eigen Raden is daarin wezenlijk, maar ook hun eigen invulling daarvan. De eigenschappen van een delegatielid De AC MGR komt tot de volgende belangrijke kenmerken voor een lidmaatschap van de AC MGR. − Maakt onderscheid tussen hoofd- en bijzaken. − Beschikt over analytische vaardigheden − Is ervaren en heeft voldoende bestuurlijk-politieke omgevingsbewustzijn. − Heeft affiniteit met het werkveld of taakstelling van de MGR. Een te vergaande betrokkenheid of kennis kan evenwel belemmerend werken voor innemen van de positie. − Kan kernachtig terzake van de verschillende thema’s formuleren. − Weet verbinding te maken en te behouden met denkbeelden en opvattingen van de eigen Raad, maar slaat ook bruggen tussen de andere leden van de AC MGR. en naar het DB De randvoorwaarden voor een effectief lidmaatschap van de AC MGR − Kwalitatieve hoogwaardige ondersteuning van zelfbewuste griffies en secretariaat. − Bij voorkeur een secretariaatsvoering die zich uitstrekt voorbij de verkiezingen in verband met de continuering van kennis.

− Commitment aan de tijdsinvestering en een zekere inhoudelijke verdieping Epiloog De AC en DB en directie van de MGR hebben op 18 januari 2022 een gesprek met elkaar gevoerd over de brief van het DB van 25 maart 2021 en onderhavige gespreksnotitie. Vanuit het Dagelijks Bestuur MGR was bestuurslid Nick Derks aanwezig. Nick heeft het standpunt van het Dagelijks Bestuur mondeling nader toegelicht, zoals deze is verwoord in de brief van het DB aan de Agendacommissie d.d. 25 maart 2021. Aanvullend is nog aangegeven dat de Agendacommissie eventuele technische vragen (namens de Raden) bij officiële stukken van de MGR kan meegeven, zodat deze in vervolgstukken (of door de organisatie op andere wijze) beantwoord en verduidelijkt kunnen worden. Nijmegen, 25 januari 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=c029ee09-f612-4c15-a4ad-5981521937aa