CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Programma Weerbare Samenleving

Raadsinformatieavond 15 januari 2026, gemeente Mook en MiddelaarBij agendapunt: Presentatie Veiligheidsregio Limburg-Noord over weerbaarheid4.750 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Programma “weerbare samenleving” voor veiligheidsregio Limburg-Noord

Auteur: Bas Thomissen 1

Inhoud 1

Aanleiding en doel van het document ........................................................... 3

2.

Huidige situatie als vertrekpunt voor doorontwikkeling ................................ 4

2.1 Doelstellingen van het programma .................................................................. 4 2.2 Rol van de veiligheidsregio .............................................................................. 4 2.3 Aanpak .......................................................................................................... 5 2.4 Tweesporenbeleid .......................................................................................... 5 2.5 Planning ontwikkeling programma ................................................................... 7 2.6 Organisatorisch en financieel ......................................................................... 8 3.

Doorontwikkeling van het Programma Weerbare Samenleving ..................... 9

3.1 Totstandkoming programma Weerbare Samenleving ........................................ 9 3.2 Programmascenario VRLN ............................................................................ 10 3.3 Programmalijnen Weerbare Samenleving ...................................................... 11 3.4 Varianten in aanpak programma Weerbare Samenleving ................................. 14 3.5 Indicatie formatie en middelen Programmateam VRLN /gemeenten................. 17 4.

Bestuurlijke duiding en voorkeursrichting ................................................... 21

2

1

Aanleiding en doel van het document

De afgelopen jaren hebben de Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN), gemeenten en andere partners gewerkt aan een weerbare samenleving. Vanaf 2025 is gestart met de opbouw van het programma Weerbare Samenleving. Dit document markeert de volgende stap in die ontwikkeling. Waar de eerste fase vooral gericht was op bewustwording en het leggen van een organisatorische en inhoudelijke basis, richt de huidige fase zich op de doorontwikkeling en structurele verankering van het programma. De noodzaak daartoe is helder: de samenleving wordt steeds vaker geconfronteerd met complexe en langdurige crises, variërend van verstoringen in vitale voorzieningen tot digitale dreigingen en maatschappelijke ontwrichting. Uitgangspunt daarbij is dat de regionale aanpak van VRLN en haar partners een nadere uitwerking vormt van de meest recente landelijke kaders, beleidslijnen en campagnes (zoals de onlangs aangekondigde Denk vooruit-campagne), zoals deze zijn opgesteld door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV). Daarmee sluit VRLN aan op de landelijke koers terwijl regionaal ruimte wordt genomen om deze kaders te vertalen naar de specifieke context en uitdagingen van Noord- en Midden-Limburg.

Parallel hieraan zijn halverwege 2025 de eerste regionale pilots en acties gestart. Deze ervaringen vormen de bouwstenen voor de verdere programmatische ontwikkeling. Het komend jaar staat in het teken van het consolideren van resultaten op korte termijn én het voorbereiden van een duurzaam programmaplan voor de lange termijn. Met dit document wordt richting gegeven aan die doorontwikkeling. Het biedt inzicht in de huidige stand van zaken, de bestuurlijke varianten, de benodigde inzet en middelen en de keuzes die nodig zijn om het programma Weerbare Samenleving stevig te verankeren in de regio Noord-Limburg. Daarbij is nadrukkelijk sprake van een gezamenlijke inzet van alle betrokken partijen: VRLN, gemeenten, vitale partners, maatschappelijke organisaties én inwoners. Dit document vormt daarmee de inhoudelijke en organisatorische basis voor besluitvorming over de verdere ontwikkeling en borging van het programma Weerbare Samenleving. 3

2.

Huidige situatie als vertrekpunt voor doorontwikkeling

In de vergadering van de bestuurscommissie Veiligheid (BC-V_ van 6 juni 2025 is ingestemd met het Integraal plan van aanpak voor de ontwikkeling van een programma “Weerbare Samenleving” voor veiligheidsregio Limburg-Noord. Met dit besluit zijn de kaders, uitgangspunten en eerste organisatorische afspraken vastgesteld die de basis vormen voor de verdere ontwikkeling van het programma. Dit hoofdstuk geeft een beknopt overzicht van wat binnen dat besluit gezamenlijk is vastgelegd en inmiddels in uitvoering is gebracht. Deze elementen vormen het vertrekpunt voor de doorontwikkeling van het programma Weerbare Samenleving.

2.1 Doelstellingen van het programma 1. Het vergroten van de weerbaarheid van de samenleving Door inwoners, instellingen en bedrijven te helpen zich beter voor te bereiden op risico’s en crisissituaties 2. Het versterken van de verbinding en de relatie met de inwoners Door bewustwording van de partners (en dus ook inwoners) in ons netwerk te vergroten en hen actief te betrekken bij het samen realiseren van veiligheid en paraatheid bij crises 3. Een aanpak ontwikkelen waarbij samenhang en regie van het thema Weerbaarheid binnen VRLN centraal staan Het nog efficiënter en effectiever samenwerken in de organisatie (VRLN), met focus op het perspectief van de inwoners

2.2 Rol van de veiligheidsregio VRLN heeft al jaren een rol in het kader van weerbare samenleving. VRLN is één van de partners in het kader van de weerbare samenleving, echter niet de centrale partner. VRLN voorziet op dit thema in een regie en platformfunctie en zal op thema’s net als nu aanjager zijn. Verder biedt de veiligheidsregio handelingsperspectieven in dit kader. Gemeenten zijn bij uitstek de organisaties die al in de wijk en dichtbij opereren.

4

2.3 Aanpak Als we de opgave Weerbare Samenleving daadwerkelijk vorm willen geven, vraagt dit om een gezamenlijke inspanning van de Veiligheidsregio Limburg-Noord, de gemeenten, het Rijk en diverse maatschappelijke partners. VRLN kan deze opgave niet alleen realiseren; weerbaarheid ontstaat pas door samenwerking over de volle breedte van de samenleving. Ook inwoners vervullen hierin een belangrijke rol, als dragers van de lokale veerkracht. In deze samenwerking staat de gezamenlijke opgave centraal, met respect voor ieders rol, taak en verantwoordelijkheid. We sluiten daarbij aan op de landelijke ‘whole-ofsociety’-aanpak, waarin overheid, bedrijfsleven, kennisinstellingen en samenleving samen werken aan weerbaarheid en veerkracht. Tegelijkertijd hanteren we de ‘allhazards’-benadering, zodat we voorbereid zijn – en blijven – op een breed spectrum aan risico’s en dreigingen, van fysieke crises tot digitale verstoringen.

2.4 Tweesporenbeleid De opgave ‘weerbare samenleving’ vraagt om een programmatische en structurele aanpak. Het gaat hierbij niet alleen om concrete maatregelen, maar vooral om een verandering in cultuur en manier van denken – zowel internationaal, landelijk als binnen het werkgebied van VRLN. Tegelijkertijd laat de huidige context zien dat de dreiging en frequentie van crises toenemen. Dat betekent dat we niet kunnen wachten tot de lange termijn aanpak volledig is ontwikkeld: er zijn ook op korte termijn acties nodig. Daarom is besloten om met een tweesporenbeleid te werken. -

Spoor 1: de ontwikkeling van een lange termijn programmaplan (vanaf 2026) Spoor 2: de acties en pilots op korte termijn (2025).

Spoor 1 Programma: Ontwikkeling van een duurzaam programma ‘Weerbare Samenleving’ onder regie van VRLN, met een programmatische structuur en een vast kernteam. Door als regio een helder programma met elkaar te formuleren, komen we tot een gedegen aanpak waarbij het uitgangspunt is en blijft dat de samenleving door alle inspanningen uiteindelijk weerbaarder wordt. Hiertoe kunnen we een programma samenstellen dat voortborduurt op de landelijke aanpak, maar specifiek is toegespitst op de kansen en uitdagingen van deze regio. Bij de ontwikkeling maken we gebruik van best practices uit andere (veiligheids-) regio’s evenals van landelijke en internationale expertise. 5

Spoor 2: Acties op korte termijn: Vijf pilots Het tweede spoor richt zich op de korte termijn en omvat een vijftal pilots en concrete acties in 2025. Met deze pilots geven de VRLN en gemeenten samen praktisch invulling aan de ambitie om de weerbaarheid te vergroten. Hierbij is rekening gehouden met de huidige situatie, behoeften en haalbaarheid. Voor alle pilots geldt dat er actieve betrokkenheid van één of meerdere gemeenten deelnemen en dat de opbrengsten regionaal worden gedeeld. De resultaten uit deze pilots vormen waardevolle bouwstenen voor het langetermijnprogramma en bieden de mogelijkheid om te leren, te evalueren en waar nodig bij te sturen Hieronder volgt een korte samenvatting van de vijf pilots. Een meer uitgebreide beschrijving van de aanpak, doelen, voortgang en planning van de pilots is opgenomen in bijlage 1. Pilot 1 – Regionale communicatie over weerbaarheid Ontwikkeling van een communicatietoolkit die gemeenten ondersteunt bij de lokale communicatie over risico’s, voorbereiding en zelfredzaamheid. De publieke lancering vindt plaats tussen 21 en 23 november 2025. De toolkit sluit aan op de landelijke campagne van NCTV Samen aan Zet en bevat onder meer voorbeeldteksten, visuals en formats.

Pilot 2 – Inzicht in inrichting noodhulppunten Zeven gemeenten werken met VRLN, vooruitlopend op landelijk beleid, aan een regionaal plan van aanpak en programma van eisen voor de inrichting van lokale noodsteunpunten en coördinatiepunten. De afronding van deze pilot staat gepland voor medio december 2025. Pilot 3 – Weerbaarheid begint bij jezelf In deze pilot is binnen de VRLN een ‘challenge’ georganiseerd waarin medewerkers werden uitgedaagd om hun eigen noodpakket en gezinsnoodplan op orde te brengen. De opgedane inzichten zijn verwerkt in een handreiking en toolkit, ontwikkeld in 6

afstemming met gemeenten. Deze hulpmiddelen maken het mogelijk dat ook andere organisaties deze challenge kunnen uitvoeren om de interne bewustwording over weerbaarheid te vergroten. De ontwikkelde handreiking en toolkit worden medio november 2025 breed beschikbaar gesteld. Pilot 4 – Wijkje zonder stroom Een groep inwoners in de gemeente Roermond ervaart drie dagen lang wat het betekent om zonder stroom te leven. De uitvoering vindt plaats van 21 t/m 24 november 2025; de evaluatie volgt medio december 2025. Pilot 5 – Weerbaarheid: een serious game Ontwikkeling van een strategisch bordspel, samen met de Universiteit Maastricht en Veiligheidsregio Zuid-Limburg, om bewustwording en handelingsvaardigheden spelenderwijs te vergroten. De eerste proefversie is getest; de verdere doorontwikkeling loopt door in 2026, met een Europese subsidieaanvraag in voorbereiding.

2.5 Planning ontwikkeling programma Fase

Periode

Activiteiten

1. Initiatie & verkenning

Q1 en Q2 2025 o o o o

2. Ontwikkeling programma (spoor1)

Q2 2025 – Q4 2025

o o o o

3. Pilot en uitvoering 1e fase (spoor2)

Q2 2025 – Q4 2026

o

o o 4. Uitrol en borging

2026 – 2028

o o o o

Resultaat

Instellen programmateam Stakeholderanalyse Inventarisatie bestaand beleid en initiatieven Risico- en behoefteanalyse

Plan van aanpak weerbare samenleving

Formuleren visie en doelen Co-creatie met partners Ontwerp van programmalijnen Governance en financiering uitwerken

Vastgesteld definitief programmaplan

Start pilotprojecten (binnen de nog te kiezen) programmalijnen Evaluatie- en leerprocessen borgen Regionale communicatiecampagne

Werkende aanpakken en leerervaringen

Schalen van succesvolle projecten Structurele inbedding in beleid Evaluatie- en rapportagecyclus Wellicht al projecten naar de lijn

Volwassen programmatische aanpak

Status

Legenda: Klaar In ontwikkeling:

7

2.6

Organisatorisch en financieel

Op dit moment wordt gewerkt met een kleine en flexibele kerngroep, bestaande uit medewerkers van de Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN), ondersteund door een stuurgroep met drie managers van de VRLN en de coördinerend gemeentesecretaris. De kerngroep is tijdelijk uitgebreid met een programmamanager en een communicatieprofessional om de verdere ontwikkeling van het programma te ondersteunen. De financiering in 2025 vindt plaats uit tijdelijke middelen die beschikbaar zijn gesteld via de versterkingsgelden crisisbeheersing (BDUR). Daarnaast worden de gemeenten actief betrokken bij de uitvoering en ontwikkeling van het programma. Dit gebeurt zowel via werk- en informatiesessies waarin kennis, ervaringen en behoeften worden gedeeld, als via deelname aan de verschillende pilots die binnen het programma worden uitgevoerd. Op deze manier wordt de samenwerking op meerdere niveaus vormgegeven en wordt de regionale samenhang verder versterkt.

8

3.

Doorontwikkeling van het Programma Weerbare Samenleving

De basis voor het programma Weerbare Samenleving is inmiddels gelegd: de tijdelijke organisatie is ingericht, de samenwerkingsstructuren staan, en de eerste pilots leveren – ten tijde van de besluitvorming over dit document – hun eerste resultaten op. Deze ervaringen vormen waardevolle input voor de verdere ontwikkeling van het programma en de aanscherping van de bijbehorende programmalijnen. Om het programma verder te brengen van opstartfase naar een structurele en duurzame samenwerking, is het noodzakelijk om op een aantal punten nadere keuzes en afspraken te maken. Het gaat daarbij om de doorontwikkeling van de uitvoeringsvarianten, de organisatorische inrichting en de financiële borging van het programma. De uitvoeringsvarianten beschrijven de mogelijke rol en intensiteit van betrokkenheid van de VRLN bij de verdere vormgeving en uitvoering van het programma op langere termijn. In dit document worden drie varianten onderscheiden: Minimum (aanjagen), Medium (coördineren) en Plus (overnemen).

3.1 Totstandkoming programma Weerbare Samenleving Dit programmaplan is tot stand gekomen in nauwe samenwerking en afstemming tussen de Veiligheidsregio Limburg-Noord, de vijftien Noord-Limburgse gemeenten en landelijke partners. Het bouwt voort op het Integraal Plan van Aanpak dat in juni 2025 door de Bestuurscommissie Veiligheid is vastgesteld en vormt een verdere verdieping en concretisering van de eerder ingezette koers. Bij de doorontwikkeling is gebruikgemaakt van de meest recente landelijke kaders en richtlijnen van het Rijk, de NCTV, de VNG, het NIPV en het landelijke platform WeerbaarNL. Deze landelijke ontwikkelingen vormen het inhoudelijke fundament voor de regionale vertaling die in dit plan is uitgewerkt, met name zoals beschreven in paragraaf 3.3 – Programmalijnen Weerbare Samenleving. Daarnaast is uitgebreide afstemming en consultatie georganiseerd met: •

de Adviseurs Openbare Orde en Veiligheid (AOV’ers) van de gemeenten;

•

de kartrekkers en projectleiders Weerbare Samenleving binnen de gemeenten;

•

de directie en medewerkers van VRLN (veiligheid en gezondheid); 9

•

samenwerkingspartners zoals andere veiligheidsregio’s en programmamanagers Weerbare Samenleving uit andere regio’s.

De inhoud en aanpak zijn besproken en getoetst in het AOV-overleg, waar brede steun is uitgesproken voor de gekozen koers. De komende periode wordt de betrokkenheid van gemeenten verder versterkt door hun actieve rol in de nadere uitwerking van de programmalijnen en de uitvoering van de regionale pilots.

3.2 Programmascenario VRLN Hoewel de VRLN uitgaat van een ‘all-hazards’-benadering, blijkt in de praktijk dat deze brede insteek het lastig maakt om bij inwoners, partners en organisaties het gesprek over bewustwording en handelingsperspectieven concreet te voeren. Door binnen deze benadering een duidelijke focus te kiezen, ontstaat meer herkenbaarheid en handelingsruimte. In diverse veiligheidsregio’s is daarom gekozen om te werken met het scenario ‘72 uur zonder stroom’. Dit scenario biedt een realistisch en aansprekend uitgangspunt om het gesprek over weerbaarheid te voeren. Het raakt de kern van: -

zelfredzaamheid; maatschappelijke veerkracht; continuïteit van vitale voorzieningen.

Het omvat vrijwel alle elementen die bij andere crises eveneens van belang zijn. Bovendien is dit scenario eenvoudig te vertalen naar andere typen verstoringen, zoals uitval van water, communicatie of logistiek.

10

Voorstel programmascenario VRLN: Ook voor de VRLN wordt geadviseerd om te kiezen voor het programmascenario van langdurige (72 uur) en grootschalige stroomuitval, waarbij ook uitval in aangrenzende regio’s en landen wordt verondersteld. Dit scenario biedt een realistische, herkenbare en leerzame context voor het ontwikkelen van handelingsperspectieven, het versterken van samenwerking en het vergroten van bewustwording bij inwoners, partners en overheden. Niet allen voor onze regio, maar juist ook kijkend naar de effecten en samenwerking met anders regio’s, in eigen land en daarbuiten. Door dit scenario als inhoudelijke kapstok te gebruiken binnen het programma Weerbare Samenleving, ontstaat een gezamenlijk verhaal dat richting geeft aan zowel het beleidsmatige spoor (lange termijn) als aan de uitvoering van de pilots (korte termijn).

3.3

Programmalijnen Weerbare Samenleving

In het kader van het programma Weerbare Samenleving wordt voorgesteld om met zeven samenhangende programmalijnen aan de slag te gaan. Deze geven richting geven aan de verdere inhoudelijke en organisatorische ontwikkeling van het programma. De lijnen zijn geselecteerd met oog voor landelijke beleidsontwikkelingen op het terrein van weerbaarheid, sluiten aan bij de bestaande werkwijze binnen de Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN) en corresponderen met de thema’s zoals opgenomen in de Handreiking Weerbare Samenleving van de VNG. Deze thematische opzet volgt de landelijke lijn, en beoogt regionale maatwerkruimte te behouden en aan te sluiten bij de bestaande structuur van VRLN. Programmalijn 1: Bewustwording Onder bewustwording valt het vergroten van het besef bij inwoners, organisaties en overheden welke risico’s een samenleving kunnen ontwrichten, zoals uitval van vitale voorzieningen, cyberaanvallen of langdurige crises. Het gaat daarbij om het zichtbaar maken van kwetsbaarheden én om het versterken van het bewustzijn dat veerkracht al in de samenleving aanwezig is, maar niet altijd wordt herkend, benut of georganiseerd.

11

Het programma richt zich op het stimuleren, verbinden en faciliteren van bestaande veerkracht, zodat deze in samenhang kan worden ingezet wanneer dat nodig is. Door het gesprek hierover te voeren en goede voorbeelden zichtbaar te maken, groeit het gezamenlijke inzicht dat zelf- en samenredzaamheid essentieel zijn om als regio bestand te zijn tegen verstoringen en crises. Programmalijn 2: Handelingsperspectieven De programmalijn draait om het bieden van praktische opties en communicatiemiddelen in situaties van risico of crisis. Het gaat bijvoorbeeld om heldere risico- en crisiscommunicatie (wat is er aan de hand, wat kan men doen?), het aanreiken van scenario’s en beslissingskaders, en het trainen van situaties waarin burgers, organisaties en bestuur kunnen handelen. Programmalijn 3: Stimuleren sociale netwerken Het versterken van het sociaal weefsel — dus de relaties en netwerken in de wijk, buurt, organisatieverbanden — is van cruciaal belang. In een crisis kunnen sociale netwerken fungeren als buffer: mensen helpen elkaar, verspreiden informatie, ondersteunen kwetsbaren.

Programmalijn 4: Samenwerking partners Hier gaat het om het verbinden van publieke, private en maatschappelijke actoren — denk aan vitale partners, zorginstellingen, waterschappen, netbeheerders, maatschappelijke organisaties — zodanig dat hun wederzijdse verantwoordelijkheden en rollen in een crisis complementair zijn. Het doel is een gedeeld netwerk van capaciteit en middelen, zodat niet ieder op zichzelf staat. Programmalijn 5: Samenwerking overheid Deze lijn richt zich op de horizontale en verticale afstemming tussen overheidslagen (gemeente, veiligheidsregio, provincie, rijk), en op zowel preventieve, voorbereidings- als responscapaciteit. Het gaat om coherent beleid, duidelijke rolverdeling, en samenhang in planning en uitvoering bij crises. Programmalijn 6: Sturen en ontwikkelen op basis van onderzoek en data Een data-ondersteunde benadering is essentieel: met onderzoek, risico- en kwetsbaarheidsanalyses, monitoring en evaluatie van vitale voorzieningen en behoeftes, kan beleid effectiever worden vormgegeven en bijgestuurd. Dit biedt inzicht in welke onderdelen van de samenleving het meest kwetsbaar zijn en waar interventies het meest zinvol zijn.

12

Programmalijn 7: Specifieke opdrachten Onder dit thema vallen concrete opdrachten op landelijk of regionaal niveau — bijv. implementatie van nationale en/of internationale programma’s, opdrachten vanuit NCTV of VNG, maar ook maatwerk voor specifieke risico’s of lokale omstandigheden.

Randvoorwaarde: bedrijfscontinuïteit en interne veerkracht De continuïteit van de eigen organisatie vormt een belangrijke randvoorwaarde voor het programma Weerbare Samenleving. Een organisatie die onder verstoorde omstandigheden haar kernprocessen kan voortzetten, blijft in staat om de samenleving te ondersteunen en faciliteren. Binnen dit kader speelt Bedrijfscontinuïteitsmanagement (BCM) een sleutelrol: het richt zich op het waarborgen van mensen, middelen, processen en informatie, zodat ook tijdens crises de basis op orde blijft. Hoewel BCM geen direct onderdeel is van het programma Weerbare Samenleving, is het versterken ervan onmisbaar om als organisatie veerkrachtig te kunnen handelen en bij te dragen aan de weerbaarheid van de samenleving als geheel.

13

3.4 Varianten in aanpak programma Weerbare Samenleving Om richting te geven aan de verdere ontwikkeling van het programma wordt een indeling in de zeven voorgaande programmalijnen voorgesteld, die de inhoudelijke basis van het programma vormen. Daarnaast worden binnen dit programmaplan drie varianten onderscheiden, die verschillen in ambitie, inzet en mate van organisatorische verankering. Deze varianten vormen de basis voor een bestuurlijke keuze over de gewenste koers en het ambitieniveau van het programma (zie figuur 1).

Figuur 1: varianten ontwikkeling programma weerbaarheid Limburg-Noord

Variant 0 – Huidige werkwijze (tot en met 2024) De werkwijze tot en met 2024 kenmerkt zich door activiteiten binnen het reguliere werk en budget van de VRLN. Er werd gewerkt aan onderdelen van de weerbare samenleving, maar zonder programmatische sturing of structurele middelen. Gezien de maatschappelijke, veiligheids- en internationale ontwikkelingen is duidelijk dat deze variant onvoldoende toekomstbestendig is. Deze variant wordt daarom niet verder uitgewerkt.

Variant 1 – Minimumvariant (conform 2025): Aanjagen De minimumvariant bouwt voort op de huidige werkwijze (programmamanagement en compacte kerngroep en stuurgroep) en richt zich op het aanjagen en agenderen van het thema weerbare samenleving. De focus ligt op het delen van kennis, volgen van landelijke beleidsontwikkelingen, uitvoeren van wettelijke taken en benutten van 14

bestaande informele netwerken. Binnen deze variant worden handelingsperspectieven verkend en gedeeld, sociale netwerken in kaart gebracht en partners benaderd om het thema weerbaarheid actief te agenderen. Onderzoek en data worden beperkt ingezet; de aanpak is vooral experimenteel en gebaseerd op expert judgement. Landelijke opdrachten, zoals pilots rond coördinatiepunten, worden uitgevoerd, maar er is geen structurele capaciteit voor regionale initiatieven. Het uitvoeren in implementeren van acties ligt volledig bij gemeenten.

Variant 2 – Mediumvariant: Coördineren In deze variant wordt de programmatische aanpak versterkt en het programmateam beter bemenst, terwijl het programma organisatorisch binnen de organisatiestructuur van VRLN gecoördineerd blijft. Naast de activiteiten uit de minimumvariant is er meer ruimte om projecten en initiatieven in de regio te coördineren en te verbinden. Inwoners kunnen de effecten concreet ervaren via initiatieven zoals de pilot Wijkje zonder Stroom. Er wordt nadrukkelijker, samen met gemeenten, gewerkt aan het versterken van sociale netwerken en het structureel verbinden van partners. De samenwerking tussen overheden krijgt vorm in een platform Weerbare Samenleving waarin gemeenten, VRLN en andere partijen gezamenlijk optreden vanuit hun eigen verantwoordelijkheid. De aanpak wordt meer evidence-based: beleid en uitvoering worden onderbouwd met onderzoek en data en er wordt actief geëvalueerd en geleerd. Naast landelijke opdrachten is er ook beperkt ruimte voor regionale maatwerkopdrachten, bijvoorbeeld op verzoek van meerdere gemeenten.

Variant 3 – Plusvariant: Overnemen De plusvariant vertegenwoordigt de meest ambitieuze vorm en vergt een bredere, gezamenlijke investering. Het programma wordt daarbij ondergebracht in een afzonderlijke (gezamenlijke) programmatische entiteit, waarin VRLN, gemeenten en andere partners middelen en capaciteit inbrengen. Vanuit deze entiteit wordt actief gewerkt aan het vergroten van zelfredzaamheid van inwoners, het professionaliseren van handelingsperspectieven en het organiseren van regie op communicatie. Sociale netwerken worden waar nodig vernieuwd of ontwikkeld en er wordt een consortium van netwerken, coalities en collectieven gevormd om structureel samen te werken aan weerbaarheid. De uitvoering is onderbouwd met wetenschappelijk 15

onderzoek en gericht op innovatie en beleidsontwikkeling. Deze variant positioneert de regio als proactieve voortrekker op het gebied van weerbare samenleving.

o

o

o

o

o

o

o

o

o

o

o

o

o

o

o

o

o

o

o

o

o

Tabel 1: Programmalijnen afgezet tegen scenario's

16

3.5 Indicatie formatie en middelen Programmateam VRLN /gemeenten De verdere ontwikkeling van het programma Weerbare Samenleving vraagt om een passende inrichting van capaciteit, middelen en samenwerking tussen de VRLN en de aangesloten gemeenten. De mate waarin deze inzet wordt georganiseerd, hangt rechtstreeks samen met de bestuurlijke keuze voor één van de drie varianten (Minimum, Medium of Plus). Binnen alle varianten blijft in principe het uitgangspunt dat het programma wordt uitgevoerd langs de zeven voorgestelde programmalijnen en in nauwe samenwerking met gemeenten, vitale partners, maatschappelijke organisaties en inwoners. De formatie en middelen bepalen de mate van uitvoeringskracht, de mogelijkheid tot regionale coördinatie en de ruimte om te leren en te innoveren. De financiering van de personele inzet door de VRLN kan binnen de varianten in 2026 nog worden gedekt via de tijdelijke versterkingsregeling (BDUR). Dit biedt de VRLN de mogelijkheid om in dat jaar de programmatische capaciteit te behouden en door te ontwikkelen. De uitvoering is echter afhankelijk van de vraag in hoeverre er daadwerkelijk landelijke middelen beschikbaar komen. Op dit moment is de financiële dekking dus enkel voor het jaar 2026, en met name op capaciteit binnen VRLN. Het is daarom van belang om binnen de gekozen variant voldoende lenigheid en aanpassingsvermogen te behouden.

De bestuurlijke en organisatorische inrichting van het programma moet kunnen meebewegen met veranderende omstandigheden en beschikbare financiering, zodat continuïteit en slagkracht gewaarborgd blijven. Het onderstaande overzicht geeft een indicatie van de benodigde formatie binnen de VRLN en de aanvullende inzet bij gemeenten ten behoeve van het gezamenlijke programma. Daarbij is van belang te benadrukken dat dit een exclusieve inschatting betreft van de programmatische inzet; de aanvullende capaciteit die gemeenten zelf nodig hebben voor de uitvoering van projecten binnen de eigen organisatie of de lokale gemeenschap valt hierbuiten. Deze raming dient als richtinggevend kader voor besluitvorming over de verdere inrichting en borging van het programma.

17

Variant 1 – Minimum (Aanjagen) In deze variant ligt de nadruk op het agenderen en aanjagen van het thema. De formatie blijft beperkt en sluit aan bij de huidige inzet van een programmamanager en enkele interne medewerkers. Gemeenten leveren incidenteel capaciteit voor afstemming en netwerkvorming en hebben dus zelf een grote opgave in het realiseren van de acties in hun eigen gemeente. De middelen zijn grotendeels afkomstig uit de bestaande begroting. VRLN Programmateam • Programmamanager Weerbare Samenleving (0,6–0,8 fte, tijdelijk) • Communicatieadviseur (0,4–0,6 fte, tijdelijk) • Ondersteuning kernteam: 1 medewerkers VRLN (0,2) • Middelen: Beperkte extra middelen; voornamelijk bestaande begrotingsmiddelen, incidentele trainingen en workshops. Gemeentelijke inzet* • Minimaal: deelname aan bijeenkomsten projectteams of inventarisatie sociale netwerken (0,1–0,2 fte per gemeente, incidenteel) • Gebruik bestaande middelen en ambtelijke capaciteit; geen structurele nieuwe inzet nodig. *LET OP: Hierbij dient helder te zijn dat gemeenten bij alle scenario’s binnen hun organisatie ruimte vrij moeten maken voor deelname aan het regionale proces (afvaardigen van mensen), maar ook voor de implementatie van de projecten in de eigen gemeenten en gemeenschap.

Variant 2 – Medium (Coördineren) Deze variant vraagt om een beter bemenst programmateam binnen de VRLN, dat structureel projecten coördineert en partners verbindt. Gemeenten leveren een vaste bijdrage aan regionale overleggen, pilots en initiatieven. Er is ruimte voor aanvullende middelen om data, onderzoek en communicatie structureel te versterken.

18

VRLN Programmateam • Programmamanager Weerbare Samenleving (1,0 fte, structureel of tijdelijk met duidelijke termijn) • Projectleider Coördinatie- & Noodhulppunten (0,6–0,8 fte) • Medewerkers kernteam: 3–4 fte (inhoudelijk, netwerkmanagement, communicatie en onderzoek) • Ondersteuning staf/administratie: 0,5 fte • Middelen: Budget voor regionale pilots, data-analyse, trainingen en coördinatieplatform, communicatie, mogelijk kleine projectsubsidies. Gemeentelijke inzet* • Structurele deelname aan regionale platformen (0,5 fte per 10.000 inwoners) • Coördinatie lokaal van projecten of pilots; inzet van beleidsmedewerkers en/of communicatiefunctionarissen. • Eventueel extra uren boven reguliere taken: 1–2 dagen per maand voor kleinere gemeenten, 2–3 dagen per maand voor grotere gemeenten. *LET OP: Hierbij dient helder te zijn dat gemeenten bij alle scenario’s binnen hun organisatie ruimte vrij moeten maken voor deelname aan het regionale proces (afvaardigen van mensen) maar ook voor de implementatie van de projecten in de eigen gemeenten en gemeenschap.

Variant 3 – Plus (Overnemen) In de plusvariant wordt het programma ondergebracht in een gezamenlijke organisatievorm met structurele inbreng van de VRLN, gemeenten en partners. De formatie groeit substantieel ten opzichte van nu, met inzet op beleid, uitvoering, onderzoek en communicatie. Gemeenten participeren actief en leveren middelen en capaciteit. Deze variant vergt de meeste middelen, maar biedt uiteindelijk ook de grootste uitvoeringskracht en impact. VRLN Programmateam/ programmatische entiteit • Programmamanager Weerbare Samenleving (1 fte, strategisch) • Projectleider coördinatie & noodsteunpunten (1 fte) • Inhoudelijke projectmedewerkers: 4–6 fte (beleid, onderzoek, communicatie, sociaal netwerk) 19

• •

Ondersteuning staf/administratie: 1–2 fte Middelen: substantieel budget voor organisatie-inrichting, opleidingen, trainingen, communicatie, data-analyse en wetenschappelijk onderzoek; mogelijke externe expertise en advies.

Gemeentelijke inzet* • Structurele deelname aan gezamenlijke programmatische entiteit: 0,5 fte per 10.000 inwoners (afhankelijk van omvang) • Actieve bijdrage in pilots, trainingen, netwerkontwikkeling, communicatie. • Extra uren boven reguliere inzet: gemiddeld 1–2 dagen per week per gemeente voor actieve participatie. *LET OP: Hierbij dient helder te zijn dat gemeenten bij alle scenario’s binnen hun organisatie ruimte vrij moeten maken voor deelname aan het regionale proces (afvaardigen van mensen) maar ook voor de implementatie van de projecten in de eigen gemeenten en gemeenschap.

Tabel 2: Indicatie middelen en formatie per variant

20

4. Bestuurlijke duiding en voorkeursrichting De VRLN vervult in de verdere ontwikkeling van het programma Weerbare Samenleving de rol van regisseur, aanjager en kennispartner. Zij biedt het programmatisch kader, bewaakt de samenhang tussen de zeven programmalijnen, faciliteert samenwerking en stimuleert kennisdeling tussen gemeenten, vitale partners en maatschappelijke organisaties. Daarmee creëert de VRLN de randvoorwaarden waarbinnen partners effectief kunnen handelen en hun eigen rol kunnen versterken. De gemeenten nemen daarbij een centrale en zichtbare positie in richting de samenleving. Zij staan het dichtst bij inwoners, verenigingen en lokale netwerken en zijn daarmee in de beste positie om bewustwording, handelingsperspectieven en maatschappelijke veerkracht daadwerkelijk te versterken. Gemeenten brengen het thema weerbaarheid in de praktijk — in buurten, dorpen en wijken — en verbinden de programmatische aanpak met lokale beleidsagenda’s op het gebied van bijvoorbeeld veiligheid, zorg, leefbaarheid en sociale samenhang. De voorkeursrichting, de mediumvariant (coördineren), biedt hiervoor de juiste balans. In deze variant blijft de uitvoering van het programma gecoördineerd via de VRLN-organisatie, maar is er voldoende slagkracht en samenhang om gemeenten en partners te ondersteunen, te verbinden en te faciliteren.

Het accent ligt op coördineren, faciliteren en verbinden: VRLN zorgt voor kaders, kennis en samenhang; gemeenten geven de maatschappelijke invulling richting inwoners. De keuze voor de mediumvariant is bovendien het meest realistisch en doelmatig. •

De minimumvariant (aanjagen) is te beperkt om de gewenste regionale impact te realiseren: deze variant blijft te veel bij signaleren en informeren, zonder voldoende capaciteit om samenwerking structureel te organiseren of maatschappelijke initiatieven duurzaam te ondersteunen.

•

De plusvariant (overnemen) is inhoudelijk aantrekkelijk, maar in de huidige context financieel en organisatorisch niet haalbaar. Een aparte organisatie of entiteit zou te zwaar zijn voor de beschikbare middelen en afbreuk doen aan de verantwoordelijkheid van gemeenten en partners in het versterken van weerbaarheid.

21

De mediumvariant combineert daarmee bestuurlijke haalbaarheid met inhoudelijke ambitie. Ze versterkt de positie van gemeenten als maatschappelijke uitvoerders en borgt tegelijkertijd de regierol van VRLN als verbindend en faciliterend orgaan. Zo blijft Weerbare Samenleving geen programma van de VRLN, maar een gezamenlijke opgave voor de gehele regio Noord-Limburg.

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=a797b9a9-c361-4355-9b9f-bb7825746f00