Agendabundel
Tekst van het document
Desgewenst kan dit in een nieuwe collegeperiode alsnog worden opgepakt. Aandacht voor de jeugd Het aanbod voor de jeugd is in 2021 ongewijzigd in stand gehouden. Vanuit het rijk hebben wij in verband met corona extra gelden gekregen voor jeugdwerk. Met deze gelden zijn extra activiteiten georganiseerd voor jongeren door het jongerenwerk van Synthese. Ook zijn wij in 2021, met inzet van het budget voor het lokaal preventieakkoord (zie programma gezond leven), een project 'vergroten mentale weerbaarheid onder jongeren' gestart. We hebben er niet voor gekozen het totale aanbod aan jeugdvoorzieningen op dit moment in kaart te brengen. Door het 'Zero Based Budgeting'-traject (ZBB) was het lang onduidelijk wat er zou gebeuren met de diverse budgetten en voorzieningen. Daarom hebben we ervoor gekozen in 2021 geen onderzoek te doen naar aanbod en aandachtspunten. Desgewenst kan dit in de nieuwe collegeperiode alsnog worden opgepakt.
43
2.1. Jaarverslag
2. Goede, laagdrempelige en betaalbare ondersteuning bieden Het is ons doel dat de inwoners van gemeente Mook en Middelaar zoveel mogelijk participeren in de samenleving. Waar mogelijk op eigen kracht of met behulp van hun netwerk. Lukt dit niet voldoende, dan zorgen wij voor ondersteuning. We willen dat de ondersteuning aansluit bij de behoeften die leven onder onze inwoners. Wij richten deze zo in dat deze zo goed, toegankelijk, laagdrempelig en betaalbaar mogelijk is. Aanpak financiële tekorten Sociaal Domein In 2021 voeren wij het voorstel Aanpak financiële tekorten Sociaal Domein uit dat u tegelijkertijd met deze begroting wordt aangeboden. Daarnaast doorlopen wij het visitatietraject van de VNG. Na deze visitatie zullen wij onze aanpak actualiseren naar aanleiding van eventuele aanvullende adviezen en verder uitvoeren in 2021 en volgende jaren. Ontwikkelingen met financiële impact in 2021 binnen het Sociaal Domein Nieuwe Wet Inburgering Per 1 juli 2021 wordt de nieuwe Wet inburgering (nWi) van kracht. Uw raad stelde daarvoor een regionale beleidsnota vast. Wij ontvangen van het rijk bijdragen voor de voorbereiding en de uitvoering en wij zorgen ervoor dat de uitvoeringskosten binnen dat budget blijven. Schuldhulpverlening De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening wijzigt per 1 januari 2021. De belangrijkste verandering is de verplichte vroeg-signalering.
Daarnaast verwacht de NVVK (brancheorganisatie) als gevolg van de coronacrisis een toename van hulpvragen van ± 30%. Dit vertaalt zich in hogere kosten voor de inhuur van professionele schuldhulpverlening. Ambulantisering GGZ en Beschermd Wonen Het beleid rondom Beschermd Wonen (BW) en de volwassen GGZ is volop in beweging, met onder andere een doordecentralisatie BW van centrumgemeenten naar gemeenten. Samen met de regio werken we hard om een zachte landing te creëren. Onderdeel van de decentralisatie is transformatie en ambulantisering. Dit betekent dat meer cliënten voor wie dit mogelijk is, zelfstandig blijven wonen en in de eigen omgeving de nodige ondersteuning ontvangen. Cliënten kunnen hierbij alle ondersteuning ontvangen die ze ook in een intramurale setting ontvangen zouden hebben, zoals 24-uurs beschikbaarheid of bereikbaarheid. De doordecentralisatie met de opgave van ambulantisering gaat gepaard met twee financiële ontwikkelingen: ten eerste dat geleidelijk al steeds meer cliënten ambulant (blijven) wonen en daarmee op het lokale budget drukken en ten tweede wordt er per 2022 een nieuwe verdeelsleutel van het budget gehanteerd waarbij onze regio er naar verwachting fors op achteruit gaat. Fonds voor oplossingen Het Fonds voor oplossingen biedt ons de mogelijkheid om problemen aan te pakken waar wet- en regelgeving geen soelaas bieden.
Wij hebben daarmee goede ervaringen opgedaan in 2019 en 2020 en daarom zetten we dit in 2021 voort. Reële tarieven zorg Voor ondersteuning vanuit de Wmo geldt er een AMvB die bepaalt dat er reële tarieven gehanteerd dienen te worden. Voor ondersteuning vanuit de Jeugdwet volgt deze regeling per 1 april 2021. Dit betekent dat we wettelijk gehouden zijn aan het vaststellen van reële tarieven. In onze Verordening Wmo en Jeugdwet hebben we reeds bekrachtigd dat we reële tarieven zullen hanteren. De AMvB regelt met welke kostprijselementen gemeenten rekening moeten houden bij de bepaling van een tarief bij de inkoop van Wmo-ondersteuning en straks voor Jeugdhulp. Hier vallen onder andere de cao-ontwikkelingen van de betreffende ondernemingstak onder. Dit betekent dat tarieven regelmatig zullen wijzigen en we dat terugzien in de uitgaven. Per 2021 gaat het bijvoorbeeld om een herzien tarief voor specialistische begeleiding en om indexatie van de overige tarieven op Wmo en Jeugd.
44
Jaarstukken 2021 Bijstand aan zelfstandigen De systematiek van financiering van het 'Besluit bijstandverlening zelfstandigen' (Bbz) is in 2020 gewijzigd en dat heeft gevolgen voor de begroting 2021. Het rijk vergoedt de leningen die wij in 2020 hebben verstrekt. In 2021 moeten wij deze innen en terugbetalen aan het rijk. Bij een volledige inning geeft ons dat een financieel voordeel. Echter, veel zelfstandigen hebben om uitstel van betaling gevraagd. Daarnaast zullen we er rekening mee houden dat ondernemers zich genoodzaakt zien het bedrijf te beëindigen vanwege oplopende verliezen en schulden. Wij zijn er in de begroting 2021 daarom vanuit gegaan dat we geen voordeel zullen behalen en dat de ontvangsten van de zelfstandigen en de terugbetalingen aan het rijk gelijk zullen zijn. Voor de leningen die wij op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) hebben verstrekt, geldt hetzelfde. Huisvestingslasten gesloten jeugdhulp Per 1 januari 2021 worden de gemeenten verantwoordelijk voor het vergoeden van huisvestingslasten van gesloten jeugdhulpinstellingen. Deze kosten worden in het tarief van zorginstellingen verwerkt. Het is daarom niet relevant of er in de gemeente een gesloten jeugdhulpinstelling gevestigd is, of dat deze zorg in een andere gemeente wordt afgenomen.
Het budget voor gesloten jeugdhulp is bijgesteld met de verwachte kosten die deze wettelijke verplichting met zich meebrengt. Wij ontvangen voor deze extra kosten een bijdrage uit het gemeentefonds. Veilig Thuis Ook in 2021 is in de begroting van de GGD een hoger bedrag voor Veilig Thuis opgenomen dan in het voorgaande jaar. Dit heeft onder andere te maken met een door Veilig Thuis voorspelde groei van 10% in het aantal adviezen en meldingen. Ook is er bij de normering van de diensten vanuit gegaan dat Veilig Thuis casussen tijdig kan overdragen aan de sociale wijkteams. Omdat dit in praktijk niet voldoende kan, is de dienst ‘Zicht op veiligheid’ toegevoegd en is hiervoor in de begroting een bedrag opgenomen. Vanaf 2022 wordt deze dienst opgenomen als facultatieve taak; als de dienst 'Zicht op Veiligheid' wordt geleverd, ontvangt de betreffende gemeente een factuur. In de begroting 2021 van onze gemeente is rekening gehouden met het bedrag voor Veilig Thuis uit de GGD begroting 2021. De gemeenten uit de regio zijn echter niet akkoord gegaan met alle onderdelen van de begroting van Veilig Thuis voor 2021. En zij stemmen niet in met de verwachte groei van de meldingen van 10% meldingen en adviezen. Dit betekent concreet dat er begin 2021 een nieuwe begrotingswijziging zal worden opgesteld (tegelijk met de begroting voor 2022).
Het begrootte bedrag voor Veilig Thuis in onze eigen gemeentelijke begroting kan dus nog aan wijziging onderhevig zijn. Er is bekend gemaakt dat er extra middelen vanuit het rijk beschikbaar komen voor de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling. Het is op dit moment nog niet duidelijk wat dit betekent voor Veilig Thuis-Gelderland-Zuid. Realisatie Jaarstukken Aanpak financiële tekorten Sociaal Domein In 2021 hebben wij (met gebruikmaking van de input vanuit de quickscan, visitatietraject VNG en het ZBB traject) bepaald welke zaken wij de komende tijd aanpakken om de tekorten te beperken of te verminderen. Over de voortgang hiervan brengen wij verslag uit als onderdeel van de planning- en controlcyclus. Nieuwe Wet Inburgering Uiteindelijk is de nieuwe Wet inburgering 2021 (Wi2021) pas per 1 januari 2022 van kracht geworden. Het jaar 2021 hebben we benut om de uitvoering voor te bereiden. Dat doen we in regionaal verband in het Rijk van Nijmegen. In 2021 zijn daarom nauwelijks kosten gemaakt voor de Wi2021. Schuldhulpverlening In 2021 zijn we gestart met de zogenoemde vroegsignalering. Wij verwerken signalen van vaste lasten partners voor huur, energie, water en premie ziektekostenverzekering. Wij verwijzen cliënten voor hulp naar SSHBsupport of naar onze eigen consulent voor schuldhulpverlening. De NVVK
45
2.1. Jaarverslag (brancheorganisatie) verwachtte als gevolg van de coronacrisis een toename van hulpvragen van ± 30%. Die toename is echter uitgebleven. Ambulantisering GGZ en Beschermd wonen De (door)decentralisatie van de financiële middelen voor beschermd wonen is uitgesteld naar 1 januari 2023. Door de colleges is in 2021 besloten om de kaders van het regionaal beleidsplan Samen Dichtbij (zoals vastgesteld door de raad) ook in 2022 te blijven hanteren voor de uitvoering en inrichting van beschermd wonen en de maatschappelijke opvang. In juni 2021 heeft de raad besloten om de samenwerking op het gebied van beschermd wonen en de maatschappelijke opvang te organiseren via een centrumregeling en nadere afspraken hierover vast te leggen in een dienstverleningsovereenkomst. Dit is afgehandeld. Daarnaast hebben we samen met de regio geanalyseerd of de ambulantisering van beschermd wonen in 2021 geleid heeft tot een groei van de lokale kosten aan ambulante ondersteuning; deze relatie blijkt niet aan de orde. Fonds voor oplossingen Het Fonds voor oplossingen biedt mogelijkheden om problemen aan te pakken waar wet- en regelgeving geen soelaas bieden. Bij de voorbereidingen van de begroting 2021 gingen wij er nog vanuit dat het fonds volledig zou worden benut, mede ook vanwege de coronacrisis.
Op basis van een evaluatie hebben wij echter vastgesteld dat het fonds niet of nauwelijks wordt benut en dat onze medewerkers er goed in slagen oplossingen te realiseren binnen de huidige wettelijk kaders. Wij hebben daarom besloten het fonds op te heffen en de beleidsregels in te trekken. Reële tarieven zorg De tarieven worden jaarlijks vastgesteld door het college en voldoen aan de geldende AMvB's (Algemene Maatregelen van Bestuur). Bijstand aan zelfstandigen Aan een groot aantal zelfstandigen hebben we uitstel van betaling van rente en aflossing verleend. Daar had het Rijk ook om gevraagd. Daardoor namen de ontvangsten af. Het beroep op het 'Besluit bijstandverlening zelfstandigen' (Bbz) was in 2021 relatief gering. Dat had te maken met de mogelijkheid om een uitkering aan te vragen op grond van de 'Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers' (Tozo) en daar is veel gebruik van gemaakt. De uitgaven voor het Bbz bleven achter bij de begroting, terwijl de uitgaven voor de Tozo juist toenamen. Die worden overigens volledig gecompenseerd door het Rijk. Huisvestingslasten gesloten jeugdhulp Deze lasten zijn verwerkt in de tarieven die vastgesteld zijn voor het jaar 2021. Veilig Thuis Het uiteindelijk benodigde bedrag voor Veilig Thuis is lager uitgevallen dan eerder dit jaar verwacht, en zijn daarmee binnen het (meerjarig) geraamde budget voor Veilig Thuis gebleven.
De groei in het aantal meldingen en adviezen lijkt voor dit moment te zijn gestabiliseerd en de overdracht naar het lokaal wijkteam is op gang gekomen. Voor het overige hebben er zich in de dienstverlening dit jaar geen bijzonderheden voorgedaan.
Relatie met verbonden partijen
De volgende verbonden partijen hebben een relatie met dit programma: - MGR Regio Rijk van Nijmegen: behartiging belangen op het gebied van participatie middels het Werkbedrijf en op het gebied van ICT middels de iRvN; - Gemeenschappelijke regeling Euregio Rijn-Waal: versterken economische, sociale en maatschappelijke positie van de regio, werkvelden ruimtelijke structuur, economie, technologie en innovatie, milieu, natuur en landschap, kwalificering en arbeidsmarkt, sociaal-culturele integratie;
- Bedrijfsvoeringsorganisatie Intergemeentelijke Werkvoorziening Gennep en Mook en Middelaar (IWGM): Bepaalde categorie inwoners een beschermde werkplek geven in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening;
46
Jaarstukken 2021 - Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen: samenwerking op het gebied van doelgroepenvervoer (zoals leerlingenvervoer en wmo-vervoer).
Indicatoren
Onderstaande wettelijk verplichte beleidsindicatoren zijn vermeld op grond van de 'Regeling beleidsindicatoren gemeenten'. De waarden zijn vermeld zoals aangegeven door de wettelijke bronhouders. Zie ook de 'Leeswijzer' voor meer informatie. Nr. Omschrijving
Bron
2019
2020
2021
2021
*)
Waarde
Waarde (landelijk)
Waarde (landelijk)
Gemeente
1
Banen: Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 t/m 64 jaar
1
431,3
440,0 (795,9)
N/b (N/b)
N/b
2
Jongeren met een delict voor de rechter: % 12- t/m 21-jarigen
2
N/b
N/b (1,0)
N/b (N/b)
N/b
3
Kinderen in uitkeringsgezin: % kinderen tot 18 jaar
2
3,0
3,0 (6,0)
N/b (N/b)
N/b
4
Netto arbeidsparticipatie: % van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking
3
67,5
67,8 (68,4)
N/b (N/b)
N/b
5
Werkloze jongeren: % 16- t/m 22-jarigen
2
2,0
2,0 (2,0)
N/b (N/b)
N/b
6
Personen met een bijstandsuitkering: Aantal per 10.000 (cijfers 1e en 2e halfjaar)
3
184,4
229,3 (459,7) 203,4 (431,2)
-
7
Lopende re-integratievoorzieningen: Aantal per 10.000 inwoners van 15 - 64 jaar (cijfers 1e en 2e halfjaar)
3
21,1
21,1 (202,0)
N/b (N/b)
N/b
8
Jongeren met jeugdhulp: % van alle jongeren tot 18 jaar (cijfers 1e en 2e halfjaar)
3
11,2
N/b (N/b)
8,6 (10,5)
-
9
Jongeren met jeugdbescherming: % van alle jongeren tot 18 jaar (cijfers 1e en 2e halfjaar)
3
0,8
N/b (N/b)
0,8 (1,1)
-
10
Jongeren met jeugdreclassering: % van alle jongeren van 12 tot 23 jaar
3
N/b
N/b (N/b)
N/b (0,3)
N/b
11
Cliënten met een maatwerkarrangement Wmo: Aantal per 10.000 inwoners (cijfers 1e en 2e halfjaar)
4
440,0
*) wettelijke bronhouder 1 LISA 2 Verwey Jonker Instituut - Kinderen in Tel 3 CBS 4 GMSD N/b = Gegevens niet beschikbaar / nog niet beschikbaar gesteld.
47
500,0 (700,0) 460,0 (649,0)
-
2.1. Jaarverslag
Wat heeft het gekost?
Bedragen x € 1.000
Baten / Lasten
Realisatie 2020
BegrotingBegroting na primitief wijziging
Realisatie 2021
Verschil
Programma Samenleven en zorgen Totaal lasten
7.225
6.636
6.981
6.560
421 V
Totaal baten
-2.361
-1.649
-2.011
-1.911
-100 N
Totaal baten en lasten
4.864
4.987
4.970
4.649
321 V
Toevoeging aan reserves
0
0
0
0
0
V
Onttrekking uit reserves
-15
0
-75
-75
0
V
4.849
4.987
4.895
4.574
321 V
Totaal Programma
Rechtmatigheidsanalyse
De gerealiseerde kosten zijn lager dan de geraamde kosten. Hiermee voldoet dit programma aan de financiële rechtmatigheid. Voor een totale analyse van het programmaresultaat verwijzen wij u naar het onderdeel 2.2.5 in de Jaarrekening ('Analyse op programmaniveau').
48
Jaarstukken 2021
2.1.8. Programma Gezond leven Alternatieve naam
: Volksgezondheid en milieu
Portefeuillehouders
: Wethouder Rodoe
Visie 2018 - 2022 Wij werken aan een energie-neutrale gemeente. Dit willen we bereiken in 2030. Een energie-neutrale gemeente kan alleen bereikt worden door gezamenlijke inspanning van bewoners, bedrijven, instellingen en de gemeente. Ook regionale samenwerking is noodzakelijk. Voor ons is duurzaamheid meer dan het besparen van energie en duurzame energieopwekking. Duurzaamheid wordt veelal omschreven aan de hand van de drie P’s: Planet, People en Profit. Bij duurzame ontwikkeling is sprake van een evenwicht tussen ecologische (planet), sociale (people) en economische belangen (profit). Duurzaamheid staat niet op zichzelf, maar maakt integraal onderdeel uit van alle gemeentelijke beleidsterreinen. Bij de totstandkoming van nieuw beleid wordt specifieke aandacht besteed aan duurzaamheid. Ook worden college- en raadsvoorstellen voorzien van een duurzaamheidsparagraaf.
Wat wilden we bereiken en wat hebben we daarvoor gedaan?
1. Energietransitie De gemeente Mook en Middelaar heeft de ambitie om in 2030 alle in onze gemeente benodigde energie duurzaam en lokaal op te wekken. We zullen daarom nu concreet moeten inzetten op besparen, opwekken, maar ook wat verder kijken en plannen voor de toekomst ontwikkelen. Het Uitvoeringsprogramma loopt tot en met 2020. Maar met grote ontwikkelingen op het programma voor 2021 (Regionale Energie Strategie en Transitievisie Warmte) is er voor gekozen om nog geen nieuw Uitvoeringsprogramma op te stellen. Dat doen we als de resultaten van de RES en de TVW bekend zijn (2e helft 2021). Om die reden is 2021 een soort tussenjaar. Stilzitten is echter geen optie. Om toch in te kunnen zetten op besparing, opwekken en toekomstplannen, staan de volgende activiteiten voor 2021 gepland: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Voortzetten RRE-project, waarin woningeigenaren gestimuleerd worden om kleine energiebesparende maatregelen uit te voeren; Vaststellen RES1.0, waarin we als regio een bod doen naar het rijk voor onze bijdrage aan duurzame opwek. Hieruit volgt dan weer een vertaling naar de gemeente Mook en Middelaar. Opstellen en vaststellen Transitievisie Warmte, waarin de alternatieven voor aardgas onderzocht worden. Zon op bedrijfsdaken. Wells meer, er zal een onderzoek naar en een besluit over het al dan niet participeren in het Energielandgoed Wells meer uitgevoerd moeten worden; Op basis van het onderzoek naar locaties voor duurzame opwek in onze gemeente kunnen er concrete plannen ontstaan of voortgezet worden.
Realisatie Jaarstukken In 2021 zijn een aantal grote visies vastgesteld en/of opgesteld. Met het vaststellen van de RES (Regionale EnergieStrategie) en het opstellen van de TVW (TransitieVisie Warmte) en Visie op
49
2.1. Jaarverslag grootschalige duurzame opwek, hebben we stappen gezet in de mogelijkheden om de energietransitie vorm te geven. Daarnaast is de Regeling Reductie Energiegebruik (RRE) afgerond en is er een vervolgproject RRE-Woningen (RREW) gestart. Voor een volledig overzicht van de verschillende projecten rondom de energietransitie verwijzen wij u naar de paragraaf ‘Verduurzamen’.
2. Circulaire economie Wij ondersteunen de transitie naar een circulaire economie en samenleving. In 2021 wordt samen met de regio Nijmegen en Dar verder gewerkt aan het vergroten van het aandeel hergebruik van de ingezamelde afvalstoffen en de inzet als grondstof voor nieuwe producten. Onder meer betreft het de opzet van de inzameling van luiers en incontinentiematerialen die in de loop van 2021 duurzaam kunnen worden verwerkt bij de ARN te Weurt. Ook wordt gestreefd naar de opzet van een regionale werkplaats voor elektrische apparaten die op de milieustraten in de regio (waaronder Mook) worden ingezameld. Het doel is om apparaten en onderdelen geschikt te maken voor hergebruik. Nevendoel is dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt hier een werkplek zullen kunnen krijgen. Realisatie Jaarstukken De inzameling van luiers en incontinentiemateriaal is in 2021 van start gegaan. Er zijn meerdere containers geplaatst.
3. Klimaatadaptatie We houden rekening met de gevolgen van het veranderende klimaat, zoals heftige regenval, hittestress en droogte. Wateroverlast wordt verminderd door het stimuleren van het afkoppelen van hemelwaterafvoer. Bij de inrichting van de openbare ruimte zal mede worden ingezet op het voorkomen van wateroverlast en hittestress. In het verleden hebben de gemeenten in de regio Noord-Limburg in samenwerking met het waterschap een klimaatstresstest uitgevoerd. Het waterschap heeft in navolging hiervan het initiatief genomen om in 2021 te komen tot een 'Regionale en Lokale uitvoeringsagenda klimaatadaptatie Waterpanel-Noord'. Het werkproces hiervoor moet nog nader worden vormgegeven. Realisatie Jaarstukken In 2021 is samen met de gemeente Gennep toegewerkt naar een lokale uitvoeringsagenda klimaatadaptatie als onderdeel van de regionale uitvoeringsagenda. De lokale uitvoeringsagenda bevat de in de risicodialoog opgehaalde knelpunten en kansen. Deze zijn de input voor een verdere uitwerking van het onderdeel klimaatadaptatie in het nieuw op te stellen duurzaamheidsbeleid.
4. Een gezonde levensstijl stimuleren We bevorderen een gezonde leefstijl, onder andere door sporten en bewegen te stimuleren. Preventieve gezondheidsprojecten In samenwerking met de GGD, school en verenigingen zetten wij preventieve gezondheidsprojecten op en voeren deze uit. Ook ondersteunen, versterken en voeren wij regionale en landelijke gezondheidscampagnes uit.
50
Jaarstukken 2021 Reguliere en lopende activiteiten op basis van het bestaand beleid worden voortgezet in 2021. Op basis van het collegeprogramma 2018-2022 zijn er voor het begrotingsjaar 2021 geen aanvullende activiteiten gepland. Realisatie Jaarstukken Vanaf medio 2021 hebben we uitvoering gegeven aan het Preventieakkoord dat de gemeente gesloten heeft met de gemeente Heumen en diverse maatschappelijke partners. Er is een werkgroep opgezet die zich bezighoudt met de bestrijding van overgewicht bij volwassenen. Ook zijn er voorbereidingen getroffen voor het organiseren van een miniconferentie over leefstijlinterventies voor volwassenen. Ook de verbetering van de mentale weerbaarheid onder jongeren is onderdeel van het Preventieakkoord. Hiertoe bespreken wij met maatschappelijke partners casussen waar de inzet van jeugd-GGZ nodig is geweest. Aan de hand hiervan bepalen wij welk preventief aanbod had kunnen helpen om deze inzet te voorkomen. De realisatie van dit aanbod vindt plaats in 2022. Het beweegloket voor Uniek Sporten en het Beweegloket senioren worden steeds beter gevonden. Inwoners kunnen bij deze loketten terecht voor informatie over sporten en bewegen in onze gemeente. Ook sportverenigingen kunnen er terecht, bijvoorbeeld met vragen over hoe zij de doelgroepen (mensen met een beperking en ouderen) beter kunnen bereiken.
In 2021 is de uitvoering van het Lokaal Sportakkoord verder opgepakt. De kerngroep heeft regelmatig overleg gehad en er zijn diverse aanvragen ingediend die zijn gefinancierd met de middelen vanuit het Lokaal Sportakkoord. Het volledige budget is opgemaakt aan diverse initiatieven, waaronder Walking Football en het sporten op locatie voor mensen met een beperking.
Relatie met verbonden partijen
De volgende verbonden partijen hebben een relatie met dit programma: - Gemeenschappelijk Orgaan Regio Arnhem Nijmegen: verbeteren vestigingsklimaat voor burgers en bedrijven, regionale afstemming beleid op de domeinen wonen, mobiliteit, economie en duurzaamheid; - Gemeenschappelijke regeling Euregio Rijn-Waal: versterken economische, sociale en maatschappelijke positie van de regio, werkvelden ruimtelijke structuur, economie, technologie en innovatie, milieu, natuur en landschap, kwalificering en arbeidsmarkt, sociaal-culturele integratie);
- Gemeenschappelijke regeling Milieusamenwerking Afvalverwerking Regio Nijmegen (MARN): ondersteuning en behartiging belangen gemeente ter bescherming van het milieu, waaronder een doelmatige en milieu-hygiënisch verantwoorde verwijdering van afvalstoffen ; - NV Waterleidingmaatschappij Limburg (WML): Provincie Limburg voorzien van leidingwater middels winnen, zuiveren, opslaan, inkopen, transporteren, distribueren en leveren van water ; - Enexis Holding N.V.: beheer energienetwerk in Nederland voor 2,7 miljoen huishoudens, realiseren duurzame energievoorziening, versnellen energietransitie) . Naast deze verbonden partijen werken we ook samen in het samenwerkingsverband Noord-Limburg.
Indicatoren
Op grond van artikel 1 van de 'Regeling beleidsindicatoren gemeenten' zijn gemeenten verplicht om de beleidsindicatoren te hanteren, zoals deze in de bijlage van die regeling zijn vermeld. Als door een bronhouder niet de relevante gegevens kunnen worden verstrekt, vermeldt de gemeente, op grond van artikel 2 van de regeling, bij de desbetreffende beleidsindicator: 'gegevens niet beschikbaar'.
51
2.1. Jaarverslag De beleidsindicatoren van de bronhouders worden ontsloten via 'waarstaatjegemeente.nl'. Een nadere toelichting en het grafische meerjarenverloop vindt u in bijlage 4.2 van deze jaarstukken. Onderstaande wettelijk verplichte beleidsindicatoren zijn vermeld op grond van de 'Regeling beleidsindicatoren gemeenten'. De waarden zijn vermeld zoals aangegeven door de wettelijke bronhouders. Zie ook de 'Leeswijzer' voor meer informatie. Nr. Omschrijving
Bron
2019
2020
2021
2021
*)
Waarde
Waarde (landelijk)
Waarde (landelijk)
Gemeente
1
Omvang huishoudelijk restafval: Kg per inwoner
1
105
N/b (N/b)
N/b (N/b)
N/b
2
Hernieuwbare elektriciteit: %
2
10,1
N/b (N/b)
N/b (N/b)
N/b
*) wettelijke bronhouder 1 CBS 2 RWS N/b = Gegevens niet beschikbaar / nog niet beschikbaar gesteld.
Wat heeft het gekost?
Bedragen x € 1.000
Baten / Lasten
Realisatie 2020
BegrotingBegroting na primitief wijziging
Realisatie 2021
Verschil
Programma Gezond leven Totaal lasten
1.363
1.241
1.681
1.627
54 V
Totaal baten
-1.547
-1.492
-1.681
-1.739
58 V
-184
-252
0
-112
112 V
0
0
0
0
0
V
Onttrekking uit reserves
-237
0
-245
-245
0
V
Totaal Programma
-421
-252
-245
-357
112 V
Totaal baten en lasten Toevoeging aan reserves
Rechtmatigheidsanalyse
De gerealiseerde kosten zijn lager dan de geraamde kosten. Hiermee voldoet dit programma aan de financiële rechtmatigheid. Voor een totale analyse van het programmaresultaat verwijzen wij u naar het onderdeel 2.2.5 in de Jaarrekening ('Analyse op programmaniveau').
52
Jaarstukken 2021
2.1.9. Programma Wonen Alternatieve naam
: Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing (VHROSV)
Portefeuillehouders
: Wethouder Herings
Visie 2018 - 2022 In onze gemeente is er veel vraag naar betaalbare woningen voor verschillende doelgroepen. Naast de opgave om onze woningvoorraad te verduurzamen en de Omgevingswet te implementeren, vormt het realiseren van betaalbare woningen een speerpunt van beleid. We willen hiervoor de juiste conditie creëren en ons voor lopende en komende ontwikkelingen hard maken dit aspect mee te nemen in de realisatie van woningbouw.
Wat wilden we bereiken en wat hebben we daarvoor gedaan?
1. Het realiseren van betaalbare woningen Het realiseren van betaalbare woningen is belangrijk voor tal van doelgroepen. Niet alleen voor jongeren of ouderen, maar ook voor onze inwoners met een lager inkomen. In onze gemeente is er ruimte voor nieuwe initiatieven voor woningbouw. Bij het maken van afspraken over het woningbouwprogramma van nieuwe initiatieven zullen wij ons hard maken voor een gedifferentieerd woningbouwprogramma met betaalbare woningen. Reguliere en lopende activiteiten op basis van het bestaand beleid worden voortgezet in 2021. Gezien de woningbouwbehoefte in onze gemeente wordt er gewerkt aan een uitbreiding van het woningbouwprogramma. De locatie Molenhoek Zuid is nadrukkelijk in beeld als ontwikkellocatie voor woningbouw. Wij hebben de ambitie om hier een gedifferentieerd woningbouwprogramma te realiseren. Realisatie Jaarstukken Het college van burgemeester en wethouders heeft eind 2021 met Destion overeenstemming bereikt over de prestatieafspraken voor 2022. In de prestatieafspraken zijn projecten benoemd die Destion in het jaar 2022 wil gaan oppakken om nieuwe sociale huurwoningen te kunnen gaan bouwen. In 2021 zijn in totaal vijftien nieuwbouwwoningen opgeleverd. Het gaat dan onder andere om de woningen van het project Sterreschans II in Molenhoek voor elf grondgebonden woningen.
2. De gebouwen in de gemeente verduurzamen Dit is een lopend proces. Reguliere en lopende activiteiten op basis van het bestaand beleid worden voortgezet in 2021. Op basis van het collegeprogramma 2018-2022 zijn er voor het begrotingsjaar 2021 geen aanvullende activiteiten gepland. Realisatie Jaarstukken Via het RRE-project is de samenwerking met het Energiecafé Mook en Middelaar in 2021 verstevigd. Samen hebben we honderden inwoners bereikt met de voucher en/of een advies. Ook zijn de voorbereidingen voor de RRE-W opgestart, waarbij er ook aandacht is voor huurders en VvE’s. De uitvoering hiervan volgt in 2022.
53
2.1. Jaarverslag Wat betreft het eigen vastgoed van de gemeente is er samen met de provincie een project gestart om te kijken welke maatregelen we als gemeente zelf kunnen nemen. Met het vaststellen van de Transitievisie Warmte is de nadruk voor de komende jaren op het isoleren van woningen gelegd. We zijn als gemeente echter afhankelijk van een rijksbijdrage om dit verder vorm te geven.
3. De Omgevingswet invoeren Op het gebied van het ruimtelijk domein staat een ingrijpende operatie voor de deur. Een operatie met een nog grotere impact dan de decentralisatie in het sociaal domein. De invoering van de Omgevingswet. Een nieuwe wet waarin talloze verschillende wetten worden ondergebracht onder één wet. Deze Omgevingswet moet het makkelijker maken om veranderingen in de fysieke leefomgeving mogelijk te maken. Deze wet moet ook in onze gemeente worden geïmplementeerd. Niet alleen in technische zin dat er talloze plannen en beleidsdocumenten moeten worden aangepast, maar ook in de manier waarop wij met ruimtelijke ordening omgaan. Niet meer de vraag of een ontwikkeling mogelijk is, maar meer de vraag of een ontwikkeling wenselijk is, zal leidend worden. Deze andere manier van werken zal van gemeenteraad tot organisatie moeten worden omarmd. De implementatie Het implementeren van de Omgevingswet is omvangrijk en raakt alle actoren binnen de gemeente. Het implementatietraject voeren wij in tranches uit. Het traject ziet er op hoofdlijnen als volgt uit 1. Kennisvergaring en -overdracht; 2. Omgevingsvisie ontwikkelen; 3. Organisatorische wijzigingen doorvoeren; 4. Omgevingsplannen vaststellen. Momenteel bevinden we ons in fase 1 en zijn de voorbereidingen gestart voor fase 2 Realisatie Jaarstukken De invoeringsdatum van de Omgevingswet was 1 juli 2022.
Deze is inmiddels uitgesteld naar waarschijnlijk 1 januari 2023. We gaan door met de voorbereidingen voor de invoering van de Omgevingswet waarbij in de tweede helft van 2022 diverse stukken ter besluitvorming worden voorgelegd. De omgevingsvisie wordt waarschijnlijk in de tweede helft van 2022 opgestart. In 2021 is opdracht verstrekt voor de benodigde DSO software. Deze wordt begin 2022 geïmplementeerd. Daarbij behoort een intern opleidingstraject. Voor vergunningverlening wordt de applicatie Squit 2020 in gebruik genomen. De verwachting is dat Squit 2020 in het eerste kwartaal van 2022 in gebruik wordt genomen. Samen met de gemeenten Bergen en Gennep loopt een cursustraject ten behoeve van de implementatie van de Omgevingswet. Dit traject loopt door in 2022.
4. Gemeentelijke woonvisie De huidige Woonvisie 2017-2021 gemeente Mook en Middelaar 'kwaliteit van Wonen en Leven', is medio 2017 vastgesteld en heeft een looptijd van vier jaar. De afgelopen vier jaar is er veel veranderd op de woningmarkt. Het is daarom wenselijk dat de woonvisie wordt herzien in 2021.
54
Jaarstukken 2021
Realisatie Jaarstukken De woonvisie is in 2021 niet geactualiseerd. Wel zijn er actuele cijfers beschikbaar voor de regio in bijvoorbeeld de regionale woonmonitor. De planning is dat de actualisatie van de woonvisie in 2022 wordt opgestart. Indien mogelijk wordt hier een verbinding met de omgevingsvisie gezocht.
Relatie met verbonden partijen
De volgende verbonden partij of partijen hebben een relatie met dit programma: - Gemeenschappelijk Orgaan Regio Arnhem Nijmegen: verbeteren vestigingsklimaat voor burgers en bedrijven, regionale afstemming beleid op de domeinen wonen, mobiliteit, economie en duurzaamheid; - Gemeenschappelijke regeling Euregio Rijn-Waal: versterken economische, sociale en maatschappelijke positie van de regio, werkvelden ruimtelijke structuur, economie, technologie en innovatie, milieu, natuur en landschap, kwalificering en arbeidsmarkt, sociaal-culturele integratie).
Naast deze verbonden partijen werken we ook samen in het samenwerkingsverband Noord-Limburg en met Regiodeal.
Indicatoren
Onderstaande wettelijk verplichte beleidsindicatoren zijn vermeld op grond van de 'Regeling beleidsindicatoren gemeenten'. De waarden zijn vermeld zoals aangegeven door de wettelijke bronhouders. Zie ook de 'Leeswijzer' voor meer informatie. Nr. Omschrijving
Bron *)
2020
2021
2021
Waarde
Waarde (landelijk)
Waarde Gemeente (landelijk)
1
Gemiddelde WOZ-waarde: x € 1.000
1
292
308 (271)
325 (290)
-
2
Nieuw gebouwde woningen: Aantal per 1.000 woningen
2
3,9
10,9 (8,9)
N/b (N/b)
N/b
3
Demografische druk: %
1
85,2
86,1 (70,0)
84,7 (70,1)
-
Gemeentelijke woonlasten 4 eenpersoonshuishouden: x€1
3
792
785 (700)
869 (733)
-
Gemeentelijke woonlasten 5 meerpersoonshuishouden: x€1
3
839
834 (773)
923 (810)
-
*) wettelijke bronhouder 1 CBS 2 Basisregistratie adressen en gebouwen 3 COELO N/b
2019
= Gegevens niet beschikbaar / nog niet beschikbaar gesteld.
55
2.1. Jaarverslag
Wat heeft het gekost?
Bedragen x € 1.000
Baten / Lasten
Realisatie 2020
BegrotingBegroting na primitief wijziging
Realisatie 2021
Verschil
Programma Wonen Totaal lasten
493
514
549
523
26 V
Totaal baten
-166
-114
-114
-234
120 V
Totaal baten en lasten
327
400
435
289
146 V
Toevoeging aan reserves
0
0
0
0
0
Onttrekking uit reserves
-73
-127
-162
-77
-85 N
Totaal Programma
254
273
273
212
61 V
V
Rechtmatigheidsanalyse
De gerealiseerde kosten zijn lager dan de geraamde kosten. Hiermee voldoet dit programma aan de financiële rechtmatigheid. Voor een totale analyse van het programmaresultaat verwijzen wij u naar het onderdeel 2.2.5 in de Jaarrekening ('Analyse op programmaniveau').
56
Jaarstukken 2021
2.1.10. Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen Algemeen
Overzicht algemene dekkingsmiddelen Algemene Uitkering (incl. DU/IU)
Realisatie 2020
Begroting Begroting primitief na wijziging
Bedragen x € 1.000 Realisatie Verschil 2021
10.147
10.182
10.713
10.980
267
Belastingen: - Onroerende zaakbelastingen
1.863
1.934
2.149
2.169
20
- Toeristenbelasting
88
79
79
109
30
- Forensenbelasting
29
29
29
22
-7
- Hondenbelasting
43
44
44
39
-5
Dividend
254
221
288
288
0
Saldo van de financieringsfunctie
-59
3
12
-32
-44
Overige algemene dekkingsmiddelen
0
0
0
0
0
Totaal Algemene dekkingsmiddelen
12.365
12.491
13.313
13.577
263
Toelichting uitkeringen uit het gemeentefonds Algemene uitkering / decentralisatie- en integratie-uitkeringen De algemene uitkering voor het jaar 2021 bedraagt € 10.024k. Naast de algemene uitkering ontvingen we in 2021 ook € 937k aan decentralisatie- en integratie-uitkeringen. In totaal hebben we over 2021 € 10.961k ontvangen. Over voorgaande jaren is € 19k ontvangen.
57
2.1. Jaarverslag
Toelichting belastingen Vanaf 1 januari 2021 is de belastingheffing en -invordering uitbesteed aan de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). In 2021 zijn in Mook en Middelaar de navolgende gemeentelijke belastingen geheven, als onderdeel van de algemene dekkingsmiddelen:
Onroerende zaakbelastingen van eigenaren van woningen en van niet-woningen; Onroerende zaakbelastingen van gebruikers van niet-woningen (gebruikers van woningen zijn wettelijk vrijgesteld van ozb); Toeristenbelasting; Forensenbelasting; Hondenbelasting.
Daarnaast worden in onze gemeente ook leges, afvalstoffenheffing en rioolrechten geheven. Deze vallen echter niet onder de categorie van algemene dekkingsmiddelen omdat dit in feite vergoedingen zijn voor voorzieningen die de gemeente levert, zoals het verzamelen en verwerken van huishoudelijk afval en de aanleg en onderhoud van riolering. Voor meer informatie over de lokale heffingen en de opbrengsten daarvan, verwijzen wij u naar de 'Paragraaf lokale heffingen' verderop in deze jaarstukken.
58
Jaarstukken 2021
2.1.11. Overzicht van de kosten van overhead Wettelijk kader Artikel 8, lid 1 letter c BBV. Overhead De kosten die betrekking hebben op het primaire proces, zoals salariskosten, moeten, indien mogelijk, worden opgenomen in de programma's. Salariskosten die niet direct toewijsbaar zijn aan programma's, zoals kosten van het MT, financiën en juridische zaken, blijven staan op overhead. De commissie BBV heeft een notitie geschreven over hoe om te gaan met overhead. Overhead bestaat onder andere uit kosten van leidinggevenden primair proces, financiën, personeel en organisatie, inkoop, communicatie, juridische zaken, bestuurszaken, ICT, huisvesting en facilitaire zaken, DIV en managementondersteuning. In de praktijk wordt overhead meestal aangeduid met pijofach (of een variant hierop). Pijofach staat voor Personeel, Informatisering/Inkoop, Juridische zaken, Organisatie, Financiën/Facilitaire zaken, Automatisering, Communicatie en Huisvesting. In onderstaande tabel vindt u de kosten van de overhead voor 2021.
Bedragen x € 1.000 Overhead
Realisatie 2020
Begroting Begroting primitief na wijziging
Realisatie 2021
Verschil
Personeel en Organisatie (excl. functioneel verantwoord)
2.514
3.131
3.076
2.539
537
Huisvesting en Facilitaire zaken
226
295
233
179
54
ICT en DIV
749
768
769
731
38
Financiën, Juridische zaken en Communicatie
125
131
108
111
-3
Huisvesting buitendienst (werf)
485
546
546
522
24
4.098
4.871
4.732
4.082
650
Totaal Overhead
De Flexibele Schil maakt onderdeel uit van de rubriek Personeel en Organisatie. De Flexibele Schil heeft in 2021 een overschot van € 367k. De kosten van inhuur voor 2021 konden opgevangen worden door onderuitputting salariskosten, vergoedingen ziektekosten en de budgetoverheveling uit 2020. In beginsel wordt het saldo van de Flexibele Schil overgeheveld naar het volgende jaar (zie raadsvoorstel). Voor een analyse van het verschil verwijzen wij u naar onderdeel 2.2.5 Toelichting op het overzicht van baten en lasten.
59
2.1. Jaarverslag
2.1.12. Bedrag voor de heffing van de vennootschapsbelasting Met ingang van 2016 zijn gemeenten Vennootschapsbelastingplichtig geworden. Vennootschapsbelasting (Vpb) is verschuldigd over fiscale winsten van ondernemersactiviteiten. Omdat de resultaten op fiscaal belaste activiteiten onderling worden verrekend en aangifte wordt gedaan over het totale (gesaldeerde) resultaat, moet de Vpb-heffing worden begroot en verantwoord als een centrale post in de begroting en in de jaarrekening. Jaarlijks worden de eventuele Vpb-plichtige ondernemersactiviteiten gemonitord en gekwantificeerd. Een aangifte over jaar t moet standaard in jaar t+1 worden ingediend. Omdat wij gebruik maken van de uitstelregeling van het fiscale adviesbureau, hoeven de Vpb-aangiften pas in jaar t+2 te worden ingediend. Tot nu toe vallen alleen enkele inkomsten van reststromen restafval onder de fiscale winsten van ondernemersactiviteiten. De verschuldigde Vpb is altijd onder de € 0,5k gebleven. Over 2021 verwachten we een (nagenoeg) nihil-aangifte.
bedragen x € 1.000 Vennootschapsbelasting
Realisatie 2020
Begroting Begroting primitief na wijziging
Realisatie 2021
Verschil
Betaalde Vpb 2017 (ingediend 2019, def. 2020)
0
0
0
0
0
Te betalen Vennootschapsbelasting 2018 (in 2020)
0
0
0
0
0
Verwachting te betalen Vennootschapsbelasting 2019 (in 2022)
0
0
0
0
0
Verwachting te betalen Vennootschapsbelasting 2020 (in 2022)
0
0
0
0
0
Verwachting te betalen Vennootschapsbelasting 2021 (in 2023)
0
0
0
0
0
60
Jaarstukken 2021
2.1.13. Bedrag voor onvoorzien Onvoorzien
Jaarlijks wordt in de begroting een (klein) bedrag voor onvoorzien opgenomen. Voor 2021 betreft dit € 5k en dat betreft 0,03% van het begrotingstotaal). In 2021 is deze post niet benut.
61
2.1. Jaarverslag
Paragrafen Wettelijk kader Art. 24, lid 2, letter b en art. 26 jo. art. 9 BBV. Toelichting In de paragrafen worden in de begroting de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten, alsmede tot de lokale heffingen. In dit jaarverslag vindt u de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragrafen in de begroting is opgenomen. De volgende paragrafen zijn wettelijk verplicht: Paragraaf lokale heffingen; Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing; Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen; Paragraaf financiering; Paragraaf bedrijfsvoering; Paragraaf verbonden partijen; Paragraaf grondbeleid. Naast de verplichte paragrafen op grond van het BBV zijn er twee aanvullende paragrafen in deze jaarstukken opgenomen. Deze facultatieve paragrafen betreffen: Paragraaf Informatieveiligheid; Paragraaf Verduurzamen.
62
Jaarstukken 2021
2.1.14. Paragraaf Lokale heffingen Portefeuillehouder Wethouder Herings Beleidskader Begroting Deze paragraaf bevat op grond van artikel 10 BBV (in de begroting) ten minste: de geraamde inkomsten; het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd; een aanduiding van de lokale lastendruk; een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. Op grond van artikel 16 ‘Financiële verordening gemeente Mook en Middelaar 2019’ bevat deze paragraaf geen andere verplichte gegevens. Jaarverslag Op grond van artikel 26 BBV bevat deze paragraaf in het jaarverslag de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragraaf in de begroting is opgenomen. Algemeen De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op zowel de heffingen waarvan de besteding is gebonden (en dus gerelateerd aan uitgaven), als op die waarvan de besteding ongebonden is (vrij aanwendbaar).
In deze paragraaf wordt ingegaan op de realisatie van hetgeen in de Programmabegroting 2020 aan onderwerpen is verwoord. Het gecombineerde aanslagbiljet is eind februari 2020 opgelegd. Hierna zijn periodiek aanvullende kohieren opgelegd. De woz-beschikking, onroerende-zaakbelastingen, rioolrechten en hondenbelasting zijn op één aanslagbiljet verzameld. De baatbelasting is afzonderlijk opgelegd. De afvalstoffenheffing wordt halfjaarlijks achteraf opgelegd. De toeristenbelastingen worden ook na afloop van het belastingjaar opgelegd.
Geraamde en gerealiseerde opbrengsten belastingheffing
In onderstaand overzicht treft u de opbrengsten van de belastingen over de jaren 2018 t/m 2020 aan:
Bedragen x € 1.000 Opbrengsten belastingen
W2020
B2021
W2021
%
1.506
1.688
1.773
46%
-ozb eigenaren niet-woningen
210
273
247
6%
-ozb gebruikers niet-woningen
147
188
149
4%
Niet-bestedingsgebonden lokale heffingen: Onroerende zaakbelastingen: -ozb eigenaren woningen
63
2.1. Jaarverslag Opbrengsten belastingen
W2020
B2021
W2021
Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten (n.v.t.)
0
0
0
0%
Forensenbelasting
29
29
22
1%
Toeristenbelasting
88
79
109
3%
Parkeerbelasting (n.v.t.)
0
0
0
0%
Hondenbelasting
43
44
39
1%
Reclamebelasting (n.v.t.)
0
0
0
0%
Precariobelasting (n.v.t.)
0
0
0
0%
2.023
2.300
2.340
61%
Baatbelasting (t/m 2023)
17
17
17
0%
Rioolheffing woningen en niet-woningen
624
612
641
17%
Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht
770
795
820
21%
Totaal bestedingsgebonden
1.411
1.424
1.478
39%
Totaal lokale heffingen
3.434
3.724
3.818
100%
-20
-13
-21
-1%
3.415
3.711
3.797
99%
Totaal niet-bestedingsgebonden
%
Bestedingsgebonden lokale heffingen:
Af: Kwijtscheldingen Totaal netto opbrengst belastingen
De belangrijkste belastingen voor de gemeente, met een aandeel van 57% zijn de onroerende zaakbelastingen (ozb). Het rioolrecht en de afvalstoffenheffing worden kostendekkend belast. De opbrengst voor de toeristenbelasting, de forensenbelasting, de hondenbelasting en de baatbelasting bedraagt per belasting ongeveer 1% tot 3% van de totale belastingopbrengst, in totaliteit ongeveer 5%.
64
Jaarstukken 2021
Gerealiseerd beleid ten aanzien van de lokale heffingen
Mede overeenkomstig de kaderbrief, de programmabegroting en de herziening van de belastingverordeningen zijn de volgende beleidsmatige uitgangspunten gehanteerd: a) Er is in 2021 een indexering toegepast van 2,05% (2020: 1,53%) op de tarieven van de algemene belastingen/heffingen. Deze is gebaseerd op de loon- en prijsstijgingen zoals vermeld in de meicirculaire 2020; b) De ozb is geheven op basis van de woz-waarde. Jaarlijks vindt een hertaxatie plaats. De daaruit voortvloeiende waardestijging of waardedaling wordt verdisconteerd in het definitieve tarief. Naast een indexering van 2,05% is voor 2021 rekening gehouden met een woz-waardestijging van 5,2% voor woningen en een waardedaling van 13,0% voor niet-woningen. De waardemutaties zijn verdisconteerd in de tarieven zoals door de raad vastgesteld op 19 januari 2021; c) In 2021 is een extra opbrengst van 10% (€ 190k, dekkingsplan begroting 2021) verdisconteerd in de ozb-tarieven; d) Het tarief voor rioolheffing is gebaseerd op het GRP.
De opbrengst is bestemd voor onderhoud en vervanging van de bestaande riolering; e) De afvalstoffenheffing is geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval; f) De tarieven Landtoeristenbelasting en watertoeristenbelasting zijn in 2021 geïndexeerd met 2,05%; g) De gemeentelijke leges zijn berekend voor de door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. De leges zijn voor 2021 geïndexeerd met 2,05%.
Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen
De mogelijkheid tot belastingheffing is verankerd in de Gemeentewet (Gw). Hieronder vindt u een opsomming van alle belastingen die geheven mogen worden, onderverdeeld in belastingen die in 2021 daadwerkelijk geheven zijn en belastingen die niet door Mook en Middelaar opgelegd worden. Van belastingen die geheven worden, is door de raad een belastingverordening vastgesteld. Een meer uitgebreide toelichting op de diverse belastingen vindt u terug in de Programmabegroting 2021. Belastingen/heffingen in Mook en Middelaar Onroerende-zaakbelastingen (art. 220 Gw); ozb eigenaren woningen; ozb eigenaren niet-woningen; ozb gebruikers niet-woningen; Baatbelasting (t/m 2023) (art. 222 Gw); Forensenbelasting (art. 223 Gw); Toeristenbelasting (art. 224 Gw); Landtoeristenbelasting; Watertoeristenbelasting; Hondenbelasting (art. 226 Gw); Precariobelasting (art. 228 Gw); Rioolheffing (art. 228a Gw); Leges (art. 229 Gw). Reinigingsrecht bedrijven (art. 229 Gw); Afvalstoffenheffing (art. 15.33 Wet Milieubeheer)
65
2.1. Jaarverslag Belastingen/heffingen die niet geheven worden Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten (zoals woonboten) (art. 221 Gw) Parkeerbelasting (art. 225 Gw) Reclamebelasting (art. 227 Gw) Benchmark lokale lasten Tot en met 2019 gold een landelijke macronorm. Deze was bedoeld om een onevenredige stijging van de collectieve lastendruk te beperken dan wel te voorkomen. De macronorm was al langer onderwerp van discussie omdat deze weinig effectief bleek. Vanaf 2020 is de macronorm vervangen door de benchmark lokale lasten. Deze benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting. Volgens de Coelo Atlas van de lokale gemeenten 2021 bedragen de gemiddelde woonlasten in Limburg voor een meerpersoonshuishouden en eigen woning € 849. De woonlasten voor Mook en Middelaar zitten boven het gemiddelde met een bedrag van € 923. Voor huurders zitten we echter onder het gemiddelde (zie verder hieronder).
Aanduiding van de lokale belastingdruk
a. Tarieven In onderstaand overzicht treft u de tarieven aan inzake de belastingen over de jaren 2019 t/m 2021. De tarieven over 2021 zijn op 16 december 2020 door de raad vastgesteld. De tarieven voor de ozb zijn op 28 januari 2021 gewijzigd vastgesteld. Belastingtarieven
2019
2020
2021
Algemene inflatiecorrectie
2,55%
1,53%
2,05%
- tarief woningen eigenaren
0,1264%
0,1409%
0,1500%
- tarief niet-woningen eigenaren
0,2145%
0,2476%
0,3140%
- tarief niet-woningen gebruikers
0,1715%
0,1980%
0,2511%
-
-
0,2727%
- klasse I (van € 0 tot € 50k)
141,00
143,00
-
- klasse II (van € 50k tot € 150k)
265,00
269,00
-
- klasse III (van € 150k tot € 250k)
531,00
539,00
-
- klasse IV (van € 250k tot € 350k)
799,00
811,00
-
- klasse V (van € 350k tot € 450k)
1.066,00
1.082,00
-
- klasse VI (vanaf € 450k)
1.333,00
1.353,00
-
1,05
1,05
1,07
- 1e hond
54,72
55,56
56,64
- extra honden per hond
78,72
79,92
81,48
Onroerende zaakbelastingen:
Forensenbelasting: - tarief van de woz-waarde (vanaf 2021)
Toeristenbelasting
Hondenbelasting:
66
Jaarstukken 2021 Belastingtarieven
2019
2020
2021
- tarief kennel
381,72
387,60
395,04
Rioolheffing
237,07
162,00
164,68
- afvalstoffenheffing (vastrecht woningen)
143,00
143,00
148,80
- reinigingsrecht (vastrecht niet-woningen)
71,50
71,50
74,40
- variabel tarief pmd
0,00
0,00
0,00
- variabel tarief gft
0,09
0,09
0,11
- variabel tarief restafval
0,27
0,28
0,31
Reinigingsheffingen:
Belastingdruk Mook en Middelaar Lastendruk De belastingaanslagen voor onroerende-zaakbelastingen (ozb), rioolrechten en afvalstoffenheffing, vormen de lastendruk vanwege gemeentelijke heffingen. De gehanteerde kengetallen zijn:
Een gemiddelde woningwaarde van € 324k ten behoeve van de ozb (bron CBS); Een gemiddeld voorlopig ingezameld/gestort gewicht van 147 kg GFT en 231 kg restafval per huishouding per jaar (totaal 378 kg) (bron CBS); Eén rioolaansluiting.
De gemiddelde lastendruk over de jaren 2018-2021 bedroeg (bedragen in euro’s). Bedragen in € Lastendruk Gemiddelde woningwaarde
2018
2019
2020
2021
277.000
291.000
308.000
324.000
388 kg (144 kg gft en 244 kg rest)
374 kg (142 kg gft en 232 kg rest)
379 kg (147 kg gft en 232 kg rest)
378 kg (147 kg gft en 231 kg rest)
- Ozb
368
368
434
462
- Rioolheffing
235
237
162
165
- Afvalstoffenheffing
209
218
221
236
Totaal
811
823
817
863
113%
114%
113%
120%
Afvalstoffenheffing
209
218
221
236
Totaal
209
218
221
236
106%
111%
112%
119%
Afval per huishouden
Eigenaar woning:
Index (2011 = € 720 = 100%)
Huurder:
Index (2011 = € 198 = 100%)
Gemiddelde stijging per jaar tussen 2011 en 2020: 1,4% per jaar voor eigenaren en 1,3% voor huurders.
67
2.1. Jaarverslag Belastingdruk andere gemeenten COELO onderzoekt jaarlijks de woonlasten per huishouden. Naast de drie belastingen ozb, afvalstoffenheffing en rioolheffing houdt Coelo ook rekening met een eventuele heffingskorting. In onderstaande tabel zijn van een aantal buurgemeenten de woonlasten 2021 per gemeente weergegeven.
Bedragen x € 1 Mook en Middelaar
Gennep
Heumen
Cuijk
Gemidd. Limburg
Eenpersoonshuishouden
869
729
800
720
772
Meerpersoonshuishouden
923
791
866
728
832
Rangnummer *)
310e
130e
235e
49e
Eenpersoonshuishouden
203
257
152
243
314
Meerpersoonshuishouden
258
319
217
251
371
Rangnummer *)
32e
95e
11e
28e
Lastendruk 2021 Eigenaar-bewoner
Huurder
*) voor huurders alleen afvalstoffenheffing
Bron: Coelo (www.coelo.nl)
Kwijtscheldingsbeleid
Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de geheven belasting. Kwijtschelding is alleen mogelijk voor afvalstoffenheffing. Kwijtschelding beïnvloedt de opbrengst van de afvalstoffenheffing in negatieve zin. Het is toegestaan om deze inkomstenderving als kostenpost op te nemen in de tariefberekening van de afvalstoffenheffing. Sedert 2010 gebeurt dat. De gemeente Mook en Middelaar hanteert een 100% kwijtscheldingsnorm. Voor de hondenbelasting kan geen kwijtschelding worden aangevraagd. In 2021 is voor € 21k kwijtschelding verleend, waarvan € 9k betrekking had op de afvalstoffenheffing 2e halfjaar 2020 dat in 2021 is opgelegd. Stand van zaken inzake de Wet waardering onroerende zaken Algemeen De werkzaamheden rondom de woz (Wet waardering onroerende zaken) maken blijvend een wezenlijk onderdeel uit van de uitvoering van de belastingheffing, met name voor de ozb. Daarom zijn de activiteiten in dit kader opgenomen in deze paragraaf. BsGW Vanaf belastingjaar 2021 neemt de BsGW (Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen) de werkzaamheden met betrekking tot waarderen, heffen en invorderen van de gemeentelijke belastingen over van de gemeente Nijmegen. De voorbereidingen hiervoor waren in 2020 al gestart.
68
Jaarstukken 2021
2.1.15. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Portefeuillehouder Wethouder Herings Wettelijk kader Begroting Deze paragraaf bevat op grond van artikel 11 BBV ten minste: een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; een inventarisatie van de risico's; het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; een kengetal voor de: - netto schuldquote; - netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; - solvabiliteitsratio; - grondexploitatie; - structurele exploitatieruimte; - belastingcapaciteit. Op grond van artikel 18 ‘Financiële verordening gemeente Mook en Middelaar 2019’ hoeven er, naast de wettelijk verplichte onderdelen, geen aanvullende gegevens vermeld te worden in deze paragraaf. Jaarverslag Op grond van artikel 26 BBV bevat deze paragraaf in het jaarverslag de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragraaf in de begroting is opgenomen.
Weerstandscapaciteit
De weerstandscapaciteit is de hoeveelheid aan middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om onvoorziene kosten te dekken. In de gemeente Mook en Middelaar wordt de weerstandscapaciteit bepaald door de hoogte van de 'geblokkeerde' algemene reserve. De onvoorziene uitgaven, de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves worden buiten beschouwing gelaten. Algemene reserve De algemene reserve, zoals bedoeld in artikel 43, lid 1, letter a BBV, is onderverdeeld in twee afzonderlijke reserves: de (geblokkeerde) Algemene reserve en de Vrij Besteedbare Reserve. De (geblokkeerde) Algemene reserve wordt volledig aangemerkt voor het opvangen van financiële risico's; daarom wordt het volledig tot het weerstandsvermogen gerekend. De (geblokkeerde) Algemene reserve bedraagt sinds 2017 € 2 miljoen.
Risico's
Tegenover de weerstandscapaciteit staan risico’s, die niet of niet geheel gedekt zijn en van substantieel belang (kunnen) zijn. De risico's betreffen risico's waarvoor geen (andere) maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Als een risico zich voordoet komen de financiële gevolgen niet ten laste van het rekeningresultaat, maar worden ze gecompenseerd door de Algemene reserve. De waarschijnlijkheid dat een risico zich voordoet wordt onderverdeeld in een van vijf categorieën: Zeer laag (10%), Laag (25%), Midden (50%),
69
2.1. Jaarverslag
Hoog (75%), Zeer hoog (90%).
De risico's worden op chronologische volgorde weergegeven. De Jaarstukken 2020 worden behandeld ná de Programmabegroting 2021. De risico's in de Jaarstukken 2020 worden afgeleid van de meest recente risico's zoals vermeld in de Programmabegroting 2021 en daar waar nodig aangepast aan de stand per eind 2020. De maatregelen kunnen zijn: accepteren, reduceren, elimineren of overdragen/verzekeren. (tabel met risico’s vanaf de volgende pagina)
70
Jaarstukken 2021 Nr STR/INC
Categorie Toelichting risico Soort maatregel Kwantificering risico
1
Verbonden partijen
INC 2
Accepteren Verbonden partijen
INC 3
Accepteren Juridische zaken
INC 4
Accepteren Archief
INC
Accepteren
Toelichting maatregel RisicoKans% inschatting
Berekende omvang risico
MGR MGR Uitgangspunt is dat de MGR zelf geen Het ingeschatte weerstandsvermogen van weerstandsvermogen opbouwt, maar dat de MGR wordt 'doorgeschoven' naar de deelnemende gemeenten hiermee deelnemende gemeenten. rekening houden. Voor de MGR bedraagt ons aandeel voor 2021 € 65k. € 65k Midden 50% € 32,5k Aandelenkapitaal NV's en BV's Periodiek wordt beoordeeld of we blijven Het risico en daarmee de deelnemen in het aandelenkapitaal van de aansprakelijkheid voor de aandeelhouders diverse vennootschappen. is beperkt tot de hoogte van het nominale aandelenkapitaal in de vennootschappen (art. 2:81 BW). € 439k Laag 25% € 109,75k Proceskosten Proceskosten komen incidenteel voor, maar kunnen leiden tot forse bedragen. € 200k
Door intern de juiste procedures te doorlopen, wordt de kans op processen verminderd, maar nooit helemaal weggenomen. Zeer laag 10% € 20k
Archief / Informatiebeheer Archief / Informatiebeheer Het te bewaren (papieren) archief is op De ontwikkelingen worden blijvend huurbasis ondergebracht bij het Regionaal gemonitord en daar waar nodig financieel Archief Nijmegen. vertaald. De archieffunctie krijgt een nieuwe plaats in de digitale samenleving. Centraal staat wat er nodig is om digitale overheidsinformatie beter duurzaam toegankelijk te houden voor de samenleving en de overheden zelf. Ook raken de doelen en ambities van de archiefsector steeds meer verbonden met die van de I- en ICT-ontwikkelingen. We zijn bijvoorbeeld verplicht aan te sluiten op het e-depot (digitaal te bewaren archieven). Het koppelen van systemen en centraal beheren van informatie is de basis om informatie op een juiste manier te kunnen ontsluiten. Voor onze inwoners komt dit bijvoorbeeld tot uiting in de digitale dienstverlening via de website. De toekomst vraagt dat we ons informatielandschap weloverwogen inrichten mede in relatie tot informatiebeveiliging. Deze ontwikkelingen hebben budgettaire consequenties. € 150k Zeer hoog 90% € 135k
71