CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Kadernota 2026 (versie raad 2025-07-03)__264075__

Raadsvergadering 3 juli 2025, gemeente Mook en MiddelaarBij agendapunt: Raadsvoorstel Kadernota 20263.291 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

KADERNOTA 2026 kaderstelling voor programmabegroting Koers houden in een veranderend landschap

Versie raad 3 juli 2025

Gemeente Mook en Middelaar

KADERNOTA 2026 t.b.v. programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029

2

Kadernota 2026

Inhoudsopgave 1. Inleiding en plaats in p&c-cyclus ............................................................................................ 4 2. Beleidsmatige en financiële uitgangspunten ......................................................................... 4 3. Ontwikkelingen met impact op 2026 en verder ...................................................................... 6 4. Voorlopige begrotingssaldi en dekkingsplan ........................................................................ 9 Bijlage 1: Taakvelden per programma ...................................................................................... 11

3

1. Inleiding en plaats in p&c-cyclus De Kadernota 2026 is een kaderstellend document en geeft de raad de mogelijkheid om vroegtijdig kaders/uitgangspunten mee te geven ten behoeve van de Programmabegroting 2026. De Kadernota 2026 vormt het startpunt van de planning- en controlcyclus van het begrotingsjaar 2026. In deze nota worden op hoofdlijnen de beleidsmatige en financiële uitgangspunten uiteengezet die richtinggevend zijn voor de opstelling van de Programmabegroting 2026, inclusief de meerjarenraming 2027-2029. Daarnaast zijn diverse ontwikkelingen weergegeven die van belang zijn en/of een financieel effect hebben voor 2026 en verdere jaren. Onderstaande tabel laat de planning van de p&c-documenten zien:

P&C-cyclus:

Kadernota >

Programmabegroting >

Zomerrapportage >

Eindejaarsrapportage >

Jaarstukken

2025

4 juli 2024

7 nov. 2024

3 juli 2025

11 dec. 2025

juni 2026

2026

3 juli 2025

6 nov. 2025

juli 2026

dec. 2026

juni 2027

2. Beleidsmatige en financiële uitgangspunten 2.1. Beleidsmatige kaders Het uitgangspunt voor het beleid in 2026 blijft het coalitieakkoord en het bijbehorende Beleidsprogramma 22-26 'Samen bouwen aan Mook en Middelaar'. We blijven vasthouden aan de strategische keuzes die gemaakt zijn in deze documenten en anticiperen in de tussentijd op maatschappelijke veranderingen, kansen en risico’s. Verder voldoen we aan landelijke en provinciale wet- en regelgeving. Daarnaast voldoen we aan onze eigen regelgeving (divers verordeningen). De raad stelt aan het begin van een raadsperiode de programma's vast. Voor de raadsperiode 20222026 gelden de volgende vijf programma's: • Sociale leefomgeving; • Sociaal domein; • Fysieke leefomgeving; • Toerisme, natuur en duurzaamheid; en • Bestuur en organisatie. Naast de zelfgekozen programma's zijn er elf voorgeschreven paragrafen die worden opgenomen in de Programmabegroting 2026. In maart 2026 zijn de landelijke gemeenteraadsverkiezingen. De nieuwe raad zal in 2026 nieuwe beleidsprioriteiten meegeven voor de programmabegroting van 2027 en verder.

4

Kadernota 2026

2.2. Algemene financiële uitgangspunten Voor de Programmabegroting 2026 gelden de volgende algemene uitgangspunten: • • • • • •

De begroting voor 2026 is sluitend en gebaseerd op realistische aannames; De meerjarenraming wordt opgesteld op basis van de mutaties in de Zomerrapportage 2025, voor zover deze structureel doorwerken naar 2026 en verder; (Nagekomen) mutaties tussen het moment van de Zomerrapportage 2025 en de Programmabegroting 2026, worden afzonderlijk vermeld in de Programmabegroting 2026; Alleen de raad mag besluiten over toevoegingen en onttrekkingen aan reserves; Stelposten (voor bezuinigingen) zijn niet toegestaan (bezuinigingen moeten concreet aangegeven worden). Niet gebruikte kredieten waarvoor geen plannen bestaan, worden afgeraamd.

2.3. Uitgangspunten voor lasten Voor de lasten in de Programmabegroting 2026 gelden de volgende uitgangspunten: •

• •

• • •

Volgens vigerend beleid standaard 0% indexatie, tenzij... Voorbeelden van 'tenzij' zijn contractuele of regionale afspraken, uitbestedingen voor onderhoud wegen en groen, begrotingen van verbonden partijen, lasten gerelateerd aan specifieke uitkeringen van het rijk en reële uitzettingen van de lasten op basis van realisaties in voorgaande jaren; De loonsom (op basis van werkelijke schaal) wordt geraamd op basis van de CAO 2025. Dit betekent voor 2026 een stijging van 1,5% ten opzichte van 2025 en vanaf 2027 een stijging van 1,6%; Afschrijvingskosten worden structureel geraamd in de begroting (waarbij investeringsbijdragen van derden in mindering gebracht op de investering, zodat over een lager bedrag wordt afgeschreven). Daar waar mogelijk wordt de onttrekking uit de bestemmingsreserve 'dekking kapitaallasten' afgebouwd; Subsidies worden geraamd volgens het meest recente subsidieplan; De dotaties aan de onderhoudsvoorzieningen volgen de beheerplannen; De post 'onvoorzien' bedraagt € 20k (conform art. 4 Financiële verordening).

2.4. Uitgangspunten voor baten Voor de baten in de Programmabegroting 2026 gelden de volgende uitgangspunten: • • • • • • •

De effecten van de meicirculaire 2025 worden verwerkt in de Programmabegroting 2026; De effecten van de septembercirculaire 2025 worden, indien mogelijk, verwerkt in de Programmabegroting 2026; De algemene inflatiecorrectie voor belastingopbrengsten bedraagt 2,53% (op basis van 25% prijsen 75% loonontwikkeling zoals vermeld in de meicirculaire 2025); De riool- en reinigingsheffingen en leges zijn maximaal 100% kostendekkend; Dividendopbrengsten worden geraamd naar laatst bekende realisatie; Er wordt geen stelpost opgenomen voor de ruimte onder het plafond van het btw-compensatiefonds; Incidentele baten kunnen ter dekking dienen van incidentele lasten.

5

3. Ontwikkelingen met impact op 2026 en verder Wijziging systematiek Gemeentefonds Vanaf 2026 wordt het accres (de jaarlijkse ontwikkeling van het gemeentefonds) niet langer bepaald op basis van de rijksuitgaven (oude systematiek: 'samen trap op, samen trap af'), maar op basis van de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product (BBP). Dit maakt de algemene uitkering voorspelbaarder. De volumeontwikkeling van het gemeentefonds wordt gebaseerd op het achtjarig historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het BBP, waardoor het fonds minder schommelt. Naar verwachting nivelleert de nieuwe systematiek de incidentele voordelen die we nu vaak op het einde van het jaar ontvangen. De prijsontwikkeling volgt de prijs van het BBP van het lopende jaar, waardoor het gemeentefonds reëel ‘op niveau’ blijft. Aan de andere kant kan dit leiden tot een grotere afhankelijkheid van economische groei. Een aandachtspunt hierbij is dat rekening gehouden moet worden met een mogelijk gematigde groei van de algemene uitkering in perioden van economische stagnatie, ondanks een stijgende behoefte aan gemeentelijke voorzieningen. Een maatregel hiertegen kan zijn om een bepaald percentage van de omvang van de algemene uitkering op te nemen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Openbare bibliotheek Vanaf 2026 (of later, gezien de recente landelijke politieke ontwikkelingen) zal een wettelijke zorgplicht voor gemeenten worden ingevoerd ten aanzien van de openbare bibliotheek. Dit betekent dat elke gemeente tenminste één bibliotheekvestiging moet hebben. Voor het uitvoeren van deze taak zullen gemeenten een structurele bijdrage via het gemeentefonds ontvangen. De omvang hiervan is nog niet bekend. Vooruitlopend hierop ontvangen de gemeenten een decentralisatie-uitkering, om zich op de periode van de zorgplicht te kunnen voorbereiden. Uitvoeringsbudgetten Voor 2026 en 2027 ramen wij uitvoeringsbudgetten voor voorziene ontwikkelingen. U kunt hierbij onder andere denken aan het incidenteel op peil brengen van de onderhoudsvoorzieningen (zoals aangegeven door de accountant), het kunnen kunnen inhuren van expertise voor strategisch beleid/strategische visie en aan maatregelen voor een weerbare gemeente voor wat betreft veiligheid (in het kader van het tegengaan van ondermijning). De exacte invulling van deze incidentele uitvoeringsbudgetten vindt plaats bij de Programmabegroting 2026. In de komende maanden wordt bekeken waar de middelen het meest nodig zijn. Voorgenomen nieuwe CAO-gemeenten 2025-2027 Voor gemeenten is er in april 2025 een onderhandelaarsakkoord bereikt over een nieuwe cao voor de periode 2025 tot en met 2027.

Dit akkoord is nog niet definitief; eerst moeten de vakbonden en werkgeversorganisaties hun leden hierover raadplegen. De uitkomst van deze raadpleging wordt medio 2025 verwacht. In het akkoord staat onder meer dat de salarissen in 2025 en 2026 met ongeveer 6% stijgen. In de Programmabegroting 2025 is al rekening gehouden met een stijging van 4,5%. Voor 2026 betekent dit een resterende stijging van 1,5% (ruim € 100k). Daarnaast is er in het akkoord afgesproken dat per 1 januari 2027 de lonen nogmaals stijgen met 1,6% (wederom ruim € 100k, dus cumulatief ruim € 200k). Met deze hogere personeelskosten wordt rekening gehouden in de nagekomen ontwikkelingen (zie hoofdstuk 4 Voorlopige begrotingssaldi). Zodra het akkoord definitief is vastgesteld, worden de financiële gevolgen ook definitief doorgerekend en daar waar nodig bijgesteld. Onderwijshuisvesting/maatschappelijk vastgoed In de raadsvergadering van 12 juni 2025 is het integraal huisvestingsplan Onderwijs (IHP) behandeld. Het IHP is een langetermijnvisie die inzicht geeft in de opgave wat betreft onderwijshuisvesting op zowel korte als lange termijn. Het gaat hierbij om verbouw en/of nieuwbouw, uitbreiding en renovatie van schoolgebouwen om aan de onderwijsbehoeften te blijven voldoen. Het IHP zal samen met de nog te ontwikkelen visie op maatschappelijk vastgoed als leidraad fungeren bij het maken van strategische keuzen.

Verdere uitwerking ten behoeve van de uitvoering van het IHP zal volgen nadat ook de visie op maatschappelijk vastgoed is vastgesteld. Duidelijk is inmiddels wel dat de benodigde investeringen vele malen groter zullen zijn dan het huidige beschikbare krediet.

6

Kadernota 2026 Omvorming Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) tot volwaardige omgevingsdienst Met ingang van april 2026 wordt de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Limburg-Noord getransformeerd tot een volwaardige omgevingsdienst. Deze ontwikkeling vloeit voort uit landelijke afspraken naar aanleiding van het rapport 'Samen werken aan kwaliteit – versterking VTH-stelsel'. De omvorming betekent een uitbreiding van taken, professionalisering van de organisatie en scherpere kwaliteitsnormen. Gemeenten worden geacht om een evenredige bijdrage te leveren aan de opbouw van deze dienst. De financiële consequenties voor Mook en Middelaar zijn nog niet volledig bekend, maar een toename van structurele lasten oplopend van € 70k in 2026 naar €115k in 2029 is op dit moment een scenario waar we rekening mee houden. Verkiezingen/aantal wethouders In maart 2026 vinden de gemeenteraadsverkiezingen plaats. Het aantal wethouders dat na de verkiezingen kan worden benoemd, is wettelijk afhankelijk van het aantal raadsleden en de keuze van de raad voor wel of geen deeltijdwethouderschap. Het aantal kan variëren tussen de twee en drie wethouders. De huidige bezetting bedraagt drie wethouders (3x 0,8 fte). Fulltime (standaard) Het aantal wethouders bedraagt ten hoogste 20% van het aantal raadsleden met een minimum van twee wethouders. Mook en Middelaar heeft 13 raadsleden.

Dit betekent 20% van 13 is ten hoogste 2,6 personen. Dit wordt rekenkundig afgerond naar ten hoogste drie wethouders. Parttime (keuze raad) Het aantal wethouders bedraagt ten hoogste 25% van het aantal raadsleden, met dien verstande dat het niet meer kan zijn van 110% van een fulltime tijdsbesteding. Dit betekent 25% van 13 = 3,25 personen met een maximum van 110% van drie (fulltime) = 3,3 personen. Dit wordt rekenkundig afgerond naar ten hoogste drie wethouders. De nieuwe raad stelt bij de benoeming van de wethouders de tijdsbestedingsnorm van elke wethouder vast. Wij stellen hen met deze wijziging in de gelegenheid een keuze te maken uit alle denkbare opties. Bij een fulltime tijdsbesteding zijn de meerkosten zo’n € 100k (€ 50k voor het eerste jaar). Sociaal Domein De kosten voor Wmo en Jeugd worden gebaseerd op regionale cijfers. Ondanks dat de prognoses jaarlijks steeds beter worden, voorzien wij, op basis van ramingen en realisaties in voorgaande jaren en inschattingen voor de komende jaren, een onderuitputting op deze budgetten. Dit betreft met name de afname van jeugdhulp met verblijf zowel regionaal als landelijk. Deze onderuitputting kan meegenomen worden in de nagekomen ontwikkelingen (zie hoofdstuk 4 Voorlopige begrotingssaldi).

Na-ijl effect invoering Omgevingswet Hoewel de Omgevingswet formeel is ingegaan op 1 januari 2024, is in 2026 sprake van een na-ijl effect dat financiële en organisatorische gevolgen heeft: • Afronding en borging van digitale processen (zoals het Digitaal Stelsel Omgevingswet); • Interne doorontwikkeling van werkprocessen; • Opstellen van aanvullende uitvoeringsnota’s en beleidsregels op basis van de omgevingsvisie. Demografische ontwikkelingen en woningbouwdruk De prognoses van de Provincie Limburg tonen aan dat Mook en Middelaar te maken krijgt met toenemende woningvraag, met name vanuit senioren en jonge gezinnen. Tegelijkertijd daalt het aantal jongeren. Deze demografische druk vraagt om een evenwichtige woningvoorraad, meer levensloopbestendige woningen en een aangepaste sociale infrastructuur. Dit is van belang voor het opstellen van de woonvisie en het sociale beleid. Ook kan aandacht besteed worden aan ruimte-reservering voor zorg en mobiliteit. Regionale samenwerking en cofinancieringsdruk Mook en Middelaar neemt deel aan verschillende regionale trajecten zoals de Regio Deal NoordLimburg en de regiodeal Arnhem-Nijmegen. Deze regiodeals bieden kansen en impulsen, maar vereisen daarnaast geregeld financiële cofinanciering (in het geval een subsidie voor uitvoering wordt verkregen). Het risico bestaat dat dit leidt tot structurele budgetdruk.

7

Voor 2026 is het van belang om duidelijke kaders te stellen ten aanzien van deelname aan projecten en vooraf financiële ruimte en beleidsdoelen vast te stellen. Nadere uitwerking bezuinigingsopties In het kader van de (vorige) Programmabegroting 2025 zijn diverse bezuinigingsopties verkend, gericht op een structurele verlaging van de gemeentelijke uitgaven. Voor een aantal daarvan is destijds aangegeven dat er nadere uitwerking noodzakelijk was of dat een latere besluitvorming gewenst was. Gezien het gewijzigd financieel gesternte voor de aankomende jaren, is besloten die nadere uitwerking op dit moment op te schorten. Vanzelfsprekend blijven de maatregelen wel op ons netvlies voor het geval op een later moment alsnog noodzaak is tot uitwerking van nadere besparingsopties. Risico’s In de Programmabegroting 2026 wordt een paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing opgenomen. Hierbij worden alle risico’s opnieuw beoordeeld op financiële impact en de kans dat een risico zich kan voordoen. Daar waar nodig vervallen risico’s of worden nieuwe risico’s toegevoegd.

8

Kadernota 2026

4. Voorlopige begrotingssaldi en dekkingsplan De voorlopige begrotingssaldi op basis van de Zomerrapportage zijn als volgt: Bedragen x € 1000 Begrotingssaldo

2026

2027

2028

2029

Primitieve begroting 2025 (meerjarenraming)

1.897 N

1.944 N

1.770 N

1.770 N

Dekkingsplan begroting 2025

-1.048 V

-1.051 V

-1.054 V

-1.054 V

849 N

893 N

717 N

717 N

Saldo ontwerp Programmabegroting 1e Begrotingswijziging

-21 V

68 N

79 N

72 N

Vastgestelde Programmabegroting 2025 (MJR: v.k.a.)

828 N

962 N

796 N

789 N

0N

0N

0N

0N

Huidig saldo

828 N

962 N

796 N

789 N

Mutaties Zomerrapportage 2025 (STR doorwerking)

-324 V

-574 V

8N

55 N

Voorlopig begrotingssaldo na Zomerrapportage

504 N

387 N

804 N

844 N

Nagekomen wijzigingen (t/m mei 2025)

Hierbij is rekening gehouden dat diverse mutaties, die in de Zomerrapportage voor 2025 zijn vermeld, ook structureel doorwerken naar 2026 en verdere jaren (zie hiervoor bijlage 1 in de Zomerrapportage 2025). Tussen het moment van de Zomerrapportage en de Programmabegroting 2026 voorzien wij nog diverse (nagekomen) mutaties die gelden vanaf 2026. Deze mutaties zijn deels nader toegelicht in hoofdstuk 3. In onderstaande tabel zijn deze mutaties weergegeven: Bedragen x € 1000 Begrotingssaldo

2026

2027

2028

2029

Voorlopig saldo na Zomerrapportage 2025 Effecten meicirculaire (netto, incl. INC middelen jeugd 2627 en taakmutaties) Effecten septembercirculaire 2025

504 N

387 N

804 N

844 N

-1.002 V

-1.006 V

-679 V

-788 V

p.m. V

p.m. V

p.m. V

p.m. V

350 N

350 N

0N

0N

Uitvoeringsbudgetten Effecten CAO-besluit

110 N

228 N

228 N

228 N

Afschrijvingskosten n.a.v. IHP

p.m. N

p.m. N

p.m. N

p.m. N

RUD (nieuwe organisatie omgevingsdienst)

70 N

100 N

110 N

115 N

Fulltime wethouders

50 N

100 N

100 N

100 N

Bijstelling budgetten SD

-80 V

-80 V

-80 V

-80 V

Trendmatige verhoging ozb (2,53%)

-59 V

-59 V

-59 V

-59 V

Extra verhoging ozb 2% in 2026 n.a.v. amendement B2025

-49 V

-49 V

-49 V

-49 V

Trendmatige verhoging overige belastingen (nog bepalen)

p.m. V

p.m. V

p.m. V

p.m. V

Voorlopig begrotingssaldo voor dekkingsplan

105 V

27 V

377 N

313 N

De positieve saldi voor 2026 en 2027 zijn het gevolg van de gunstige structurele doorwerking van de Zomerrapportage 2025 en de financiële effecten van de meicirculaire 2025. Voor wat betreft de Zomerrapportage 2025 komt dit met name door te verwachten extra legesopbrengsten omgevingsvergunningen (€ 200k en € 400k voor respectievelijk 2026 en 2027). Voor wat betreft de meicirculaire 2025 komt dit door een hogere uitkering uit het gemeentefonds. Deze hogere inkomsten op basis van de meicirculaire 2025 van het rijk vallen hoger uit dan eerder geraamd op basis van de septembercirculaire 2024. Dit komt onder andere door: - een hoger accres (jaarlijkse groei van het gemeentefonds), als gevolg van de ontwikkeling van lonen en prijzen in de economie; - extra middelen voor 2026 en 2027 als tijdelijke compensatie voor de jeugdzorg (ruim € 300k); - meer integratie- en decentralisatie-uitkeringen, zoals invoerings-/uitvoeringskosten omgevingswet (€ 68k).

9

Hierdoor verschuift het verwachte ‘ravijnjaar’ van 2026 naar 2028. Mogelijke dekkingsmaatregelen voor de tekorten vanaf 2028 zijn: • Extra verhoging ozb (bovenop de trendmatige verhoging); • Inzet maximaal 10% van de Vrij Besteedbare Reserve (VBR); en • Bezuiniging op specifieke beleidsterreinen. De VNG heeft middels de ledenbrief van 20 mei een aangepast begrotingsadvies gegeven. Dit advies houdt op hoofdlijnen in om, als dat mogelijk is, in ieder geval de boekjaren 2026 en 2027 sluitend te maken, waarbij transparant de effecten van kortingen worden vermeld. Al dan niet met toepassing van de mogelijkheid om een deel van de vrije reserves in te zetten. Het college neemt dit advies over en verwacht de begrotingsjaren 2026 en 2027 sluitend te krijgen (zonder de inzet van de VBR).

10

Kadernota 2026

Bijlage 1: Taakvelden per programma Met behulp van een vaste set van verplichte taakvelden kan het Rijk en het CBS gemeenten onderling met elkaar vergelijken. De taakvelden zijn wettelijk voorgeschreven, de programma-indeling niet. Elke gemeenten rekent de wettelijke taakvelden toe aan de eigen gemeentelijke programma's. Vanaf 2025 (en dus waarschijnlijk ook voor 2026) gelden de volgende wettelijke taakvelden (verdeeld naar de programma's voor Mook en Middelaar): PROGRAMMA'S: Programma Sociale leefomgeving 0.2 Burgerzaken; 1.1 Crisisbeheersing en brandweer; 1.2 Openbare orde en veiligheid; 4.1 Openbaar basisonderwijs (n.v.t.); 4.2 Onderwijshuisvesting; 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken; 5.1 Sportbeleid en activering; 5.6 Media; 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie; 7.1 Volksgezondheid.

Programma Sociaal domein 6.21 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Wmo; 6.22 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd; 6.23 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Integraal; 6.3 Inkomensregelingen; 6.4 WSW en beschut werk; 6.5 Arbeidsparticipatie; 6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo); 6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo); 6.712 Begeleiding (Wmo); 6.713 Dagbesteding (Wmo); 6.714 Overige maatwerkarrangementen (Wmo); 6.751 Jeugdhulp ambulant lokaal; 6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal; 6.753 Jeugdhulp ambulant landelijk; 6.761 Jeugdhulp met verblijf lokaal; 6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal; 6.763 Jeugdhulp met verblijf landelijk; 6.791 PGB Wmo; 6.792 PGB Jeugd; 6.811 Beschermd wonen (Wmo); 6.812 Maatschappelijke en vrouwenopvang (Wmo); 6.821 Jeugdbescherming; 6.822 Jeugdreclassering; 6.91 Coördinatie en beleid Wmo; 6.92 Coördinatie en beleid Jeugd. Programma Fysieke leefomgeving 0.3 Beheer overige gebouwen en gronden; 0.63 Parkeerbelasting (n.v.t.); 2.1 Verkeer en vervoer; 2.2 Parkeren; 2.4 Economische havens en waterwegen; 2.5 Openbaar vervoer; 3.1 Economische ontwikkeling; 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur; 3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen; 5.2 Sportaccommodaties;

11

5.7 7.2 7.5 8.1 8.2 8.3

Openbaar groen en (openlucht) recreatie; (onderdeel openbaar groen); Riolering; Begraafplaatsen en crematoria; Ruimte en leefomgeving; Grondexploitatie (niet-bedrijven terreinen) (n.v.t.); Wonen en bouwen.

Programma Toerisme, natuur en duurzaamheid 2.3 Recreatieve havens; 3.4 Economische promotie; 5.3 Cultuurpresentatie, -productie en -participatie; 5.4 Musea; 5.5 Cultureel erfgoed; 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie (onderdeel (openlucht) recreatie); 7.3 Afval; 7.4 Milieubeheer. Programma Bestuur en organisatie 0.1 Bestuur; 0.8 Overige baten en lasten (excl. deel onvoorzien). ADMO: Algemene dekkingsmiddelen 0.5 Treasury; 0.61 Ozb woningen; 0.62 Ozb niet-woningen; 0.64 Belastingen overig; 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds. Overhead 0.4 Overhead. Vennootschapsbelasting 0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb). Onvoorzien 0.8 Overige baten en lasten (alleen deel onvoorzien). MUTATIES RESERVES: Mutaties reserves alle programma's 0.10 Mutaties reserves. Mutaties in reserves worden zo veel mogelijk functioneel verdeeld over alle programma’s, zodat per programma de mutaties in de reserves bekend zijn. Voor de Uitvoeringsinformatie voor derden (IV3 / wettelijke taakvelden) worden deze mutaties ondergebracht in taakveld 0.10.

12

Kadernota 2026

Colofon Bezoekadres: Gemeentehuis Raadhuisplein 6 6585 AP MOOK Correspondentieadres: Gemeente Mook en Middelaar Postbus 200 6585 ZK MOOK Contact: internet www.mookenmiddelaar.nl e-mail gemeente@mookenmiddelaar.nl telefoon (024) 696 9111 Oplage: Papier geen Digitaal bestuur en gemeentelijke website Foto voorzijde Vijf genomineerde foto’s voor fotowedstrijd 2025

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=69440fd2-dc9c-4d04-b9dc-00f2c0f16f04