CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2. Beantwoording technische vragen agendapunt 6

Raadsvergadering 5 oktober 2023, gemeente Mook en MiddelaarBij agendapunt: Ter kennisneming de adviezenlijst van de Algemene commissie 27 september1.088 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen VVD

1. Er wordt veel over uittreding gesproken, maar hoe gaat het bij toetreding? De wetswijziging ziet o.a. op aanscherping van de uittredingsregeling. Voor wat betreft de toetredingsregeling: deze behoeft niet aangescherpt te worden. Het is wel zo dat toetreding betekent dat de GR wordt gewijzigd. Door de huidige wetswijziging is het noodzakelijk dat de raden dan de mogelijkheid krijgen een zienswijze in te dienen. Dat is momenteel niet het geval. Optioneel : meer specifiek: toetredingsbepaling BsGW (zie artikel 30) is alleen tekstueel aangepast. Zelfde geldt voor de RUD (artikel 34). Voor wat betreft VRLN: zie artikel 35: toetreding is slechts mogelijk na wijziging van de indeling van gemeenten in regio’s als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de Veiligheidsregio’s.

2. Welke wijzigingen bovenop de wettelijke wijzigingen zijn van ons van belang? Omdat de regelingen toch gewijzigd moeten worden als gevolg van de wetswijziging zijn ook een aantal andere zaken voor alle regelingen meegenomen. Dit betreft - wijzigingen voortvloeiend uit de Wet Normalisering rechtspositie ambtenaren van 1 januari 2020 (geen directe gevolgen voor ons) - wijzigingen voortvloeiend uit de Wet elektronische publicaties (technische bepaling waarin is aangegeven waar je de regeling elektronisch moet publiceren) - nieuwe archiefbepalingen (voor alle deelnemers van belang) Verder zijn er per regeling nog aanvullende wijzigingen. Deze zijn veelal juridisch van aard en zijn derhalve wel van belang, maar hebben weinig of geen impact op onze gemeente. Dit betreft de bijlagen 3a t/m c.

3. Wie ziet er op toe dat het schema op pag. 5 van 58 ook nauwgezet gevolgd wordt? Dit gebeurt in afstemming met de GR’en door regiocoördinatoren en griffiers. Er is sprake van 2 raadsmomenten: eerst de zienswijze. Deze komt 5 oktober in de raad, waarmee we binnen de termijn blijven. In november/december worden deze verwerkt. Tweede moment (toestemming) is in het voorjaar van 2024. Naar verwachting de raad van april. We zitten dan ruim voor deadline van 1 juli 2024 Naast de Limburgse regelingen zullen er straks ook Gelderse regelingen moeten worden aangepast. Daar is eveneens een gezamenlijk traject gevolgd, maar dan met de gemeenten in de lead. Getracht wordt om deze regelingen ook gelijktijdig aan u voor te leggen. Naar verwachting zullen de raden in december om een zienswijzen worden gevraagd. Het tweede deel (toestemming) kan naar verwachting ook in april worden geagendeerd.

4. Er komt een regionale onderzoekscommissie, zo lijkt het. Is dit correct gelezen? Nee, dit is niet correct. De wetswijziging maakt het mogelijk dat een regionale onderzoekscommissie wordt ingesteld. Dit is een heel zwaar middel waarvan naar verwachting weinig gebruik van zal worden gemaakt; alleen wanneer er echt hele grote problemen zijn. Zo’n commissie kan dan onderzoek doen naar het gehele door het samenwerkingsverband gevoerde bestuur. Het is wel noodzakelijk dat alle raden unaniem hierover moeten beslissen. Het instellingsbesluit moet het onderwerp van het onderzoek

omschrijven en toelichten. Je zou idd kunnen zeggen dat het een enquete in regionale vorm is.

5. Er wordt voorgesteld om een regionale adviescommissie in te voeren. Of een agendacommissie? Het is niet juist dat wordt voorgesteld om een adviescommissie of een agendacommissie in te voeren. De wetswijziging maakt het alleen mogelijk dat een regionale adviescommissie wordt ingesteld. Het was al mogelijk om een agendacommissie in te stellen. De gemeenschappelijke regelingen hoeven hiervoor niet te worden aangepast. Ook hier is vereist dat de raden unaniem hierover moeten beslissen.

6. Het tijdspad zal voor alle raden van groot belang zijn om tijdig van informatie te worden voorzien. Op welk moment wordt daarover een besluit genomen? De actieve informatieplicht brengt met zich mee dat alle raden tegelijkertijd worden geïnformeerd door de GR. Dit is niet meer afhankelijk van de colleges. Bij zienswijzen geldt de 12 weken termijn. Daarnaast vinden er voorafgaand of gedurende de zienswijzeprocedure regionale raadsbijeenkomsten plaats of worden de raden middels memo’s nader geïnformeerd. Zowel de regiocoördinatoren als de griffiers zorgen ervoor dat de raden goed gepositioneerd worden.

7. Krijgt iedere GR een eigen onderzoekscommissie? Of 1 voor alle GR’en? Zoals onder 4 vermeld komt er alleen een onderzoekscommissie als raden hiertoe unaniem besluiten. Mocht dat het geval zijn dat betekent dat voor iedere GR een eigen onderzoekscommissie.

8. Op pag. 37 van 58 wordt voorgesteld om een rac in te stellen, opdat onderwerpen zachter kunnen landen. Heeft men het hier niet over een adviescommissie, aangezien een agenda-commissie alleen toeziet op een correcte agenda en infovoorziening aan de raad, los van de inhoud van een voorstel? Opmerking is begrijpelijk, temeer daar wij bij de GMR en MGR een agendacommissie kennen die zich met de agenda bezighoudt en niet inhoudelijk. Het zachte landen ziet ook niet zozeer op de inhoud van de stukken als wel op de tijdige aanlevering en een goede positionering van de raad.

9. In het hele stuk worden de verschillende commissies door en voor de raad met verschillende benamingen door elkaar heen gehaald. Kan dit aangepast worden? Naar het oordeel van het college worden deze benamingen niet door elkaar gehaald en wordt er een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de verschillende commissies . Mocht het op onderdelen naar uw oordeel onjuist zijn, dan vernemen wij graag waar dit exact is vermeld. Wij zullen Boels Zanders dan hiervoor benaderen.

10. In artikel 10.2 is ervoor gekozen om het stemrecht te verdelen op basis van kosten die een gemeente ontvangt. Is dit juist? Deze bepaling staat reeds in de betreffende GR en onder deze condities zijn wij ook toegetreden. Wordt nu niet gewijzigd.

In artikel 10 lid 2 is het volgende bepaald: Het stemrecht van een lid wordt gebaseerd op het aandeel in de kosten van de BsGW van de deelnemer die dat lid vertegenwoordigt, zoals dat voortvloeit uit der actuele begroting. Dat betekent hoe groter je aandeel in de kosten is, hoe groter het stemrecht.

11. Geldt dit ook wanneer de BsGW geld tekort komt en de raden hen van extra geld moeten voorzien? De stemverdeling heeft betrekking op het aandeel in de kosten zoals vermeld in de begroting en niet op de jaarrekening. Wanneer de BsGW geld tekort komt, dan wordt dit het tekort in rekening gebracht conform de verdeelsleutel die is afgesproken bij de begroting. Verdeelsleutel is oa gebaseerd op de productie-omvang van de deelnemers op basis van o.a. aantal aanslagbiljetten. Dus minder productie betekent minder bijdragen in de extra kosten. Zie ook begroting BsGW 2024, bijlage 5.

12. Wat betekent dit voor M&M en haar inwoners? Omdat we kleiner zijn dan de overige Limburgse deelnemers zal onze bijdrage in het tekort ook kleiner zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=371a338a-93c2-4e52-9a7d-c3ef5f8ab12d