Bijlage 1 Programmabegroting 2023-2026 (versie raad 2022-11-10).pdf
Tekst van het document
R2021
B2022
B2023
B2024
B2025
B2026
Uitkeringen gemeentefonds (inclusief DU/IU)
10.980
12.190
12.800
12.650
12.830
12.070
Belastingen*), waarvan
2.340
2.267
2.340
2.365
2.365
2.365
- Onroerende zaakbelastingen*)
2.169
2.127
2.199
2.224
2.224
2.224
- Toeristenbelasting **)
109
79
79
79
79
79
- Hondenbelasting **)
39
39
41
41
41
41
- Forensenbelasting
22
22
22
22
22
22
Dividend
288
288
346
288
288
288
Saldo van de financieringsfunctie (rentebaten -/- rentelasten)
51
22
27
-1
-1
-41
Overige algemene dekkingsmiddelen
0
0
0
0
0
0
Totaal Algemene dekkingsmiddelen
13.659
14.767
15.514
15.303
15.483
14.683
28
Programmabegroting 2023-2026
Wat mag het kosten?
Bedragen x € 1.000
Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Totaal lasten
42
32
12
40
40
80
Totaal baten
-13.701
-14.799
-15.526
-15.343
-15.523
-14.763
Saldo baten en lasten
-13.659
-14.767
-15.514
-15.303
-15.483
-14.683
Toevoegingen aan reserves
0
0
0
0
0
0
Onttrekkingen aan reserves
0
0
0
0
0
0
-13.659
-14.767
-15.514
-15.303
-15.483
-14.683
Geraamd resultaat
Een cijferanalyse tussen de diverse jaren vindt u terug in de Financiële begroting bij onderdeel '2.2. Financieel overzicht'.
29
Programmabegroting 2023-2026
1.7. Overzicht van de kosten van overhead
Wettelijk kader Artikel 8, lid 1, letter c BBV Kosten van overhead Om de raad meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie en om hierover ook meer zeggenschap te geven, is in het BBV voorgeschreven dat in het programmaplan een apart overzicht opgenomen moet worden van de kosten van de overhead. Overhead betreft alle kosten die niet direct toegewezen kunnen worden aan een programma. In de praktijk wordt overhead meestal aangeduid met pijofach (of een variant hierop). Deze letters staan veelal voor Personeel, Informatisering (ICT) / Inkoop, Juridische zaken, Organisatie, Financiën / Facilitaire zaken, Automatisering (ICT), Communicatie en Huisvesting. De kosten die betrekking hebben op het primaire proces, zoals salariskosten, moeten worden opgenomen in lasten bij de diverse programma's. Salariskosten die niet direct toewijsbaar zijn aan programma's, zoals kosten van het MT, Financiën en Juridische zaken, blijven staan op overhead. In onderstaande tabel vindt u de kosten van de overhead.
Bedragen x € 1.000 Overhead Personeel en Organisatie (excl. direct verantwoord bij programma's)
R2021
B2022
B2023
B2024
B2025
B2026
2.620
2.873
3.735
3.711
3.686
3.686
Huisvesting en Facilitaire zaken
179
229
250
250
300
300
ICT
731
755
762
764
766
766
Financiën, Juridische zaken en Communicatie
111
64
62
62
62
62
Huisvesting buitendienst (werf)
531
187
224
224
224
224
4.172
4.108
5.033
5.011
5.038
5.038
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Totaal Overhead
Wat mag het kosten?
Bedragen x € 1.000
Rekening 2021
Totaal lasten
4.724
4.733
5.067
5.045
5.072
5.072
Totaal baten
-15
0
0
0
0
0
4.709
4.733
5.067
5.045
5.072
5.072
Toevoegingen aan reserves
0
0
0
0
0
0
Onttrekkingen aan reserves
-538
-625
-34
-34
-34
-34
Geraamd resultaat
4.172
4.108
5.033
5.011
5.038
5.038
Saldo baten en lasten
30
Programmabegroting 2023-2026 Een cijferanalyse tussen de diverse jaren vindt u terug in de Financiële begroting bij onderdeel '2.2. Financieel overzicht'.
31
Programmabegroting 2023-2026
1.8. Bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting
Wettelijk kader Artikel 8, lid 1 letter d BBV. Algemeen Vennootschapsbelasting (Vpb) is verschuldigd over fiscale winsten van ondernemersactiviteiten. Omdat de resultaten op fiscaal belaste activiteiten onderling worden verrekend en aangifte zal worden gedaan over het totale (gesaldeerde) fiscale resultaat, moet de Vpb-heffing worden begroot en verantwoord als één centrale post in de begroting (en in de jaarrekening). De raming van het te betalen bedrag aan Vpb wordt als last geboekt. Het gaat om het geraamde bedrag van de aanslag Vpb voor het betreffende begrotingsjaar. Dit bedrag is verschuldigd vanwege een eventuele fiscale winst die per saldo verwacht wordt op ondernemingsactiviteiten in het betreffende begrotingsjaar. Ook in de jaarrekening zal het veelal nog gaan om een raming van het bedrag van de aanslag, omdat de definitieve aanslag dan nog niet is ontvangen. Vennootschapsbelastingplichtige activiteiten De gemeente Mook en Middelaar heeft nauwelijks Vpb-plichtige activiteiten. De fiscus heeft landelijk het standpunt ingenomen dat de opbrengsten van afvalstromen Vpb-plichtig zijn. Mook en Middelaar heeft zeer beperkte opbrengsten van afvalstromen. De verschuldigde belasting is over het algemeen maximaal een paar honderd euro. Vennootschapsbelasting begrotingsjaar 2023 Voor 2023 hanteren wij dezelfde fiscale uitgangspunten als in de voorgaande jaren.
Wij voorzien momenteel ook geen of nauwelijks fiscale winsten over 2023 (alleen eventueel de opbrengst van afvalstromen). Het geraamde bedrag voor de heffing voor de Vennootschapsbelasting over 2023 stellen wij vooralsnog op (afgerond) € 0k. Bedragen x € 1.000 Vennootschapsbelasting
R2021
B2022
B2023
B2024
B2025
B2026
Geraamde Vpb
0
0
0
0
0
0
Betaalde Vpb
0
0
0
0
0
0
32
Programmabegroting 2023-2026
Wat mag het kosten?
Bedragen x € 1.000
Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Totaal lasten
0
0
0
0
0
0
Totaal baten
0
0
0
0
0
0
Saldo baten en lasten
0
0
0
0
0
0
Toevoegingen aan reserves
0
0
0
0
0
0
Onttrekkingen aan reserves
0
0
0
0
0
0
Geraamd resultaat
0
0
0
0
0
0
Een cijferanalyse tussen de diverse jaren vindt u terug in de Financiële begroting bij onderdeel '2.2. Financieel overzicht'.
33
Programmabegroting 2023-2026
1.9. Bedrag voor onvoorzien Wettelijk kader Artikel 8, lid 1 letter e jo. artikel 8, lid 6 BBV. Onvoorzien Vanaf begrotingsjaar 2016 wordt een (relatief klein) bedrag van € 5k voor onvoorzien in de begroting opgenomen voor alle programma's samen. Dit bedraagt ongeveer 0,03% van de totale lasten. Vanaf 2023 is dit bedrag verhoogd tot € 20k en bedraagt dan ongeveer 0,1% van de totale lasten. Incidenteel Naast een structureel budget van € 20k, is een post 'Incidenteel budget' aanwezig. Eventuele incidentele voordelen gedurende 2023 worden toegevoegd aan dit budget om hiermee incidentele nadelen gedurende 2023 te kunnen dekken. Dit voorkomt het onnodig aanwenden van de Vrij Besteedbare Reserve. Daarnaast kan sneller ingespeeld worden op dekking voor projectmatige kosten (niet zijnde kredieten).
Bedragen x € 1.000 Onvoorzien en incidenteel
R2021
B2022
B2023
B2024
B2025
B2026
Bedrag voor onvoorzien
0
5
20
20
20
20
Budget voor incidentele posten
0
0
58
0
0
0
Totaal
0
5
78
20
20
20
Wat mag het kosten?
Bedragen x € 1.000
Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Totaal lasten
0
5
20
20
20
20
Totaal baten
0
0
0
0
0
0
Saldo baten en lasten
0
5
20
20
20
20
Toevoegingen aan reserves
0
0
0
0
0
0
Onttrekkingen aan reserves
0
0
0
0
0
0
Geraamd resultaat
0
5
20
20
20
20
Een cijferanalyse tussen de diverse jaren vindt u terug in de Financiële begroting bij onderdeel '2.2. Financieel overzicht'.
34
Programmabegroting 2023-2026
Paragrafen
35
Programmabegroting 2023-2026
1.10. Paragraaf Lokale heffingen
Wettelijk kader Artikel 10 BBV. Algemeen De paragraaf 'Lokale heffingen' heeft betrekking op zowel de heffingen waarvan de besteding is gebonden (en dus gerelateerd aan uitgaven), als op die waarvan de besteding ongebonden is (vrij aanwendbaar). Door in één paragraaf aandacht te besteden aan het beleid met betrekking tot de belastingheffing, wordt u als raad in staat gesteld te sturen op de hoofdlijnen van het beleid. Het vaststellen van de diverse belastingtarieven gebeurt niet met het vaststellen van de begroting, maar met het vaststellen van de desbetreffende belastingverordeningen in de openbare raadsvergadering van 15 december 2022. De geraamde inkomsten art. 10, letter a BBV De belastingopbrengsten zijn (als initieel uitgangspunt) gebaseerd op een inflatiecorrectie van 3,08% en, indien van toepassing, een uitbreiding van het areaal, echter nog exclusief de areaaluitbreiding van Molenhoek-Zuid. Opbrengsten belastingen
W2021
B2022
B2023
B2024
B2025
B2026
Niet-bestedingsgebonden lokale heffingen: Onroerende zaakbelastingen: Ozb eigenaren woningen
1.773
1.677
1.738
1.763
1.763
1.763
Ozb eigenaren niet-woningen
247
267
273
273
273
273
Ozb gebruikers niet-woningen
149
183
188
188
188
188
Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten (n.v.t.)
0
0
0
0
0
0
Forensenbelasting
22
22
22
22
22
22
Toeristenbelasting (land en water) *)
109
79
79
79
79
79
Parkeerbelasting (n.v.t.)
0
0
0
0
0
0
Hondenbelasting *)
39
39
41
41
41
41
Reclamebelasting (n.v.t.)
0
0
0
0
0
0
Precariobelasting (n.v.t.)
0
0
0
0
0
0
2.340
2.267
2.340
2.365
2.365
2.365
Baatbelasting (t/m 2023)
17
17
17
0
0
0
Rioolheffing woningen en niet-woningen
641
518
545
545
545
545
Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht
818
819
933
933
933
933
Totaal bestedingsgebonden
1.476
1.353
1.495
1.478
1.478
1.478
Totaal lokale heffingen
3.816
3.620
3.835
3.843
3.843
3.843
Totaal niet-bestedingsgebonden
Bestedingsgebonden lokale heffingen:
*) De toeristenbelasting en de hondenbelasting zijn wettelijk gezien niet-bestedingsgebonden heffingen. In Mook en Middelaar worden deze opbrengsten wel min of meer gelabeld voor de dekking van de kosten daarvan. Een
36
Programmabegroting 2023-2026 eventuele toename van de toeristenbelasting is mede afhankelijk van investeringen op het gebied van recreatie en toerisme.
Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen art. 10, letter b BBV Mede overeenkomstig de Kaderbrief 2023 zijn in deze Programmabegroting 2023 de volgende beleidsmatige uitgangspunten gehanteerd: a) Een inflatiecorrectie van 3,08% op de niet-bestedingsgebonden heffingen. Dit betekent dat de belastingopbrengsten in beginsel met 3,08% verhoogd worden; b) De tarieven voor rioolheffing zijn gebaseerd op het (huidige) GRP (Gemeentelijk rioleringsplan) en mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. De opbrengst is bestemd voor het onderhoud en de vervanging van de bestaande riolering; c) De afvalstoffenheffing wordt geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. De tarieven voor de afvalstoffenheffing mogen maximaal 100% kostendekkend zijn; d) De opbrengst van de ozb blijft t/m 2024 gelijk, behoudens areaaluitbreiding. Er vindt t/m 2024 geen indexatie plaats op grond van het door de raad aangenomen ozb-amendement. De ozb wordt geheven op basis van de woz-waarde. Jaarlijks vindt een hertaxatie plaats. De daaruit voortvloeiende waardestijging of waardedaling wordt verdisconteerd in het definitieve tarief. In de begroting wordt nog rekening gehouden met een gelijke woz-waarde. De definitieve waardeontwikkeling vermelden we in het raadsvoorstel met betrekking tot het vaststellen van de ozb-tarieven.
Dit gebeurt in de raadsvergadering van 15 december 2022; e) In de meerjarenraming (2024 t/m 2026) worden de belastingopbrengsten gelijk gesteld aan de opbrengsten zoals geraamd in 2023 (behoudens areaalwijzigingen bij de ozb); f) Een toename van de toeristenbelasting is gekoppeld aan investeringen op het gebied van recreatie en toerisme; g) De tarieven van de niet-bestedingsgebonden heffingen bepalen door de geraamde opbrengst te delen door de meest recente grondslag zoals aangegeven door de BsGW; h) De gemeentelijke leges worden berekend voor de door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. De leges worden geïndexeerd met 3,08%; i) De belastingtarieven voor leges naar beneden afronden op veelvouden van € 0,05 (uit praktisch oogpunt bij het KlantContactCentrum); j) De BsGW (Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen) voert, met uitzondering van de leges, de heffing en invorderingsactiviteiten van de belastingen uit; k) De gemeente Mook en Middelaar voert de heffing en invorderingsactiviteiten van de leges uit.
37
Programmabegroting 2023-2026
Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen
art. 10, letter c BBV
De mogelijkheid tot belastingheffing ligt vast in de Gemeentewet (Gw). De gemeenteraad bepaalt of een belasting wel of niet geheven wordt. Van de belastingen die geheven worden, worden uiterlijk in december 2022 de belastingverordeningen vastgesteld ten behoeve van het begrotingsjaar 2023. De volgende belastingen worden wel of niet geheven: Belasting Onroerende zaakbelastingen Baatbelasting (t/m 2023) Forensenbelasting Toeristenbelasting Watertoeristenbelasting Hondenbelasting Rioolheffing Afvalstoffenheffing / reinigingsrecht Leges (voor diensten) Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten Parkeerbelasting Reclamebelasting Precariobelasting
Wel geheven
Niet geheven
Onroerende-zaakbelastingen (art. 220 Gw) De onroerende zaakbelastingen (ozb) zijn de belangrijkste belastingen die de gemeente aan haar burgers oplegt. Wanneer iemand een woning, gebouw of perceel grond in bezit heeft of huurt, binnen de gemeentegrenzen, dan wordt onroerende zaakbelasting (ozb) geheven. Er zijn drie onroerende zaakbelastingen: 1. ozb eigenaren woningen; 2. ozb eigenaren niet-woningen; 3. ozb gebruikers niet-woningen. Macronorm/benchmark woonlasten Om de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijk te maken, wordt een landelijke 'benchmark lokale woonlasten' toegepast. Hierbij worden naast de ozb ook de rioolheffing en de afvalstoffenheffing betrokken. Artikel 12 norm Gemeenten die in ernstige financiële problemen verkeren, kunnen op grond van artikel 12 van de Financiële verhoudingswet een aanvullende uitkering aanvragen. Dit kan als de algemene middelen van de gemeente aanmerkelijk en structureel tekortschieten om in de noodzakelijke behoeften te voorzien, terwijl de eigen inkomsten zich op een redelijk peil bevinden. Dit laatste betekent concreet dat afvalstoffenheffing en rioolheffing kostendekkend moeten zijn en dat het gewogen gemiddelde ozb-tarief ten minste 0,1800 procent van de woz-waarde moet bedragen (peiljaar 2022).
Niet-kostendekkende tarieven voor riool en reiniging zijn alleen toegestaan voor zover deze door een hoger ozb-tarief worden gecompenseerd. Artikel 12-gemeenten zijn dus genoodzaakt hoge tarieven te hanteren. Of dit ook altijd tot hoge lasten voor hun inwoners leidt, hangt af van de waarde van de onroerende zaken binnen deze gemeenten.
38
Programmabegroting 2023-2026 Inflatiecorrectie/tarief Voor 2023 wordt geen inflatiecorrectie toegepast. De onroerende zaakbelastingen (opbrengst) blijven voor de jaren 2021 t/m 2024 gelijk (behoudens areaaluitbreidingen) als gevolg van een door de raad aangenomen amendement bij de behandeling van de programmabegroting 2022. Er vindt ook geen indexatie plaats voor de jaren 2022 t/m 2024. De uiteindelijke tarieven zijn afhankelijk van de grondslag (opbrengst gedeeld door grondslag is tarief). Areaaluitbreidingen (meer woningen in enig jaar) verhogen de opbrengst voor het daaropvolgende jaar. Wet woz De grondslag voor de ozb is de ozb-waarde van de onroerende zaak. De Waarderingskamer ziet erop toe dat de uitvoering van de Wet woz juist wordt uitgevoerd. De meest actuele waardegegevens als gevolg van de hertaxatie worden verwerkt in de definitieve ozb-tarieven. Deze hebben effect op het tarief, echter niet op de opbrengst. Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten (221 Gw) De gemeente Mook en Middelaar heft deze belasting niet. Baatbelasting (art. 222 Gw) Bij onroerende zaken in het Korendal wordt baatbelasting geheven. Dit betreft onroerende zaken die gebaat waren bij de aangelegde riolering in het Korendal. De belastingverordening hoeft niet jaarlijks herzien te worden, omdat deze in april 1993 is vastgesteld en nadien niet meer wijzigt.
De belasting wordt geheven gedurende de belastingjaren 1994 t/m 2023. Het begrotingsjaar 2023 is dus het laatste jaar waarin deze belasting wordt opgelegd. Forensenbelasting (art. 223 Gw) De forensenbelasting wordt geheven van niet-inwoners die in een (tweede) woning hebben in Mook en Middelaar. De opbrengst voor de forensenbelasting wordt voor 2023 geïndexeerd met 3,08%. Het tarief is afhankelijk van de woz-waarde. Toeristen- en Watertoeristenbelasting (art. 224 Gw) Naast de ozb heft onze gemeente als vrij aanwendbare belasting de toeristenbelasting. De baten worden gebruikt voor dekking van kosten op het gebied van recreatie en toerisme. Investeringen in 2023 leiden tot kapitaallasten en een hogere toeristenbelasting vanaf 2024. De uiteindelijke tarieven zijn mede afhankelijk van de geraamde grondslag (het aantal overnachtingen). In december 2022 wordt het definitieve voorstel voorgelegd met de tarieven over 2023. Parkeerbelasting (art. 225 Gw) De gemeente Mook en Middelaar heft geen parkeerbelasting, maar hanteert 'blauwe zones' voor parkeerregulering waarbij op bepaalde plaatsen een beperkte tijd geparkeerd mag worden. Hondenbelasting (art. 226 Gw) De gemeente Mook en Middelaar heft hondenbelasting. De opbrengst van de hondenbelasting valt formeel onder de algemene dekkingsmiddelen. Dit betekent dat de hondenbelasting de inkomsten van de gemeente verhoogt.
In Mook en Middelaar worden hier echter ook de kosten mee gedekt voor het voorkomen dan wel beperken van overlast door hondenpoep, zoals het aanleggen en onderhouden van hondenuitlaatplaatsen. De opbrengst wordt voor 2023 geïndexeerd met een inflatiepercentage van 3,08%. De hoogte van het uiteindelijke tarief is afhankelijk van enerzijds de geraamde opbrengst en anderzijds het (geraamde) aantal honden. Voor kennelhouders geldt een afzonderlijk tarief. Reclamebelasting (art. 227 Gw) De gemeente Mook en Middelaar heft geen reclamebelasting. Precariobelasting (art. 228 Gw) 39
Programmabegroting 2023-2026 De gemeente Mook en Middelaar heft geen precariobelasting. Rioolheffing (art. 228a Gw) Rioolheffing wordt geheven, mede op basis van het door de Raad vastgestelde Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2025 (GRP) en de raadsmemo ‘Aanpassing tarief rioolheffing’ van 7 november 2019. In het GRP zijn de vervangingsinvesteringen opgenomen van het gemeentelijk rioleringsstelsel en de exploitatiekosten voor de aankomende jaren. Het systeem van rioolheffing is een gesloten systeem, waarbij de kosten en de baten aan elkaar gelijk zijn. De definitieve tarieven voor 2023 en de onderliggende onderbouwing daarvan worden ter vaststelling aan u voorgelegd in de raadsvergadering november of december 2022. Uitgangspunten tariefstelling De opbrengst van de rioolheffing mag maximaal gelijk zijn aan de kosten van de riolering. Onder de kosten valt ook de compensabele btw conform art. 228a, lid 3 Gw. en het aandeel overheadkosten. Bij de tariefbepaling wordt vanaf 2023 onderscheid gemaakt in grootverbruikers (meer dan 500 m 3 waterverbruik) en overige verbruikers (veelal huishoudens). Kostendekkendheid Sinds het begrotingsjaar 2017 moet er in de paragraaf lokale heffingen inzicht worden gegeven in de mate van kostendekkendheid per heffing. Hierbij mogen de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden voor wat betreft heffingen en rechten.
Dit geldt voor de rioolheffing, maar ook voor de afvalstoffenheffing/reinigingsrecht en de leges. Om dit inzicht te geven wordt gebruik gemaakt van een model van de commissie BBV. De taakvelden betreffen de van toepassing zijnde wettelijke taakvelden zoals vermeld in onderdeel 2.16 van deze Programmabegroting. Bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid rioolheffing
€
Kosten taakveld
413
Inkomsten taakveld
-3
Netto kosten taakveld
410
Toe te rekenen kosten
410
Overhead
86
Btw in het kader van het Btw-compensatiefonds
49
Totale kosten
545
Opbrengst heffingen
545
Dekkingspercentage
100%
Afvalstoffenheffing (art. 219 Gw jo. 15.33 Wet Milieubeheer) / Reinigingsrecht bedrijven (art. 229 Gw) Het afvalbeheer wordt uitgevoerd in samenwerking met DAR N.V. Evenals in voorgaande jaren het geval was, worden de kosten van het afvalbeheer, waaronder de afvalinzameling en afvalverwerking, doorberekend aan de inwoners. In Mook en Middelaar betalen de inwoners een vast tarief (vastrecht) en een variabel tarief. Het ophalen van huishoudelijk afval bij particulieren is een wettelijke verplichting. Het systeem van afvalstoffenheffing is een gesloten systeem waarbij de kosten en de baten aan elkaar gelijk zijn. De definitieve tarieven voor 2023 en de onderliggende onderbouwing daarvan worden ter vaststelling aan u voorgelegd in de raadsvergadering van 15 december 2022.
40
Programmabegroting 2023-2026 Uitgangspunten tariefstelling De opbrengst van de afvalstoffenheffing en het reinigingsrecht mag maximaal gelijk zijn aan de kosten van afvalinzameling en -verwerking (inclusief milieustraat). Onder de kosten valt ook de compensabele btw conform art. 229b, lid 2, letter b Gw. Bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid reinigingsheffingen
€
Kosten taakveld
807
Inkomsten taakveld
-158
Netto kosten taakveld
649
Toe te rekenen kosten
649
Overhead
163
Btw in het kader van het Btw-compensatiefonds
119
Totale kosten
933
Opbrengst heffingen
933
Dekkingspercentage
100%
Leges (art. 229 Gw) Leges zijn verschuldigd voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een te leveren dienst, bijvoorbeeld het verstrekken van een paspoort, rijbewijs of omgevingsvergunning. Je betaalt niet voor de vergunning zelf (want het is ook mogelijk dat iemand geen vergunning krijgt, terwijl er wel werkzaamheden zijn verricht). Leges worden jaarlijks met een inflatiepercentage gecorrigeerd (conform de beleidsuitgangspunten). Kostendekkendheid Overeenkomstig het beleid worden de legestarieven 2023 verhoogd met 3,08% wegens inflatiecorrectie. De opbrengst mag maximaal kostendekkend zijn. Wettelijke tarieven zijn hierop een uitzondering. In het tweede halfjaar van 2022 is en wordt onderzoek gedaan naar de kostendekkendheid van de gemeentelijke leges. Na afronding van dit onderzoek wordt onderstaande tabel vanaf de Programmabegroting 2024 ingevuld. Daar waar mogelijk worden de legestarieven al voor 2023 aangepast op basis van de meest recente inzichten qua kostendekkendheid. De voorlopige resultaten laten zien dat met name titel III van de legesverordening (APV-gerelateerde diensten) redelijk kostendekkend zijn. Dit is mede het gevolg dat in het verleden de tarieven van dit onderdeel zijn verhoogd in vier tranches van 10%. Titel I (KCC-gerelateerde diensten) en titel II (omgevingsvergunningen) liggen veel verder onder de norm van 100%.
41
Programmabegroting 2023-2026
Bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid leges (vanaf B2023)
€
Kosten taakveld
p.m.
Inkomsten taakveld
p.m.
Netto kosten taakveld
p.m.
Toe te rekenen kosten
p.m.
Overhead
p.m.
Btw in het kader van het Btw-compensatiefonds
p.m.
Totale kosten
p.m.
Opbrengst heffingen
p.m.
Dekkingspercentage (maximaal)
100%
Uitgangspunten tariefstelling De opbrengst van de secretarieleges mag maximaal gelijk zijn aan de kosten van behandeling van de aanvragen. Onder de kosten valt ook de compensabele btw conform art. 229b, lid 2, letter b Gw. Bij het vaststellen van de legesverordening in december 2022 wordt, mede gezien de voorlopige kostendekkendheid, een voorstel gedaan voor het aanpassen van de tarieven. Aanduiding van de lokale belastingdruk Bij dit onderdeel van de lokale belastingdruk worden de voorlopige tarieven weergegeven, de voorlopige belastingdruk voor 2023 en de belastingdruk van buurgemeenten (over 2022) op basis van een jaarlijks onderzoek door COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden). Overzicht van tarieven In onderstaande tabel zijn de voorlopige tarieven weergegeven. De ozb-opbrengst wordt op basis van het door de raad aangenomen amendement niet verhoogd. Het uiteindelijke tarief is afhankelijk van de waarde-ontwikkeling van de onroerende zaken. De forensen- en hondenbelasting worden trendmatig verhoogd met 3,08%. De toeristenbelasting blijft voorlopig gehandhaafd. Eventuele investeringen in 2023 kunnen leiden tot een hoger tarief vanaf 2024. De rioolheffing en reinigingsheffingen zijn maximaal 100% kostendekkend. Deze tarieven moet nog berekend worden en worden aan u voorgelegd in de raadsvergadering van 15 december 2022.
42
Programmabegroting 2023-2026 Voorlopige tarieven 2023
2023
2022
Algemene inflatiecorrectie
3,08%
1,50%
OZB woningen eigenaren 1)
% woz-waarde
0,1413%
0,1413%
OZB niet-woningen eigenaren 1)
% woz-waarde
0,3115%
0,3115%
OZB niet-woningen gebruikers 1)
% woz-waarde
0,2397%
0,2397%
Rzb
-
n.v.t.
n.v.t.
Forensenbelasting
% woz-waarde
0,2853%
0,2768%
Toeristenbelasting
p.p.p.n.
1,07
1,07
Parkeerbelasting
-
n.v.t.
n.v.t.
Eerste hond
per eerste hond
59,16
57,48
Extra honden
per extra hond
85,08
82,68
Kenneltarief
per kennel
410,04
400,92
Reclamebelasting
-
n.v.t.
n.v.t.
Precariobelasting
-
n.v.t.
n.v.t.
Baatbelasting
vast bedrag per perceel
p.m.
p.m.
Rioolheffing
per perceel
n.v.t.
132,78
tot 500m3 waterverbruik
n.t.b.
n.v.t
vanaf 500m3 gestaffeld
n.t.b.
n.v.t
vastrecht per jaar
n.t.b.
148,80
bedrag per kilo restafval
n.t.b.
0,31
bedrag per kilo GFT
n.t.b.
0,11
Hondenbelasting:
Afvalstoffenheffing 2)
1) Eventuele mutaties als gevolg van waardeontwikkeling zijn hierin nog niet meegenomen. 2) In verband met overgang naar de DAR in combinatie met de uitwerking van het grondstoffenplan moeten de tarieven nog berekend worden (n.t.b.= nog te berekenen / nog te bepalen)
De definitieve tarieven voor 2023 worden door uw raad vastgesteld middels het vaststellen van de belastingverordeningen, die aangeboden worden voor de raadsvergadering van 15 december 2022. Hierbij worden de laatste ontwikkelingen meegenomen, zoals waardemutatie van de onroerende zaken en de uitwerking van het grondstoffenplan.
43
Programmabegroting 2023-2026
Belastingdruk Mook en Middelaar In onderstaande tabel staat de lokale lastendruk per huishouding, waarbij als uitgangspunt is genomen: Huurders betalen uitsluitend afvalstoffenheffing; Woningeigenaren betalen afvalstoffenheffing, ozb en rioolheffing. Op basis van de huidige bekende gegevens kan voor 2023 nog geen (voorlopige) lastendruk worden berekend. Als de systematiek van afvalinzameling wordt gewijzigd, moeten de tarieven herberekend worden. Ook het tarief van de rioolheffing zal wijzigen door het mogelijk toepassen van een staffel voor het waterverbruik en daarmee meer recht te doen aan de belasting van het rioolstelsel. Zo'n 35 objecten verbruiken gemiddeld 1.000 m 3 water per jaar. De overige objecten (vooral huishoudens) verbruiken gemiddeld 100 m3 water per jaar. Een voorstel voor de nieuwe tarieven voor 2023 van de diverse belastingen en heffingen ontvangt u voor de raadsvergadering van 15 december 2022. Bedragen in € Lastendruk
2023
2022
n.t.b.
231
- bij een woningwaarde van € 200k
n.t.b.
646
- bij een woningwaarde van € 300k
n.t.b.
788
- bij een woningwaarde van € 500k
n.t.b.
1.070
Huurder: Afvalstoffenheffing
Eigenaar / gebruiker: Onroerende-zaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing
Belastingdruk andere gemeenten COELO onderzoekt jaarlijks de woonlasten per huishouden. In onderstaande tabel zijn van enkele buurgemeenten de woonlasten weergegeven. Omdat de woonlasten over het komende jaar 2023 nog niet altijd bekend zijn, worden de woonlasten van het huidige jaar 2022 vermeld. Mook en Middelaar
Gennep
Heumen
Land van Cuijk / Cuijk
Gemidd. Limburg
Gemidd. Nederland
Eenpersoonshuishouden
904
793
880
759
881
826
Meerpersoonshuishouden
959
855
948
828
947
904
Rangnummer *)
233e
101e
220e
72e
Eenpersoonshuishouden
205
256
157
288
330
335
Meerpersoonshuishouden
261
318
225
356
394
424
Rangnummer *)
29e
72e
9e
103e
Lastendruk 2022 Eigenaar-bewoner
Huurder
*) 1e is goedkoopste gemeente Bron: COELO 'Atlas van de lokale lasten 2022'
44
Programmabegroting 2023-2026 Kwijtscheldingsbeleid Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid tot een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de geheven belasting. De mogelijkheid tot kwijtschelding wordt geregeld in de belastingverordeningen. Kwijtschelding is op basis van de huidige verordeningen (2022) alleen mogelijk voor rioolheffing en afvalstoffenheffing. Voor alle andere belastingen wordt op grond van de huidige belastingverordeningen geen kwijtschelding verleend. Het wel of geen kwijtschelding verlenen kan jaarlijks herzien worden (bij het vaststellen van de belastingverordeningen).
45
Programmabegroting 2023-2026
1.11. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Wettelijk kader Artikel 11 BBV. Algemeen Deze paragraaf geeft inzicht in het vermogen van de gemeente Mook en Middelaar om substantiële niet-begrote kosten te dekken die onverwachts kunnen optreden. Tevens wordt inzicht gegeven in de risico’s die per eind september 2022 bekend en van wezenlijk belang zijn voor de financiële positie. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is de hoeveelheid aan middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en waarvoor ook geen verzekering is afgesloten. Hieronder is in tabelvorm de weerstandscapaciteit vermeld. Vervolgens worden alle afzonderlijke onderdelen toegelicht. Bedragen x € 1.000 Weerstandscapaciteit
2022
Exploitatie Onvoorziene uitgaven
20
Totaal weerstandscapaciteit exploitatie
20
Vermogen - Vrij Besteedbare Reserve
n.v.t.
- Algemene reserve
2.000
- Voorzieningen
n.v.t.
- Stille reserves
n.v.t.
Totaal weerstandscapaciteit vermogen
2.000
Totale weerstandscapaciteit
2.020
Onvoorzien In de begroting is een structureel bedrag opgenomen van € 20k (dit is ongeveer 0,1% van het begrotingstotaal) om eventuele incidentele onvoorziene uitgaven op te kunnen vangen. Vrij Besteedbare Reserve De Vrij Besteedbare Reserve (VBR) is wettelijk gezien een algemene reserve. De VBR betreft het vrij besteedbare deel van deze algemene reserve. De VBR wordt veelal ingezet voor dekking van incidentele kosten. De VBR wordt niet meegenomen in de telling van de weerstandscapaciteit. Algemene Reserve De Algemene Reserve (AR) is wettelijk gezien een algemene reserve. De AR betreft het geblokkeerde deel van deze algemene reserve. De AR wordt enkel en alleen gebruikt voor het financieel opvangen van onvoorziene risico’s. Uitgangspunt is dat, na aanwending van de AR, het saldo van € 2 miljoen binnen het tijdsbestek van de meerjarenraming weer op peil gebracht wordt.
46
Programmabegroting 2023-2026 Voorzieningen Voorzieningen worden onder andere gevormd om aan verplichtingen van derden te kunnen voldoen die van enige omvang zijn en die het gevolg kunnen zijn van gedane investeringen. Zo is er bijvoorbeeld een voorziening voor het groot onderhoud van wegen. Omdat een voorziening altijd onderbouwd moet zijn met een verplichting, worden de voorzieningen niet meegenomen in de telling van de weerstandscapaciteit. Stille reserves Er is sprake van een ‘stille reserve’ als de waarde van bezittingen (vaste activa) in het economisch verkeer hoger is dan de boekwaarde in de financiële administratie. Dit betreft bijvoorbeeld enkele pachtgronden of aandelen. Dergelijke activa kunnen veelal niet op korte termijn verkocht worden, bijvoorbeeld als gevolg van overeenkomsten. Daarom worden stille reserves niet meegenomen in de berekening van de weerstandscapaciteit. Inventarisatie van de risico’s Risico’s Tegenover de weerstandscapaciteit staan risico’s, die substantieel van belang zijn, maar die niet of niet geheel financieel gedekt zijn. Risico's worden in beginsel aangemerkt als incidenteel. Als risico's structureel optreden, dan wordt dit financieel ook structureel meegenomen in de begroting. Optredende risico's worden gedekt door de Algemene reserve.
De waarschijnlijkheid dat een risico zich voordoet wordt onderverdeeld in Zeer laag (10%), Laag (25%), Midden (50%), Hoog (75%) en Zeer hoog (90%). Maatregelen kunnen zijn: Accepteren, Overdragen (bijv. verzekeren), Preventief (voorkomen), Reductie (bedrag of risico verkleinen).
Nr STR/INC
Categorie Toelichting risico Soort maatregel Kwantificering risico
1
Verbonden partijen
INC 2
Accepteren Verbonden partijen
INC
Accepteren
Toelichting maatregel RisicoKans% inschatting
Berekende omvang risico
MGR MGR Uitgangspunt is dat de MGR zelf geen Het ingeschatte weerstandsvermogen weerstandsvermogen opbouwt, maar van de MGR wordt 'doorgeschoven' dat deelnemende gemeenten hiermee naar de deelnemende gemeenten. rekening houden. Voor de MGR bedraagt ons aandeel voor 2023 € 69k. € 69k Midden 50% € 34,5k Aandelenkapitaal NV's en BV's Het risico en daarmee de aansprakelijkheid voor de aandeelhouders is beperkt tot de hoogte van het nominale aandelenkapitaal in de vennootschappen (art. 2:81 BW).
€ 555k
47
Periodiek wordt beoordeeld of we blijven deelnemen in het aandelenkapitaal van de diverse vennootschappen. De grootste deelnemingen zijn BNG (€ 309k), Enexis (€ 116k), DAR (€ 116k) en WML (€ 14k).
Laag
25%
€ 138,75k
Programmabegroting 2023-2026
Nr STR/INC
Categorie Toelichting risico Soort maatregel Kwantificering risico
3
Juridische zaken
INC 4
Accepteren Archief
INC 5
Accepteren Onderwijs
INC
Reductie
Toelichting maatregel RisicoKans% inschatting
Proceskosten Proceskosten komen incidenteel voor, maar kunnen leiden tot forse bedragen. € 200k
Berekende omvang risico
Door intern de juiste procedures te doorlopen, wordt de kans op processen verminderd, maar nooit helemaal weggenomen.
Zeer laag
10%
€ 20k
Archief / Informatiebeheer Archief / Informatiebeheer De archieffunctie krijgt een nieuwe De ontwikkelingen worden blijvend plaats in de digitale samenleving. We gemonitord en daar waar nodig zijn bijvoorbeeld verplicht aan te sluiten financieel vertaald. op het e-depot (digitaal te bewaren archieven). Het koppelen van systemen en centraal beheren van informatie is de basis om informatie op een juiste manier te kunnen ontsluiten. Voor onze inwoners komt dit bijvoorbeeld tot uiting in de digitale dienstverlening via de website. De toekomst vraagt dat we ons informatielandschap weloverwogen inrichten mede in relatie tot informatiebeveiliging. Deze ontwikkelingen hebben budgettaire consequenties. € 150k Midden 50% € 75k Het Kandinsky-college in Molenhoek is een permanente nevenvestiging onder bestuur van de Scholengroep Nijmegen. De gemeente is op grond van de Wet Voortgezet Onderwijs verantwoordelijk voor (vervangende) nieuwbouw, herstel van constructiefouten, herstel van schade. Voor dit laatste is zij verzekerd.
€ 120k
48
De huisvesting van onderwijsgebouwen behoort tot de gemeentelijke zorgplicht. Uit kwalitatieve onderzoeken is gebleken dat het Kandinsky-college slecht scoort op punten als duurzaamheid, ventilatie en functionaliteit. Uit een haalbaarheidsonderzoek is gebleken dat binnen de huidige wet- en regelgeving en financieringsstructuur vervangende nieuwbouw financieel niet haalbaar is. Er is wel nieuwe regelgeving in voorbereiding, die de definitie en verantwoordelijkheid voor renovatie nader moet regelen en de afweging tussen renovatie en nieuwbouw makkelijker moet maken. Deze regelgeving wordt niet eerder verwacht dan 2023. Midden 50% € 60k
Programmabegroting 2023-2026 Nr STR/INC
Categorie Toelichting risico Soort maatregel Kwantificering risico
6
Dividend
INC 7
Accepteren Dividend
INC 8
Accepteren Haven
INC
Accepteren
Toelichting maatregel RisicoKans% inschatting
BNG Van de BNG ontvangen wij o.b.v. ons aandelenbezit jaarlijks dividend over het afgelopen jaar. Het beleid van de BNG is om 50% van de nettowinst uit te keren aan de aandeelhouders. De verwachte dividenduitkering à € 224k is structureel opgenomen in de begroting. Voor 2023 wordt een uitkering verwacht van 60% (conform begrotingsbrief provincie) en is het bedrag bijgesteld naar € 282k. Het is een bedrijfseconomisch risico of het geraamde bedrag aan inkomsten ook daadwerkelijk wordt ontvangen. € 282k
Berekende omvang risico
Het te ramen bedrag voor de dividendopbrengst van de BNG wordt bepaald op hetgeen de Provincie in haar jaarlijkse begrotingsbrief vermeldt. Als hiervan wordt afgeweken, moet hiervoor een goede verklaring zijn. Het is altijd mogelijk dat (een deel van) de geraamde dividendbaten niet gerealiseerd worden. Dit risico wordt laag ingeschat en acceptabel bevonden.
Laag
25%
€ 70,5k
Wij zijn aandeelhouder van Enexis, dat de infrastructuur van de energievoorziening in bezit heeft. Daarnaast zijn wij aandeelhouder in enkele kleinere vennootschappen die zijn opgericht bij de verkoop van Essent. In de begroting is rekening gehouden met een dividendopbrengst van € 64k.
€ 64k
Het te ramen bedrag voor de dividendopbrengst van Enexis wordt bepaald op hetgeen de Provincie in haar jaarlijkse begrotingsbrief vermeldt. Als hiervan wordt afgeweken, moet hiervoor een goede verklaring zijn. Het is altijd mogelijk dat (een deel van) de geraamde dividendbaten niet gerealiseerd worden. Dit risico wordt laag ingeschat en acceptabel bevonden. Laag 25% € 16k
Dichtslibben haven mede als gevolg Wij hebben geen invloed op externe van extreme hoogwaterstanden. factoren, zoals waterstanden, stroomGeschatte kosten herstel €125k. De snelheden en mate van eventueel exacte kosten voor het opslaan van het dichtslibben. Dit risico valt hierdoor slib worden bepaald door het tijdstip onder de categorie ‘Accepteren’. van baggeren en de opslagcapaciteit. € 125k Midden 50% € 62,5k
49
Programmabegroting 2023-2026
Nr STR/INC
Categorie Toelichting risico Soort maatregel Kwantificering risico
9
Haven (bouwkundig)
INC 10
Reductie Sociale woningbouw
INC
Accepteren
Toelichting maatregel RisicoKans% inschatting
Berekende omvang risico
Er is (momenteel) geen Het op te stellen onderhoudsplan aan onderhoudsplan voor de bouwkundige de passantenhaven kan worden staat van de haven. Er zijn ook geen gekoppeld aan de integrale visie voor middelen beschikbaar om eventueel de ontwikkeling en inrichting van het onderhoud te plegen aan de gebied Maas-oever(zone), die naar bouwkundige staat van de haven. Zie verwachting de komende jaren op het ook de paragraaf onderhoud kapitaal- programma zal staan. Hierna kan het goederen. De kosten worden als risico afgebouwd of verwijderd worden. stelpost geraamd op € 500k. Nadat er een onderhoudsplan is opgesteld en de dotatie aan de voorziening voor groot onderhoud structureel in de begroting is opgenomen, kan dit risico verwijderd worden. € 500k Laag 25% € 125k Woningbouwcorporaties sluiten voor Per 31 december 2021 staat er voor de het uitvoeren van hun taak veelal sociale woningbouw een bedrag aan leningen af waarbij de gemeente leningen uit van ongeveer € 11,3 gevraagd wordt om als achtervang te miljoen (restant schuld) op een dienen. Hiermede wordt bereikt dat de hoofdsom van € 17,4 miljoen. Wij geldgever met een lagere kwantificeren het risico op 50% van de rentevergoeding genoegen neemt omvang van de leningen. Het risico dat omdat de gemeente als achtervang er daadwerkelijk een beroep gedaan een zekere debiteur is. Sinds een wordt op de gemeente is minimaal.
aantal jaren is het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) in het leven geroepen, dat de functie van de gemeente overneemt en waardoor de woningbouwcorporaties met slechts één instituut te maken hebben en de zekerheid voor de gemeenten groter is. Bestaande leningen blijven tot aan het einde van de looptijd nog gewoon bij de gemeenten als achtervang-instituut. Door het WSW is de veiligheid nu nog beter geborgd. € 5.650k Zeer laag 10% € 565k
50
Programmabegroting 2023-2026 Nr STR/INC
Categorie Toelichting risico Soort maatregel Kwantificering risico
11
Starterslening
INC 12
Accepteren UPW
INC
Accepteren
Toelichting maatregel RisicoKans% inschatting
Berekende omvang risico
In de raad van april 2010 is de De gemeente dient in dit fonds Verordening starterslening maximaal € 130.000 te storten. De vastgesteld. Hierbij is tevens een fonds provincie Limburg stort vervolgens in het leven geroepen waarop starters maximaal een drievoudig bedrag in het op de woningmarkt een beroep kunnen fonds (dus aandeel gemeente 25%, doen voor het aantrekken van een aandeel provincie 75%). De lener dient lening. Deze lening wordt verstrekt vervolgens de lening volgens de onder bepaalde voorwaarden en tot bepalingen uit de verordening af te een maximum bedrag tegen gunstige lossen aan de kredietverstrekkers. condities. Bij het vaststellen van de Startersleningen lopen via de SVn. Jaarstukken 2014 is door de raad besloten om het plafond van de starterslening te verhogen naar € 130k. € 130k Laag 25% € 32,5k Bij een tekort op het budget bestaat de Uitgangspunt is 100% kosten ten mogelijkheid om een vangnetuitkering opzichte van de ontvangen bijdragen aan te vragen. Dat is alleen mogelijk van het Rijk. Het eigen risico onder de als er sprake is van een tekort dat meer vangnetuitkering wordt geaccepteerd bedraagt dan 7,5% van het budget. als risico.
Jaarlijks wordt de stand van Daarnaast moet er over de drie zaken met betrekking tot het eigen voorgaande jaren gecumuleerd ook risico / mogelijke aanvraag voor de een tekort zijn dat meer bedraagt dan vangnetuitkering, voorgelegd aan de 7,5% van het budget. De gemeente raad. heeft dan een zogenoemd getrapt eigen risico dat maximaal uit komt op 10% van het budget ofwel € 150k. Overigens verwachten we dat het budget in 2022 toereikend zal zijn en er geen tekort op zal treden. Dat is, bij gelijkblijvende omstandigheden, ook de verwachting voor 2023. € 150k Midden 50% € 75k
51
Programmabegroting 2023-2026
Nr STR/INC
Categorie Toelichting risico Soort maatregel Kwantificering risico
13
Woonplaatsbeginsel
INC
Accepteren
Toelichting maatregel RisicoKans% inschatting
Met ingang van 1 januari 2022 is het nieuwe woonplaatsbeginsel van kracht. Dit betekent dat onze gemeente verantwoordelijk wordt voor een nieuwe populatie jeugdigen en dat tegelijkertijd andere gemeenten verantwoordelijk worden voor een aantal van onze huidige jeugdigen. Het is hierbij van belang te beseffen dat het gaat om jeugdigen in zorg met verblijf waarbij de kosten per jeugdige op jaarbasis kunnen variëren van € 15.000 (bij pleegzorg) tot € 150.000 (bij gesloten jeugdzorg). Het Ketenbureau i-sociaal domein biedt ondersteuning bij het in beeld brengen van de huidige populatie en het bepalen van de verantwoordelijke gemeente.
Berekende omvang risico
Wanneer gemeenten er samen niet uitkomen wie verantwoordelijk is voor de kosten van de jeugdige is er een compensatieregeling. Deze regeling zorgt er onder andere voor dat de zorg van de jeugdige nooit in het geding komt. Het nieuwe woonplaatsbeginsel kan zowel een negatief als een positief gevolg hebben op de kosten die wij maken. Incidenteel kunnen deze kosten gedekt worden uit reserves. Ten tijde van de Jaarstukken 2022 en 2023 zal duidelijker worden wat de structurele gevolgen zijn voor onze gemeente.
Daarnaast wordt met de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel een compensatieregeling van kracht voor in principe twee jaar. De compensatieregeling wordt bekostigd uit het macrobudget Jeugd aangezien het een verdeeltechnisch probleem betreft. € 330k Midden
50%
€ 165k
Bedragen x € 1.000 Incidenteel Risico
Kwantificering
Structureel
Berekend bedrag
Kwantificering
Berekend bedrag
Zeer laag (10%)
5.850
585
0
0
Laag (25%)
1.531
383
0
0
Midden (50%)
944
472
0
0
Hoog (75%)
0
0
0
0
Zeer hoog (90%)
0
0
0
0
8.325
1.440
0
0
Totaal
Het totaal van het berekende risicobedrag komt daarmee uit op € 1.440k.
52
Programmabegroting 2023-2026 Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's (weerstandsvermogen) Bepaling en betekenis weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt gedefinieerd als de relatie tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis zijn in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om mogelijke tegenvallers op te vangen zonder dat dit onmiddellijk invloed heeft op het beleid. Het weerstandsvermogen is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van de gemeente. Ratio weerstandsvermogen De ratio, die uit de hiervoor gehanteerde berekening volgt, kan worden gewaardeerd. Wij hanteren de indeling zoals aangegeven door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement. Beoordelingstabel weerstandsvermogen Categorie
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
vanaf
tot
A
2
∞
Goed / Uitstekend
B
1,4
2
Ruim voldoende
C
1
1,4
Voldoende
D
0,8
1
Matig
E
0,6
0,8
Onvoldoende
F
-∞
0,6
Ruim onvoldoende
De gemeente Mook en Middelaar wenst minimaal een ratio te hebben in categorie C – voldoende. Dit betreft een ratio tussen de 1,0 en 1,4. Daarnaast wordt als (structurele) bovengrens een ratio van 3,0 gehanteerd. Als risico's zich daadwerkelijk voordoen, ondanks de genomen beheersmaatregelen, dan kan een beroep gedaan worden op de weerstandscapaciteit. Uitgangspunt hierbij is dat eerst wordt onderzocht of de gemeente ook andere mogelijkheden heeft om de gevolgen van risico’s op te vangen. Denk bijvoorbeeld aan het aanwenden van eventueel onbenutte budgetten, bezuinigingen of bijstellingen van bestaand beleid. Ratio weerstandsvermogen De ratio voor het weerstandsvermogen bedraagt 1,4 (weerstandscapaciteit € 2.020k gedeeld door risico's € 1.440k). Deze ratio valt in klasse 'B Ruim voldoende'. Op basis van een minimale klasse 'C Voldoende', kan geconcludeerd worden dat de gemeente Mook en Middelaar op dit moment voldoende capaciteit heeft om eventuele risico’s op te vangen.
53
Programmabegroting 2023-2026
Verloop van de kengetallen Kengetallen
W2021
B2022
B2023
B2024
B2025
B2026
Netto schuldquote
-15%
2%
11%
21%
37%
41%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-18%
-1%
9%
19%
35%
38%
Solvabiliteitsratio
38%
36%
35%
33%
28%
25%
Structurele exploitatieruimte
4%
-4%
0%
0%
1%
-4%
Grondexploitatie (n.v.t.)
0%
0%
0%
0%
0%
0%
Belastingcapaciteit
114%
103%
103%
103%
103%
103%
Kengetallen Naast de ratio voor het weerstandsvermogen zijn gemeente verplicht om onderstaande kengetallen te verstrekken. Deze kengetallen mogen alleen in gezamenlijkheid beoordeeld worden voor de beeldvorming met betrekking tot de financiële positie van de gemeente (zie tabel onderaan deze paragraaf). 1a Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast (vaste schuld en vlottende schulden) ten opzichte van de eigen middelen (vlottende activa). Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een negatieve schuldquote betekent dat er geen netto-schuld is, maar dat er een overschot is aan liquide middelen en vorderingen. Door investeringen, het benutten van de middelen in 's Rijks Schatkist en het toekomstig aantrekken van leningen voor financiering van investeringen, neemt de netto schuldquote toe. 1b Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Dit betreft hetzelfde kengetal als de netto schuldquote, maar nu wordt bij de eigen middelen niet alleen de vlottende activa meegenomen, maar ook de uitgezette leningen. Dit kengetal is altijd gelijk of lager dan de netto schuldquote. 2. Solvabiliteitsratio Het solvabiliteitsratio geeft aan in welke mate wij in staat zijn om op de lange termijn aan de financiële verplichtingen te voldoen.
Zoals uit de balans valt op te maken, bedraagt het eigen vermogen € 6,2 miljoen en het totaal vermogen € 17,6 miljoen. Dit betekent dat de omvang van het eigen vermogen 35% bedraagt ten opzichte van het totaal vermogen. De gangbare minimumnorm voor deze solvabiliteitsratio ligt bij niet-financiële ondernemingen tussen de 25% en 40%. Hoe hoger de ratio hoe solvabeler de organisatie is. Met een ratio van 35% voldoet de gemeente Mook en Middelaar aan de gangbare norm. 3. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente of provincie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage is een structureel overschot. De begroting is voor 2023 structureel in evenwicht (met een voordelig saldo van € 37k, afgerond 0%). 4. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De gemeente Mook en Middelaar heeft geen actieve grondexploitaties (aankopen, bouw- en woonrijp maken en weer verkopen). Het kengetal bedraagt 0%.
54
Programmabegroting 2023-2026 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit wordt berekend op basis van de woonlasten van een belastingplichtige (meerpersoonshuishouden met eigen woning) in Mook en Middelaar ten opzichte van het landelijk gemiddelde van het laatst bekende begrotingsjaar. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2023 is dat 2022. Mook en Middelaar zit op basis van dit kengetal voor 2022 iets boven het landelijk gemiddelde. Omdat nog niet alle tarieven voor 2023 bekend zijn, gaan we vooralsnog uit van een gelijkblijvende belastingcapaciteit van 103% voor 2023. Verder mogen de afvalstoffenheffing en rioolrecht maximaal 100% kostendekkend zijn. In de raadsvergaderingen van 15 december 2022 worden de nieuwe belastingverordeningen voor 2023 ter besluitvorming aan u voorgelegd. Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie De diverse kengetallen zijn onderling redelijk consistent en bevestigen het beeld van een gezonde financiële positie. Mook en Middelaar heeft slechts één uitstaande geldlening van € 544k (per 1 januari 2023), die jaarlijks met zo’n € 182k wordt afgelost. Aan de andere kant is er ongeveer € 7 miljoen aanwezig in ’s Rijks schatkist (voor aftrek van de betaling van alle restant kredieten).
Qua exploitatie is er nagenoeg een structureel sluitende (meerjaren)begroting uitgaande van het voorgestelde dekkingsplan. Op basis van de categoriale indeling zit de gemeente Mook en Middelaar alleen in de categorieën A en B (minst risicovol dan wel gemiddeld). De kengetallen moeten niet afzonderlijk beoordeeld worden, maar bepalen gezamenlijk het financiële beeld. Kengetal
Waarde M&M Categorie A
Categorie B
Categorie C
Netto schuldquote zonder correctie
11%
< 90%
90 - 130%
> 130%
Netto schuldquote met correctie)
9%
< 90%
90 - 130%
> 130%
Solvabiliteitsratio
35%
> 50%
20 - 50%
< 20%
Structurele exploitatieruimte
0%
positief
neutraal
negatief
Grondexploitatie
0%
< 20%
20-35%
> 35%
Belastingcapaciteit
103%
< 95%
95 - 105%
> 105%
55
Programmabegroting 2023-2026
1.12. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Wettelijk kader Artikel 12 BBV. Onderstaande tabel bevat de actuele stand van zaken met betrekking tot de beheerprogramma's. Beheerplan
Omschrijving / Naam
Periode
Datum vaststelling Raad Te herzien in
Looptijd
Wegen
Wegenbeheerplan Meerjarenplanning
2020-2025
12 december 2019
Kunstwerken (Bruggen)
Meerjaren onderhoudsplan bruggen
2018-2067
15 september 2016
Openbare verlichting
beleidsnota openbare verlichting
2016-2020
10 december 2015
n.v.t.
5 jaar
Riolering
Gemeentelijk Rioleringsplan Mook en Middelaar (GRP)
2022-2026
16 december 2021
2026
5 jaar
Water
geen onderhoudsplan
-
-
-
-
Groen
Groenbeheerplan
2016-2019
*)
Nog te bepalen
Gebouwen
Meerjarig onderhoudsplan (MJOP)
2020-2023
2025
5 jaar 50 jaar
2023
4 jaar
*) Besluitvorming door College van burgemeester en wethouders.
Wegen 1.
Wegen
Doel De gemeente is verantwoordelijk voor de instandhouding en het veilig gebruik van de verhardingen die zij in beheer heeft. Beleidskader Al jaren voert de gemeente structureel en planmatig onderhoud uit aan de verhardingen. Het gemeentelijke Wegenbeheerplan is hierbij richtinggevend. Het plan geeft inzicht in de kwaliteit en onderhoudsbehoefte van de gemeentelijke wegen/verhardingen en de financiële middelen die hiervoor nodig zijn. Het plan wordt voor een bepaalde tijd vastgesteld en er is in 2019 een nieuw plan opgesteld voor de periode 2020 - 2024. In 2020 is het plan uitgebreid naar 5 jaren zodat het nu tot 2025 vastligt. Onderhoudsniveau Het onderhoudsniveau van de wegen is vastgesteld op het niveau B van de landelijke CROW systematiek. Dit komt min of meer overeen met het niveau van instandhouding van de verhardingen, voorkomen dat (technische) normen worden overschreden. Financiële consequenties beleidskader De meerjarenplanning voor het structureel en planmatig onderhoud bedraagt op basis van het nieuwe Wegenbeheerplan voor de jaren 2020 tot en met 2025 op jaarbasis een bedrag van gemiddeld ongeveer € 152k voor groot onderhoud, inclusief een toeslag van 6-10% voor de kosten van de voorbereiding, verkeersmaatregelen, administratie en toezicht op de werkzaamheden.
56
Programmabegroting 2023-2026 Financiële consequenties in de begroting Om de onderhoudsvoorziening voor het (groot) wegonderhoud op peil te houden werd er jaarlijks € 155k aan toegevoegd. Per 31 december 2021 bedroeg het saldo van de voorziening €281k. Het verloop van de voorziening is als volgt: Bedragen x € 1.000 Voorziening groot onderhoud wegen Jaar
Stand per 1-1
Dotatie
Vrijval
Aanwending
Stand per 31-12
2022
417
155
0
165
407
2023
407
155
0
107
455
2024
455
155
0
133
476
2025
476
155
0
133
498
2026
498
155
0
133
519
Voortgang van het geplande onderhoud De onderhoudswerkzaamheden worden overeenkomstig de planning van het Wegenbeheerplan uitgevoerd. Werkproces: voorbereiding (onderzoek), aanbesteding en uitvoering. Werkzaamheden worden zo veel mogelijk gecombineerd en afgestemd met gemeentelijke (bouw)ontwikkelingen. Streven naar integraal werken. Zo mogelijk wordt het onderhoud aan de wegen gecombineerd met andere ontwikkelingen en/of onderhoudswerkzaamheden (integraal werken). Omvang achterstallig onderhoud Op basis van huidig inzicht is er geen sprake van achterstallig onderhoud.
2.
Kunstwerken (Bruggen)
Doel De gemeente is verantwoordelijk voor de instandhouding en het veilig gebruik van de verkeersbruggen binnen de gemeente. Het betreft twee bruggen, de brug Witteweg te Plasmolen en de brug Cuijksesteeg in Mook. Beleidskader Op 15 september 2016 heeft u het ‘Meerjaren onderhoudsplan bruggen' vastgesteld. Het plan voorziet in het structurele / planmatige onderhoud aan de bruggen. Dit geeft een doorkijk voor de komende vijftig jaar (planperiode 2018-2067). Onderhoud op basis van instandhouding van de huidige functionaliteit van de bruggen. Met het plan is dit gewaarborgd. Onderhoudsniveau Het onderhoudsniveau van de bruggen is vastgesteld op niveau in stand houden. Financiële consequenties beleidskader Voor de financiering van de onderhoudswerkzaamheden op de langere termijn (instandhouding) is er een voorziening groot onderhoud bruggen aanwezig. De jaarlijkse dotatie aan de voorziening bedraagt € 23k. Door de jaarlijkse dotatie is de voorziening gedurende een looptijd van 50 jaar nergens negatief. Financiële consequenties in de begroting Het verloop van de voorziening is als volgt:
57
Programmabegroting 2023-2026
Bedragen x € 1.000 Voorziening groot onderhoud kunstwerken (bruggen) Jaar
Stand per 1-1
Dotatie
Vrijval
Aanwending
Stand per 31-12
2022
39
23
0
17
45
2023
45
23
0
0
69
2024
69
23
0
0
92
2025
92
23
0
10
105
2026
105
23
0
0
128
Voortgang van het geplande onderhoud In 2023 zal het onderhoud aan de brug in de Cuijksesteeg plaatsvinden. Het betreft hier het conserveren van de metalen onderdelen. Hierin bevindt zich Chroom6, waardoor er gekeken moet worden naar een juiste uitvoeringsmethode. Naar aanleiding van deze uitvoeringsmethode zal er onderhoud ingepland worden. De overige onderhoudswerkzaamheden worden overeenkomstig de planning van het Meerjaren onderhoudsplan bruggen uitgevoerd. Omvang achterstallig onderhoud Door invulling te geven aan het Meerjaren onderhoudsplan bruggen kan achterstallig onderhoud worden voorkomen.
3.
Openbare verlichting
Doel De gemeente is verantwoordelijk voor de instandhouding van de openbare verlichting binnen de gemeente, dit voor de sociale en verkeersveiligheid. Beleidskader De gemeente is verantwoordelijk voor goede openbare verlichting. Een van de voornaamste doelen is het verduurzamen en moderniseren van onze openbare verlichting, door masten en armaturen die ouder zijn dan respectievelijk 50 en 25 jaar te inventariseren, inspecteren en waar nodig te vervangen. Inwoners worden in de gelegenheid gesteld tips en aanbevelingen voor de straatverlichting aan te dragen. De vervanging van openbare verlichting wordt per jaar voorbereid, aanbesteed en uitgevoerd. Voor de vervangingsopgave van de lichtmasten en de armaturen wordt jaarlijks een krediet aangevraagd middels het investeringsplan. Onderhoudsniveau Het onderhoudsniveau van de openbare verlichting is vastgesteld op niveau goed. Financiële consequenties beleidskader Voor het jaar 2023 wordt een krediet gevraagd van € 40k voor lichtmasten en armaturen tezamen. Financiële consequenties in de begroting Vanaf 1 januari 2017 moeten de investeringen in voorzieningen met maatschappelijk nut, dus ook openbare verlichting, worden geactiveerd en worden afgeschreven. Er wordt geen voorziening gevormd. Over de investeringen wordt afgeschreven ten laste van de exploitatie. Lichtmasten worden in 50 jaar afgeschreven, armaturen in 25 jaar.
58
Programmabegroting 2023-2026 Voortgang van het geplande onderhoud Jaarlijks worden de geplande vervangingen uitgevoerd. Hierbij wordt er ook gekeken of zaken kunnen worden gecombineerd. Omvang achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Riolering Doel Invulling geven aan de gemeentelijke watertaken, dit op het gebied van afvalwater, regenwater en grondwater. Meer concreet het in stand houden en verbeteren van de gemeentelijke riolering en voorzieningen voor de opvang en verwerking van het regenwater. Dit alles om te komen tot een goed functionerend(e) waterketen en watersysteem en daarmee het terugdringen van de kans op wateroverlast. Beleidskader De invulling van de gemeentelijke watertaken, en de financiering ervan, is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan Mook en Middelaar (GRP), dat op 24 november 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld. De planperiode van het GRP bestrijkt de jaren 2022 tot en met 2026. In het GRP is de vroegere specifieke zorg voor de riolering omgebogen naar de zorg voor het gemeentelijk waterbeheer. Dus niet specifiek het (stedelijk) afvalwater maar ook het regenwater en grondwater. In het GRP is er aandacht voor het onderhoud en het in stand houden van de (water)voorzieningen, het doen van metingen en onderzoek, het terugdringen van de vuiluitworp naar oppervlaktewater en het terugdringen van de kans op wateroverlast ten gevolge van hevige neerslag. De afgelopen jaren zijn hierin al vorderingen gemaakt, wel baart de toenemende extreme neerslag zorgen.
Hiervoor is blijvende aandacht in de vorm van generieke en specifieke maatregelen, zoals het afkoppelen van verhardingen en het creëren van berging. Hierbij worden ook de bewoners betrokken en gestimuleerd. Dit in de vorm van voorlichting en advies en ook met de mogelijkheid van een geldelijke bijdrage (dit laatste in samenwerking met het waterschap Limburg). De mogelijkheid voor samenwerking met andere overheden en partijen is ook een blijvend aandachtspunt. Dit onder andere om de kosten voor de watertaken te verlagen. Hierbij is het streven om de wettelijke watertaken tegen de laagst mogelijke lasten uit te voeren. Onderhoudsniveau Het onderhoudsniveau van de riolering is vastgesteld op niveau instandhouding / functionaliteit. Financiële consequenties beleidskader De financiële gevolgen van de uitvoering van het GRP komen via de rioolheffing ten laste van de burgers. Het tarief voor de rioolheffing wordt vastgesteld op basis van de financieringssystematiek van het GRP (kostendekkingsberekening) en geldt per aansluiting op de gemeentelijke riool- of zuiveringsvoorziening. Bij de (jaarlijkse) behandeling van het voorstel voor de belastingtarieven wordt het bedrag van de rioolheffing vastgesteld. Financiële consequenties in de begroting De dekking van de kosten voor het reguliere (dagelijks) onderhoud vindt plaats middels budgetten in de exploitatie.
Nieuwe rioleringen worden geactiveerd en leiden tot kapitaallasten. De voorziening groot
59
Programmabegroting 2023-2026 onderhoud riolering gedraagt zich meer als een tariefegalisatievoorziening, waarbij het saldo van de lasten en baten wordt geëgaliseerd. Riolering en rioolheffing is financieel een gesloten systeem. Het verloop van de voorziening is als volgt: Bedragen x € 1.000 Voorziening groot onderhoud riolering (tariefegalisatie) Jaar
Stand per 1-1
Dotatie
Vrijval
Aanwending
Stand per 31-12
2022
4.305
0
0
0
4.305
2023
4.305
0
0
0
4.305
2024
4.305
0
0
0
4.305
2025
4.305
0
0
0
4.305
2026
4.305
0
0
0
4.305
Voortgang van het geplande onderhoud Het dagelijks onderhoud en de inspanningen en werkzaamheden die voortvloeien uit het GRP worden voorbereid en uitgevoerd. Hierbij is het streven naar integraal werken, synergie en doelmatigheid. Omvang achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Water Passantenhaven Doel Mook en Middelaar heeft op het gebied van ‘water’ enkel de verplichting om de passantenhaven bevaarbaar te houden en het in stand houden van de functionaliteit van de haven, als bouwkundige voorziening. Beleidskader Inzicht hebben en houden in de diepgang en de staat van de passantenhaven als 'bouwwerk'. Onderhoudsniveau De metingen van de diepgang in de haven wijzen uit dat de haven bevaarbaar is. Met metingen wordt dit gevolgd. Tot op heden is er geen onderhoudsplan voor de passantenhaven zelf, de waterbouwkundige (constructieve) onderdelen. De haven dateert uit de jaren negentig van de vorige eeuw. Het is raadzaam om inzicht te krijgen in de staat van onderhoud en het benodigd toekomstig budget voor de instandhouding van de voorzieningen. Inzicht in de onderhoudsbehoefte, en het waarborgen daarvan, kan worden gekoppeld aan de wens van de ontwikkeling van het gebied Maaskade. Hierbij streven naar een integrale benadering en uitwerking, zowel ruimtelijk, functioneel als (onderhouds)technisch. Vanuit het oogpunt van onderhoud en beheer is deze inspanning niet vrijblijvend, ook niet in tijd. Als deze visie om welke redenen dan ook op zich laat wachten, is het wenselijk om los hiervan een onderhoudsplan op te stellen.