Bijlage 1b ontwerpbestemmingsplan Molenhoek Zuid_toelichting.pdf
Tekst van het document
blad 34 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Molenhoek Zuid Gemeente Mook en Middelaar Projectnummer 474506
gevaar), richtafstanden genoemd tussen verschillende bedrijfstypen en omgevingstype 'rustige woonwijk' of 'rustig buitengebied', waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Indien sprake is van het omgevingstype 'gemengd gebied', dan kunnen de richtafstanden – zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat en het functioneren van bedrijven – met één afstandsstap worden verlaagd. Een 'gemengd gebied' is een gebied met matige tot sterke functiemenging. In de onderstaande tabel worden de richtafstanden van de milieucategorieën ten opzichte van omgevingstype weergegeven.
Tabel 5.2 Bedrijven en Milieuzonering richtafstanden Toetsing De volledige toets is opgenomen als Bijlage 6. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van circa 250 woningen in de gemeente Mook en Middelaar. De woningen worden gerealiseerd in de nabijheid van diverse reeds aanwezige bedrijven. De woningen zijn in deze de gevoelige objecten en de bedrijven de milieubelastende activiteiten in het kader van Bedrijven en milieuzonering. Rustige woonwijk / Gemengd gebied Het plangebied kan deels bestempeld worden als omgevingstype 'rustige woonwijk' en deels als 'Gemengd gebied'. Ten noordoosten van het plangebied is de kern Molenhoek gelegen, aan de oostzijde van het plangebied bevinden zich de meest nabij gelegen (agrarische) bedrijfsbestemmingen. Voor het merendeel van het plangebied geldt dan ook dat het bestempeld wordt als omgevingstype 'rustige woonwijk'. Voor het deel van het plangebied gelegen aan de N271 geldt dat dit direct langs de hoofdontsluiting is gelegen en daarmee sprake is van een gemengd gebied. Aan de Rijksweg 2 is een agrarische bestemming gelegen. In de bestemming agrarisch is eveneens bedrijvigheid mogelijk. De agrarische activiteiten betreffen kassen. In de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn 'kassen' weergegevens als milieucategorie 2.
Conform de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' geldt voor dergelijke bedrijven een afstand tot gevoelige bestemmingen van 30 meter (gebaseerd op milieucategorie 2). Aangezien het omgevingstype 'gemengd gebied' betreft mag getoetst worden aan één categorie lager. De richtafstand tot gevoelige bestemmingen is daarmee 10 meter. Het agrarische perceel is gelegen op circa 10 meter van de woningbouwontwikkeling. Derhalve wordt ter plaatse van de woningen voldaan aan de richtafstanden. Aan de Rijksweg 10 is een bedrijfsbestemming gelegen. Het bestemmingsplan laat bedrijfsactiviteiten toe voor zover die voorkomen in de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 2. Conform de VNG-brochure 'Bedrijven en blad 35 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Molenhoek Zuid Gemeente Mook en Middelaar Projectnummer 474506
milieuzonering' geldt voor dergelijke bedrijven een afstand tot gevoelige bestemmingen van 30 meter (gebaseerd op milieucategorie 2). Aangezien het omgevingstype 'gemengd gebied' betreft mag getoetst worden aan één categorie lager. De richtafstand tot gevoelige bestemmingen is daarmee 10 meter. Het bedrijfsperceel is gelegen op circa 10 meter van de woningbouwontwikkeling . Derhalve wordt ter plaatse van de woningen voldaan aan de richtafstanden. Aan de Spijkerweg 2 is een bedrijfsbestemming gelegen. Het bestemmingsplan laat bedrijfsactiviteiten toe voor zover die voorkomen in de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 2. Conform de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' geldt voor dergelijke bedrijven een afstand tot gevoelige bestemmingen van 30 meter (gebaseerd op milieucategorie 2). Aangezien het omgevingstype 'gemengd gebied' betreft mag getoetst worden aan één categorie lager. De richtafstand tot gevoelige bestemmingen is daarmee 10 meter. Het betreft een bedrijfswoning behorende bij Rijksweg 10, deze bedrijfswoning wordt middels dit bestemmingsplan omgezet in een reguliere woning. Het bedrijfsperceel van de Rijksweg 10 is gelegen op circa 10 meter van de woningbouwontwikkeling. Derhalve wordt ter plaatse van de woningen voldaan aan de richtafstanden. Aan de Rijksweg 16 t/m 18b zijn bedrijfsbestemmingen gelegen.
Het bestemmingsplan laat bedrijfsactiviteiten toe voor zover die voorkomen in de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 2. Conform de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' geldt voor dergelijke bedrijven een afstand tot gevoelige bestemmingen van 30 meter (gebaseerd op milieucategorie 2). Aangezien het omgevingstype 'gemengd gebied' betreft mag getoetst worden aan één categorie lager. De richtafstand tot gevoelige bestemmingen is daarmee 10 meter. Het bedrijfsperceel dat het dichtstbij ligt is gelegen op circa 20 meter van het plangebied. Derhalve wordt ter plaatse van de woningen voldaan aan de richtafstanden. Aan de Rijksweg 33, 33a en 35 zijn bedrijfsbestemmingen gelegen. Het bestemmingsplan laat bedrijfsactiviteiten toe voor zover die voorkomen in de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 2. Conform de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' geldt voor dergelijke bedrijven een afstand tot gevoelige bestemmingen van 30 meter (gebaseerd op milieucategorie 2). Aangezien het omgevingstype 'gemengd gebied' betreft mag getoetst worden aan één categorie lager. De richtafstand tot gevoelige bestemmingen is daarmee 10 meter. Het bedrijfsperceel is gelegen op circa 25 meter van de woningbouwontwikkeling. Derhalve wordt ter plaatse van de woningen voldaan aan de richtafstanden.
blad 36 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Molenhoek Zuid Gemeente Mook en Middelaar Projectnummer 474506
Figuur 5.1 Indicatieve ligging 30 meter zones rondom bestaande bedrijvigheid Het voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van circa 250 woningen in de gemeente Mook en Middelaar mogelijk op gronden welke voorheen een agrarisch / bedrijfsmatig / recreatief gebruik kende. Het omzetten van het gebruik schaadt de in de omgeving gelegen bedrijvigheid niet. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering oplevert voor de beoogde ontwikkeling in het voorliggend bestemmingsplan.
5.4
Luchtkwaliteit Kader Het onderzoek naar luchtkwaliteit wordt uitgevoerd op grond van de Wet luchtkwaliteit (hoofdstuk 5, titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' van de Wet milieubeheer).De kern van de Wet luchtkwaliteit is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren en waarin alle ruimtelijke ontwikkelingen/projecten zijn opgenomen die de luchtkwaliteit in belangrijke mate verslechteren. Naast de introductie van het NSL is het begrip 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit. Een project draagt NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 µg/m3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. Voor zover de ruimtelijke ontwikkeling is opgenomen in het NSL of de ontwikkeling kan worden aangemerkt als NIBM-project is toetsing aan de grenswaarden van de Wet luchtkwaliteit niet nodig. Toetsing In het kader van dit bestemmingsplan is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoek is opgenomen als Bijlage 7 bij de toelichting. De concentratie luchtverontreinigende stoffen zijn in beeld gebracht voor de situatie dat
blad 37 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Molenhoek Zuid Gemeente Mook en Middelaar Projectnummer 474506
alle woningen zijn gebouwd. Hiervoor zijn de concentraties in beeld gebracht voor het eerste jaar dat het plan kan worden vastgesteld, in dit geval 2022. Algemeen wordt aangenomen dat de concentraties in opvolgende jaren ook voldoen aan de wet als de concentraties in het eerder gelegen jaar reeds voldoen. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de dalende grootschalige achtergrondconcentraties, terwijl de bijdrage van de activiteiten in de regel gelijk blijft. Als gevolg van het plan zullen meer verkeersbewegingen plaatsvinden. Deze bewegingen brengen emissies van NOx, PM10 en PM2.5 met zich mee. Voor het plan is ervan uitgegaan dat de woningen gasloos worden opgeleverd en daarom zelf geen emissies van NOx, PM10 en PM2.5 veroorzaken. Uit de resultaten van het luchtkwaliteitsonderzoek blijkt dat de gehanteerde uitgangspunten leiden tot een maximale concentratie van 14,8 µg/m3 voor NOx, 17,3 µg/m3 voor PM10 en 10,4 µg/m3 voor PM2.5. De maximale bron bijdragen betreft 1,6 µg/m3. Dit is ruim onder de geldende grenswaarden. Conclusie Met de beoogde ontwikkeling wordt ruim voldaan aan de geldende grenswaarden. Het aspect luchtkwaliteit staat verdere besluitvorming niet in de weg.
5.5
Externe veiligheid Kader Eisen vanuit externe veiligheid beïnvloeden de ontwikkelingsmogelijkheden. De gemeente Vlaardingen heeft in de Visie externe veiligheid "Ruimte voor duurzame veiligheid" (2012) een nadere invulling van de wet- en regelgeving gegeven. Doel van het beleid externe veiligheid en de daaruit voorvloeiende wet- en regelgeving is het beperken van risico's die optreden als gevolg van een calamiteit waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De aan de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen verbonden risico's moeten volgens het beleid externe veiligheid aanvaardbaar blijven. De wet- en regelgeving voor externe veiligheid is dan ook gestoeld op een risicobenadering. Het gaat in de eerste plaats om de kans op een groep dodelijke slachtoffers door een ongeval met een gevaarlijke stof, ofwel het groepsrisico. Dit risico drukt de kans uit op een ramp van bepaalde omvang in doden. In de tweede plaats gaat het over de persoonlijke veiligheid van de individuele burger, ofwel het plaatsgebonden risico. Dit is de overlijdenskans die een persoon loopt, door op een bepaalde afstand van een inrichting of een transportroute permanent aanwezig te zijn. De regels zijn vastgelegd in een aantal besluiten. Deze besluiten hanteren dezelfde risicobenadering. Voor het plaatsgebonden risico geldt een grens- en een richtwaarde.
De beoordeling van het groepsrisico vindt niet plaats door toetsing aan een vaste norm maar door middel van het afleggen van een verantwoording. Het bevoegd gezag beoordeelt hierbij de aanvaardbaarheid van het groepsrisico in het ruimtelijk besluit. Toetsing In het kader van de ruimtelijke procedure is onderzoek gedaan naar het aspect externe veiligheid. Het volledige onderzoek is opgenomen als Bijlage 8 bij de toelichting. In de omgeving van het plangebied bevinden zich twee risicobronnen: de Maascorridor en de A73.
blad 38 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Molenhoek Zuid Gemeente Mook en Middelaar Projectnummer 474506
Maascorridor De vaarweg heeft geen 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour. Er wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico; Het groepsrisico van de vaarweg ligt onder 0,1 keer de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico van de vaarweg zal naar verwachting met beperkte mate toenemen, maar conform de vuistregels van het HART ruim onder 0,1 de oriëntatiewaarde komen te liggen ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling; Het invloedsgebied van de weg reikt tot het plangebied, daarom is verantwoording van het groepsrisico conform het Besluit externe veiligheid transportroutes verplicht. A73 De Rijksweg heeft een 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour van 10 meter. Het plangebied ligt op geruime afstand van de Rijksweg. Er wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico; De afstand tussen de A73 en het plangebied bedraagt meer dan 200 meter, nadere beschouwing van het groepsrisico is niet nodig; Het invloedsgebied van de Rijksweg reikt tot het plangebied, daarom is verantwoording van het groepsrisico conform het Besluit externe veiligheid transportroutes verplicht. Conclusie Met de voorgenomen ontwikkeling wordt voldaan aan de geldende grens- en oriëntatiewaarden. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.6
Waterhuishouding Kader Het is verplicht om in de toelichting bij een bestemmingsplan te verantwoorden op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Dit staat gegeven in artikel 3.1.6, eerste lid, sub b van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Deze verantwoording wordt ook wel de waterparagraaf genoemd. Dit hoofdstuk kan als zodanig beschouwd worden. Toetsing De volledige watertoets is opgenomen als Bijlage 9. Huidige situatie Het plangebied ligt tegen de grens van provincie Gelderland. Er wordt aan de noordoostzijde begrensd door de N271. De westzijde bestaat uit de provinciale grens. Aan de zuidzijde is de Maas gelegen en aan de zuidoostzijde de spoorlijn Nijmegen-Venlo. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 7,17 hectare. De maaiveldhoogte ter plaatse van het plangebied betreft circa NAP +10,3 m. De maaiveldhoogte in het plangebied varieert met ongeveer 0,5 meter. Het hoogste deel bevindt zich ten zuiden van de Spijkerweg. In de omgeving van de Spijkerweg bevindt het maaiveld zich op circa NAP +13 m. De ondergrond bestaat tot een diepte van circa 1 m-mv uit Holocene deklaag. De deklaag bestaat uit afwisselend slecht en goed doorlatende lagen. Onder de deklaag wordt een zandige eenheid aangetroffen vanaf ca. 0,5 m-mv tot ca. 5 m-mv. Volgens het REGIS II-model
blad 39 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Molenhoek Zuid Gemeente Mook en Middelaar Projectnummer 474506
wordt de horizontale doorlatendheid geschat tussen 50 m/d en 100 m/d. Vanaf ca. 5 m-mv tot ca. 17 m-mv wordt een zandige eenheid aangetroffen uit formatie Sterksel. De doorlatendheden in de zandlagen variëren van 25 m/dag tot aan 100 m/dag. Binnen het plan gebied zijn geen peilbuizen aanwezig. Binnen een straal van > 500 m rondom het plangebied zijn twee peilbuizen aanwezig waarmee de grondwaterstanden worden weergenomen. Van de peilbuizen zijn in Menyanthes de grondwaterstatistieken (GxG) bepaald. De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) bevindt zich op circa 0,90 m onder maaiveld. De Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) bevindt zich op circa 1,2 m onder maaiveld. Het plangebied ligt in eigendom van en in beheer bij het waterschap Limburg. Binnen het plangebied zijn geen watergangen aanwezig. Het plangebied ligt voor een deel binnen de beschermingszone van een waterkering. Volgens de kaart 'water op straat' van de klimaateffectatlas is er in het plangebied sprake van een zeer kleine kans op water op straat. Het water op straat kan een waterdiepte van 30 cm bereiken, voornamelijk langs de Spijkerweg. Toekomstige situatie Het plangebied heeft een oppervlakte van 7,17 ha waarvan 3,55 ha geclassificeerd is als groen, 3,13 ha is gesloten verharding inclusief half-verhard gebieden; 0,49 ha zijn waterlichamen.
Met de ontwikkeling van de Molenhoek neemt het verharde oppervlak met 1,88 ha toe ten opzichte van de huidige situatie. Ter compensatie van de toename verhard oppervlakte wordt uitgegaan van de compensatieregel van 100 mm per m2 van verhard oppervlak. De compensatie kan door nieuwe oppervlaktewater aan te leggen of een andere vorm van waterberging. De voornemen ontwikkeling omvat 0,49 ha voor de aanleg van wadi's. In totaal moet het voorgenomen watersysteem 3.127 m3 kunnen bergen om de toename van verharding te compenseren. Bij een gemiddelde waterhoogte van 0,65 m is de bergingscapaciteit van de wadi's ca. 3.175 m3 . Geconcludeerd wordt dat het toekomstige watersysteem voldoet aan de compensatie-eis. In de huidige situatie is geen oppervlaktewater aanwezig ter plaatse van het plangebied of in de omgeving daarvan. In verband met het ontbreken van mogelijkheden om aan te sluiten op bestaand oppervlaktewater (i.v.m. een goede waterkwaliteit) is besloten om wadi's te realiseren in het plangebied.
Het principe van de wadi's en de ontwerpeisen zijn: De verharding kan vrij afstomen naar de wadi's of doormiddel van een goot afstromen naar de wadi's; Voor het dimensioneren van een voorziening middels een wadi is als doorlatend oppervlak conform de Leidraad Riolering 40% van de hoogte van de wanden meegenomen en 100% van het bodemoppervlak; Bodem van wadi's minimaal 25 cm boven Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG); Taluds minimaal 1:3 in verband met onderhoud; Afhankelijk van doorlatendheid van de onderliggende bodem en de grondwaterstand, als het regenwater onvoldoende snel kan infiltreren, een afvoer van maximaal 2l/s/h. Grondwater Om grondwateroverlast te voorkomen dient bij het ontwerp rekening gehouden te worden met minimale ontwateringsdiepten en droogleggingseisen. Voor een klimaat robuuste inrichting adviseert het waterschap om na te denken hoe wateroverlast voorkomen kan worden. De hiervoor vereiste hoogteverschillen zijn afhankelijk van de aspecten als de situatie, de beschikbare ruimte en de noodzaak om water op straat te brengen. blad 40 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Molenhoek Zuid Gemeente Mook en Middelaar Projectnummer 474506
Binnen gemeente Mook en Middelaar dient bij nieuwbouw een ontwateringsdiepte van minimaal 0,7 m -mv gehanteerd te worden voor stedelijk gebied inclusief wegen. De waargenomen GHG's in de omgeving van het plangebied bevinden zich op ca. 0,90 m-mv. Door het ontbreken van grondwatermetingen in het plangebied is meer inzicht nodig in de grondwaterstand. Vuil- en hemelwater Conform het beleid van de gemeente moet de vuil- en hemelwaterafvoer in de toekomstige situatie gescheiden worden afgevoerd. Hiervoor worden in het plan de wadi's gerealiseerd. Het DWA-stelsel wordt onder vrij verval richting het bestaande gemaal aangelegd. Voor de aanleg van het DWA-stelsel moet een DWA-rioolplan worden opgesteld. In het toekomstige waterhuishoudingsplan wordt het watersysteem nader uitgewerkt ten behoeve van de Omgevingsvergunning. In dit plan wordt geborgd dat vuil- en hemelwater gescheiden wordt ingezameld en het systeem voldoende capaciteit heeft. Waterkering Deel van de voornomen ontwikkeling ligt binnen de beschermingszone. Het waterschap Limburg heeft aangegeven dat bebouwing direct op de waterkering mag worden geplaatst. Wel dient een vloerpeil van +14,45 m aangehouden te worden. Daarnaast overweegt het waterschap Limburg om de dijk te versterken tot een hoogte van NAP +14,20 m.
Voor het aanleggen of verwijderen van verharding in de buitenbeschermingszone van de waterkering geldt een zorg-, meld- of vergunningplicht. Bij de uitwerking van de plannen moet bepaald worden welke hier van toepassing is. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.7
Natuur en Ecologie Kader Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000- gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. In de voorliggende Natuurtoets wordt niet ingegaan op de bescherming van houtopstanden omdat deze niet aan de orde is aangezien er geen bomen worden gekapt in voorliggend plangebied. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het 'Natuurnetwerk Nederland' (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving. Soortenbescherming In de Wet natuurbescherming is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: soorten van de Vogelrichtlijn;
blad 41 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Molenhoek Zuid Gemeente Mook en Middelaar Projectnummer 474506
soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 'andere soorten' (onderdeel A 'fauna' en onderdeel B 'flora'). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het plangebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Gebiedsbescherming Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden; de Natura 2000-gebieden maken daar deel van uit.
Naast de Natura 2000-gebieden bevat het NNN ook overige leefgebieden van soorten en – om isolatie te voorkomen - gebieden die een verbinding vormen tussen natuurgebieden. Het NNN is onderdeel van het actieve beleid om bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. De natuurgebieden die behoren tot het NNN en hun functies worden planologisch beschermd, hier geldt het 'nee, tenzij'- principe. De planologische bescherming betekent in het kort dat geen nieuwe bestemmingen worden toegestaan die per saldo leiden tot een significante aantasting van de oppervlakte, de kwaliteit en de samenhang van het NNN. Hieraan wordt getoetst bij de verlening van een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Toetsing Om inzicht te krijgen in de aanwezigheid van beschermde soorten en gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop, is een natuurtoets uitgevoerd. De volledige natuurtoets is opgenomen als Bijlage 10. Beschermde gebieden Het plangebied ligt deels in NNN gebied (Goudgroene natuurzone; Kruiden- en faunarijk grasland), maar door het planvoornemen zal er geen sprake zijn van oppervlakteverlies. Daarnaast wordt geen aantasting gebracht aan de verbindende functie van het NNN. Door het planvoornemen wordt geen NNN gebied aangetast en gaat geen NNN verloren.
Er zijn daarom geen significante negatieve effecten op de aangewezen kernwaarden van het NNN. Het planvoornemen heeft geen significant negatieve effecten op de Zilvergroene natuurzone of Bronsgroene landschapszone. Het plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Sint Jansberg', ligt op circa 3 kilometer afstand. Op basis van de aard en omvang van de blad 42 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Molenhoek Zuid Gemeente Mook en Middelaar Projectnummer 474506
werkzaamheden, in combinatie met de reeds aanwezige verstoring in de huidige situatie kan worden uitgesloten dat sprake is van significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Negatieve effecten van verzuring en vermesting ten gevolge van stikstofdepositie via de lucht kunnen niet op voorhand uitgesloten worden, maar sinds 1 juli 2021 geldt voor een tijdelijke verhoogde stikstofdepositie tijdens de aanlegfase, het wijzingen of verwijderen van een bouwwerk geen vergunningplicht meer. Wel moet de stikstofuitstoot zo veel als mogelijk ingeperkt worden. Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: Vogels met een jaarrond beschermd nest (steenuil, torenvalk, boerenzwaluw, huiszwaluw, gierzwaluw, huismus): Potentiële nestplekken in het plangebied (nestkasten en bebouwing); Algemene broedvogels (nestplaatsen); Vleermuizen: Gebouwen hebben potentieel geschikte verblijfplaatsen; in het plangebied zijn mogelijk foerageergebied en vliegroutes aanwezig; Marterachtigen (das, boommarter, steenmarter): Plangebied voldoet aan de biotoopeisen van deze soorten en deze zijn in de directe omgeving waargenomen; Amfibieën (rugstreeppad): Mogelijk
voortplantingshabitat in het plangebied. PM: vervolgonderzoeken (waaronder onderzoek naar vleermuizen en de dag) zijn momenteel in uitvoering en worden na afronding in één rapportage toegevoegd aan het bestemmingsplan. Stikstof In kader van dit bestemmingsplan is een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 11. ` De stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied kan berekend worden met behulp van het verplicht te gebruiken rekenprogramma AERIUS Calculator (versie 2021). Voor de gebruiksfase in rekenjaar 2023 berekent AERIUS Calculator (versie 2021) een waarde van 0,01 mol/ha/jaar op de Natura 2000 gebieden 'Sint Jansberg' en 'De Bruuk'. Op basis van de rekenresultaten kunnen significante gevolgen ten aanzien van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden niet worden uitgesloten. Daarom dient een vervolgonderzoek uitgevoerd te worden. Vanwege de verdwijnende bedrijvigheid zal een reductie aan stikstofemissies plaatsvinden, waarbij mogelijk depositieruimte vrijkomt. Dit zal uitgezocht moeten worden. Indien er geen depositieruimte vrijkomt, dan zullen nadere oplossingen gezocht moeten worden. PM De uitspraak van de Raad van State d.d. 2-11-2022 en de nieuwe versie van Aerius brengen met zich mee dat het aspect stikstof geactualiseerd dient te worden. Naar verwachting zijn geen bijdragen op Natura-2000 gebieden te verwachten.
De aanvullende berekeningen zullen ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan worden toegevoegd. PM: vervolgonderzoeken (waaronder onderzoek naar vleermuizen en de dag) zijn momenteel in uitvoering en worden na afronding in één rapportage toegevoegd aan het blad 43 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Molenhoek Zuid Gemeente Mook en Middelaar Projectnummer 474506
bestemmingsplan. Conclusie PM: vervolgonderzoeken (waaronder onderzoek naar vleermuizen en de dag) zijn momenteel in uitvoering en worden na afronding in één rapportage toegevoegd aan het bestemmingsplan.
5.8
Archeologie & Cultuurhistorie
5.8.1
Archeologie Kader In de Monumentenwet 1988 is opgenomen dat de gemeenteraad bij de bestemming van de grond rekening houdt met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Hoewel met het in werking treden van de Erfgoedwet per 1 juli 2016 de Monumentenwet is vervangen, is via het overgangsrecht (hoofdstuk 9 van de Erfgoedwet) geregeld dat bepalingen uit de Monumentenwet 1988, waaronder de hier genoemde, nog altijd van toepassing zijn. Toetsing Archeologisch bureauonderzoek In maart 2022 is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied. Zie Bijlage 12. Op basis van de gegeven uit eerdere onderzoeken geldt er voor het grootse deel van plangebied een verwachting voor archeologische resten vanaf het laat-paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Het gebied ligt op een overgang van het maasdal met hoger gelegen terras-restruggen (westelijke deel plangebied) naar mogelijk een hoger gelegen flank van een stuwwal, al dan niet afgedekt met dekzand (oosten van het plangebied). Het plangebied zelf ligt waarschijnlijk nog op de hoge terras-restruggen, maar het is mogelijk dat het uiterste oosten van het plangebied ook op de hoger gelegen dekzanden en stuwwalafzettingen ligt. In het zuiden van het plangebied geldt een lage archeologische verwachting, naar aanleiding van recente verstoringen en ophogingen aan het eind van de 20e eeuw.
Er geldt een middelhoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit het paleolithicum tot en met het vroeg-neolithicum. Hoewel het plangebied geen gradiëntzone is bevindt het zich wel op enkele honderden meters van het Maasdal waar voldoende voedselbronnen aanwezig waren. Voor de periode vanaf het laat-neolithicum tot en met de nieuwe tijd geldt een hoge verwachting. De ligging langs het Maasdal was voor gemengde landbouwbedrijven vanaf de bronstijd erg waardevol. De uitgestrekte graslanden waren geschikt voor de veehouderij en de flanen van de nabijgelegen stuwwal waren geschikt voor akkerbouw. In het plangebied is de pleistocene ondergrond begraven door een esdek. Archeologische resten worden verwacht in de top van de terrasafzettingen en indien aanwezig in de top van de dekzandafzettingen. Archeologische resten uit later perioden (late middeleeuwennieuwe tijd) worden voornamelijk verwacht in de top van het mogelijk (en deels) aanwezige esdek. Verkennend booronderzoek
blad 44 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Molenhoek Zuid Gemeente Mook en Middelaar Projectnummer 474506
In juni 2022 is een archeologisch inventariserend booronderzoek met verkennende boringen uitgevoerd. Zie Bijlage 13. In het plangebied is een verkennend booronderzoek uitgevoerd waarbij is aangetoond dat de aangetroffen afzettingen in een dynamisch rivierlandschap zijn afgezet en dat er nauwelijks bodemvorming heeft plaatsgevonden en dat er geen vegetatiehorizonten of laklagen zijn waargenomen. Evenmin zijn er gestuwde afzettingen (stuwwal) en gerijpte oeverwallen van fossiele stroomgordels aangetroffen. Op basis van de boorresultaten is de kans op de aanwezigheid van intacte archeologische resten als laag ingeschat. Het advies luidt dan ook om zonder verder archeologisch onderzoek uit te voeren de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
5.8.2
Cultuurhistorie Kader Op 1 januari 2012 is de wet Modernisering monumentenzorg (Momo) in werking getreden. Een belangrijke doelstelling van de Modernisering van de Monumentenzorg is het versterken van de koppeling tussen erfgoed en ruimte. In het kader van de Momo dient in de toelichting van elk bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing beschreven te worden op welke wijze met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Toetsing Op grond van het Bro (art. 3.6.1.) geldt dat gemeenten verplicht zijn cultuurhistorische waarden mee te wegen bij het opstellen van bestemmingsplannen. Hiervoor is een cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 14. Uit het cultuurhistorisch onderzoek blijkt dat met name de structuur van de Rijksweg (N271) en de Spijkerweg van waarde zijn in de nabijheid van het plangebied. Tevens is geconcludeerd dat in het stedenbouwkundigontwerp voldoende rekening is gehouden met deze cultuurhistorische waarden. Om die reden zijn effecten op de cultuurhistorische waarden niet aan de orde. Het erfgoedbelang vormt daardoor geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. Er is geen verdere compensatie of mitigatie van effecten benodigd. Dit zou, door de zeer beperkte cultuurhistorische waarde van het terrein, ook enigszins gekunsteld zijn.
Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
5.9
Niet gesprongen explosieven Kader Na de Tweede Wereldoorlog zijn op diverse plekken in Nederland niet-gesprongen explosieven (NGE) achtergebleven. Het gaat hierbij om Conventionele Explosieven (CE), die niet als zelfgemaakt, nucleair, biologisch of chemisch kunnen worden aangemerkt. NGE zijn gemaakt voor oorlogsdoeleinden. Ze vormen een risico op het moment dat in de nabijheid van deze explosieven activiteiten in de bodem worden uitgevoerd, zoals graven indrijven of
blad 45 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Molenhoek Zuid Gemeente Mook en Middelaar Projectnummer 474506
boren. Voorafgaand aan deze bodemroerende werkzaamheden moet de aanwezigheid van deze NGE's uitgesloten worden of moeten eventuele NGE's verwijderd worden. Toetsing In maart 2022 is vooronderzoek gedaan naar de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het plangebied. Het volledige onderzoek is opgenomen als Bijlage 15 bij de toelichting. De resultaten van het onderzoek zijn hieronder beschreven. Op basis van de beoordeelde feiten van het vooronderzoek is geconcludeerd dat er indicaties zijn voor de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. De volgende gevechtshandelingen/ontplofbare oorlogsresten gerelateerde handelingen hebben in en nabij het onderzoeksgebied plaatsgevonden: Beschietingen met geschutmunitie; De aanwezigheid van militaire infrastructuur; De aanwezigheid van klein kaliber munitie. De volgende ontplofbare oorlogsresten kunnen mogelijk in het onderzoeksgebied worden aangetroffen: Geschutmunitie afkomstig van beschietingen; Gedumpte/achtergelaten munitie; Klein kaliber munitie. Het onderzoeksgebied is gedeeltelijk verdacht op ontplofbare oorlogsresten. De verdachte gebieden zijn horizontaal afgebakend op de bodembelastingkaart (zie Figuur 5.2).
Figuur 5.2 Bodembelastingkaart, Bron: AVG 2022 Advies Geadviseerd wordt om de volgende stappen te doorlopen. 4. blad 46 van 61
Opsporingsfase
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Molenhoek Zuid Gemeente Mook en Middelaar Projectnummer 474506
Het onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten maakt onderdeel uit van de opsporingsfase die in hoofdstuk 4 van het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse is beschreven. De opsporingsfase omvat het geheel van organisatie en uitvoering, achtereenvolgens: werkvoorbereiding, detecteren, interpreteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven en identificeren van de vermoede ontplofbare oorlogsresten, tijdelijk veiligstellen van de situatie tot aan overdracht aan de EODD en proces-verbaal van oplevering aan de opdrachtgever en Bevoegd Gezag. 5. Detectieonderzoek Om een gedegen detectieonderzoek te kunnen uitvoeren dient het opsporingsgebied goed beloopbaar en vrij van obstakels te zijn. Dat wil zeggen dat bovengrondse obstakels, zoals hekwerk, begroeiing en gewas voor aanvang van de detectie moeten zijn verwijderd. Na het verwijderen van de bovengrondse obstakels kan de locatie worden gedetecteerd. Indien een analoge detectie wordt uitgevoerd, worden alle verdachte objecten die worden gedetecteerd direct benaderd. Aangetroffen munitie wordt in kaart gebracht door de locatie door middel van RTK-GPS in te meten. Bij deze vastlegging dient tevens de vermoedelijke diepte te worden vastgelegd. Bij het uitvoeren van een computerondersteunde detectie wordt de data vastgelegd in een datalogger.
De data wordt na de detectie uitgelezen in een speciaal hiervoor ontworpen softwareprogramma. 6. Benaderen van objecten De hoeveelheid te benaderen objecten kan pas worden bepaald na het uitvoeren van de detectie. De uit de detectie aangemerkte verdachte objecten worden uitgezet in het opsporingsgebied met behulp van GPS. Deze punten worden vervolgens handmatig en indien nodig machinaal benaderd. Aangetroffen objecten worden vervolgens geïdentificeerd en indien nodig veiliggesteld. Conclusie Dit aspect vormt geen belemmering voor het vaststellen van het onderhavig bestemmingsplan.
5.10
m.e.r. - beoordeling Op 16 mei 2017 is de Wet milieubeheer gewijzigd. Dit heeft tot gevolg dat (ook) voor een vormvrij m.e.r.-beoordelingsplichtig plan een apart m.e.r.-beoordelingsbesluit door bevoegd gezag noodzakelijk is en dat de informatie hiervoor in een zogenaamde aanmeldingsnotitie gegeven moet worden (voor 16 mei 2017 was dit nog vormvrij en kon de informatie en het besluit onderdeel uitmaken van het moederbesluit) . Het uitgangspunt ("geest van de wet") van een m.e.r.-beoordeling is dat er in beginsel geen m.e.r.-procedure doorlopen hoeft te worden, tenzij er sprake is van wezenlijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor het gebied 'Molenhoek' is een aanmeldingsnotitie m.e.r. opgesteld (zie Bijlage 16 ). Op basis van de aanmeldingsnotitie m.e.r. kan worden geconcludeerd dat de herontwikkeling van het plangebied niet leidt tot belangrijke negatieve milieugevolgen. Er is geen aanleiding voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure/ m.e.r.-(beoordelings)procedure.
blad 47 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Molenhoek Zuid Gemeente Mook en Middelaar Projectnummer 474506
blad 48 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Molenhoek Zuid Gemeente Mook en Middelaar Projectnummer 474506
Hoofdstuk 6
Juridische aspecten In een bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een bepaald gebied opgenomen. Het onderhavige bestemmingsplan regelt de inrichting van het gebied door voor de gronden bestemmingen aan te wijzen. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding (kaart) in samenhang met de regels. In deze paragraaf wordt het juridische deel van het bestemmingsplan nader toegelicht.
6.1
Uitgangspunten
6.1.1
Wettelijk kader Het wettelijk kader wordt sinds 1 juli 2008 gevormd door de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De wettelijke regeling voor bestemmingsplannen is vervolgens verder ingevuld door het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008. Het bestemmingsplan dient te voldoen aan de als bijlage bij de voornoemde Regeling opgenomen Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2008 (SVBP2008). Dit betekent dat bestemmingsplannen kwalitatief gelijkwaardig zijn en uniform in aanpak, uitvoering, uitwisseling van gegevens en raadpleging daarvan. Daarnaast is op 1 oktober 2010 de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. Hierdoor worden de aanlegvergunning, de sloopvergunning en de binnenplanse ontheffing als instrumenten van het bestemmingsplan onderdeel van de omgevingsvergunning (Wabo). Begrippen uit de SVBP zijn met de Werkafspraak SVBP hierop aangepast.
6.1.2
Planonderdelen Het bestemmingsplan ‘Molenhoek’ bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden opgenomen en toegepast. Op de verbeelding krijgen alle gronden binnen het plangebied een bestemming. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. De juridische betekenis van deze bestemmingen en aanduidingen zijn terug te vinden in de regels. Een gedeelte van de informatie op de analoge verbeelding heeft geen juridische betekenis, maar is slechts opgenomen om de leesbaarheid van en oriëntatie op de verbeelding te vergroten, zoals een topografische ondergrond. Alle letters, aanduidingen en lijnen worden verklaard in de legenda op de verbeelding. De regels bepalen de gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied en geven tevens de bouw- en gebruiksmogelijkheden met betrekking tot bouwwerken aan. De regels van het bestemmingsplan ‘Molenhoek’ zijn opgebouwd conform de door het SVBP2008 voorgeschreven systematiek en omvatten inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels, en ten slotte de overgangs- en slotregels.
blad 49 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Molenhoek Zuid Gemeente Mook en Middelaar Projectnummer 474506
6.1.3
Inleidende regels In de begripsbepalingen worden omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze zijn opgenomen om onduidelijkheid door interpretatieverschillen te voorkomen. Er zijn alleen begripsbepalingen opgenomen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Een gedeelte van de begrippen is omschreven in het SVBP en dient letterlijk daaruit te worden overgenomen. Deze begrippen en de voorgeschreven omschrijvingen zijn overgenomen. Ook over de bepaling van afstanden, hoogtes en oppervlaktes kunnen interpretatieverschillen ontstaan. Om op een eenduidige manier afstanden, hoogtes en oppervlakten te bepalen, wordt in de ‘wijze van meten’ uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Ook voor de wijze van meten worden in de SVBP2008 regels gegeven, welke in het plan letterlijk zijn overgenomen.
6.1.4
Bestemmingsregels Per bestemming die op de verbeelding wordt gebruikt worden gebruiks- en bouwregels opgenomen. De opbouw van de bestemmingen ziet er in beginsel als volgt uit: Bestemmingsomschrijving Bouwregels Nadere eisen Afwijken van de bouwregels Specifieke gebruiksregels Afwijken van de gebruiksregels Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Wijzigingsbevoegdheid Niet alle onderdelen komen bij elke bestemming voor. Van de meest gebruikte onderdelen volgt hieronder een korte toelichting. Bestemmingsomschrijving In de bestemmingsomschrijving wordt een omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functie(s). De hoofdfunctie(s) worden als eerste genoemd. Indien van toepassing, worden ook de aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. De ondergeschiktheid kan worden aangegeven door de woorden “met daaraan ondergeschikt”. De ondergeschikte functies staan ten dienste van de hoofdfunctie binnen de betreffende bestemming. Bouwregels In de bouwregels is bepaald welke bouwwerken mogen worden opgericht, waarbij in ieder geval een onderscheid wordt gemaakt tussen de regeling van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde en daar waar van toepassing ook tussen hoofdgebouwen en bijgebouwen.
Voorts bevatten de bouwregels, voor zover van toepassing, minimale en maximale maatvoeringen voor de diverse bouwwerken zoals goothoogtes, bouwhoogtes, oppervlaktes en dakhellingen.
blad 50 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Molenhoek Zuid Gemeente Mook en Middelaar Projectnummer 474506
Nadere eisen Nadere eisen kunnen worden gesteld aan bijvoorbeeld de situering van bouwwerken ten behoeve van bepaalde criteria, zoals een goede woonsituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. De nadere eisenregeling biedt de mogelijkheid om in concrete situaties in het kader van het verlenen van een bouwvergunning sturend op te treden door het opnemen van nadere eisen in de bouwvergunning. Nadere eisen kunnen alleen worden gesteld als er in de regels ook een primaire eis wordt gesteld. De nadere eisen moeten verband houden met deze eis. De nadere eisenregeling hoeft niet in alle bestemmingen te worden geregeld. Afwijken van de bouwregels Door het opnemen van afwijkingsbevoegdheden wordt flexibiliteit in bestemmingsregels gecreëerd doordat mogelijkheden worden geboden om in beperkte mate af te wijken van de algemeen toegestane bouwregelingen. Deze afwijkingen zijn niet bedoeld voor aanpassing van de bouwregels, waarvan de verwachting is, dat ze veelal kunnen worden verleend. In dat geval zijn de bouwregels hierop aangepast. Voor elke afwijking wordt aangegeven waarvan een afwijking wordt verleend, de maximale aanpassing die met de ontheffing kan worden toegestaan en meestal de situaties of voorwaarden waaronder de omgevingsvergunning wordt verleend.
Het gaat hier om afwijkingsbevoegdheden voor specifieke bestemmingen. Indien afwijkingsbevoegdheden gelden voor meerdere bestemmingen dan wel een algemene strekking hebben, zijn ze opgenomen in hoofdstuk 3 (algemene regels). Specifieke gebruiksregels In de Wet ruimtelijke ordening is het verboden gronden te gebruiken op een manier die in strijd is met het bestemmingsplan. In specifieke gebruiksregels kunnen bepaalde functies nog concreet worden genoemd als zijnde verboden gebruik of toegelaten gebruik. Afwijken van de gebruiksregels Door met een omgevingsvergunning af te wijken van de gebruiksregels kan van de gebruiksregels in het plan worden afgeweken ten behoeve van een concrete vorm van gebruik. Dit mag echter niet leiden tot een feitelijke wijziging van de bestemming. Dat wil zeggen dat wel bij omgevingsvergunning afgeweken kan worden ten behoeve van functies die inherent zijn aan de in de bestemmingsomschrijving opgenomen functies, maar dat via afwijking geen “nieuwe” functies kunnen worden toegestaan. De afwijking dient te zien op kleinere, planologisch minder ingrijpende onderwerpen. Functiewijzigingen en grotere, ruimtelijke ingrepen dienen te worden geregeld via een wijzigingsbevoegdheid of bestemmingsplanherziening. Wijzigingsbevoegdheid Door het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid is het mogelijk om het bestemmingsplan te wijzigen (binnenplanse wijziging).
In de meeste gevallen zal het gaan om het wijzigen van de op een perceel gelegde bestemming. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden voor specifieke bestemmingen. Indien wijzigingsbevoegdheden gelden voor meerdere bestemmingen dan wel een algemene strekking hebben, zijn ze opgenomen in hoofdstuk 3 (algemene regels).
blad 51 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Molenhoek Zuid Gemeente Mook en Middelaar Projectnummer 474506
6.2
Bestemmingsplan Agrarisch Binnen de bestemming zijn gronden gelegen die gebruikt mogen worden voor het reguliere agrarisch bedrijfsmatige gebruik. Uitgangspunt hierbij is handhaving van de bestaande openheid. Daartoe wordt bij uitbreiding en/of nieuwvestiging van agrarische bedrijven gestreefd naar zoveel mogelijk clustering van bebouwing om versnippering en verstening van het landschap te voorkomen. Binnen de bestemming Agrarisch mag niet worden gebouwd, met uitzondering van draadomheiningen en/of draaderfafscheidingen en voerderruiven en picknickplaatsen. Afwijken van de bouwregels met een omgevingsvergunning kan voor gebouwen ten behoeve van recreatief medegebruik, teeltondersteunende voorzieningen en hagelnetten. Agrarisch met waarden De agrarisch bedrijfmatig in gebruik zijnde gronden met landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden zijn bestemd als Agrarisch met waarden. Binnen deze bestemming staat behoud en ontwikkeling van deze waarden voorop. Binnen de bestemming Agrarisch met waarden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van draadomheiningen en/of draaderfafscheidingen en voerderruiven en picknickplaatsen. Afwijken van de bouwregels met omgevingsvergunning voor gebouwen ten behoeve van recreatief medegebruik is mogelijk mits deze geen afbreuk doen aan de aanwezige waarden van natuur en landschap.
Voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is in bepaalde gevallen een omgevingsvergunning nodig. Het gaat om de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden: het aanleggen, verharden of verwijderen van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, het graven, verbreden, uitdiepen, dempen en/of verleggen van watergangen, het ontginnen, bodemverlagen of afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen en het verwijderen van natuur- en landschapselementen. Bedrijf De bedrijfsbebouwing aan de Rijksweg wordt voorzien van de bestemming ‘Bedrijf’. Binnen deze bestemming zijn categorie 1 en 2-bedrijven toegestaan. Uitbreiding van de bebouwing is tot 80% van het bouwvlak mogelijk. Bij een bedrijf is één bedrijfswoning toegestaan behoudens ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’ en bij het bedrijfsverzamelgebouw. Daar waar de aanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’ is opgenomen is het bedrijf van een dusdanige omvang dat daarbij geen bedrijfswoning gewenst is. Bij het bedrijfsverzamelgebouw is in totaliteit maximaal één bedrijfswoning toegestaan. Bedrijf - Nutsvoorziening Het rioolgemaal van het Waterschapsbedrijf Limburg dat gelegen is aan de Rijksweg en de nutsvoorziening aan de Lierseweg zijn bestemd als Bedrijf – Nutsvoorziening.
Binnen deze bestemming staat instandhouding van de bestaande voorzieningen voorop. Gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde noodzakelijk voor de nutsvoorziening mogen binnen het bouwvlak worden opgericht. Detailhandel - Tuincentrum
blad 52 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Molenhoek Zuid Gemeente Mook en Middelaar Projectnummer 474506
Het tuincentrum dat gelegen is aan de Rijksweg is bestemd als Detailhandel - Tuincentrum. Bij een tuincentrum is één bedrijfswoning toegestaan. Groen De groenstroken binnen het plangebied zijn voorzien van de bestemming ‘Groen’. Binnen deze bestemming zijn behalve groenvoorzieningen ook openbare nutsvoorzieningen, waterpartijen (inclusief waterbergende en infiltrerende voorzieningen) en speelvoorzieningen toegestaan. De bouwmogelijkheden zijn beperkt. Natuur De zone tussen de Maas en de dijk zijn voorzien van de bestemming 'Natuur'. Tuin Voor de in de plangebied gelegen tuinen is de bestemming 'Tuin' opgenomen. Verkeer Deze bestemming is gericht op de afwikkeling van het verkeer. Naast wegverkeer zijn onder meer ook voet- en rijwielpaden, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en parkeervoorzieningen toegestaan. De voorgenomen (ontsluitings)wegen en paden, alsmede de parkeervoorzieningen binnen het plangebied krijgen de bestemming ‘Verkeer’. De bouwmogelijkheden zijn beperkt. Water De Maas is opgenomen inde bestemming 'Water'. Binnen deze bestemming zijn primaire watergangen opgenomen die niet binnen de bestemming ‘Verkeer’ gelegen zijn. Wonen De gronden waarop woningen zijn gelegen krijgen, evenals de bijbehorende erven en tuinen de bestemming ‘Wonen’. De woningen zijn gelegen in de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken.
In de meeste gevallen is dit bouwvlak niet volledig bebouwd. Uitbreiding van de woning in twee bouwlagen is binnen dit vlak dan nog mogelijk. Ook bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde mogen in het bouwvlak worden opgericht. Binnen de aanduiding ‘bijgebouwen’ mogen slechts bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde worden opgericht. Voor wat betreft gebruiksmogelijkheden is van belang dat aan huis verbonden beroepen onder voorwaarden rechtstreeks zijn toegestaan in een gedeelte van de aanwezige gebouwen. Ten behoeve van aan huis verbonden bedrijven kan worden afgeweken van de gebruiksregels met een omgevingsvergunning. Verder kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van de gebruiksregels ten behoeve van mantelzorg, bed & breakfast en kleinschalige recreatieve verblijfseenheden. Wonen - Woonwerkkavels De woonwerkkavels gelegen aan de Rijksweg zijn opgenomen in de bestemming 'Wonen Woonwerkkavels'.
blad 53 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Molenhoek Zuid Gemeente Mook en Middelaar Projectnummer 474506
Woongebied Een groot deel van het plan heeft de bestemming 'Woongebied'. Dit betreft een globale bestemming angezien de exacte ontwikkelingsvoornemens nog onvoldoende concreet zijn en er vanuit die optiek is gezocht naar flexibiliteit. De gronden zijn bestemd voor wonen, tuinen en erven, wegen en straten, langzaamverkeerroutes en bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groenvoorzieningen, water, nutsvoorzieningen, speelvoorzieningen en parkeervoorzieningen. Het aantal woningen is vastgelegd op de verbeelding en er zijn regels gesteld aan de goot- en bouwhoogtes en situering van de woningen. Voor gestapelde woningen is een gebied aangewezen met de aanduiding 'gestapeld'. Uitsluitend binnen deze aanduiding mogen gestapelde woningen worden gebouwd. Leiding - Riool Binnen het plangebied loopt vanaf het rioolgemaal aan de Rijksweg richting Mook een rioolwatertransportleiding van het Waterschap. Binnen een zone van 2,5 meter uit het hart van deze leiding zijn alleen bouwwerken van geringe omvang toegestaan ten behoeve van de aanleg en instandhouding van de leiding. Deze zone heeft de dubbelbestemming Leiding-Riool. Na advies van de leidingbeheerder kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van de bouwregels voor bebouwing op basis van de onderliggende bestemming.
Om de gronden binnen de bestemming ‘Leiding - Riool’ te beschermen is voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden in bepaalde gevallen een omgevingsvergunning nodig. Zo kan worden voorkomen dat door de uitvoering daarvan het functioneren van de leiding kan worden beïnvloed. Waarde - Archeologische verwachting 1 Om de archeologische waarden te beschermen is een dubbelbestemming over andere bestemmingen gelegd daar waar de archeologische verwachtingswaarden middelhoog of hoog zijn. Als een omgevingsvergunning voor een bouwwerk of uitbreiding dieper dan 40 centimeter en van 250 m2 of meer wordt aangevraagd, dan zal een archeologisch onderzoek dienen te worden uitgevoerd. Naar aanleiding van dat onderzoek kunnen Burgemeester en Wethouders voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning. Op de gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologische verwachting 1’ is voor verschillende werkzaamheden een omgevingsvergunning nodig. Dat wil zeggen dat er een vergunning moet zijn verleend, voordat deze werkzaamheden mogen worden uitgevoerd. Waarde - Archeologische verwachting 2 Om de archeologische waarden te beschermen is een dubbelbestemming over andere bestemmingen gelegd daar waar de archeologische verwachtingswaarden middelhoog of hoog zijn.
Als een omgevingsvergunning voor een bouwwerk of uitbreiding dieper dan 40 centimeter en van 2.500 m2 of meer wordt aangevraagd, dan zal een archeologisch onderzoek dienen te worden uitgevoerd. Naar aanleiding van dat onderzoek kunnen Burgemeester en Wethouders voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning. Op de gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologische verwachting 2’ is voor verschillende werkzaamheden een omgevingsvergunning nodig. Dat wil zeggen dat er een vergunning moet zijn verleend, voordat deze werkzaamheden mogen worden uitgevoerd. Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed Enkele gronden binnen het plangebied maken deel uit van het stroomvoerend rivierbed van de Maas. Hier mogen alleen stroomvoerende functies en/of activiteiten worden gerealiseerd blad 54 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Molenhoek Zuid Gemeente Mook en Middelaar Projectnummer 474506
dan wel ontplooid, zoals voorzieningen voor de (recreatieve) scheepvaart, natuur functies, grondstoffenwinning en waterstaatkundige functies. Deze gronden mogen niet bebouwd worden. Waterstaat - Waterkering De Maas wordt afgekaderd door middel van een dijk. Ter bescherming van de dijk wordt een beschermingszone opgenomen, waarbinnen voor bepaalde werken, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden een omgevingsvergunning nodig i s
6.3
Algemene regels In dit hoofdstuk worden, in aanvulling op de bestemmingsregels, aanvullende regels gesteld. Artikel 21 Anti-dubbeltelregel Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat bepalingen om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. De redactie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening en overeenkomstig opgenomen. Artikel 22 Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden, zoals een regeling voor ondergronds bouwen en parkeren. Artikel 22 Algemene bouwregels In dit artikel zijn de bouwregels opgenomen die voor het gehele plangebied van toepassing zijn. Artikel 23 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn de gebruiksregels opgenomen die voor het gehele plangebied van toepassing zijn. Artikel 24 Algemene aanduidingsregels In het bestemmingsplan is een zestal gebiedsaanduidingen opgenomen: Een geluidzone ten behoeven van het industrieterrein in Cuijk; Een geluidzone ten behoeven van de Rijksweg; Een milieuzone ten behoeven van het rioolgemaal; Een veiligheidszone ten behoeven van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Maas; Een vrijwaringszone ten behoeven van de vaarweg; Een vrijwaringszone ten behoeven van de waterkering.
Artikel 25 Algemene afwijkingsregels In dit artikel is in aanvulling op de afwijkingsmogelijkheden uit de bestemmingen nog een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken. Bijvoorbeeld een geringe overschrijding van de toegestane bouwhoogte of het mogelijk maken van de bouw van schakelkastjes
blad 55 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Molenhoek Zuid Gemeente Mook en Middelaar Projectnummer 474506
(nutsgebouwtjes) in het openbare gebied. Artikel 26 Algemene wijzigingsregels In dit artikel is in aanvulling op de wijzigingsbevoegdheden uit de bestemmingen nog een aantal algemene wijzigingsmogelijkheden opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met toepassing van de afwijkingsbepalingen geregeld kunnen worden. Bijvoorbeeld een geringe wijziging van de bestemmingsgrens. Artikel 27 Overige regels In dit artikel is de procedure voor het stellen van een nadere eis dan wel voor het besluit tot wijziging van het plan vastgelegd.
6.4
Overgangs- en slotregels Artikel 28 Overgangsrecht In de overgangsrechtregel is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het inwerking treden van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. De redactie is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen. Artikel 29 Slotregel In de 'slotregel' is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan aangehaald worden.
blad 56 van 61
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Molenhoek Zuid Gemeente Mook en Middelaar Projectnummer 474506
Hoofdstuk 7
Handhaving Onderdeel van de voorbereiding van een bestemmingsplan is ook de aanpak van in het verleden op illegale wijze tot stand gekomen situaties. Daartoe staan globaal twee mogelijkheden open: Het legaliseren van de situatie. De situatie is weliswaar op illegale wijze tot stand gekomen, maar past binnen de huidige inzichten. Een positieve bestemming is mogelijk (overigens is dan alleen het gebruik gelegaliseerd en niet de bebouwing, hiervoor is, uiteraard voor zover bouwvergunningplichtig, een bouwvergunning noodzakelijk). Het handhavend optreden tegen de illegale bouw- en/of gebruikssituatie, dat gericht is op beëindiging van die illegale situatie. Veelal is de huidige situatie gelegaliseerd in dit bestemmingsplan. Bouwwerken en gebruiksvormen die niet in overeenstemming met het plan zijn, zijn conform de regels uitgesloten van legalisering. Voorwaarden voor een succesvolle handhaving van bestemmingsplannen zijn: het vastleggen van de bestaande situatie c.q. nulsituatie in het bestemmingsplan; een duidelijke handhavingsparagraaf in het bestemmingsplan; duidelijke overgangsbepalingen met betrekking tot het bouwen en met betrekking tot gebruik van gronden en het gebruik van bouwwerken, zoals voorgeschreven in het Bro; een duidelijk geformuleerd handhavingsbeleid als toetsingskader en voldoende middelen (menskracht) om het beleid uit te voeren.
Het beleid met betrekking tot handhaving van bestemmingsplannen en bouwvoorschriften is vastgelegd in de gemeentelijke ‘Handhavingbeleid Bouw- en ruimtelijke regelgeving gemeente Mook en Middelaar’. De handhavingsnota is nader geconcretiseerd in een ‘Handhavingsprograma Bouw- en ruimtelijke regelgeving gemeente Mook en Middelaar 2009’. In het handhavingsprogramma worden de vormen van handhaving omschreven. In een jaarlijks uitvoeringsprogramma wordt het vastgelegd. In dit uitvoeringsprogramma wordt beschreven, wat de uitkomsten van de uitgevoerde risicoanalyse zijn, welke prioriteiten hieruit voortkomen, welke doelstellingen moeten worden bereikt en hoe de programmering en monitoring van de uitvoering eruit ziet. Het handhavingsbeleid is driedelig vergunningsgericht, objectgericht en gebiedsgericht werken. Van vergunninggericht werken is met name sprake bij “kortlopende” verleende vergunningen, zoals bouw- en sloopvergunningen. Objectgericht werken is met name van toepassing op toezicht en handhaving gerelateerd aan bestaande objecten, zoals toezicht op langlopende vergunningen zoals een gebruiksvergunning en een milieuvergunning of toezicht op bestaande bouwwerken ten aanzien van gebruik, technische voorschriften en welstand. Gebiedsgericht werken heeft betrekking op toezicht en handhaving van geografische gebieden (wijken, buurten, buitengebied).