CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Begroting en Rekening 4 november 2021, gemeente Mook en Middelaar25.581 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

4.680

3.952

3.917

3.843

3.868

59

2.1. Beleidsbegroting

2.1.13. Bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting Wettelijk kader Artikel 8, lid 1 letter d BBV. Algemeen Vennootschapsbelasting (Vpb) is verschuldigd over fiscale winsten van ondernemersactiviteiten. Omdat de resultaten op fiscaal belaste activiteiten onderling worden verrekend en aangifte zal worden gedaan over het totale (gesaldeerde) fiscale resultaat, moet de Vpb-heffing worden begroot en verantwoord als één centrale post in de begroting (en in de jaarrekening). De raming van het te betalen bedrag aan Vpb wordt als last geboekt. Het gaat om het geraamde bedrag van de aanslag Vpb voor het betreffende begrotingsjaar. Dit bedrag is verschuldigd vanwege een eventuele fiscale winst die per saldo verwacht wordt op ondernemingsactiviteiten in het betreffende begrotingsjaar. Ook in de jaarrekening zal het veelal nog gaan om een raming van het bedrag van de aanslag, omdat de definitieve aanslag dan nog niet is ontvangen. Vennootschapsbelastingplichtige activiteiten De gemeente Mook en Middelaar heeft nauwelijks Vpb-plichtige activiteiten. De fiscus heeft landelijk het standpunt ingenomen dat de opbrengsten van afvalstromen Vpb-plichtig zijn. Mook en Middelaar heeft zeer beperkte opbrengsten van afvalstromen. De verschuldigde belasting is over het algemeen maximaal een paar honderd euro.

In 2020 is over de jaren 2016, 2017 en 2018 totaal € 0k (onafgerond € 217) aan Vpb betaald. In het vierde kwartaal van 2021 wordt de aangifte over 2019 en 2020 ingediend. Vanaf 2022 wordt jaarlijks Vpb-aangifte gedaan. Vennootschapsbelasting begrotingsjaar 2022 Voor 2022 hanteren wij dezelfde fiscale uitgangspunten als in de voorgaande jaren. Wij voorzien momenteel ook geen of nauwelijks fiscale winsten over 2022 (alleen eventueel de opbrengst van afvalstromen). Het geraamde bedrag voor de heffing voor de Vennootschapsbelasting over 2022 stellen wij vooralsnog op (afgerond) € 0k. Bedragen x € 1.000 Vennootschapsbelasting

R2020

B2021

B2022

B2023

B2024

B2025

Geraamde Vpb

0

0

0

0

0

0

Betaalde Vpb

0

0

0

0

0

0

60

Programmabegroting 2022-2025

Wat mag het kosten?

Bedragen x € 1.000

Rekening 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Totaal lasten

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

0

0

0

0

0

0

Saldo baten en lasten

0

0

0

0

0

0

Toevoegingen aan reserves

0

0

0

0

0

0

Onttrekkingen aan reserves

0

0

0

0

0

0

Geraamd resultaat

0

0

0

0

0

0

61

2.1. Beleidsbegroting

2.1.14. Bedrag voor onvoorzien Wettelijk kader Artikel 8, lid 1 letter e jo. artikel 8, lid 6 BBV. Onvoorzien Vanaf begrotingsjaar 2016 wordt een (relatief klein) bedrag van € 5k voor onvoorzien in de begroting opgenomen voor alle programma's samen. Dit bedraagt ongeveer 0,03% van de totale lasten. Incidenteel Naast een structureel budget van € 5k, is een post 'Incidenteel budget' aanwezig, zonder beginsaldo. Eventuele incidentele voordelen gedurende 2022 worden toegevoegd aan dit budget om hiermee incidentele nadelen gedurende 2022 te kunnen dekken. Dit voorkomt het onnodig aanwenden van de VBR. Daarnaast kan sneller ingespeeld worden op dekking voor projectmatige kosten (niet zijnde kredieten).

Bedragen x € 1.000 Onvoorzien en incidenteel

R2020

B2021

B2022

B2023

B2024

B2025

Bedrag voor onvoorzien

0

5

5

5

5

5

Budget voor incidentele posten

0

0

0

0

0

0

Totaal

0

5

5

5

5

5

Begroting 2021

Begroting 2022

Wat mag het kosten?

Bedragen x € 1.000

Rekening 2020

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Totaal lasten

0

5

5

5

5

5

Totaal baten

0

0

0

0

0

0

Saldo baten en lasten

0

5

5

5

5

5

Toevoegingen aan reserves

0

0

0

0

0

0

Onttrekkingen aan reserves

0

0

0

0

0

0

Geraamd resultaat

0

5

5

5

5

5

62

Programmabegroting 2022-2025

Paragrafen Wettelijk kader Artikel 7, lid 2, letter b BBV. Artikel 9 BBV. Toelichting De paragrafen bevatten beleidsinformatie die niet specifiek aan een programma is gekoppeld, maar aan een beleidsonderdeel. Elk beleidsonderdeel kan van toepassing zijn over meerdere programma’s heen. Een paragraaf bevat feitelijk per onderdeel een dwarsdoorsnede van de begroting. De volgende paragrafen zijn wettelijk verplicht: - Lokale heffingen; - Weerstandsvermogen en risicobeheersing; - Onderhoud kapitaalgoederen; - Financiering; - Bedrijfsvoering; - Verbonden partijen; - Grondbeleid. Naast deze zeven verplichte paragrafen zijn er twee aanvullende paragrafen opgenomen in deze begroting, te weten: - Informatieveiligheid, naar aanleiding van VNG-resolutie; en - Verduurzamen, naar aanleiding van amendement raad.

63

2.1. Beleidsbegroting

2.1.15. Paragraaf Lokale heffingen Wettelijk kader Artikel 10 BBV. Algemeen De paragraaf 'Lokale heffingen' heeft betrekking op zowel de heffingen waarvan de besteding is gebonden (en dus gerelateerd aan uitgaven), als op die waarvan de besteding ongebonden is (vrij aanwendbaar). Door in één paragraaf aandacht te besteden aan het beleid met betrekking tot de belastingheffing, wordt u als raad in staat gesteld te sturen op de hoofdlijnen van het beleid. Het vaststellen van de diverse belastingtarieven gebeurt niet met het vaststellen van de begroting, maar met het vaststellen van de desbetreffende belastingverordeningen in de openbare raadsvergadering van 16 december 2021. Geraamde opbrengsten In onderstaande tabel worden de opbrengsten van de lokale heffingen weergegeven. Deze opbrengsten zijn al gebaseerd op een inflatiecorrectie van de belastingtarieven met 1,50% en een eventuele correctie op de heffingsgrondslag. Opbrengsten belastingen

W2020

B2021

B2022

B2023

B2024

B2025

Niet-bestedingsgebonden lokale heffingen: Onroerende zaakbelastingen: Ozb eigenaren woningen

1.506

1.688

1.593

1.618

1.643

1.643

Ozb eigenaren niet-woningen

210

273

248

248

248

248

Ozb gebruikers niet-woningen

147

188

172

172

172

172

Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten (n.v.t.)

0

0

0

0

0

0

Forensenbelasting

29

29

29

29

29

29

Toeristenbelasting (land en water) *)

88

79

79

112

112

112

Parkeerbelasting (n.v.t.)

0

0

0

0

0

0

Hondenbelasting *)

43

44

44

44

44

44

Reclamebelasting (n.v.t.)

0

0

0

0

0

0

Precariobelasting (n.v.t.)

0

0

0

0

0

0

2.023

2.300

2.165

2.223

2.248

2.248

Baatbelasting (t/m 2023)

17

17

17

17

0

0

Rioolheffing woningen en niet-woningen

624

612

518

545

545

545

Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht

770

795

806

793

793

793

Totaal bestedingsgebonden

1.411

1.424

1.341

1.355

1.338

1.338

Totaal lokale heffingen

3.434

3.724

3.506

3.579

3.586

3.586

Totaal niet-bestedingsgebonden

Bestedingsgebonden lokale heffingen:

*) Ofschoon de toeristenbelasting en de hondenbelasting wettelijk gezien niet-bestedingsgebonden heffingen zijn, worden deze opbrengsten in Mook en Middelaar wel gelabeld voor de dekking van de kosten daarvan. De toename van de toeristenbelasting is afhankelijk van te plegen investeringen. Tegenover de hogere toeristenbelasting staan

64

Programmabegroting 2022-2025 kapitaallasten. Als investeringen worden uitgesteld, leidt dit tot lagere kapitaallasten en een lagere toeristenbelasting.

Beleid ten aanzien van de lokale heffingen Mede overeenkomstig de Kaderbrief 2022 zijn in deze Programmabegroting 2021 de volgende beleidsmatige uitgangspunten gehanteerd: a) Er wordt in 2022 een inflatiecorrectie toegepast van 1,50% (op basis van 75% prijsstijging BBP en 25% loonstijging overheidsconsumptie) op de algemene heffingen en de tarieven onroerende zaakbelastingen (ozb). De ozb wordt geheven op basis van de woz-waarde. Jaarlijks vindt een hertaxatie plaats. De daaruit voortvloeiende waardestijging of waardedaling wordt verdisconteerd in het definitieve tarief. In de begroting wordt nog rekening gehouden met een gelijke woz-waarde. De definitieve waardeontwikkeling zal betrokken worden bij de vaststelling van de belastingtarieven voor 2022 in de raadsvergadering van 16 december 2021; b) Meerjarig wordt standaard de 0-lijn gehanteerd. De belastingopbrengsten voor begrotingsjaar 2023 wordt pas in de programma-begroting van 2023 geïndexeerd op basis van het dan bekende inflatiepercentage; c) Het tarief voor rioolheffing is gebaseerd op het (huidige) GRP en is maximaal kostendekkend. De opbrengst is bestemd voor onderhoud en vervanging van de bestaande riolering; d) De afvalstoffenheffing wordt geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen van huishoudelijk afval.

Ook de afvalstoffenheffing is maximaal kostendekkend; e) Op opbrengst voor toeristenbelasting en watertoeristenbelasting wordt vooralsnog niet verhoogd. Een toename van de toeristenbelasting is gekoppeld aan investeringen; f) De gemeentelijke leges worden berekend voor de door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. De leges worden geïndexeerd met 1,50%; g) De heffing en invorderingsactiviteiten van de belastingen zijn, met uitzondering van leges, uitbesteed aan de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen in de provincie Limburg (BsGW); h) De heffing en invorderingsactiviteiten van de leges worden uitgevoerd door de gemeente Mook en Middelaar. Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen De mogelijkheid tot belastingheffing is verankerd in de Gemeentewet (Gw). Hieronder vindt u een opsomming van alle belastingen die geheven mogen worden. Als Mook en Middelaar een belasting niet heft, is dit aangegeven bij de desbetreffende belasting. De gemeenteraad bepaalt of een belasting wel of niet geheven wordt. Van de belastingen die geheven worden, worden uiterlijk in december 2021 de 65

2.1. Beleidsbegroting belastingverordeningen vastgesteld ten behoeve van het begrotingsjaar 2022. Hierbij wordt rekening gehouden met de besluitvorming omtrent het voorgestelde dekkingsplan. Een eventueel nieuw in te voeren belasting geldt altijd vanaf het jaar volgend op het komende begrotingsjaar. Onderzoek en implementatie dat in 2022 plaatsvindt leidt tot belastingbaten vanaf 1 januari 2023. Gezien het begrotingssaldo over 2022 is een nieuwe belasting vanaf 2022 (nog) niet noodzakelijk). Onroerende-zaakbelastingen (art. 220 Gw) De onroerende zaakbelastingen (ozb) zijn de belangrijkste belastingen die de gemeente aan haar burgers oplegt. Wanneer iemand een woning, gebouw of perceel grond in bezit heeft of huurt, binnen de gemeentegrenzen, dan wordt onroerende zaakbelasting (ozb) geheven. Er zijn drie onroerende zaakbelastingen: 1. ozb eigenaren woningen; 2. ozb eigenaren niet-woningen; 3. ozb gebruikers niet-woningen. Macronorm/benchmark woonlasten Er geldt geen drempel of tarieflimiet voor de ozb per gemeente. Vanaf 2020 wordt een landelijke 'benchmark lokale woonlasten' toegepast om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijk te maken. Hierbij worden naast de ozb ook de rioolheffing en de afvalstoffenheffing betrokken.

Artikel 12 norm Gemeenten die in ernstige financiële problemen verkeren, kunnen op grond van artikel 12 van de Financiële verhoudingswet een aanvullende uitkering aanvragen. Dit kan als de algemene middelen van de gemeente aanmerkelijk en structureel tekortschieten om in de noodzakelijke behoeften te voorzien, terwijl de eigen inkomsten zich op een redelijk peil bevinden. Dit laatste betekent concreet dat afvalstoffenheffing en rioolheffing kostendekkend moeten zijn en dat het gewogen gemiddelde ozb-tarief ten minste 0,1809 procent van de woz-waarde moet bedragen (peiljaar 2021). Niet-kostendekkende tarieven voor riool en reiniging zijn alleen toegestaan voor zover deze door een hoger ozb-tarief worden gecompenseerd. Artikel 12-gemeenten zijn dus genoodzaakt hoge tarieven te hanteren. Of dit ook altijd tot hoge lasten voor hun inwoners leidt, hangt af van de waarde van de onroerende zaken binnen deze gemeenten. Op dit moment (oktober 2021) zijn er voor zover bekend geen artikel-12-gemeenten. Inflatiecorrectie/tarief Voor 2021 wordt een inflatiecorrectie toegepast van 1,50% (vorig jaar 2,05%). De onroerende zaakbelastingen (opbrengst) worden dus met 1,50% verhoogd. De uiteindelijke tarieven zijn afhankelijk van de grondslag (opbrengst gedeeld door grondslag is tarief).

Areaaluitbreidingen (meer woningen in enig jaar) verhogen de opbrengst voor het daaropvolgende jaar en worden niet betrokken bij de tariefberekening. Wet woz De grondslag voor de ozb is de woz-waarde van de onroerende zaak. Omdat sommige onroerende zaken middels de belastingverordening zijn vrijgesteld, is de totale ozb-waarde (grondslag voor de ozb) meestal iets lager dan de totale woz-waarde. De Waarderingskamer ziet erop toe dat de uitvoering van de Wet woz juist wordt uitgevoerd. De meest actuele waardegegevens als gevolg van de hertaxatie zullen worden verwerkt in de definitieve ozb-tarieven. Deze hebben effect op het tarief, echter niet op de opbrengst. Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten (221 Gw) Deze belasting kan geheven worden op roerende woon- en bedrijfsruimten (zoals woonboten). De gemeente Mook en Middelaar heft deze belasting niet. Baatbelasting (art. 222 Gw) 66

Programmabegroting 2022-2025 Onder de naam "baatbelasting Korendal" wordt bij onroerende zaken in het Korendal, die gebaat zijn bij de van gemeentewege aanlegde riolering in het Korendal, een directe belasting geheven ter verkrijging van een billijke bijdrage in de ten laste van de gemeente gebleven kosten van aanleg van deze riolering. De belasting wordt geheven gedurende de belastingjaren 1994 t/m 2023. De belastingverordening hoeft niet jaarlijks herzien te worden, omdat deze in april 1993 is vastgesteld en nadien niet meer wijzigt. Gebate onroerende zaken blijven gebaat tot en met het einde van de looptijd van de baatbelasting t/m 2023. Momenteel wordt jaarlijks € 17k aan baatbelasting geïnd. Forensenbelasting (art. 223 Gw) De forensenbelasting wordt geheven van niet-inwoners die in een (tweede) woning gedurende het belastingjaar meer dan negentig malen nachtverblijf houden of er op meer dan negentig dagen van dat jaar voor zichzelf of voor hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. Als heffingsgrondslag voor deze belasting wordt de woz-waarde gehanteerd zoals die voor het belastingjaar wordt vastgesteld. De opbrengst voor de forensenbelasting wordt voor 2022 geïndexeerd met 1,50%. Het tarief is afhankelijk van de woz-waarde. Op basis van de huidige prognose blijft de grondslag iets achter, waardoor het tarief meer dan trendmatig moet stijgen.

Toeristen- en Watertoeristenbelasting (art. 224 Gw) Naast de ozb heft onze gemeente als vrij aanwendbare belasting de toeristenbelasting. De baten worden gebruikt voor dekking van kosten op het gebied van recreatie en toerisme. Investeringen in 2022 leiden tot kapitaallasten en een hogere toeristenbelasting vanaf 2023. Inmiddels zijn gesprekken gevoerd met diverse ondernemers om op termijn bijvoorbeeld een convenant af te sluiten. De uiteindelijke tarieven zijn mede afhankelijk van de geraamde grondslag (het aantal overnachtingen). In december wordt het definitieve voorstel voorgelegd met de tarieven over 2022. Parkeerbelasting (art. 225 Gw) Er zijn twee soorten parkeerbelastingen. Een belasting voor het daadwerkelijk betaald parkeren op daarvoor aangewezen plaatsen en een belasting voor een vergunning om te parkeren op daarvoor aangewezen plaatsen. Voor het parkeren op een zogenaamde ‘gehandicaptenparkeerplaats’ is ook een vergunning nodig. Hiervoor wordt echter geen parkeerbelasting geheven maar is leges verschuldigd. De gemeente Mook en Middelaar heft geen parkeerbelasting, maar hanteert 'blauwe zones' voor parkeerregulering waarbij op bepaalde plaatsen een beperkte tijd geparkeerd mag worden. Hondenbelasting (art. 226 Gw) De gemeente Mook en Middelaar heft hondenbelasting. De opbrengst van de hondenbelasting valt formeel onder de algemene dekkingsmiddelen.

Dit betekent dat de hondenbelasting de inkomsten van de gemeente verhoogt. In Mook en Middelaar worden hier echter ook de kosten mee gedekt voor het voorkomen dan wel beperken van overlast door hondenpoep, zoals het aanleggen en onderhouden van hondenuitlaatplaatsen. De opbrengst wordt voor 2022 geïndexeerd met een inflatiepercentage van 1,50%. De hoogte van het uiteindelijke tarief is afhankelijk van enerzijds de geraamde opbrengst en anderzijds het (geraamde) aantal honden. Voor kennelhouders geldt een afzonderlijk tarief. Op basis van de huidige prognose daalt het aantal honden, waardoor het tarief extra moet stijgen om toch de geraamde opbrengst te kunnen realiseren. Reclamebelasting (art. 227 Gw) De reclamebelasting kent in eerste instantie een regulerend karakter. Door openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg te belasten, kan een gemeente het gebruik van reclame reguleren. De opbrengst valt wettelijk onder de algemene dekkingsmiddelen. Met de opbrengst kan echter ook een ondernemersfonds worden gevoed waarbij verbeteringen in bijvoorbeeld een winkelgebied of op een bedrijventerrein worden gefinancierd. De gemeente Mook en Middelaar heft geen reclamebelasting. Precariobelasting (art. 228 Gw) 67

2.1. Beleidsbegroting Gemeenten heffen precariobelasting als vergoeding voor het gebruik van openbare grond. De precariobelasting wordt specifiek geheven voor het plaatsen van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. De opbrengst valt toe aan de algemene dekkingsmiddelen. Er kan geen precariobelasting geheven worden ter zake van nutsbedrijven op gas-, water- en elektriciteitsleidingen. De gemeente Mook en Middelaar heft geen precariobelasting. Rioolheffing (art. 228a Gw) Rioolheffing wordt geheven op basis van het door de Raad vastgestelde Gemeentelijk Rioleringsplan 2017-2021 (GRP), rekening houdend met de raadsmemo ‘Aanpassing tarief rioolheffing’ van 7 november 2019 om de egalisatievoorziening de komende jaren niet onnodig op te laten lopen. In het GRP zijn de vervangingsinvesteringen opgenomen van het gemeentelijk rioleringsstelsel en de exploitatiekosten voor de aankomende jaren. Het systeem van rioolheffing is een gesloten systeem, waarbij de kosten en de baten aan elkaar gelijk zijn. De compensabele btw mag op grond van artikel 228a lid 3 Gw worden toegerekend aan de kosten. Optioneel wordt meegegeven dat het mogelijk is om tarieven vast te stellen voor éénpersoons of meerpersoonshuishoudens.

De definitieve tarieven voor 2022 en de onderliggende onderbouwing daarvan worden ter vaststelling aan u voorgelegd in de raadsvergadering van 16 december 2021. Naar alle waarschijnlijkheid is dan ook een geactualiseerd GRP beschikbaar, hetgeen kan leiden tot een (beperkte) begrotingswijziging qua lasten en baten. Uitgangspunten tariefstelling De opbrengst van de rioolheffing mag maximaal gelijk zijn aan de kosten van de riolering. Onder de kosten valt ook de compensabele btw conform art. 228a, lid 3 Gw. Het aandeel overheadkosten is gedaald, omdat er meer kosten functioneel aan de diverse programma's zijn toegewezen. Hierdoor ontstaat per saldo een nadeel, omdat deze functionele kosten niet verhaald kunnen worden middels rioolheffing (maar wel eventueel via de onroerende zaakbelastingen). Op basis van de huidige gegevens qua kosten, opbrengst en aantal aansluitingen kan het tarief voor rioolheffing naar beneden worden bijgesteld. Bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid rioolheffing

€

Kosten taakveld

382

Inkomsten taakveld

-3

Netto kosten taakveld

379

Toe te rekenen kosten

379

Overhead

86

Btw in het kader van het BTW-compensatiefonds

53

Totale kosten

518

Opbrengst heffingen

518

Dekkingspercentage

100%

Afvalstoffenheffing (art. 219 Gw jo. 15.33 Wet Milieubeheer) / Reinigingsrecht bedrijven (art. 229 Gw) Met ingang van 2021 wordt het afvalbeheer uitgevoerd in samenwerking met DAR N.V. Evenals in voorgaande jaren het geval was, worden de kosten van het afvalbeheer, waaronder de afvalinzameling en afvalverwerking, doorberekend aan de burgers. In Mook en Middelaar betalen de burgers een vast tarief (vastrecht) en een variabel tarief. Het ophalen van huishoudelijk afval bij particulieren is een

68

Programmabegroting 2022-2025 wettelijke verplichting. Het systeem van afvalstoffenheffing is een gesloten systeem waarbij de kosten en de baten aan elkaar gelijk zijn. De definitieve tarieven voor 2022 en de onderliggende onderbouwing daarvan worden ter vaststelling aan u voorgelegd in de raadsvergadering van 16 december 2021. De gemeenteraad heeft op 30 januari 2020 besloten om over te willen gaan op het zogenaamde ‘omgekeerd inzamelen’, waarbij het restafval niet meer aan huis wordt opgehaald, maar door de inwoners zelf wordt weggebracht. Deze nieuwe inzamelmethodiek is en wordt in 2021 verder uitgewerkt. Afhankelijk van de stand van zaken wordt dit meegenomen in de tariefberekening over 2022. Uitgangspunten tariefstelling De opbrengst van de afvalstoffenheffing en het reinigingsrecht mag maximaal gelijk zijn aan de kosten van afvalinzameling en -verwerking (inclusief milieustraat). Onder de kosten valt ook de compensabele btw conform art. 229b, lid 2, letter b Gw. Op basis van de huidige gegevens qua kosten, opbrengst en aantal huishoudens en kilogrammen stijgt het tarief minder dan de inflatiecorrectie. Bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid reinigingsheffingen

€

Kosten taakveld

605

Inkomsten taakveld

-82

Netto kosten taakveld

523

Toe te rekenen kosten

523

Overhead

163

Btw in het kader van het BTW-compensatiefonds

119

Totale kosten

806

Opbrengst heffingen

806

Dekkingspercentage

100%

Leges (art. 229 Gw) Leges zijn verschuldigd voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een te leveren dienst, bijvoorbeeld het verstrekken van een paspoort, rijbewijs of omgevingsvergunning. Je betaalt niet voor de vergunning zelf (want het is ook mogelijk dat iemand geen vergunning krijgt, terwijl er wel werkzaamheden zijn verricht). Leges worden jaarlijks met een inflatiepercentage gecorrigeerd (conform de beleidsuitgangspunten). Kostendekkendheid Overeenkomstig het beleid worden de legestarieven 2022 verhoogd met 1,50% wegens inflatiecorrectie. De opbrengst mag maximaal kostendekkend zijn. Wettelijke tarieven zijn hierop een uitzondering. In het vierde kwartaal van 2020 dan wel begin 2021 zou een nieuw onderzoek plaatsvinden naar de kostendekkendheid van de gemeentelijke leges. In verband met het Coronavirus is dit onderzoekt verplaatst naar het vierde kwartaal van 2021. Na afronding van dit onderzoek zal onderstaande tabel vanaf de Programmabegroting 2023 ingevuld worden. Daar waar mogelijk worden de legestarieven al voor 2022 aangepast op basis van de meest recente inzichten qua kostendekkendheid.

69

2.1. Beleidsbegroting

Bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid leges (vanaf B2023)

€

Kosten taakveld

p.m.

Inkomsten taakveld

p.m.

Netto kosten taakveld

p.m.

Toe te rekenen kosten

p.m.

Overhead

p.m.

Btw in het kader van het BTW-compensatiefonds

p.m.

Totale kosten

p.m.

Opbrengst heffingen

p.m.

Dekkingspercentage

100%

Uitgangspunten tariefstelling De opbrengst van de secretarieleges mag maximaal gelijk zijn aan de kosten van behandeling van de aanvragen. Onder de kosten valt ook de compensabele btw conform art. 229b, lid 2, letter b Gw. Aanduiding van de lokale belastingdruk Bij dit onderdeel van de lokale belastingdruk worden de voorlopige tarieven weergegeven, de voorlopige belastingdruk voor 2022 en de belastingdruk van buurgemeenten (over 2021) op basis van een jaarlijks onderzoek door COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden). Overzicht van tarieven In onderstaande tabel zijn de voorlopige tarieven weergegeven op basis van een inflatiecorrectie van 1,50% of op basis van het GRP. Eventuele wijzigingen naar aanleiding van het dekkingsplan zijn hierin meegenomen. Voorlopige tarieven 2022

2022

2021

Algemene inflatiecorrectie

1,50%

2,05%

OZB woningen eigenaren 1)

% woz-waarde

0,1523%

0,1500%

OZB niet-woningen eigenaren 1)

% woz-waarde

0,3806%

0,3750%

OZB niet-woningen gebruikers 1)

% woz-waarde

0,3222%

0,3174%

Rzb

-

n.v.t.

n.v.t.

Forensenbelasting

% woz-waarde

0,2768%

0,2727%

Toeristenbelasting

p.p.p.n.

1,07

1,07

Parkeerbelasting

-

n.v.t.

n.v.t.

per eerste hond

64,68

56,64

Hondenbelasting 2): Eerste hond

70

Programmabegroting 2022-2025 Voorlopige tarieven 2022

2022

2021

Extra honden

per extra hond

93,12

81,48

Kenneltarief

per kennel

450,00

395,04

Reclamebelasting

-

n.v.t.

n.v.t.

Precariobelasting

-

n.v.t.

n.v.t.

Baatbelasting

vast bedrag per perceel

p.m.

p.m.

Rioolheffing

per perceel

132,72

164,68

Afvalstoffenheffing 3)

vastrecht per jaar

149,76

148,80

bedrag per kilo restafval

0,31

0,31

bedrag per kilo GFT

0,11

0,11

1) Eventuele mutaties als gevolg van waardeontwikkeling zijn hierin nog niet meegenomen. 2) Op basis van prognose aantal honden. 3) In verband met overgang naar de DAR in combinatie met omgekeerd inzamelen (uitwerking grondstoffenplan) wordt de kostenstructuur, en daarmee te tarieven, herzien

De definitieve tarieven voor 2022 worden door uw raad vastgesteld middels het vaststellen van de belastingverordeningen, die aangeboden worden voor de raadsvergadering van 16 december 2021. Hierbij worden de laatste ontwikkelingen meegenomen, zoals de besluitvorming omtrent het dekkingsplan en de waardemutatie van de onroerende zaken. Belastingdruk Mook en Middelaar Op basis van de voorlopige tarieven 2022 is de voorlopige lastendruk berekend. In onderstaande grafiek staat de lokale lastendruk per huishouding, waarbij als uitgangspunt is genomen:  een gemiddelde van 167 kg GFT en 204 kg restafval per huishouden per jaar.  Huurders : betalen uitsluitend afvalstoffenheffing;  Woningeigenaren : betalen afvalstoffenheffing, ozb en rioolheffing.

Bedragen in € Lastendruk

2022

2021

231

240

- bij een woningwaarde van € 200k

668

705

- bij een woningwaarde van € 300k

820

855

- bij een woningwaarde van € 500k

1.125

1.155

Huurder: Afvalstoffenheffing

Eigenaar / gebruiker: Onroerende-zaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing

71

2.1. Beleidsbegroting Belastingdruk per jaar bij een woningwaarde van € 300k:

Belastingdruk andere gemeenten COELO onderzoekt jaarlijks de woonlasten per huishouden. In onderstaande tabel zijn van enkele buurgemeenten de woonlasten weergegeven. Omdat de woonlasten over het komende jaar 2022 nog niet altijd bekend zijn, worden de woonlasten van het huidige jaar 2021 vermeld. Mook en Middelaar

Gennep

Heumen

Cuijk

Gemidd. Limburg

Gemidd. Nederland

Eenpersoonshuishouden

869

729

800

720

772

737

Meerpersoonshuishouden

923

791

866

728

832

811

Rangnummer *)

310e

130e

235e

49e

Eenpersoonshuishouden

203

257

152

243

314

326

Meerpersoonshuishouden

258

319

217

251

371

411

Rangnummer *)

32e

95e

11e

28e

Lastendruk 2021 Eigenaar-bewoner

Huurder

Bron: COELO 'Atlas van de lokale lasten 2021'

*) 1e is goedkoopste gemeente Bron: Coelo (www.coelo.nl)

Kwijtscheldingsbeleid Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid tot een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de geheven belasting. De mogelijkheid tot kwijtschelding wordt geregeld in de belastingverordeningen. Kwijtschelding is op basis van de huidige verordeningen (2021) alleen mogelijk voor rioolheffing en afvalstoffenheffing. Voor alle andere belastingen wordt op grond van de huidige belastingverordeningen geen kwijtschelding verleend. Het wel of geen kwijtschelding verlenen kan jaarlijks herzien worden (bij het vaststellen van de belastingverordeningen).

72

Programmabegroting 2022-2025

2.1.16. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Wettelijk kader Artikel 11 BBV. Algemeen Deze paragraaf geeft inzicht in het vermogen van de gemeente Mook en Middelaar om substantiële niet-begrote kosten te dekken die onverwachts kunnen optreden. Tevens wordt inzicht gegeven in de risico’s die per eind september 2021 bekend en van (materieel) belang zijn voor de financiële positie. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is de hoeveelheid aan middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en waarvoor ook geen verzekering of iets dergelijks is afgesloten. Hieronder is in tabelvorm de weerstandscapaciteit vermeld. Vervolgens worden alle afzonderlijke onderdelen toegelicht. Bedragen x € 1.000 Weerstandscapaciteit

2022

Exploitatie Onvoorziene uitgaven

5

Totaal weerstandscapaciteit exploitatie

5

Vermogen - Vrij Besteedbare Reserve

n.v.t.

- Algemene reserve

2.000

- Voorzieningen

n.v.t.

- Stille reserves

n.v.t.

Totaal weerstandscapaciteit vermogen

2.000

Totale weerstandscapaciteit

2.005

Onvoorzien In de begroting is een structureel bedrag opgenomen van € 5k (conform de Financiële verordening Mook en Middelaar 2019) om eventuele incidentele onvoorziene uitgaven op te kunnen vangen. Vrij Besteedbare Reserve De Vrij Besteedbare Reserve (VBR) is wettelijk gezien een algemene reserve. Een deel van deze reserve is 'geblokkeerd' voor het opvangen van risico's (zijnde de Algemene reserve). Het restant is vrij besteedbaar (zijnde de VBR). De VBR wordt veelal ingezet voor dekking van incidentele kosten. De VBR wordt niet meegenomen in de telling van de weerstandscapaciteit. Algemene reserve Deze reserve is niet vrij besteedbaar maar 'geblokkeerd'. De Algemene reserve wordt enkel en alleen gebruikt voor het opvangen van onvoorziene risico’s (voor zover de kosten van een zich voorgedaan risico niet op een andere wijze gedekt kunnen worden). Uitgangspunt is dat, na aanwending van deze reserve, het saldo van € 2 miljoen binnen het tijdsbestek van de meerjarenraming weer op peil gebracht moet worden.

73

2.1. Beleidsbegroting Voorzieningen Voorzieningen worden onder andere gevormd om aan verplichtingen van derden te kunnen voldoen die van enige omvang zijn en die het gevolg kunnen zijn van gedane investeringen. Zo is er bijvoorbeeld een voorziening voor het groot onderhoud van wegen. Omdat een voorziening altijd onderbouwd moet zijn met een verplichting, worden de voorzieningen niet meegenomen in de telling van de weerstandscapaciteit. Stille reserves Er is sprake van een ‘stille reserve’ als de waarde van bezittingen (vaste activa) in het economisch verkeer hoger is dan de boekwaarde in de financiële administratie. Dit betreft bijvoorbeeld enkele pachtgronden of aandelen. Dergelijke activa kunnen veelal niet op korte termijn te gelde worden gemaakt, bijvoorbeeld als gevolg van overeenkomsten. Daarom worden ook stille reserves niet meegenomen in de berekening van de weerstandscapaciteit. Inventarisatie van de risico’s Risico’s Tegenover de weerstandscapaciteit staan risico’s, die niet (geheel) gedekt zijn en van substantieel belang (kunnen) zijn. Er worden alleen risico's vermeld met een substantiële omvang, risico's zijn per definitie incidenteel, risico's komen niet ten laste van het rekeningresultaat en er zijn geen voorzieningen voor getroffen. Optredende risico's worden gedekt door de Algemene reserve.

De waarschijnlijkheid dat een risico zich voordoet wordt onderverdeeld in Zeer laag (10%), Laag (25%), Midden (50%), Hoog (75%) en Zeer hoog (90%). Maatregelen kunnen zijn: Accepteren, Overdragen (bijv. verzekeren), Preventief, Reductie (bedrag of risico verkleinen). Nr STR/INC

Categorie Toelichting risico Soort maatregel Kwantificering risico

1

Verbonden partijen

INC 2

Accepteren Verbonden partijen

INC

Accepteren

Toelichting maatregel RisicoKans% inschatting

Berekende omvang risico

MGR MGR Uitgangspunt is dat de MGR zelf geen Het ingeschatte weerstandsvermogen weerstandsvermogen opbouwt, maar van de MGR wordt 'doorgeschoven' dat deelnemende gemeenten hiermee naar de deelnemende gemeenten. rekening houden. Voor de MGR bedraagt ons aandeel voor 2022 € 66k. € 66k Midden 50% € 33k Aandelenkapitaal NV's en BV's Het risico en daarmee de aansprakelijkheid voor de aandeelhouders is beperkt tot de hoogte van het nominale aandelenkapitaal in de vennootschappen (art. 2:81 BW).

€ 555k

74

Periodiek wordt beoordeeld of we blijven deelnemen in het aandelenkapitaal van de diverse vennootschappen. De grootste deelnemingen zijn BNG (€ 309k), Enexis (€ 116k), DAR (€ 116k) en WML (€ 14k).

Laag

25%

€ 138,75k

Programmabegroting 2022-2025 Nr STR/INC

Categorie Toelichting risico Soort maatregel Kwantificering risico

3

Juridische zaken

INC 4

Accepteren Archief

INC 5

Accepteren Onderwijs

INC

Reductie

Toelichting maatregel RisicoKans% inschatting

Proceskosten Proceskosten komen incidenteel voor, maar kunnen leiden tot forse bedragen. € 200k

Berekende omvang risico

Door intern de juiste procedures te doorlopen, wordt de kans op processen verminderd, maar nooit helemaal weggenomen.

Zeer laag

10%

€ 20k

Archief / Informatiebeheer Archief / Informatiebeheer De archieffunctie krijgt een nieuwe De ontwikkelingen worden blijvend plaats in de digitale samenleving. We gemonitord en daar waar nodig zijn bijvoorbeeld verplicht aan te sluiten financieel vertaald. op het e-depot (digitaal te bewaren archieven). Het koppelen van systemen en centraal beheren van informatie is de basis om informatie op een juiste manier te kunnen ontsluiten. Voor onze inwoners komt dit bijvoorbeeld tot uiting in de digitale dienstverlening via de website. De toekomst vraagt dat we ons informatielandschap weloverwogen inrichten mede in relatie tot informatiebeveiliging. Deze ontwikkelingen hebben budgettaire consequenties. € 150k Midden 50% € 75k Het Kandinsky-college in Molenhoek is een permanente nevenvestiging onder bestuur van de Scholengroep Nijmegen. De gemeente is op grond van de Wet Voortgezet Onderwijs verantwoordelijk voor (vervangende) nieuwbouw, herstel van constructiefouten, herstel van schade. Voor dit laatste is zij verzekerd.

€ 120k

75

De huisvesting van onderwijsgebouwen behoort tot de gemeentelijke zorgplicht. Uit kwalitatieve onderzoeken is gebleken dat het Kandinsky-college slecht scoort op punten als duurzaamheid, ventilatie en functionaliteit. Uit een haalbaarheidsonderzoek is gebleken dat binnen de huidige wet- en regelgeving en financieringsstructuur vervangende nieuwbouw financieel niet haalbaar is. Er is wel nieuwe regelgeving in voorbereiding, die de definitie en verantwoordelijkheid voor renovatie nader moet regelen en de afweging tussen renovatie en nieuwbouw makkelijker moet maken. Deze regelgeving wordt niet eerder verwacht dan 2023. Midden 50% € 60k

2.1. Beleidsbegroting Nr STR/INC

Categorie Toelichting risico Soort maatregel Kwantificering risico

6

Dividend

INC 7

Accepteren Dividend

INC 8

Accepteren Haven

INC

Accepteren

Toelichting maatregel RisicoKans% inschatting

BNG Van de BNG ontvangen wij o.b.v. ons aandelenbezit jaarlijks dividend over het afgelopen jaar. Het beleid van de BNG is om 25% van de nettowinst uit te keren aan de aandeelhouders. De verwachte dividenduitkering à € 224k (conform begrotingsbrief provincie) is structureel opgenomen in de begroting, echter het is een risico of het geraamde bedrag aan inkomsten ook daadwerkelijk wordt ontvangen. € 224k

Berekende omvang risico

Het te ramen bedrag voor de dividendopbrengst van de BNG wordt bepaald op hetgeen de Provincie in haar jaarlijkse begrotingsbrief vermeldt. Als hiervan wordt afgeweken, moet hiervoor een goede verklaring zijn. Het is altijd mogelijk dat (een deel van) de geraamde dividendbaten niet gerealiseerd worden. Dit risico wordt laag ingeschat en acceptabel bevonden.

Laag

25%

€ 56k

Wij zijn aandeelhouder van Enexis, dat de infrastructuur van de energievoorziening in bezit heeft. Daarnaast zijn wij aandeelhouder in enkele kleinere vennootschappen die zijn opgericht bij de verkoop van Essent. In de begroting is rekening gehouden met een dividendopbrengst van € 64k.

€ 64k

Het te ramen bedrag voor de dividendopbrengst van Enexis wordt bepaald op hetgeen de Provincie in haar jaarlijkse begrotingsbrief vermeldt. Als hiervan wordt afgeweken, moet hiervoor een goede verklaring zijn. Het is altijd mogelijk dat (een deel van) de geraamde dividendbaten niet gerealiseerd worden. Dit risico wordt laag ingeschat en acceptabel bevonden. Laag 25% € 16k

Dichtslibben haven mede als gevolg Wij hebben geen invloed op externe van extreme hoogwaterstanden. factoren, zoals waterstanden, stroomGeschatte kosten herstel €125k. De snelheden en mate van eventueel exacte kosten voor het opslaan van het dichtslibben. Dit risico valt hierdoor slib worden bepaald door het tijdstip onder de categorie ‘Accepteren’. van baggeren en de opslagcapaciteit. € 125k Midden 50% € 62,5k

76

Programmabegroting 2022-2025 Nr STR/INC

Categorie Toelichting risico Soort maatregel Kwantificering risico

9

Haven (bouwkundig)

INC 10

Reductie Sociale woningbouw

INC

Accepteren

Toelichting maatregel RisicoKans% inschatting

Berekende omvang risico

Er is (momenteel) geen Het op te stellen onderhoudsplan aan onderhoudsplan voor de bouwkundige de passantenhaven kan worden staat van de haven. Er zijn ook geen gekoppeld aan de integrale visie voor middelen beschikbaar om eventueel de ontwikkeling en inrichting van het onderhoud te plegen aan de gebied Maas-oever(zone), die naar bouwkundige staat van de haven. Zie verwachting de komende jaren op het ook de paragraaf onderhoud kapitaal- programma zal staan. Hierna kan het goederen. De kosten worden als risico afgebouwd of verwijderd worden. stelpost geraamd op € 500k. Nadat er een onderhoudsplan is opgesteld en de dotatie aan de voorziening voor groot onderhoud structureel in de begroting is opgenomen, kan dit risico verwijderd worden. € 500k Laag 25% € 125k Woningbouwcorporaties sluiten voor Per 31 december 2020 staat er voor de het uitvoeren van hun taak veelal sociale woningbouw een bedrag aan leningen af waarbij de gemeente leningen uit van ongeveer € 10,1 gevraagd wordt om als achtervang te miljoen (restant schuld) op een dienen. Hiermede wordt bereikt dat de hoofdsom van € 14,4 miljoen. Wij geldgever met een lagere kwantificeren het risico op 50% van de rentevergoeding genoegen neemt omvang van de leningen. Het risico dat omdat de gemeente als achtervang er daadwerkelijk een beroep gedaan een zekere debiteur is. Sinds een wordt op de gemeente is minimaal.

aantal jaren is het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) in het leven geroepen, dat de functie van de gemeente overneemt en waardoor de woningbouwcorporaties met slechts één instituut te maken hebben en de zekerheid voor de gemeenten groter is. Bestaande leningen blijven tot aan het einde van de looptijd nog gewoon bij de gemeenten als achtervang-instituut. Door het WSW is de veiligheid nu nog beter geborgd. € 5.050k Zeer laag 10% € 505k

77

2.1. Beleidsbegroting Nr STR/INC

Categorie Toelichting risico Soort maatregel Kwantificering risico

11

Starterslening

INC 12

Accepteren UPW

INC

Accepteren

Toelichting maatregel RisicoKans% inschatting

Berekende omvang risico

In de raad van april 2010 is de De gemeente dient in dit fonds Verordening starterslening maximaal € 130.000 te storten. De vastgesteld. Hierbij is tevens een fonds provincie Limburg stort vervolgens in het leven geroepen waarop starters maximaal een drievoudig bedrag in het op de woningmarkt een beroep kunnen fonds (dus aandeel gemeente 25%, doen voor het aantrekken van een aandeel provincie 75%). De lener dient lening. Deze lening wordt verstrekt vervolgens de lening volgens de onder bepaalde voorwaarden en tot bepalingen uit de verordening af te een maximum bedrag tegen gunstige lossen aan de kredietverstrekkers. condities. Bij het vaststellen van de Startersleningen lopen via de SVn. Jaarstukken 2014 is door de raad besloten om het plafond van de starterslening te verhogen naar € 130k. € 130k Laag 25% € 32,5k Bij een tekort op het budget bestaat de Uitgangspunt is 100% kosten ten mogelijkheid om een vangnetuitkering opzichte van de ontvangen bijdragen aan te vragen. Dat is alleen mogelijk van het Rijk. Het eigen risico onder de als over sprake is van een tekort dat vangnetuitkering wordt geaccepteerd meer bedraagt dan 7,5% van het als risico. Jaarlijks wordt de stand van budget.

Daarnaast moet er over de 3 zaken met betrekking tot het eigen voorgaande jaren gecumuleerd ook risico / mogelijke aanvraag voor de een tekort zijn dat meer bedraagt dan vangnetuitkering, voorgelegd aan de 7,5% van het budget. De gemeente raad. heeft dan een zogenoemd getrapt eigen risico dat maximaal uit komt op 10% van het budget ofwel € 150k. Overigens verwachten we dat het budget in 2022 toereikend zal zijn en er geen tekort op zal treden. Dat is, bij gelijkblijvende omstandigheden, ook de verwachting voor 2023. € 150k Midden 50% € 75k

78

Programmabegroting 2022-2025 Nr STR/INC

Categorie Toelichting risico Soort maatregel Kwantificering risico

13

Woonplaatsbeginsel

INC

Accepteren

Toelichting maatregel RisicoKans% inschatting

Met ingang van 1 januari 2022 is het nieuwe woonplaatsbeginsel van kracht. Dit betekent dat onze gemeente verantwoordelijk wordt voor een nieuwe populatie jeugdigen en dat tegelijkertijd andere gemeenten verantwoordelijk worden voor een aantal van onze huidige jeugdigen. Het is hierbij van belang te beseffen dat het gaat om jeugdigen in zorg met verblijf waarbij de kosten per jeugdige op jaarbasis kunnen variëren van € 15.000 (bij pleegzorg) tot € 150.000 (bij gesloten jeugdzorg). Het Ketenbureau i-sociaal domein biedt ondersteuning bij het in beeld brengen van de huidige populatie en het bepalen van de verantwoordelijke gemeente.

Berekende omvang risico

Wanneer gemeenten er samen niet uitkomen wie verantwoordelijk is voor de kosten van de jeugdige is er een compensatieregeling. Deze regeling zorgt er onder andere voor dat de zorg van de jeugdige nooit in het geding komt. Het nieuwe woonplaatsbeginsel kan zowel een negatief als een positief gevolg hebben op de kosten die wij maken. Incidenteel kunnen deze kosten gedekt worden uit reserves. Ten tijde van de zomerrapportage 2022 en begroting 2023 is het duidelijk wat de structurele gevolgen zijn voor onze gemeente.

Daarnaast wordt met de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel een compensatieregeling van kracht voor in principe twee jaar. De compensatieregeling wordt bekostigd uit het macrobudget Jeugd aangezien het een verdeeltechnisch probleem betreft. € 330k Midden

50%

€ 165k

Bedragen x € 1.000 Incidenteel Risico

Kwantificering

Structureel

Berekend bedrag

Kwantificering

Berekend bedrag

Zeer laag (10%)

5.250

525

0

0

Laag (25%)

1.473

368

0

0

Midden (50%)

941

471

0

0

Hoog (75%)

0

0

0

0

Zeer hoog (90%)

0

0

0

0

7.664

1.364

0

0

Totaal

Het totaal van het berekende risicobedrag komt daarmee uit op € 1.364k.

79

2.1. Beleidsbegroting Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's (weerstandsvermogen) Bepaling en betekenis weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt gedefinieerd als de relatie tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om mogelijke tegenvallers op te vangen zonder dat dit onmiddellijk invloed heeft op het beleid. Het weerstandsvermogen is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van de gemeente. Ratio weerstandsvermogen De ratio, die uit de hiervoor gehanteerde berekening volgt, kan worden gewaardeerd. Wij hanteren de indeling zoals aangegeven door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement. Beoordelingstabel weerstandsvermogen Categorie

Ratio weerstandsvermogen

Betekenis

vanaf

tot

A

2

∞

Goed / Uitstekend

B

1,4

2

Ruim voldoende

C

1

1,4

Voldoende

D

0,8

1

Matig

E

0,6

0,8

Onvoldoende

F

-∞

0,6

Ruim onvoldoende

De gemeente Mook en Middelaar wenst minimaal een ratio te hebben in categorie C – voldoende. Dit betreft een ratio tussen de 1,0 en 1,4. Daarnaast wordt als (structurele) bovengrens een ratio van 3,0 gehanteerd. De argumenten hiervoor zijn:  Een voldoende weerstandsvermogen voorkomt dat incidentele tegenvallende financiële resultaten leiden tot financiële problemen voor de gemeente;  Een bovengrens voorkomt het onnodig aanhouden van een (te) grote Algemene reserve. Als de ratio drie achtereenvolgende jaren hoger dan 3 is, zal worden voorgesteld om de Algemene Reserve te verlagen. De periode van drie jaar wordt gehanteerd om een ‘jojo-effect’ te voorkomen;  Het voorkomen dat onvoorziene omstandigheden grote afwijkingen veroorzaken in de continuïteit van de uit te voeren taken. Als risico's zich daadwerkelijk voordoen, ondanks de genomen beheersmaatregelen, dan kan een beroep gedaan worden op de weerstandscapaciteit. Uitgangspunt hierbij is dat eerst wordt onderzocht of de gemeente ook andere mogelijkheden heeft om de gevolgen van risico’s op te vangen. Denk bijvoorbeeld aan het aanwenden van eventueel onbenutte budgetten, bezuinigingen of bijstellingen van bestaand beleid.

Voor het inzetten en aanvullen van de weerstandscapaciteit wordt vooralsnog uitgegaan van de volgende uitgangspunten:  Zodra in enig jaar - door het optreden van risico’s - de ratio minder wordt dan voldoende (score 1) en dit niet binnen de scope van de meerjarenraming kan worden aangevuld tot aan minimaal een score van matig (score tussen 0,8 en 1,0), dan worden ook (bestuurlijke) afwegingen gemaakt voor andere mogelijkheden om de gevolgen van risico’s of tegenvallers op te vangen.  Als het weerstandsvermogen lager is dan voldoende (minder dan ratio 1,0) worden (incidentele) meevallers ingezet om het tekort op te vullen, tenzij bestuurlijk is besloten tot andere maatregelen.

80

Programmabegroting 2022-2025 Ratio weerstandsvermogen De ratio voor het weerstandsvermogen bedraagt 1,5 (weerstandscapaciteit € 2.005k gedeeld door risico's € 1.364k. Deze ratio valt in klasse 'B Ruim voldoende'. Op basis van een minimale klasse 'C Voldoende', kan geconcludeerd worden dat de gemeente Mook en Middelaar op dit moment voldoende capaciteit heeft om eventuele risico’s op te vangen. Verloop van de kengetallen Kengetallen

W2020

B2021

B2022

B2023

B2024

B2025

Netto schuldquote

-13%

15%

12%

22%

32%

53%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-16%

12%

10%

19%

30%

51%

Solvabiliteitsratio

32%

30%

31%

27%

25%

20%

Structurele exploitatieruimte

-7%

-5%

1%

-1%

0%

-1%

Grondexploitatie (n.v.t.)

0%

0%

0%

0%

0%

0%

Belastingcapaciteit

104%

110%

98%

98%

98%

98%

Kengetallen Naast de ratio voor het weerstandsvermogen zijn gemeente verplicht om onderstaande kengetallen te verstrekken. Deze kengetallen mogen alleen in gezamenlijkheid beoordeeld worden voor de beeldvorming met betrekking tot de financiële positie van de gemeente (zie tabel onderaan deze paragraaf). 1a Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast (vaste schuld en vlottende schulden) ten opzichte van de eigen middelen (vlottende activa). Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een negatieve schuldquote betekent dat er geen netto-schuld is, maar dat er een overschot is aan liquide middelen en vorderingen. 1b Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Dit betreft hetzelfde kengetal als de netto schuldquote, maar nu wordt bij de eigen middelen niet alleen de vlottende activa meegenomen, maar ook de uitgezette leningen. Dit kengetal is altijd gelijk of lager dan de netto schuldquote. 2. Solvabiliteitsratio Het solvabiliteitsratio geeft aan in welke mate wij in staat zijn om op de lange termijn aan de financiële verplichtingen te voldoen. Zoals uit de balans valt op te maken, bedraagt het eigen vermogen € 5,1 miljoen en het totaal vermogen € 16,5 miljoen. Dit betekent dat de verhouding eigen vermogen/totaal vermogen 0,31 is.

De gangbare minimumnorm voor deze solvabiliteitsratio ligt bij niet-financiële ondernemingen tussen de 0,25 en 0,40. Hoe hoger de ratio hoe solvabeler de organisatie is. Met een ratio van 0,31 voldoet de gemeente Mook en Middelaar aan de gangbare norm. 3. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De gemeente Mook en Middelaar heeft geen actieve grondexploitaties (aankopen, bouw- en woonrijp maken en weer verkopen). Het kengetal bedraagt 0%. 4. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente of provincie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van

81

2.1. Beleidsbegroting de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage is een structureel overschot. De begroting is voor 2022 structureel in evenwicht. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit wordt berekend op basis van de woonlasten van een belastingplichtige (meerpersoonshuishouden met eigen woning) in Mook en Middelaar ten opzichte van het landelijk gemiddelde van het laatst bekende begrotingsjaar. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2022 is dat 2021. Mook en Middelaar zit op basis van dit kengetal onder het landelijk gemiddelde, waarbij wordt opgemerkt dat de belastingtarieven over 2022 nog voorlopig zijn. Verder mogen de afvalstoffenheffing en rioolrecht maximaal 100% kostendekkend zijn. In de raadsvergaderingen van 16 december 2021 worden de nieuwe belastingverordeningen voor 2022 ter besluitvorming aan u voorgelegd. Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie De diverse kengetallen zijn onderling redelijk consistent en bevestigen het beeld van een gezonde financiële positie. Mook en Middelaar heeft slechts één uitstaande geldlening van € 726k (per 1 januari 2022), die jaarlijks met zo’n € 182k wordt afgelost. Aan de andere kant is er ongeveer € 4,0 miljoen aanwezig in ’s Rijks schatkist (na aftrek van de betaling van alle restant kredieten).

Qua exploitatie is er nagenoeg een structureel sluitende (meerjaren)begroting uitgaande van het voorgestelde dekkingsplan. Op basis van de categoriale indeling zit de gemeente Mook en Middelaar alleen in de categorieën A en B (minst risicovol dan wel gemiddeld). De kengetallen moeten niet afzonderlijk beoordeeld worden, maar bepalen gezamenlijk het financiële beeld. Kengetal

Waarde M&M Categorie A

Categorie B

Categorie C

Netto schuldquote zonder correctie

12%

< 90%

90 - 130%

> 130%

Netto schuldquote met correctie)

10%

< 90%

90 - 130%

> 130%

Solvabiliteitsratio

31%

> 50%

20 - 50%

< 20%

Structurele exploitatieruimte

1%

positief

neutraal

negatief

Grondexploitatie

0%

< 20%

20-35%

> 35%

Belastingcapaciteit

98%

< 95%

95 - 105%

> 105%

82

Programmabegroting 2022-2025

2.1.17. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Wettelijk kader Artikel 12 BBV.

Onderstaande tabel bevat de actuele stand van zaken met betrekking tot de beheerprogramma's. Beheerplan

Omschrijving / Naam

Periode

Datum vaststelling Raad Te herzien in

Wegen

Wegenbeheerplan Meerjarenplanning

2020-2025

12 december 2019

Kunstwerken (Bruggen)

Meerjaren onderhoudsplan bruggen

2018-2067

15 september 2016

Openbare verlichting

beleidsnota openbare verlichting

2016-2020

10 december 2015

2022

Riolering

Gemeentelijk Rioleringsplan Mook en Middelaar (GRP)

2017-2021

8 december 2016

2021

Water

geen onderhoudsplan

-

-

-

Groen

Groenbeheerplan

2016-2019

*)

Nog te bepalen

Gebouwen

Meerjarig onderhoudsplan (MJOP)

2020-2023

2025

Looptijd 5 jaar 50 jaar

2023

5 jaar

-

4 jaar

*) Besluitvorming door College van burgemeester en wethouders.

Wegen 1.

Wegen

Doel De gemeente is verantwoordelijk voor de instandhouding en het veilig gebruik van de verhardingen die zij in beheer heeft. Beleidskader Al jaren voert de gemeente structureel en planmatig onderhoud uit aan de verhardingen. Het gemeentelijke Wegenbeheerplan is hierbij richtinggevend. Het plan geeft inzicht in de kwaliteit en onderhoudsbehoefte van de gemeentelijke wegen/verhardingen en de financiële middelen die hiervoor nodig zijn. Het plan wordt voor een bepaalde tijd vastgesteld en er is in 2019 een nieuw plan opgesteld voor de periode 2020 - 2024. In 2020 is het plan uitgebreid naar 5 jaren zodat het nu tot 2025 vastligt. Onderhoudsniveau Het onderhoudsniveau van de wegen is vastgesteld op het niveau B van de landelijke CROW systematiek. Dit komt min of meer overeen met het niveau van instandhouding van de verhardingen, voorkomen dat (technische) normen worden overschreden.

83

2.1. Beleidsbegroting Financiële consequenties beleidskader De meerjarenplanning voor het structureel en planmatig onderhoud bedraagt op basis van het nieuwe Wegenbeheerplan voor de jaren 2020 tot en met 2025 op jaarbasis een bedrag van gemiddeld ongeveer € 152k voor groot onderhoud, inclusief een toeslag van 6-10% voor de kosten van de voorbereiding, verkeersmaatregelen, administratie en toezicht op de werkzaamheden. Financiële consequenties in de begroting Om de onderhoudsvoorziening voor het (groot) wegonderhoud op peil te houden werd er jaarlijks € 155k aan toegevoegd. Per 31 december 2020 bedroeg het saldo van de voorziening €333k. Het verloop van de voorziening is als volgt: Bedragen x € 1.000 Voorziening groot onderhoud wegen Jaar

Stand per 1-1

Dotatie

Vrijval

Aanwending

Stand per 31-12

2021

333

155

0

207

281

2022

281

155

0

165

272

2023

272

155

0

113

314

2024

314

155

0

140

328

2025

328

155

0

140

343

Voortgang van het geplande onderhoud De onderhoudswerkzaamheden worden overeenkomstig de planning van het Wegenbeheerplan uitgevoerd. Werkproces: voorbereiding (onderzoek), aanbesteding en uitvoering. Werkzaamheden worden zo veel mogelijk gecombineerd en afgestemd met gemeentelijke (bouw)ontwikkelingen. Streven naar integraal werken. Zo mogelijk wordt het onderhoud aan de wegen gecombineerd met andere ontwikkelingen en/of onderhoudswerkzaamheden (integraal werken). Omvang achterstallig onderhoud Op basis van huidig inzicht is er geen sprake van achterstallig onderhoud.

2.

Kunstwerken (Bruggen)

'Kunstwerken (bruggen)' is geen verplicht onderdeel op grond van artikel 12 BBV, maar is volledigheidshalve toegevoegd. Doel De gemeente is verantwoordelijk voor de instandhouding en het veilig gebruik van de verkeersbruggen binnen de gemeente. Het betreft twee bruggen, de brug Witteweg te Plasmolen en de brug Cuijksesteeg in Mook. Beleidskader Op 15 september 2016 heeft u het ‘Meerjaren onderhoudsplan bruggen' vastgesteld. Het plan voorziet in het structurele / planmatige onderhoud aan de bruggen. Dit geeft een doorkijk voor de komende vijftig jaar (planperiode 2018-2067). Onderhoud op basis van instandhouding van de huidige functionaliteit van de bruggen. Met het plan is dit gewaarborgd. Onderhoudsniveau Het onderhoudsniveau van de bruggen is vastgesteld op niveau in stand houden. Financiële consequenties beleidskader 84

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=7beea18f-ebf8-4acb-a440-ca5fd96eb2b7