Beleidsplan Financiële zelfredzaamheid Schuldhulpverlening en Minima 2025-2028 DEF 1.0__254022__
Tekst van het document
Beleidsplan Financiële zelfredzaamheid, Schuldhulpverlening en Minima 2025-2028
Postbus 200, 6585 ZK Raadhuisplein 6, Mook Tel. (024) 696 91 11 gemeente@mookenmiddelaar.nl www.mookenmiddelaar.nl
Inhoud Hoofdstuk 1: Inleiding ..............................................................................................................................3 1.
Aanleiding ....................................................................................................................................3
2.
Ontwikkelingen Participatie en preventie .....................................................................................3
3.
Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ......................................................................................4
Hoofdstuk 2: Achtergrond en ontwikkelingen ..........................................................................................5 1.
Landelijk beeld .............................................................................................................................5
2.
Cijfers Financiële Zelfredzaamheid & Schuldhulpverlening gemeente Mook en Middelaar ........5 2.1.
Huishoudens met geregistreerde problematische schulden ................................................5
2.2.
Schuldhulpverlening Verdergroep .......................................................................................6
2.3.
Vroegsignalering ..................................................................................................................7
2.4.
Resultaten uitvoering inwoners met een minimuminkomen beleid 2020 tot medio 2024 ....8
3.
Subsidie resultaten ......................................................................................................................9
4.
Bereik doelgroep........................................................................................................................10
5.
Conclusie ...................................................................................................................................10
Hoofdstuk 3: Financiële Zelfredzaamheid & Schuldhulpverlening ........................................................11 1.
Inleiding .....................................................................................................................................11
2.
Wat willen we bereiken? ............................................................................................................11
3.
Huidige situatie ..........................................................................................................................11
4.
3.1.
Schuldhulpverlening ..........................................................................................................11
3.2.
Gezinnen met inwonende minderjarige kinderen ..............................................................12
3.3.
Vroegsignalering ................................................................................................................12
3.4.
Samenwerking ...................................................................................................................13
3.4.1.
Stichting Schuldhulpbuddy (SSHB-support & formulierenbrigade)................................13
3.4.2.
Humanitas ......................................................................................................................13
3.5.
Nazorg ...............................................................................................................................13
De toekomst (Waar willen we naar toe) .....................................................................................13 4.1.
Persoonlijk contact maken met de inwoner .......................................................................13
4.2.
Data verzamelen en de werking van de Vroegsignalering evalueren................................14
Hoofdstuk 4: Minimabeleid ....................................................................................................................16 1.
Samenwerkende partners..........................................................................................................16 1.1.
Stichting Leergeld de Stuwwal...........................................................................................16
1.2.
Voedselbank ......................................................................................................................16
2.
Communicatie en voorlichting....................................................................................................17
3.
Huidige situatie ..........................................................................................................................17
4.
3.1.
Inkomensgrens ..................................................................................................................17
3.2.
Collectieve Ziektekostenverzekering Minima (CZM) .........................................................17
3.3.
Kindpakket .........................................................................................................................18
3.4.
‘Doe-mee regeling’.............................................................................................................18
3.5.
Individuele inkomenstoeslag..............................................................................................18
Toekomst ...................................................................................................................................18
1
Hoofdstuk 5: Toekomst Financiële Zelfredzaamheid & Schuldhulpverlening en Inwoners met een minimuminkomen beleid 2025 – 2028 ...................................................................................................19 1.
2.
3.
Financiële Zelfredzaamheid & Schuldhulpverlening ..................................................................19 1.1.
Geldfit ................................................................................................................................19
1.2.
Waarborgfonds Saneringskredieten ..................................................................................19
1.3.
Uitbreiding vroegsignalering ..............................................................................................20
Inwoners met een minimuminkomen .........................................................................................21 2.1.
Uitbreiding subsidie Stichting Leergeld..............................................................................21
2.2.
Kledingbank Nijmegen .......................................................................................................21
Conclusie ...................................................................................................................................21
Hoofdstuk 6: Financiën ..........................................................................................................................23 Bijlage 1: Folder Inwoners met een minimuminkomen beleid ...............................................................24
2
Hoofdstuk 1: Inleiding Voor u ligt het integrale Beleidsplan Financiële Zelfredzaamheid & Schuldhulpverlening en minima beleid 2025-2028. Dit beleidsplan is de opvolger van het beleidsplan ‘Financiële Zelfredzaamheid & Schuldhulpverlening 2019-2022’ én de ‘Nota Minimabeleid 2023-2024’. De focus van het beleidsplan ligt op preventie, (financiële) rust en mee kunnen doen. Hierdoor past het nieuwe integrale beleidsplan beter bij de huidige realiteit en ontwikkelingen die er spelen. Beide gebieden treffen veelal dezelfde doelgroep. Hierdoor is het prettig als er gewerkt wordt via een integrale benadering naar aanleiding van een (aan)vraag van een inwoner. De integrale benadering houdt in dat de medewerker bij een vraag niet enkel daarnaar kijkt, maar ook andere leefgebieden beoordeelt. Dit is belangrijk omdat uit de praktijk blijkt dat problemen bij een persoon of een gezin ook hun weerslag kunnen hebben op de financiële huishouding en zelfredzaamheid. Omgekeerd leiden financiële problemen vaak tot andere problemen, bijv. van relationele aard of psychische problemen. Daarom is het van groot belang dat bij iedere hulpvraag alle leefgebieden integraal beoordeeld worden, om zo de precieze aard en oorzaak te bepalen en te zoeken naar de best passende oplossingen. Binnen deze beleidsterreinen is er sprake van een aanzienlijke afhankelijkheidsrelatie van de inwoner tot de gemeente.
Daarbij is het van belang om goed voor ogen te houden wat de doelen van de gemeente daarbij zijn en wat de behoefte van de inwoner daarbij is. Hierbij achten wij het van belang dat er geen 100% afhankelijkheidsrelatie ontstaat en dat de inwoner de zelfredzaamheid niet volledig uit handen wordt genomen. Bij het tot ontwikkeling brengen van dit beleidsplan is input gevraagd aan diverse betrokken partijen. Dit betreft organisaties die inwoners of huishoudens met een minimuminkomen ondersteunen zoals Stichting Leergeld, de Adviesraad Sociaal Domein (ASD), Consulenten Werk en Inkomen van de gemeente Mook en Middelaar en bestuurders van deze gemeente. Aan hen zijn onder andere de volgende vragen gesteld: • Wat is de huidige situatie op het gebied van Financiële Zelfredzaamheid & Schuldhulpverlening en Inwoners met een minimuminkomen , en wat gaat daarin goed? • Wat kan beter? • Wat missen we nog op dit gebied? • Waar willen we in de toekomst naar toe? 1. Aanleiding Er hebben zich de afgelopen jaren veel ontwikkelingen voorgedaan in onze maatschappij. In 2020 brak de coronacrisis uit die we pas enkele jaren later, begin 2022, grotendeels achter ons hebben kunnen laten. Maatschappelijk gezien waren we hiervan nog aan het bijkomen toen de energieprijzen begonnen te stijgen en dit een inflatie veroorzaakte waarbij in één jaar tijd een gemiddeld koopkrachtverlies van 10% ontstond.
Beide ontwikkelingen hebben veel gevolgen gehad voor de omvang, samenstelling en situatie van de doelgroep ‘financieel kwetsbare huishoudens’. Tegen deze achtergrond, en met het oog op het feit dat het beleidsplan schuldhulpverlening dateert uit 2019, is de noodzaak duidelijk om ons beleid ten aanzien van financieel kwetsbare huishoudens in onze gemeente te heroverwegen. Daarnaast stelt Artikel 2 Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (hierna Wgs) dat gemeenten telkens voor een periode van vier jaar een beleidsplan dienen vast te stellen. Tot dusver hebben we de raad steeds afzonderlijke beleidsvoorstellen voorgelegd ter bestrijding van armoede enerzijds en schuldhulpverlening anderzijds. De aanpak van armoede en schulden heeft echter veel raakvlakken. Daarnaast is er een overlap in de doelgroep en kan de inzet vanuit deze terreinen in elkaars verlengde liggen en elkaar versterken. Vanwege bovenstaande reden én de vraag vanuit de raad om één integraal beleidsplan hebben we ervoor gekozen om het beleid met betrekking tot de Financiële Zelfredzaamheid & Schuldhulpverlening en Inwoners met een minimuminkomen vast te leggen in één beleidsplan. 2. Ontwikkelingen Participatie en preventie Op dit moment zien we in het sociale domein vooral een ontwikkeling die gericht is op ‘Meedoen en preventie’.
Bij het opstellen van dit beleidsplan hebben wij gebruik gemaakt van de uitkomsten van landelijk en lokaal onderzoek. Recent is er een onderzoek uitgevoerd door de Nationale Ombudsman
3
naar de vroegsignalering van schulden. De conclusie en de oproep van de ombudsman aan de gemeenten zijn: Inwoners met geldproblemen vragen vaak niet zelf óf pas in een laat stadium om hulp, terwijl wij als gemeenten tools hebben om deze inwoners te helpen. Vroegsignalering is hierbij een succesvol instrument. Gemeenten krijgen inwoners met (dreigende) problematische schulden zo in een zo vroeg mogelijk stadium in beeld. Inwoners die zelf de stap nog niet hebben gezet, worden daardoor door gemeenten benaderd waarbij de weg openstaat voor het accepteren van hulp bij het voorkomen dat hun betalingsachterstanden leiden tot problematische schulden. Vroegsignalering is daarnaast ook een waardevol instrument dat gemeenten de mogelijkheid biedt om echt in gesprek te gaan met inwoners en te luisteren naar hun verhaal. Op deze manier komt er vaak meer aan het licht waardoor ook hulp op andere gebieden aangereikt wordt. Gelet op de resultaten van het onderzoek van de Nationale ombudsman zijn de volgende punten relevant: • • • •
Maak persoonlijk contact met de inwoner; Verzamel data en evalueer de werking van de vroegsignalering; Zorg voor kennis en expertise bij medewerkers en Versterk de samenwerking met de vaste lasten partners.
3. Wet gemeentelijke schuldhulpverlening Met ingang van 1 januari 2021 is de Wgs gewijzigd. Waar in 2012 besloten is om schuldhulpverlening een wettelijke taak van gemeenten te maken, is in 2021 besloten om deze taakstelling verder uit te breiden en een juridische grondslag voor de uitwisseling van persoonsgegevens toe te voegen. De gewijzigde Wgs verplicht gemeenten ook om vroegsignalering in te voeren. Elke gemeente, waaronder ook Mook en Middelaar, werkt hiervoor samen met signaleringspartners. Elke inwoner waarvan wij een signaal ontvangen wordt dan ook, op de bij hem passende mogelijkheid, benaderd. Op grond van artikel 2 lid 1 Wgs stelt de gemeenteraad een plan vast dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan de inwoners van de gemeente. Op grond van artikel 2 lid 2 Wgs stelt de raad het plan telkens voor een periode van ten hoogste vier jaar vast. De looptijd van dit plan is vier jaar, namelijk van 2025 tot en met 2028. In artikel 2 lid 3 Wgs staat dat het plan de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren beleid bevat betreffende integrale schuldhulpverlening en het voorkomen dat personen schulden aangaan die ze niet kunnen betalen. Uit de formulering blijkt dat de wet hiermee appelleert aan de bevoegdheid van de raad om kaders te stellen. Voor de uitvoering geeft de raad, binnen de gestelde kaders, een opdracht aan het college.
In artikel 2 lid 4 Wgs staat dat het plan in ieder geval het volgende moet bevatten: • Welke resultaten de gemeente in de door het plan bestreken periode wenst te behalen; • Welke maatregelen de gemeenteraad en het college nemen om de kwaliteit te borgen van de wijze waarop de integrale schuldhulpverlening wordt uitgevoerd; • Hoe de samenwerking met schuldeisers, waaronder verhuurders van tot bewoning bestemde onroerende zaken, zorgverzekeraars, water- en energiebedrijven, wordt vormgegeven; • Het maximaal aantal weken dat de gemeente nastreeft met betrekking tot de in artikel 4, lid 1, genoemde periode en • Hoe schuldhulpverlening aan gezinnen met inwonende minderjarige kinderen wordt vormgegeven.
4
Hoofdstuk 2: Achtergrond en ontwikkelingen Om een beeld te krijgen van de totale doelgroep gebaseerd op verschillende facetten die relevant zijn op het gebied van Financiële Zelfredzaamheid & Schuldhulpverlening en inwoners met een minimuminkomen zullen in dit hoofdstuk relevante cijfers met uitleg te zien zijn. Het gaat daarbij over de achtergronden en oorzaken waardoor mensen in financiële problemen komen en vervolgens een beroep moeten doen op inkomensregelingen. Het meten van effecten van het beleid is lastig omdat vaak meerdere factoren en gebeurtenissen invloed hebben op het welbevinden van mensen en de mate waarin ze zich gezond en gelukkig voelen. Aan het eind van dit hoofdstuk geven wij weer wat we op kunnen maken uit deze cijfers, en wat dit betekent voor onze huidige aanpak en het toekomstig beleid. 1. Landelijk beeld Landelijk zijn de volgende cijfers met betrekking tot Financiële zelfredzaamheid & Schuldhulpverlening en Minima relevant: • 42% van de huishoudens in Nederland heeft weleens te maken met betalingsproblemen. (Nibud 2022)1 • Eind maart 2024 ontvingen 403.000 personen tot de AOW- leeftijd een algemene bijstandsuitkering. Dit is een stijging van 3.000 personen (1%) ten opzichte van maart 2023. De toename komt vooral doordat meer jongeren tot 27 jaar een bijstandsuitkering ontvingen. Het aantal bijstandsgerechtigden in deze groep steeg ook met 3.000 (8%).
(CBS 2024)2 • Het aantal huishoudens met problematische schulden zit sinds 2015 rond de 8% van de huishoudens. In 2023 ging het om 8,8% van de huishoudens. 2. Cijfers Financiële Zelfredzaamheid & Schuldhulpverlening gemeente Mook en Middelaar 2.1. Huishoudens met geregistreerde problematische schulden Onderstaande tabel beschrijft voor Mook en Middelaar de ontwikkeling van huishoudens met geregistreerde problematische schulden over de periode 2015-2023. Vanaf 1 januari 2021 is een toename van het aantal en aandeel huishoudens met geregistreerde problematische schulden te zien. Daarmee komen de geregistreerde problematische schulden, na een dip in de tussenliggende jaren, weer terug op het niveau van 2015. Deze toename is te wijten aan het feit dat vorderingen en aanslagen langer open blijven staan. Een vermoedelijke verklaring voor het langer openstaan van schulden is dat de Belastingdienst en Dienst Toeslagen in 2020 en 2021 (in verband met de coronacrisis) de invordering van toeslagen en overige aanslagen tijdelijk hebben stopgezet. Daarnaast zijn in deze periode verschillende regelingen voor ondernemers ingezet waardoor zij uitstel van betaling konden krijgen.
Dit, in combinatie met het feit dat de afbakening voor wanneer een belastingschuld als problematisch wordt gezien binnen dit onderzoek ongewijzigd is, zorgt voor een toename van het aantal schulden dat het CBS als problematisch definieert. In Mook en Middelaar hadden in 2023 4,4% van de huishoudens problematische schulden. Dit betreft 160 huishoudens.
Nibud, Geldproblemen in Nederland. De rekeningen van de zorgverzekering, energie, water en van huur of hypotheek blijven het vaakst liggen. 2 Meer jongeren in de bijstand in eerste kwartaal 2024 | CBS 1
5
Afbeelding 1 Geregistreerde problematische schulden 2015-2023
2.2. Schuldhulpverlening Verdergroep In de volgende tabel staat een overzicht van de zaken die Verdergroep (voorheen PLANgroep) in de periode 2022 en 2023 heeft behandeld. Voor Mook en Middelaar is te zien dat het aantal meldingen in 2023 fors is gedaald ten opzichte van 2022. Dit zegt echter niets over de problematiek die minder geworden zou zijn. Vanwege een gebrek aan communicatie en samenwerking laat dit jaar qua cijfers een vertekend beeld zien. Inmiddels is de aanpak, mede aan de hand van vroegsignalering, geïntensiveerd. We verwachten dat 2024 dan ook weer andere cijfers laat zien. Tabel 1 Schuldhulpverlening 2022 en 2023 door Verder
Kerncijfers dienstverlening Aantal aanmeldingen Slagingspercentage Afgeronde dossiers Gemiddelde schuld per dossier Gemiddeld aantal schuldeisers per dossier
2022 15 100% 13 € 83.369,95 10
2023 3 100% 7 € 94.633,61 13
6
2.3. Vroegsignalering Vanaf februari 2024 is de monitoring voor de vroegsignalering uitgerold. Vroegsignalering is een wettelijke taak op grond van de Wgs. Via de monitoring kunnen we voorkomen dat achterstanden verder oplopen en zich ontwikkelen tot een problematische schuldsituatie. Hiervoor wordt via meldingen en signalen actie ondernomen. Welke acties dit zijn wordt verder besproken in hoofdstuk 3 ‘Financiële zelfredzaamheid en Schuldhulpverlening’. Tabel 2 Meldingen vroegsignalering 2021-2024
Monitor vroegsignalering
2021
2022
2023
2024
Totaal aantal meldingen
65
82
44
62
Tabel 3 Meldingen vroegsignalering per leeftijdsgroep
Tabel 4 Aantal signalen vaste lasten 2021-2024
7
2.4. Resultaten uitvoering inwoners met een minimuminkomen beleid 2020 tot medio 2024 In onderstaande tabel blikken we terug op de concrete resultaten in de jaren 2020 tot en met medio 2024. Dat doen we door cijfers te presenteren over de uitvoering van inwoners met een minimuminkomen, zowel in aantallen (bereik) als in geld (kosten). De belangrijkste uitkomsten treft u hieronder aan. Bijzondere bijstand verlenen we conform de wet in de vorm van gezinsbijstand. Dat heeft tot gevolg dat we de bijstand niet naar een persoon kunnen herleiden. Bij bepaalde kostensoorten is dat wel mogelijk zoals de CZM. Dan betreft het het aantal personen. Gezinnen/personen kunnen voor meerdere soorten kosten bijstand ontvangen. Veelal betreft het dus niet een aantal unieke personen en/of gezinnen. Tabel 5 Overzicht aantallen 2020-2024
Omschrijving Begrafeniskosten Bewindvoering CZM bijdrage Doe-mee regeling Individuele inkomenstoeslag Maaltijdvoorziening Rechtsbijstand Studie- en omscholing Suppletie Tandarts Vervoer Woonkosten >huurgrens Woonkosten <huurgrens
2020
2021
2023
t/m 5-2024
228 1480 17 44
2022 1 180 1430 24 48
255 1501 26 46
229 1451 45 81
103 545 19 16
9 8 2 60 1
12 11 1 100 3
18 7 1 99 1
13 8 1 127
5 7
1
2 1
4
24 14
2
Totaal
1912
1934
1811
1956
756
58
Tabel 6 Overzicht bedragen 2020-2024
Omschrijving Begrafeniskosten Bewindvoering CZM bijdrage Doe-mee regeling Individuele inkomenstoeslag Maaltijdvoorziening Rechtsbijstand Studie- en omscholing Suppletie Tandarts Vervoer Woonkosten >huurgrens Woonkosten <huurgrens
2020
2021
€ 35.582,58 € 62.122,56 € 2.223,51 € 20.402,00 € 1.319,18 € 1.431,00 € 2.692,92 € 5.150,54 € 340,09
Totaal
€131.424,38 € 142.565,66
€ 160,00
2023
t/m 5-2024
€ 30.043,35 € 60.195,32 € 1.964,52 € 20.435,00
2022 € 4.756,87 € 28.665,15 € 57.886,08 € 3.017,72 € 22.428,78
€ 29.041,62 € 60.411,99 € 5.073,34 € 26.520,01
€ 13.136,88 € 24.958,73 € 3.037,90 € 9.132,00
€ 1.269,60 € 2.702,76 € 921,80 € 7.783,93 € 1.158,84
€ 1.478,32 € 1.847,66 € 935,76 € 8.655,87 € 318,14
€ 1.473,65 € 2.757,00 € 1.084,28 € 11.526,73
€ 665,38 € 1.559,00
€ 97,00
€ 194,00 € 267,87
€ 132.912,28
€ 58.042,74
€ 10.128,00 € 5.962,54
€ 5.090,98
€ 458,00 € 130.448,35
8
Hieronder vindt u een analyse van de verstrekkingen en kosten voor een aantal relevante regelingen. Bewindvoering In 2020 is het aantal mensen dat gebruik maakt van deze regeling groot. In 2021 en 2022 dalen de aantallen waarna ze in 2023 weer stijgen. Te zien is dat de kosten vrijwel gelijk blijven. Oorzaak hiervan is dat in 2023 er bij veel aanvragen maar een relatief klein bedrag werd vergoed. In 2022 waren de vergoedingen per huishouden hoger dan in 2023. Collectieve Ziektekostenverzekering voor Inwoners met een minimuminkomen (CZM) Het aantal inwoners dat hier gebruik van maakt is al jaren redelijk stabiel. De verwachting is echter dat de kosten in 2024 wel hoger zullen uitvallen. Dit vanwege het feit dat we per 1 januari 2024 de gemeentelijke bijdrage hebben verhoogd naar € 17,- (was € 15,-), € 40,- (was € 35,-) en € 50,- (was € 45,-). Doe mee regeling Het gebruik van deze regeling heeft in 2023 een forse stijging doorgemaakt. Dit is ook terug te zien in het aantal unieke aanvragen dat is gedaan. Individuele inkomenstoeslag Het aantal unieke aanvragen is in 2023 ook fors gestegen ten opzichte van de andere jaren. De oorzaak hiervan is dat meer mensen langdurig in de bijstand zitten. Veelal heeft dit te maken met de forse problematiek waarmee inwoners te maken hebben.
Door deze problematiek is het moeilijker om uit de bijstand te stromen waardoor inwoners er langer gebruik van moeten maken. Suppletie De bijdrage die hierbij is verleend is ook fors gestegen. Dit heeft te maken met het feit dat we meer statushouders in onze gemeente hebben gekregen. 3. Subsidie resultaten Binnen de beleidsterreinen Financiële Zelfredzaamheid & Schuldhulpverlening en Inwoners met een minimuminkomen verstrekten wij aan een vijftal organisaties subsidies. Bij alle fondsen is het aantal unieke trajecten vermeld dat bij het betreffende fonds is geregistreerd. Bij Stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport en Cultuur kan het echter wel voorkomen dat een kind voor meerdere voorzieningen in aanmerking komt. Tabel 7 Aantallen bereikt van 2020-2024
Organisatie Humanitas Stichting Jeugdfonds Sport en Cultuur Stichting Leergeld de Stuwwal Stichting Schuldhulpbuddy Voedselbank Groesbeek
2020 2 trajecten 35 kinderen
2021 2 trajecten 25 kinderen
2022 4 trajecten 32 kinderen
2023 2 trajecten 33 kinderen
2024* 5 trajecten -
141 aanvragen (46 kinderen) 6 trajecten
99 aanvragen (43 kinderen) 6 trajecten
23 aanvragen (15 kinderen) 4 trajecten
52 aanvragen (52 kinderen) 6 trajecten
onbekend
-
-
-
12 huishoudens
9 huishoudens
4 trajecten
* is een schatting. Tabel 8 Overzicht subsidiebedragen 2020-2024
Organisatie Humanitas Stichting Jeugdfonds Sport en Cultuur Stichting Leergeld de Stuwwal
2020 € 400,00 € 10.020,00
2021 € 400,00 € 5.213,00
2022 € 800,00 € 7.169,00
2023 € 400,00 € 6.076,00
2024* € 1.000,00 -
€ 10.428,64
€ 6.827,00
€ 10.000,00
€ 10.000,00
€16.000,00
9
Stichting Schuldhulpbuddy Voedselbank Groesbeek
€ 9.717,00 -
€ 2.776,00 -
€ 2.353,00 -
Totaal
€ 30.565,64
€ 15.216,00
€ 20.322,00
€ 2.898,00 € 1.500,00
€ 2.944,00 € 1.250,00
€ 20.874,00
€ 21.194,00
* is nog niet definitief toegekend. Stichting Jeugdfonds Sport en Cultuur Vanaf 2024 krijgen zij geen subsidie meer. Dit vanwege het feit dat alle aanvragen voor deze stichting via Stichting Leergeld liepen. Enkel het financiële gedeelte handelde Stichting Jeugdfonds Sport en Cultuur af. Om deze reden hebben we besloten alle activiteiten van Stichting Jeugdfonds bij Stichting Leergeld te beleggen. Zij handelen vanaf 2024 dus alle aanvragen voor kinderen af. 4. Bereik doelgroep Een goede graadmeter voor het bereik van de doelgroep betreft de energietoeslag. Dit is een goede graadmeter doordat iedereen met een inkomen tot 120%, met of zonder eigen vermogen, de energietoeslag kon aanvragen. Op die manier hebben we vrijwel iedereen in beeld gekregen die tot 120% aan inkomen heeft binnen onze gemeente. In 2023 hebben wij aan 244 huishoudens een energietoeslag verstrekt. Dit is fors in vergelijking met het aantal dat wij bereiken met de overige inwoners met een minimuminkomen regelingen die we hebben. Een reden hiervoor kan zijn dat bij de verstrekking van de energietoeslag niet gekeken werd naar vermogen. Bij de overige regelingen is dit veelal wel het geval waardoor men daar wellicht minder voor in aanmerking komt. Ook heeft de energietoeslag landelijk veel aandacht gekregen, wat mogelijk de bekendheid heeft vergroot. 5.
Conclusie De algehele conclusie die getrokken kan worden uit de cijfers is dat we over het algemeen een stabiel klantenbestand hebben. Op een uitschieter in 2021 na, zijn de uitgaven over 2020 tot en met medio 2024 vergelijkbaar. Ook zien wij dat het vaak jarenlang dezelfde inwoners betreft. Dit betekent dat het in de praktijk lastig is om uit de bijstand te komen en/of te blijven vanwege ieders moverende reden. Doormiddel van een participatiecoach vanuit WerkBedrijf met daarbij nog meer persoonlijke aandacht willen we onderzoeken of hier verandering in kan komen. Bij de stichtingen waaraan wij subsidie verstrekken zien we eveneens dat de cijfers over de jaren heen vergelijkbaar blijven. Alleen bij Stichting Leergeld is er in 2022 een flinke dip in de uitgaven ontstaan. Deze dip is te wijten aan de coronamaatregelen die op dat moment golden.
10
Hoofdstuk 3: Financiële Zelfredzaamheid & Schuldhulpverlening In hoofdstuk 3 wordt inhoudelijk ingegaan op de beleidsterreinen Financiële Zelfredzaamheid & Schuldhulpverlening. In de uitwerking van dit gedeelte van het beleidsplan beschrijven we eerst hoe de situatie op dit moment is. Vervolgens geven we aan waar we naar toe willen en wat we moeten doen om daar te komen. 1. Inleiding Het ontstaan van schulden kan uiteenlopende oorzaken hebben. Vaak vormt een combinatie van factoren de oorzaak. Hierbij kunnen omgevingsfactoren, gedrag (bewust en onbewust), onverwachte gebeurtenissen en persoonsgebonden factoren een rol spelen. Het hebben van schulden heeft invloed op verschillende leefgebieden. Uit onderzoeken blijkt dat het hebben van schulden leidt tot stress en zorgen, die een negatief effect hebben op het algemeen functioneren. Mensen kunnen onder die omstandigheden geen goed doordachte besluiten nemen en zijn minder rationeel dan kan worden verwacht. Ook hebben mensen met schulden vaker fysieke klachten en is er vaker sprake van verslechtering van de mentale gezondheid. Daarnaast kan het hebben van schulden effect hebben op de arbeidsproductiviteit. Mensen met schulden melden zich vaker ziek, hebben last van concentratieproblemen en zijn gevoeliger voor stress. Dit alles brengt hoge kosten voor de samenleving met zich mee.
Deze kosten bestaan onder andere uit hulpverlening en schuldsanering, verzuim- en ziektekosten, verloren arbeidsuren en uitkeringen. 2. Wat willen we bereiken? Als uitgangspunt voor het beleid Financiële Zelfredzaamheid en Schuldhulpverlening hanteren wij de onderstaande doelstellingen. Deze doelstellingen komen mede tegemoet aan de adviezen van de Ombudsman. • • • • • • •
Mensen met (dreigende) problematische schulden worden proactief benaderd en weten daardoor hun weg naar de hulpverlening te vinden. De toegang tot de schuldhulpverlening is laagdrempelig; Schuldhulpverlening is integraal vormgegeven. Bij het aanpakken van het schuldenprobleem wordt altijd naar mogelijke problemen op andere leefgebieden gekeken; De vroegsignalering wordt verder uitgebreid. Dit houdt in dat we eerder c.q. bij een lagere betalingsachterstand al persoonlijk contact maken met de inwoner; Er is voldoende hulp beschikbaar voor nazorg zodat kan worden voorkomen dat de cliënt opnieuw schulden krijgt; De kwaliteit van de schuldhulpverlening is gewaarborgd conform de richtlijnen van de NVVK (de branchevereniging van schuldhulpverlenende instanties in Nederland); De wettelijke wachttijd wordt in geen enkel geval overschreden, tenzij door toedoen van de cliënt; Bij gezinnen met inwonende minderjarige kinderen wordt direct de integrale benadering gekozen om ervoor te zorgen dat ouders snel grip op hun geld krijgen.
3. Huidige situatie 3.1. Schuldhulpverlening Wij laten onze schuldhulpverlening uitvoeren door Verdergroep (voorheen Plangroep). De consulent voert de wettelijke taken uit op grond van de Wgs. Budgetbeheer maakt hier zo nodig onderdeel van uit. De NVVK heeft gedragsregels ontwikkeld waarin richtlijnen zijn opgenomen voor goede schuldhulpverlening. Verdergroep is lid van de NVVK en werkt volgens deze gedragscodes. Dit waarborgt een goede kwaliteit van dienstverlening bij de schuldhulpverlening. De gemeente Mook en Middelaar hanteert geen wachtlijst voor schuldhulpverlening. Hiervoor is de doelgroep te kwetsbaar. Wij stellen ons ten doel dat de beoordeling van de schuldenproblematiek zo snel mogelijk plaatsvindt. Dit sluit aan bij het huidige beleid van de gemeente om vragen met betrekking tot schuldenproblematiek zo snel mogelijk af te handelen. In 2024 waren er geen wachtlijsten bij de schuldhulpverlening. Dit komt mede doordat er een urenuitbreiding heeft plaatsgevonden waarbij ook de vroegsignalering vorm is gegeven. Hierdoor is er voldoende capaciteit om de huidige instroom van de schuldhulpverlening en de signalen van vroegsignalering op te vangen.
11
3.2. Gezinnen met inwonende minderjarige kinderen Voor gezinnen met inwonende minderjarige kinderen zijn er geen extra wettelijke regels ten opzichte van gezinnen zonder kinderen met schulden. De gemeente Mook en Middelaar vindt het wel belangrijk om deze doelgroep extra in ogenschouw te hebben. Het team van Werk & Inkomen en Jeugd heeft dan ook een belangrijke rol bij het signaleren van schuldenproblematiek in gezinnen met kinderen. Indien dit aan de orde is heerst er een brede integrale aanpak. Naast dat de schuldhulpverlener de schulden in kaart brengt en hier actie op onderneemt zal er, middels het sociaal team, gekeken worden naar welke ondersteuning het gezin op dat moment meer kan gebruiken. Maatwerk is hierbij een belangrijk speerpunt. 3.3. Vroegsignalering Naast de reguliere schuldhulpverlening wordt door Verdergroep de vroegsignalering uitgevoerd. Vroegsignalering is een methodiek waarbij vaste lasten partners aan ons signalen van schulden doorgeven, ook als deze nog klein zijn of nooit eerder zijn voorgekomen. Dit met het doel om schulden vroeg te signaleren, en zo erger te voorkomen. Bij deze werkwijze laten we de intensiviteit van onze aanpak afhangen van de omvang van de schuld, of er één of meerdere schulden zijn en of er kinderen in het gezin zijn. Hieronder vindt u een overzicht van deze werkwijze. Bedrag in Euro < 250
Omschrijving
Urgentie
Respons
Enkelvoudig
Laag
< 250
Meervoudige match adres of historie (6 maanden) Enkelvoudig Meervoudige match adres of historie Gezin met kinderen < 18 Alleenstaande < 27 Alle categorieën
Laag +
Brief / sms met verwijzing naar SSHBsupport Brief / sms en e-mail met verwijzing naar hulpverlener gemeente.
250 tot 750
750 of meer
Midden
Hoog
Hoog +
Brief/ sms en e-mail met verwijzing naar hulpverlener gemeente. Na een week telefonische opvolging. Brief/ sms en e-mail met verwijzing naar hulpverlener gemeente. Na een week opvolging huisbezoek. Huisbezoek
Vroegsignalering valt onder preventie. Preventie is belangrijk omdat daarmee de mate van financiële zelfredzaamheid groter wordt. In de afgelopen jaren is extra aandacht besteed aan preventie, ofwel het voorkomen dat inwoners (weer) problematische schulden krijgen. Dit is onder andere gedaan door de methode ‘er op af’. Deze methode houdt in dat Destion direct bij een huurachterstand contact opneemt met de gemeente zodat de huurder benaderd kan worden voor een afspraak. Daarnaast staat financiële zelfredzaamheid centraal bij de aanpak van schuldenproblematiek. Hierbij gaat het er niet alleen om dat iemand in staat is om zelf al zijn financiën te regelen, maar dat iemand ook weet wanneer hij hulp moet inroepen. Het beleid is gericht op het voorkomen van nieuwe schulden, het oplossen van bestaande schulden en het voorkomen van terugval.
12
3.4. Samenwerking De samenwerking met grote vaste lasten partners zoals Vattenfall of Essent vindt voornamelijk plaats via de vroegsignalering. Zij geven, indien nodig, signalen door die wij als gemeente oppakken. Met de kleinere partners kan er wel persoonlijk contact bestaan. Zoals mede hierboven verwoord, kan hierbij gedacht worden aan Destion. Indien er een betalingsachterstand is bij een inwoner zijn de lijntjes kort en wordt samen een plan van aanpak besproken om te huurachterstand in te lopen en een huisuitzetting te voorkomen. Hierbij kunnen wij als gemeente de financiële zelfredzaamheid & schuldhulpverlening niet alleen uitvoeren. Daarom werken we (nog steeds) met de onderstaande partners samen: 3.4.1.Stichting Schuldhulpbuddy (SSHB-support & formulierenbrigade) Deze stichting is in 2018 gestart in onze gemeente. Stichting Schuldhulpbuddy Berg en Dal (SSHBsupport) begeleidt mensen om hun thuisadministratie op orde te brengen en te houden. Er wordt ook hulp geboden bij het regelen van betalingsachterstanden. Daarnaast speelt de stichting een rol bij de vroegsignalering van schulden en bij de nazorg na schuldhulpverleningstrajecten. De activiteiten van SSHBsupport hebben als doel te voorkomen dat mensen in problematische schulden belanden waardoor men minder een beroep hoeft te doen op professionele schuldhulpverlening.
3.4.2.Humanitas Humanitas is een organisatie die mensen helpt die hun greep op hun thuisadministratie kwijt zijn geraakt. Zij begeleiden mensen één op één met een intensief traject, aanvankelijk met wekelijkse bezoeken die teruglopen naar maandelijks, totdat de mensen zelfstandig hun administratie kunnen uitvoeren. De duur van deze trajecten is maximaal 1 jaar. 3.5. Nazorg Goede nazorg is een essentieel onderdeel van de Financiële Zelfredzaamheid & Schuldhulpverlening. Wanneer een schuldentraject is afgerond, krijgen betrokkenen veel vrijheid terug op het gebied van financiën. Om te voorkomen dat mensen na het doorlopen van het schuldhulpverleningstraject opnieuw schulden maken, is goede nazorg belangrijk. Bij nazorg kunnen verschillende partijen een rol spelen. Hierbij kan gedacht worden aan vrijwilligers maar ook medewerkers van het Sociaal Domein. Belangrijk is dat er sprake is van maatwerk: Hierbij kan gedacht worden aan budgetbeheer na het schuldentraject of een vervolg op budgetbeheer middels een budgetcoach. Of en wat er ingezet zal worden is afhankelijk van de klant en wat hij of zij nodig heeft. 4. De toekomst (Waar willen we naar toe) De kosten van het levensonderhoud zijn in de afgelopen jaren sterk gestegen. Vooral inwoners met een minimuminkomen ondervinden hier direct de gevolgen van.
De inkomsten stijgen niet in hetzelfde tempo als de kosten, waardoor de kans bestaat op meerdere en/of forse schulden. Om goede integrale Financiële Zelfredzaamheid & Schuldhulpverlening te kunnen bieden die zowel gericht is op preventie als op het oplossen van bestaande schulden en voorkomen van nieuwe schulden, is en blijft intensieve samenwerking (tussen partijen) en de inwoner nodig. Om dit te bewerkstelligen stellen wij voor om op twee verschillende gebieden de intensivering uit te breiden. Door intensivering op het onderwerp Financiële Zelfredzaamheid & Schuldhulpverlening willen we meerdere en/of forsere schulden bij mensen voorkomen. De intensivering heeft betrekking op de volgende twee punten: 1. Meer persoonlijk contact maken met de inwoner en 2. Data verzamelen en de werking van de vroegsignalering evalueren. 4.1. Persoonlijk contact maken met de inwoner Persoonlijk contact maken met de inwoner is al goed ingericht door middel van het direct bereikbaar zijn per telefoon en het beschikbaar stellen van het directe emailadres van zowel de consulenten Werk & Inkomen als de schuldhulpverlener. Daarbij zien we wel graag dat het persoonlijke contact met de inwoner verder geïntensiveerd wordt bij de vroegsignalering. Op dit moment wordt er pas bij een betalingsachterstand van meer dan € 750,- een huisbezoek afgelegd.
In alle overige gevallen worden een brief en een sms-bericht verstuurd. Daarnaast wordt bij een betalingsachterstand vanaf € 250,telefonisch contact gezocht. Dit kan effectiever door eerder en sneller persoonlijk contact te zoeken.
13
We merken namelijk dat persoonlijk contact als prettiger en laagdrempeliger wordt ervaren dan een sms of brief ontvangen. Beide kunnen gelezen en weggelegd worden waarna het probleem tijdelijk ‘verdwijnt’. Wanneer er persoonlijk contact is kan men daar minder makkelijk omheen en vindt er al snel een gesprek plaats waardoor het vertrouwen in de mogelijkheid van hulp en de bereidheid om deze te accepteren stijgt. Door in een vroeg stadium al persoonlijk contact te hebben met de inwoner willen we voorkomen dat mensen deze schulden (verder) ontwikkelen. Indien men ervoor kiest geen persoonlijk contact te willen moeten wij deze keuze respecteren. Het is immers ieders vrijheid om wel of geen hulp te accepteren. Echter blijven we, bij ontvangst van signalen, de inwoners via onderstaande werkwijze benaderen zoals we dat voor elk ander signaal ook doen. Wij willen voortaan de volgende werkwijze hanteren: Tabel 8 Contact bij signaal schuldhulpverlening
Bedrag in Euro < €250 < €250
€250 tot €750
€750 of meer
Omschrijving
Urgentie
Respons
Enkelvoudig Meervoudig match adres of historie (6 maanden) Enkelvoudig Meervoudig match adres of historie Gezin met kinderen < 18 Alleenstaande < 27 Alle categorieën
Laag Laag +
Brief / sms met verwijzing naar SSHBsupport Brief / sms en e-mail met verwijzing naar hulpverlener gemeente. Daarnaast na een week telefonische opvolging
Midden
Hoog
Brief/ sms en e-mail met verwijzing naar hulpverlener gemeente. Tevens telefonische opvolging. Bij meervoudig match adres of historie na een week een huisbezoek. Huisbezoek
Hoog +
Huisbezoek
Daarnaast is het doel om bij de intensivering van de vroegsignalering beter in te spelen op de verschillende doelgroepen. Hierbij kan gedacht worden aan een WhatsApp-bericht bij jongeren of brieven in verschillende talen. In dat geval worden inwoners die de Nederlandse taal nog niet (volledig) machtig zijn in hun eigen taal benaderd waardoor zij relevante informatie beter (kunnen) begrijpen. Belangrijk om daarbij te vermelden is dat gebruikmaking van de vroegsignalering gratis en vrijblijvend is. Het betreft een gerichte actie om in contact te komen met inwoners met (dreigende) problematische schulden en ze uit eigen beweging hulp aan te bieden. Bij vroegsignalering gaat het geregeld ook om personen die nog niet in beeld zijn bij de gemeente en die mogelijk niet weten dat ze hulp kunnen krijgen. 4.2. Data verzamelen en de werking van de Vroegsignalering evalueren Gemeenten hebben vorig jaar, door de vroegsignalering, fors meer huishoudens in beeld gekregen met een beginnende betalingsachterstand. Het aantal signalen van verhuurders, zorgverzekeraars, drinkwater- en energiebedrijven ging met een kwart omhoog naar ruim 700.000. Ook bereikten gemeenten in totaal 24% meer mensen dan een jaar eerder. Dit blijkt uit de jaarrapportage over 2023 van de Divosa Monitor Vroegsignalering Schulden3.
De toename hangt mogelijk samen met een groei van het aantal betalingsachterstanden onder Nederlanders. Een andere factor vormen de bedrijven die de signalen aanleveren: ook hun aantal ging omhoog en sommigen hebben hun werkwijze aangepast waardoor ze sneller aan de bel trekken. Doordat het aantal huishoudens met (problematische) schulden oploopt is er veel belangstelling voor vroegsignalering. Data zijn belangrijk om vroegsignalering goed vorm te kunnen geven. Mook en Middelaar krijgt de signalen van de vaste lastenpartners binnen via het portaal RIS. Via dit portaal is precies te zien om 3
Vroegsignalering schulden: gemeenten krijgen steeds meer signalen | Divosa
14
wat voor schuld het gaat en welk bedrag daarmee gemoeid is. Aan de hand daarvan wordt er, op verschillende manieren, contact gezocht met de inwoner. Deze werkwijze willen we de komende jaren blijven voortzetten. De meerjarige data zullen ons in staat stellen steeds beter in beeld te krijgen wat werkt en wat niet.
15
Hoofdstuk 4: Minimabeleid Iedereen hoort erbij en iedereen moet mee kunnen doen. We vinden dit belangrijk voor al onze inwoners. Want wie meedoet in de samenleving heeft sociale contacten, is gezonder, heeft een besteding van de dag en voelt zich in het algemeen beter. Soms zijn mensen niet in de positie om mee te doen vanwege hun financiële situatie. Dit mag echter geen reden zijn om niet te participeren. Voor deze inwoners is het minimabeleid bestemd. Het minimabeleid is een verzameling van regelingen en voorzieningen binnen en buiten de Participatiewet waar, in onze gemeente, inwoners met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum en weinig of geen vermogen aanspraak op kunnen maken. Deze ondersteuning biedt uitkomst voor inwoners die anders in de financiële problemen komen en/of niet kunnen participeren. Met het minimabeleid stimuleren we deelname aan sociale, sportieve en culturele activiteiten. Dat is goed voor onze inwoners en het draagt bij aan een continu en gevarieerd verenigingsleven. Enkele regelingen bieden we speciaal voor kinderen aan omdat we het belangrijk vinden dat zij kunnen meedoen op school en aan sport en cultuur. Het kader voor lokaal beleid wordt gevormd door landelijke wet- en regelgeving. Eén van de belangrijkste uitgangspunten daarin is dat de inkomenspolitiek is voorbehouden aan het kabinet.
Landelijk worden de normbedragen bepaald voor de hoogte van de bijstand voor de algemene kosten van levensonderhoud voor verschillende groepen. Samen met andere landelijke (o.a. belasting-)maatregelen zoals huur- en zorgtoeslag wordt dit sociaal minimum geacht te kunnen voorzien in de algemeen noodzakelijke kosten van bestaan. Aanvullend bestaat er de mogelijkheid voor ‘bijzondere bijstand’. Vanuit de bijzondere bijstand kan de gemeente inkomensondersteuning bieden als zich noodzakelijke kosten voordoen door individuele bijzondere omstandigheden die niet uit aanwezige middelen kunnen worden betaald. In het kader van bijzondere bijstand zijn er (beleids-)regels opgesteld waarin voorwaarden zijn geformuleerd waaraan een huishouden moet voldoen om aanspraak te kunnen maken op de ondersteuning. Een van de belangrijkste voorwaarden is de hoogte van het inkomen onder welk niveau men, zonder zelf bij te dragen in de kosten, recht heeft op ondersteuning bij bepaalde kosten. Gemeente Mook en Middelaar heeft met de Nota Minimabeleid 2023-2024 vastgesteld dat deze inkomensgrens 120% is van de bijstandsnorm die op dat huishouden van toepassing is. Voor een aantal regelingen gelden afwijkende inkomensgrenzen zoals 105% (individuele inkomenstoeslag) of 100% (bijzondere bijstand bij bewindvoering). 1. Samenwerkende partners Het minimabeleid kunnen wij als gemeente niet alleen uitvoeren.
Daarom werken we (nog steeds) samen met de onderstaande partners: 1.1. Stichting Leergeld de Stuwwal Deze Stichting is sinds 2017 actief in onze gemeente. Stichting Leergeld de Stuwwal heeft als doel het voorkomen van sociale uitsluiting van kinderen uit gezinnen met inwoners met een minimuminkomen. Stichting Leergeld biedt hulp in natura aan (ouders van) kinderen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar zodat zij kunnen deelnemen aan binnen en buitenschoolse activiteiten. Het gaat dan bijvoorbeeld om meegaan op een schoolexcursie of schoolreisje, lid worden van een muziekvereniging of de scouting, een fiets om naar school te kunnen gaan of een laptop om huiswerk te kunnen maken. De intermediair (vrijwilliger van Leergeld) bezoekt na de melding het gezin om te onderzoeken wat nodig en mogelijk is. Sinds 2024 voert Leergeld de aanvragen voor sport en cultuur helemaal uit. Voorheen verwezen ze door na de intake waarna het administratieve gedeelte door Jeugdfonds Sport & Cultuur werd afgehandeld. Sinds januari 2024 voert Stichting Leergeld dus het gehele traject uit. 1.2. Voedselbank De voedselbank voorziet in voedselhulp aan mensen die te weinig geld hebben om in hun levensonderhoud te voorzien. De hulp bestaat uit het wekelijks verstrekken van voedselpakketten aan huishoudens waarvan is vastgesteld dat deze te weinig geld hebben om in hun levensonderhoud te voorzien.
Een doorverwijzing naar hen gaat via de afdeling Werk & Inkomen, WMO of een maatschappelijk werker. De voedselbank toetst uiteindelijk het inkomen van de cliënt aan hun
16
voorwaarden om te beoordelen of deze gebruik mag en kan maken van de diensten van de voedselbank. 2. Communicatie en voorlichting Jaarlijks omstreeks augustus vindt er voorlichting omtrent de minimaregelingen (voor zowel volwassenen als kinderen) plaats. Dit vanwege het feit dat na de zomervakantie alle sport- en culturele clubs weer beginnen. Voor 2024 is een nieuwe folder ontwikkeld (bijlage 1). De tekst in de folder betreft informatieve tekst die langdurig actueel is. Ieder halfjaar wijzigen echter de bijstandsnormen. Daardoor worden ook enkele bedragen binnen het minimabeleid aangepast omdat die van de normen zijn afgeleid. Mét de folder zal daarom steeds een begeleidende folder verspreid worden waarin de actuele bedragen vermeld staan. Naast de voorlichting over de minimaregelingen vindt er jaarlijks in het najaar een communicatiecampagne rond de CZM plaats. Tevens wordt er, naast de folder in bijlage 1, twee keer per jaar een nieuwsbrief verstuurd waarin de minimaregelingen weer onder de aandacht worden gebracht. Ook wordt er in de nieuwsbrief actuele informatie gedeeld waar de doelgroep belang bij heeft.. De nieuwsbrieven zijn geschreven op B1niveau en worden fysiek naar onze bijstandspopulatie verstuurd. Overige inwoners kunnen deze nieuwsbrief op de website raadplegen. 3.
Huidige situatie Op basis van de resultaten (zie hoofdstuk 2) kunnen we concluderen dat ons minimabeleid succesvol is geweest. We bereiken een behoorlijk deel van de doelgroep. De kans bestaat echter wel dat er de komende tijd meer huishoudens in armoede terecht komen doordat de kosten van onder andere energie en boodschappen stijgen. 3.1. Inkomensgrens We kennen op dit moment een inkomensgrens voor de bijzondere bijstand en aanverwante regelingen van 120% van de geldende bijstandsnorm. Daarboven geldt een financiële draagkracht van 25% van het meerdere bij bijvoorbeeld een aanvraag voor bewindvoering. Dit houdt in dat men wel voor een bijdrage in aanmerking komt wanneer de inkomensgrens boven de 120% ligt, maar dat ze 25% van de kosten zelfstandig dienen te betalen. We weten dat steeds meer gezinnen moeite hebben om rond te komen. Dit geldt ook voor gezinnen met een inkomen vanaf 120%. Zij kunnen minder, of bij hogere inkomsten geen, aanspraak maken op huur- en zorgtoeslag waardoor zij soms per saldo financieel slechter af zijn dan gezinnen die nét onder deze inkomensgrens zitten. Indien gewenst zullen we altijd met deze inwoners in gesprek gaan om te bekijken of we ze kunnen helpen en of er nog andere regelingen en/of inkomstenbronnen zijn waar ze eventueel aanspraak op kunnen maken. 3.2.
Collectieve Ziektekostenverzekering Minima (CZM) In de beleidsregels is de CZM aangemerkt als een passende en toereikende voorliggende voorziening. Hierdoor wordt een beroep op bijzondere bijstand voor medische kosten voorkomen. Ook wordt er geen bijzondere bijstand verleend voor het eigen risico en de eigen bijdrage CAK omdat dit verzekerd kan worden op grond van de CZM. Jaarlijks blijven we ons inspannen om de CZM bekend te maken bij de doelgroep. Voor 2025 zullen onderstaande drie pakketten wederom aangeboden worden. Afhankelijk van de pakketkeuze is de bijdrage € 17,-, € 40,- of € 50,-. De maandpremie is eind 2024 bekend gemaakt voor het jaar 2025 waarna onderstaande bedragen aangepast zullen worden.
17
Afbeelding 4 Maandpremie per pakket CZM voor het jaar 2024
3.3. Kindpakket In samenspraak met Stichting Leergeld is het kindpakket vastgesteld. Verstrekkingen uit het kindpakket verlopen via Stichting Leergeld en bestaan uit voorzieningen voor kinderen van 4 tot 18 jaar. 3.4. ‘Doe-mee regeling’ De ‘Doe-mee regeling’ stelt inwoners in staat lid te worden van een club of vereniging of mee te doen aan sport of culturele activiteiten. Het uitgekeerde bedrag betreft € 155,63 per persoon voor het jaar 2024 en voor ouderen en chronisch zieken is dat € 207,50 per jaar voor het jaar 2024. Deze bedragen worden sinds 1 januari 2024 jaarlijks geïndexeerd. Om deel te kunnen nemen aan deze regeling vindt er geen vermogenstoets plaats. 3.5. Individuele inkomenstoeslag De verstrekking van een individuele inkomenstoeslag betreft een wettelijke verplichting aldus artikel 36 lid 1 Pw. Tot eind 2024 waren - bij een toekenning - de volgende bedragen actueel: - Alleenstaande: € 491,- Alleenstaande ouder: € 630,- Gehuwden: € 702,-. De bepaling van het nieuwe normbedrag vindt plaats middels een indexering. Deze indexering betreft de gemiddelde indexering over de periode november tot en met oktober. Jaarlijks zullen vanaf 1 januari de nieuwe geïndexeerde bedragen bekend gemaakt worden. 4.
Toekomst Gezien het feit dat de kosten van levensonderhoud de afgelopen jaren flink zijn gestegen en steeds meer huishoudens moeite hebben om financieel rond te komen, is een inperking van het beleid niet wenselijk. Wanneer de inkomensgrens verlaagd wordt of meerdere minimaregelingen ingeperkt of beëindigd worden, is de kans zeer groot dat de huishoudens die hier voorheen wel gebruik van konden maken er forse nadelen van ondervinden. Daarnaast bestaat de kans dat er een budgetcoach of schuldhulpverlener ingezet moet worden om de financiën te beheren. De kosten hiervan komen ten laste van de gemeente. We stellen daarom voor de bovengenoemde inkomensgrens voort te zetten. Tevens stellen we voor de regelingen voor inwoners met een minimuminkomen voort te zetten. Op deze manier kan de doelgroep, mits aan de voorwaarden wordt voldaan, gebruik blijven maken van de regelingen. Het doel daarbij is dat men blijft participeren in de maatschappij.
18
Hoofdstuk 5: Toekomst Financiële Zelfredzaamheid & Schuldhulpverlening en Inwoners met een minimuminkomen beleid 2025 – 2028 Terwijl dit beleidsplan volop in ontwikkeling is, worden er tevens plannen gemaakt voor bezuinigingen met het oog op het ravijnjaar 2026. We hebben hier bij het opstellen van dit plan rekening mee gehouden en geen voorstellen gedaan voor ruimer beleid. Wel worden voorstellen gedaan om het beleid op het gebied van Financiële Zelfredzaamheid & Schuldhulpverlening en Inwoners met een minimuminkomen effectiever te maken. In onze gemeente is de basis op orde met betrekking tot beleid en uitvoering van zowel de schuldenaanpak als de ondersteuning van inwoners met een minimuminkomen. Wel zien we twee maatschappelijke ontwikkelingen die ook van invloed zijn op inwoners in onze gemeente; 1. Schulden komen steeds meer voor; 2. Mensen met een minimuminkomen hebben steeds minder te besteden. Tegelijkertijd is het een feit dat we op dit moment als gemeente niet de financiële ruimte hebben om de regelingen uit te breiden. Daarom hebben we gekeken welke mogelijkheden we hebben, die niet of nauwelijks extra kosten met zich mee brengen, om het beleid effectiever maken en zo bij te dragen aan de aanpak van de negatieve effecten van deze maatschappelijke ontwikkelingen. Per onderdeel geven we aan wat er is overwogen.
Vervolgens worden vier daadwerkelijk voorstellen gedaan voor de aankomende jaren. 1. Financiële Zelfredzaamheid & Schuldhulpverlening Voor dit beleidsgedeelte zijn drie mogelijkheden onderzocht en overwogen om het beleid effectiever te maken. Hieronder geven we uitleg over wat deze mogelijkheid inhoudt. Daarnaast leggen we uit welke impact deze verandering zal hebben op de uitvoering. 1.1. Geldfit Geldfit bevat de sociale kaart van alle preventieve en curatieve interventies rondom financiële gezondheid. Via Geldfit kunnen mensen zien welke stappen zij kunnen zetten om weer grip op geld te krijgen. Men kan een passend advies krijgen of in contact gebracht worden met iemand die meedenkt. De meerwaarde voor onze inwoners van het gebruik van Geldfit zal gering zijn. Omdat Mook en Middelaar een kleine gemeente is zijn de lijntjes kort. Daarnaast hebben de medewerkers in de uitvoering veel kennis over de wet en aanverwante regelingen. Tevens is er een schuldhulpverlener werkzaam voor Mook en Middelaar die mee kan denken over financiële vragen. Het is nuttig dat inwoners online tools kunnen invullen om te zien hoe ze financieel geholpen worden. Maar veelal zal vervolgens persoonlijke hulp gewenst zijn. Inwoners zullen zich in dat geval toch tot de gemeente moeten wenden.
Een organisatie daar tussen plaatsen die de inwoners doorverwijst naar de gemeente, terwijl we een kleine gemeente met korte lijntjes zijn, zal naar verwachting alleen maar verwarring veroorzaken. 1.2. Waarborgfonds Saneringskredieten Bij een saneringskrediet worden bij een schuldhulpverleningstraject alle schuldeisers in één keer aan het begin van het traject betaald. De schuldeisers krijgen hierdoor allemaal binnen korte tijd een deel van hun vordering uitgekeerd en hoeven daarna geen contact meer te onderhouden over de schuld. Om dit te betalen sluiten klanten een krediet af bij een Sociale kredietbank dat ze in 1,5 jaar moeten aflossen. De kredietbank is dan de enige instantie aan wie zij - de schuld - afbetalen. Op die manier is het overzichtelijk voor de inwoner en door de afspraken die via deze regeling worden gemaakt hebben de inwoners ook geen last meer van aanmaningen, deurwaarders etc. (mits er geen nieuwe schulden worden gemaakt). Gemeenten zijn vaak huiverig om borg te staan voor het door een kredietbank verstrekte krediet. Uit de cijfers blijkt echter dat 97% van de klanten het saneringskrediet netjes aflost. De rijksoverheid is daarom gevraagd om een fonds te vormen waarmee de risico’s van het verstrekken van kredieten gedekt kunnen worden. Dit is het Waarborgfonds saneringskredieten.
Het Waarborgfonds saneringskredieten (Wsk) is opgericht om de inzet van saneringskredieten aantrekkelijker en toegankelijker te maken voor gemeenten. Dit doet het Wsk door borgstellingen af te geven. Dit gebeurt zonder dat het de werkwijze van kredietbanken en hun bestaande samenwerking met gemeenten doorkruist.
19
Per saneringskrediet dat geborgd wordt door het Wsk, wordt er door de gemeente een premie afgedragen. Deze premie is een percentage van de hoogte van het saneringskrediet. Daarnaast zijn er nog andere kosten rondom een saneringskrediet. Enerzijds zijn er de kosten aan de kredietbank voor het leveren van het saneringskrediet. Anderzijds zijn er kosten voor het dragen van het risico in het geval een saneringskrediet niet volledig wordt afgelost door de klant. Het Wsk neemt deels het risico weg door een vaste premie per saneringskrediet in rekening te brengen. Het effect van het werken met saneringskredieten op de inwoners met schulden, de schuldeisers of de uitvoering is gering binnen onze gemeente. Wanneer er binnen de schuldhulpverlening schuldentrajecten worden aangeboden, wordt al met de schuldeisers afgesproken dat er éénmaal een betaling zal plaatsvinden aan het einde van het termijn. Van te voren wordt ook afgesproken welk percentage of bedrag aan hen toekomt. Op voorhand weet de schuldeiser dus al wat hem toekomt aan het einde van het schuldentraject. Door de afspraken die binnen de huidige werkwijze met de schuldeisers worden gemaakt, hebben de inwoners geen last meer van aanmaningen, deurwaarders etc. (mits er geen nieuwe schulden worden gemaakt).
In dat geval sparen zij maandelijks een bedrag waarna de schuld aan het einde van de periode door de budgetcoach wordt afgelost. Wanneer er sprake is van bewindvoering komt alle post bij de bewindvoerder terecht waardoor inwoners daar niet meer mee belast worden. De bewindvoerder zorgt voor afspraken, aflossingen etc. Naast het feit dat wij als kleine gemeente korte lijntjes hebben met onze inwoners en ze dus snel met vragen en/of hulp terecht kunnen, is het effect op de kosten niet te overzien. Afhankelijk van de aanvragen kunnen de kosten hoog of laag uitvallen. Hetzelfde geldt voor kredieten die niet afgelost worden. Wanneer het een forse schuld betreft, kan één onafgelost krediet in Mook al een financiële impact hebben. Het aansluiten bij een waarborgfonds heeft dus een geringe meerwaarde ten opzichte van de werkwijze die momenteel gehanteerd wordt in combinatie met het feit dat wij een kleine gemeente zijn met korte lijntjes tussen ons en de inwoners. 1.3. Uitbreiding vroegsignalering In hoofdstuk 3 is uitgebreid gesproken over de intensivering van de vroegsignalering. In het schema hieronder wordt nogmaals aangegeven welke acties wij voorstellen afhankelijk van de hoogte van de schuld(en). Tabel 9 Contact bij signaal schuldhulpverlening
Bedrag < €250 < €250
€250 tot €750
€750 of meer
Omschrijving Enkelvoudig Meervoudige match adres of historie (6 maanden) Enkelvoudig Meervoudige match adres of historie Gezin met kinderen < 18 Alleenstaande < 27 Alle categorieën
Urgentie Laag Laag +
Respons Brief / sms met verwijzing naar SSHBsupport Brief / sms en e-mail met verwijzing naar hulpverlener gemeente. Daarnaast na een week telefonische opvolging
Midden
Hoog
Brief/ sms en e-mail met verwijzing naar hulpverlener gemeente. Tevens telefonische opvolging. Bij meervoudig match adres of historie na een week een huisbezoek. Huisbezoek
Hoog +
Huisbezoek
Daarnaast is het voorstel om bij de intensivering van de vroegsignalering beter in te spelen op de verschillende doelgroepen. Hierbij kan gedacht worden aan een WhatsApp-bericht bij jongeren of brieven in verschillende talen ontwerpen. In dat geval worden inwoners, die de Nederlandse taal nog niet (volledig) machtig zijn, in hun eigen taal benaderd, waardoor zij relevante informatie beter (kunnen) begrijpen. De impact van deze wijziging zal voor de inwoners die het betreft groot zijn. Waar ze voorheen enkel een SMS of brief ontvingen zullen velen nu fysiek contact hebben met de schuldhulpverlener. Hierdoor is naar verwachting de drempel voor hen lager aangezien wij als gemeente zelf het contact opzoeken en ze dan het gezicht van een medewerker bij eventuele hulp al gezien hebben.
20
De impact op de uitvoering zal gering zijn. De schuldhulpverlener zal vaker fysiek contact hebben met inwoners, maar de verwachting is dat dit richting de toekomst juist voor minder werk zorgt aangezien er sneller bij (dreigende) schulden hulp geboden worden. Dit kan opgevangen worden binnen de huidige contracturen. 2. Inwoners met een minimuminkomen Voor dit beleidsgedeelte is er gezocht naar mogelijkheden om inwoners met een minimum inkomen beter te ondersteunen. Er zijn twee mogelijkheden onderzocht en overwogen om inwoners met een minimuminkomen beter te kunnen ondersteunen. Hieronder geven we uitleg over wat de mogelijkheden inhouden. Daarnaast leggen we uit welke impact deze verandering zal hebben op de uitvoering. Tevens maken we een inschatting van de kosten. 2.1. Uitbreiding subsidie Stichting Leergeld Het afgelopen jaar heeft Stichting Leergeld te maken gehad met een forse stijging. Dit heeft enerzijds te maken met het feit dat de kosten voor sport, cultuur e.d. duurder is geworden. Daarnaast zijn de aanvragen ten opzichte van 2023 fors gestegen. Wij ontvangen vanuit het rijk structureel geld ter armoedebestrijding voor kinderen. Dit bedrag laten we ten goede komen aan Stichting Leergeld die vervolgens dit geld kan inzetten voor het bestrijden van armoede bij kinderen. Dit bedrag zal bovenop de jaarlijkse subsidieverstrekking uitgekeerd worden.