Bijlage 1 Kadernota 2027
Tekst van het document
KADERNOTA 2027 kaderstelling voor programmabegroting
Voorbereiden op de toekomst
Versie raad 2 juli 2026
Gemeente Mook en Middelaar
KADERNOTA 2027 t.b.v. programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030
2
Kadernota 2027
Inhoudsopgave
1. Inleiding en plaats in p&c-cyclus .............................................................................................4 2. Beleidsmatige en financiële uitgangspunten ..........................................................................4 2.1. Beleidsmatige kaders ................................................................................................................4 2.2. Algemene financiële uitgangspunten ........................................................................................5 2.3. Uitgangspunten voor lasten ......................................................................................................5 2.4. Uitgangspunten voor baten .......................................................................................................6 3. Bestuurlijke koers en coalitieprioriteiten 2026-2030 ..............................................................6 4. Ontwikkelingen met impact op 2027 en verder .......................................................................7 4.1. Landelijke financiële en wettelijke ontwikkelingen ....................................................................7 4.2. Regionale en lokale ontwikkelingen ..........................................................................................8 4.3.
Samenvattend kader .................................................................................................................9 5. Voorlopige begrotingssaldi en dekkingsplan ...................................................................... 10 6. Bijlage 1: Taakvelden per programma .................................................................................. 11
3
1. Inleiding en plaats in p&c-cyclus De Kadernota 2027 vormt het startpunt van de planning- en controlcyclus van het begrotingsjaar 2027. Het is een kaderstellend document en geeft de raad de mogelijkheid om vroegtijdig kaders/uitgangspunten aan het college mee te geven ten behoeve van de Programmabegroting 2027. In deze nota worden op hoofdlijnen de beleidsmatige en financiële uitgangspunten uiteengezet die richtinggevend zijn voor de opstelling van de Programmabegroting 2027, inclusief de meerjarenraming 2028-2030. Daarnaast zijn diverse ontwikkelingen weergegeven die van belang zijn en/of een financieel effect hebben voor 2027 en verdere jaren. Onderstaande tabel laat de planning van de P&C-documenten zien:
P&C-cyclus
Kadernota
Programmabegroting
Zomerrapportage
Eindejaarsrapportage
Jaarstukken
2027
2 juli 2026
12 nov. 2026
juli 2027
dec. 2027
juni 2028
2. Beleidsmatige en financiële uitgangspunten 2.1. Beleidsmatige kaders Deze Kadernota is kaderstellend van aard en richt zich op de onderwerpen en ontwikkelingen die van belang zijn voor de Programmabegroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030. In hoofdstuk 3 zijn de bestuurlijke koers en coalitieprioriteiten opgenomen. Hoofdstuk 4 bevat de belangrijkste ontwikkelingen met mogelijke gevolgen voor beleid, uitvoering en financiën. Het coalitieakkoord vormt het inhoudelijke vertrekpunt voor deze Kadernota. De daarin opgenomen beleidsrichting en prioriteiten werken door in de verdere uitwerking van beleid en middelen in de Programmabegroting 2027. Daarnaast wordt bij het opstellen van deze Kadernota rekening gehouden met landelijke wet- en regelgeving en het provinciale toezichtkader, zoals de uitgangspunten uit de begrotingscirculaire van de provincie. Tevens wordt voldaan aan de eigen gemeentelijke verordeningen. De raad stelt aan het begin van een raadsperiode de programma’s vast. Voorgesteld wordt om de huidige programma-indeling inhoudelijk te handhaven voor de raadsperiode 2026-2030. Het coalitieakkoord 2026-2030 leidt niet tot een wijziging van de programmastructuur. Wel wordt voorgesteld om het programma ‘Toerisme, natuur en duurzaamheid’ te wijzigen in ‘Natuur, duurzaamheid en recreatie’.
Deze wijziging betreft uitsluitend de naamgeving van het programma en heeft geen inhoudelijke gevolgen voor de programma-indeling en de daaraan gekoppelde taakvelden en beleidsindicatoren. Voor de raadsperiode 2026-2030 wordt voorgesteld om de volgende vijf programma’s te hanteren: • Programma Sociale leefomgeving; • Programma Sociaal domein; • Programma Fysieke leefomgeving; • Programma Natuur, duurzaamheid en recreatie; en • Programma Bestuur en organisatie. • Naast de programma’s kent de Programmabegroting 2027 negen paragrafen die deels wettelijk verplicht zijn: • •
Paragraaf Lokale heffingen; Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing; 4
Kadernota 2027 • • • • • • •
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen; Paragraaf Financiering; Paragraaf Bedrijfsvoering; Paragraaf Verbonden partijen; Paragraaf Grondbeleid; Paragraaf Openbaarheid; en Paragraaf Informatieveiligheid (op basis van resolutie).
2.2. Algemene financiële uitgangspunten Voor de Programmabegroting 2027 gelden de volgende algemene (wettelijke) uitgangspunten: • • • • • • • •
de begroting voor 2027 en de meerjarenraming voor de jaren 2028 tot en met 2030 worden in eerste instantie opgesteld conform de saldi zoals vermeld in de meerjarenraming van de Programmabegroting 2026, zodat de cijfers doorlopend aansluiten; de saldi over 2027-2030 worden geactualiseerd op basis van de mutaties in de Zomerrapportage 2026, voor zover deze mutaties structureel doorwerken naar 2027 en verdere jaren; de begroting voor 2027 is sluitend conform het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten) en het provinciale toezichtkader; de begroting 2027 is gebaseerd op realistische aannames en voldoet aan het uitgangspunt van structureel en reëel evenwicht, waarbij structurele lasten worden gedekt door structurele baten; (nagekomen) mutaties tussen het moment van de Zomerrapportage 2026 en de Programmabegroting 2027 worden afzonderlijk vermeld in de Programmabegroting 2027; alleen de raad besluit over toevoegingen en onttrekkingen aan reserves; algemene stelposten voor bezuinigingen zijn niet toegestaan; eventuele bezuinigingen moeten concreet worden aangegeven; niet gebruikte kredieten waarvoor geen plannen bestaan, worden afgeraamd, tenzij de raad anders besluit.
2.3. Uitgangspunten voor lasten Voor de lasten in de Programmabegroting 2027 gelden de volgende uitgangspunten: • • •
• •
• • • •
volgens vigerend beleid worden de budgetten niet standaard met een algemeen percentage verhoogd; lasten worden realistisch geraamd, waarbij rekening wordt gehouden met prijs- en loonontwikkelingen, volumegroei en uitvoerbaarheid van beleid; bij het realistisch ramen wordt onder andere rekening gehouden met: contractuele of regionale afspraken; uitbestedingen voor onderhoud van wegen en groen; begrotingen van verbonden partijen; lasten die samenhangen met specifieke uitkeringen van het rijk; reële uitzettingen van de lasten op basis van realisaties in voorgaande jaren; de loonsom wordt geraamd op basis van de CAO 2026. Dit betekent voor 2027 een afgesproken stijging van 1,5% tot en met maart 2027 en vanaf april 2027 een voorlopig geraamde stijging van 2,5%; afschrijvingskosten worden structureel geraamd in de begroting, waarbij investeringsbijdragen van derden in mindering worden gebracht op de investering, zodat over een lager bedrag wordt afgeschreven.
Waar mogelijk wordt de onttrekking uit de bestemmingsreserve dekking kapitaallasten afgebouwd; subsidies worden geraamd volgens het meest recente subsidieplan; de dotaties aan de onderhoudsvoorzieningen volgen de beheerplannen; de dotatie aan de pensioenvoorziening voor (gewezen) wethouders volgt de dekkingsgraad van het ABP; de post onvoorzien bedraagt € 20k (conform artikel 4 van de Financiële verordening Mook en Middelaar 2025).
5
2.4. Uitgangspunten voor baten Voor de baten in de Programmabegroting 2027 gelden de volgende uitgangspunten: • • • • • • • •
baten worden realistisch geraamd, waarbij alleen voldoende onderbouwde en concrete inkomsten worden meegenomen; de effecten van de meicirculaire 2026 worden verwerkt in de Programmabegroting 2027; de effecten van de septembercirculaire 2026 worden (al dan niet via een eerste begrotingswijziging) verwerkt in de Programmabegroting 2027 als deze op tijd verschijnt; de algemene inflatiecorrectie voor belastingopbrengsten bedraagt 2,91% (op basis van 25% prijsen 75% loonontwikkeling zoals vermeld in de meicirculaire 2026); de riool- en reinigingsheffingen en de leges zijn op begrotingsbasis maximaal 100% kostendekkend; dividendopbrengsten worden geraamd naar de laatst bekende realisatie; er wordt geen stelpost opgenomen voor een mogelijke meevaller uit de jaarlijkse afrekening van het btw-compensatiefonds, die via het gemeentefonds kan doorwerken; incidentele baten kunnen ter dekking dienen van incidentele lasten.
3. Bestuurlijke koers en coalitieprioriteiten 2026-2030 Het coalitieakkoord 2026-2030 vormt het inhoudelijke vertrekpunt voor deze Kadernota en de verdere uitwerking in de Programmabegroting 2027. De coalitie kiest voor een toekomstbestendige, leefbare en financieel verantwoorde ontwikkeling van Mook en Middelaar. Een groot deel van de beleidsvoornemens kan binnen de bestaande programma’s en budgetten worden uitgevoerd. Op specifieke onderwerpen, zoals onderwijshuisvesting, maatschappelijk vastgoed, bibliotheekvoorzieningen, veiligheid, duurzaamheid en organisatieontwikkeling, zijn nadere keuzes en aanvullende investeringen noodzakelijk. Onderstaand zijn de belangrijkste bestuurlijke accenten uit het coalitieakkoord op hoofdlijnen vertaald naar de bestaande programmastructuur van de gemeente. Programma Sociale leefomgeving Binnen het programma Sociale leefomgeving ligt de focus op leefbare en veilige kernen met voldoende ruimte voor ontmoeting, sport, onderwijs en maatschappelijke voorzieningen. De gemeente blijft inzetten op ondersteuning van verenigingen, openbare beweegmogelijkheden en het behoud van een sterke sociale samenhang. Wij richten ons er met nadruk op om te voldoen aan onze wettelijke taak voor wat betreft het opvangen van ontheemden.
Daarnaast vragen onderwijshuisvesting, maatschappelijk vastgoed en de bibliotheekvoorziening de komende jaren om verdere uitwerking en investeringskeuzes. Programma Sociaal domein Binnen het sociaal domein blijft de gemeente inzetten op passende ondersteuning dichtbij inwoners, met behoud van de menselijke maat. Preventie, vroegsignalering en samenwerking met maatschappelijke en regionale partners blijven belangrijk om de druk op zorg en ondersteuning beheersbaar te houden. Daarnaast blijft aandacht bestaan voor participatie, begeleiding naar werk, mantelzorg, jeugd, ouderen en bestaanszekerheid. Programma Fysieke leefomgeving De gemeente blijft inzetten op voldoende passende woningbouw, met behoud van het groene en dorpse karakter van de kernen. Inbreiding blijft daarbij het uitgangspunt, met aandacht voor doorstroming en betaalbare woningen. Daarnaast blijven bereikbaarheid, verkeersveiligheid, beheer van de openbare ruimte en klimaatadaptatie belangrijke aandachtspunten bij ruimtelijke ontwikkelingen en investeringen in de leefomgeving. Programma Toerisme, natuur en duurzaamheid 1) De gemeente zet in op behoud en versterking van natuur, landschap, biodiversiteit en recreatieve kwaliteit. Daarbij blijft aandacht bestaan voor klimaatadaptatie, verduurzaming, circulariteit en 1) Dit betreft nog de huidige programmanaam.
6
Kadernota 2027 energievoorziening. Ook het Maasdal vraagt de komende jaren om zorgvuldige keuzes, waarbij natuur, landschap, landbouw en leefbaarheid in samenhang worden afgewogen. Toerisme en recreatie blijven gericht op kwaliteit en passend bij het karakter van de gemeente. Programma Bestuur en organisatie De gemeente blijft inzetten op een toegankelijke en betrokken overheid, met ruimte voor participatie en inwonersinitiatieven. Samenwerking met inwoners, dorps- en wijkraden en regionale partners blijft daarbij van belang. Tegelijkertijd vragen digitalisering, dienstverlening, samenwerking en nieuwe wettelijke eisen om blijvende ontwikkeling van de organisatie.
4. Ontwikkelingen met impact op 2027 en verder In dit hoofdstuk worden de belangrijkste landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen geschetst die richtinggevend zijn voor de Programmabegroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030. Het gaat om ontwikkelingen die gevolgen kunnen hebben voor het beleid, de uitvoering, de investeringsopgaven, de risico’s en de financiële positie van de gemeente. De onderwerpen zijn gekozen omdat er in of vanaf 2027 sprake is van een nieuwe fase, een doorontwikkeling of een duidelijk financieel en/of beleidsmatig effect. Dit hoofdstuk biedt de raad de context en handvatten om richtinggevende keuzes te maken over het gewenste ambitieniveau, de inzet van middelen en de omgang met onzekerheden. Daarbij is van belang dat de begroting moet voldoen aan het uitgangspunt van structureel en reëel evenwicht en gebaseerd moet zijn op realistische ramingen, conform het provinciale toezichtkader en de begrotingscirculaire van de provincie. De in dit hoofdstuk geschetste ontwikkelingen vormen, in samenhang met de bestuurlijke koers, de basis voor de politieke afweging en prioritering door de raad.
4.1. Landelijke financiële en wettelijke ontwikkelingen Gemeentefonds en meerjarig financieel perspectief De ontwikkeling van het gemeentefonds blijft een belangrijke factor in het meerjarig financieel perspectief. De uitkomsten van de meicirculaire en septembercirculaire 2026 zijn bepalend voor de financiële ruimte vanaf 2027. De meicirculaire 2026 wordt verwerkt in de Programmabegroting 2027. De septembercirculaire 2026 wordt, als deze tijdig beschikbaar is, eveneens verwerkt. Als dat niet op tijd kan, gebeurt dit via een eerste begrotingswijziging. De gemeente blijft daarbij afhankelijk van landelijke ontwikkelingen en de doorwerking daarvan in de algemene uitkering. De begroting moet daarom gebaseerd blijven op realistische en voldoende onderbouwde aannames. De effecten van de meicirculaire 2026 zijn vermeld in hoofdstuk 5. Cao-gemeenten en personeelslasten De CAO Gemeenten loopt tot en met 31 maart 2027. De loonontwikkeling uit deze CAO is grotendeels verwerkt in de begroting 2026 en werkt structureel door naar 2027. Voor 2027 geldt daarom nog de afgesproken stijging van 1,5% per 1 januari 2027 (tot en met maart 2027). Vanaf 1 april 2027 ramen wij voorlopig een aanvullende stijging van 2,5% in verband met een nieuwe CAO. De structurele lastenontwikkeling als gevolg van deze CAO-stijgingen bedraagt circa € 260k.
Daarnaast hebben ook regionale en lokale ontwikkelingen gevolgen voor de personeelslasten en de benodigde organisatieontwikkeling. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.2 Regionale en lokale ontwikkelingen. Jeugdzorg en financiële kaders sociaal domein Binnen het sociaal domein blijven landelijke hervormingen en financiële ontwikkelingen van grote invloed. De druk op de jeugdzorg en andere voorzieningen binnen het sociaal domein houdt aan. De gemeente blijft daarom uitgaan van realistische ramingen en van een zorgvuldige afweging tussen wettelijke taken, kwaliteit van ondersteuning en beheersing van kosten. Besparingen kunnen alleen worden meegenomen als deze concreet en uitvoerbaar zijn. In de Zomerrapportage 2026 zijn budgetten
7
voor het Sociaal domein (waaronder Jeugdzorg) reeds structureel verhoogd onder andere als gevolg van hogere uitvoeringskosten en een toename van het aantal aanvragen. Wettelijke zorgplicht openbare bibliotheek De voorgestelde wijziging van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen verschuift de landelijke lijn van een bevorderingstaak naar een zorgplicht voor een volwaardige openbare bibliotheekvoorziening. Gemeenten moeten ervoor zorgen dat inwoners binnen redelijke afstand toegang hebben tot een voorziening met de vijf maatschappelijke functies van de bibliotheek: kennis en informatie, ontwikkeling en educatie, lezen en literatuur, ontmoeting en debat, en kunst en cultuur. Voor Mook en Middelaar betekent dit een verdere uitwerking van de bibliotheekvoorziening, mede op basis van een meerjarenplan. Daarbij is ook relevant dat de financiële gevolgen sterk kunnen verschillen per gekozen scenario. De verdere invulling wordt meegenomen in de begrotingsuitwerking. Voor de opbouw van deze voorziening zijn in de afgelopen jaren tweemaal incidentele middelen van € 100k ontvangen via een decentralisatie-uitkering. Overige wet- en regelgeving Ook op andere terreinen, zoals omgevingsrecht, klimaat en energie, informatiebeveiliging en privacy, blijven landelijke ontwikkelingen gevolgen hebben voor de gemeentelijke taakuitvoering.
Deze ontwikkelingen vragen om aanpassing van processen, capaciteit en middelen. De gemeente houdt bij de begroting rekening met deze veranderende eisen.
4.2. Regionale en lokale ontwikkelingen Veiligheid en ondermijning De aanpak van veiligheid en ondermijning vraagt steeds meer om samenwerking in regionaal verband. De gemeente moet beschikken over voldoende informatiepositie, bestuurlijke weerbaarheid en uitvoeringskracht. Daarbij gaat het niet alleen om handhaving, maar ook om preventie, digitale veiligheid, waterveiligheid en de veiligheid van kwetsbare plekken in de openbare ruimte. In de uitvoering vraagt dit om blijvende inzet en samenwerking met regionale partners. Onderwijshuisvesting en maatschappelijk vastgoed De opgave voor onderwijshuisvesting en maatschappelijk vastgoed is omvangrijk en vraagt de komende jaren om duidelijke keuzes. De aanvragen vanuit het Integraal Huisvestingsplan (IHP) en de verdere uitwerking van de visie op maatschappelijk vastgoed kunnen leiden tot forse investeringen en structurele lasten. In de doorrekening van het coalitieakkoord is voor onderwijshuisvesting voorlopig uitgegaan van een investering van circa € 25 miljoen. Bij een afschrijvingstermijn van 50 jaar leidt dit vanaf 2030 tot structurele afschrijvingslasten van circa € 500k per jaar. Daarnaast moet rekening worden gehouden met rentelasten als er leningen worden aangetrokken (stel 2,0% is € 500k). De gemeente moet hierbij sturen op haalbaarheid, fasering, multifunctioneel gebruik en financierbaarheid.
Ook de bibliotheekvoorziening maakt onderdeel uit van deze bredere opgave. Demografische ontwikkelingen en woningbouwdruk De demografische ontwikkeling van Mook en Middelaar vraagt om een passend woningaanbod en om behoud van vitale kernen. De vraag naar woningen blijft groot, terwijl de samenstelling van de bevolking verandert. Dit onderstreept het belang van voldoende woningbouw, doorstroming en behoud van het dorpse karakter. In de recente ontwikkeling van de woningbouw is de eerste fase van De Maastuin opgeleverd en zijn volgende fasen in aanbouw of verkoop. Voor het Startsche Veld loopt een verkenning; de locatie Spoorzone is afgevallen als woningbouwlocatie. De vraag naar passende woningbouw blijft daarom onverminderd groot. Klimaat, energie en duurzaamheid De klimaat- en energievraagstukken blijven van invloed op de openbare ruimte, het gemeentelijk vastgoed en de ondersteuning van inwoners en ondernemers. Vergroening, klimaatadaptatie, biodiversiteit en verduurzaming vragen blijvende aandacht. In de doorrekening van het coalitieakkoord zijn onder meer middelen en investeringen voorzien voor natuur, biodiversiteit, klimaatadaptatie en een aanvullende bluswatervoorziening in De Bisselt. Deze maatregelen vragen nu om inzet van middelen, maar kunnen op langere termijn ook bijdragen aan het beheer van de leefomgeving en lagere onderhouds- en herstelkosten.
De uitvoering hiervan kan daarnaast gevolgen hebben voor de capaciteit van de organisatie.
8
Kadernota 2027 Sociaal domein Binnen het sociaal domein nemen de zorgvraag, de complexiteit en de kosten nog altijd toe. De Zomerrapportage 2026 laat zien dat de kosten binnen het sociaal domein structureel onder druk staan, onder meer door een stijging van het aantal cliënten en zwaardere ondersteuningsvragen. De gemeente blijft daarom aangewezen op regionale samenwerking, scherpe monitoring en een goede balans tussen preventie en ondersteuning. De druk op jeugdhulp, Wmo en participatie vraagt om realistische ramingen en tijdige bijsturing. Organisatieontwikkeling en capaciteit De groei van de gemeente, de uitbreiding van wettelijke taken en de toenemende complexiteit van maatschappelijke opgaven hebben directe gevolgen voor de ambtelijke organisatie. Als relatief kleine gemeente moet Mook en Middelaar voldoen aan dezelfde wettelijke eisen en kwaliteitseisen als grotere gemeenten, terwijl de organisatie beperkt van omvang blijft. Tegelijkertijd nemen de verwachtingen vanuit inwoners, raad en samenleving toe en vragen nieuwe ontwikkelingen om extra inzet op uitvoering, toezicht, dienstverlening en interne ondersteuning. De huidige organisatie komt steeds meer onder druk te staan. De groei van het inwonertal leidt tot extra werkzaamheden binnen onder meer het sociaal domein, publiekszaken en beheer openbare ruimte.
Daarnaast vragen strengere eisen op het gebied van rechtmatigheid, kwaliteit, communicatie, informatievoorziening en projectmatig werken om aanvullende capaciteit en specialistische kennis. Ook de afhankelijkheid van externe inhuur blijft daarbij een aandachtspunt. Een deel van de benodigde uitbreiding kan worden opgevangen via specifieke uitkeringen, regionale middelen en beperking van externe inhuur, maar er resteert ook een structurele extra lastenontwikkeling. De organisatie moet daarom meegroeien met de opgaven die op de gemeente afkomen om de uitvoering van wettelijke taken, bestuurlijke ambities en dienstverlening aan inwoners toekomstbestendig te houden. Digitalisering, informatievoorziening en Omgevingswet Digitalisering blijft noodzakelijk voor een goede dienstverlening en interne beheersing. Tegelijkertijd nemen de eisen op het gebied van informatiebeveiliging, privacy en digitale toegankelijkheid toe. Ook de verdere uitvoering van de Omgevingswet vraagt blijvende aandacht. Dit sluit aan bij de bestuurlijke koers voor een moderne en toegankelijke gemeentelijke organisatie. Daarnaast vraagt de digitale ondersteuning van inwoners, onder meer bij bibliotheekvoorzieningen en dienstverlening, blijvende aandacht. Belastingen Bij de financiële afwegingen wordt gekeken naar kostenbeheersing, het benutten van subsidies en het versterken van de eigen inkomsten.
Een aanpassing van lokale belastingen kan daarbij niet op voorhand worden uitgesloten. Op dit moment is dit nog niet verder doorgerekend; de concrete uitwerking volgt in de begroting en de verdere financiële onderbouwing. Tegelijkertijd is landelijk zichtbaar dat de hondenbelasting onder druk staat en de trend is om deze af te schaffen, ook bij financiële tegenvallers. Bestuur en participatie De gemeente wil een open, toegankelijke en betrokken overheid zijn. Inwoners moeten vroegtijdig kunnen meedenken over plannen die hun leefomgeving raken. Heldere communicatie, transparante besluitvorming en ruimte voor inwonersinitiatieven zijn daarbij belangrijk. Ook de positie van dorps- en wijkraden blijft van waarde. De gemeente wil daarnaast jongeren en andere moeilijk bereikbare groepen beter betrekken bij beleid en besluitvorming. Participatie moet niet alleen in beleid, maar ook in de praktijk zichtbaar zijn. Voor participatie is in de lopende begroting reeds budget beschikbaar; voor inwonersinitiatieven geldt daarnaast dat de verdere uitwerking in beleid en begroting nader wordt bezien.
4.3. Samenvattend kader De in dit hoofdstuk geschetste ontwikkelingen laten zien dat de opgaven voor 2027 en verder toenemen, terwijl de financiële ruimte onder druk staat. De gemeente staat voor keuzes over woningbouw, onderwijshuisvesting, bibliotheekvoorziening, sociaal domein, veiligheid, duurzaamheid en bereikbaarheid. Daarbij blijft het uitgangspunt dat ambities uitvoerbaar, realistisch en financieel houdbaar moeten zijn. De Programmabegroting 2027 zal deze ontwikkelingen in samenhang moeten vertalen naar concrete en betaalbare keuzes.
9
5. Voorlopige begrotingssaldi en dekkingsplan De voorlopige begrotingssaldi op basis van de Zomerrapportage zijn als volgt:
Begrotingssaldo
2027
2028
Bedragen x € 1000 2029 2030
Primitieve begroting 2026 (raad 6 november 2025)
462 V
205 N
161 N
26 N
Mutaties Zomerrapportage 2026 (STR doorwerking)
993 N
990 N
1.055 N
1.107 N
Voorlopig begrotingssaldo na Zomerrapportage
531 N
1.195 N
1.216 N
1.133 N
Hierbij is rekening gehouden dat diverse mutaties zijn in de Zomerrapportage voor 2026 zijn vermeld ook structureel doorwerken naar 2027 en verdere jaren (zie hiervoor bijlage 1 in de Zomerrapportage 2026). Tussen het moment van de Zomerrapportage en de Programmabegroting 2027 worden nog diverse (nagekomen) mutaties verwacht die gelden vanaf 2027. Deze mutaties zijn deels nader toegelicht in hoofdstuk 3. In onderstaande tabel zijn deze mutaties weergegeven voor zover deze al gekwantificeerd kunnen worden: Bedragen x € 1000 Begrotingssaldo 2027 2028 2029 2030 Voorlopig saldo na Zomerrapportage 2026
531 N
1.195 N
1.216 N
1.133 N
Effecten meicirculaire 2026 (baten)
1.073 V
635 V
180 V
176 V
Effecten meicirculaire 2026 (CDOKE)
340 N
0N
0N
0N
Doorwerking CAO
260 N
260 N
260 N
260 N
Wettelijke zorgplicht bibliotheekvoorziening
p.m. N
p.m. N
p.m. N
p.m. N
p.m. N
p.m. N
p.m. N
p.m. N
0N
0N
0N
500 N
0N
0N
0N
500 N
p.m. N
p.m. N
p.m. N
p.m. N
Trendmatige verhoging belastingen (2,91%)
75 V
75 V
75 V
75 V
Voorlopig begrotingssaldo voor dekkingsplan
17 V
745 N
1.221 N
2.142 N
Overige wet- en regelgeving Afschrijvingskosten onderwijshuisvesting 2030) Rentelasten lening (stel 2%) (vanaf 2030)
(vanaf
Organisatieontwikkeling
De negatieve saldi vanaf 2028 zijn grotendeels het gevolg van de nadelige structurele doorwerking van de Zomerrapportage 2026. Dit komt met name door de hogere kosten voor het Sociaal Domein en een lagere uitkering uit het gemeentefonds (op basis van de decembercirculaire 2025). Daarnaast werken de afschrijvijngs- en rentekosten voor onderwijshuisvesting sterk door. Voor wat betreft het effect van de meicirculaire 2026 neemt de omvang van het gemeentefonds toe voor 2027 en 2028 maar daalt weer in 2029 en 2030. In het bedrag van de uitkering uit het gemeentefonds over 2027 zit ook een bedrag voor ‘Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE)’ van € 340k. Het is wenselijk om deze post te als uitgavenbudget te reserveren. Een nadere toelichting op de effecten van de mei-circulaire wordt u separaat toegezonden. Theoretische dekkingsmaatregelen voor de tekorten vanaf 2027 zijn: •
het verminderen van de lasten door: o te bezuinigen op specifieke beleidsterreinen; o te stoppen met uitvoeren bepaalde taken; en/of o subsidieverlening te stoppen of te verlagen.
•
het vergroten van de baten door: o de belastingen te verhogen (bovenop de trendmatige verhoging); o maximaal 10% van de Vrij Besteedbare Reserve (VBR) in te zetten; en/of o het invoeren van nieuwe belastingen (zoals reclame- en precariobelasting).
10
Kadernota 2027
6. Bijlage 1: Taakvelden per programma Met behulp van een vaste set van verplichte taakvelden kan het Rijk en het CBS gemeenten onderling met elkaar vergelijken. De taakvelden zijn wettelijk voorgeschreven, de programma-indeling niet. Elke gemeente rekent de wettelijke taakvelden toe aan de eigen gemeentelijke programma's. Voor 2027 gelden op dit moment de volgende wettelijke taakvelden (verdeeld naar de programma's voor Mook en Middelaar): PROGRAMMA'S: Programma Sociale leefomgeving 0.2 Burgerzaken; 1.1 Crisisbeheersing en brandweer; 1.2 Openbare orde en veiligheid; 4.1 Openbaar basisonderwijs (n.v.t.); 4.2 Onderwijshuisvesting; 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken; 5.1 Sportbeleid en activering; 5.6 Media; 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie; en 7.1 Volksgezondheid.
Programma Sociaal domein 6.21 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Wmo; 6.22 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd; 6.23 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Integraal; 6.3 Inkomensregelingen; 6.4 WSW en beschut werk; 6.5 Arbeidsparticipatie; 6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo); 6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo); 6.712 Begeleiding (Wmo); 6.713 Dagbesteding (Wmo); 6.714 Overige maatwerkarrangementen (Wmo); 6.751 Jeugdhulp ambulant lokaal; 6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal; 6.753 Jeugdhulp ambulant landelijk; 6.761 Jeugdhulp met verblijf lokaal; 6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal; 6.763 Jeugdhulp met verblijf landelijk; 6.791 PGB Wmo; 6.792 PGB Jeugd; 6.811 Beschermd wonen (Wmo); 6.812 Maatschappelijke en vrouwenopvang (Wmo); 6.821 Jeugdbescherming; 6.822 Jeugdreclassering; 6.91 Coördinatie en beleid Wmo; en 6.92 Coördinatie en beleid Jeugd. Programma Fysieke leefomgeving 0.3 Beheer overige gebouwen en gronden; 0.63 Parkeerbelasting (n.v.t.); 2.1 Verkeer en vervoer; 2.2 Parkeren; 2.4 Economische havens en waterwegen; 2.5 Openbaar vervoer; 3.1 Economische ontwikkeling; 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur;
11
3.3 5.2 5.7 7.2 7.5 8.1 8.2 8.3
Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen; Sportaccommodaties; Openbaar groen en (openlucht) recreatie (deel openbaar groen) Riolering; Begraafplaatsen en crematoria; Ruimte en leefomgeving; Grondexploitatie (niet-bedrijven terreinen) (n.v.t.); en Wonen en bouwen.
Programma Toerisme, natuur en duurzaamheid 2) 2.3 Recreatieve havens; 3.4 Economische promotie; 5.3 Cultuurpresentatie, -productie en -participatie; 5.4 Musea; 5.5 Cultureel erfgoed; 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie (deel recreatie) 7.3 Afval; en 7.4 Milieubeheer. Programma Bestuur en organisatie 0.1 Bestuur; en 0.8 Overige baten en lasten (excl. deel onvoorzien). ADMO: Algemene dekkingsmiddelen 0.5 Treasury; 0.61 Ozb woningen; 0.62 Ozb niet-woningen; 0.64 Belastingen overig; en 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds. Overhead 0.4 Overhead. Vennootschapsbelasting 0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb). Onvoorzien 0.8 Overige baten en lasten (alleen deel onvoorzien). MUTATIES RESERVES: Mutaties reserves alle programma's 0.10 Mutaties reserves. Mutaties in reserves worden zo veel mogelijk functioneel verdeeld over alle programma’s, zodat per programma de mutaties in de reserves bekend zijn. Voor de Uitvoeringsinformatie voor derden (IV3 / wettelijke taakvelden) worden deze mutaties ondergebracht in taakveld 0.10. Wijziging taakvelden BZK, VWS en VNG onderzoeken gezamenlijk met gemeenten de gewenste Iv3-indeling en uitvoerbaarheid van die indeling. Het doel is om de definitieve wijzigingen voor 2028 eind 2026 dan wel begin 2027 te communiceren, zodat dit tijdig beschikbaar is voor het opstellen van de gemeentelijke begrotingen 2028.
2) Dit betreft nog de huidige programmanaam.
12
Colofon Bezoekadres: Gemeentehuis Raadhuisplein 6 6585 AP MOOK Correspondentieadres: Gemeente Mook en Middelaar Postbus 200 6585 ZK MOOK internet : www.mookenmiddelaar.nl e-mail : gemeente@mookenmiddelaar.nl telefoon : (024) 696 9111 Oplage Papier : Alleen op verzoek voor raads-, commissie- en bestuursleden Digitaal : gemeentelijke website Afbeeldingen voorzijde Visuals programma’s Mook en Middelaar