CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Combinatievergadering Algemene commissie en Begroting en Rekening 6 juli 2023, gemeente Mook en Middelaar25.679 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

Artikel 5 5.1

Waterstaat - Waterbergend rivierbed

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterbergend rivierbed' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor een waterbergende functie.

5.2

Bouwregels

a. Op de gronden zoals bedoeld in 5.1 mag niet worden gebouwd. 5.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2 en toestaan dat in de andere bestemming wordt gebouwd, mits Rijkswaterstaat is gehoord en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het belang van het waterbergend rivierbed. Hierbij wordt getoetst aan de volgende criteria: a. er is sprake van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk gewaarborgd blijft; b. er is geen sprake van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit; c. er is sprake van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandsverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is; d. de resterende waterstandseffecten of de afname van het bergend vermogen worden duurzaam gecompenseerd, waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen verzekerd zijn. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1

Verbod

Het is verboden op of in deze gronden met de bestemming 'Waterstaat - Waterbergend rivierbed' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginningen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven, of ophogen; b. het verbreden, graven, uitdiepen en/of verleggen van waterlopen; c. het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen aan andere oppervlakteverhardingen; d. het rooien en/of aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen. 5.4.2

Uitzonderingen op het aanlegverbod

Het in 5.4.1 opgenomen verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, of werkzaamheden: a. die behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; b. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. die reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; d. waarvoor de vereiste vergunning op grond van artikel 6.5 van de Waterwet is verleend, dan wel de daarvoor vereiste melding op grond van de Waterwet is gedaan.

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

45

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

5.4.3

Toelaatbaarheid werken of werkzaamheden

De werken of werkzaamheden als bedoeld in 5.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het belang van het waterbergend rivierbed, gehoord Rijkswaterstaat. Hierbij wordt getoetst aan de volgende criteria: a. er is sprake van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk gewaarborgd blijft; b. er is geen sprake van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit; c. er is sprake van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandsverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is; en d. de resterende waterstandseffecten of de afname van het bergend vermogen worden duurzaam gecompenseerd, waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen verzekerd zijn.

46

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

Hoofdstuk 3 Artikel 6

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 7

Algemene bouwregels

7.1

Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen

7.1.1

Ondergrondse werken

Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.

Artikel 8 8.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

a. Het is verboden gronden begrepen in dit plan te gebruiken, te doen of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemmingen; b. Het is in ieder geval niet toegestaan de hier bedoelde gronden te gebruiken, te doen of te laten gebruiken voor: 1. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; 2. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; 3. seksinrichtingen; 4. bouwwerken voor recreatieve nachtverblijven als bedoeld in artikel 3 sub 2 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, met uitzondering van de als zodanig bestemde recreatiewoningen; c. Het is verboden bouwwerken op de in het plan begrepen gronden te gebruiken, te doen of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de gegeven bestemmingen zoals aangegeven in de onderscheiden bestemmingsomschrijvingen. 8.2

Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen

8.2.1

Parkeernormen

In, op of onder gebouwen dan wel op het daarbij behorende terrein dienen voldoende parkeerplaatsen aanwezig te zijn. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan als de parkeernormen uit de geldende ASVV worden nageleefd. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode worden gewijzigd, dient rekening te worden gehouden met de wijziging.

8.2.2

Afmetingen parkeerruimte

De in sublid 8.2.1 bedoelde parkeerplaatsen moeten afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan indien de richtlijnen uit de geldende ASVV worden nageleefd.

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

47

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

8.2.3

Omgevingsvergunning

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 8.2.1 indien aangetoond is dat in de directe omgeving (een straal van circa 250 m) voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn.

8.2.4

Laden en lossen

Indien het gebruik van een gebouw of gronden daar aanleiding toe geeft, dient op eigen terrein te worden voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen.

8.2.5

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van het aantal parkeerplaatsen en de situering daarvan ten behoeve van een goede parkeerbalans, de verkeerssituatie en/of het stedenbouwkundig beeld.

Artikel 9 9.1

Algemene aanduidingsregels

milieuzone - extensiveringsgebied intensieve veehouderij

Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - extensiveringsgebied intensieve veehouderij' geldt dat de gronden tevens bestemd zijn voor een extensiveringsgebied. Ter plaatse gelden specifieke regels die in de afzonderlijke bestemmingen zijn opgenomen.

9.2

milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied

Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' geldt dat de gronden tevens bestemd zijn voor de bescherming van de bodem en het grondwater ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening;

9.2.1

Bouwregels

Er mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd: a. ten dienste van het behoud van de kwaliteit van het grondwater als onderdeel van de drinkwatervoorziening en van de waterhuishouding, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2,5 m; b. ten dienste van de bestemming(en) indien de kwaliteit van het grondwater niet wordt geschaad.

48

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

9.2.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden ondergrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen aan te leggen. b. Het in a. vervatte verbod is niet van toepassing: 1. op het aanbrengen van leidingen uitsluitend ten behoeve van de aansluiting van percelen op het openbare voorzieningennet; 2. op het aanbrengen van leidingen dan wel installaties in het kader van een duurzame energievoorziening; 3. op werken en werkzaamheden die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen; 4. reeds in uitvoering zijn dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan. c. De werken of werkzaamheden als bedoeld in a. zijn slechts toelaatbaar, mits door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen blijvende onevenredige aantasting van de drinkwatervoorziening ontstaat of kan ontstaan en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen. d.

Alvorens te beslissen over een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden horen burgemeester en wethouders de beheerder van het grondwaterbeschermingsgebied. 9.3

overige zone - Maasheggenlandschap

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Maasheggenlandschap' geldt dat de gronden tevens bestemd zijn voor het behouden van het Maasheggenlandschap en de landschappelijke openheid binnen het Maasheggenlandschap.

9.3.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Maasheggenlandschap' buiten het bouwvlak (zie bijlage 1) te verrichten: 1. ophogen; 2. het bebossen; 3. opplanten, omzetten van grasland/bouwland naar boomteelt en/of sierteelt. b. het in a. vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden: 1. welke van zodanig geringe omvang en ondergeschikte betekenis zijn dat daardoor geen aantasting van de aanwezige waarden plaatsvindt; 2. die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen; 3. die reeds in uitvoering zijn dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan. c. de werken of werkzaamheden als bedoeld in a. zijn slechts toelaatbaar, indien: 1. deze verband houden met de omschrijving, die aan de desbetreffende bestemming is toegekend; 2. door de werken of werkzaamheden hetzij direct hetzij indirect de bestaande waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast; 3.

door de werken of werkzaamheden hetzij direct hetzij indirect de gewenste waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast; 4. het waterschap is gehoord voor wat betreft waarden die te maken hebben met het watersysteem.

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

49

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

Artikel 10 10.1

Algemene afwijkingsregels

Algemeen

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van: a. de in de regels voorgeschreven maatvoering met ten hoogste 10%; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of – intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 meter. 10.2

Kleine bouwwerken van openbaar nut

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de bouw- en/of gebruiksregels voor het bouwen van kleine, niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut en voor religieuze doeleinden, zoals wachthuisjes, transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, pinautomaten, parkeervoorzieningen, afval- en glascontainers, kapellen, wegkruisen en dergelijke, met dien verstande dat: a. de oppervlakte maximaal 15 m² mag bedragen; b. de goothoogte maximaal 3 meter en de bouwhoogte maximaal 6 meter mag bedragen.

Artikel 11

Algemene wijzigingsregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3,0 m en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10 % worden vergroot; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3,0 m en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10 % worden vergroot; c. het wijzigen van de lijst van bedrijfsactiviteiten, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven; d. het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.

50

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

Hoofdstuk 4 Artikel 12 12.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10 %. c. Lid a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in lid a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Lid a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 13

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Volkstuinen Middelwaert'.

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

51

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

52

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

Bijlagen bij regels

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

53

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

Bijlage 1

54

Werken en werkzaamheden

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert

Bijlage 2

Gemeentelijke archeologische beleidskaart

bestemmingsplan "Volkstuinen Middelwaert" (ontwerp)

55

PLANGEBIED Plangebied

BESTEMMINGEN Recreatie - Volkstuin

ART. 3

R-VT

dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie

ART. 4

WR-A Waterstaat - Waterbergend Rivierbed

ART. 5

WS-WB

AANDUIDINGEN gebiedsaanduidingen milieuzone - extensiveringsgebied intensieve veehouderij

milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied

R-VT

overige zone - maasheggenlandschap

2

WR-A

wetgevingzone - ontheffingsgebied 2

2

WS-WB

functieaanduidingen specifieke vorm van recreatie - mestopslag

(sr-mo)

bouwvlak bouwvlak

(sr-mo)

VERKLARINGEN bestemmingsgrens ondergrond

GEMEENTE MOOK EN MIDDELAAR Bestemmingsplan Volkstuinen Middelwaert FORMAAT

A2

TEKENAAR

RM

PLANSTATUS

PROJECTNUMMER

W-22092

verbeelding

ontwerp PLANNUMMER

SCHAAL

DATUM

NL.IMRO.0944.BPVolkstuin-ON01

1:1000

04-01-2023

Schoenaker 10 - 6641 SZ Beuningen

telefoon: 024 - 675 23 56

info@burowaalbrug.nl

www.burowaalbrug.nl

DE TWEEDE GEERDEN 21 5334 LH VELDDRIEL

Buro Waalbrug T.a.v. mevrouw S. Rijcken Schoenakker 10 6641 SZ BEUNINGEN

TEL. 0418 - 572060 WWW.VERHOEVENMILIEU.NL INFO@VERHOEVENMILIEU.NL REK.NR: NL97RABO0310320224 BIC: RABONL2U K.V.K. 11028756 BTW: 80.34.57.583.B01 REF.: DATUM:

B22.8624/HO-01/JHL-HD 26 juli 2022 Onderwerp:

Resultaten en conclusies historisch onderzoek, Startsedijk (naast nr. 5) te Mook

Geachte mevrouw Rijcken, Hierbij doen wij u de resultaten en conclusies van het uitgevoerde historisch onderzoek toekomen voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Startsedijk (naast nr. 5) te Mook. Aanleiding en doelstelling De aanleiding wordt gevormd door toekomstige ontwikkelingen (mogelijk gebruik als volkstuincomplex). Het doel van het historisch onderzoek is het achterhalen van eventuele (voormalige) bodembedreigende activiteiten op of binnen 25 meter van de onderzoekslocatie, die mogelijk tot een bodemverontreiniging hebben geleid en om vast te stellen in hoeverre sprake is van een onverdachte locatie en een verkennend bodemonderzoek achterwege kan blijven. Beschikbare informatie De locatie is gelegen aan de Startsedijk (naast nr. 5) te Mook en betreft een agrarisch perceel (weiland). De locatie is kadastraal bekend als gemeente Mook en Middelaar, sectie C, nummer 1937 (ged.). De onderzoekslocatie is geheel in gebruik als weiland en heeft een oppervlakte van circa 1,7 hectare. Voor de globale situering van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar bijlage 1. Historisch onderzoek en locatiebezoek conform NEN 5725 Algemeen Door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) is een historisch onderzoek conform de NEN 5725:2017 (landbodem) uitgevoerd.

Voor voorliggend historisch onderzoek is gebruik gemaakt van de historische informatie zoals bekend bij de gemeente Mook en Middelaar, RUD Limburg Noord en de opdrachtgever. Alle relevante historische informatie is door een medewerker van VMT bestudeerd en in onderstaande tekst verwerkt.

Aan Datum Ref.

: Buro Waalbrug : 26 juli 2022 : B22.8624/HO-01/JHL-HD

2

Voormalig, huidig en toekomstig gebruik Op basis van het historisch kaartmateriaal van www.topotijdreis.nl heeft de onderzoekslocatie voor zover bekend altijd een agrarische functie gehad (weiland). Er is geen sprake geweest van bebouwing ter plaatse van de onderzoekslocatie. Op het naastgelegen perceel is een schuur gesitueerd (bouwjaar 1996). In de toekomst zal de locatie mogelijk in gebruik worden genomen als volkstuincomplex. Gegevens bodemkwaliteit (bodemonderzoeken en milieuvergunningen) In het milieuarchief van de gemeente Mook en Middelaar en vanuit het bodemloket zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie en in de directe omgeving (< 25 m) geen bodemonderzoeken bekend. Voor Startsedijk 5 is in 1996 een milieuvergunning verleend, hetgeen nu een melding Activiteitenbesluit milieubeheer betreft. Het betreft een type B-inrichting (houden en fokken van schapen). In 2005 is er een nieuwe vergunning aangevraagd te zijn, maar die vergunning is nooit afgegeven. Het perceel aan de Startsedijk 5 (C,1.686) is slechts gedeeltelijk onderdeel van voorliggende locatie. Voor Startsedijk 5 is in 1995 een bouwvergunning verleend voor een stalruimte (en een luifel). Voor Startedijk 3 (ligt aan de andere kant van het betreffende perceel) is in 1998 een vergunning verleend voor een houten garage en in 1999 voor uitbreiden van het woonhuis.

Uit bovenstaande informatie volgen geen (voormalige) bodembedreigende activiteiten. Historisch kaartmateriaal en luchtfoto’s Op basis van het historisch kaartmateriaal van www.topotijdreis.nl (zie bijlage 2) is er geen sprake (geweest) van voormalige watergangen, dempingen en/of ophogingen. Tevens is er geen sprake van boomgaarden en/of kassen waarbij mogelijk gebruik is gemaakt van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). Wel is er mogelijk sprake geweest van een voormalig weg of pad (periode 1870-1938). Momenteel wordt ervan uitgegaan dat sprake is van een onverhard pad, hetgeen niet als verdacht wordt aangemerkt. Vanuit de recentere luchtfoto’s komen geen bijzonderheden naar voren. Asbest Ter plaatse is geen sprake (geweest) van bebouwing, de locatie is derhalve niet veracht op het voorkomen van asbest. Overige (voormalige) bodembedreigende activiteiten Voor zover bekend is er geen sprake (geweest) van (voormalige) bodembedreigende activiteiten ter plaatse van de onderzoekslocatie en/of de directe omgeving. Atlas Limburg Op basis van de informatie uit de Atlas Limburg is de onderzoekslocatie gesitueerd binnen “grondwaterbeschermingsbied Mookerheide”. Bodemkwaliteitskaart Op basis van de bodemkwaliteitskaart Regio Limburg Noord (Sweco, 2019) is geen sprake van arseen en/of voormalige mijnsteengebieden. De boven- en ondergrond zijn gekwalificeerd als “landbouw/natuur”.

PFAS en GENX Op basis van de PFAS-bodemkwaliteitskaart Regio Limburg Noord (Sweco, 2020) zijn zowel de boven- als ondergrond gekwalificeerd als “landbouw/natuur”.

Aan Datum Ref.

: Buro Waalbrug : 26 juli 2022 : B22.8624/HO-01/JHL-HD

3

Conclusies historisch onderzoek en vervolgtraject Op basis van de bovenstaande bevindingen bestaat er geen aanleiding om te vermoeden dat ter plaatse van de onderzoekslocatie, sprake is van een ernstige bodem- en/of asbestverontreiniging. Derhalve kan ons inziens worden uitgegaan van een onverdachte locatie. Het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en/of onderzoek naar asbest conform de NEN 5740 en/of NEN 5707 is, ons inziens, derhalve niet noodzakelijk ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging. Op basis van de resultaten van voorliggend historisch onderzoek bestaan derhalve vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen voor de bestemmingswijziging. In een ander kader (nieuwbouw en/of civieltechnische werkzaamheden) kan een verkennend onderzoek en/of onderzoek naar asbest conform de NEN 5740 en/of NEN 5707 wel noodzakelijk zijn. Indien u nog vragen en/of opmerkingen heeft betreffende de rapportage, dan kunt u contact opnemen met ondergetekende op telefoonnummer 0418-572060. Wij vertrouwen erop u hiermee van dienst te zijn geweest.

Met vriendelijke groet,

H.M.W. van der Donk Senior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

Bijlagen: 1. Situering van de onderzoekslocatie 2. Historisch kaartmateriaal Topotijdreis 3. Luchtfoto’s 2006-2021

2019

2011

2007

1998

1987

1978

1967

1957

1938

1895

1870

2006

2009

2019

2021

Quickscan Wet natuurbescherming Startsedijk ong. te Mook Oriënterend onderzoek ecologie in het kader van de Wet natuurbescherming

Colofon

Status:

Definitief

Project:

2022-0794

Datum:

3 augustus 2022

Samensteller:

ing. R.C. Pickert

Collegiale toets:

ing. J. Dekkers

Opdrachtgever:

Buro Waalbrug B.V.

Contactpersoon:

J. Langbroek

Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.

Inhoud 1 Inleiding

4

1.1

Planlocatie

5

1.2

Beoogde ruimtelijke ingreep

5

2 Methode

6

2.1

Uitvoering onderzoek

6

2.2

Soortenbescherming

6

2.3

Gebiedsbescherming

7

2.4

Houtopstanden

8

2.5

Houdbaarheid en toepassing

8

3 Beoordeling

9

3.1

Soortenbescherming

9

3.2

Gebiedsbescherming

13

3.3

Houtopstanden

14

4 Samenvatting

15

4.1

Soortenbescherming

15

4.2

Gebiedsbescherming

15

4.3

Houtopstanden

15

5 Conclusie

16

5.1

Conclusie

16

5.2

Uitvoerbaarheid

16

5.3

Vervolgstappen

16

5.4

Te treffen maatregelen

17

1 Inleiding Aan de Startsedijk ong. te Mook is een grasland gesitueerd. De initiatiefnemer is voornemens op de locatie een volkstuinencomplex te realiseren. Het bestemmingsplan voorziet niet in de beoogde ruimtelijke ingreep en dient derhalve te worden gewijzigd van ´Agrarisch´ naar ´Recreatie-Volkstuin’. De beoogde ruimtelijke ingreep heeft mogelijk een negatief effect op beschermde flora en fauna (soortenbescherming), beschermde natuurgebieden (gebiedsbescherming) en/of beschermde houtopstanden. Ten behoeve van de beoogde ruimtelijke ingreep geldt de wettelijke verplichting onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de mogelijke effecten van de ruimtelijke ingreep daarop. Buro Waalbrug begeleidt de ruimtelijke procedure en heeft Blom Ecologie verzocht de planlocatie te onderzoeken op aanwezigheid van beschermde soorten, gebieden en houtopstanden. Vervolgens wordt getoetst of de beoogde ruimtelijke ingreep uitvoerbaar is in het kader van de Wet natuurbescherming en/of provinciaal beleid. Onderzoeksdoelen • Is het bestemmingsplan dat wordt opgesteld voor het project zoals hiervoor omschreven uitvoerbaar zoals het bepaalde in de Wro (art.

3.1.6 Bro)? • Welke, krachtens de Wet natuurbescherming, beschermde flora en fauna zijn (potentieel) aanwezig op de planlocatie en welke negatieve effecten kunnen optreden als gevolg van de beoogde ruimtelijke ingreep? • Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden of de wezenlijke kenmerken en waarden van provinciaal aangewezen beschermde gebieden? • Leidt de beoogde ruimtelijke ingreep tot kap van houtopstanden zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming? • Dienen er vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming en/of provinciaal aangewezen beschermde gebieden te worden genomen, en zo ja, welke?

Figuur 1.1 De planlocatie is gelegen aan de Startsedijk ong. te Mook.

4

1.1

Planlocatie De planlocatie is gelegen aan de Startsedijk ong. te Mook (figuur 1.2). De planlocatie bestaat uit een grasland wat ten tijde van het veldbezoek deels begraasd werd door paarden. Er zijn geen bomen of oppervlaktewater aanwezig. In bijlage 1 zijn een aantal foto’s opgenomen die een impressie geven van de planlocatie en de directe omgeving hiervan.

Figuur 1.2 De planlocatie (rood omkaderd) is gelegen aan de Startsedijk ong. te Mook. De directe omgeving van de planlocatie wordt gekenmerkt door agrarisch gebied en bosgebied de Mookerheide. Ten zuidwesten van de planlocatie stromen het Mooks kanaal en de Maas. Circa 1,4 km ten oosten ligt Natura 2000-gebied ‘Sint Jansberg’.

1.2

Beoogde ruimtelijke ingreep De beoogde ruimtelijke ingreep betreft de realisatie van een volkstuincomplex. Hierbij wordt een gebouw van circa 50 m2 geplaatst. De functie van het perceel dient te wijzigen van ‘Agrarisch’ naar ‘Recreatie-Volkstuinen’. Onderstaand volgt een korte opsomming van de ingrepen en effecten: • egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; • realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; • revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.

5

2 Methode Dit oriënterend onderzoek verkent alle relevante vakgebieden met betrekking tot de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt een beoordeling gegeven van de aanwezigheid van specifieke potentie voor beschermde flora en fauna op de planlocatie, de betekenis van de planlocatie voor de aanwezige soorten en de effecten van de voorgenomen ingrepen op de soorten. Dit onderzoek bestaat uit een veldbezoek en raadpleging van externe bronnen. De reikwijdte bestaat uit de Wet natuurbescherming en de provinciale omgevingsverordening.

2.1

Uitvoering onderzoek Het veldbezoek is een momentopname van de aanwezige flora en fauna. Op basis van dit veldbezoek wordt een inschatting gemaakt omtrent de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten. Tijdens het veldbezoek is de planlocatie nauwkeurig onderzocht, waarbij ook gelet werd op sporen en delen of restanten van planten en/of dieren. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 20 juli 2022 en is uitgevoerd door ing. R.C. Pickert. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren; droog, 1/8 bewolkt, 28 Celsius en windkracht 1-2 (Bft). Vaak zijn er al gegevens bekend over een planlocatie en de directe omgeving hiervan. Deze gegevens worden onder andere beheerd in rapporten en naslagwerken en door de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). In NDFF wordt normaliter hierbij een straal van 2 km aangehouden rondom de planlocatie. Afhankelijk van het karakter en ligging van de planlocatie kan een afwijkende afstand aangehouden worden. Raadpleging van externe bronnen levert vaak nuttige aanvullende informatie op en biedt daarmee een vollediger beeld van de (mogelijk) aanwezige flora en fauna.

2.2 Soortenbescherming De soortenbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten (Wnb art. 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (Wnb art. 3.5) en Andere soorten (Wnb art. 3.10). Hierin worden rust- en voortplantingsverblijfplaatsen en het functioneel leefgebied beschermd. Bij overtreding van een verbodsbepaling geldt een ontheffingsplicht. Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1) 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Habitatrichtlijn (Wnb art. 3.5) 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.

6

5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of

bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere soorten (Wnb art. 3.10) 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Van de verboden als bedoeld in Andere soorten Wnb art. 3.10 eerste lid kan door bevoegd gezag vrijstelling verleend worden voor het opzettelijk doden of vangen van individuen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of vaste rustplaatsen voor bepaalde soorten. Voor alle soorten in Nederland geldt dat er sprake is van een algemene zorgplicht (Wnb art. 1.11) . Hierin wordt voorgeschreven dat nadelige gevolgen voor flora en fauna voorkomen moeten worden.

Het uitgangspunt van de algemene zorgplicht is dat het doden, verwonden, verontrusten of beschadigen van flora en fauna wordt vermeden. Deze zorgplicht geldt voor iedereen. In de Omgevingsverordening van de Provincie Limburg is voor de volgende soorten vrijstelling opgenomen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen:

Tabel 2.1

Vrijgestelde soorten in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Limburg. (x1) = vrijstelling in periode maart – april en juli t/m november, (x2) = vrijstelling in periode 15 aug t/m februari, (x3) = vrijstelling in periode juli, augustus en september, (x4) = vrijstelling in periode 15 augustus t/m 15 oktober, * voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling in/op gebouwen en bijbehorende erven Wnb 3.10 3e lid.

Vrijgestelde soorten Aardmuis

Haas

Rosse woelmuis

Bastaardkikker

Hazelworm (x3)

Rode eekhoorn (x1)

Bosmuis *

Hermelijn

Steenmarter (x2)

Bruine kikker

Huisspitsmuis *

Tweekleurige bosspitsmuis

Bunzing

Kleine watersalamander

Veldmuis *

Dwergmuis

Konijn

Vos

Dwergspitsmuis

Levendbarende hagedis (x4)

Wezel

Egel

Meerkikker

Woelrat

Gewone bosspitsmuis

Ondergrondse woelmuis

Gewone pad

Ree

2.3 Gebiedsbescherming In Nederland zijn natuurgebieden aangewezen met een beschermde status. Deze natuurgebieden betreffen hoofdzakelijk Natura 2000-gebieden en provinciaal beschermde gebieden. Natura 2000-gebieden Voor werkzaamheden in Natura 2000-gebieden is bij mogelijke effecten een Voortoets vereist. Met de Voortoets wordt bepaald of de plannen mogelijk negatieve effecten hebben op de doelstellingen van Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden kunnen ook externe effecten als stikstofdepositie en licht- of geluidsuitstraling van invloed zijn. Bij negatieve effecten op beschermde natuurgebieden dient een vergunning voorhanden te zijn.

7

Provinciaal beleid Onderstaande teksten zijn gebaseerd op de meest recente versie van de Omgevingsverordening. Natuurnetwerk Nederland De Goudgroen natuurzone, Bronsgroene landschapszone, Beschermingsgebied Nationaal Landschap, Zone natuurbeek en Zilvergroene natuurzone maken deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt het ‘nee, tenzij’-principe. Het uitgangspunt is dat een bestemmingsplan geen nieuwe activiteiten mogelijk maakt die de wezenlijke kenmerken en waarden, kwaliteit, oppervlakte en samenhang van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) aantasten. Uitzonderingen hierop betreffen ruimtelijke ontwikkelingen met een groot openbaar belang, situaties waarbij er sprake is van het ontstaan van een meerwaarde en situaties waarbij er sprake is van een beperkte uitbreiding van bestaande ruimtelijke ontwikkelingen. Bij aantasting van het Natuurnetwerk Nederland geldt een compensatieplicht. Ten aanzien van de Goudgroene natuurzone, Bronsgroene landschapszone, Beschermingsgebied Nationaal landschap, Zone natuurbeek en/of Zilvergroene natuurzone geldt dat externe werking geen toetsingskader is. Bij negatieve effecten op beschermde natuurgebieden.

2.4 Houtopstanden Houtopstanden onder de Wnb betreffen zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, met een oppervlakte van 1000 m2 of meer, of een rijbeplanting met meer dan 20 bomen. Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaand melding te doen bij gedeputeerde staten. Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, dient deze binnen drie jaar herplant te worden. Het vellen van houtopstanden is niet meldingsplichtig in het kader van de Wnb als het één van de volgende typen houtopstanden betreft (Wnb art.

4.1): a) houtopstanden binnen de door gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b) houtopstanden op erven of in tuinen; c) fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d) naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, niet ouder dan twintig jaar; e) kweekgoed; f) uit populieren of wilgen bestaande: (1) wegbeplantingen, (2) beplantingen langs waterwegen en/of (3) éénrijige beplantingen langs landbouwgronden; g) het dunnen van een houtopstand; h) uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: (1) ten minste eens per tien jaar worden geoogst, (2) bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en (3) zijn aangelegd na 1 januari 2013.

2.5 Houdbaarheid en toepassing De beoogde ruimtelijke ingreep wordt getoetst aan de actuele wetgeving en provinciale verordening. Over het algemeen heeft een quickscan Wet natuurbescherming een houdbaarheid van 3 jaar, mits binnen deze periode de omstandigheden op de planlocatie, de wetgeving en de provinciale verordening niet wezenlijk veranderen.

8

3 Beoordeling 3.1

Soortenbescherming Op basis van het veldbezoek en de bureaustudie wordt per soortgroep besproken wat de potentie van de planlocatie en de directe omgeving daarvan voor het voorkomen van soorten is, en welke effecten daarop te verwachten zijn ten gevolge van de beoogde ruimtelijke ingreep. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten geldt vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. In de voorliggende beoordeling is specifiek gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling geldt. Planten Binnen een straal van 2 km van de planlocatie is het voorkomen bekend van de volgende beschermde planten: akkerogentroost, dreps, groot spiegelklokje, grote leeuwenklauw, korensla en liggende ereprijs (NDFF 2012-2022). De planlocatie is een grasland wat deels begraasd wordt. De akkerogentroost, dreps en korensla komen voor op akkers met voornamelijk wintergraan en groeien op zonnige, open plaatsen op matig voedselarme, vochtige en kalkrijke grond. Op de planlocatie zijn veel grassoorten aanwezig welke een hoge concurrentiedruk geven. Daarnaast zijn de soorten op circa 1,0 km van de planlocatie waargenomen er is de verspreidingsafstand van deze soorten vrij laag (circa 100 m). Cumulatief kan de aanwezigheid van akkerogentroost, dreps en korensla uitgesloten worden.

Het groot spiegelklokje staat op open, vochtige, stikstofarme, matig voedselrijke bodems. Voorbeelden hiervan zijn zandige stroomruggen in rivierdalen, open plekken van dijken, graanakkers en stoppelvelden. Gezien de afwezigheid van deze biotopen wordt de aanwezigheid van het groot spiegelklokje op de planlocatie uitgesloten. Grote leeuwenklauw groeit op zonnige, open plaatsen en op matig voedselrijke tot voedselrijke kalkhoudende grond. Voorbeelden hiervan zijn bermen langs onverharde wegen, akkers, waterkanten, braakliggende grond, dijken, tuinen en langs spoorwegen. Deze soort is recent (2020) op circa 400 m afstand van de planlocatie waargenomen. Gezien de afstand tot de planlocatie en de standplaats is niet uit te sluiten dat de grote leeuwenklauw op de planlocatie aanwezig is. Er dient aanvullend onderzoek naar de grote leeuwenklauw uitgevoerd te worden alvorens de werkzaamheden van start kunnen gaan (zie H5.3). Liggende ereprijs komt voor op voedselarme zandige grond en stenige, warme plaatsen. Op de planlocatie zijn geen geschikte standplaatsen aanwezig, derhalve is de aanwezigheid van de liggende ereprijs uitgesloten. Ter plaatse van de planlocatie is slechts sprake van inheemse of aangeplante planten. Enkele waargenomen soorten betreffen: boerenwormkruid, duizendblad, Engels raaigras, gestreepte witbol, grote brandnetel, ridderzuring en smalle weegbree.

De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot aantasting van beschermde en/of kwetsbare vegetatie. Grondgebonden zoogdieren Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid bekend van de volgende zoogdieren: aardmuis, bever, boommarter, bosmuis, bruine rat, bunzing, das, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, haas, huismuis, huisspitsmuis, konijn, mol, ree, rode eekhoorn, rosse woelmuis, steenmarter, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, wezel, wild zwijn en woelrat (NDFF 2012-2022). Voor de volgende soorten geldt dat deze beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming en dat er geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen: bever, boommarter, das, rode eekhoorn, steenmarter en wild zwijn.

9

Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen aangetroffen van (beschermde) zoogdieren. De bever komt voor in overgangsgebieden tussen land en water. Hierbij dienen voldoende zachthoutsoorten aanwezig te zijn. Gezien de planlocatie een grasland betreft zonder oppervlaktewater of bomen is de aanwezigheid van de bever uitgesloten. De boommarter, rode eekhoorn en wild zwijn komen voor in bossen en parken met grote bomen. Deze soorten zijn dan ook voornamelijk waargenomen in de bosgebieden ten noorden van de planlocatie. Wegens het ontbreken van bomen is de aanwezigheid van deze soorten derhalve uitgesloten. De das is veelvuldig waargenomen, waaronder als verkeersslachtoffer bij de N271, welke op circa 180 m van de planlocatie ligt. De das komt voor in gevarieerd landschap met bosschages, akkers en weilanden. De waarnemingen aan de N271 suggereren dat de das regelmatig foerageert in de graslanden. Op de planlocatie zijn geen wissels of andere sporen als neusputjes waargenomen. Derhalve maakt de planlocatie geen essentieel onderdeel uit van het essentiële foerageergebied van de das. De beoogde ontwikkeling is het realiseren van een volkstuinencomplex. Hierdoor zal er slechts beperkte afname zijn van niet essentieel leefgebied. Cumulatief kunnen negatieve effecten op de das uitgesloten worden.

De steenmarter is verspreid rond de planlocatie waargenomen, voornamelijk in de woonwijken van Mook. De steenmarter komt voor in cultuurlandschap, maar wordt tevens in stedelijk gebied aangetroffen. Op de planlocatie zijn geen geschikte plekken voor vaste rust- of voorplantingsplaatsen aanwezig. De beoogde ontwikkeling betreft het realiseren van een volkstuinencomplex. Het mogelijke foerageergebied zal derhalve niet verminderen. Wegens de aantrekkingskracht op muizen, egels en andere kleine zoogdieren zal het foerageergebied juist versterkt worden. Negatieve effecten op de steenmarter zijn derhalve uitgesloten. Door vorengenoemde is het uitgesloten dat er sprake is van een essentiële functie op de planlocatie voor soorten van de Habitatrichtlijn en niet vrijgestelde andere soorten. De planlocatie heeft enkel mogelijk een functie voor algemene soorten. Dit betreft met name egel, konijn, mol en veldmuis. Dergelijke soorten zijn dermate opportunistisch dat in de directe omgeving voldoende vergelijkbaar habitat aanwezig is waar ze zich al dan niet tijdelijk kunnen ophouden. Bovendien geldt voor dergelijke algemene soorten vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Er is ten aanzien van grondgebonden zoogdieren geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming.

Vleermuizen Binnen een straal van 2 km is het voorkomen bekend van de volgende vleermuissoorten: gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis (NDFF 2012-2022). Onder de Wet natuurbescherming zijn alle in Nederland voorkomende vleermuizen als Habitatrichtlijnsoorten beschermd (Wnb art. 3.5). Laanvormige bomenrijen, oude bomen met gaten en scheuren, (oude) gebouwen met kieren en spleten en/of structuurrijke groenelementen kunnen een functioneel onderdeel zijn van een vleermuishabitat. Ongeacht de mogelijke aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen kunnen vleermuizen gebruikmaken van de planlocatie tijdens vliegbewegingen en foerageeractiviteiten. Hier dienen in het kader van de algemene zorgplicht mogelijk maatregelen genomen te worden (zie H5.4). Op de planlocatie zijn geen bomen aanwezig. De ontwikkeling resulteert derhalve niet in het wegnemen van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen. Wegens het ontbreken van bebouwing is het voor vleermuizen onmogelijk om op de planlocatie een geschikte verblijfplaats te vinden. Het is uit te sluiten dat de bebouwing op de planlocatie gebruikt wordt door vleermuizen die in bebouwing leven, zoals gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis.

Hoewel het uitgesloten is dat vleermuizen de planlocatie gebruiken als verblijfplaats, bestaat de mogelijkheid dat vleermuizen de planlocatie gebruiken als foerageergebied en/of vliegroute. Het is mogelijk dat de planlocatie als foerageergebied gebruikt wordt. Ten gevolge van de beoogde ruimtelijke ingreep wordt dit niet aangetast. Het gebruik van de planlocatie als vliegroute is uitgesloten wegens het ontbreken van lange structuren.

10

Amfibieën Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid bekend van de volgende amfibieënsoorten: Alpenwatersalamander, bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kamsalamander en kleine watersalamander (NDFF 2012-2022). Voor de volgende soorten geldt dat deze beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming en dat er geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen: Alpenwatersalamander en kamsalamander. Amfibieën leven zowel in een aquatisch als terrestrische omgeving. Deze omgevingen betreffen voortplantingswater, foerageergebieden en overwinteringsstructuren. Deze habitatonderdelen dienen op korte afstand van elkaar te liggen. Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën aangetroffen op de planlocatie. Zowel de Alpenwatersalamander als de kamsalamander zijn waargenomen in de bosgebieden ten noorden van de planlocatie. Op de planlocatie is geen oppervlaktewater of geschikt overwinteringsgebied aanwezig. De aanwezigheid van beide soorten is derhalve uitgesloten. Het is niet uit te sluiten dat algemene soorten, zoals de bruine kikker en gewone pad voorkomen op de planlocatie. Deze dieren vallen echter onder de vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen op basis van de vastgestelde provinciale verordeningen. Er is ten aanzien van amfibieën geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming.

Reptielen Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid bekend van de volgende inheemse reptielen: gladde slang, hazelworm en zandhagedis (NDFF 2012-2022). Voor alle inheemse reptielen geldt dat deze beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming en geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Reptielen zijn over het algemeen verbonden aan structuurrijke en weinig verstoorde biotopen als heidevelden, bosgebied en natuurlijke oevers. Alle waargenomen reptielen bevonden zich in de bosgebieden ten noorden van de planlocatie. De planlocatie biedt wegens het ontbreken van oppervlaktewater, heide of zandgronden geen geschikt leefgebied voor deze soorten. De aanwezigheid van de gladde slang, ringslang en zandhagedis is uitgesloten. Er is ten aanzien van reptielen geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming. Vissen Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid van beschermde vissoorten niet bekend (NDFF 20122022). Op de planlocatie en binnen de invloedssfeer van de beoogde ruimtelijke ingreep bevindt zich geen oppervlaktewater. Er is ten aanzien van vissen geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming.

Insecten en andere ongewervelden Binnen een straal van 2 km is de aanwezigheid bekend van de volgende beschermde insecten of ongewervelden: grote vos, grote weerschijnvlinder, rivierrombout, sleedoornpage en vliegend hert (NDFF 2012-2022). Op de planlocatie zijn gedurende het veldbezoek geen (sporen en/of delen van) beschermde vlinders, libellen of andere ongewervelden aangetroffen. Grote vos, grote weerschijnvlinder, sleedoornpage en het vliegend hert worden regelmatig waargenomen in bosrijke omgevingen en langs bosranden. Daarnaast kan het habitat vochtig tot vrij droog zijn. De waardplanten bestaan uit verscheidende wilgensoorten (grote vos en grote weerschijnvlinder), en planten uit de rozenfamilie (sleedoornpage). Het vliegend hert behoeft rottend hout voor de larven. De planlocatie betreft een grasland zonder bomen. Tevens zijn er geen waardplanten aanwezig voor de genoemde vlindersoorten. De aanwezigheid van de vlindersoorten en het vliegend hert is derhalve uitgesloten. De rivierrombout komt voor langs rivieren met zandafzettingen. Wegens het gebrek aan oppervlaktewater is de aanwezigheid uit te sluiten. Er is ten aanzien van insecten en andere ongewervelden geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming. 11

Vogels Op de planlocatie en de directe omgeving hiervan zijn tijdens het veldbezoek de volgende soorten waargenomen: boerenzwaluw, buizerd, gierzwaluw en huismus. Gedurende het veldbezoek zijn individuen aangetroffen van vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestlocatie en/of leefgebied. Binnen een straal van 100 meter van de planlocatie is vastgestelde aanwezigheid van nestlocaties van jaarrond beschermde vogels niet bekend (NDFF 2012-2022). Vogels - Jaarrond beschermde nestlocaties (cat. 1 t/m 4) Huismussen zijn sterk geassocieerd met mensen. De nestplaats is in de regel gebonden aan bebouwing. Voor zijn voedsel is de huismus sterk afhankelijk van wat de mens hem al dan niet bewust biedt. Deze voedselbron moet continu aanwezig zijn. De huismus heeft een sterke binding met mensen en komt tot broeden in of tegen gebouwen in dorpen en steden, in en bij boerderijen, maneges, kinderboerderijen en andere vormen van bebouwing in het landelijk gebied. (BIJ12 kennisdocument Huismus, 2017). Er zijn tijdens het veldbezoek meerder huismussen waargenomen bij een schuur welke buiten de planlocatie staat. Op de planlocatie is geen bebouwing aanwezig. Het voorkomen van nestlocaties van huismus op de planlocatie kan derhalve uitgesloten worden. Het foerageergebied zal wegens de ruimtelijke ontwikkeling versterkt worden.

Van aantasting van nestlocaties en functioneel leefgebied van de huismus is derhalve geen sprake. De gierzwaluw heeft als oorspronkelijk rotsbewoner de rotsen ingeruild voor bebouwing. De soort broedt daardoor hoofdzakelijk in stedelijk gebied in donkere holtes van ventilatieschachten, spleten in muren en onder (pannen)daken (BIJ12 kennisdocument Gierzwaluw, 2017). Tijdens het veldbezoek zijn enkele overvliegende gierzwaluwen waargenomen. Er is geen bebouwing op de planlocatie aanwezig. Hierdoor kan de aanwezigheid van gierzwaluw op de planlocatie uitgesloten worden. Er zijn geen grote nesten of horsten aangetroffen in de bomen rondom de planlocatie. De aanwezigheid van in bomen broedende soorten als buizerd, sperwer en ransuil kan uitgesloten worden. Op de planlocatie is sprake van functioneel leefgebied van roofvogelsoorten en uilen, echter zal dit met de ruimtelijke ontwikkeling niet aangetast worden. Gezien de aantrekkingskracht op muizen en andere kleine zoogdieren zal het foerageergebied mogelijk juist versterkt worden. Er is wat betreft vogels met jaarrond beschermde nesten geen sprake van het vangen of doden van individuen, het wegnemen van rust- of nestplaatsen, of het wegnemen van structuren die essentieel zijn in het functioneren van rust- of nestplaatsen.

Vogels - Algemene broedvogels De planlocatie voorziet in beperkt voedselaanbod en structuurrijke schuilgelegenheden voor algemene soorten. De planlocatie vormt voor algemene broedvogels zoals ganzen en de kieviet geschikte nestlocaties. Gedurende het broedseizoen zijn de nesten en de functionele leefomgeving van voornoemde soorten beschermd. Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische omstandigheden en betreft indicatief de periode 15 maart t/m 15 juli. Ten aanzien van algemene broedvogels kunnen de kap- en sloopwerkzaamheden worden opgestart buiten het broedseizoen en/of na het ongeschikt maken van de planlocatie. Indien de beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een ter zake deskundige.

12

3.2 Gebiedsbescherming Natura 2000 De planlocatie maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Op een afstand van circa 1,4 km ligt het Natura 2000-gebied ‘Sint Jansberg’ (figuur 3.1).

Figuur 3.1 De planlocatie ligt op een afstand van circa 1,4 km tot het Natura 2000-gebied ‘Sint Jansberg’ (bron: nationaal Georegister PDOK). De beoogde ruimtelijke ingreep betreft de realisatie van een volkstuinencomplex. Ondanks dat deze buiten een Natura 2000-gebied uitgevoerd wordt, kunnen er nog steeds effecten optreden. Voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden per definitie te groot is om te resulteren in negatieve effecten. Een toename in stikstofdepositie kan een negatief effect sorteren op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden. Ten opzichte van de huidige situatie leidt de beoogde ruimtelijke ingreep in de gebruiksfase tot een toename in het aantal verkeersbewegingen. Gedurende de bouwfase kan er een beperkte en tijdelijke stikstofemissie verwacht worden ten gevolge van het gebruik van mobiele werktuigen en bijbehorende verkeersbewegingen. De Wet natuurbescherming bevat ten gevolge van de Stikstofwet per d.d. 1 juli 2021 een partiële vrijstelling voor activiteiten gedurende de bouwfase. Hiermee kunnen de gevolgen van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door aangewezen activiteiten van de bouwsector buiten beschouwing worden gelaten (Wnb art. 2.9a). De juridische status van deze partiële vrijstelling kan in de toekomst wijzigen.

Als activiteiten van de bouwsector worden aangewezen (algemene maatregelen van bestuur stikstofreductie en natuurverbetering): a. het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen; b. het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen.

13

Gezien er sprake is van een grote afstand (1,4 km) tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en er sprake is van een ontwikkeling van beperkte omvang wordt op voorhand uitgesloten dat er sprake is van een verhoging van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden. Een berekening middels de AERIUS-Calculator kan derhalve achterwege blijven. Provinciaal aangewezen gebieden De planlocatie maakt deel uit van een beschermd gebied betreffende de Bronsgroene landschapszone (figuur 3.2). De planlocatie maakt geen deel uit van de Goudgroene natuurzone, Zilvergroene natuurzone of de Zone natuurbeek. Op een afstand van circa 440 m ligt de Goudgroene natuurzone (figuur 3.2). Op een afstand van circa 680 m ligt de Zilvergroene natuurzone (figuur 3.2). Het Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg is gelegen op meer dan 40 km afstand. Ten aanzien van provinciaal aangewezen gebieden geldt dat externe werking geen toetsingskader is.

Figuur 3.2 De planlocatie ligt binnen de Bronsgroene landschapszone, op een afstand van circa 210 m tot de Goudgroene natuurzone en circa 800 m tot de Zilvergroene natuurzone (bron: polviewer.nl) De kernkwaliteiten in de Bronsgroene landschapszone betreft het groene karakter, het visueelruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van een volkstuincomplex. Er wordt enkel één gebouw geplaatst van circa 50 m2. Dit zal één bouwlaag bevatten. Het groene karakter en visueel-ruimtelijke karakter zullen derhalve behouden blijven. De planlocatie is een grasland zonder reliëf of cultuurhistorische elementen. Deze worden derhalve tevens niet aangetast. Negatieve effecten op de kernkwaliteiten van de Bronsgroene landschapszone zijn derhalve niet aan de orde.

3.3 Houtopstanden Wet natuurbescherming In de beoogde ingreep zijn geen kapwerkzaamheden voorzien. Een meldingsplicht in het kader van Wnb is niet noodzakelijk.

14

4 Samenvatting 4.1

Soortenbescherming Er dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden naar de grote leeuwenklauw. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor soorten welke niet beschermd zijn (behoudens de algemene zorgplicht) en/of waarvoor een vrijstelling geldt. Voor broedvogels geldt dat de nesten van alle soorten beschermd zijn tijdens het broedseizoen (indicatief 15 maart – 15 juli).

Tabel 4.1

Overzicht van de Soortenbescherming.

Soortgroep

Bescherming Wnb

Soortspecifiek onderzoek

Planten Grote leeuwenklauw Grondgebonden zoogdieren

Ja

Mogelijke functie planlocatie

Standplaats

Vleermuizen Amfibieën Reptielen Vissen Insecten en andere ongewervelden Vogels (cat. 1 t/m 4) Vogels (Algemeen en cat. 5)

4.2 Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of provinciaal aangewezen beschermde gebieden. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. Een AERIUS-berekening, Voortoets en/of ‘nee, tenzij’-toets is niet noodzakelijk.

Tabel 4.2 Overzicht van beschermde gebieden in het kader van gebiedsbescherming. Gebiedsbescherming

Afstand

Mogelijke effecten

Nader onderzoek

Natura 2000 Bronsgroene landschapszone Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg Goudgroene natuurzone Zilvergroene natuurzone

1,4 km 0 km

Geen Geen

N.v.t. N.v.t.

40 km

Geen

N.v.t.

210 m 800 m

Geen Geen

N.v.t. N.v.t.

4.3 Houtopstanden Op de planlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=5c679323-c1e5-4569-ad72-79c4ec6632cd