Antwoorden op vragen Jaarstukken 2025
Tekst van het document
ANTWOORDEN OP VRAGEN FRACTIES JAARSTUKKEN 2025 Geachte raads- en commissieleden, Hieronder treft u de antwoorden aan op de vragen zoals deze door de diverse fracties zijn gesteld. Eventuele taal- en/of typefouten in de vragen zijn niet gecorrigeerd.
1 Algemeen (1-11) Vraag nr.
1
2
3
Pag. nr.
6
8
9
Vraag fractie In het voorwoord wordt gesproken over "verdere voortgang" met de uitvoering van het coalitieakkoord en algemene prestaties zoals "een nieuwe woonwijk is verder vormgegeven" en "hulp geboden aan onze kwetsbare inwoners". Kan het college concreter aangeven welke specifieke, meetbare doelen uit het coalitieakkoord in 2025 zijn gerealiseerd en hoe deze zich verhouden tot de oorspronkelijke planning en ambities? Het financieel overzicht vermeldt een positief rekeningsaldo van € 665.000 "exclusief de nagekomen voorgestelde budgetoverhevelingen en reserveringen". Kan het college toelichten welk deel van dit positieve resultaat structureel van aard is en welk deel incidenteel en hoe dit de financiële houdbaarheid op lange termijn beïnvloedt? Is het overhevelen van Restant kredieten naar het volgende jaar van 9 miljoen euro niet en risico in verhouding tot de omvang van de omvang van de financiën van onze kleine gemeente?
Fractie
Antwoord b&w
VVD/1
Het coalitieakkoord was een document op hoofdlijnen zonder concrete KPI's, aantallen of percentages. Ambities waren onder andere het realiseren van meer (betaalbare) woningen, een sluitende begroting, beperkte stijgingen belastingen, en verduurzaming/energietransitie. Het voert in dit document te ver om op planningen van individuele projecten in te gaan.
VVD/2
Het positieve saldo wordt grotendeels veroorzaakt door een incidentele baat vanuit de 'Realisatiestimulans' voor betaalbare woningen, waar wij vooralsnog vooral in 2025 en 2026 een beroep op kunnen doen. Hierdoor ontstaat geen structurele financiële ruimte voor toekomstige begrotingsjaren. Voor de lange termijn blijft daarom aandacht nodig voor het structurele begrotingsevenwicht.
CDA/1
De geraamde afschrijvingslasten van deze kredieten zijn reeds opgenomen in de Programmabegroting 2026 en verder. De financiering van deze investeringen blijft inderdaad een aandachtspunt. Afhankelijk van het tempo van uitvoering en de liquiditeitspositie kan het noodzakelijk zijn om op termijn leningen aan te trekken. In de Programmabegroting 2026 en in de Zomerrapportage 2026 is hier reeds rekening mee gehouden door hogere rentelasten te ramen.
Pagina 1 van 16
2 Jaarverslag (13 - 61)
Programma Sociale leefomgeving Vraag nr.
4
Pag. nr.
14
5
15-17
6
16
7
16
8
16
Vraag fractie Er zijn verschillende ketenaanpakken opgestart. In de jaarrekening van 2024 hebben we gelezen dat er problemen met de ketenaanpakken waren o.a. door het de financiering van het Rijk. Zijn deze problemen nu opgelost, zo ja hoe en zo nee welke problemen dienen nog opgelost te worden? Hier worden diverse activiteiten en resultaten genoemd. Kan het college per programmaonderdeel een duidelijke koppeling maken tussen de gerealiseerde activiteiten, de behaalde beleidsdoelstellingen en de financiële middelen die hiervoor zijn ingezet? De verleende subsidie zomerschool anderstaligen, betreft dit een eenmalige uitgave of een structurele uitgave? Bij bibliotheekwerk is de kleur groen meegegeven, terwijl op dit gebied weinig vooruitgang is geboekt. Waarom is dit groen en niet oranje ? (vergelijk met omschrijving en kleur (oranje) bij participatiewet in balans, p. 18).
We lezen dat er in 2025 zijn verschillende sportverenigingen bezocht. Wat hebben deze bezoeken opgeleverd.
Fractie
Antwoord b&w
VVD/1
We ervaren nog steeds problemen, deze zijn divers van aard. Bij de ketenaanpak Valpreventie bijvoorbeeld merken we dat inhoudelijke richtlijnen vanuit het Rijk in de praktijk niet altijd uitvoerbaar zijn. De ons beschikbare financiële middelen blijken helaas nog niet altijd toereikend. .
VVD/4
Uw vraag is van dermate omvang dat een gerichte beantwoording niet mogelijk is. Indien u aan kunt geven welke specifieke onduidelijkheid u opgehelderd wenst te hebben, dan proberen wij u gericht te antwoorden.
D66/1
Dit betreft een jaarlijkse subsidie, gebaseerd op het in het betreffende kalenderjaar te verwachten aantal deelnemers vanuit gemeente Mook en Middelaar.
D66/2
De Participatiewet is al van kracht, voor de Wsob is dat niet het geval.
VVD/2
Deze bezoeken hebben een uitgebreid contact opgeleverd, waarbij er verdiepend inzicht is verkregen in het reilen en zeilen van de vereniging. Een ander belangrijk onderdeel van deze gesprekken, is meer kennis vergaren over de ondersteuningsmogelijkheden vanuit de gemeente aan sportverenigingen. Ook is het gesprek bedoeld om het netwerk te verstevigen. De beweegcoach sluit ook aan bij de gesprekken waardoor er gemakkelijk verbindingen gelegd kunnen worden tussen inwoners, professionals en verenigingen in onze gemeente.
Pagina 2 van 16
Vraag nr.
9
Pag. nr.
16
Vraag fractie
Er zijn subsidies verleend om onderwijsachterstanden te voorkomen en bestrijden. In 2024 waren er geen bijzonderheden op dit onderwerp. Wat heeft er in 2025 voor gezorgd dat de subsidies wel nodig waren en welke veranderingen zijn er t.o.v. 2024 opgetreden?
Fractie
Antwoord b&w
VVD/3
In 2025 zijn er geen significante veranderingen opgetreden ten opzichte van 2024. Wel hebben wij in 2025 geconstateerd dat er afgelopen jaren steevast budget over is gebleven vanuit de Specifieke Uitkering Onderwijsachterstandenbeleid (SPUK GOAB). Het is bekend geworden dat in 2027 de helft van dit overschot teruggevorderd zal worden door het Rijk en hebben partners vanuit het werkveld een gedeelde behoefte geuit voor extra inzet op taalen leesondersteuning aan jonge kinderen met risico’s op ontwikkelingsachterstanden. Als gemeente hebben wij een juridische verplichting om te zorgen voor voldoende aanbod en spreiding van plekken voorschoolse educatie aan peuters met een risico op ontwikkelingsachterstanden en de warme overdracht van voor- naar vroegschool te bevorderen. Vanuit die juridische verplichting verlenen wij structureel de volgende jaarlijkse subsidies (dus in 2025, maar ook in voorgaande jaren): • Subsidie aan KION voor de realisatie van voorschoolse educatie in Mook en Molenhoek; • Subsidie aan Lijn83po voor de inzet van de kwaliteitscoördinator (voorheen intern begeleider) t.b.v. de warme overdracht van voor- naar vroegschool. Daarnaast verlenen we al jaren een kleine subsidie aan Pontem College voor de realisatie van een zomercampus voor middelbare scholieren met een niet-Nederlandstalige achtergrond.
Dit is niet juridisch verplicht, maar de doelstelling van deze zomercampus past binnen de doelstelling van de SPUK GOAB en het budget vanuit de SPUK GOAB is ruimschoots toereikend om deze subsidie jaarlijks te verlenen. Nieuw in 2025 was de eenmalige subsidie aan KION en Lijn83po voor een boekentasjesproject voor jonge kinderen met risico’s op taal-/leesachterstanden. Ook deze eenmalige subsidie is niet juridisch verplicht, maar is verleend vanuit het budgetoverschot van de SPUK GOAB vanwege de behoefte vanuit het werkveld om extra ondersteuning te kunnen bieden aan gezinnen waarin (voor)lezen niet vanzelfsprekend is en/of niet de Nederlandse taal wordt gesproken.
Pagina 3 van 16
Vraag nr.
Pag. nr.
Vraag fractie
Fractie
10
16
Is in 2025 ontvangen decentralisatie uitkering van €100.000,- een uitkering die verplicht aan dit doel uit te geven is? Is dit een eenmalige of structurele uitkering?
11
16
Is al bekend wanneer de haalbaarheidsonderzoeken naar verbouw/ nieuwbouw van het Kandinsky gepland zijn?
DGP/1
12
17
Is de genoemde decentralisatieuitkering specifiek gelabeld voor een bibliotheekvoorziening?
DGP/2
VVD/5
Antwoord b&w De (incidenteel) ontvangen decentralisatie-uitkering maakt onderdeel uit van het gemeentefonds en behoort daarmee tot de algemene dekkingsmiddelen. Het betreft geen specifieke uitkering met een verplichte bestedingsrichting. Formeel is het daarom niet verplicht om deze middelen uitsluitend aan dit doel te besteden. Nee. Momenteel lopen de procedures van de behandeling van de aanvragen voor onderwijsvoorzieningen voor Kandinsky te Molenhoek en De Maaskei te Mook. Zodra deze procedures zijn afgerond, kunnen de haalbaarheidsonderzoeken worden gepland. Zie het antwoord op vraag 10.
Pagina 4 van 16
Programma Sociaal Domein Vraag nr.
13
14
Pag. nr.
Vraag fractie
18
Opvang asielzoekers: Hoe staat het met de overeenkomst tussen gemeenten in Limburg over verdeling van asielzoekers? En wat is onze rol hier nu in?
18-20
Dit programma laat een nadelig resultaat zien. Naast de eerder gestelde vragen over de kostenstijgingen, kan het college toelichten of de gestelde kwalitatieve doelen binnen dit programma (bijvoorbeeld op het gebied van zelfredzaamheid of participatie) wel zijn behaald en hoe dit wordt gemeten?
15
18
Zijn de doelstellingen m.b.t. de gekoppelde vergunninghouders in 2025 gerealiseerd? In 2024 was er een achterstand m.b.t. het vinden van woonruimte. Is dit in 2025 opgelost en ingelopen?
16
19-20
De geformuleerde doelstelling “Aan het minimabeleid gaan we minder uitgeven” is niet gerealiseerd want de uitgaven zijn van 117,1 naar
Fractie
Antwoord b&w
DGP/1
Eind 2024 zijn Limburgse gemeenten met elkaar overeengekomen hoe de provinciale taakstelling voor de opvang van asielzoekers over de provincie zou worden verdeeld. Binnen die verdeling ging het grotendeels om structurele asielopvangplekken, maar ook deels om asielopvangplekken die uiteindelijk toch niet konden worden gerealiseerd of tijdelijk waren en dus inmiddels zijn opgeheven. Inmiddels is de tweede cyclus van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvang (‘Spreidingswet’) op 1 februari 2026 ingegaan met een nieuwe provinciale taakstelling. Om opnieuw tot een sluitende verdeling te komen, zijn de Limburgse Regietafel (LiRT) en Regionale Regietafels, zoals die van Noord-Limburg, opnieuw opgestart. Wij nemen deel aan deze overlegstructuur om zo samen met andere (Noord-)Limburgse gemeenten te komen tot bestuurlijke afspraken om gezamenlijk aan de provinciale taakstelling te kunnen voldoen.
VVD/1
De kwalitatieve doelen zijn grotendeels behaald, te zien aan de verantwoording in de tekstblokken. Indien u nadere informatie wenst over een specifiek doel vernemen wij dat graag zodat wij u waar mogelijk kunnen informeren.
VVD/2
D66/3
Ja, in 2025 is de achterstand ingelopen. Overigens zit er enige vertraging in de formele registratie van de huisvesting van vergunninghouders over de jaarwisseling heen, waardoor de door COA gerapporteerde realisatie nog een achterstand laat zien, maar de in onze eigen administratie gerapporteerde realisatie een lichte voorsprong (+1) laat zien. Vanwege de gerealiseerde inhaalslag, heeft Provincie Limburg onze gemeente weer van de interventieladder van het Interbestuurlijk Toezicht afgehaald, zie de brief die op 9 april 2026 aan uw gemeenteraad is verzonden. Dit onderdeel had eigenlijk geen kleur hoeven krijgen, omdat het geen actiepunt uit de Programmabegroting 2025 betreft, maar een uitwerking van een toezegging aan de raad. Als er toch een kleur wordt toegekend, is groen verdedigbaar. De genoemde regelingen
Pagina 5 van 16
Vraag nr.
Pag. nr.
Vraag fractie
Fractie
127,2 gestegen. Waarom is dit onderdeel toch groen gemarkeerd?
17
18
19-20
Er is een tabel opgenomen die gaat over de kosten van de minimaregelingen van de afgelopen jaren. Graag ontvangen wij uitleg bij deze tabel. Bijvoorbeeld; het aantal toegekende aanvragen, om hoeveel aanvragen ging het. Wat wordt bedoeld met % doelgroep, is de doelgroep bijvoorbeeld duidelijk en volledig in beeld?
VVD/3
20
Minimabeleid. Er staan percentages van de toegekende aanvragen. Is er zicht op hoeveel mensen geen aanvraag doen terwijl er een kans is dat ze wel recht de betreffende uitkering hebben?
PRO/1
Antwoord b&w maken deel uit van het totale budget voor minimabeleid, met een raming van € 211k en een realisatie van € 159k. Op pagina 83 in de jaarrekening treft u deze informatie aan. Voor het percentage is het totaal aantal inwoners geteld dat in dat jaar een bedrag heeft kregen op grond van de Participatiewet. In 2023 betrof dit 352 inwoners, in 2024 betrof dit 189 inwoners en in 2025 betrof dit 199 inwoners. Een inwoner kan voor meerdere minimaregelingen, behoudens de studietoeslag, een aanvraag hebben gedaan. De studietoeslag betreft een aparte doelgroep aangezien het hierbij om jongeren gaat die studeren.
Nee, daar is geen zicht op.
Programma Fysieke leefomgeving Vraag nr.
Pag. nr.
Vraag fractie
Fractie
19
21
Wat moet men verstaan onder betaalbare woningen? Zowel koop als midden dure huur? Welke bedragen moet men zich daarbij voorstellen?
20
21
Wat is de actuele wachtlijst voor sociale huurwoningen?
DGP/1
21
21
Welke bijdrage leveren Maastuin en Startsche Veld aan de gemeentelijke woningbouwopgave?
DGP/2
CDA/1
Antwoord b&w Onder betaalbare woningen vallen sociale huurwoningen, middendure huurwoningen en betaalbare koopwoningen. Voor alle categorieën geldt een bovengrens die (jaarlijks) wordt bijgesteld / geïndexeerd. De bovengrens (prijspeil 1 januari 2026) voor sociale huur bedraagt (afgerond) € 933; middendure huur € 1.228 en betaalbare koop € 420.000. Voor het antwoord op deze vraag moeten wij u verwijzen naar de woningbouwcorporatie Destion, die verantwoordelijk is voor de toewijzing. Op dit moment worden de mogelijkheden voor het Startsche Veld verkend. Daar is nog geen concreet woningbouwprogramma voor opgesteld. Bij de plannen wordt in ieder geval rekening gehouden
Pagina 6 van 16
Vraag nr.
Pag. nr.
Vraag fractie
Fractie
Antwoord b&w met de uitgangspunten uit de woondeals met betrekking tot aandeel sociaal en betaalbaar. Bij de Maastuin worden (maximaal) 282 woningen gerealiseerd.
Programma Toerisme, natuur en duurzaamheid Vraag nr.
22
23
Pag. nr.
Vraag fractie
23-24
Bij het "Programma Toerisme, natuur en duurzaamheid" worden diverse projecten en ambities genoemd. Kan het college een overzicht geven van de concrete resultaten die in 2025 zijn behaald met betrekking tot de verduurzaming van de gemeente en de stimulering van toerisme en hoe deze bijdragen aan de lange termijn visie?
23
In het kader van de Kunst- en erfgoedvisie zijn een aantal panden aangemerkt als monumentale panden. Wij hebben van inwoners gehoord dat er panden, in eigendom van deze inwoners, als monumentaal pand zijn aangemerkt, maar dat deze eigenaren dat zelf niet willen. Kunst, erfgoed en cultuur staat in je jaarstukken als ‘groen’. Deze geluiden maken dat wij ons afvragen of dit inderdaad zo goed gaat als nu wordt weergegeven. Graag horen wij om hoeveel panden het gaat waarbij is aangegeven dat het pand als monumentaal pand is aangemerkt zonder dat de eigenaar van dat pand hier zelf om heeft gevraagd. Graag ook een toelichting over
Fractie
Antwoord b&w Verduurzaming: Hiervoor verwijzen wij u naar het raadsmemo van 9 december 2025, ID 401: Tussentijdse updates uitvoeringsprogramma duurzaamheidsbeleid.
VVD/1
Stimuleren van toerisme: Wij hebben geen cijfermatige data (dataportaal) om de concrete resultaten binnen het toerisme statistisch te toetsen of te evalueren. Hetgeen in 2025 is opgeleverd en gerealiseerd draagt bij aan de langere termijn visie voor een verdere ontwikkeling van de sector en een goede samenwerking met onze inwoners, ondernemers, de regio en de gebruikers. In april 2025 is uw raad geïnformeerd met de raadsmemo ‘Onderzoek potentiële gemeentelijke monumenten’. In deze memo wordt het onderzoek naar mogelijke uitbreiding van de gemeentelijke monumentenlijst beschreven. In overeenstemming met de memo en de daarbij horende bijlagen, is contact opgenomen met eigenaren.
VVD/2
Het uitgevoerde beleid en de bestede middelen voor het onderdeel ‘kunst, erfgoed en cultuur’ zijn in overeenstemming met de Programmabegroting 2025, vandaar dat dit onderdeel op groen staat.
Pagina 7 van 16
Vraag nr.
24
25
26
27
28
Pag. nr.
24
Vraag fractie deze gang van zaken én een verklaring waarom het onderdeel ‘Kunst, erfgoed en cultuur’ op groen staat. Onder Warmte wordt gesproken over “Daarnaast is gestart met de uitvoering van het MCO NIPprogramma, dat tot doel heeft eigenaren van slecht geïsoleerde woningen met een lage WOZwaarde te ondersteunen bij het treffen van isolatiemaatregelen.”. Waarom wordt er niet gekeken naar alle slecht geïsoleerde woningen, omdat er veel erg grote woningen zijn met misschien een hoge WOZ-waarde, maar met een laag energie label?
Fractie
CDA/1
24
Wat moet ik me concreet voorstellen onder “Tot slot is input doorgegeven voor actualisatie van de gemeentelijke klimaatstresstesten.”?
CDA/2
24
Wat moet ik me voorstellen onder “Aan de hand daarvan hebben we een start gemaakt met een plan om de milieustraat verder te professionaliseren.”?
CDA/3
24
In de Rechtmatigheidsanalyse lees ik dat de gerealiseerde lasten slecht 65% zijn van de geraamde lasten. Wat wil het college hier de komende jaren aan doen?
CDA/4
24
We lopen achter op de doelstelling 24,8 km nieuwe Maasheggen te planten voor eind 2027. Wat is de reden van achterstand en wat zijn acties die genomen worden om de doelstelling, voor eind 2027, toch te behalen?
PRO/1
Antwoord b&w
Dit project komt voort uit een specifieke uitkering vanuit het Rijk, waarbij er criteria zitten aan de betreffende woz-waarde. Deze worden gevolgd.
Een aantal jaren geleden zijn er zogenoemde klimaatstresstesten uitgevoerd die op een kaart in beeld brengen hoe de gemeente ervoor zou staan in geval van extreme hitte, droogte, wateroverlast en overstroming. Om de zoveel tijd moeten die worden geactualiseerd n.a.v. nieuwe klimaatontwikkelingen. Dat is nu gedaan. Uit de bezoekersaantallen bleek dat de milieustraat veel door eigen inwoners wordt gebruikt. Tegelijkertijd is de milieustraat verouderd. Er is dus een plan gemaakt voor de plaatsing van slagboom en een logischere indeling van de routes. Het verschil tussen de raming (€ 3.795k) en realisatie (€ 2.625k) bedraagt € 1.170k. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door twee specifieke SiSa-uitkeringen, waarvan zowel de baten als de bijbehorende lasten worden doorgeschoven naar 2026. Hierdoor ontstaat per saldo geen financieel nadeel. De achterstand is het gevolg van een combinatie van factoren: een (te) hoge ambitie, een onderschatting van de beperkingen binnen de vergunningmogelijkheden van Rijkswaterstaat en de afhankelijkheid van de deelname van grondeigenaren. Om de doelstelling alsnog te realiseren, wordt gezocht naar mogelijkheden in het binnendijkse gebied en naar een zo optimaal mogelijke inzet van pachtgronden.
Pagina 8 van 16
Programma Bestuur en organisatie Vraag nr.
29
Pag. nr.
25
Vraag fractie
Inwonerparticipatie verloopt goed kunnen we lezen. Hoe verhoud zich dit ten opzichte van andere (vergelijkbare) gemeenten?
Fractie
VVD/3
Antwoord b&w In het kader van de Barometer Burgerparticipatie onderzoeken Invior en uitgever Publiek Denken jaarlijks hoe gemeenten en inwoners in Nederland burgerparticipatie ervaren en vormgeven. Hierbij is aan ambtenaren gevraagd wat de stand van zaken is rondom burgerparticipatie in de gemeente waar zij voor werken. 55 ambtenaren van verschillende gemeenten vulden de vragenlijst in. Volgens de Barometer Burgerparticipatie 2026 horen we bij de 'koplopers' in de manier waarop we als gemeente participatie vormgeven en organiseren.
Algemene dekkingsmiddelen, overhead, Vpb en Onvoorzien Vraag nr.
Pag. nr.
Vraag fractie
Fractie
30
29
Waarom is de Overhead huisvesting buitendienst (2024: 247) in 2025 hoger begroot op 304 en toch slechts op 187 uitgekomen?
D66/1
31
29
Welke functies zijn extern ingehuurd?
DGP/1
29
Tabel op pagina 29 over de kosten van overhead zitten rare bewegingen in. Waarom is P&O bijvoorbeeld eerst meer dan 1 miljoen hoger begroot dan vorig jaar (25%!), toen weer fors naar beneden
PRO/1
32
Antwoord b&w Dit komt doordat in 2025 meer kosten rechtstreeks aan de programma’s konden worden doorbelast dan vooraf was geraamd. Hierdoor vallen de overheadlasten lager uit. Voor 2026 is de begroting hierop aangepast. Het verschil ten opzichte van 2024 wordt daarnaast mede verklaard door een incidentele verkoopopbrengst in 2025. Functies worden niet per definitie extern ingehuurd. Uitzonderingen hierop zijn kleine, specialistische rollen en medewerkers via een participatieregeling. Overige inhuur is altijd voor tijdelijke werkzaamheden, piekbelastingen of tijdelijke vervanging bij ziekte of onverwacht vertrek van een medewerker om de tijd tot een nieuwe collega begint te overbruggen. P&O De ramingen voor overhead worden primair gebaseerd op de omvang van de formatie. Gedurende het jaar vinden mutaties plaats. Daarnaast zijn in de Zomerrapportage 2025 voorstellen gedaan om salarislasten, waar mogelijk, over te hevelen van
Pagina 9 van 16
Vraag nr.
Pag. nr.
Vraag fractie
Fractie
bijgesteld (500k), en toen weer fors omhoog (500k)? En waarom is ICT fors lager begroot en vervolgens op vrijwel hetzelfde niveau als vorig jaar uitgekomen? De toelichting op pagina 88 helpt niet echt om dit te begrijpen.
Antwoord b&w overhead naar de functionele programma’s. De verschillen zijn dus deels rekenkundig. De uiteindelijke realisatie is afhankelijk van de feitelijke bezetting. ICT Ingeschat werd dat de hogere realisatie in 2024 te maken had met incidentele kosten. In de loop van 2025 is geconcludeerd dat we met structurele stijging van de afgenomen diensten te maken hebben. Softwarelicentiekosten spelen hier een grote rol in.
Paragrafen (vanaf pagina 32) Vraag nr.
33
34
Pag. nr.
33-35
35 en 79
Vraag fractie Betreft Kostendekkendheid rioolheffing: In 2025 zijn de heffingen geïndexeerd met de algemene CBS prijsstijging index van 2,83%. Dit bleek niet voldoende te zijn om 100 % kostendekkendheid te bereiken. 1. Waarom worden heffingen niet geïndexeerd op basis van de te verwachten stijging van de rioolbeheer lasten in het begrotingsjaar, zodat de zeer hoge egalisatievoorziening niet meer nodig is. ? Betreft egalisatievoorziening heffingen: In 2025 is € 147k ontrokken aan de egalisatievoorziening rioolheffing en € 28k aan de dito voorziening reinigingsheffingen. De totale egalisatie voorzieningen bedragen eind 2025 € 4300k. Dat is ca. 60 % van het totaal aan voorzieningen op de balans. 1. Waarom is zijn de egalisatievoorzieningen rioolheffing en reinigingsheffingen relatief zo hoog, terwijl jaarlijkse onttrekkingen toch relatief gering zijn?
Fractie
Antwoord b&w
D66/2
Vanaf 2020 worden de rioolheffingen gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de rioollasten. De huidige relatief hoge egalisatievoorziening is historisch ontstaan doordat in eerdere jaren is gespaard voor toekomstige investeringen. Om deze voorziening geleidelijk af te bouwen, valt jaarlijks circa € 50k vrij. Hierdoor kan de stijging van de rioolheffing worden beperkt. Rioolheffing en reinigingsheffingen zijn financieel gesloten systemen, waarbij alle baten en lasten binnen het betreffende taakveld worden geëgaliseerd. Hierdoor worden de opbrengsten volledig ingezet voor riolering respectievelijk afvalinzameling en verwerking.
D66/1 De omvang van de egalisatievoorziening rioolbeheer is historisch opgebouwd vanuit eerdere beleidskeuzes om te sparen voor toekomstige investeringen (zie ook het antwoord op vraag 33). De egalisatievoorziening afval is traditioneel veel beperkter geweest; de huidige omvang is grotendeels ontstaan bij de Pagina 10 van 16
Vraag nr.
35
36
Pag. nr.
36
36
37
39
38
39
39
42
Vraag fractie
Fractie
Antwoord b&w
2. Wanneer en waarom is het besluit over deze egalisatie voorziening genomen?
Jaarstukken 2024 als gevolg van positieve resultaten bij de afvalstoffenheffing.
Kostendekkendheid leges. Van de opbrengst van 890 is 444 eenmalig vanwege de Maastuin. Anders zou de opbrengst 214 zijn. Maar 890 - 444 = 446. Hoe zit dit?
PRO/2
De genoemde € 214k betreft uitsluitend de opbrengst uit omgevingsvergunningen en niet de totale legesopbrengsten. De totale legesopbrengsten zouden zonder de incidentele opbrengst van project De Maastuin inderdaad circa € 446k bedragen. Dit is verwerkt in de erratalijst. Het genoemde percentage van 81% kostendekkendheid blijft correct.
VVD/1
Zie het antwoord op vraag 35.
PRO/1
Het overzicht met risico’s op pagina 39 is abusievelijk niet volledig bijgewerkt. De juiste bedragen en de herziene tabel zijn opgenomen in de erratalijst, welke onderdeel uitmaakt van de vast te stellen Jaarstukken 2025.
VVD/2
€ 1.304k is juist. Zie ook het antwoord op vraag 37.
CDA/1
Met deze zin wordt bedoeld dat de structurele exploitatieruimte van 2025 niet automatisch doorwerkt naar de daaropvolgende jaren. De structurele baten en lasten voor 2026 en verder wijken af van 2025
De toelichting op de kostendekkendheid van leges stelt dat zonder de eenmalige baat van € 444.000 uit project De Maastuin, de gerealiseerde opbrengst € 214.000 zou bedragen. Echter, als de totale opbrengst (circa € 890.000) wordt gecorrigeerd, resteert circa € 446.000. Kan het college de correcte berekening en het juiste bedrag toelichten, en bevestigen dat de genoemde 81% kostendekkendheid hierbij aansluit? Op pagina 39 paragraaf Weerstandsvermogen tabel onderaan; de genoemde getallen in de kolommen kwantificering en omvang bij de punten 2 t/m 5 en punt 7 komen niet overeen met de genoemde getallen bij dezelfde onderdelen in bij bijlage 4, pagina 127? In het risico-overzicht wordt een totaal berekend risico van € 1,821 miljoen gepresenteerd, terwijl de daaropvolgende categorietabel en de conclusie uitgaan van € 1,304 miljoen. Hoe verklaart het college dit toch wel behoorlijke verschil, welk bedrag is leidend voor de beoordeling van de dekkingsgraad van het weerstandsvermogen en waarom? Onder 4. Structurele exploitatieruimte staat dat staat in de toelichting expliciet dat de structurele exploitatieruimte van 2025 “ingehaald” wordt door recentere begrotingen waarin juist een structureel
Pagina 11 van 16
Vraag nr.
Pag. nr.
Vraag fractie
Fractie
tekort wordt verwacht. Wanneer denkt het college hier een antwoord op te kunnen geven? 40
41
42
43
Antwoord b&w en worden jaarlijks geactualiseerd op basis van de meest recente ontwikkelingen en inzichten.
45
In 2025 is een verdubbeling van de havengelden ontvangen t.o.v. 2024. Wat is hier de reden van?
VVD/3
51
De externe inhuur is in 2025 zoveel mogelijk beperkt gebleven en alleen ingezet om continuïteit te garanderen of voor uiterst specifieke werkzaamheden. Kan het college een gedetailleerd overzicht geven van de kosten van externe inhuur binnen de verschillende domeinen in 2025 en hoe wordt de noodzaak en doelmatigheid van deze inhuur kritisch beoordeeld?
VVD/5
52
De controlekosten waren aanzienlijk hoger begroot dan de werkelijke kosten. Waardoor zijn deze kosten zoveel lager uitgevallen?
VVD/4
53
Welke twee diensten zijn voor € 202.000 ten onrechte niet Europees aanbesteed? Is de aanbestedingsfout meegenomen in het accountantsoordeel en blijft deze onder de verantwoordingsgrens? In 2024 was er ook een overbesteding door onjuiste aanbestedingen. Waardoor is dit weer mis gegaan en nu voor een hoger bedrag dan in 2024?
VVD/6
Het verschil tussen 2025 en 2024 betreft slechts € 53. Het bedrag zat vorig jaar net onder de grens van € 1.500 en in 2025 net boven de grens van € 1.500. Door de weergave per € 1.000 lijkt het een stijging te zijn van € 1k naar € 2k. Functies worden niet per definitie extern ingehuurd. Uitzonderingen hierop zijn kleine, specialistische rollen en medewerkers via een participatieregeling. Overige inhuur is altijd voor tijdelijke werkzaamheden, piekbelastingen of tijdelijke vervanging bij ziekte of onverwacht vertrek van een medewerker om de tijd tot een nieuwe collega begint te overbruggen. Via dit criterium wordt de noodzaak van inhuur altijd op MT niveau afgewogen. Daarbij wordt het platform Flextender gebruikt om meerdere offertes op te vragen. Inhuur vindt plaats binnen elk van de drie afdelingen ruimte, sociaal en bedrijfsvoering. In het budget van € 75k was naast de reguliere jaarrekeningcontrole ook rekening gehouden met mogelijke aanvullende verklaringen en controlewerkzaamheden. Deze aanvullende werkzaamheden hebben in 2025 niet plaatsgevonden. Daarnaast bestaat het controlebudget steeds uit een combinatie van werkzaamheden voor de controle van het voorgaande boekjaar en de interimcontrole van het lopende jaar. De controlekosten voor de jaarrekening 2024 vielen lager uit dan oorspronkelijk geraamd.
Dit betreffen de aankoop van een softwarepakket en de inkoop van een dienst die nodig was voor de opvang van Oekraïners. De onrechtmatigheid is opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording en maakt daarmee onderdeel uit van het accountantsoordeel. Het totale bedrag blijft onder de verantwoordingsgrens van 2%. Naar aanleiding hiervan worden de interne aanbestedingsprocedures en contractbewaking verder aangescherpt om de kans op herhaling te verminderen. Zie ook pagina's 96 en 97 van de Jaarstukken 2025.
Pagina 12 van 16
Vraag nr.
Pag. nr.
44
53
Voorwaardencriterium: twee diensten zijn niet Europees zijn aanbesteed, terwijl dit wel had gemoeten. Hoe kan dit verklaard worden?
58
Pagina 58 bovenaan; op welke wijze beïnvloedt het terugtrekken van één partij het economische draagvlak en de fysieke schaal van de geplande woonwijk Startscheveld Mook?
45
Vraag fractie
Fractie
Antwoord b&w
CDA/2
Zie het antwoord op vraag 43.
PRO/2
Het terugtrekken van één partij heeft geen invloed op het economisch draagvlak. Wat betreft de fysieke schaal; het totale plangebied is ruim vijf hectare groot, waarvan iets minder dan één hectare in bezit is van de partij die zich heeft teruggetrokken (ongeveer 18% van het geheel).
Vraag fractie
Fractie
Antwoord b&w
3 Jaarrekening (62 - 106) Vraag nr.
Pag. nr.
46
68
Welk deel van het positieve resultaat is structureel en welk deel incidenteel?
VVD/1
66
Het Programma Sociaal Domein sluit met een nadelig verschil van € 117.000 ten opzichte van de begroting na wijziging, voornamelijk door hogere lasten voor jeugdhulp en Wmo (pagina 66, 83). Welke concrete maatregelen neemt het college om deze structurele kostenstijgingen te beheersen en te zorgen voor een duurzaam financieel evenwicht in het sociaal domein?
VVD/2
47
48
77
49
83
Pensioenvoorziening gewezen wethouders: Hier staat “berekeningen een toevoeging (€ 19k). Op basis van een toekomstige overdracht naar het ABP een extra toevoeging (€ 256k). “Vraag wanneer vindt deze overdracht naar het ABP plaats? Welke structurele maatregelen zijn genomen om fouten in het Participatiewet-klantenbestand te voorkomen?
Zie het antwoord op vraag 2. De gemeenteraad heeft al een aantal besluiten genomen om de kostenstijging meer beheersbaar te maken, denk aan de inzet van een POH jeugd, Buurtgezinnen en de Wijk GGD. Zonder deze voorzieningen was de kostenstijging naar verwachting groter geweest. Landelijk is een stijging te zien in de complexiteit van de ondersteuningsbehoefte. Kentering hierin vraagt een brede maatschappelijke beweging. Hier werken we als gemeente aan middels onder andere de IZA/AZWA en Hervormingsagenda Jeugd.
CDA/1
De overdracht van de pensioenvoorziening van (gewezen) wethouders naar het ABP staat momenteel gepland per 1 januari 2028. Dit is afhankelijk van de landelijke implementatieplanning.
VVD/3
Zowel iRvN als de gemeente hebben een eigen verantwoordelijkheid in het bijhouden van het cliëntenbestand en hebben hier hernieuwde afspraken over gemaakt, om een dergelijk
Pagina 13 van 16
Vraag nr.
Pag. nr.
Vraag fractie
Fractie
Antwoord b&w voorval in de toekomst te voorkomen. In de praktijk wordt nu zowel lokaal bij gemeente als in de applicatie het aantal nieuwe cliënten bijgehouden.
83
Wordt alsnog een vangnetuitkering aangevraagd voor het Participatiewet-tekort, en welk bedrag is realistisch?
VVD/4
84
Onder “Nadere toelichting Participatie-uitkeringen “staat “Door de foutieve aantallen van uitkeringsgerechtigden is tot en met september 2025 ten onrechte aangenomen dat dit aantal daalde en dat de BUIG-middelen van het Rijk (€ 1.929k) toereikend zouden zijn om geen tekort te laten ontstaan. “. Hoe wil het college voorkomen dat de bestuurlijke en financiële sturing op grond van gegevens onjuist of te laat plaatsvinden?
CDA/2
52
84
Kan het iRvN gehouden worden om de tekorten op het budget participatie aan te vullen mocht de aanvraag vangnetuitkering bij het Rijk niet slagen? Zij hebben immers te laat de juiste gegevens aangeleverd? Is deze vorm van verzuim geregeld in de GMR? (red: moet MGR zijn)
PRO/1
53
84
Kan het college aangeven waarom wordt gewacht op een besluit van de raad om wel of geen vangnetuitkering aan te vragen?
VVD/5
85
Wij zien over de gehele linie hogere legesopbrengsten dan beraamd. Welk percentage voor kostendekkendheid wordt aangehouden en wordt deze niet overschreden?
DGP/1
50
51
54
De gemeenteraad beslist op 11 juni 2026 of er een vangnetuitkering wordt aangevraagd. Bij de aanvraag is tot 5% van het tekort voor eigen rekening van de gemeente. Dit betreft een bedrag van € 96.458. Voor het tekort boven de eigen risico van de gemeente is de vangnetregeling van toepassing. Dit is een bedrag van € 100.872.
Zie antwoord vraag 49.
Nee, dit is niet mogelijk. iRvN is niet verantwoordelijk voor de stijging van het cliëntenbestand zelf, enkel voor de rapportages. Zowel iRvN als de gemeente hebben een eigen verantwoordelijkheid in het bijhouden van het cliëntenbestand en hebben hier hernieuwde afspraken over gemaakt. Daarnaast is de MGR is een gemeenschappelijke regeling zonder eigen weerstandsvermogen, wat effectief zou betekenen dat dit verhaald zou worden op de andere deelnemers. Het is de bevoegdheid van de raad om de (financiële) kaders met betrekking tot de aanvraag vast te stellen. Nadat de raad hier goedkeuring op heeft gegeven, wordt de aanvraag ingediend bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Op begrotingsbasis mag de kostendekkendheid maximaal 100% bedragen. Op realisatiebasis kan dit percentage hoger uitvallen, omdat legesopbrengsten vraaggestuurd zijn en vooraf niet exact te ramen. Leges worden dan ook niet achteraf geëgaliseerd zoals bij rioolheffing en de reinigingsheffingen het geval is. Voor 2025
Pagina 14 van 16
Vraag nr.
Pag. nr.
Vraag fractie
Fractie
Antwoord b&w bedraagt de gerealiseerde kostendekkendheid 163%, inclusief de incidentele legesopbrengsten uit project De Maastuin. Zonder deze incidentele opbrengsten bedraagt de kostendekkendheid 81%. Zie ook de antwoorden op vragen 35 en 36. Dit is toegelicht in de verschillenanalyse. De hogere overheadkosten worden onder andere veroorzaakt door hogere salariskosten, externe inhuur, opleidingskosten, stijgende ICTkosten en een dotatie aan de voorziening bovenmatig verlof.
55
88
Waarom zijn de overheadkosten € 452.000 hoger dan geraamd en welk deel daarvan werkt structureel door?
VVD/6
De overschrijding in de Jaarstukken 2025 werkt niet één-op-één structureel door naar toekomstige jaren, omdat de ramingen voor 2026 reeds zijn geactualiseerd in de Programmabegroting 2026 en aanvullend worden bijgesteld via de Zomerrapportage 2026. Daarmee zijn de meest recente inzichten al verwerkt in de ramingen voor de volgende jaren.
Fractie
Antwoord b&w
PRO/1
Zie Leerplicht Jaarverslag 2023-2024 incl. Raadsmemo d.d. 3 december 2024, aangezien deze beleidsindicatoren over 2024 schooljaar 2023-2024 betreffen: "De cijfers zijn mogelijk niet altijd representatief en de schooljaren laten zich dan ook moeilijk met elkaar vergelijken. Tijdens de Covid-pandemie werd verzuim minder zuiver geregistreerd en er werd minder strikt gehandhaafd op de leerplicht. De beperkende maatregelen van destijds hadden in schooljaar 2022-2023 op een aantal leerlingen nog steeds impact: sommigen vonden het moeilijk om de motivatie terug te vinden om weer naar school te gaan en/of hadden er moeite mee om zich weer onder leeftijdgenoten te begeven. Schooljaar 20232024 kan dan ook worden beschouwd als weer het eerste representatieve schooljaar. De cijfers suggereren dat het (relatief) verzuim fors is toegenomen, zeker gezien de gestage afname over de afgelopen vier
4 Vaststellingsbesluit / Bijlagen (107- 178) Vraag nr.
56
Pag. nr.
114
Vraag fractie
De Beleidsindicatoren bij Absoluut - en Relatief verzuimgeven beiden in 2024 een flinke stijging t.o.v. voorgaande jaren. Is hier een duidelijke verklaring voor? Zijn er aanwijzingen dat deze stijging zich doorzet en wat zijn eventueel te ondernemen acties om verdere stijging te stoppen?
Pagina 15 van 16
Vraag nr.
Pag. nr.
Vraag fractie
Fractie
127
Risico ICT/ Cybersecurity: is er gedacht aan een plan rond het verder functioneren van deze gemeente zonder ICT?
CDA/1
58
127/ 128
De risico inschatting bij ICT/Cybersecurity wordt op ‘zeer laag’ ingeschat. In de begeleidende tekst wordt vermeld dat ‘het risico relatief laag is omdat IRvN alle ICT-systemen continu monitort’. Kan wat meer duiding gegeven worden aan het begrip ‘relatief laag’ en dit dan in samenhang met de risico-inschatting ‘zeer laag’
D66/1
59
149
Bijlage SiSa-tabel. Wat betekenen de kleuren?
PRO/2
57
Antwoord b&w schooljaren van de aantallen leerplichtigen en kwalificatieplichtigen in onze gemeente. De toename in verzuimcijfers is echter voornamelijk het gevolg van een betere manier van registreren en melden. Daarnaast merken we dat sommige Oekraïense jongeren en hun ouders nog moeten wennen aan de Nederlandse Leerplichtwet." Gezien deze verklaringen voor de (ogenschijnlijke) stijging van absoluut en relatief verzuim, verwachten we geen verdere stijging van de verzuimcijfers. Er wordt gewerkt aan een bedrijfscontinuïteitsplan in het geval van stroomuitval of majeure ICT-calamiteiten. Ook is er met de regiogemeenten een ICT-crisisprotocol opgesteld. Dit risico is onderdeel van de risicoparagraaf omdat het nooit 100% te voorkomen valt. Met iRvN hebben we een ICT-partner die beveiliging en monitoring doet voor alle betrokken gemeenten, inclusief Nijmegen. Deze maatregelen worden ook constant geëvalueerd en bijgesteld. Daarom is het risico relatief laag. In het geval dat er onverhoopt toch iets zou gebeuren, betekent dit nog niet direct dat er ook een hoge financiële impact is - maar dit is ook niet uit te sluiten. Daarom is het risico van een ICT incident met grote financiële impact als zeer laag ingeschat.
Blauw: SiSa-regelingen met het Rijk; Geel: SiSa-regelingen tussen mede-overheden (provincie); Wit: Verplichte invulvelden; Groen: Facultatieve invulvelden, alleen indien van toepassing; Grijs: Opvulkleur voor velden die verder niet van belang zijn.
Mook, 2 juni 2026 ekeningkiezer Het college van burgemeester en wethouders van Mook en Middelaar, De secretaris,
De burgemeester,
drs. W. Mariman
I.M. van Dijk Pagina 16 van 16