CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergadering 13 juli 2023, gemeente Mook en Middelaar25.694 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming In de Wet natuurbescherming zijn de bevoegdheden van het rijk (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)) aan de provincies overgedragen. Zij maken dan de afwegingen voor de vergunningen en ontheffingen. De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk worden nagelaten of maatregelen genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. Gebiedsbescherming In Nederland zijn natuurgebieden aangewezen met een beschermde status. Deze natuurgebieden betreffen hoofdzakelijk Natura 2000-gebieden en provinciaal beschermde gebieden. Voor werkzaamheden in Natura 2000-gebieden is bij mogelijke effecten een Voortoets vereist. Met de Voortoets wordt bepaald of de plannen mogelijk negatieve effecten hebben op de doelstellingen van Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden kunnen ook externe effecten als stikstofdepositie en licht- of geluidsuitstraling van invloed zijn.

Bij negatieve effecten op beschermde natuurgebieden dient een vergunning voorhanden te zijn. Houtopstanden Houtopstanden onder de Wnb betreffen zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, met een oppervlakte van 1000 m2 of meer, of een rijbeplanting met meer dan 20 bomen. Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaand melding te doen bij gedeputeerde staten.

26

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

4.9.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Soortenbescherming Ter plaatse van het plangebied is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 2 bij de toelichting gevoegd. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient met aanvullend onderzoek te worden vastgesteld of het plangebied een relevante functie heeft voor de grote leeuwenklauw. Indien er sprake is van overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming kan bevoegd gezag onder voorwaarden een ontheffing verlenen. De voorwaarden betreffen: er is geen andere bevredigende oplossing, er is sprake van een wettelijk belang en er wordt geen afbreuk gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort (een robuust en ruim maatregelenpakket van tijdelijke en permanente voorzieningen wordt hiertoe voorgesteld en uitgevoerd). Er is geen reden om aan te nemen dat eventueel benodigde ontheffingen, mits de juiste maatregelen worden getroffen, er sprake is van een gedegen alternatievenafweging en een wettelijk belang kan worden aangevoerd, niet verkregen zouden kunnen worden. Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied is 'Sint-Jansber', circa 1,4 km ten oosten van het plangebied.

Vanwege de kleinschalige aard van de ontwikkeling en de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied, worden geen significante nadelige effecten, als gevolg van verstoring door geluid, licht, trillingen en dergelijke, op de aangewezen habitatypen en doelsoorten van dit Natura 2000-gebied verwacht. Voor deze storingsfactoren is daarom geen verdere toetsing aan de natuurwetgeving nodig. Externe effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie zijn op voorhand niet uit te sluiten. Vandaar dat ten aanzien van de stikstofdepositie naar stikstofgevoelige habitattypen binnen Natura 2000-gebieden een stikstofdepositieonderzoek is uitgevoerd. De resultaten zijn opgenomen in bijlage 3 bij de toelichting. Voor de aanleg- en gebruiksfase is doormiddel van de AERIUS calculator vastgesteld of er sprake is van een melding- of vergunningplicht. Uit de berekeningen blijkt dat het projecteffect op de Natura 2000-gebieden ten gevolge van de aanleg- en de gebruiksfase kleiner dan of gelijk is aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming) benodigd is voor het aspect stikstof.

Houtopstanden Binnen het plangebied zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming. Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.10

Archeologie & cultuurhistorie

4.10.1 Regelgeving In artikel 3.1.6 lid 5 van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat in de toelichting van een ruimtelijk plan ten minste een beschrijving wordt opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Met deze wetswijziging is de huidige Monumentenwet 1988 opgesplitst: een gedeelte (dat ziet op de fysieke leefomgeving) zal opgaan in de Omgevingswet, het overige gedeelte is opgenomen in de nieuwe Erfgoedwet. Daarbij is voorzien in overgangsrecht. De bedoeling is dat in de Erfgoedwet een betere integratie met verschillende soorten erfgoed komt. Daarnaast worden de procedures uniformer en daarmee overzichtelijker.

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

27

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

Onderdelen van de Monumentenwet 1988 met betrekking tot de fysieke leefomgeving, worden opgenomen in de Omgevingswet. De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed - beschermde stadsen dorpsgezichten en cultuurlandschappen - en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving, komen in de Omgevingswet terecht en zijn dus niet in de Erfgoedwet geregeld. Hierbij wordt wel als vuistregel gehanteerd: omgang met het erfgoed in de Omgevingswet, duiding van het erfgoed in de Erfgoedwet. De inwerkingtreding van de Omgevingswet staat gepland voor 2021. Voor de onderdelen die in de Omgevingswet zullen worden opgenomen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de tussengelegen periode. De bepalingen uit de Monumentenwet 1988 die naar de Omgevingswet over zullen gaan, blijven van kracht tot de Omgevingswet in werking treedt. Het Besluit ruimtelijke ordening en de Erfgoedwet schrijven niet voor in welke mate met archeologie rekening moet worden gehouden. De gemeente heeft wat dit betreft beleidsvrijheid en kan het archeologische belang afwegen ten opzichte van andere belangen, de belangen van de burger en van de gemeente.

4.10.2 Doorvertaling bestemmingsplan Archeologie Het plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' en is een gebied met een hoge archeologische verwachting. Hiervoor geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 40 cm onder het maaiveld. Met voorliggend plan wordt deze drempelwaarde voor onderzoek niet overschreden. Een archeologisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. De geldende archeologische dubbelbestemming blijft gehandhaafd, om de bescherming van de verwachte archeologische waarden ter plaatse van het plangebied te borgen. Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Cultuurhistorie Binnen of rondom het plangebied zijn geen bovengrondse erfgoedbelangen in het geding. Het plangebied betreft onbebouwd weiland. Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.11

Leidingen

4.11.1 Regelgeving Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen moeten worden gewaarborgd. Tevens moet rond dergelijke leidingen rekening worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd:  gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen;  aardgastransportleiding met een diameter groter of gelijk aan 18”;  defensiebrandstoffen;  warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18”. 4.11.2 Doorvertaling bestemmingsplan In of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen hoofdtransportleidingen of persleidingen van water, olie, aardgas, brandstof en/of hoogspanningsverbindingen gelegen, die in het kader van het bestemmingsplan op de verbeelding met bijbehorende bebouwingsvrije zones moeten worden opgenomen.

28

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

4.12

Vormvrije MER-beoordeling

4.12.1 Regelgeving Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden:  belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk;  belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. 4.12.2 Doorvertaling bestemmingsplan In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of een aangesloten gebied van 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De voorgenomen activiteiten in dit bestemmingsplan liggen ruim onder de plandrempel waarvoor conform het Besluit m.e.r. een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Gelet hierop, wordt geconcludeerd dat de drempelwaarden niet worden overschreden, waardoor in onderhavig plan kan worden volstaan met het uitvoeren van een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'.

De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Daarbij wordt geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

29

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).

Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken.  Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten;  Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik.  Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden.  Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.

5.2

Wijze van bestemmen

Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen:  'Recreatie - Volkstuin', ter plaatse van het gehele plangebied met één bouwvlak. Binnen het bouwvlak mogen gebouwen worden gebouwd. Buiiten het bouwvlak mogen uitsluitend kassen ten behoeve van volkstuinen worden gebouwd.  Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Het plangebied is mede bestemd voor ter bescherming van het archeologisch bodemarchief.  Dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterbergend rivierbed'. Deze dubbelbestemming is overgenomen uit het geldende plan en geldt voor het gehele plangebied. Het doel is de bescherming van het waterbergend rivierbed van de Maas. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.

30

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatieeisen gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. De gronden in het plangebied zijn in eigendom van de gemeente. Alle kosten die gemaakt moeten worden voor het opstellen van het bestemmingsplan komen voor rekening van de gemeente. Daarmee is het plan economisch uitvoerbaar.

6.2

Overleg

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staat dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het plan voorgelegd aan de volgende partijen:  Provincie Limburg;  Waterschap Limburg.

6.3

Maatschappelijke haalbaarheid

Inspraak Er is voor dit plan geen formele inspraakprocedure doorlopen. Het plan wordt direct als ontwerp ter inzage gelegd. De omwonenden zijn over het plan geïnformeerd. Zienswijzen Te zijner tijd zal het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. De zienswijzen zullen hier of in een separate nota zienswijzen van een gemeentelijke reactie worden voorzien.

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

31

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

Bijlagen bij toelichting

32

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

Bijlage 1

Historisch bodemonderzoek

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

33

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

Bijlage 2

34

Quickscan ecologie

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

Bijlage 3

Stikstofdepositieonderzoek

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

35

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

Regels

36

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert met identificatienummer NL.IMRO.0944.BPVolkstuinON01 van de gemeente Mook en Middelaar; 1.2 bestemmingsplan de geometrische bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 ander bouwwerk een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.6 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden; 1.7 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.8 bebouwingspercentage een in de verbeelding of regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel, dat ten hoogste mag worden bebouwd; 1.9 bestaand bestaand ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 1.10 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.11 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.12 bijgebouw een vrijstaand of aangebouwd gebouw dat bouwkundig of architectonisch ondergeschikt is

aan het hoofdgebouw; 1.13 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.14 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.15 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, zolder, dakopbouw of setback;

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

37

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

1.16 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.17 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel; 1.18 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.19 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.20 dagrecreatie het totaal van mogelijkheden en voorzieningen om te recreëren op een bepaalde plaats zonder overnachtingsmogelijkheden; 1.21 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.22 hoofdgebouw een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste gebouw valt aan te merken; 1.23 kampeermiddel a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan; b.

enig ander onderkomen of enig ander voertuig, gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, een en ander voor zover genoemde onderkomens of voertuigen geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.24 kas een gebouw waarvan de wanden en het dak geheel bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal dienend tot het kweken van vruchten, groenten, bloemen of planten; 1.25 landschappelijke waarde de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur; 1.26 maaiveld bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft; 1.27 maatvoeringsvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge een maatvoeringssymbool in het betreffende vlak bepaalde afmetingen, percentages, oppervlakten, hellingshoeken en/of aantallen, zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn toegelaten; 1.28 natuurlijke waarde de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang; 1.29 onderbouw een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan

1,20 m boven maaiveld is gelegen;

38

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

1.30 onderkomens voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, stacaravans, kampeerauto's, alsook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van een recreatief buitenverblijf, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken. 1.31 openbare nutsvoorziening een bouwwerk dat ten dienste staat van het openbaar energietransport dan wel de telecommunicatie, zoals een schakelkast, een elektriciteitshuisje en een verdeelstation; 1.32 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde met een dak, dat niet of slechts aan één zijde is voorzien van een (bestaande) wand; 1.33 peil a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte aansluitende maaiveld; 1.34 recreatie activiteiten en mogelijkheden voor ontspanning c.q.

vrijetijdsbesteding; 1.35 recreatieverblijf een (deel van een) gebouw dat dient als verblijf voor recreanten, die hun hoofdverblijf elders hebben; 1.36 seksinrichting de voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waar in bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.37 straatmeubilair de op of bij de weg behorende bouwwerken, zoals verkeersgeleiders, verkeersborden, brandkranen, lichtmasten, parkeermeters, stadsplattegronden, zitbanken, bloem- en plantenbakken, papier-, glasen andere inzamelbakken, kunstobjecten, gedenktekens, draagconstructies voor reclame alsmede telefooncellen, abri's en andere, hiermee gelijk te stellen bouwwerken; 1.38 verblijfsrecreatie het totaal van mogelijkheden en voorzieningen om te recreëren op een bepaalde plaats waarbij recreatief nachtverblijf centraal staat.

1.39 volkstuinen gronden waarop voor particulier gebruik op recreatieve wijze voedings- en/of siergewassen worden geteeld; 1.40 voorgevel gevel van een gebouw die is gelegen aan de zijde van de weg en die in ruimtelijk opzicht de voorkant van het gebouw vormt; 1.41 waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.; 1.42 weg een voor het openbaar rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

39

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is; 2.2 het bebouwingspercentage het percentage van een bouwperceel dat met gebouwen mag worden bebouwd. Voor zover op de kaart bouwgrenzen zijn aangegeven wordt het bebouwingspercentage berekend over het gebied binnen de bouwgrenzen; 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.5 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.

de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.6 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of) het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.7 de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk de buitenwerks tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren gemeten grootste afstand; 2.8 de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk vanaf peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend; 2.9 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, tot een maximum van 1.5 m.

40

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Recreatie - Volkstuin

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie - Volkstuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. volkstuinen; b. waterhuishoudkundige voorzieningen en (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: c. wegen en paden; d. groenvoorzieningen; e. parkeervoorzieningen. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

Op de voor 'Recreatie - Volkstuin' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen ten behoeve van de in lid 3.1 genoemde bestemming; b. de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde. 3.2.2 Gebouwen a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de goothoogte niet meer bedraagt dan 3,0 m; 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 4,0, m; 3. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 120 m2; b. buiten het bouwvlak mogen uitsluitend kassen ten behoeve van volkstuinen worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 2,5 m; 2. het bebouwingpercentage per individuele volkstuin niet meer mag bedragen dan 10 %, waarbij de individuele volkstuin ten minste een oppervlak van 100 m2 dient te hebben. 3.2.3

Bouwwerken, geen gebouw zijnde

Op de voor 'Recreatie - Volkstuin' aangewezen gronden mogen worden gebouwd bouwwerken, geen gebouw zijnde: a. ten behoeve van de verlichting van wegen, rijwiel- en voetpaden; b. behorende tot de recreatieve voorziening, zoals bijvoorbeeld teeltondersteunende voorzieningen, erfafscheidingen en kleinschalige rustpunten; c. behorende tot het straatmeubilair; d. ten behoeve van de waterhuishoudkundige voorzieningen en (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie – mestopslag' een mestopslag. 3.2.4 Overige regels a. de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt 2,0 m, met dien verstande dat de maximum bouwhoogte van voorzieningen voor verlichting 4,0 m bedraagt. b. de maximum oppervlakte van een mestopslag, bedraagt 40 m2.

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

41

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

3.3

Nadere eisen

3.3.1

Onderwerpen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van bebouwing; b. het aantal parkeerplaatsen en de situering daarvan. 3.3.2

Toepassingscriteria

De in sublid 3.3.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld ten behoeve van: a. het stedenbouwkundig beeld; b. de verkeersveiligheid; c. een goede parkeerbalans; d. de milieusituatie; e. de sociale veiligheid; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken en van omliggende waarden. 3.4

Afwijken van de gebruiksregels

3.4.1

Verboden gebruik

Onder gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan gebruik van gronden en opstallen voor en/of als: a. opslag anders dan inherent aan het toegelaten gebruik; b. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen. c. (recreatief) nachtverblijf.

42

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

Artikel 4 4.1

Waarde - Archeologie

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aanwezige bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - archeologisch monument' voor een archeologisch monument.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Rapport archeologische waarden

Ter plaatse van de voor 'Waarde – Archeologie' aangewezen gronden dient voor bouwwerken: a. In geval van nieuwbouw groter dan de oppervlakte in onderstaande tabel vermeld en die dieper gaan dan -0,4 meter beneden maaiveld; b. In geval van uitbreiding, met een uitbreiding groter dan de oppervlakte in onderstaande tabel vermeld en die dieper gaan dan -0,4 meter beneden maaiveld, bij de aanvraag om een omgevingsvergunning een rapport te worden overlegd waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. Gebied*

Gebieden met een zeer Gebieden met een hoge Gebieden met een hoge archeologische archeologische waarde middelhoge waarde* en hoge archeologische archeologische verwachting* verwachting*

Diepte en oppervlakte

Dieper dan 40 cm en met een oppervlakte groter dan 100 m²

Dieper dan 40 cm en met een oppervlakte groter dan 250 m²

Dieper dan 40 cm en met een oppervlakte groter dan 2.500 m²

(*) zoals aangegeven op de in de Bijlage 2 opgenomen gemeentelijke archeologische beleidskaart

4.2.2

Voorwaarden omgevingsvergunning

Indien uit het onder 4.2.1 bedoelde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders een of meerdere voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. De verplichting tot het doen van opgravingen; c. De verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 4.2.3

Afwijking

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 4.2.1, indien de archeologische waarden van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

43

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1

Verbod

Het is verboden op of in deze gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginningen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven, of ophogen; b. het rooien en/of aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; c. het uitvoeren van grondwerkzaamheden dieper dan 0,4 meter ten opzichte van het maaiveld, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, aanleggen van drainage en ontginnen; d. het aanleggen van kabels en leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand. 4.3.2

Uitzonderingen

Het verbod van 5.3.1 geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden die: a. werken en/of werkzaamheden betreffen die niet dieper gaan dan -0,4 meter beneden maaiveld; b. behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; c. betrekking hebben op een oppervlakte kleiner dan de oppervlakte in onderstaande tabel vermeld; Gebied*

Gebieden met een zeer Gebieden met een hoge Gebieden met een hoge archeologische archeologische waarde middelhoge waarde* en hoge archeologische archeologische verwachting* verwachting*

Diepte en oppervlakte

Dieper dan 40 cm en met een oppervlakte groter dan 100 m²

Dieper dan 40 cm en met een oppervlakte groter dan 250 m²

Dieper dan 40 cm en met een oppervlakte groter dan 2.500 m²

(*) zoals aangegeven op de in de Bijlage 2 opgenomen gemeentelijke archeologische beleidskaart d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; e. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 4.3.3

Toelaatbaarheid werken of werkzaamheden

De werken of werkzaamheden als bedoeld in 4.3.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van de in 5.1 genoemde doeleinden; b. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de gemeentelijk archeoloog van de gemeente Mook en Middelaar. 4.4

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in die zin, dat de bestemming 'Waarde - Archeologie' (geheel of gedeeltelijk) van de verbeelding wordt verwijderd, als op basis van archeologisch onderzoek, dat voldoet aan de normen van de archeologische beroepsgroep, geen archeologische waarden zijn vastgesteld. Alvorens een wijziging wordt uitgevoerd wordt advies ingewonnen bij de gemeentelijk archeoloog van de gemeente Mook en Middelaar.

44

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

Artikel 5 5.1

Waterstaat - Waterbergend rivierbed

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterbergend rivierbed' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor een waterbergende functie.

5.2

Bouwregels

a. Op de gronden zoals bedoeld in 5.1 mag niet worden gebouwd. 5.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2 en toestaan dat in de andere bestemming wordt gebouwd, mits Rijkswaterstaat is gehoord en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het belang van het waterbergend rivierbed. Hierbij wordt getoetst aan de volgende criteria: a. er is sprake van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk gewaarborgd blijft; b. er is geen sprake van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit; c. er is sprake van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandsverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is; d. de resterende waterstandseffecten of de afname van het bergend vermogen worden duurzaam gecompenseerd, waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen verzekerd zijn. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1

Verbod

Het is verboden op of in deze gronden met de bestemming 'Waterstaat - Waterbergend rivierbed' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginningen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven, of ophogen; b. het verbreden, graven, uitdiepen en/of verleggen van waterlopen; c. het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen aan andere oppervlakteverhardingen; d. het rooien en/of aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen. 5.4.2

Uitzonderingen op het aanlegverbod

Het in 5.4.1 opgenomen verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, of werkzaamheden: a. die behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; b. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. die reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; d. waarvoor de vereiste vergunning op grond van artikel 6.5 van de Waterwet is verleend, dan wel de daarvoor vereiste melding op grond van de Waterwet is gedaan.

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

45

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

5.4.3

Toelaatbaarheid werken of werkzaamheden

De werken of werkzaamheden als bedoeld in 5.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het belang van het waterbergend rivierbed, gehoord Rijkswaterstaat. Hierbij wordt getoetst aan de volgende criteria: a. er is sprake van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk gewaarborgd blijft; b. er is geen sprake van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit; c. er is sprake van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandsverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is; en d. de resterende waterstandseffecten of de afname van het bergend vermogen worden duurzaam gecompenseerd, waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen verzekerd zijn.

46

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

Hoofdstuk 3 Artikel 6

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 7

Algemene bouwregels

7.1

Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen

7.1.1

Ondergrondse werken

Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.

Artikel 8 8.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

a. Het is verboden gronden begrepen in dit plan te gebruiken, te doen of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemmingen; b. Het is in ieder geval niet toegestaan de hier bedoelde gronden te gebruiken, te doen of te laten gebruiken voor: 1. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; 2. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; 3. seksinrichtingen; 4. bouwwerken voor recreatieve nachtverblijven als bedoeld in artikel 3 sub 2 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, met uitzondering van de als zodanig bestemde recreatiewoningen; c. Het is verboden bouwwerken op de in het plan begrepen gronden te gebruiken, te doen of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de gegeven bestemmingen zoals aangegeven in de onderscheiden bestemmingsomschrijvingen. 8.2

Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen

8.2.1

Parkeernormen

In, op of onder gebouwen dan wel op het daarbij behorende terrein dienen voldoende parkeerplaatsen aanwezig te zijn. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan als de parkeernormen uit de geldende ASVV worden nageleefd. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode worden gewijzigd, dient rekening te worden gehouden met de wijziging.

8.2.2

Afmetingen parkeerruimte

De in sublid 8.2.1 bedoelde parkeerplaatsen moeten afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan indien de richtlijnen uit de geldende ASVV worden nageleefd.

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

47

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

8.2.3

Omgevingsvergunning

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 8.2.1 indien aangetoond is dat in de directe omgeving (een straal van circa 250 m) voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn.

8.2.4

Laden en lossen

Indien het gebruik van een gebouw of gronden daar aanleiding toe geeft, dient op eigen terrein te worden voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen.

8.2.5

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van het aantal parkeerplaatsen en de situering daarvan ten behoeve van een goede parkeerbalans, de verkeerssituatie en/of het stedenbouwkundig beeld.

Artikel 9 9.1

Algemene aanduidingsregels

milieuzone - extensiveringsgebied intensieve veehouderij

Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - extensiveringsgebied intensieve veehouderij' geldt dat de gronden tevens bestemd zijn voor een extensiveringsgebied. Ter plaatse gelden specifieke regels die in de afzonderlijke bestemmingen zijn opgenomen.

9.2

milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied

Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' geldt dat de gronden tevens bestemd zijn voor de bescherming van de bodem en het grondwater ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening;

9.2.1

Bouwregels

Er mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd: a. ten dienste van het behoud van de kwaliteit van het grondwater als onderdeel van de drinkwatervoorziening en van de waterhuishouding, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2,5 m; b. ten dienste van de bestemming(en) indien de kwaliteit van het grondwater niet wordt geschaad.

48

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

9.2.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden ondergrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen aan te leggen. b. Het in a. vervatte verbod is niet van toepassing: 1. op het aanbrengen van leidingen uitsluitend ten behoeve van de aansluiting van percelen op het openbare voorzieningennet; 2. op het aanbrengen van leidingen dan wel installaties in het kader van een duurzame energievoorziening; 3. op werken en werkzaamheden die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen; 4. reeds in uitvoering zijn dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan. c. De werken of werkzaamheden als bedoeld in a. zijn slechts toelaatbaar, mits door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen blijvende onevenredige aantasting van de drinkwatervoorziening ontstaat of kan ontstaan en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen. d.

Alvorens te beslissen over een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden horen burgemeester en wethouders de beheerder van het grondwaterbeschermingsgebied. 9.3

overige zone - Maasheggenlandschap

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Maasheggenlandschap' geldt dat de gronden tevens bestemd zijn voor het behouden van het Maasheggenlandschap en de landschappelijke openheid binnen het Maasheggenlandschap.

9.3.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Maasheggenlandschap' buiten het bouwvlak (zie bijlage 1) te verrichten: 1. ophogen; 2. het bebossen; 3. opplanten, omzetten van grasland/bouwland naar boomteelt en/of sierteelt. b. het in a. vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden: 1. welke van zodanig geringe omvang en ondergeschikte betekenis zijn dat daardoor geen aantasting van de aanwezige waarden plaatsvindt; 2. die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen; 3. die reeds in uitvoering zijn dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan. c. de werken of werkzaamheden als bedoeld in a. zijn slechts toelaatbaar, indien: 1. deze verband houden met de omschrijving, die aan de desbetreffende bestemming is toegekend; 2. door de werken of werkzaamheden hetzij direct hetzij indirect de bestaande waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast; 3.

door de werken of werkzaamheden hetzij direct hetzij indirect de gewenste waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast; 4. het waterschap is gehoord voor wat betreft waarden die te maken hebben met het watersysteem.

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

49

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

Artikel 10 10.1

Algemene afwijkingsregels

Algemeen

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van: a. de in de regels voorgeschreven maatvoering met ten hoogste 10%; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of – intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 meter. 10.2

Kleine bouwwerken van openbaar nut

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de bouw- en/of gebruiksregels voor het bouwen van kleine, niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut en voor religieuze doeleinden, zoals wachthuisjes, transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, pinautomaten, parkeervoorzieningen, afval- en glascontainers, kapellen, wegkruisen en dergelijke, met dien verstande dat: a. de oppervlakte maximaal 15 m² mag bedragen; b. de goothoogte maximaal 3 meter en de bouwhoogte maximaal 6 meter mag bedragen.

Artikel 11

Algemene wijzigingsregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3,0 m en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10 % worden vergroot; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3,0 m en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10 % worden vergroot; c. het wijzigen van de lijst van bedrijfsactiviteiten, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven; d. het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.

50

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

Hoofdstuk 4 Artikel 12 12.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10 %. c. Lid a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in lid a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Lid a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 13

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Volkstuinen Middelwaert'.

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

51

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

52

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

Bijlagen bij regels

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

53

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

Bijlage 1

54

Werken en werkzaamheden

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

Bijlage 2

Gemeentelijke archeologische beleidskaart

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

55

PLANGEBIED Plangebied

BESTEMMINGEN Recreatie - Volkstuin

ART. 3

R-VT

dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie

ART. 4

WR-A Waterstaat - Waterbergend Rivierbed

ART. 5

WS-WB

AANDUIDINGEN gebiedsaanduidingen milieuzone - extensiveringsgebied intensieve veehouderij

milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied

R-VT

overige zone - maasheggenlandschap

2

WR-A

wetgevingzone - ontheffingsgebied 2

2

WS-WB

functieaanduidingen specifieke vorm van recreatie - mestopslag

(sr-mo)

bouwvlak bouwvlak

(sr-mo)

VERKLARINGEN bestemmingsgrens ondergrond

GEMEENTE MOOK EN MIDDELAAR Bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert FORMAAT

A2

TEKENAAR

RM

PLANSTATUS

PROJECTNUMMER

W-22092

verbeelding

ontwerp PLANNUMMER

SCHAAL

DATUM

NL.IMRO.0944.BPVolkstuin-ON01

1:1000

04-01-2023

Schoenaker 10 - 6641 SZ Beuningen

telefoon: 024 - 675 23 56

info@burowaalbrug.nl

www.burowaalbrug.nl

DE TWEEDE GEERDEN 21 5334 LH VELDDRIEL

Buro Waalbrug T.a.v. mevrouw S. Rijcken Schoenakker 10 6641 SZ BEUNINGEN

TEL. 0418 - 572060 WWW.VERHOEVENMILIEU.NL INFO@VERHOEVENMILIEU.NL REK.NR: NL97RABO0310320224 BIC: RABONL2U K.V.K. 11028756 BTW: 80.34.57.583.B01 REF.: DATUM:

B22.8624/HO-01/JHL-HD 26 juli 2022 Onderwerp:

Resultaten en conclusies historisch onderzoek, Startsedijk (naast nr. 5) te Mook

Geachte mevrouw Rijcken, Hierbij doen wij u de resultaten en conclusies van het uitgevoerde historisch onderzoek toekomen voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Startsedijk (naast nr. 5) te Mook. Aanleiding en doelstelling De aanleiding wordt gevormd door toekomstige ontwikkelingen (mogelijk gebruik als volkstuincomplex). Het doel van het historisch onderzoek is het achterhalen van eventuele (voormalige) bodembedreigende activiteiten op of binnen 25 meter van de onderzoekslocatie, die mogelijk tot een bodemverontreiniging hebben geleid en om vast te stellen in hoeverre sprake is van een onverdachte locatie en een verkennend bodemonderzoek achterwege kan blijven. Beschikbare informatie De locatie is gelegen aan de Startsedijk (naast nr. 5) te Mook en betreft een agrarisch perceel (weiland). De locatie is kadastraal bekend als gemeente Mook en Middelaar, sectie C, nummer 1937 (ged.). De onderzoekslocatie is geheel in gebruik als weiland en heeft een oppervlakte van circa 1,7 hectare. Voor de globale situering van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar bijlage 1. Historisch onderzoek en locatiebezoek conform NEN 5725 Algemeen Door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) is een historisch onderzoek conform de NEN 5725:2017 (landbodem) uitgevoerd.

Voor voorliggend historisch onderzoek is gebruik gemaakt van de historische informatie zoals bekend bij de gemeente Mook en Middelaar, RUD Limburg Noord en de opdrachtgever. Alle relevante historische informatie is door een medewerker van VMT bestudeerd en in onderstaande tekst verwerkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=5ac2ffb7-3874-44f8-9122-2aa8bbf426e0