Bijlage 1 - Wijziging APV 2024 in APV 2025 was-wordt-tabel__263192__
Tekst van het document
Wijziging APV 2024 in APV 2025 Was-wordt-tabel wijziging APV 2024 naar APV 2025 met artikelsgewijze toelichting De intitulé van de APV 2024 (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Intitulé Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Mook en Middelaar 2024 De raad der gemeente Mook en Middelaar; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20 februari 2024; gelet op 1. de artikelen 149, 149a, 151a, 151b, 151c, 151d, 154 en 154a van de Gemeentewet; 2. de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties; 3. de artikelen 4, 25a, 25b, 25c en 25d van de Alcoholwet; 4. de artikelen 2.18, eerste lid, onder f en g, en vijfde lid, 2.21 en 3.148, tweede lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer juncto artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet; 5. artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de kansspelen; 6. artikel 3 van de Winkeltijdenwet; 7. artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994; gelet op het advies van de raadscommissie d.d. 6 maart 2024; gelet op het aangenomen amendement APVsluitingstijd terras; B E S L U I T: vast te stellen de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Mook en Middelaar 2024.
Intitulé Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Mook en Middelaar 2025 De raad der gemeente Mook en Middelaar; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 mei 2025; gelet op 1. de artikelen 149, 149a, 151a, 151b, 151c, 151d, 154 en 154a van de Gemeentewet; 2. de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties; 3. de artikelen 4, 25a, 25b, 25c en 25d van de Alcoholwet; 4. de artikelen 2.18, eerste lid, onder f en g, en vijfde lid, 2.21 en 3.148, tweede lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer juncto artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet; 5. artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de kansspelen; 6. artikel 3 van de Winkeltijdenwet; 7. artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994; gelet op het advies van de raadscommissie d.d. 4 juni 2025; B E S L U I T: vast te stellen de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Mook en Middelaar 2025.
Artikel 1:1 (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1:1 Definities - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
Artikel 1:1 Definities - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;
Artikel 2:54 (artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit, wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:54 (Vervallen)
Artikel 2:54 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats 1. Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of een andere vorm van beschutting als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden: a. tussen zonsondergang en zonsopgang in door het college aan te wijzen gebieden b. in andere gevallen dan bedoeld onder a voor zover: 1. sprake is van overlast of hinder voor de omgeving; 2. er gevaar is of dreigt voor de omgeving; of 3. het woon- of leefklimaat wordt aangetast. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod geldt niet: a. voor vaartuigen en woonboten die een ligplaats innemen waar dit op grond van artikel 5:25 of het omgevingsplan is toegestaan; b. voor woonwagens met een woonbestemming; c. op een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd; d. op kampeerplaatsen die op grond van artikel 4:19 zijn aangewezen.
Artikel 2:65a (artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit, wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:65a Slaapverblijf op de weg Het is verboden op een openbare plaats, al dan niet in een motorvoertuig, te slapen, dan wel op of aan de weg een voertuig, woonwagen, tent, caravan of een soortgelijk of ander onderkomen te plaatsen met het kennelijke doel dit als slaapplaats te gebruiken of daarin te slapen dan wel gelegenheid daartoe te bieden.
Artikel 2:65a Overnachten in de buitenlucht bij extreme koude weersomstandigheden 1. Bij aankondiging van extreem koude weersomstandigheden door het KNMI is het een ieder verboden zich tussen 21.00 uur en 07.00 uur onvoldoende beschermd, bedekt en/of verwarmd op te houden in de buitenlucht, met het kennelijke doel een aanzienlijk deel van de nacht in de buitenlucht door te brengen. 2. Degene die geen ander onderdak heeft is verplicht zich te begeven naar een daartoe aangewezen opvanglocatie, alwaar de nacht kan worden doorgebracht.
Artikel 2:78 (artikel I, onderdeel E, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan, in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid, een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven om gedurende ten hoogste 48 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 48 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 8 weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. Deze gebiedsontzegging van ten hoogste 8 weken kan de burgemeester telkens opnieuw opleggen aan een persoon die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht.
2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 8 weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
3. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.
3. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. 4. Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod.
4. Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.
5. Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.
Artikel 2:79 (artikel I, onderdeel F, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
2. De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke: a. geluids- of geurhinder; b. hinder van dieren; c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf.
2. De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke: a. geluids- of geurhinder; b. hinder van dieren; c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; d. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
Artikel 2:81, tiende lid (artikel I, onderdeel G, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
10. Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning en het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:80, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.
10. Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning of het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:80, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.
Hoofdstuk 4, Afdeling 3 (artikel I, onderdeel H, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden (Vervallen, opgenomen in de Bomenverordening gemeente Mook en Middelaar 2009)
Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden (Vervallen, opgenomen in de Bomenverordening gemeente Mook en Middelaar en/of het Omgevingsplan)
Artikel 6:4 (artikel I, onderdeel I, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 6:4 Intrekking oude verordening De Algemene plaatselijke verordening gemeente Mook en Middelaar 2023 wordt ingetrokken met ingang van de dag van inwerkingtreding van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Mook en Middelaar 2024.
Artikel 6:4 Intrekking oude verordening De Algemene plaatselijke verordening gemeente Mook en Middelaar 2024 wordt ingetrokken met ingang van de dag van inwerkingtreding van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Mook en Middelaar 2025.
Artikel 6:7 (artikel I, onderdeel J, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 6:7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening gemeente Mook en Middelaar 2024.
Artikel 6:7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening gemeente Mook en Middelaar 2025.
De ondertekening (artikel I, onderdeel K, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering d.d. 14 maart 2024.
Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering d.d. 12 juni 2025.
De voorzitter,
De voorzitter,
mr. drs. W. Gradisen
I.M. van Dijk
De griffier,
De griffier,
mr. M.A.M. van Arensbergen
W.O. Huberts
Toelichting Artikelsgewijs
Artikel I, onderdeel A (Wijziging intitulé) De wijziging spreekt voor zich.
Artikel I, onderdeel B (Wijziging artikel 1:1 Definities) Deze wijziging houdt verband met het overhevelen van de definitie van ‘gebouw’ in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving naar de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet (artikel II, onderdeel V, Verzamelbesluit Omgevingswet, Stb. 2023, 298, resp. artikel I, onderdeel CW van de Verzamelwet Omgevingswet 20.., Stb. 2023, 376). Inhoudelijk is de definitie niet gewijzigd.
Artikel I, onderdeel C (Nieuw artikel 2:54 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats) De bepaling is facultatief. Het verbod heeft als doel het voorkomen en tegengaan van hinder en overlast, brandgevaar, verontreiniging van de openbare ruimte en risico's voor de volksgezondheid. Het slapen op openbare plaatsen draagt bij aan de verloedering van onze gemeente. Ook het ontbreken van sanitaire voorzieningen ter plekke draagt daaraan bij. Tussen zonsondergang en zonsopgang geldt daarom een verbod in aangewezen gebieden. De raad verleent de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen waar het verbod van toepassing is aan het college (lid 1, aanhef en onder a). In andere gevallen –’s nachts in niet aangewezen gebieden en overdag – geldt het verbod voor zover het gebruik als slaapplaats leidt tot overlast of hinder, gevaar voor de omgeving of aantasting van het woon- en leefklimaat (lid 1, aanhef en onder b). Bij het toezicht op de naleving van het verbod moet de opsporingsambtenaar of toezichthouder afwegen welk handhavingsmiddel hij in de concrete situatie proportioneel acht. In de meeste gevallen zal kunnen worden volstaan met een waarschuwing, tenzij sprake is van recidive. Het is weinig zinvol om dakloze mensen te beboeten als zij noodgedwongen buiten moeten slapen of om mensen te beboeten die dat niet kunnen betalen.
Dan fungeert het verbod meer als stok achter de deur voor toeleiding naar ondersteuning of (maatschappelijke) opvang. Op grond van het tweede lid kan het college in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het verbod. Een ontheffing is denkbaar in het kader van overnachten in een voertuig door aanbieders van een in de gemeente te houden evenement. Het derde lid bakent de verbodsbepaling af. Voor het innemen van een ligplaats met een vaartuig of woonboot (hieronder begrepen ook woonark en woonschip) (a) of voor woonwagens met een woonbestemming (b) bestaan afzonderlijke voorschriften. Ook is nachtverblijf toegestaan op daartoe bestemde kampeerterreinen (c) of door het college op grond van artikel 4:19 aangewezen kampeerplaatsen buiten een kampeerterrein (d).
Artikel I, onderdeel D (Wijziging artikel 2:65a Overnachten in de buitenlucht bij extreme koude weersomstandigheden) Het oude artikel 2:65a had betrekking op het verbod om op een openbare plaats, al dan niet in een motorvoertuig, te slapen, dan wel op of aan de weg een voertuig, woonwagen, tent, caravan of een soortgelijk of ander onderkomen te plaatsen met het kennelijke doel dit als slaapplaats te gebruiken of daarin te slapen dan wel gelegenheid daartoe te bieden. Dit wordt in de nieuwe APV geregeld in artikel 2:54. Het nieuwe artikel 2:65a wordt opgenomen op verzoek van de politie Venray-Gennep zodat er een juridische grondslag is voor de politie om dak- en thuislozen tijdens de Winterregeling
van de GGD Gelderland-Zuid naar de aangewezen opvanglocaties te brengen. De winterregeling van de GGD is een regeling waarbij in diverse fases (per gevoelstemperatuur) maatregelen worden getroffen om dak- en thuislozen op te vangen. De gemeente Gennep heeft een soortgelijk artikel opgenomen in haar APV.
Artikel I, onderdeel E (Wijziging artikel 2:78 Gebiedsontzegging) De Commissie Feiten en Tarieven van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) is bereid om een feitcode aan overtreding van de gebiedsontzegging te koppelen als dat in dit artikel expliciet is geregeld. Door het nieuwe vierde lid in combinatie met strafbaarstelling in artikel 6:1 modelAPV is het mogelijk om een boete op te leggen aan degene die een gebiedsontzegging overtreedt. Voor het afdoen met een feitcode moet er in het proces-verbaal ook een kaart van het desbetreffende gebied worden meegestuurd. Er zal namelijk getoetst moeten worden of de ontzegging in persoon is uitgereikt en of het gebied waarop de ontzegging ziet, duidelijk kenbaar is gemaakt.
Artikel I, onderdeel F (Wijziging artikel 2:79 Woonoverlast) De wijziging betreft uitsluitend een wijziging van het bepaalde in lid 2 onder d. Het oude lid 2 onder d regelt dat de burgemeester een last onder bestuursdwang kan opleggen bij ernstige en herhaaldelijke overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf. Het college van burgemeester en wethouders heeft op grond van de artikelen 22.18 en 22.20 van het Omgevingsplan gemeente Mook en Middelaar echter al de bevoegdheid om handhavend op te treden bij het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk, open erf of terrein zich niet in een zindelijke staat bevindt. De overtreding behoeft dus niet ernstig te zijn en herhaaldelijk te hebben plaatsgevonden. Het nieuwe lid 2 onder d geeft de burgemeester de bevoegdheid om ook handhavend op te treden bij ernstige en herhaaldelijke intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
Artikel I, onderdeel G (Wijziging artikel 2:81 lid 10 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat) Het betreft hier geen cumulatieve, maar afzonderlijke criteria om een besluit te kunnen nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.
Artikel I, onderdeel H (Wijziging info onder opschrift van Hoofdstuk 4, Afdeling 3 Het bewaren houtopstanden) Het oude onderschrift verwijst naar onze Bomenverordening 2009. Inmiddels is echter een Bomenverordening 2020. Beter is het om alleen naar onze Bomenverordening te verwijzen zonder jaartal. Verder geldt dat met het alleen raadplegen van de Bomenverordening nog niet gezegd is dat er gekapt zou mogen worden. Ook als een boom niet voorkomt op de monumentale bomenlijst kan het op grond van ons omgevingsplan nodig zijn om voor het kappen daarvan een omgevingsvergunning aan te vragen en te verkrijgen.
Artikel I, onderdeel I (Wijziging artikel 6:4 Intrekking oude verordening) De wijziging spreekt voor zich.
Artikel I, onderdeel J (Wijziging artikel 6:7 Citeertitel) De wijziging spreekt voor zich.
Artikel I, onderdeel K (Wijziging ondertekening) De wijziging spreekt voor zich.