Bijlage 1. Nota Minimabeleid 2023-2026
Tekst van het document
Nota Minimabeleid 2023 t/m 2026 Mook, december 2022 Postadres Postbus 200, 6585 ZK Mook Bezoekadres Raadhuisplein 6, Mook Telefoon Tel. 024-6969111 E-mail gemeente@mookenmiddelaar.nl
Internet www.mookenmiddelaar.nl 1
Inhoud In het kort ...............................................................................................................................................4 1. Inleiding .............................................................................................................................................5 2. Cijfermatig beeld ..............................................................................................................................6 2.1 Demografische ontwikkelingen ................................................................................................6 2.2 Armoede in Mook en Middelaar ...............................................................................................6 3. Ontwikkelingen .................................................................................................................................8 3.1 Landelijk ......................................................................................................................................8 3.2 Mook en Middelaar ....................................................................................................................9 3.3 Conclusie bij ontwikkelingen...................................................................................................10 4.
Realisatie beleidskaders ...............................................................................................................11 4.1 Samenwerken...........................................................................................................................11 4.2 Laagdrempelige regelgeving ..................................................................................................12 4.3 Communicatie en voorlichting ................................................................................................12 4.4 Onderscheid maken in diverse doelgroepen .......................................................................13 4.5 Ondersteunen van eigen kracht en zelfredzaamheid .........................................................13 4.6 Conclusie realisatie beleidskaders ........................................................................................14 5.
Realisatie doelstellingen ...............................................................................................................15 5.1 Collectieve ziektekostenverzekering voor minima (CZM) ..................................................15 5.2 Kindpakket ................................................................................................................................15 5.3 Preventie bewindvoering en schuldhulpverlening ...............................................................15 5.4 Leningen....................................................................................................................................15 5.5 Draagkrachtbepaling en kostendelersnorm .........................................................................16 5.6 Conclusie doelstellingen .........................................................................................................16 6.
Evaluatie minimabeleid vanaf 2016.............................................................................................17 6.1 Analyse verstrekkingen ...........................................................................................................17 6.2 Analyse kosten minimabeleid.................................................................................................19 6.3 Bereik totale doelgroep ...........................................................................................................20 7. Voorstel minimabeleid 2023 e.v...................................................................................................21 7.1 Kindpakket ................................................................................................................................21 7.2. Inkomensgrens verruimen .....................................................................................................21 7.3 Kostendelersnorm....................................................................................................................22 7.4 Reductieregeling ......................................................................................................................22 7.5 Collectieve ziektekostenverzekering voor minima ..............................................................22 2
8. Participatie burgers en organisaties ............................................................................................24 8.1 Platform minimabeleid.............................................................................................................24 8.2 Adviesraad Sociaal Domein ...................................................................................................24 8.3 Cliëntervaringsonderzoek .......................................................................................................24 9. En verder… .....................................................................................................................................25 9.1. Hulp bij financiën en schulden ..............................................................................................25 9.2. Voedselbank ............................................................................................................................25 9.3 Kringloopwinkel ........................................................................................................................25 10.
Prognose kosten ..........................................................................................................................26 Bijlagen.................................................................................................................................................26
3
In het kort
± 300 huishoudens in armoede ± 250 huishoudens ontvingen energietoeslag 2022
Raad stelt beleidsplan vast College stelt beleidsregels vast College informeert raad
Kaders ingevuld Doelstellingen gerealiseerd ± 250 huishoudens bereikt ± € 145.000 directe kosten
Beleid ruimer en eenvoudiger Drempel lager Bereik groter ± € 50.000 meer kosten
4
1. Inleiding Iedereen hoort erbij en iedereen moet mee kunnen doen, dat staat centraal in het Beleid Sociaal Domein van de gemeente Mook en Middelaar. We vinden dit belangrijk voor al onze burgers. Want wie meedoet in de samenleving heeft sociale contacten, is gezonder, heeft een besteding van de dag en voelt zich in het algemeen beter. Soms zijn mensen niet in de positie om mee te doen vanwege hun financiële situatie. Dit mag echter geen reden zijn om niet te participeren. Voor deze mensen is het minimabeleid bedoeld. Volgens het rijk leven 900.000 mensen in armoede, waaronder 221.000 kinderen. Uit onderzoek1 van het CPB van juni 2022 blijkt dat tussen de 670.000 en 1,2 miljoen huishoudens bij blijvend hoge prijzen moeite krijgen met het betalen van de noodzakelijke rekeningen. Dat geldt niet alleen voor mensen met een uitkering, maar ook voor werkenden met een hoger inkomen dan het minimum. Hoewel onze gemeente relatief ‘rijk’ is, zijn er ook in onze gemeente huishoudens die moeite hebben om rond te komen. Dat zijn volgens de CBS-gegevens 2020 circa 300 huishoudens. Minimabeleid en armoedebestrijding zijn dan ook nog steeds nodig. Door de zeer hoge energieprijzen en forse inflatie komen steeds meer huishoudens in financiële problemen.
Dat betreft niet alleen gezinnen met een inkomen op het sociaal minimum, maar ook huishoudens met een hoger inkomen tot wel 130% van het minimum. Het is onze taak als gemeente om burgers daarbij waar dat mogelijk is te ondersteunen. Om ook deze groep te kunnen ondersteunen zullen we het beleid moeten verruimen. Uw raad heeft de kaders voor het minimabeleid eerder vastgelegd in de Nota Minimabeleid 20162019. Het minimabeleid is een verzameling van regelingen en voorzieningen binnen en buiten de Participatiewet, waar inwoners met een laag inkomen aanspraak op kunnen maken. Deze ondersteuning biedt uitkomst voor inwoners die anders in de financiële problemen komen en/of niet kunnen participeren. Met het minimabeleid stimuleren we deelname aan sociale, sportieve en culturele activiteiten. Dat is goed voor onze inwoners en het draagt bij aan een continu en gevarieerd verenigingsleven. We bieden enkele regelingen speciaal voor kinderen, omdat we het belangrijk vinden dat zij mee kunnen doen op school en aan sport en cultuur. De Nota Minimabeleid gold voor de jaren 2016 tot en met 2019. Wij waren voornemens u een nota aan te bieden voor de jaren 2020 tot en met 2023. Daar hebben wij vanwege onze financiële positie vanaf gezien en de uitkomsten van het ZBB2 traject afgewacht. Met ons memo van 8 december 2020 informeerden wij u daarover.
Daarna leek het ons beter om te wachten met een nieuwe nota tot na de verkiezingen. Vandaar dat wij u nu een nota aanbieden voor de jaren 2023 tot en met 2026. Wij blikken terug op de jaren die zijn verstreken, evalueren en doen voorstellen om beleid vast te stellen voor de komende jaren. Met de terugblik wordt meer duidelijk over de bestedingen aan en het bereik van de het minimabeleid. We hebben in de afgelopen jaren ook onderzoek gedaan naar de effecten van het minimabeleid. Het meten van effecten van het beleid is echter lastig omdat vaak meerdere factoren en gebeurtenissen invloed hebben op het welbevinden van mensen en de mate waarin ze zich gezond en gelukkig voelen. Minimabeleid kan niet los worden gezien van andere beleidsterreinen binnen het Sociaal Domein. Het beleid rond Financiële zelfredzaamheid en Schuldhulpverlening kent de meeste raakvlakken. Daarvoor stelde uw raad het Beleidsplan Financiële Zelfredzaamheid & Schuldhulpverlening 20192022 vast. Wij zullen in de 1e helft van 2023 aan u een voorstel doen om een nieuw Beleidsplan Financiële Zelfredzaamheid & Schuldhulpverlening voor 2023 t/m 2026 jaren vast te stellen. Het kwijtscheldingsbeleid van gemeentelijke belastingen en heffingen raakt ook aan het minimabeleid. Uw raad heeft besloten om de heffing en inning per 2021 over te dragen aan de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen.
Wij volgen het kwijtscheldingbeleid dat daar wordt gehanteerd conform de Invorderingswet. In deze nota gaan wij daar niet verder op in.
1 Stresstest kosten van levensonderhoud; CPB-juni 2022; Schulenberg en Vlekke 2 Zero Based Budgeting
5
2. Cijfermatig beeld 2.1 Demografische ontwikkelingen We moeten minimabeleid en armoedebestrijding bezien tegen de achtergrond van de demografische ontwikkelingen in de gemeente. Met name leeftijd en gezinssamenstelling spelen daarbij een rol. Groei Het ziet ernaar uit dat eind 2022 de gemeente Mook en Middelaar weer meer dan 8.000 inwoners telt. De helft daarvan is vrouw. De recente groei van de bevolking komt vooral door instroom van elders. Veroudering De bevolking veroudert. De leeftijdscategorieën vanaf 45 jaar zijn in aantallen toegenomen, terwijl de groep 25-45 jaar juist is afgenomen. De relatief snelst groeiende groep is de groep 80-plussers. In 2022 is het aantal inwoners in die groep bijna 5 keer zo groot als in 1995, en laat deze groep een nog steeds stijgende lijn zien. De leeftijdsgroep daaronder, 65 tot 80 jaar is in die periode ± 2,5 keer zo groot geworden en ook hier is er een (lichtere), stijgende lijn. Huishoudens Het totale aantal huishoudens is sinds 1995 licht gestegen. In diezelfde tijd is het aantal huishoudens met kinderen gedaald en dat zonder kinderen juist gestegen. De snelste stijging is te zien bij eenpersoonshuishoudens. Sinds 1995 bijna verdubbeld. Oorzaak daarvan is de toename van het aantal scheidingen en van verweduwde. Binnen gezinnen met kinderen is er nog een andere trend te zien.
Met name niet-gehuwde paren met kinderen hebben sinds 2005 de grootste stijging meegemaakt, in totaal van 75 procent. Het aantal eenoudergezinnen is met 46 procent toegenomen.
2.2 Armoede in Mook en Middelaar Hoe is het in Mook en Middelaar gesteld met armoede. We gaan hierbij uit van een inkomen tot 120% van het sociaal minimum, met als bron het CBS. Huishoudens, personen en kinderen Het blijkt in 2020 te gaan om circa 300 huishoudens, om circa 445 personen en circa 80 kinderen jonger dan 18 jaar. Daarbij is sprake van een laag inkomen tot 120 % van het sociaal minimum gedurende ten minste 1 jaar. Kijken we naar vier jaar of langer dan gaat het om respectievelijk ca 180 huishoudens, 255 personen en 40 kinderen. Type huishouden Het type huishouden speelt ook een rol. Het zijn relatief vaak eenpersoonshuishoudens (ca 195), eenoudergezinnen (ca 30), paren zonder kinderen (ca 45), en paren met kinderen (ca 17). Bij vier jaar of langer is het aantal lager namelijk ca 125 voor eenpersoonshuishoudens, ca 15 voor eenoudergezinnen, ca 25 voor paren zonder kinderen en ca 7 paren met kinderen. Leeftijd hoofdkostwinner Leeftijd van de hoofdkostwinner is ook van belang. Binnen de leeftijdscategorie 45 tot 65 jaar is het percentage 5,9 dat een inkomen tot 120 procent van het sociaal minimum heeft. Tot 120 % gaat het om ca 90 huishoudens. In de groep 65 of ouder, iets minder omvangrijk maar wel bijna twee keer zo grote kans, zijn er het ca 140. Binnen de groep 25 tot 45 zou het gaan om ca 60 huishoudens.
Bij vier jaar langer is het respectievelijk ca 45, ca 100 en ca 25. Migratieachtergrond Migratieachtergrond heeft ook duidelijk invloed op de kans om tot de groep tot 120 procent te behoren, maar de aantallen in de groep met een Nederlandse achtergrond zijn veel groter. Van deze laatstgenoemde groep zitten er ca 225 in de onderscheiden categorie tegen ca 40 met een westerse migratieachtergrond en ca 35 met een niet-westerse. Bij vier jaar of langer wordt het voor de eerste twee groepen ca 135 en ca 30. Voor de niet-westerse groep is geen aantal meer aangegeven.
6
Inkomensbron Het ligt voor de hand dat de inkomensbron medebepalend is voor het inkomen. In geval van een overdrachtsinkomen – inkomen waar geen werkzaamheden tegenover staan – treffen we ca 250 huishoudens aan met een laag inkomen tot 120 procent van het sociaal minimum. Hiervan hebben er circa 170 een uitkering inkomensverzekering en daarbinnen ca 145 een pensioenuitkering. Bij ca 50 gezinnen is de hoofdkostwinner werknemer of zelfstandige. Bij vier jaar of langer zijn ook hier de aantallen lager. Wel/ geen woningbezit Een laatste onderscheidende factor is wel of geen het woningbezit. Huishoudens in huurwoningen hebben een grotere kans een inkomen te hebben tot een maximum van 120 procent van het sociaal minimum dan degenen die in een eigen woning onderdak vinden. Van de huishoudens in huurwoningen hebben ca 270 een inkomen tot 120 procent tegen die in een eigen woning ca 40. In geval van een huurwoning met huurtoeslag is dat ca 235. Bij vier jaar of langer is dat voor huishoudens in huurwoningen en dan met name voor die met huurtoeslag nog steeds hoog; ca 190. Conclusie Het bovenstaande overziend, kunnen we concluderen dat de beste indicator voor laag en langdurig laag inkomen het woningbezit is, en dan met name de huurwoning met huurtoeslag.
Daarna volgen niet-westerse migratieachtergrond, eenpersoonshuishoudens en eenoudergezinnen, overdrachtsinkomen, inkomensverzekering en pensioen. En juist deze mensen wonen vaak in een huurwoning.
Bron: CBS
7
3. Ontwikkelingen 3.1 Landelijk Armoedebestrijding Door gebeurtenissen in de wereld zijn de prijzen van energie enorm gestegen. Daarnaast kennen we een forse inflatie en de prijzen van bijna alle goederen stijgen. Dat heeft uiteraard gevolgen voor ieders besteedbaar inkomen. Het rijk heeft diverse maatregelen aangekondigd om armoede te bestrijden. • Minimumloon en uitkeringen omhoog in 2023 Het minimumloon stijgt in 2023. Hiermee wil het kabinet werken aantrekkelijker maken. Ook uitkeringen, zoals AOW en bijstand, gaan omhoog. • Kostendelersnorm omhoog van 21 naar 27 jaar in 2023 Dit betekent dat het inkomen van jongeren tot 27 jaar niet meer meetelt bij de uitkering van huisgenoten. • Eén afspraak over achterstanden betalingen Iemand kan achterlopen met betalen bij verschillende diensten van de Rijksoverheid. Bijvoorbeeld bij de Belastingdienst of een achterstand in de betaling van een boete. Diegene hoeft straks nog maar met één organisatie afspraken te maken om alles te betalen. Ook is het mogelijk om de betaling uit te stellen. • Betere toegang tot mondzorg voor mensen met een laag inkomen Mensen die in armoede leven, slaan vaak de tandartscontrole over om kosten te besparen. Mondzorg is voor kinderen gratis, maar dat weet niet iedereen. De Rijksoverheid wil daarom betere toegang tot mondzorg. Bijvoorbeeld met een schooltandarts voor de kinderen.
• Lessen voor kinderen en jongeren over uitgeven geld De Rijksoverheid wil kinderen en jongeren leren om beter met geld om te gaan. Daarvoor kunnen scholen gebruik maken van lessen over geld. Energietoeslag Het Rijk heeft diverse maatregelen getroffen om de gevolgen van de stijging van kosten van energie te compenseren; o.a. door de invoering van een prijsplafond. De belangrijks inkomensondersteuning bestaat uit de eenmalige energietoeslag 2022 (EET22). Dit was aanvankelijk een bedrag van € 800 maar dat is verhoogd naar € 1.300. Per 1 november 2022 maakten 250 huishoudens gebruik van deze EET22. Dat is voor onze gemeente en groot aantal huishoudens en inmiddels ontvingen wij nog meer aanvragen. De EET22 is aantrekkelijk vanwege het hoge bedrag en omdat deze regeling geen vermogenstoets kent. Daardoor zijn meer inwoners genegen dit aan te vragen. Het Rijk heeft ook voor 2023 een energietoeslag aangekondigd. Participatiewet Het Rijk heeft de Participatiewet geëvalueerd, maar daarbij werd niets vermeld over de bijzondere bijstand of armoedebestrijding. Het Rijk roept gemeenten wel op om bij de bestrijding van armoede bij kinderen samen te werken. Deze samenwerkring verloopt in onze gemeente al goed en wij gaan daar uiteraard mee door.
Studietoeslag Voorheen kenden we de Individuele Studietoeslag waarvoor uw raad de Verordening individuele studietoeslag gemeente Mook en Middelaar 2015 vaststelde. Deze mogelijkheid is bij wet ingetrokken en daarmee ook de verordening. Daarvoor in de plaats kwam per 1 april 2022 een wettelijke landelijke Studietoeslag met een leeftijdsafhankelijke toeslag. Voor personen van 21 jaar en ouder is dat bijvoorbeeld per 1 april 2022 een bedrag van € 300 per maand ofwel € 3.600 per jaar. Dat is het dubbele van wat wij voorheen betaalden. We verwachten op jaarbasis ± € 5.000 aan meerkosten. Deze meerkosten worden door het rijk in de algemene uitkering gecompenseerd. Volwassenenfonds Sport Inmiddels is het Volwassenenfonds Sport (VFS) opgericht en wij zijn benaderd om daaraan deel te nemen. Het VFS kent dezelfde werkwijze als JFS en JFC3 (zie hierna) en maakt gebruik van hetzelfde
3
Jeugdfonds Sport/Cultuur
8
systeem. Wij hebben het verzoek echter afgewezen omdat wij de servicekosten van ruim € 3.000 per jaar veel te hoog vinden. Zelftesten Het Rijk heeft zelftesten beschikbaar gesteld om deze te verspreiden onder personen met een laag inkomen. Wij hebben onze cliënten in het voorjaar opgeroepen die op te komen halen. RIVM kondigde een najaarsgolf 2022 aan. Daarom hebben wij in oktober 2022 de oproep herhaald en daar werd goed gehoor aan gegeven. Corona-crisis In de jaren 2020 en 2021 trof het Rijk maatregelen als gevolg van de corona-crisis, maar geen specifieke maatregelen die betrekking hebben op minimabeleid of armoedebestrijding. Veel maatregelen hebben betrekking op ondernemers, waaronder veel zzp-ers. Wij hebben in die periode met Leergeld afgesproken dat huishoudens die de zogenoemde Tozo4 uitkering ontvangen, in aanmerking komen voor het kindpakket.
3.2 Mook en Middelaar Eenmalige financiële ondersteuning 2022 Eind 2022 hebben we besloten om aan de huishoudens die de EET22 ontvingen een eenmalige financiële ondersteuning te verlenen. Reden daarvoor is dat de huishoudens in 2022 met hoge prijzen worden geconfronteerd terwijl de prijscompensatie van het rijk pas per 1 januari 2023 gaat gelden. Wij informeerden uw raad daarover met ons memo van 22 november 2022. Digitale sociale kaart Samen met de Adviesraad Sociaal Domein en leden van het Platform Minimabeleid hebben we de (digitale) sociale kaart gerealiseerd. Deze wordt ontsloten via www.maasburen.nl Dit gaat overigens niet alleen over het minimabeleid maar over het hele Sociale Domein.
Formulierenbrigade
4 Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers
9
SSHB5 heeft inmiddels voor de gemeenten Heumen, Berg en Dal en onze gemeente een formulierenbrigade opgericht. Inwoners krijgen van geschoolde vrijwilligers hulp bij het invullen van (digitale) formulieren en het doen van (digitale) aanvragen. Doel is dat we daarmee een laagdrempelige toegang tot voorzieningen bieden, dus ook tot de regelingen in het kader van het minimabeleid en de armoedebestrijding. Deze formulierbrigade loopt goed. Vooral rond de EET22 heeft de formulierenbrigade veel verzoeken om hulp gekregen. Beleidsplan Sociaal Domein 2020-2022 U heeft het Beleidsplan Sociaal Domein vastgesteld voor de periode 2017 – 2022. Daar is een addendum bij vastgesteld met aanvullingen en aanpassingen waaronder de evaluatie van de nota minimabeleid 2016-2019 en het opstellen een nieuwe nota. Deze evaluatie en de nieuwe nota liggen nu voor u.
3.3 Conclusie bij ontwikkelingen Het rijk heeft al diverse maatregelen getroffen en kondigt nog meer maatregelen aan. Ook wij kennen diverse maatregelen en voorzieningen om onze burgers met een laag inkomen en/of in financiële nood te helpen. Wij menen dat wij met de aanvullende maatregelen die we in deze nota voorstellen, samen met de maatregelen van het rijk, een substantiële bijdrage zullen leveren aan de ondersteuning van de minima en de bestrijding van armoede (in het bijzonder bij kinderen) in onze gemeente.
5 Stichting Schuldhulpbuddy
10
4. Realisatie beleidskaders Uw raad stelde de Nota Minimabeleid 2016-2019 op 13 oktober 2016 vast. Daarin staan beleidskaders die we hieronder weergeven Bij elke punt geven we een toelichting over wat is gerealiseerd.
4.1 Samenwerken Stichting Vluchtelingenhulp Mook (VHM) begeleidt vluchtelingen die in onze gemeente komen wonen. De vrijwilligers van VHM bieden de cliënten hulp bij het aanvragen van een uitkering bij onze gemeente, het aanvragen van de diverse regelingen voor minima, maar ook bij Leergeld en bijv. de Belastingdienst Toeslagen. Deze samenwerking bestaat al vele jaren, verloopt goed en wij zetten die dan ook voort. VHM ontvangt jaarlijks subsidie van onze gemeente. Stichting Leergeld de Stuwwal (Leergeld) is sinds 2017 actief in onze gemeente. Doel van Leergeld is om kinderen van ouders met een laag inkomen normaal mee te laten doen aan onze maatschappij, op school en aan sport of culturele activiteit. De intermediair (vrijwilliger van Leergeld) bezoekt na de melding het gezin om te onderzoeken wat nodig en mogelijk is. Daarbij kijkt de vrijwilliger meteen ook of de kinderen in aanmerking komen voor voorzieningen van Stichting Jarige Job of Stichting Nationaal Fonds Kinderhulp. De intermediair doet tijdens het huisbezoek (indien van toepassing) ook een aanvraag bij JFS/ JFC. Wij werken intensief samen met Leergeld. Deze samenwerking verloopt goed en we zetten dit voort. Jeugdfonds Sport/Cultuur (JFS/JFC) zijn de twee andere vaste samenwerkingspartners bij de bestrijding van armoede bij kinderen.
De aanvragen lopen via de intermediair van Leergeld, dus er is geen ‘gemeentelijke drempel’ voor de cliënt. We hebben periodiek overleg met Leergeld, JFS en JFC om de samenwerking te bespreken en te bezien of en zo ja hoe we het bereik kunnen vergroten. JFS en JFC ontvangen jaarlijks een subsidie van onze gemeente. Leergeld geeft aan dat zij de route via JFS/JFC overbodig vinden omdat het niet tot een groter bereik leidt en meer kosten (overhead) met zich meebrengt. Leergeld deelt verder mee dat zij de verstrekkingen eenvoudig over kunnen nemen tegen lagere kosten. Wij gaan komend jaar met partijen in gesprek om de best passende werkwijze te bepalen. Het Platform Minimabeleid is sinds augustus 2018 actief in onze gemeente. In het platform zijn de Algemene Hulpdienst (inmiddels opgeheven), Dorpsraad Middelaar-Plasmolen, Dorpsraad Molenhoek, Mantelzorg Mook en Middelaar, PLANgroep, JFS, JFC, Leergeld, Vluchtelingenhulp, Synthese, Stichting Schuldhulpbuddy en Wijkraad De Bisselt vertegenwoordigd. In de loop van 2018 en 2019 zijn diverse bijeenkomsten georganiseerd. Belangrijkste actiepunt tot nu toe is de totstandkoming van een sociale kaart. Die is in de loop van 2021 gerealiseerd. In december 2019 besloot het platform om minder vaak te vergaderen en een- of tweemaal per jaar een themabijeenkomst/ netwerkmeeting te houden.
Wij vinden het belangrijk dat het platform daarmee doorgaat omdat ketenpartners elkaar dan beter kennen en verwijzing naar elkaar beter verloopt. Stichting Schuldhulpbuddy (SSHB-support & formulierenbrigade) is in 2018 gestart in onze gemeente met ondersteuning bij thuisadministratie. Dit betreft het beleidsterrein financiële zelfredzaamheid en schuldhulpverlening, maar SSHB ondersteunt ook altijd bij het aanvragen van (inkomens)voorzieningen waaronder ons minimabeleid. Naast de hulp bij thuisadministratie biedt SSHB ook hulp in de vorm van een formulierenbrigade. De dienstverlening bestaat uit eenmalige of kortdurende hulp bij het invullen van (digitale) formulieren; veelal voor inkomensondersteunende regelingen. PLANgroep verzorgt in onze gemeente de professionele schuldhulpverlening. Ook dit betreft het beleidsterrein financiële zelfredzaamheid en schuldhulpverlening. De consulent voert de wettelijke taken op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening uit en betrekt daarbij altijd onze minimaregelingen. ‘Mijn ervaring met het minimabeleid ligt in de samenwerking met de collega's van Werk & Inkomen. Die nauwe samenwerking helpt de cliënten echt.’ Consulent schuldhulpverlening
11
4.2 Laagdrempelige regelgeving We stelden in april 2017 de Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid gemeente Mook en Middelaar 2017 vast. Wij informeerden uw raad daar voor het eerst over in het Beleidsplan Sociaal domein 2017-20206. Deze beleidsregels zijn zo eenvoudig mogelijk opgesteld, maar omdat het wel juridisch juiste formuleringen moeten zijn, is de materie toch complex. Daarom is het zo belangrijk dat onze inkomensconsulenten goede heldere informatie geven over de mogelijkheden. En uit cliënttevredenheidsonderzoek blijkt dat zij dat ook prima doen. Maar de toegang tot onze voorzieningen verloopt voor een belangrijk deel via onze samenwerkingspartners. Dat netwerk willen we daarom in stand houden o.a. met het Platform Minimabeleid
4.3 Communicatie en voorlichting Wij stellen ieder jaar samen met Leergeld, JFS en JFC een programma op voor voorlichting en communicatie. Leergeld is de laatste jaren erg actief en wij werken daaraan mee door bijv. artikelen in Ter Sprake. Ook de vorm is belangrijk en wij werken steeds vaker met een infographic.
Ieder halfjaar wijzigen de bijstandsnormen. Daardoor worden ook enkele bedragen binnen het minimabeleid aangepast, omdat die van de normen zijn afgeleid. Daarover communiceren we altijd met onze cliënten en de samenwerkingspartners. Wij informeren onderwijsinstellingen in de regio jaarlijks over de Studietoeslag en we vermelden dat op onze website. Voorafgaand aan het nieuwe schooljaar/seizoen informeren wij alle clubs en verenigingen over de mogelijkheden van het minimabeleid. In het najaar voeren we jaarlijks een communicatiecampagne rond de Collectieve Ziektekostenverzekering voor Minima (CZM).
6
Beleidsplan Sociaal Domein 2017-2020 pagina 28
12
4.4 Onderscheid maken in diverse doelgroepen Kinderen Voor kinderen hebben we in samenwerking met Leergeld, JFS en JFC een kindpakket gecreëerd, waarin regelingen voor kosten van school, sport en cultuur zijn opgenomen. Verstrekking uit het kindpakket wordt in één keer getoetst door Leergeld. Chronisch zieken en gehandicapten Deze groep ondersteunen wij door middel van de gemeentelijke bijdrage aan de maandelijkse premie in de collectieve zorgverzekering. Zij kunnen zo bijv. het eigen risico meeverzekeren. Deze groep kan verder gebruik maken van de meedoenregeling (reductieregeling), maar voor hen is de maximale bijdrage hoger, namelijk € 200 in plaats van € 150. We bereiken deze groep via ons sociaal team en door communicatie via de eerstelijnszorg (huisartsen/fysiotherapeuten). Ouderen Ook voor de groep ouderen (vanaf pensioengerechtigde leeftijd) geldt dat zij een hogere bijdrage kunnen ontvangen op grond van de reductieregeling. Deze doelgroep bereiken we vooral via de KBO’s en voorheen via de Algemene Hulpdienst. Die beschikken over het netwerk om deze doelgroep te benaderen. Ouderen ontvangen ook voorlichting van de Vrijwillige Ouderenadviseurs (VOA’s). Inwoners vanaf 75 jaar krijgen om de 5 jaar het aanbod dat een VOA op bezoek komt.
4.5 Ondersteunen van eigen kracht en zelfredzaamheid We streven naar een minimabeleid waar mensen met een laag inkomen een beroep op kunnen doen, vanuit de overtuiging dat iedereen moet kunnen deelnemen in onze samenleving. Dat wil niet zeggen dat de burger geen eigen verantwoordelijkheid heeft. Bij de beoordeling van de vraag wordt gekeken naar zowel de eigen kracht van de inwoner als die van zijn sociale omgeving. Dat is ingebed in de werkwijze van ons sociaal team, Leergeld, SSHB en PLANgroep en VHM.
13
Maar we moeten de ogen niet sluiten voor de realiteit. De eigen kracht van burgers wordt (soms) overschat7. Daarom is in voorkomende gevallen een permanente vorm van begeleiding of (lichte) ondersteuning noodzakelijk, ook vanuit het minimabeleid. ‘In de gemeente is veel meer armoede dan men denkt. Voor kinderen is het extra erg, omdat die er vaak niets aan kunnen doen. Kinderen zijn hierdoor soms hun hele leven lang de dupe van de beperkte mogelijkheden, terwijl dat juist nodig is voor een goede ontwikkeling. Leergeld is een heel laagdrempelige Stichting die juist kinderen help, zodat ze allemaal normaal kunnen mee-doen, meeontwikkelen. Want nu meedoen is straks meetellen.’ Voorzitter Stichting Leergeld de Stuwwal
4.6 Conclusie realisatie beleidskaders Wij stellen vast dat wij de gestelde beleidskader goed vorm hebben kunnen geven en we stellen voor die te handhaven. We gaan door op de ingeslagen weg maar kijken wel naar mogelijkheden om te verbeteren/ vereenvoudigen of effectiever en efficiënter te werken.
7 Weten is nog geen doen; een realistisch perspectief op redzaamheid; WRR 2017
14
5. Realisatie doelstellingen Met de Nota Minimabeleid 2016-2019 stelde u ook een aantal doelstellingen vast. In dit hoofdstuk lichten we toe wat daarvan is gerealiseerd.
5.1 Collectieve ziektekostenverzekering voor minima (CZM) In de beleidsregels is de CZM aangemerkt als een passende en toereikende voorliggende voorziening. Er wordt geen bijzondere bijstand meer verleend voor het eigen risico en de eigen bijdrage CAK, omdat dit verzekerd kan worden op grond van de CZM. We hebben ons ingespannen om de CZM bekend te maken bij de doelgroep en dat is gelukt, zo blijkt uit het gerealiseerd bereik. Wij stellen vast dat we de doelstelling van de CZM hebben gerealiseerd.
5.2 Kindpakket In samenspraak met Leergeld, JFS en JFC hebben we een kindpakket vastgesteld. Verstrekking uit het kindpakket verloopt via Leergeld en het bestaat uit voorzieningen voor kinderen van 4 tot 18 jaar.
We concluderen dat we de doelstelling om een kindpakket samen te stellen hebben gerealiseerd.
5.3 Preventie bewindvoering en schuldhulpverlening Deze doelstelling maakt deel uit van het beleidsterrein financiële zelfredzaamheid en schuldhulpverlening. U heeft daarvoor in december 2018 een beleidsplan8 vastgesteld. Dat voeren wij nu uit. Wij zullen in de 1e helft van 2023 aan u een voorstel doen om een nieuw Beleidsplan Financiële Zelfredzaamheid & Schuldhulpverlening voor 2023 e.v. jaren vast te stellen.
5.4 Leningen Wij hebben het verstrekken van leningen voor inrichtingskosten en duurzame gebruiksgoederen overgedragen aan de GKB. De lening bij de GKB hebben we in de beleidsregels aangemerkt als een voorliggende voorziening. Wij verstrekken zo nodig een borgstelling en bijzondere bijstand als aanvulling op de rente en aflossingsverplichtingen. Wij stellen vast dat we deze doelstelling hebben gerealiseerd.
8 Beleidsplan Financiële Zelfredzaamheid & Schuldhulpverlening 2019 - 2022
15
5.5 Draagkrachtbepaling en kostendelersnorm In de beleidsregels9 hebben we de al bestaande voorwaarden voor draagkrachtbepaling gehandhaafd. Bij bepaalde kostensoorten (zoals bijv. woonkosten en kosten bewindvoering) hanteren we een inkomensgrens 100% van de bijstandsnorm; het meerdere geldt als draagkracht. Bij de overige kostensoorten is dat 110% van de bijstandsnorm. Van het meerdere nemen we 25% als financiële draagkracht. In veel gevallen nemen we de kostendelersnorm niet in aanmerking bij het berekenen van de draagkracht. We stellen vast dat we ook deze doelstelling hebben gerealiseerd.
5.6 Conclusie doelstellingen De geformuleerde doelstelling hebben wij gerealiseerd. Wij menen dat we deze ook kunnen handhaven, maar in deze periode hebben steeds meer huishoudens moeite om financieel rond te komen. Dat geldt ook voor mensen met een inkomen hoger dan 110% bijstandsnorm. Daarom doen wel hierna voorstellen om de regelingen op onderdelen aan te passen en te verruimen.
9 Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid gemeente Mook en Middelaar 2017
16
6. Evaluatie minimabeleid vanaf 2016 In dit hoofdstuk blikken we terug op de concrete resultaten in de jaren 2015 tot en met 2021. Dat doen we door cijfers te presenteren over de realisatie van het beleid, zowel in aantallen (bereik) als in geld (kosten). De belangrijkste uitkomsten treft u hierna aan. De complete meer gedetailleerde tabellen treft u als bijlagen aan. Tabel 1: Verstrekkingen minimabeleid /unieke kinderen Omschrijving 2015 2016 2017
2018
2019
2020
2021
Bewindvoering/ fin. trans.
17
11
18
22
25
24
22
Bijdrage part. fonds volwassen
21
23
31
41
28
21
14
CZM
70
106
124
140
137
134
138
Individuele inkomenstoeslag
34
41
48
54
53
46
45
Rechtsbijstand
11
4
10
11
7
6
9
Woonkosten
7
6
3
1
1
5
Overig
65
92
59
24
6
6
7
Stichting Leergeld
0
0
32
44
34
46
43
Jeugdfonds Sport
0
0
15
24
23
25
25
Jeugdfonds Cultuur
0
0
2
3
3
2
2
Toelichting bij de tabel Bijzondere bijstand verlenen wij conform de wet in de vorm van gezinsbijstand. Dat heeft tot gevolg dat we die bijstand niet naar een persoon kunnen herleiden en dus ook niet weten hoeveel personen we bereiken. Het betreft dus het aantal huishoudens dat we bereiken. Bij de CZM is dat anders; daar weten we om hoeveel verzekerden het gaat, dus dan betreft het personen. Verder moet u er rekening mee houden dat een gezin/persoon voor meerdere kostensoorten bijstand kan ontvangen. Het betreft dus niet een aantal unieke personen/ gezinnen. Bij Leergeld is wel het aantal unieke kinderen vermeld. De aanvragen bij JFS/C lopen ook allemaal via Leergeld, dus we weten het precieze aantal unieke kinderen. Maar een kind kan ook weer voor een of meer voorzieningen van Leergeld, JFS en/of JFC in aanmerking komen.
6.1 Analyse verstrekkingen Bewindvoering en financiële transacties Dit daalt in 2016 naar 11, maar stijgt daarna gestaag tot ruim 20 (meer dan verdubbeling) vanaf 2019. Ook de kosten stijgen fors (zie tabel 2). Bijdrage participatiefond volwassen Dit groeit naar een piek in 2018 en neemt daarna weer af. Zeer waarschijnlijk het gevolg van de beperkingen in de coronajaren. CZM Het bereik van de CZM laat vanaf 2015 een flinke groei zien. De toename is o.a. het gevolg van de voorlichtingscampagne en de relatief hoge bijdragen die wij bieden. Daardoor wordt deelname financieel aantrekkelijk. Vanaf 2018 lijkt het ongeveer gelijk te blijven. Het aantal verzekerden is feitelijk nog hoger omdat kinderen tot 18 jaar gratis zijn meeverzekerd, maar dat wordt niet geregistreerd. Individuele inkomenstoeslag (IIT) Deze laat tot 2018 een groei zien. Dat is te verklaren door de toename van de groep vluchtelingen die drie jaar of langer in ons land verblijft en dan in aanmerking komt voor de IIT. Daarna zet een lichte daling in. Rechtsbijstand Fluctueert een beetje, maar ligt meestal zo rond de 9 á 10 personen. Woonkosten Dit liet een daling zien maar in 2021 zijn er weer cliënten die bijstand ontvangen voor woonkosten. Dat wordt veroorzaakt door enkele zelfstandigen aan wie we woonkostentoeslag verlenen.
17
Stichting Leergeld Leergeld heeft direct bij de start al een bereik van 32 unieke kinderen. Dat neemt in 2018 toe tot 44, maar daalt in 2019 helaas naar 34. Hun voorlichtingsactiviteiten waren in 2019 juist intensiever. Leergeld kan er geen goede verklaring voor geven; mogelijk houdt het verband met de groei van de economie. In 2020 en 2021 zien we weer een lichte toename. Jeugdfonds Sport Het bereik door JFS is geheel gerealiseerd door doorverwijzingen van Leergeld. Start in 2017 met 15 en groeit dan naar ruim 20 vanaf 2018. Jeugdfonds Cultuur Net zoals bij JFS is het bereik geheel gerealiseerd door doorverwijzingen van Leergeld, maar het zijn maar zeer kleine aantallen. Conclusie bereik Het grootste bereik realiseren we met de CZM. Daarna volgt de Individuele inkomenstoeslag. Ook Bewindvoering en financiële transacties en de Bijdrage participatiefonds volwassen leveren een behoorlijk bereik op, maar die laatste daalt in 2021 nogal sterk. Leergeld bereikt gemiddeld zo’n 40 unieke kinderen per jaar.
18
Tabel 2 Kosten minimabeleid en bijzondere bijstand Omschrijving
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
Bewindvoering en fin trans
16.753,77
13.620,15
21.982,76
35.605,91
41.006,95
35.582,58
30.043,35
Bijdrage part. fonds volwassen CZM
3.131,88
3.832,46
3.610,87
5.093,46
4.241,78
2.223,51
1.964,52
14.608,80
45.797,62
57.972,75
64.810,99
68.146,67
61.920,73
60.195,32
Individuele inkomenstoeslag
14.437,00
18.599,76
20.777,00
24.184,00
23.763,00
20.402,00
20.850,00
Levensonderhoud
1.018,09
815,72
899,60
2.719,23
1.219,82
2.892,34
Rechtsbijstand
3.170,22
872,00
3.244,80
2.231,00
1.431,00
2.702,76
Studiekosten kinderen
2.366,38
2.890,83
1.044,00
Woonkosten
4.561,04
2.123,36
1.350,68
420,43
160,00
13.479,46
Overig
22.259,46
40.114,65
31.394,81
18.885,45
9.587,48
3.571,84
3.846,62
Totaal
82.306,64
128.666,55
142.277,27
153.950,47
149.575,81
126.511,48
135.974,37
Stichting Leergeld
8.500,00
21.800,00
10.562,00
10.429,00
6.827,00
Jeugdfonds Sport
2.500,00
2.500,00
4.472,00
7.520,00
2.101,00
Jeugdfonds Cultuur
2.500,00
2.500,00
2.500,00
2.500,00
0,00
Totaal subsidies
13.500,00
26.800,00
17.534,00
20.449,00
8.928,00
155.777,27
180.750,47
167.109,81
146.960,48
144.902,37
Totaal minimabeleid
82.306,64
128.666,55
2.829,93
6.2 Analyse kosten minimabeleid Bewindvoering en financiële transacties Dit daalt nog licht naar € 13.620 in 2016 maar laat daarna een forse toename zien tot € 41.006,95 in 2019. Ook in 2020 en 2021 zijn de uitgaven fors; ruim 20% van het totaal. Deze trend is ook landelijk te zien. Wij hebben hier geen invloed op. Als de rechter een bewindvoerder toewijst dan zijn de kosten per definitie noodzakelijk en dan zijn wij verplicht om bijstand te verlenen. De draagkracht is bij de meeste cliënten nihil zodat wij de volledige kosten moeten vergoeden. Inmiddels bestaat er een gemeentelijk adviesrecht, maar dat kan pas worden gegeven ná het toewijzen van een bewindvoerder en alleen als wij een goed alternatief hebben. Dit betreft het beleidsterrein financiële zelfredzaamheid en schuldhulpverlening. Wij komen bij het nieuwe beleidsplan in 2023 op dit onderwerp terug. Bijdrage participatiefonds volwassen Net zoals bij het bereik is dit, behalve een piek in 2018, vrij constant, maar laat wel een daling zien in 2020 en 2021; de coronajaren. CZM Zoals ook bij het bereik, laat de CZM qua uitgaven vanaf 2015 een flinke groei zien. In 2016 stijgen de uitgaven al naar € 45.797,62 en dat groeit gestaag door tot € 68.146,67 in 2019. Daarna zet een daling in, maar blijft nog op ruim € 60.000 in 2021 en vormt dan bijna 45% van het totaal.
Dit is het gevolg van een intensieve voorlichting in combinatie met ruimhartig CZM-beleid. Hier blijkt dat succesvol minimabeleid ook kostbaar is, maar we zien ook dat de overige (para) medische kosten dalen of zelfs helemaal wegvallen. Individuele inkomenstoeslag (IIT) Deze laat vanaf 2018 een groei zien en lijkt dan in 2019 te stabiliseren. Ook dat is, net als bij het bereik, te verklaren door de toename van de groep vluchtelingen die drie jaar of langer in ons land verblijft en dan in aanmerking komt voor de IIT. Levensonderhoud Deze bijzondere bijstand is vrijwel altijd een aanvulling op de lage norm voor zelfstandig wonende jongeren. Incidenteel is dat noodzakelijk. Rechtsbijstand Een fluctuerende post waar ieder jaar wel kosten op worden gemaakt. Studiekosten kinderen Opgenomen om te tonen dat deze kosten na de start van Leergeld helemaal zijn verdwenen. Woonkosten Goed zichtbaar dat deze afnemen en in 2019 zelfs helemaal wegvallen. De uitgaven in 2021 worden veroorzaakt door hoge woonkostentoeslagen die we aan enkele zelfstandigen verlenen.
19
Overig In het verleden waren er nog flink wat uitgaven voor diverse kostensoorten. Deze afname is vooral het gevolg van de introductie van de CZM en de start van Leergeld en JFS /JFC. Stichting Leergeld In 2018 werd de subsidie verleend en vastgesteld op een vrij hoog bedrag. Dat jaar waren er ook hoge uitgaven en een groot bereik. Daarnaast gaven we toestemming om een buffer op te bouwen om liquiditeitsproblemen te voorkomen. De jaren 2019 en 2020 laten eenzelfde beeld zien, maar in 2021 dalen de uitgaven. Dit hangt o.a. samen met het feit dat scholen geen vrijwillige bijdrage meer in rekening mogen brengen. Dus die worden niet meer door Leergeld vergoed. Gemiddeld was de subsidie over de afgelopen jaren ongeveer € 11.000. Jeugdfonds Sport De subsidie aan het JFS fluctueert nogal. JFS schuift een eventueel overschot door naar een volgend jaar. In 2021 rekende we af. De gemiddelde subsidie over de afgelopen jaren was ± € 3.800. Jeugdfonds Cultuur Hetzelfde geldt voor JFC. Het gaat bij het JFC om kleine aantallen, maar de uitgaven zijn per kind hoger als gevolg van hogere kosten en een hoger maximumvergoeding. Ook JFC schuift overschotten door naar volgende jaren. Daardoor verleende we in 2021 geen subsidie. De gemiddelde subsidie over de afgelopen jaren was € 2.000. ‘Ik was nooit hulpbehoevend, trok nooit aan de bel. Hiervoor werkte ik vaak 80 uur per week als bakker.
Maar voor de kinderen was hulp opeens toch wel noodzakelijk. Mijn dochters waren namelijk bij hun moeder uit huis geplaatst. Terwijl moeder nog wel de kinderbijslag kreeg. Dus toen had ik opeens de zorg én de rekeningen. Met alle kosten voor de kinderen en de rechtszaken die toen liepen, vraag je je beschaamd af: waar moet ik het vandaan halen…...? Bij Leergeld dus!’ Een alleenstaande vader Conclusie kosten minimabeleid Kosten voor bewindvoering, CZM en IIT vormen de hoofdmoot; bij elkaar ± € 110.000 in 2021. In dat jaar zien we ook een uitschieter bij de woonkosten. De uitgaven van Leergeld en de beide fondsen fluctueren nogal mede door het systeem van afrekenen. In 2021 zien we een opmerkelijke daling. Leergeld en JFS/C hebben daarvoor maar ten dele een verklaring voor. De totale uitgaven van het minimabeleid lopen op van € 82.306,64 in 2015 tot ruim € 180.000 in 2018 en dalen dan weer tot ruim € 144.000 in 2021.
6.3 Bereik totale doelgroep De totale doelgroep is ca 300 huishoudens (CBS 2020). Een goede graadmeter is op dit moment de EET22. We hebben aan ± 250 huishoudens de EET22 verleend. Daarmee hebben we ca 80% van de totale doelgroep bereikt.
20
7. Voorstel minimabeleid 2023 e.v. Op basis van de resultaten tot nu toe, kunnen we concluderen dat ons minimabeleid redelijk succesvol is geweest. De meeste beleidskaders zijn ingevuld en veel doelstellingen zijn behaald en we bereiken een behoorlijk deel van de doelgroep. Maar er is nog veel te doen want we bereiken nog niet alle kinderen en huishoudens in armoede. Conform het coalitieprogramma doen we geen voorstellen tot compleet nieuw beleid. Wel willen we het beleid actualiseren en verruimen, waar mogelijk vereenvoudigen en drempels verlagen. Leergeld meldt dat er volgens hun inschatting ongeveer 100 kinderen in armoede zouden leven in onze gemeente terwijl er maar ruim 40 kinderen worden bereikt. Dus dat kan nog beter en het is ook nodig dat we ons daarvoor inspannen. We verwachten dat door uitbreiding van het kindpakket, dit pakket aantrekkelijker wordt en Leergeld meer kinderen zal kunnen bereiken. Eerder schreven wij al dat de huidige hoge energiekosten en de inflatie een grote groep mensen treft, niet alleen mensen met een laag (tot 110% minimum) inkomen. Wij denken dat de hoge energieprijzen en de inflatie aan zullen houden. Dat zal de komende jaren problemen (blijven) geven voor inwoners die moeite hebben om uit te komen met hun inkomen. Wij menen dan ook er goed aan te doen de inkomensgrens te verruimen.
Het rijk zal de Participatiewet op het onderdeel kostendelersnorm wijzigen. De kostendelersnorm heeft echter geen betrekking op bijzondere kosten, maar op algemene kosten van het bestaan. De kostendelersnorm maakt onze regelingen ook ingewikkeld om uit te voeren en om uit te legen aan onze burgers. Wij menen dat we onze regeling kunnen vereenvoudigen door de kostendelersnorm; althans voor de bijzondere bijstand en het minimabeleid geheel te schappen. ‘Als je een pensioentje hebt of beetje spaargeld of een eigen huis dan krijg je niks, want dan kom je toch nergens voor in aanmerking!’ Een al wat oudere inwoner. Het is ons bekend dat bovenstaand idee post heeft gevat bij een groep inwoners. Dat is een misvatting, maar dit idee is erg hardnekkig. Het gevolg is dat een deel van onze inwoners niet aanvraagt omdat ze menen dat ze niet aan de voorwaarden voldoen. We denken daarbij vooral aan ouderen en chronisch zieken. Wij menen dat we deze groep wel zouden kunnen bereiken als we de reductieregeling wijzigen in een Doe mee regeling zonder vermogenstoets en de bedragen indexeren. Alles overwegend doen wij de volgende voorstellen voor het minimabeleid
7.1 Kindpakket Hiervoor gaven we inzicht in het kindpakket zoals dat nu is samengesteld. Voorheen vergoedde Leergeld ook de ouderbijdrage voor de school. Deze mag echter niet meer in rekening worden gebracht waardoor er een geringe financiële ruimte is ontstaan voor andere voorzieningen. Die ruimte is echter niet voldoende om de hierna voorgestelde uitbreiding te dekken. We zullen in overleg treden met Leergeld en de aangesloten gemeenten, Heumen, Gennep en Bergen om een of meer van de volgende voorzieningen aan het pakket toe te voegen: • Museumkidskaart • Bijdrage in kosten OV voor kinderen van 12 tot 18 jaar • Vergoeding smartphone € 300 vanaf groep 8 • Bijdragen aan vormen van sport/cultuur niet in clubverband We verwachten dat dit ca € 10.000 aan meerkosten met zich mee zal brengen.
7.2. Inkomensgrens verruimen We kennen nu een inkomensgrens voor de bijzondere bijstand van 110% van de geldende bijstandsnorm. Van het inkomen daarboven wordt 25% aangemerkt als financiële draagkracht. Dit is een relatief strenge inkomensgrens, waardoor we burgers met een iets hoger inkomen uitsluiten. We weten dat steeds meer gezinnen moeite hebben om rond te komen, ook gezinnen met een wat hoger inkomen tot 120%. Zij zitten daarmee vaak per saldo op minimumniveau door het gedeeltelijk verlies van huur- en zorgtoeslag. Wij stellen voor om de inkomensgrens te verruimen naar 130% van de
21
bijstandsnorm. Daarboven geldt dan een financiële draagkracht van 25% van het meerdere. Door deze verruiming neemt de potentiële doelgroep toe met zo’n 120 huishoudens en de groep waarbij we financiële draagkracht berekenen neemt af. We verwachten dat dit ca € 15.000 aan meerkosten met zich mee zal brengen.
7.3 Kostendelersnorm Het Rijk is voornemens om de leeftijdsgrens voor de kostendelersnorm op te trekken van 21 jaar naar 27 jaar. In een enkel geval toetsen wij voor de verlening van bijzondere bijstand het inkomen aan die lagere kostendelersnorm. Deze kostendelersnorm heeft echter betrekking op het delen van algemeen noodzakelijke kosten van het bestaat, terwijl het bij bijzondere bijstand gaat om kosten die voortkomen uit bijzondere individuele omstandigheden. Dat soort kosten kunnen, vanwege het individuele karakter, niet met een ander worden gedeeld en wij vinden het daarom gerechtvaardigd om toetsing aan de kostendelersnorm uit het beleid te schrappen. Daarmee verruimen we de regeling en wordt deze ook eenvoudiger om uit te voeren en uit te leggen. We verwachten dat dit ca € 3.000 aan meerkosten met zich mee zal brengen.
7.4 Reductieregeling Wij kennen een reductieregeling om inwoners in staat te stellen lid te worden van een club of vereniging of mee te doen aan sport of culturele activiteiten. Het bedrag is nu € 150 per persoon per jaar en voor ouderen en chronisch zieken is dat € 200 per jaar. Deze bedragen zijn al jaren hetzelfde en werden niet geïndexeerd. Verder geldt een inkomensgrens van 110% van de bijstandsnorm en een vermogenstoets. Wij stellen voor deze regeling als volgt aan te passen: • We wijzigen de naam in ‘Doe mee regeling’. • We stellen het bedrag op 15% respectievelijk 20% (senioren en chronisch zieken) van de bijstandsnorm voor gehuwden. Dat geeft een bedrag van maximaal € 236,10 respectievelijk € 314,80 per jaar (per 1 juli 2022). Door dit te koppelen aan de bijstandsnorm worden de bedragen direct geïndexeerd. • Net als voor de bijzondere bijstand stellen we de inkomensgrens op 130% van de bijstandsnorm. Dat is € 2.046,24 voor gehuwden en € 1.432,37 voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder. En voor ouderen is dat € 2.158,49 respectievelijk € 1.593,37 (bedragen per 1 juli 2022 netto per maand inclusief vt). • We stellen voor om voor de Doe mee regeling voor volwassenen geen vermogenstoets te hanteren, net zoals bij de kindregelingen en de eenmalige energietoeslag. • Tot nu toe verhogen wij de bijdrage met de kosten voor een bibliotheekabonnement.
We stellen voor om daar een keuze mogelijk te maken voor een abonnement voor de bibliotheek of een museumkaart. We verwachten dat dit ca € 10.000 aan meerkosten met zich mee zal brengen.
7.5 Collectieve ziektekostenverzekering voor minima Wij stellen voor de Collectieve ziektekostenverzekering voor minima voort te zetten. Inwoners kunnen gebruik maken van de gemeentepolis van VGZ en wij bieden dan een bijdrage. Afhankelijk van de pakketkeuze is de bijdrage € 15, € 35 of € 45 per maand. Hierna het overzicht voor 2022.
1
2 Maandpremie: € 177,82 Bijdrage gemeente: € 35
Maandpremie: € 151,42 Bijdrage gemeente: € 15
U betaalt: € 136,42
3
O f
U betaalt: € 142,82
Maandpremie: € 207,22 Bijdrage gemeente: € 45
Of
U betaalt: € 162,22 € 0,- eigen risico
Pakket Compact
Pakket Compleet
Pakket Compleet
Basisverzekering
Basisverzekering
Basisverzekering
22
Onze gemeentelijke bijdragen zijn sinds 2016 gelijk gebleven en niet geïndexeerd. Zeker gezien de inflatie zien wij aanleiding om de bijdragen te verhogen. In 2023 gaat de zorgtoeslag echter voor 1 jaar extra omhoog. Dat biedt voldoende compensatie voor de hogere premies. Het Rijk heeft dat in het kader van de koopkrachtmaatregelen besloten. Daarom stellen wij voor de indexering pas in 2024 door te voeren en de gemeentelijke bijdragen dan te bepalen op € 17,00, € 40,00 en € 50,00; tenzij blijkt dat de extra verhoging door het Rijk wordt voortgezet na 2023. We verwachte dat dit € 10.000 aan meerkosten met zich mee zal brengen. Tabel 3: verwachte extra kosten Beleidswijziging Uitbreiding kindpakket Verruimen inkomensgrens Schrappen kostendelersnorm Doe mee regeling CZM (vanaf 2024) Totaal
Verwachte extra kosten 10.000 15.000 3.000 10.000 10.000 48.000
In de begroting voor 2023 is al met deze extra uitgaven rekening gehouden en er is € 50.000 opgenomen. Wij verwijzen u naar de passage in paragraaf 2.7 punt 7 inde tabel. In de begroting is ook de volgende passage opgenomen: ‘Aandachtspunt is eveneens de versterking van het minimabeleid door in 2023 uitvoering te gaan geven aan een nieuw beleid dat zich kenmerkt door verruiming en versoepeling voor inwoners met een (te) laag inkomen.’
23
8. Participatie burgers en organisaties 8.1 Platform minimabeleid Voorafgaand aan het opstellen van deze nota hebben wij overleg gevoerd met de leden van het Platform Minimabeleid. Wij hebben met hen gesproken over het huidige minimabeleid en mogelijkheden om dit te verbeteren of aan te passen. De leden van het platform gaven aan dat zij geen behoefte hadden aan een groots opgezette bijeenkomst waarbij alle partijen aanwezig zouden zijn. Daarom is afgesproken dat iedere organisatie afzonderlijk voorstellen zou doen voor het nieuwe minimabeleid. Deze voorstellen hebben wij in deze nota verwerkt.
8.2 Adviesraad Sociaal Domein De Adviesraad Sociaal Domein (ASD) is een bij verordening door uw raad ingestelde adviesraad. De ASD adviseert gevraagd en ongevraagd over onderwerpen binnen het Sociaal Domein. Wij hebben de ASD om advies gevraagd en u treft dat aan bij het raadsvoorstel bij deze nota.
8.3 Cliëntervaringsonderzoek Op grond van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn wij jaarlijks verplicht om cliëntervaringsonderzoek uit te voeren. Dat geldt niet voor de Participatiewet en aanverwante regelingen. Met het oog op beperking van kosten voeren wij eenmaal per twee jaar een onderzoek uit. Dat was de laatste maal 2020. Over dat jaar hebben we ook voor het eerst getracht inzicht te krijgen in het effect van het minimabeleid. Wij hebben u daarover met een memo van 16 november 2021 geïnformeerd. Daaruit de volgende passage.
‘Voor het eerst deden we uitvraag naar de effecten van het minimabeleid; i.c. Leergeld en de meedoenregeling (reductiefonds). De uitkomsten van het onderzoek zijn slechts indicatief door het gering aantal respondenten, maar het lijkt erop dat een meerderheid van de inwoners zich met behulp van deze minimaregelingen beter kan redden (71%) en dat zij een betere kwaliteit van leven ervaren (75%). De minimaregelingen dragen er niet altijd aan bij dat zij ook meer mensen ontmoeten (46%).’ Ook in dit jaar 2022 doen we onderzoek, maar die gegevens zijn nog niet beschikbaar.
24
9. En verder… 9.1. Hulp bij financiën en schulden Eerder schreven we al dat minimabeleid niet los kan worden gezien van ons beleid over hulp bij financiële zelfredzaamheid en bij het oplossen van problematische schulden. Als mensen erin slagen hun inkomsten en uitgaven in evenwicht te krijgen en te houden, dan zullen er geen problematische schulden ontstaan. Deze nota gaat over inkomensondersteunende maatregelen; de inkomenskant. Wij zullen in de 1e helft van 2023 aan u een voorstel doen om een nieuw Beleidsplan Financiële Zelfredzaamheid & Schuldhulpverlening voor 2023 e.v. jaren vast te stellen.
9.2. Voedselbank Wij kennen in onze gemeente geen eigen voedselbank, maar de Voedselbank Groesbeek en omgeving (VBG) meldt in haar jaarverslag dat het werkgebied de gemeenten Berg en Dal en Heumen en een deel van Mook en Middelaar beslaat. Inwoners van (een deel van) onze gemeente kunnen dus gebruik maken van de diensten van de VBG. Wij verlenen geen subsidie aan de VBG. De beide anderen gemeenten wel, namelijk € 110 per huishouden per jaar. Bij navraag blijkt dat 10 gezinnen/ 36 personen uit Molenhoek en Mook gebruik van de VBG. Er zijn geen bedrijven uit onze gemeente die structureel bijdragen aan de VBG. Supermarkt Plus Mook doet jaarlijks mee aan de decemberactie voor houdbare voedingsmiddelen. Wij hebben contact gezocht met het bestuur van de VBG met de vraag of en zo ja welke mogelijkheden de VBG voor onze gemeente ziet. Wij zijn in gesprek met de VBG, maar op het moment van opstellen van deze nota had dit nog niet tot resultaat geleid.
9.3 Kringloopwinkel Minder uitgeven helpt om rond te komen met je inkomen. Een mogelijkheid daarbij is om spullen te kopen bij een kringloopwinkel. Wij kennen in onze gemeente niet zo’n voorziening. We hebben contact gezocht met Stichting Actief die in Cuijk en Boxmeer een kringloopwarenhuis exploiteert. Verder hebben wij contact gehad met de DAR, want kringloop kan niet los worden gezien van ons project VANG10. De DAR heeft meegedeeld bij voorkeur samen te willen werken met kringloopbedrijven in de regio Nijmegen. Wij zijn nog in overleg met de DAR om de mogelijkheden te verkennen.
10 Van afval tot grondstof
25
10. Prognose kosten Op basis van de huidige inzichten, toename van het bereik en gewijzigd beleid, prognosticeren wij de totale kosten voor het minimabeleid voor de komende jaren als volgt: Omschrijving Individuele inkomenstoeslag Studietoeslag Energietoeslag 2022 & 2023 Bijzondere bijstand Voorlichting & communicatie Beheer- en uitvoeringskosten / werkbudget Subsidie JFS/JFC Subsidie Leergeld Doe mee regeling CZM Totaal
2022 15.000 7.500 150.000 60.000 4.000
2023 15.000 12.500 150.000 78.000 4.000
2024 15.000 12.500
2025 15.000 12.500
2026 15.000 12.500
78.000 4.000
78.000 4.000
78.000 4.000
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
8.500 10.000 2.500 60.000 322.500
8.500 20.000 12.500 60.000 365.500
8.500 20.000 12.500 70.000 225.500
8.500 20.000 12.500 70.000 225.500
8.500 20.000 12.500 70.000 225.500
26
Bijlagen 1. Tabel 1: Verstrekkingen minimabeleid 2. Tabel 2: Kosten minimabeleid en bijzondere bijstand
27
Tabel 1: Verstrekkingen minimabeleid Omschrijving
2015
2016
2017
Begrafeniskosten
2018
2019
2020
2021
1
Bewindvoering en fin trans
17
11
18
Bijdrage part. fonds kinderen
24
24
15
Bijdrage part. fonds volwassen
21
23
31
41
Computer
2
CZM
70
106
124
Eigen bijdragen
22
25
24
22
28
21
14
140
137
134
138
1
1
1 45
1
Hulpmiddelen en dieet
3
4
4
1
Individuele inkomenstoeslag
34
41
48
54
53
46
Individuele studietoeslag
1
1
2
3
1
1
Inrichting/huisraad
4
9
3
2
2
Kinderopvang
3
10
11
9
1
Kleding/Schoeisel
1
2
Koopkrachttegemoetkoming
1
1
Levensonderhoud
4
2
3
3
1
Premie ZKV
1
1
1
1
Rechtsbijstand
11
4
10
Reiskosten arbeid/scholing
2
Studie- en omscholing
6
9
2
Studiekosten kinderen
10
20
12
1
1
Suppletie aflossing lening GKB Tandarts
1
Vervoer
2
Verhuiskosten Woonkosten
7
Overige kosten
11
7
1
6
2 9 2
3 1
1
1 2
1
6
3
1
1
5
6
3
1
1
1
Stichting Leergeld
0
0
32
44
34
46
43
Jeugdfonds Sport
0
0
15
24
23
25
25
Jeugdfonds Cultuur
0
0
2
3
3
2
2
Toelichting bij de tabel 1 Bijzondere bijstand verlenen wij conform de wet in de vorm van gezinsbijstand. Dat heeft tot gevolg dat we de bijstand dan niet naar een persoon kunnen herleiden. Bij bepaalde kostensoorten is dat wel mogelijk. Dan betreft het dus het aantal personen. Gezinnen/ personen kunnen voor meerdere kosten bijstand ontvangen. Het betreft dus niet een aantal unieke personen/ gezinnen. Bij de fondsen is wel het aantal unieke kinderen vermeld dat bij het betreffende fonds is geregistreerd. Maar een kind kan voor meerdere voorzieningen van Leergeld, JFS en/of JFC in aanmerking komen.
28
Tabel 2: Kosten minimabeleid en bijzondere bijstand Omschrijving
2015
2016
2017
Begrafeniskosten
2018
2019
Bewindvoering en fin trans
16.753,77
13.620,15
21.982,76
Bijdrage part. fonds kinderen
3.930,59
4.883,58
1.702,20
Bijdrage part. fonds volwassen Computer
3.131,88
3.832,46
3.610,87
5.093,46
1.493,07
0,00
CZM
14.608,80
45.797,62
57.972,75
736,45
1.238,45
14.437,00
18.599,76
20.777,00
24.184,00
825,12
833,76
1.691,16
Inrichting/huisraad
10.454,00
24.584,00
Kinderopvang
2.421,51
2.812,14
Kleding/Schoeisel
190,50
100,00
Koopkrachttegemoetkoming
70,00
492,00
Eigen bijdragen Hulpmiddelen en dieet Individuele inkomenstoeslag Individuele studietoeslag
Levensonderhoud
2020
2021
3.325,50 35.582,58
30.043,35
4.241,78
2.223,51
1.964,52
64.810,99
68.146,67
61.920,73
60.195,32
35,00
35,00
530,36
595,00
120,00 23.763,00
20.402,00
20.850,00
2.554,97
854,19
2.692,92
0,00
13.981,00
10.000,00
7.500,00
5.948,24
3.923,58
110,00
899,60
2.719,23
1.219,82
149,78
26,83
1.018,09
815,72
Premie ZKV
152,23
178,04
Rechtsbijstand
3.170,22
872,00
3.244,80
Reiskosten arbeid/scholing
770,50
Studie- en omscholing
863,07
1.250,63
2.497,00
Studiekosten kinderen
2.366,38
2.890,83
1.044,00
772,22
894,56
Suppletie aflossing lening GKB Tandarts
98,11
Vervoer
254,31
Verhuiskosten
35.605,91
41.006,95 300,00
2.231,00
2.829,93
460,00
1.431,00
2.892,34