Agendabundel
Tekst van het document
gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 50
De graslanden in het Maasdal bij Middelaar zijn duidelijke voorbeelden van graslandontginningen. Buiten de bebouwingslinten van Middelaar en Huize Middelaar staat er weinig bebouwing (aan de Veerstraat, de Kopseweg en de Huissestraat) in het Maasdal. De percellering, het lineaire verloop van de wegen, parallel aan de Maas en de maasheggen zijn de belangrijkste kenmerken van het Maasdal. De Veerstraat wijkt als enigste route af van deze structuur. 6.3.5
BG5. Huis Middelaar Het woonhuis Huize Middelaar is een voormalig vestingwerk.Huize Middelaar ligt ten zuiden van Middelaar op een ophoging langs de Maas, tegenover het Sint Agatha klooster aan de andere oever. Tegenwoordig zijn de contouren van de slotgracht nog vaag waarneembaar en is nog een klein deel van een muur aanwezig. Het Rijksmonument betreft een ruïne en overblijfselen van de vroegere grachten van het Huis Middelaar. Op de plek van Huize Middelaar staat tegenwoordig een boerderij.
6.3.6
BG6. Startsche Veld Het Startsche Veld is een agrarisch gebied tussen Mook, Plasmolen, de stuwwal en de Mookerplas. Typerend is de blokverkaveling van dit kleinschalige terrassenlandschap. Het Startsche Veld is een van de weinige overgebleven oude ontginningspatronen. Deze zogenaamde open Velden worden getypeerd door de openheid en de bebouwing aan de randen. In het Startsche veld liggen twee agrarische bedrijven van het type 'jonge boerenerven'. Dit zijn bedrijven waarbij de bedrijfswoning gericht is op de weg. Bij de inrichting van het erf wordt een orthogonaal grid gehanteerd. De bebouwing is na-oorlogs en sober qua detailleringen en materialisatie en bestaat uit zadeldaken.
6.3.7
BG7. Landgoed Mookerheide Het Rijksmonument Historische Buitenplaats Jachtslot Mookerheide bestaat uit: Het landhuis Delen van de aanleg (o.a. oprijlanen en doorkijk uitgespaard in het parkbos) Muren en trappartijen (1928; rode strengperssteen) Brug (1904 - 1909, beton) Wildkelder Twee Kassen (1928; rode strengperssteen) Dieptetuin (1928; rode strengperssteen) Fruitmuur (beton) Het landgoed is circa 133 hectare groot en beeldbepalend. De historische buitenplaats Jachtslot Mookerheide is van cultuurhistorische en typologische waarde als een bijzondere uitdrukking van een culturele en sociaal-economische ontwikkeling in het eerste kwart van de twintigste eeuw. Het complex heeft architectuurhistorische waarde vanwege de gaaf bewaarde samenstellende onderdelen die een samenhangend en herkenbaar complex vormen. De historische buitenplaats heeft ensemblewaarde in samenhang met het omringende landgoed de Mookerheide en speelt op het stuwallengebied tussen Mook en Molenhoek een beeldbepalende rol. Het jachthuis met toren vormt hierbij een markerend element in het landschap. Voor een volledige beschrijving van de bijzonder waarde van het Jachtslot wordt verwezen naar de beschrijving uit het register van de RCE.
gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 51
6.3.8
BG8. De Stuwwal Op de stuwwal bevindt zich buiten het gebied De Bisselt, de historische buitenplaats Jachtslot Mookerheide, de begraafplaats en de beide schansen, weinig bebouwing. Het gebied wordt vooral gebruikt als wandel- en recreatiegebied. Direct langs de steilrand van de stuwwal bevindt zich wel veel bebouwing. Deze bebouwing valt onder de gebieden "Woningen langs de stuwwal", ''Korendal bedrijfsterrein" en "Startsche veld".
6.3.9
BG9. De Bisselt De Bisselt is een goed voorbeeld van jonge kampontginning. Het is ook een van de weinige gedeeltelijk geslaagde pogingen om de stuwwal te cultiveren. In het gebied wisselen kleinschalige akkers. weides, heidegebieden, bos en bebouwing elkaar af. In De Bisselt is het individuele karakter van de woningen erg hoog. Het gebied bestond oorspronkelijk deels uit vrijstaande reguliere woningen en enkele boerderijen. De woningtypen variëren van royale villa's tot eenvoudige, kleine vakantiewoningen. De woningen zijn individueel ontworpen en hebben daardoor een eigen herkenbaar gezicht. De kavels zijn fors en er is veel groen aanwezig. Veel woningen liggen verscholen en zijn moeilijk zichtbaar vanaf de openbare weg. Karakteristiek voor De Bisselt zijn de open, groen plekken op de verder beboste stuwwal.
6.3.10
BG10. St Jansberg Het landgoed Sint Jansberg is grofweg 350 hectare groot en in eigendom bij Natuurmonumenten. Het bestaat hoofdzakelijk uit de beboste Sint Jansberg met kleine bronbeken en wandelpaden. Ook de watermolen Bovenste Plasmolen en de resten van de Romeinse Villa vallen onder het landgoed. Het bovenste deel van de berg is ontbost en bestaat uit landbouwgronden. Het Zevendal maakt ook onderdeel uit van het landgoed.
6.3.11
BG11. Recreatiegebieden Plasmolen Rondom de Mookerplas liggen, voornamelijk aan de kant van Plasmolen, enkele verblijfsrecreatieterreinen. Het gaat om campings en vakantiewoningen. Veelal worden deze gebieden omgeven door voldoende struweel zodat de zichtbaarheid vanaf de openbare weg minimaal is. Eventueel aanwezige bebouwing is kleinschalig (één laag plat of met kap). Er zijn geen grote voorzieningengebouwen.
6.3.12
BK1. Bebouwing N271 De eerste bebouwing van betekenis is ontstaan langs de oude routes in het gebied. De Rijksweg is een van de oudste en is de belangrijkste route door de gemeente. De bebouwing langs de Rijksweg ligt verspreid in de dorpen Molenhoek, Mook en Plasmolen. De bebouwing is erg divers met name qua bouwperiode, architectuur, situering tot de weg, massa en qua gebruik. Van de oorspronkelijke boerderijbebouwing langs de Rijksweg is in het Mookse deel van de weg weinig overgebleven. Hier heeft veel verdichting plaatsgevonden en op sommige plekken is het ritme van oorspronkelijke percelleringen verdwenen door samenvoegingen van percelen en grotere bebouwing. Deze schaalsprongen zijn soms goed ingepast, maar er zijn ook minder goede voorbeelden aanwezig. Grote delen van het Mookse deel van de Rijksweg zijn onderdeel van het AMK-terrein Mook. Langs de Rijksweg liggen enkele Rijks- en gemeentelijke monumenten.
gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 52
6.3.13
BK2. Bebouwingslinten Molenhoek Belangrijkste knooppunt is de kruising van de Rijksweg en Stationsstraat. Langs de Stationsstraat ontstond het eerste bebouwingslint (begin 20e eeuw). De kerk tezamen met de Singel/Esdoornlaan is een belangrijk structurerend gegeven. De Middelweg is een oudere weg met verspreid enkele oudere panden. Langs het spoor (Lindenlaan) staan enkele karakteristieke gebouwen en oude fabrieken van net na de Tweede Wereldoorlog.
6.3.14
BK3. Historische Kern Mook Langs de Kerkstraat / Mortel is sprake van een relatief dicht bebouwingslint dat opener wordt verder van de kerk af. De kerk is het centrale punt in Mook en schakel tussen Rijksweg en de Maas. Langs de wegen staat vrijstaande, individuele bebouwing met een dorpse schaal. Langs de Maas zijn karakteristieke smalle doorzichten aanwezig van de Kerkstraat richting de Maas. Omgekeerd is het aanzicht van Mook vanaf de Maas behoudenswaardig. Dit aanzicht wordt voor een groot deel door de kerk en de bebouwing langs de Kerkstraat en De Hove gevormd. Het gebied ligt vrijwel geheel binnen het AMK-terrein Mook.
6.3.15
BK4. Woningen langs de stuwwal (Mook) Bij de parkachtige woningen die in Mook tegen de stuwwal zijn gelegen, is het hoogteverschil duidelijk merkbaar. De woningen liggen hierdoor hoger of juist lager dan het straatniveau. Veel woningen zijn hierdoor voorzien van een "drive-in". De woningen langs de stuwwal hebben vaak een groot voorerf en een oprijlaan. De bebouwing is na-oorlogs en betreft bungalows of andere vormen van vrijstaande bebouwing van een ingetogen architectuurstijl. Het gaat om veelal ruime kavels met veel bomen, waardoor samen met de brede, groen ingerichte straten een parkachtig beeld ontstaat.
6.3.16
BK5. Woningen langs de Maas (Mook) Langs de Maas staat vrijwel alleen individuele vrijstaande bebouwing. Een uitzondering hierop is het appartementencomplex Maasstaete tussen de Rijksweg en de Maasoever. Dit bebouwingscluster is het meest markant samen met de kerk. Tussen De Hove en Middelweerd is de bebouwing met de voorzijde gericht op de Maas (Middelweerd). Zuidoostelijk van de kerk (Kerkstraat) ligt de bebouwing met de achterzijde naar de Maas gekeerd. Hier dienen karakteristieke stenen muurtjes als erfscheiding. De woningen zijn veelal individueel ontworpen en varieren in hoogte tussen één en twee lagen met kap. Veelal betreft het een langskap, soms een schilddak of met wolfseinden. Ook zijn er variaties in materiaal- en kleurgebruik. Het materiaalgebruik is overwegen baksteen en er is sprake van een overwegend donkere kleurstelling.
6.3.17
BK6. Vrijstaande individuele bebouwing Mook/Molenhoek Het gaat hier om de woningen ten oosten van de Oude Bovensteweg, de Lierweg, Hoeveveld en een gedeelte van de Middelweg in Molenhoek en grote delen van Mook (tussen de Bovensteweg en de Rijksweg). Het betreft hier na-oorlogse woningbouw waarvan de kwaliteit van het straatbeeld veelal wordt bepaald door het aanwezige groen, de grootte van de kavel en de afstand van de bebouwing tot de weg. De straten zijn veelal smal en hebben geen trottoir of deze liggen gelijk met het straatniveau. De groenaanplant bevindt zich hoofdzakelijk op de kavels en is erg divers qua beplantingssoorten en hoogtes / transparantie. De bebouwing is overwegend één laag met kap met vaak een flauwe dakhelling. Er komen veel lage goothoogtes voor. De bebouwing wordt verder gekenmerkt door een ingetogen architectuurstijl en een
gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 53
overwegend licht kleurgebruik (wit of zandkleur) van de gevels, met afwisselend donkere of lichte accenten (dakomlijsting, kozijnen). 6.3.18
BK7. Planmatige uitbreidingen Mook / Molenhoek Dit zijn de uitbreidingen volgens de traditionele blokverkavelingen, uitbreidingen volgens de CIAM-beweging (woonerven) en de uitbreidingen uit de jaren '90. De bebouwing van de uitbreidingen afzonderlijk heeft vaak een sterke onderlinge samenhang (seriebouw). De aansluiting op de omgeving varieert sterk per gebied. Kenmerk van vrijwel alle planmatige uitbreidingen is dan ook dat het gebied zelf vaak bestaat uit één of meerdere afgeronde bebouwingsclusters met een eigen beeldkwaliteit. De opzet van de clusters is sterk afhankelijk van de bouwperiode en de ideeën over de stedenbouwkunde destijds. De bebouwing bestaat vaak uit rijwoningen, halfvrijstaand of geschakelde woningbouw. In Molenhoek is een complex van gestapelde woningbouw gerealiseerd. Omdat het bij de planmatige uitbreidingen veelal gaat om kleinere kavelgroottes is veel aandacht nodig voor de overgangen van privé naar openbaar (de voor- en achterkantsituaties). In sommige gebieden is deze overgang minder zorgvuldig vormgegeven.
6.3.19
BK8. Historische bebouwingslinten Plasmolen Plasmolen heeft zich vanaf 1900 ontwikkeld tot kunstenaarskolonie. Het was de vestigingsplaats van de schilder Jacques van Mourik. De bebouwing ligt voornamelijk ten zuiden van de Rijksweg. De Witteweg is de belangrijkste haakse ontsluiting van Plasmolen richting de Rijksweg. Rondom de kruising Witteweg - Rijksweg is de bebouwing divers qua bouwperiode, beeldkwaliteit, grootte, situering en gebruik. Er zijn veel horecagelegenheden en er is bebouwing gerelateerd aan de jachthaven (loodsen). Parallel langs de Rijksweg zijn de Riethorsterweg en de Schildersweg de belangrijkste bebouwingslinten met een open, landelijk karakter. De Muldershofweg maakt onderdeel uit van de villabebouwing. De Zevendalseweg, Sint Maartensweg en Kiekbergsebaan verbinden Plasmolen met het stuwwallencomplex. De bebouwing langs de historische bebouwingslinten is divers met een overwegend agrarische- of woonfunctie. De bebouwing is overwegend vrijstaand en wordt gekenmerkt door een traditionele architectuurstijl.
6.3.20
BK9. Villabebouwing Plasmolen De bebouwing aan de Muldershofweg en omgeving heeft het karakter van villabebouwing in een bosrijke omgeving. Het gebied wordt rondom omgeven door bosgebieden. Ten zuiden van de Muldershofweg ligt nog een aantal straten met een slingerend verloop, afgeleid van het hoogteverloop van het landschap. De bebouwing is vrijstaand, met een fors grondoppervlak op ruime kavels. Het gaat overwegend om bebouwing bestaande uit één laag met kap of plat (bungalow-type). De kapvorm is het zadeldak met wisselende oriëntatie en verspringende gootlijnen (vaak ter hoogte van een inpandige garage). De bouwperiode is tweede helft 20e eeuw.
6.3.21
BK10. Historische kern & bebouwingslinten Middelaar De oude kern van Middelaar (Middelaer in 1326) bestond uit een reeks boerderijen op de rand van het hoogterras. Achter de boerderijen lag een depressie, met daar achter achter een smalle strook cultuurland met boerderijen. Het huidige Middelaar is ontstaan uit drie nederzettingen Middelaar, Katerbosch en Heikant met de karakteristieken van een esdorp en opgesplitst door de Tochtgraaf. De kruising Heikantseweg - Witteweg is een markant punt, geaccentueerd door de ligging vanwaar diverse wegen uitwaaieren. In de overige delen van de linten is de karakteristieke opbouw van wegen met boerderijen en doorkijkjes nog op veel plekken aanwezig. gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 54
Alleen in Katerbosch en aan de oostzijde van Heikant hebben uit- of inbreidingen plaatsgevonden. Een oude grenssteen aan de Katerbosseweg herinnert aan de voormalige hertogdommen. Het bebouwingslint heeft een open, landelijk, karakter waarbij nog een sterke relatie met het landschap aanwezig is. De bebouwingslinten liggen op de hogere delen. Rondom de kerk van Middelaar is het bebouwingslint onderbroken. De bebouwing staat hier nadrukkelijker gegroepeerd rondom de kerk De bebouwing binnen in Middelaar is veelal traditioneel: één tot twee lagen met kap en wordt verder gekenmerkt door een sterke mate van indvidualiteit wat onder andere blijkt uit een gevarieerd kleur- en materiaalgebruik. In Middelaar staat de bebouwing vrij dicht op de weg en zijn de percelen smaller. De afstand tot de weg en de perceelsgrootte nemen toe verder van het dorp af. Heikant wijkt licht af van dit beeld door het vele groen, bredere percelen en op bepaalde punten grotere afstand tot de weg. Het oostelijke deel van Heikant bestaat uit villabebouwing van recentere datum. Grote delen van Middelaar maken onderdeel uit van één van de vier AMK's in dit gebied. Voor het gebied geldt vrijwel overal een hoge archeologische verwachtingswaarde. 6.3.22
BK11. Planmatige uitbreidingen Middelaar Op twee plekken in Middelaar hebben planmatige uitbreidingen plaatsgevonden: in de Schenck van Nijdeggenstraat en omgeving en aan de Burchtstraat. Het gaat om rijwoningen, geschakelde- en halfvrijstaande na-oorlogse woningen, met vaak standaard kavelmaten en er is een duidelijke rooilijn. De woningen staan relatief dicht op de straat. De bebouwing bestaat overwegend uit twee lagen met kap met traditioneel kleur- en materiaalgebruik. Eén rij woningen is met de achterkant gesitueerd aan de Tochtgraaf. Aan deze zijde van de Tochtgraaf vormt één doorlopende lijn de begrenzing van de bebouwing terwijl aan de overzijde (Heikant) sprake is van terugspringende achterkanten.
6.3.23
BK12. Korendal bedrijfsterrein Tot in de jaren '70 exploiteerde de NS een eigen zand- en grindafgraving in de helling van het Korendal, direct ten oosten van het station. De afgraving had een spooraansluiting. Het zand werd afgevoerd per trein. Het Korendal is een diffuus ingericht bedrijventerrein en sportpark tussen de Stuwwal, Mook, en Molenhoek/de spoorlijn. De beeldkwaliteit is laag. Grote opslaggebieden worden afgewisseld door grote loodsen en fabriekshallen. Voor bedrijventerrein Het Korendal wordt gewerkt aan een herstructureringsplan. Andere grote bedrijfscomplexen liggen langs de Rijksweg en Middelweg in Molenhoek.
6.3.24
BK13. Sportparken Mook en Middelaar De dorpen Mook en Middelaar beschikken over een sportpark. De sportvelden liggen verscholen in het groen en er is weinig bebouwing. De bebouwing is eenvoudig (één laag plat) en heeft een lage beeldkwaliteit.
gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 55
6.4
Beschrijving monumenten en objecten In deze paragraaf worden de monumenten die van rijks- (subparagrafen 6.4.1 tot en met 6.4.8) en gemeentewege (subparagrafen6.4.9 tot en met 6.4.24) bescherming genieten beschreven. Ze zijn niet gewaardeerd volgens de systematiek die in de andere hoofdstukken gebruikt is omdat ze al gewaardeerd zijn in de respectievelijke monumentenlijsten. Dat ze in dit document wel genoemd en beschreven worden heeft als reden dat ze van invloed zijn op de ruimtelijke kwaliteit van hun omgeving en vice versa. Met andere woorden in de planvorming in de nabijheid van monumenten moet rekening worden gehouden met hun waarden. Tot slot zijn in de subparagrafen 6.4.25 tot en met 6.4.27 gebouwen en bouwwerken beschreven die weliswaar geen monumentale status hebben maar wel beeldbepalend zijn.
6.4.1
Mookerschans Het Rijksmonument de Mooker Schans betreft een vierkant veldwerk met gebastioneerde hoeken, een gemetseld voetstuk in het midden en een grote gracht. De Mookerschans en Heumense schans zijn verdedigingswerken op de Mookerheide uit vermoedelijk de 17e eeuw. Gedurende de 80-jarige oorlog had ieder dorp in de streek langs de Maas een eigen vluchtschans. De Mookerschans is het meest compleet en recent gerestaureerd. De schansen bestonden doorgaans uit een 2-3 meter hoge wal verstevigd met takkenbossen en beplant met wilgen of doornstruiken. Om de schans lag een gracht (4-10 meter breed). Een inhaalbare- of ophaalbrug en poort beschermen de toegang. Binnen de wal waren houten huisjes en een onbebouwd binnenterrein aanwezig.
6.4.2
Landgoed Mookerheide Voor beschrijving zie paragraaf 6.3.7.
6.4.3
Heumense schans Het Rijksmonument de Heumense Schans betreft een vijfstralig-stervormig veldwerk in een droge gracht. De Mookerschans en Heumense schans zijn verdedigingswerken op de Mookerheide uit vermoedelijk de 17e eeuw. Gedurende de 80-jarige oorlog had ieder dorp in de streek langs de Maas een eigen vluchtschans. De Mookerschans en de Heumense schans zijn hiervan goed bewaarde voorbeelden. Het is nog gedeeltelijk intact. De schansen bestonden doorgaans uit een 2-3 meter hoge wal verstevigd met takkenbossen en beplant met wilgen of doornstruiken. Om de schans lag een gracht (4-10 meter breed). Een inhaalbare- of ophaalbrug en poort beschermen de toegang. Binnen de wal waren houten huisjes en een onbebouwd binnenterrein aanwezig.
gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 56
6.4.4
Huis Middelaar
Uit de archeologische beleidsnota (figuur 25): Huys te Middelaer: Links van het huis is de schipbrug te zien die een belangrijke rol speelde bij de omsingeling van het Genneperhuis in 1641. Huize Middelaar is een voormalig vestingwerk vanaf 501. Huize Middelaar ligt ten zuiden van Middelaar op een ophoging langs de Maas, tegenover het Sint Agatha klooster aan de andere oever. Tegenwoordig zijn de contouren van de slotgracht nog vaag waarneembaar en is nog een klein deel van een muur aanwezig. Het Rijksmonument betreft een ruïne en overblijfselen van de vroegere grachten van het Huis Middelaar. Op de plek van Huize Middelaar staat tegenwoordig een boerderij. 6.4.5
St. Lambertuskerk De St. Lambertuskerk te Middelaar is aangewezen als Rijksmonument vanwege de bronzen luidklok uit 1533 en de inventaris, waaronder 18e-eeuwse beelden van de H. Brigida, H. Willebrordus, H. Lambertus en H. Sebastianus.
6.4.6
St. Antoniuskerk De St. Antoniuskerk te Mook is als Rijksmonument aangewezen. De kerk is opgebouwd uit een driezijdig gesloten mergelstenen koor (uit ca. 1400), geflankeerd door twee bakstenen kapellen, en een bakstenen toren met nissengeleding. De verdere delen zijn tot stand gekomen bij een vergroting van de kerk in 1910. Tot de inventaris behoren onder andere: communiebank met gesneden reliëfs; twee hardstenen wijwatervaten; houten beelden: crucifix (uit ca. 1700), twee madonna's en H. Antonius Abt, H. Petrus, H. Joannes de Doper, H. Rochus, Albasten paneel met reliëfvoorstelling van de Aanbidding door de herders; albasten topstuk met voorstelling van de drie-eenheid.
6.4.7
Kapelletje te Middelaar Het eenvoudig bakstenen kapelletje aan de Eindweg in Middelaar is als Rijksmonument aangewezen wegens de volkskundige waarde.
6.4.8
Watermolen de “Bovenste Plasmolen”
gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 57
De Bovenste Plasmolen heeft een ruim 7 meter groot ijzeren en geklonken waterrad dat zowel van boven als in het midden aangedreven kan worden; daarmee is de Bovenste Plasmolen zowel boven- als middenslagmolen.Op deze plaats is reeds vanaf de 15e eeuw een watermolen in werking geweest. Het huidige gebouw stamt uit 1725 en verving toen een ouder gebouw, toen ook een papiermolen. In 1848 werd de molen omgebouwd tot olie- en pelmolen.In 1865 werd de molen nogmaals verbouwd, nu naar korenmolen en had hierna 2 koppels maalstenen. In 1910 volgde de laatste grote wijziging van de inrichting toen er een motor werd geplaatst, omdat de altijd beperkte aanvoer van maalwater problematisch voor de steeds drukkere bedrijfsvoering was geworden. Later werd deze motor vervangen door de huidig nog aanwezige Crossley benzine-motor.In het najaar van 1944 werd De Bovenste Plasmolen bij gevechtshandelingen ernstig beschadigd. Het maalwater kan op twee manieren naar het rad worden gevoerd.
Als bovenslag via een ijzeren goot, waarbij het water via een hogerop aangelegde stuwvijver gevoed wordt uit de beek van het Groene Water en als middenslag vanuit een lager gelegen stuwvijver die wordt gevoed door bronwater uit de Helkuil.Het maalgangwerk is geheel van gietijzer en de 2 maalkoppels werken met onderaandrijving.De twee maalkoppels werken op waterkracht, waarvan één koppel ook kan worden aangedreven door de bedrijfsvaardige benzine-motor uit 1901. 6.4.9
Heumensebaan 3 te Molenhoek Dit gemeentelijk monument betreft een vrijstaand woonhuis, oorspronkelijk gebouwd als baanwachtershuis. Het pand is een kenmerkend voorbeeld van negentiende-eeuwse spoorwegarchitectuur. De gebouwen die in de negentiende eeuw langs het spoor werden opgericht (stations, baanwachtershuisjes, seinhuizen, et cetera) zijn opgetrokken in de zogenaamde 'Waterstaatstijl'. De stijl was vernoemd naar de opdrachtgever, Rijkswaterstaat. Ten noorden van het hoofdvolume staat een eenlaags gebouw onder een plat dak. Hoewel aanzienlijk gewijzigd, maakt deze deel uit van het oorspronkelijke ensemble. Reden van plaatsing op gemeentelijke monumentenlijst Architectuurhistorische criteria: Het gebouw heeft architectuurhistorische waarde vanwege de specifieke vormgeving. Het exterieur van Heumensebaan 3 is in hoofdopzet gaaf behouden. Zeldzaamheidswaarde vanwege de typologie van baanwachtershuis. Goed (behouden) voorbeeld van karakteristieke negentiende eeuws spoorwegarchitectuur. Stedenbouwkundige criteria: Heumensebaan 3 neemt door zijn ligging aan de druk bereden spoorwegovergang een prominente plaatst in, in het straatbeeld. Ensemblewaarde van spoor en baanwachtershuisje.
Algemeen historische criteria: Het volume heeft historische waarde als voorbeeld van de objectgewijze ontwikkeling van Molenhoek ten oosten van de oorspronkelijke lintbebouwing aan de Rijksweg (prelude op de in de twintigste eeuw volgende groei van de kern). Hoge cultuurhistorische waarde als onderdeel van de in 1883 aangelegde spoorlijn Nijmegen-Roermond.
6.4.10
Stationsstraat 79 te Molenhoek
gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 58
Het gemeentelijk monument de Stationsstraat 79 is een villa waarbij de Engelse landhuisstijl als een belangrijke inspiratiebron heeft gediend. Het huis is in hoofdopzet symmetrisch van aard. Door de plaatsing van de entree en het doortrekken van het rietdak alhier ontstaat echter een asymmetrische toets. De asymmetrie wordt verder benadrukt door de aanbouwen aan de achterzijde. Het hoofdvolume heeft door het lage muurwerk en de overhangende, hoog opgetrokken kap een gedrongen karakter. Dit wordt door het middenrisaliet echter enigszins teniet gedaan, waardoor het pand toch enige grandeur uitstraalt. Ook de aanwezige rietkap en de wijze waarop deze vloeiend overloopt bij de steekkap en kapellen versterken het schilderachtige karakter dat zo kenmerkend is voor de op de Engelse stijl. Ten noorden van het hoofdhuis staat een eenlaags volume onder zadeldak. Op de topografische kaart van 1931 staat op deze locatie reeds een volume weergegeven, wat erop duidt dat het huidige pand authentiek is. De rieten kap met keramische tegels op de nok is vanaf de straat zichtbaar. Verder blijkt dat in de geveltop van de noordelijke gevel een rond venster is aangebracht. Het volume is gepleisterd, maar lijkt niet te zijn voorzien van schijnvoegen.
Reden van plaatsing op gemeentelijke monumentenlijst Architectuurhistorische criteria: Het gebouw heeft architectuurhistorische waarde vanwege de specifieke vormgeving. Het exterieur van Stationsstraat 79 is gaaf behouden (inclusief vensterpartijen). Het woonhuis vormt een goed voorbeeld van een vrijstaande jaren twintig villa, waarbij karakteristieke elementen van de destijds overheersende architectuurstromingen zijn toegepast. Zeldzaamheidswaarde vanwege de typologie van een groot vrijstaand woonhuis uit het interbellum in Molenhoek. Zeldzaamheidswaarde vanwege behoud meerruits vensters. Architectuurhistorische waarde vanwege materiaalgebruik: rietgedekt. Stedenbouwkundige criteria: Ensemble met het aangrenzende pand Stationsstraat 77 (eveneens een jaren twintig woning met rieten kap en schilderachtige opbouw). Prominente ligging in het straatbeeld. Algemeen historische criteria: Het volume heeft historische waarde als voorbeeld van de ontwikkeling van Molenhoek in het interbellum: ontwikkeling van de kern nabij het station. 6.4.11
Stationsstraat 62 te Molenhoek: kerk en kapel Het gemeentelijk monument aan de Stationsstraat 62 betreft een in 1926 gebouwde kapel, gebouwd in een sobere neogotische vormentaal. Het gotische uit zich onder andere in de hoofdopzet van het volume: een hoog, smal gebouw met een hoog opgetrokken zadeldak waarop een klokkenstoel/toren is geplaatst. Vergelijking met de Kapel in 't Zand in Roermond (1895) is hierbij evident. Het grote verschil is dat in tegenstelling tot de kapel in Roermond, waar sprake is van hoge vensters, in Molenhoek duidelijk twee rijen vensters zijn toegepast. Deze vensters zijn daarbij wel uitgevoerd als spitsboogvensters en ook worden de venstertraveeën middels steunberen van elkaar gescheiden. Andere (neo)gotische elementen zijn de hogels op de daknok. Aanbouw tegen noordoostelijke gevel van de kapel valt buiten de beschrijving. De in 1934 gebouwde kerk is in hoofdopzet neoromaans, maar met name de spitsbogen zijn duidelijk beïnvloed door de neogotiek. Door deze spitsbogen wordt een relatie met de aangrenzende kapel gelegd. Zoals reeds gezegd is bij de kerk in
gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 59
Molenhoek sprake van een neoromaanse hoofdopzet. Dit uit zich in het voorportaal (de narthex) die aan de straat is gelegen. Dit voorportaal is wat betreft opzet/grootte duidelijk secundair aan het hoofdvolume. Ook het gegeven dat de klokkentoren als een haast solitair object naast de narthex staat is kenmerkend romaans en is terug te voeren naar enkele exemplarische romaanse kerken als de San Ambrogio in Milaan. Andere (neo)romaanse aspecten is het contrast in hoogte tussen het hoge middenschip (en transept) en de opvallend lage zijbeuken en de wijze waarop het koor aan de achterzijde recht afsluit en de absis (en twee kleine kapellen) daar als vijfzijdige objecten tegen zijn geplaatst. Het hoog opgetrokken zadeldak van het schip en de forse steunberen zijn elementen die, evenals de spitsbogen, haar oorsprong meer in de (neo)gotiek hebben. Reden van plaatsing op gemeentelijke monumentenlijst De kerk en de kapel op Stationsstraat 62 te Molenhoek komen in aanmerking voor plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst om de volgende redenen. Architectuurhistorische criteria: Het gebouw heeft architectuurhistorische waarde vanwege de specifieke vormgeving. De kerk heeft architectuurhistorische waarde als fraai voorbeeld van een in de neoromaanse stijl opgetrokken kerkgebouw.
De voormalige kapel heeft architectuurhistorische waarde als fraai voorbeeld van een in een neogotische stijl opgetrokken religieus volume. Het complex is gaaf behouden. Het complex heeft architectuurhistorische waarde vanwege het karakteristieke decoratief programma: met name het prominente karakter van de verschillende variaties van spitsboogvensters. De kapel heeft architectuurhistorische waarde vanwege de aanwezigheid van alle authentieke ijzeren kozijnen (met glas-in-lood). Architectuur- en kunsthistorische waarde vanwege in het interieur aanwezige kunstwerken waaronder glas-in-loodramen, majolicareliëfs en wandschilderingen. Stedenbouwkundige criteria: Ensemblewaarde van kerk uit 1934 en kapel uit 1926. De ensemblewaarde wordt versterkt door de nog aanwezige kastanjelaan met hekwerk. De kerk heeft een beeldbepalende ligging aan de Stationsstraat en vormt het stedenbouwkundige hart van de ontwikkelingen ten oosten en zuiden van de kern. Algemeen historische criteria: Het volume heeft historische waarde als voorbeeld van de ontwikkeling van Molenhoek in het interbellum. De kerk vormt een uiting van het religieus erfgoed van Molenhoek. Het pand is tot op heden in gebruik als kerk. Het vormt bovendien een sociaal ankerpunt voor de gemeenschap.
gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 60
6.4.12
Stationsstraat 33 te Molenhoek Gaaf behouden vrijstaand woonhuis, gebouwd in 1928 (gevelsteen met jaartal) is gemeentelijk monument. Het is een eenvoudig woonhuis met een symmetrische indeling en een rechthoekige plattegrond. De detaillering van dit statige pand is beperkt tot de opvallende hanenkammen boven de ramen en enkele horizontale banden. Dergelijke baksteenornamentiek heeft haar oorsprong in de architectuur van de Amsterdamse School. Bij Stationsstraat 33 is spaarzaam omgegaan met deze karakteristieke ornamentiek. Het pand is vandaag de dag gekeimd. Oorspronkelijk zal het aanzien echter zijn bepaald door schoon metselwerk Reden van plaatsing op gemeentelijke monumentenlijst Architectuurhistorische criteria: Het gebouw heeft architectuurhistorische waarde vanwege de specifieke vormgeving. Het exterieur van Stationsstraat 33 is gaaf behouden (inclusief vensterpartijen). Het woonhuis vormt een goed voorbeeld van een vrijstaande jaren twintig villa, waarbij karakteristieke elementen van de destijds overheersende architectuurstromingen zijn gecombineerd. Zeldzaamheidswaarde vanwege de typologie van een groot woonhuis uit het interbellum in Molenhoek. Stedenbouwkundige criteria: Stedenbouwkundige ligging op een hoogte, waardoor het pand een prominente positie in het straatbeeld inneemt.
6.4.13
Algemeen historische criteria: Het volume heeft historische waarde als voorbeeld van de ontwikkeling van Molenhoek in het interbellum: verschuiving van de groei van de kern van de Rijksweg naar de Stationsstraat. Rijksweg 19 te Molenhoek Vrijstaand woonhuis, gebouwd omstreeks 1920-1930 mmet bijgebouw. Het pand is in hoofdopzet symmetrisch in een traditionalistische architectuur, beïnvloed door M. Granpé Moliëre, een van de grondleggers van de Delftse School. Het pand is gelegen in een ruime tuin en van de straat afgesloten met een gietijzeren hekwerk. In de tuin staat een aantal fraaie oude bomen. Deze setting verhoogt de waarde van het pand.Het pand staat op de gemeentelijke monumentenlijst om de volgende redenen: Architectuurhistorische criteria, vanwege: De specifieke vormgeving. De gaafheid van het exterieur. Zeldzaamheidswaarde. Het behoud van een groot aantal rijk uitgevoerde glas-in-lood-ramen. De aanwzigheid van een grooot bordes overd egehele breedte van de voorgevel. De klokkenstoel op het dak als fysieke herinnering aan de periode dat het pand in gebruik was als klooster. Het pand hoogstwaarschijnlijk een kern heeft die ouder is dan het interbellum.
gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 61
Stedenbouwkundige criteria,vanwege: De ensemblewaarde van woonhuis, hekwerk met hekpijler en bijgebouw, geplaatst in een groene steting met enkele historische bomen. Het huis wordt vanaf de straat gezien omkaderd door twee groet bomen, waardoor een hoogwaardig beeld ontstaat. Algemeen historische criteria, vanwege: Cultuurhistorische waarde Vanwege: voormalig functiegebruik als gemeentehuis en klooster. 6.4.14
Peilschaal Maasdijk Hardstenen peilschaal voor de Maas, aangelegd op het talud van de dijk, aangewezen als gemeentelijk monument. De peilschaal is aangelegd tegen het talud van de Maasdijk, meteen ten westen van het klooster/de kweekschool (vandaag de dag grenzend aan de nieuwbouw langs de Middelweerd). In de weide/uiterwaard van de Maas is een sloot uitgegraven die vanaf de Maas tot aan de peilschaal loopt. De peilschaal zelf is uitgevoerd in hardsteen. Over de volle lengte zijn, ietwat verdiept, de peilhoogten aangegeven, waarbij ieder streepje één centimeter waterstijging aanduidt. De peilhoogten lopen van 9.00+NAP tot 12.70+NAP, waarbij bij iedere tien centimeter in cijfers de hoogte is weergegeven. Om de dertig centimeter is op de hardstenen plaat (meerdere boven elkaar gelegde platen) een klein piramidevormige gietijzeren punt geplaatst. Aan de bovenzijde, bij 12.70+NAP, wordt de schaal afgesloten door een hardstenen blok. De peilschaal wordt geflankeerd door metselwerk, bestaande uit afwisselend een strek en twee koppen. Links van de schaal is over de gehele lengte een bakstenen trap geplaatst. Deze loopt evenwijdig aan de peilschaal. Reden van plaatsing op gemeentelijke monumentenlijst Architectuurhistorische criteria: Typologisch waardevol en zeldzaam object. Stedenbouwkundige criteria: Ligging op het talud van de Maasdijk, nabij de Maas.
De peilschaal is tot op heden 'in gebruik'. Ensemble van zowel de peilschaal als de uitgegraven sloot. Algemeen historische criteria: Zeldzaamheidswaarde van de peilschaal. Hoogwaardig relict dat onlosmakelijk is verbonden met de strijd tegen het water. Historisch object dat deel uitmaakt van de waterwerken van Rijkswaterstaat.
gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 62
6.4.15
Calvarieberg RK Kerkhof Parochiekerkhof aan de verbindingsweg tussen Mook en Groesbeek aan de voet van de Papenberg.Tegenover de toegang van de oorslogsbegraafplaats is ook een toegang tot het parochiekerkhof aangelegd. Vanaf deze toegang loopt een breed pad data aan het einde eindigt bij de Calvarieberg. die bestaat uit een steen opgtrokken heuvel die met een laag aarde is bedekt. Op het hoogste punt staat een Crusifixmet rondom een viertal gietijzeren kruizen met elke een sdpecifieke vormentaal. Redenen voor plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst: Kunsthistorische criteria, vanwege: Fraai voorbeeld van een expressionistische sculptuur uit de wederopbouwperiode. Bijzonder ensemble van vier gietijzeren kruizen. elk kruis heeft een karakteristieke eigen vormgeving, waardoor sprake ios van een fraai divers ensemble. Zeldzaamheidswaarde van de gietijzeren kruizen (vanwege materiaal). Stedenbouwkundige criteria vanwege: Ensemble van naoorlogse crucifix en enkele vooroorlogse gietijzeren kruizen. Waardevolle en symbolische zichtas en fysieke as (twee paden in elkaars verlengden, doorkruist door de Goesbeelkseweg) tussen het kruis en de kapel op de ooorlogsbegraafplaats en de Calvarieberg op het parochiekerkhof. De Calvarieberg vormt het hart van de begraafplaats.
Algemeen historische criteria: Crucifix als object uit het oeuvre van de Mooker kunstenaar Jules de Roeper. Hoogwaardig religieus object.
6.4.16
Oorlogsmonument burgers Naoorlogs oorlogsmonument met perk aan de verbindingsweg tussen Mook en Groesbeek tegenover het parochiekerkhof. Het mnument is opgericht ter nagedachtenis aan de acht medeburgers die bij het hevige straatgevecht tussen 18 en 20 september 1944 om het leven zijn gekomen. Het bestaat uit een grafzerk met kruis, vervaardigd uit een grijze hardsteen.
6.4.17
Kerkstraat 8-10 te Mook Het statige herenhuis in de oude kern van Mook is een gemeentelijk monument. Het in de tweede helft van de negentiende eeuw gebouwde pand, is opgetrokken in een sobere baksteenarchitectuur. Op een aantal plaatsen is een omlijsting in cementstuc aanwezig. Met name bij de rechter zijgevel zijn alle gevelopeningen voorzien van een dergelijke pleisterlaag. Het is goed mogelijk dat ook de vensters en deur aan de straatzijde oorspronkelijk een dergelijke omlijsting hebben gehad. De aanbouwen aan de achterzijde vallen buiten de beschrijving. De huidige situatie is representatief voor de situatie anno 1850-1900. Het pand is vrij recent gerestaureerd. Tegen de achtergevel is een overdekt terras gebouwd en een bakstenen eenlaags volume (met zonnepanelen op het dak). Deze zijn vrij recent toegevoegd en vallen buiten de bescherming. Reden van plaatsing op gemeentelijke monumentenlijst Architectuurhistorische criteria:
gemeentelijke structuurvisie "Ruimtelijke analyse Mook en Middelaar" (vastgesteld) 63