CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a bp Reconstructie N271 Mook - Milsbeek - bodem.pdf

Raadsvergadering 28 januari 2021, gemeente Mook en MiddelaarBij agendapunt: Definitief bestemmingsplan 'Reconstructie N271 Mook - Milsbeek'33.558 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Milieutechnisch onderzoek reconstructie N271 (km 117,6 - 122,2) MA170004.012.R01.v1.0 21 december 2018

Milieutechnisch onderzoek reconstructie N271 (km 117,6 - 122,2) MA170004.012.R01.v1.0 21 december 2018

Opdrachtgever Geonius Infra B.V. Postbus 1097 6160 BB Geleen

Functie

Naam

Projectleider Milieu

Björn Scheepers

Controleur

Mitch Franzen

MA170004.012.R01.v1.0

Paraaf

2 van 52

Inhoud 1

Inleiding ...............................................................................5

2

Achtergrondinformatie .................................................7

2.1

Algemeen

7

2.2

Situering onderzoekslocatie

7

2.3

Historie

7

2.4

Vergunningen

7

2.5

Bodemopbouw, -kwaliteit en geohydrologie

8

2.6

Niet gesprongen explosieven (NGE)

10

2.7

Archeologie

10

2.8

Terreininspectie/locatiebezoek asbest/ interview(s)

10

2.8.1

Terreininspectie/locatiebezoek asbest ................................................................................................ 10

2.8.2

Interview(s) eigenaar c.q. gebruiker ...................................................................................................... 10

2.9

Samenvatting vooronderzoek, onderzoekshypothese en –strategie

2.9.1

Asfalt .................................................................................................................................................................. 10

2.9.2

Fundatie en onderliggende bodem ....................................................................................................... 12

2.9.3

Asbest in bodem/puin ................................................................................................................................. 12

2.9.4

Civieltechnische hergebruiksmogelijkheden ................................................................................... 12

3

Veldwerk en analyses .................................................. 13

3.1

Onderzoeksprogramma

13

3.2

Samenstelling en analyseparameters bodem-monsters

14

3.3

Veldwerk verkennend bodemonderzoek

14

3.4

Bodemprofiel

15

3.5

Uitgevoerd veldwerk verkennend asbestonderzoek

15

4

Analyseresultaten ......................................................... 18

4.1

Toetsingskader

4.1.1

Wet bodembescherming ............................................................................................................................ 18

4.1.2

Besluit en Regeling bodemkwaliteit ..................................................................................................... 18

4.1.3

Niet-vormgegeven bouwstoffen ............................................................................................................. 18

4.1.4

Asbest in bodem/puin ................................................................................................................................ 20

4.1.5

Asfalt ................................................................................................................................................................. 20

5

Asfalt ................................................................................... 21

5.1

Veldwerk

5.1.1

Dikte asfalt ....................................................................................................................................................... 21

5.2

Analyseresultaten

21

5.3

Interpretatie

41

6

Fundatie, grond en grondwater .............................. 42

6.1

Milieuhygiënische analyses

MA170004.012.R01.v1.0

10

18

21

42

3 van 52

6.1.1

Asbest ............................................................................................................................................................... 49

6.2

Civieltechnische eigenschappen

7

Conclusies en aanbevelingen .................................. 50

7.1

Conclusies

50

7.2

Aanbevelingen

52

49

Bijlagen Bijlage 1 Topografische overzichtskaart Bijlage 2 Foto’s locatie Bijlage 3 Boorstaten incl. legenda Bijlage 4 Analysecertificaten Bijlage 5 Toetsing Wet bodembescherming Bijlage 6 Toetsing Besluit bodemkwaliteit Bijlage 7 Overzicht bronnen vooronderzoek Bijlage 8 Situatietekening Bijlage 9 Toelichting berekening veiligheidsklassen (CROW 400)

MA170004.012.R01.v1.0

4 van 52

1 Inleiding Geonius Milieu B.V. heeft in opdracht van Geonius Infra B.V. een milieutechnisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van een reconstructie ter plaatse van de N271 (Milsbeek - Mook). De aanleiding voor de uitvoering van dit bodemonderzoek is de geplande reconstructie ter plaatse waarbij tot maximaal 1,0 m-mv zal worden gegraven. In het kader van de voorgenomen werkzaamheden wordt de milieuhygiënische kwaliteit van het asfalt, het funderingsmateriaal en de grond bepaald. Doel van het verkennend bodemonderzoek omvat diverse punten, te weten: •

beoordelen of in het kader van de Wet bodembescherming mogelijk sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (ATI-toetsing, vervolgonderzoek);

•

beoordelen of uitkomend (bodem)materiaal voor hergebruik in aanmerking komt, onder de voorwaarden van hergebruik (Besluit bodemkwaliteit en civieltechnisch):

•

o

als tijdelijke uitname in het werk (grond en niet-vormgegeven bouwstoffen)1;

o

in het project (grond en niet-vormgegeven bouwstoffen);

o

in het homogene deelgebied (grond).

bepalen van de voorlopige veiligheidsklassen voor de uitvoering van de werkzaamheden in het kader van de Arbo-wetgeving (CROW400);

•

beoordelen of het uitkomend (bodem)materiaal verdacht is op de aanwezigheid van asbest.

Onderhavig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017), de NEN 5707+C2 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, december 2017), de NEN 5897+C2 (Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, december 2017) en de NEN 5740 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, januari 2009 en wijzigingsblad NEN 5740/A1, februari 2016). Geonius is gecertificeerd voor SIKB protocol 2001, 2002, 2003 en 2018 behorende bij Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” (BRL SIKB 2000). Het procescertificaat van Geonius Milieu B.V. en het bijbehorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij horende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium (of de opdrachtgever). Geonius Groep B.V. en de verschillende divisies zijn gecertificeerd volgens de algemene kwaliteitsnorm NEN-ENISO 9001:2008, ISO 14001 en VCA*. Geonius Milieu B.V. streeft naar het uitvoeren van een representatief onderzoek.

Het onderzoek is echter steekproefsgewijs uitgevoerd door middel van het uitvoeren van een volgens de norm voorgeschreven aantal boringen en het laten analyseren van grond(meng)monsters op een standaard analysepakket. Eventueel niet getraceerde (punt)bronnen van verontreinigingen kunnen derhalve niet worden uitgesloten.

1

Zie Besluit bodemkwaliteit, artikel 36, lid 3: “het tijdelijk ontgraven van een deel van de bodem en het vervolgens weer onbewerkt onder dezelfde condities terugbrengen van die grond op of nabij de plaats waar deze is ontgraven”.

MA170004.012.R01.v1.0

5 van 52

Geonius Milieu B.V. verklaart hierbij geen organisatorische, financiële of juridische binding te hebben met de opdrachtgever en/of onderhavige locatie en daarmee te voldoen aan de vereisten zoals gesteld in KwaliBo (Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer). In onderhavig rapport worden de resultaten van het vooronderzoek, de gehanteerde onderzoeksopzet, de uitgevoerde veldwerkzaamheden en de resultaten van het analytisch onderzoek beschreven. Tot slot worden de resultaten getoetst aan de referentiewaarden en worden conclusies, en eventueel aanbevelingen, geformuleerd.

MA170004.012.R01.v1.0

6 van 52

2 Achtergrondinformatie 2.1 Algemeen Voorafgaand aan het bodemonderzoek is een standaard historisch vooronderzoek conform de NEN 5725 verricht. Tijdens het vooronderzoek is een locatie-inspectie uitgevoerd en zijn gegevens over de locatie opgevraagd. Daarnaast zijn gegevens over de bodemopbouw en geohydrologie en gegevens over de (financieel)juridische situatie verzameld. De hierbij gehanteerde bronnen zijn opgenomen in bijlage 7. De resultaten van het vooronderzoek zijn in onderstaande paragrafen opgenomen.

2.2 Situering onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft de N271 (rijbaan, bushaltes, fietspad en aansluitingen openbare wegen) van hectometerpaal 117,6 tot hectometerpaal 122,2. In Tabel 2.1 zijn enkele gegevens betreffende de onderzoekslocatie weergegeven. De regionale ligging is weergegeven in bijlage 1. In bijlage 8 is een situatietekening met daarop de ligging van de locatie opgenomen. Foto’s van de locatie zijn opgenomen in bijlage 2. Tabel 2.1: overzicht topografische en kadastrale gegevens onderzoekslocatie Algemene en topografische gegevens Oppervlakte onderzoekslocatie

Circa 104.600 m2

Maaiveldhoogte

Circa 10,3-24,0 m + NAP

X-coördinaat, Y-coördinaat

X: 192.763 Y: 416.172

Kadastrale gegevens Eigenaar

Provincie Limburg Limburglaan 10 6229 GA Maastricht

2.3 Historie Op basis van de geraadpleegde historische kaarten blijkt dat de N271 (provinciale weg) al sinds het eerst raadpleegbare kaartmateriaal (ca. 1850) aanwezig is. De weg is in de 19e eeuw aangelegd als rijksweg van Maastricht naar Nijmegen. In de loop der jaren heeft de weg enkele aftakkingen en ombuigingen gekregen.

2.4 Vergunningen In de archieven van de gemeente Mook en Middelaar en Gennep zijn voor de onderzoekslocatie de volgende gegevens bekend omtrent: •

archief BOOT (Besluit Opslaan Ondergrondse Tanks).

In Tabel 2.2 staan de resultaten van het archiefonderzoek vermeld.

MA170004.012.R01.v1.0

7 van 52

Tabel 2.2: overzicht vergunningen die ter beschikking zijn gesteld Ondergrondse/bovengrondse tanks Inhoud tank

Product

Locatie

Periode

Onderzoeksgegevens

Onbekend

HBO (bovengronds)

Rijksweg 41,

[tot ca. 1992]

Chemclean, 02481, d.d. 5 okt 1992:

Milsbeek

Betreft een bovengrondse tank. Tank is schoongemaakt, de eigenaar heeft zelf gezorgd voor de verschroting van de tank. Er kan worden aangenomen dat er geen verontreiniging is aangetroffen.

Voor de onderzoekslocatie zijn geen vergunningen afgegeven in het kader van de voormalige Hinderwet, Wet milieubeheer, Bouwvergunningen, Sloopvergunningen of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) dan wel niet bekend/aanwezig in de geraadpleegde bronnen.

2.5 Bodemopbouw, -kwaliteit en geohydrologie In Tabel 2.3 staat de globale bodemopbouw, geohydrologie, gegevens Bodemkwaliteitskaart/Nota bodembeheer en een samenvatting van de resultaten van eerder uitgevoerde bodemonderzoeken op en nabij de onderzoekslocatie vermeld. Tabel 2.3: overzicht bodemopbouw, geohydrologie en -kwaliteit Globale bodemopbouw Diepte in m-mv

Omschrijving

Opmerkingen

[0 - 3]

Formatie van Boxtel, tweede zandige eenheid

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind

[3 - 4]

Formatie van Kreftenheye, tweede zandige eenheid

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen

[4 - 6]

Formatie van Kreftenheye, eerste kleiige eenheid

Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit kleiig zand, fijn zand, klei en midden zand, met weinig veen en een spoor grof zand

[> 6]

Formatie van Kreftenheye, derde zandige eenheid

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen

Geohydrologische gegevens Hoogte freatisch grondwater

Circa 2,0-10,0 m-mv

Stromingsrichting grondwater

Zuidzuidwestelijk

Ligging van oppervlaktewater op en/of nabij de locatie

De Mookerplas ligt op ca. 230 m afstand van de onderzoekslocatie (ter plaatse van hectometerpaal 121)

Het voorkomen van brak of zout grondwater

Nee

Ligging binnen een grondwaterbeschermingsgebied

Ja, Mookerheide (tussen Mook en Plasmolen)

Aanwezigheid van grondwateronttrekkingen op de locatie of in de omgeving

Ja, Mookerheide (tussen Mook en Plasmolen)

Aanwezigheid van breukstelsels op of nabij de locatie

Ja, ter hoogte van hectometerpaal 122 loopt een geologische breuk van het zuidoosten richting het noordwesten.

MA170004.012.R01.v1.0

8 van 52

Bodemkwaliteitskaart / Nota bodembeheer Kenmerk, datum

Omschrijving

M11G0126, d.d. 9 dec 2011

Regionale Bodemkwaliteitskaart gemeenten Bergen (Limburg), Gennep en Mook & Middelaar

Deelgebied

Bergen, Gennep, Mook & Middelaar BG Bergen, Gennep, Mook & Middelaar OG

Ontgravingsklasse

Bovengrond (0-0,5 m-mv): Achtergrondwaarde Ondergrond (0,5-2,0 m-mv): Achtergrondwaarde

Bodemonderzoeken in directe omgeving onderzoekslocatie Kenmerk, datum

Omschrijving

Rijksweg 184 (Plasmolen) Willems Milieukundig

Verkennend bodemonderzoek t.p.v. Tankstation Rijksweg 184

Bodemonderzoek, d.d. 1 sep 1993

Er is een lichte verontreiniging aangetroffen met minerale olie en BTEX. In het grondwater is een lichte verontreiniging aangetroffen met minerale olie, tolueen, xyleen en PAK.

Oranjewoud,

Verkennend bodemonderzoek t.p.v. Tankstation Van de Berg

3509-30031, d.d. 1 oktober 2000

Ter plaatse van boring 111 is er een sterke bodemverontreiniging aangetroffen met minerale olie. Verder is minerale olie slechts in licht verhoogde gehalten aangetroffen. Er is geen grondwaterverontreiniging aangetroffen. Er wordt geadviseerd de sterke verontreiniging te verwijderen tijdens de aanleg van een vloeistofdichte verharding.

Ko Care,

Nulsituatie bodemonderzoek t.p.v. Rijksweg 184

2000/R02427.A/1R0/HVH, d.d. 23 jan 2001

Er zijn 4 tanks verwijderd. Hiervoor is 2,75 m3 grond ontgraven, deze is afgevoerd. Onder de voormalige tanks zijn geen verontreinigingen aangetroffen. In de bovengrond ter plaatse van boring 111 is een sterke verontreiniging met minerale aangetroffen. De verontreiniging rond dit boorpunt is in voldoende mate gesaneerd.

Ko Care,

Grondwateronderzoek op de locatie Rijksweg 184

d.d. 11 mei 2010 Nikkel en benzeen zijn plaatselijk in licht verhoogde mate aangetroffen. De bodemkwaliteit op de locatie is in voldoende mate vastgelegd, derhalve wordt nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. Voormalig tankstation ter hoogte van Zevendalseweg (Plasmolen) Innogas,

Oriënterend bodemonderzoek t.p.v. Rijksweg N271 bij Witteweg

274157R2386/m, d.d. 18 aug 1998

De grond ter plaatse van het voormalige pompeiland voor diesel en superbenzine is plaatselijk sterk verontreinigd met minerale olie. Er is geen grondwateranalyse uitgevoerd aangezien de grondwaterspiegel zich dieper dan 5 m-mv bevindt. Het voormalige benzine-service-station (Shell Station Plasmolen) heeft alle activiteiten in 1967 gestopt. In 1976 zijn alle ondergrondse tanks verwijderd (ondergrondse 6.000 liter benzinetank, ondergrondse 6.000 liter mengsmeringtank, ondergrondse 12.000 liter dieseltank, ondergrondse 12.000 liter superbenzinetank, 2.000 liter afgewerkte olietank, ondergrondse 6.000 liter superbenzine tank (2x), ondergrondse 6.000 liter benzine tank, ondergrondse 6.000 liter dieseltank)

(Boringen G013, G114 t/m G117 van onderhavig onderzoek zijn uitgevoerd ter plaatse van bovenstaand bodemonderzoek)

MA170004.012.R01.v1.0

9 van 52

Ter hoogte van Rijksweg 172 (Plasmolen) AT Milieuadvies,

Verkennend bodemonderzoek Hotel de Plasmolen

AT06454, d.d. 1 feb 2007

In de bovengrond zijn lichte verontreinigingen met lood, zink en PAK aangetroffen. In de ondergrond is asbest aangetroffen met een gehalte van 19 mg/kg d.s. (< 100 mg/kg d.s.). Er zijn geen beperkingen t.a.v. het huidig en toekomstig gebruik aangetroffen.

Rozenbroeksestraat 2 (Milsbeek) Certichem Laboratory,

Verkennend bodemonderzoek t.p.v. Rozenbroeksestraat 2 te Milsbeek

95-4078, d.d. 1 dec 1995

Zowel zintuiglijk als analytisch zijn geen verontreinigingen aangetroffen.

2.6 Niet gesprongen explosieven (NGE) De onderzoekslocatie is wel gelegen in een gebied dat verdacht is voor “niet gesprongen explosieven”.

2.7 Archeologie Uit de archeologische verwachtings- en cultuurhistorische advieskaart van de gemeente Mook en Middelaar blijkt dat de onderzoekslocatie gelegen is in een gebied waarvoor een lage tot hoge archeologische verwachting geldt.

2.8 Terreininspectie/locatiebezoek asbest/ interview(s) 2.8.1 Terreininspectie/locatiebezoek asbest Op 23 augustus is door de heer P.N.M. Vanoppen een terreininspectie en een locatiebezoek asbest uitgevoerd. De rijbanen en fietspaden zijn verhard met asfalt, evenals de aansluitende wegen. De bermen zijn begroeid met gras. Tijdens het locatiebezoek asbest is het gehele terrein visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Deze zijn op onderhavige onderzoekslocatie niet waargenomen.

2.8.2 Interview(s) eigenaar c.q. gebruiker Door de opdrachtgever wordt aangegeven dat geen potentiële bodembelastende activiteiten op de locatie bekend zijn.

2.9 Samenvatting vooronderzoek, onderzoekshypothese en –strategie 2.9.1 Asfalt Om de hergebruikmogelijkheden van het asfalt vast te stellen, dient te worden vastgesteld of het asfalt teerhoudend is. Hiertoe wordt het PAK-gehalte van het asfalt bepaald en getoetst aan de maximale samenstellingswaarde uit het Besluit bodemkwaliteit. Het onderzoek wordt uitgevoerd volgens CROW publicatie 210 (Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt, juni 2015) en BRL 9320 (Bitumineus gebonden mengsels). In deze richtlijnen zijn eisen aangegeven voor de acceptatie van asfaltgranulaat.

MA170004.012.R01.v1.0

10 van 52

Op basis van historisch vooronderzoek en een visuele inspectie van het te frezen/ op te breken weggedeelte worden eventueel te onderscheiden vakken aangegeven. Naast het “gewone” wegvak dient rekening gehouden te worden met “bijzondere weggedeelten” vakken zoals bushaltes, opstelvakken, reparatievakken, naden, etc. In onderstaande Tabel 2.4 is het minimum aantal boringen per onderzoeksvak aangegeven. Tabel 2.4: minimum aantal boringen per onderzoeksvak Situatie

Minimum aantal boringen per onderzoeksvak

Asfalt dat geheel of gedeeltelijk vóór 1995 is aangelegd Onderzoeksvak < 100 m2

1

Onderzoeksvak < 500 m2

2

Onderzoeksvak ≥ 500 m2

1 per (gedeelte van) elke 500 m2 +1 extra per onderzoeksvak

Asfalt dat volledig na 1994 is aangelegd (het werk wordt beschouwd als één onderzoeksvak) Onderzoeksvak < 1.000 m2 Onderzoeksvak

≥ 1.000 m2

2 1 boring per (gedeelte van) elke 1.000 m2 +1 extra per onderzoeksvak

Bij zeer grote homogene asfaltoppervlakten (≥ 10.000 m2) is een verminderde onderzoeksinspanning van toepassing.

Bij het plaatsen van de boringen dient volgens CROW publicatie 210 rekening te worden gehouden met onderstaande zaken: •

Als het vak een rijstrook betreft moet de helft van de kernen in de rijsporen en de andere helft buiten de rijsporen worden geboord;

•

Het boren van de asfaltkernen wordt uitgevoerd met een boor met een diameter van minstens 100 millimeter;

•

De asfaltboringen moeten worden doorgezet tot minstens 10 centimeter onder de opgegeven onderzoeksdiepte, maar bij voorkeur tot de onderzijde van het asfalt;

•

De locatie van de asfaltkernen moet worden vastgesteld (bij voorkeur in x- en y-coördinaten) én worden vastgelegd ten opzichte van vaste referentiepunten met een afwijking van maximaal 20 centimeter.

In onderstaande Tabel 2.5 is het minimum te analyseren asfaltanalyses volgens CROW publicatie 210 en BRL 9320, d.d. 24 april 2009, weergegeven. Tabel 2.5: analysestrategie asfalt Hoeveelheid vrijkomend potentieel teervrij asfalt per onderzoeksvak

Minimum aantal analyses

Gehele werk na 1994 aangelegd èn in de PAK- detectorproef

0 analyses

0 -25 ton (alleen indien hele werk < 25 ton)

0 analyses

0-200 ton

1 analyse

200-1.000 ton

2 analyses

1.000-2.000 ton

3 analyses

Elke 2.000 ton meer

1 analyse extra

Op de kernen is een laagdiktebepaling proef (RAW 77.1) en PAK-detectorproef (RAW 77.2) uitgevoerd. Op basis van de uitkomsten van deze onderzoeken is in eerste instantie bepaald of sprake is van voldoende homogeen asfalt. Indien dit niet het geval is dienen mogelijk aanvullende kernboringen en laagdiktebepalingen en PAKdetectorproeven worden uitgevoerd. Vervolgens dienen PAK in asfalt analyses te worden ingezet om de samenstellingswaarden te bepalen. Conform de CROW publicatie 210 dient bij het samenstellen van de mengmonsters met de volgende zaken rekening te worden gehouden:

MA170004.012.R01.v1.0

11 van 52

•

Monsters mogen worden samengesteld uit ten hoogste 3 verschillende lagen, als deze in één keer kunnen worden gefreesd;

•

Per monster mag materiaal van maximaal 3 verschillende boorkernen gebruikt worden;

•

De dikte van het asfaltpakket dat in één (meng)monster mag worden verzameld (totaal van de 3 kernen) bedraagt maximaal 20 centimeter;

•

Als meerdere boorkernen in een onderzoeksvak overeenkomstige lagen bevatten, hoeven niet alle boorkernen bemonsterd te worden. Wel moet asfalt uit de verschillende lagen in het monster aanwezig zijn.

2.9.2 Fundatie en onderliggende bodem Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek blijkt dat voor de onderzoekslocatie geen directe aanleiding is om uit te gaan van een belaste bodem anders dan door het gebruik sinds langere tijd (diffuse bodembelasting). Bij de uitvoering van de werkzaamheden wordt extra aandacht besteed aan mogelijke uitloging vanuit mogelijk verontreinigd fundatiemateriaal. Als gevolg van mogelijke belasting van de bodem door het verkeer wordt voor de bovengrond (onder de fundatie) ter plaatse van de rijbaan uitgegaan van een verdachte (niet lijnvormige) locatie (VED-HE-NL), zoals genoemd in de NEN 5740. Voor de ondergrond wordt uitgegaan van een onverdachte (niet lijnvormige) locatie (ONV-NL). Het grondwater wordt niet binnen de maximale ontgravingsdiepte verwacht en wordt derhalve niet meegenomen in het onderzoek. Ter hoogte van de Witteweg heeft een tankstation gelegen aan de N271. Aangezien de reconstructie tot maximaal 1,0 m-mv zal plaatsvinden, zal geen specifiek onderzoek plaatsvinden naar de aanwezige bodemverontreiniging met minerale olie.

2.9.3 Asbest in bodem/puin Het verkennend onderzoek naar asbest in bodem/puin wordt uitgevoerd volgens de NEN 5707+C2 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, december 2017) danwel de NEN 5897+C2 (Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, december 2017) Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek blijkt dat voor de onderzoekslocatie met betrekking tot asbest in bodem/puin de hypothese “onverdacht” van toepassing is. Hoogstwaarschijnlijk bestaat de fundatie uit stol, welke als niet verdacht voor asbest aangemerkt kan worden. Wel kan plaatselijk asbestverdacht bodemvreemde materialen aangetroffen worden. Vanwege deze mogelijke aanwezigheid vindt het asbestonderzoek plaats volgens de strategie voor een “verdachte locatie met plaatselijk bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern” uit de NEN 5707.

2.9.4 Civieltechnische hergebruiksmogelijkheden Het vrijgekomen materiaal uit de proefgaten en boringen is tevens visueel beoordeeld op de civieltechnische herbruikbaarheid. Van het aanwezige zand is materiaal verzameld voor een SCG-kromme voor een (indicatieve) toetsing aan de eisen voor zand in zandbed, draineerzand en/of zand in aanvulling of ophoging uit RAW 2015. Alsmede wordt de SCG-kromme gebruikt voor de bepaling van de K-waarde (doorlatendheid) van de bodemlagen.

MA170004.012.R01.v1.0

12 van 52

3 Veldwerk en analyses 3.1 Onderzoeksprogramma In onderstaande Tabel 3.1 is het uitgevoerde veld- en laboratoriumonderzoek samengevat. Tabel 3.1: onderzoeksprogramma bodem- en asbestonderzoek (Deel)locatie en OpperVeldwerk strategie vlakte (m2)

N271 (VED-HE-NL) (ONV-NL)

104.600

Asfaltonderzoek (CROW210) 176 kernen

Bodem/ fundering 37*0,5 m-mv 119*1,0 m-mv

Analyses1) Asfalt

176*PAK-marker test (RAW 77.2) + laagdikte-bepaling (RAW 77.1) 108*PAK in asfalt (DLC) 9*PAK in asfalt (GCMS)

Grond/fundatie

Grondwater

Bovengrond/Verdachte laag: 45*standaardpakket 5*Samenstellingspakket beperkt en uitloogproef

-

Ondergrond: 17*standaardpakket Civieltechnisch: 5x SCG-kromme Asbestonderzoek N271 8x <10 m2 (VEP) Aanvullend onderzoek Eigen strategie -

1)

8 proefgaten (0,3*0,3)

-

8 asbest in grond/puin (NEN 5898)

28*1,0 m-mv

-

53*PAK in grond 12*olie 4*nikkel

-

Standaardpakket (landbodem en grond): organisch stof en lutum 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) som-PCB’s, som-PAK’s (10) en minerale olie Samenstellingspakket beperkt en uitloogproef (bouwstoffen) organische parameters (som PCB, som PAK (10) en minerale olie). schudproef met L/S=10 en analyse eluaat op pakket 15 metalen (As, Ba, Cd, Cr, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Sb, Se, Va, Zn) en 4 anionen (fluoride, bromide, chloride en sulfaat). SCG-kromme: organisch stofpercentage; korrelgrootteverdeling op min. delen (<2 µm, <16 µm, <32 µm, <50 µm, <63 µm, <125 µm, <250 µm, <500 µm, <1 mm, <2 mm en >2 mm)

Gezien de aanleiding en doelstelling van het onderzoek, heeft geen grondwateronderzoek plaatsgevonden. De chemische analyses van de grond(meng)monsters zijn conform AS3000 uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam, gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 (certificaatnummer L28) en AS3000erkend. De grond(meng)monsters ten behoeve van het asbestonderzoek zijn geanalyseerd op asbest conform NEN 5898. De (meng)monsters hebben een geschat drooggewicht van minimaal 10 kg voor grond.

MA170004.012.R01.v1.0

13 van 52

3.2 Samenstelling en analyseparameters bodemmonsters Gerelateerd aan de zintuiglijke waarnemingen dan wel analyseresultaten zijn de volgende wijzigingen en/of bijzonderheden te melden: •

Vanwege de aanwezigheid van diverse hoofdbestanddelen en bodemvreemde bijmengingen zijn, aanvullend op de in totaal 62 analyses op het standaardpakket landbodem uitgevoerd;

•

Op basis van de analyseresultaten van de mengmonsters mmR14 en mmR17 zijn de individuele monsters van deze mengmonsters separaat geanalyseerd op de parameter nikkel, minerale olie en/of PAK (in totaal 8 monsters).

•

Op basis van de analyseresultaten van mengmonster mmA6, zijn 2 aanvullende boringen (A1001 en A1002) tot 1,0 m-mv geplaatst en zijn 4 aanvullende analyses op PAK uitgevoerd.

•

Op basis van de analyseresultaten van mengmonster mmF105, zijn 3 aanvullende boringen (F1001 t/m F1003) tot 1,0 m-mv geplaatst en zijn 4 aanvullende analyses op PAK en minerale olie uitgevoerd.

•

Op basis van de analyseresultaten van mengmonster mmG104, zijn 9 aanvullende boringen (G1011 t/m G1019) tot 1,0 m-mv geplaatst en zijn 14 aanvullende analyses op PAK uitgevoerd.

•

Op basis van de analyseresultaten van mengmonster mmG111, zijn 8 aanvullende boringen (G1001 t/m G1008) tot 1,0 m-mv geplaatst en zijn 14 aanvullende analyses op PAK uitgevoerd.

•

Op basis van de analyseresultaten van mengmonster mmR2, zijn 6 aanvullende boringen (R1001 t/m R1006) tot 1,0 m-mv geplaatst en zijn 9 aanvullende analyses op PAK uitgevoerd.

De grond(meng)monsters zijn onderzocht op het standaardpakket landbodem en grond uit de NEN 5740. In Tabel 6.1 (hoofdstuk 6) is een overzicht gegeven hoe de grond(meng)monsters zijn samengesteld. Tevens is van elk grond(meng)monster het globale bodemprofiel, de zintuiglijke waarnemingen en de uitgevoerde chemische analyses vermeld. In bijlage 4 zijn de analyseresultaten en een overzicht van de toegepaste analysemethoden weergegeven.

3.3 Veldwerk verkennend bodemonderzoek De veldwerkzaamheden zijn gefaseerd uitgevoerd tussen op 13 augustus 2018 en 24 oktober 2018 conform BRL SIKB 2000 en het daarbij behorend protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen). De veldmedewerker die de werkzaamheden heeft uitgevoerd, de heer P.N.M. Vanoppen, is in dit kader geregistreerd bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Tijdens de veldwerkzaamheden is assistentie verleend door de heren L. Idili, J.H.M. Geurts en J. Kerckhoffs. Een tekening met de locaties van de uitgevoerde boringen is toegevoegd als bijlage 8. Er hebben geen kritieke afwijkingen op de beoordelingsrichtlijn plaatsgevonden.

MA170004.012.R01.v1.0

14 van 52

3.4 Bodemprofiel Tijdens de boor- en bemonsteringswerkzaamheden is het bodemmateriaal beoordeeld op kleur, textuur, bijmenging(en) en eventuele bijzonderheden. De boorstaten zijn als bijlage 3 zijn toegevoegd. Uit de terreininspectie blijkt dat het maaiveld van de rijbanen en fietspaden (met uitzondering van de laatste meters in Mook) verhard is met asfalt. De aansluitende zijwegen zijn verhard met asfalt, met uitzondering van de Rozenbroek welke onverhard is. De bushaltes zijn grotendeels verhard met asfalt en slechts één bushalte is verhard met klinkers (tussen aansluitende wegen Achterboek en Rozenbroek). Plaatselijk is onder het asfalt een betonlaag aangetroffen. Het betreft ter plaatse van de boringen Ak09, Akb58, Akb60, Akb62, Akb64, B12, B14, F007, F012, F013, F014, F015 en F016. Onder het asfalt is grotendeels een fundatie van zand/grind (stol) of alleen zand aanwezig. Uitzondering betreft de hoofrijbaan ter plaatse van de boringen R01 t/m R012 en R030 t/m R043. Hier bestaat de fundatie uit grof grind tot stenen. De bovengrond ter plaatse van de bermen bestaat uit grindig zand. De gehele ondergrond bestaat uit zand, al dan niet met bijmengingen aan grind. Ter plaatse van boring A002 (Vagevuurweg) en A003 (Heiweg) is een sintellaag onder het asfalt aangetroffen. Ter plaatse van boring R021 is een slakkenlaag aangetroffen.

Plaatselijk zijn in de bodem bodfemvreemde bijmengingen aan puin (sporen tot zwak), beton (sporen) en kolen (sporen) materialen waargenomen.

3.5 Uitgevoerd veldwerk verkennend asbestonderzoek De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 23 en 24 augustus 2018 conform BRL SIKB 2000 en het daarbij behorende protocol 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem). De coördinerend veldmedewerker, de heer P.N.M. Vanoppen, is in dit kader geregistreerd bij het Ministerie van IenW. De coördinerend veldwerker is hierbij geassisteerd door de heer J. Kerckhoffs. Voor asbestonderzoek geldt dat bij meer dan 50 volumeprocent bodemvreemd materiaal protocol 2018 niet van toepassing is en het asbestonderzoek niet onder het BRL SIKB 2000 certificaat kan worden uitgevoerd. Voor onderhavig onderzoek is dat niet het geval. Tijdens het veldwerk waren de omstandigheden als volgt: •

Droog (neerslag <10 mm);

•

Helder (zicht >50 m);

•

Bedekking maaiveld: >75%;

•

Toplaag: asfalt, berm (gras).

MA170004.012.R01.v1.0

15 van 52

De inspectie-efficiëntie van de maaiveldinspectie wordt geschat op circa 10%. Vermeld wordt dat de maaiveldinspectie niet conform BRL SIKB 2000 en het daarbij behorende protocol 2018 (locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem) heeft kunnen plaatsvinden. Bij een inspectie-efficiëntie lager dan 50% is de waarde van een maaiveldinspectie namelijk onvoldoende om het verdachte gebied in te perken en een kwantitatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de toplaag. De maaiveldinspectie kan derhalve ook niet dienen om de onderzoekstrategie (eventueel) bij te stellen. In aanvulling op de NEN 5707 is, tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden, tevens de uitkomende grond visueel beoordeeld op asbestverdachte materialen, danwel verdachte bijmengingen die kunnen duiden op de aanwezigheid van asbest. Deze zijn op onderhavige locatie alleen ter plaatse van de boringen Ak02, F109, G101, G104, G109, G112, G113 en P001 waargenomen in de vorm van baksteen- en/of betonpuin, waardoor een verkennend onderzoek naar asbest in bodem uitgevoerd moet worden. Op basis van de opgestelde strategie zijn proefgaten gemaakt (minimaal 30*30 centimeter of ø35 centimeter) uitgevoerd tot maximaal 0,5 m in de verdachte laag. In Tabel 3.2 is een beschrijving gegeven van de verschillende proefgaten/boringen.

Tabel 3.2: resultaten veldwerk proefgaten en bijzonderheden verrichte boringen Proefgat

Onderzocht

Bodemomschrijving

traject (cm-mv) Ak02PG

25-50

Zand, zeer fijn, zw. siltig, sp.

Mengmonster

Afmetingen

Bodemvreemd

Asbest

fijne fractie

(cm) (l x b)

materiaal (%)

aangetroffen

mmASB1

40x40

<1

nee

mmASB2

Ø35

<20

nee

grind, sp. baksteen F109pg

30-80

Zand, ma. fijn, zw. siltig, zw. grindig, zw. baksteenh., sp. asfalt

80-110

Zand, ma. fijn, zw. siltig, sp.

<1

baksteen G101pg

0-50

G104pg

0-50

Zand, ma. fijn, zw. siltig, sp.

mmASB3

40x40

<1

nee

mmASB4

40x40

<1

nee

mmASB5

40x40

<1

nee

mmASB6

40x40

<1

nee

mmASB7

40x40

<1

nee

mmASB8

Ø35

<1

nee

asfalt, sp. baksteen, Zand, zeer fijn, zw. siltig, zw. humeus, sp. grind, sp. baksteen, G109pg

0-50

Zand, ma. fijn, zw. siltig, zw. humeus, ma. wortelh., sp. baksteen

G112pg

0-50

Zand, ma. fijn, zw. siltig, zw. humeus, sp. baksteen, zw. grindh., sp. asfalt, ma. wortelh.,

G113pg

0-50

Zand, ma. fijn, zw. siltig, zw. humeus, sp. baksteen, zw. grindh.,

zw.

wortelh.,

sp.

stenen, P001pg

40-75

Zand, zeer fijn, zw. siltig, sp. baksteen, sp. beton, sp. grind

MA170004.012.R01.v1.0

16 van 52

Verklaring gebruikte afkortingen st. pakket : standaard pakket sp. : sporen zw. : zwak ma. : matig st. : sterk uit. : uiterst

vol. re. br. lg. -h. asbv. mat

: volledig : resten : brokken : laagjes : -houdend : asbestverdacht materiaal

Tijdens de visuele inspectie zijn enkele foto’s gemaakt, die zijn toegevoegd in bijlage 2. Op basis van de visuele inspectie kan worden geconcludeerd dat zintuiglijk geen onderverdeling (wel/geen asbestverdacht materiaal) van de locatie kan worden gemaakt. De uit de proefgaten vrijgekomen grond is voor inspectie gezeefd (maaswijdte zeef 20 mm). De grove fractie van de uitgekomen grond is visueel beoordeeld op asbestverdachte materialen. In het opgeboorde/opgegraven materiaal van alle proefgaten is géén asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen. Vervolgens zijn van de grond 8 mengmonsters samengesteld ten behoeve van de microscopische analyse van de fijne fractie conform NEN 5898.

MA170004.012.R01.v1.0

17 van 52

4 Analyseresultaten 4.1 Toetsingskader 4.1.1 Wet bodembescherming De analyseresultaten zijn getoetst aan de interventiewaarden (I) voor grond uit de Circulaire bodemsanering 2013 en de achtergrondwaarden (AW) voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (behorende bij het Besluit bodemkwaliteit). De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgesteld op basis van gehalten aan stoffen, zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor de mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. De “tussenwaarde” (in onderhavig rapport aangeduid als T) betreft het rekenkundig gemiddelde van de achtergrondwaarde/streefwaarde en de interventiewaarde, maar maakt geen onderdeel meer uit van de toetsing die noodzakelijk is vanuit de Circulaire Bodemsanering en Besluit Bodemkwaliteit, maar fungeert in onderhavig rapport als triggerwaarde waarboven het vermoeden van een geval van ernstige verontreiniging bestaat en nader onderzoek wordt aanbevolen. In de navolgende paragrafen wordt de aangetroffen verontreinigingssituatie aangeduid met de termen licht, matig en/of sterk waaraan de volgende definities zijn gegeven: •

Licht verontreinigd: betreft gehalten tussen de achtergrondwaarde en de “tussenwaarde” (gemiddelde van achtergrond- en interventiewaarde);

•

Matig verontreinigd: betreft gehalten tussen de “tussen”- en interventiewaarde;

•

Sterk verontreinigd: betreft gehalten die de interventiewaarden overschrijden.

4.1.2 Besluit en Regeling bodemkwaliteit De analyseresultaten zijn tevens (indicatief) getoetst aan de maximale waarden behorende bij de diverse functieklassen zoals vermeld in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit (Staatscourant, 20 december 2007, nr. 247/pag. 67).

4.1.3 Niet-vormgegeven bouwstoffen Voor niet-vormgegeven bouwstoffen (slakken, menggranulaten e.d.) is het toetsingskader van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing, zoals vermeld in bijlage A van de Regeling bodemkwaliteit. Op basis van beschikbare (historische) informatie wordt beoordeeld of tijdelijke uitname is toegestaan (verdacht dan wel onverdacht materiaal). In

MA170004.012.R01.v1.0

18 van 52

Tabel 4.1 is de relatie weergegeven tussen de doelstelling van dit onderzoek en de toetsing van de milieuhygiënische analyseresultaten voor grond.

MA170004.012.R01.v1.0

19 van 52

Tabel 4.1: toetsingskader grond Kader A: Wet bodembescherming B: Besluit bodemkwaliteit / Bodemkwaliteitskaart

C: Arbo-wetgeving

Doelstelling Bepalen van een geval van ernstig bodemverontreiniging Invulling geven aan zorgplicht Hergebruik in het werk (tijdelijke uitname) Hergebruik in het project

Betreft Grond

Normering ATI-waarden

Wanneer Concentraties > IW

Grond Grond

ATI-waarden ATI-waarden

Concentraties < TW Concentraties < TW

Grond

Gebiedsspecifieke waarde / LMW

Hergebruik in het deelgebied

Grond

Gebiedsspecifieke waarde / LMW

Bepalen van voorlopige veiligheidsklassen voor de uitvoering (a)

Grond

ATI-waarden

Concentraties voldoen aan desbetreffende klasse Concentraties voldoen aan desbetreffende klasse Altijd

Verklaringen ATI Achtergrondwaarde 2000 en interventiewaarden Circulaire bodemsanering 2013. (a) Bij de graafwerkzaamheden dient rekening gehouden worden met de veiligheidsvoorschriften en arbo-wetgeving voor grondwerk en bodemsanering. Voor aanvang van het werk dient de aannemer een (beknopt) V&G-plan uitvoeringsfase op te stellen, welke onderdeel uit kan maken van het veiligheidsplan voor het gehele civiele werk. Het bepalen van de veiligheidsklassen heeft plaatsgevonden conform de CROW-Publicatie 400 (werken in of met verontreinigde grond), de 2e gewijzigde druk: december 2017. Bij het bepalen van de veiligheidsklasse zijn de hoogst verkregen waarden van de geanalyseerde parameters gehanteerd. Ten aanzien van de berekeningen wordt vermeld dat het een indicatie geeft van de betreffende gezondheidsrisico's. Bij werkzaamheden waarbij mogelijke blootstelling aan toxische stoffen mogelijk is wordt geadviseerd contact op te nemen met een deskundige zoals omschreven in module 5 'eisen aan de deskundigheid' van CROW-publicatie 400, 2e gewijzigde druk, december 2017.

4.1.4 Asbest in bodem/puin De resultaten van het asbestonderzoek zijn getoetst aan de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering 2013 (versie 1 juli 2013), dan wel aan de maximale samenstellingswaarden voor niet vormgegeven bouwstoffen uit het Besluit en Regeling bodemkwaliteit. In zowel de Circulaire, als het Beluit en Regeling, wordt als interventiewaarde een gehalte van 100 mg/kg d.s. gehanteerd. Het gehalte asbest wordt berekend uit het gewogen serpentijnasbestgehalte vermeerderd met 10 maal het amfiboolgehalte.

4.1.5 Asfalt Indien het asfalt een PAK-10 gehalte bevat van minder dan 75 mg/kg d.s. wordt dit geclassificeerd als nietteerhoudend en dan kan dit warm in asfaltmengsels worden herverwerkt. Indien het asfalt een PAK-10 gehalte heeft van meer dan 75 mg/kg d.s. wordt dit geclassificeerd als teerhoudend en mag het asfalt niet worden hergebruikt.

MA170004.012.R01.v1.0

20 van 52

5 Asfalt 5.1 Veldwerk De asfaltkernen zijn voorzien van een barcode en verstuurd naar het laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam. Het gat in het asfalt is gedicht met koud asfalt. De ligging van de kernen is conform CROW publicatie 210 met een nauwkeurigheid van 20 centimeter vastgelegd. De locaties van de asfaltboringen zijn aangegeven op de situatietekening die als bijlage 8 is toegevoegd.

5.1.1 Dikte asfalt In Tabel 5.2 is per wegvak respectievelijk aangegeven, de gemiddelde dikte van het asfalt, de oppervlakte en de totaal vrijkomende tonnages aan asfalt.

5.2 Analyseresultaten Op basis van de PAK-markertesten is bepaald van welke delen van de asfaltkern(en) analytische bepaling van de teerhoudendheid zinvol is. Gezien de opbouw en uitslagen van de PAK-marker testen zijn vervolgens, rekening houdend met het tonnage en de aanwezige asfaltvakken, 117 PAK-analyses uitgevoerd waarvan 109x RAW 77.3 PAK-screening met DLC en 8x PAK GCMS (voor een toelichting zie Tabel 5.1). De resultaten van de PAK-marker en/of analyses PAK in asfalt zijn opgenomen in

MA170004.012.R01.v1.0

21 van 52

Tabel 5.2. Tabel 5.1: PAK-markertest en PAK-analyses Analysepakket en -parameter Omschrijving PAK-markertest

Als bij een PAK-markertest een verkleuring ontstaat (++) is het asfalt teerhoudend. Indien geen verkleuring ontstaat (--) betekent dit niet automatisch dat het asfalt niet-teerhoudend is. Dit omdat de PAK marker pas verkleurt boven een PAK-gehalte van circa 250 mg/kg, terwijl de bovengrens voor niet-teerhoudend asfalt 75 mg/kg bedraagt. Daarom kunnen op basis van interpretatie van de PAKmarker geen uitspraken worden gedaan over de teerhoudendheid in het gebied tussen 75 mg/kg en circa 250 mg/kg. Uitsluitsel vindt plaats op basis van PAK-analyses.

PAK-analyses

PAK-DLC analyses worden conform RAW 2015 (proef 77.3) uitgevoerd. PAK-GCMS analyses worden verricht overeenkomstig NEN 7331 (Soxhlet extractie met PE, analyse volgens GCMS)

De certificaten van de laagdiktebepaling en de PAK-markertest zijn bijgevoegd als bijlage 4. De certificaten van de PAK in asfaltbepaling zijn eveneens bijgevoegd als bijlage 4.

MA170004.012.R01.v1.0

22 van 52

Tabel 5.2: resultaten PAK-markertesten en PAK-analyses Kern Laagdikte-opbouw en PAK-marker PAK-analyse Opbouw Laagdikte PAKMengmonster (mm) marker nummer (traject in mm)

PAKgehalte2) (mg/kg d.s.)

Toetsing Conclusie3)

Indicatief advies Bbk4)

Wegvak 1 (aansluiting Achterbroek): gem. dikte 13,7 cm, opp. 15 m²; vol. 2 ton Ak01 DAB 0-6 0-24 -GAB 0-32 24-67 -GAB 0-32 67-137 -mmASF01 <50

Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend

Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar

Wegvak 2 (bushalte): gem. dikte 19,9 cm, opp. 214 m²; vol. 106 ton B03 SMA 0-5 0-25 -DAB 0-11 25-51 -DAB 0-8 51-103 -mmASF02 GAB 0-32 103-139 -GAB 0-32 139-195 -mmASF03 B04 SMA 0-5 0-24 -DAB 0-11 24-51 -DAB 0-8 51-95 -mmASF02 GAB 0-32 95-143 -GAB 0-32 143-203 -mmASF03

Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend

Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar

Wegvak 3 (aansluiting Pastoordijk): gem. dikte 17,95 cm, opp. 361 m²; vol. 162 ton A001 DAB 0-11 0-42 -DAB 0-8 42-72 -mmASF04 <50 GAB 0-32 72-130 -GAB 0-32 130-185 -mmASF05 <50 Ak04 DAB 0-8 0-42 -mmASF04 <50 GAB 0-32 42-100 -GAB 0-32 100-174 -mmASF05 <50

Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend

Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar

Wegvak 4 (aansluiting Vagevuurweg): gem. dikte 11,5 cm, opp. 102 m²; vol. 30 ton A002 DAB 0-8 0-38 -OB 38-45 ++ DAB 0-6 45-68 -OB 68-74 ++ DAB 0-8 74-105 -OB 105-114 -Ak05 DAB 0-8 0-32 -OB 32-38 ++ DAB 0-6 38-65 -OB 65-73 ++ penetratielaag 73-115 --

Teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend

Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar

Wegvak 5 (aansluiting Helweg): gem. dikte 11,8 cm, opp. 109 m²; vol. 32 ton A003 DAB 0-8 0-12 -GAB 0-11 12-68 -OB 68-73 ++ OB 73-78 ++ DAB 0-8 78-106 -fundering 106-125 -Ak06 GAB 0-32 0-22 -GAB 0-11 22-59 -GAB 0-16 59-110 --

Teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend

Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar

Wegvak 6 (bushalte): gem. dikte 19,5 cm, opp. 172 m²; vol. 84 ton B05 SMA 0-5 0-25 -DAB 0-11 25-49 -DAB 0-8 49-86 -mmASF06 GAB 0-32 86-136 -GAB 0-32 136-203 -mmASF07 B06 SMA 0-5 0-24 -DAB 0-8 24-44 -zie mmASF06 DAB 0-8 44-70 -GAB 0-16 70-115 -GAB 0-16 115-187 -mmASF08

Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend

Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar

MA170004.012.R01.v1.0

<50 <50

<50 <50

<50 <50 <50

<50

23 van 52

Kern

Laagdikte-opbouw en PAK-marker Opbouw Laagdikte PAK(mm) marker

PAK-analyse Mengmonster nummer (traject in mm)

Wegvak 7 (bushalte): gem. dikte 18,7 cm, opp. 176 m²; vol. 82 ton B07 SMA 0-5 0-27 -DAB 0-8 27-59 -mmASF09 GAB 0-32 59-122 -GAB 0-32 122-186 -mmASF10 B08 SMA 0-5 0-25 -DAB 0-11 25-72 -mmASF09 GAB 0-32 72-119 -GAB 0-32 119-187 -mmASF10

PAKgehalte2) (mg/kg d.s.)

Toetsing Conclusie3)

Indicatief advies Bbk4)

Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend

Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar

Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend

Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar

Wegvak 9 (aansluiting Zevenbergseweg): gem. dikte 15,5 cm, opp. 277 m²; vol. 108 ton A006 OB 0-7 -Niet teerhoudend DAB 0-6 7-39 -Niet teerhoudend GAB 0-32 39-92 -mmASF12 <50 Niet teerhoudend GAB 0-32 92-158 -zie mmASF13 <50 Niet teerhoudend A007 OB 0-5 -Zie mmASF12 <50 Niet teerhoudend DAB 0-6 5-41 -Niet teerhoudend GAB 0-32 41-89 -Niet teerhoudend GAB 0-32 89-152 -mmASF13 <50 Niet teerhoudend

Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar

Wegvak 10 (bushalte): gem. dikte 26,0 cm, opp. 192 m²; vol. 125 ton B09 SMA 0-5 0-26 -DAB 0-11 26-72 -GAB 0-11 72-113 -zie mmASF14 GAB 0-32 113-163 -GAB 0-32 163-252 -mmASF15 B10 SMA 0-5 0-25 -DAB 0-11 25-63 -DFAB 0-8 63-97 -mmASF14 GAB 0-32 97-133 -GAB 0-32 133-187 -GAB 0-32 187-167 -zie mmASF15

Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend

Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar

Teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend

Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar

<50 <50 <50 <50

Wegvak 8 (aansluiting Schildersweg): gem. dikte 13,3 cm, opp. 481 m²; vol. 160 ton A004 DAB 0-6 0-27 -GAB 0-32 27-82 -GAB 0-32 82-165 -mmASF11 <50 A005 DAB 0-6 0-32 -GAB 0-32 32-86 -GAB 0-32 86-157 -mmASF11 <50 Ak07 DAB 0-6 0-27 -GAB 0-32 27-105 -GAB 0-32 105-192 -mmASF11 <50

<50 <50

<50

<50

Wegvak 11 (aansluiting Rijksweg): gem. dikte 7,7 cm, opp. 345 m²; vol. 66 ton A008 OB 0-5 -DAB 0-6 5-45 -DAB 0-6 45-60 ++ penetratielaag 60-89 ++ A009 OB 0-8 ++ OB 8-14 ++ penetratielaag 14-65 ++

Wegvak 12 (parallelbaan N271 [voormalig tankstation]): gem. dikte 17,0 cm, opp. 481 m²; vol. 204 ton B11 DAB 0-11 0-57 -Niet teerhoudend GAB 0-16 57-100 -Niet teerhoudend GAB 0-32 100-140 -mmASF18 <50 Niet teerhoudend GAB 0-32 140-225 -zie mmASF17 <50 Niet teerhoudend B13 DAB 0-8 0-40 -Niet teerhoudend DAB 0-8 40-73 -Niet teerhoudend OAB 0-11 73-115 -mmASF16 <50 Niet teerhoudend B15 DAB 0-8 0-45 -Niet teerhoudend GAB 0-32 45-108 -Niet teerhoudend GAB 0-32 108-166 -mmASF17 <50 Niet teerhoudend

MA170004.012.R01.v1.0

24 van 52

Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar

Kern

Laagdikte-opbouw en PAK-marker Opbouw Laagdikte PAK(mm) marker

PAK-analyse Mengmonster nummer (traject in mm)

PAKgehalte2) (mg/kg d.s.)

Toetsing Conclusie3)

Indicatief advies Bbk4)

Wegvak 13 (aansluiting Witteweg): gem. dikte 36,0 cm, opp. 400 m²; vol. 360 ton A010 DAB 0-6 0-32 -DAB 0-11 32-70 -GAB 0-16 70-150 -mmASF22 <50 BRAC 150-440 ++ A011 OB 0-4 -DAB 0-11 4-40 -DAB 0-11 40-79 -mmASF19 <50 DAB 0-11 79-105 -GAB 0-16 105-152 -GAB 0-32 152-230 -mmASF20 <50 AK08 DAB0-8 0-42 -DAB0-8 42-76 -GAB 0-32 76-160 -mmASF21 <50 BRAC 160-412 ++

Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Teerhoudend

Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar tot 130mm Niet herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar tot 140mm Niet herbruikbaar

Wegvak 14 (parkeerplaats): gem. dikte 7,6 cm, opp. 995 m²; vol. 189 ton P001 DAB 0-8 0-41 -DAB 0-11 41-76 -mmASF23 <50 fundering 76-159 -P002 DAB 0-8 0-43 -DAB 0-11 43-75 -mmASF23 <50 fundering 75-160 --

Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend

Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar

Wegvak 15 (bushalte): gem. dikte 14,6 cm, opp. 128 m²; vol. 47 ton B16 SMA 0-5 0-25 -DAB 0-11 25-56 -DAB 0-11 56-88 -mmASF24 DAB 0-11 88-162 -mmASF25 B17 SMA 0-5 0-20 -DAB 0-11 20-80 -mmASF24 DAB 0-11 80-130 -mmASF25

Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend

Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar

Wegvak 16 (voorsorteer rijbaan): gem. dikte 19,8 cm, opp. 998 m²; vol. 494 ton Akb10 SMA 0-5 0-28 -DAB 0-11 28-84 -mmASF26 <50 OAB 0-11 84-127 -mmASF27 <50 DAB 0-6 127-145 -OB 145-155 ++ OB 155-162 -penetratielaag 162-225 -mmASF28 >50 / 600 R011 SMA 0-5 0-30 -DAB 0-8 30-49 -mmASF26 <50 DAB 0-11 49-85 -mmASF27 <50 DAB 0-6 85-102 -OB 102-109 ++ STAB 0-11 109-176 -mmASF28 >50 / 600 Akb14 SMA 0-5 0-31 -DAB 0-8 31-46 -mmASF26 <50 DAB 0-8 46-82 -mmASF14 <50 DAB 0-6 82-94 -OB 94-100 ++ OAB 0-11 100-170 -DAB 0-11 170-193 -mmASF29 <50

Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend

Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar tot 125mm Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar tot 82mm Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar tot 74 mm Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Herbruikbaar vanaf 120 mm Herbruikbaar

Wegvak 17 (aansluiting Riethorsterweg): gem. dikte 13,5 cm, opp. 15 m²; vol. 5 ton Ak09 DAB 0-6 0-40 -DAB 0-6 40-67 -GAB 0-32 67-135 -mmASF30 >50

Teerhoudend Teerhoudend Teerhoudend

Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar Niet herbruikbaar

MA170004.012.R01.v1.0

<50 <50 <50 <50

25 van 52

Kern

Laagdikte-opbouw en PAK-marker Opbouw Laagdikte PAK(mm) marker

PAK-analyse Mengmonster nummer (traject in mm)

PAKgehalte2) (mg/kg d.s.)

Toetsing Conclusie3)

Indicatief advies Bbk4)

Wegvak 18 (fietspad ten zuiden van N271 gelegen): gem. dikte 11,6 cm, opp. 6.200 m²; vol. 1.800 ton F001 DAB 0-6 0-29 Niet teerhoudend GAB 0-16 29-54 Niet teerhoudend GAB 0-32 54-127 Zie mmASF31 <50 Niet teerhoudend F002 DAB 0-6 0-30 Niet teerhoudend GAB 0-16 30-76 Niet teerhoudend GAB 0-32 76-138 mmASF31 <50 Niet teerhoudend F003 DAB 0-6 0-15 Niet teerhoudend GAB 0-16 15-70 Niet teerhoudend GAB 0-32 70-140 Zie mmASF31 <50 Niet teerhoudend F004 DAB 0-6 0-49 Niet teerhoudend DAB 0-6 49-73 Niet teerhoudend GAB 0-32 73-160 Zie mmASF32 <50 Niet teerhoudend Ak03 DAB 0-6 0-42 Niet teerhoudend DAB 0-6 42-65 Niet teerhoudend GAB 0-32 65-152 Zie mmASF32 <50 Niet teerhoudend F005 DAB 0-6 0-29 Niet teerhoudend DAB 0-6 29-49 Niet teerhoudend GAB 0-32 49-139 mmASF32 <50 Niet teerhoudend F006 DAB 0-6 0-33 Niet teerhoudend DAB 0-6 33-57 Niet teerhoudend GAB 0-32 57-152 Zie mmASF32 <50 Niet teerhoudend F007 DAB 0-6 0-36 Niet teerhoudend DAB 0-6 36-52 Niet teerhoudend GAB 0-16 52-77 mmASF33 <50 Niet teerhoudend F008 DAB 0-6 0-19 Niet teerhoudend DAB 0-16 19-101 Zie mmASF33 <50 Niet teerhoudend F009 DAB 0-6 0-29 Niet teerhoudend DAB 0-6 29-58 Niet teerhoudend DAB 0-6 58-76 Niet teerhoudend GAB 0-32 76-112 Zie mmASF33 <50 Niet teerhoudend B12 DAB 0-6 0-20 Niet teerhoudend DAB 0-6 20-55 Zie mmASF34 <50 Niet teerhoudend B14 DAB 0-6 0-27 Niet teerhoudend DAB 0-6 27-57 mmASF34 <50 Niet teerhoudend

F010 DAB 0-6 0-24 Niet teerhoudend DAB 0-6 24-54 Niet teerhoudend GAB 0-32 54-124 Zie mmASF34 <50 Niet teerhoudend GAB 0-32 124-178 Niet teerhoudend GAB 0-32 178-247 mmASF35 <50 Niet teerhoudend F011 DAB 0-6 0-38 Niet teerhoudend DAB 0-16 38-123 mmASF36 <50 Niet teerhoudend

Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar

Wegvak 19 (fietspad ten zuiden van N271 gelegen): gem. dikte 14,3 cm, opp. 3.300 m²; vol. 1.180 ton F012 DAB 0-8 0-59 -Niet teerhoudend Wapening 59-60 -Niet teerhoudend DAB 0-8 60-105 -mmASF37 <50 Niet teerhoudend DAB 0-6 105-124 -Niet teerhoudend GAB 0-32 124-157 -zie mmASF 38 <50 Niet teerhoudend F013 DAB 0-8 0-44 -Niet teerhoudend Wapening 44-45 -Niet teerhoudend DAB 0-8 45-97 -Zie mmASF37 <50 Niet teerhoudend DAB 0-6 97-19 -Niet teerhoudend GAB 0-32 119-157 -zie mmASF 38 <50 Niet teerhoudend F014 DAB 0-8 0-39 -Niet teerhoudend Wapening 39-40 -Niet teerhoudend DAB 0-8 40-77 -Zie mmASF37 <50 Niet teerhoudend DAB 0-6 77-55 -Niet teerhoudend GAB 0-32 85-132 -mmASF38 <50 Niet teerhoudend F015 DAB 0-8 0-49 -Niet teerhoudend Wapening 49-50 -Niet teerhoudend DAB 0-8 50-103 -mmASF39 <50 Niet teerhoudend DAB 0-6 103-120 -Niet teerhoudend GAB 0-32 120-157 -zie mmASF40 <50 Niet teerhoudend

Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar

MA170004.012.R01.v1.0

26 van 52

Kern

F016

F017

Laagdikte-opbouw en PAK-marker Opbouw Laagdikte PAK(mm) marker DAB 0-8 Wapening DAB 0-8 DAB 0-6 GAB 0-32 DAB 0-8 Wapening DAB 0-8 DAB 0-6 GAB 0-32

0-49 49-50 50-76 76-96 96-122 0-59 59-60 60-97 97-117 117-134

-----------

PAK-analyse Mengmonster nummer (traject in mm)

PAKgehalte2) (mg/kg d.s.)

Zie mmASF39

<50

Zie mmASF40

<50

Zie mmASF39

<50

mmASF40

<50

Toetsing Conclusie3)

Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend Niet teerhoudend

Wegvak 20 (fietspad ten noorden van N271 gelegen): gem. dikte 14,0 cm, opp. 10.500 m²; vol. 3.675 ton F101 DAB 0-8 0-16 -Niet teerhoudend DAB 0-6 16-36 -Niet teerhoudend DAB 0-6 36-60 -mmASF41 <50 Niet teerhoudend GAB 0-16 60-11 -Niet teerhoudend GAB 0-32 112-167 -mmASF43 <50 Niet teerhoudend F102 DAB 0-8 0-34 -Niet teerhoudend DAB 0-8 34-74 -mmASF41 <50 Niet teerhoudend DAB 0-11 74-101 -Niet teerhoudend GAB 0-11 101-129 -mmASF42 >50 / 44 Niet teerhoudend DAB 0-6 129-153 -Niet teerhoudend GAB 0-16 153-235 -mmASF44 <50 Niet teerhoudend F103 DAB 0-11 0-41 -Niet teerhoudend DAB 0-11 41-76 -mmASF45 <50 Niet teerhoudend DAB 0-6 76-105 -Niet teerhoudend GAB 0-16 105-179 -mmASF44 <50 Niet teerhoudend F104 DAB 0-6 0-35 -Niet teerhoudend DAB 0-11 35-73 -mmASF45 <50 Niet teerhoudend DAB 0-16 73-110 -Niet teerhoudend DAB 0-6 110-143 -mmASF46 <50 Niet teerhoudend GAB 0-11 143-183 -Teerhoudend GAB 0-11 183-225 -mmASF47 >50 / 220 Teerhoudend F105 DAB 0-6 0-24 -Niet teerhoudend DAB 0-6 24-53 -Niet teerhoudend GAB 0-16 53-116 -mmASF48 <50 Niet teerhoudend F106 DAB 0-6 0-26 -Niet teerhoudend GAB 0-11 26-59 -Zie mmASF49 <50 Niet teerhoudend GAB 0-11 59-90 -Niet teerhoudend GAB 0-11 90-150 -Zie mmASF49 <50 Niet teerhoudend F107 DAB 0-6 0-41 -Niet teerhoudend GAB 0-11 41-60 -Niet teerhoudend GAB 0-11 60-120 -mmASF49 <50 Niet teerhoudend F108 DAB 0-6 0-21 -Zie mmASF49 <50 Niet teerhoudend GAB 0-16

21-85 -Zie mmASF50 <50 Niet teerhoudend F109 DAB 0-6 0-31 -Niet teerhoudend DAB 0-6 31-50 -Zie mmASF49 <50 Niet teerhoudend DAB 0-8 50-70 -Niet teerhoudend GAB 0-16 70-126 -Zie mmASF50 <50 Niet teerhoudend F110 DAB 0-6 0-41 -Zie mmASF49 <50 Niet teerhoudend DAB 0-8 41-68 -Niet teerhoudend GAB 0-16 68-128 -Niet teerhoudend DAB 0-8 128-183 -mmASF50 <50 Niet teerhoudend F111 DAB 0-6 0-31 -Niet teerhoudend GAB 0-16 31-112 -Zie mmASF51 <50 Niet teerhoudend F112 DAB 0-6 0-33 -Niet teerhoudend GAB 0-16 33-112 -Zie mmASF51 <50 Niet teerhoudend F113 DAB 0-6 0-33 -Niet teerhoudend GAB 0-16 33-125 -Zie mmASF51 <50 Niet teerhoudend F114 DAB 0-6 0-33 -Niet teerhoudend GAB 0-16 33-111 -mmASF51 <50 Niet teerhoudend F115 DAB 0-6 0-32 -Niet teerhoudend GAB 0-16 32-113 -Zie mmASF51 <50 Niet teerhoudend F116 DAB 0-6 0-30 -Niet teerhoudend GAB 0-32 30-105 -Zie mmASF52 <50 Niet teerhoudend F117 DAB 0-6 0-36 -Niet teerhoudend GAB 0-32 36-124 -mmASF52 <50 Niet teerhoudend

MA170004.012.R01.v1.0

27 van 52

Indicatief advies Bbk4) Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar tot 123 mm Niet Herbruikbaar Niet Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar Herbruikbaar

Kern

Laagdikte-opbouw en PAK-marker Opbouw Laagdikte PAK(mm) marker

PAK-analyse Mengmonster nummer (traject in mm)

PAKgehalte2) (mg/kg d.s.)

Toetsing Conclusie3)

Wegvak 21 (noordelijk gelegen rijbaan N271): gem. dikte 21,5 cm, opp. 15.900 m²; vol. 8.546 ton R001 SMA 0-5 0-26 -Niet teerhoudend STAB 0-16 26-76 -Niet teerhoudend DAB 0-11 76-117 -Zie mmASF57 <50 Niet teerhoudend STAB 0-11 117-167 -Niet teerhoudend STAB 0-11 167-204 -mmASF58 <50 Niet teerhoudend OB 204-212 -Teerhoudend OB 212-218 ++ Teerhoudend OB 218-224 ++ Teerhoudend STAB 0-16 224-241 ++ Teerhoudend OB 241-245 ++ Teerhoudend penetratielaag 245-282 ++ Teerhoudend Akb02 SMA 0-5 0-26 -Niet teerhoudend STAB 0-16 26-81 -Niet teerhoudend DAB 0-11 81-98 -mmASF57 <50 Niet teerhoudend DAB 0-8 98-139 -Niet teerhoudend OAB 0-11 139-177 -mmASF58 <50 Niet teerhoudend DAB 0-6 177-188 -Teerhoudend OB 188-197 ++ Teerhoudend DAB 0-11 197-218 -Teerhoudend penatratielaag 218-257 ++ Teerhoudend Akb03 SMA 0-5 0-22 -Niet teerhoudend STAB 0-16 22-79 -Niet teerhoudend DAB 0-11 79-102 -Zie mmASF57 <50 Niet teerhoudend DAB 0-8 102-148 -Niet teerhoudend OAB 0-11 148-198 -Niet teerhoudend GAB 0-32 198-244 -mmASF59 <50 Niet teerhoudend DAB 0-6 244-258 -Teerhoudend OB 258-265 ++ Teerhoudend OB 265-270 ++ Teerhoudend DAB 0-11 270-294 -Teerhoudend DAB 0-6 294-310 ++ Teerhoudend Akb04 SMA 0-5 0-25 -Niet teerhoudend STAB 0-16 25-83 -Niet teerhoudend DAB 0-11 83-135 -mmASF57 <50 Niet teerhoudend OAB 0-11 135-181 -Zie mmASF58 <50 Niet teerhoudend DAB 0-6 181-192 -Niet teerhoudend OB 192-198 ++ Niet

teerhoudend OB 198-204 ++ Teerhoudend DAB 0-11 204-249 -Teerhoudend penetratielaag 249-263 ++ Teerhoudend R005 SMA 0-5 0-19 -Niet teerhoudend STAB 0-16 19-70 -Niet teerhoudend DAB 0-11 70-92 -Zie mmASF57 <50 Niet teerhoudend DAB 0-8 92-124 -Niet teerhoudend DAB 0-6 124-135 -Zie mmASF60 <50 Niet teerhoudend STAB 0-11 135-165 -Zie mmASF58 <50 Niet teerhoudend GAB 0-16 165-185 -Teerhoudend OB 185-190 ++ Teerhoudend OB 190-197 ++ Teerhoudend OB 197-202 ++ Teerhoudend OB 202-210 ++ Teerhoudend DAB 0-8 210-225 ++ Teerhoudend penetratielaag 225-266 ++ Teerhoudend Akb06 SMA 0-5 0-23 -Niet teerhoudend STAB 0-22 23-77 -Niet teerhoudend DAB 0-11 77-94 -mmASF57 <50 Niet teerhoudend DAB 0-8 94-147 -Niet teerhoudend OAB 0-11 147-187 -zie mmASF59 <50 Niet teerhoudend DAB 0-6 187-198 -Teerhoudend OB 198-207 ++ Teerhoudend OB 207-214 -Teerhoudend penetratielaag 214-229 -Teerhoudend penetratielaag 229-276 ++ Teerhoudend

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=54bb3fcb-ad70-4aaa-a5a3-9715b4b82ba8