Agendabundel
Tekst van het document
Naam en ondertekening:
Drs. P. Wijers, fractievoorzitter DGP Drs. F.M.M. Jongen, fractievoorzitter CDA mevrouw C.A.M. van den Bergh-Visser, fractievz. WD. ..
Drs. L Tonnaer, fractievz PvdA
A
\ (\
Drs F van Santwijk, fractievz GroenLinks
cm
'\
Behandeld in de raadsvergadering van 30 januari 2020 De raad voornoemd, De griffier,
Aangenomen 1 Verworpen Stemverhouding: Tegen: 0 Voor: 1f
De voorzitter, Mr. drs. W. Gradisen "
1 BIJLAGE 1.3 Raadsbesluit 30 januari 2020 DEF.pdf
Raadsbesluit
Gemeente Mook en Middelaar
Documentnummer
Onderwerp
: Grondstoffenplan
De raad der gemeente Mook en Middelaar, Gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders d.d. 7 januari 2020 Gelet op het advies van de raadscommissie d.d. 22 januari 2020
Besluit: 1. Het Grondstoffenplan 2021, behalve hoofdstuk 5, vast te stellen. 2. Het onderdeel omgekeerd inzamelen verder uit te laten werken en op basis daarvan hoofdstuk 5 aan te passen en opnieuw voor te leggen aan de gemeenteraad. 3. Tot de verdere uitwerking aan de gemeenteraad voorligt de huidige inzamelwijze te handhaven.
Aldus besloten in zijn openbare vergadering d.d. 30 januari 2020
De raad voornoemd,
De voorzitter, mr. drs. W. Gradisen
(
Documenti
Pagina 1 van 1
1 BIJLAGE 2 Nota Grondstoffenplan naar omgekeerd inzamelen.docx
Concept 11-3-21
Nota Kaders Grondstoffenplan 2021: naar Omgekeerd inzamelen
Inhoud 1
Inleiding ...........................................................................................................................................1
2
Beschrijving Omgekeerd inzamelen ................................................................................................2 Keuze voor Omgekeerd inzamelen ..................................................................................................2 Het principe Omgekeerd inzamelen ................................................................................................2 Omgekeerd inzamelen in Mook en Middelaar ................................................................................2 Start .................................................................................................................................................2
3
Uitwerking per afvalstroom.............................................................................................................3 Restafval ..........................................................................................................................................3 GFT...................................................................................................................................................3 Oud papier en Karton (OPK) ............................................................................................................4 Plastic, Metaal, Drankenkartons (PMD)...........................................................................................4 Incontinentie materiaal ...................................................................................................................4 Milieustraat .....................................................................................................................................5 Prognose afvalscheiding ..................................................................................................................5
4
Kosteneffect ....................................................................................................................................6
Bijlage: Overzicht maatregelen uit concept grondstoffenplan 2021....................................................10
1
Concept 11-3-21
1
Inleiding
Verduurzamen is een belangrijk speerpunt van het college akkoord 2018-2022. De gemeente Mook en Middelaar ondersteunt de transitie naar circulaire economie en samenleving. De inspanningen zijn er onder andere op gericht om de kringlopen op het gebied van grondstoffen te sluiten, waarbij het gescheiden inzamelen en recyclen een belangrijke pijler is. Het belang hiervan wordt onderstreept door het Nederlandse afvalbeleid. Het kabinet wil toegroeien naar een circulaire economie waarin uiteindelijk geen afval meer bestaat. Met het programma Van Afval Naar Grondstof (VANG) scherpt het ministerie de afvalscheiding verder aan. Het programma VANG – huishoudelijk afval is ontwikkeld om gemeenten te helpen om de nodige stappen te zetten naar een circulaire economie. Naast afvalscheiding zijn preventie en grondstofketens sluiten belangrijke speerpunten. Daarnaast ontmoedigt het ministerie het veroorzaken van restafval door bijvoorbeeld het heffen van belasting op het verwerken van restafval. De VANG doelstelling voor 2020 is, ondanks een dalende tendens de afgelopen jaren, niet behaald in gemeente Mook en Middelaar. Deze doelstelling was 100 kg restafval per inwoner per jaar en het aantal ingezamelde kilo’s in 2020 bedroeg 105 kg per inwoner. In het jaar 2019 was dit 111 kg per inwoner.
Om te voldoen aan de VANG doelstelling voor 2025, 30 kilo restafval per inwoner per jaar, zullen er nog aanvullende maatregelen moeten worden genomen. De gemeente Mook en Middelaar heeft de ambities van het VANG programma voor haar gemeente opgenomen in het grondstoffenplan 2021. De implementatie van Omgekeerd inzamelen kan daarnaast een sterke bijdrage leveren aan het verminderen van het restafval per inwoner. Dit memo licht de kaders bij deze beoogde implementatie verder toe. Doel van deze nota is om invulling te geven aan het besluit van de raad van 30 januari 2020 waarbij het Omgekeerd inzamelen verder worden uitgewerkt en de maatregelen uit hoofdstuk 5 van het Grondstoffenplan 2021 worden herzien.
1
Concept 11-3-21
2
Beschrijving Omgekeerd inzamelen
Keuze voor Omgekeerd inzamelen Om afvalscheiding nog verder te stimuleren heeft het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Mook en Middelaar ervoor gekozen om het inzamelsysteem “Omgekeerd inzamelen” te implementeren. Dit inzamelsysteem kan een forse reductie van de hoeveelheid restafval realiseren via service prikkels. Er wordt bij dit inzamelsysteem veel service geboden bij het inzamelen van recyclebare stromen (grondstoffen) zoals GFT afval, oud papier en PMD (plastic, metaal en drankenkartons). Voor de ongewenste restafvalstroom moet de inwoner meer moeite doen. Ook de inzameling en verwerking van luiers en incontinentiemateriaal zal bijdragen aan het verminderen van het restafval.
Het principe Omgekeerd inzamelen Bij Omgekeerd inzamelen wordt afvalscheiding gestimuleerd door middel van een serviceprikkel voor inwoners. De gedachte hierachter is dat het de inwoners zo gemakkelijk mogelijk wordt gemaakt om recyclebare stromen te scheiden: de grondstoffen OPK, GFT en PMD worden aan huis opgehaald. Voor de ongewenste restafvalstroom moet de inwoner meer moeite doen. Inwoners brengen hun restafval zelf weg naar de ondergrondse verzamelcontainer. Door het gemakkelijk te maken om goed afval te scheiden houden de meeste inwoners weinig restafval over en hoeven zij slechts een kleine hoeveelheid restafval weg te brengen. Dit kunnen zij doen wanneer het hen uitkomt; de ondergrondse containers zijn altijd beschikbaar. Het Omgekeerd inzamelen systeem is binnen de Dar regio al bij de gemeenten Beuningen en Druten ingevoerd. In deze gemeenten is de hoeveelheid restafval fors teruggebracht. Omgekeerd inzamelen geeft een positieve bijdrage aan het milieu, terwijl de totale afvalkosten voor een gemiddeld huishouden lager zullen zijn.
Omgekeerd inzamelen in Mook en Middelaar
Ieder huishouden in de laagbouw heeft 2 afvalcontainers (GFT en PMD). De grondstoffen OPK, GFT en PMD worden zonder tariefheffing ingezameld. Inzamelkosten zijn opgenomen in de afvalstoffenheffing. Restafval kan worden weggebracht naar ondergrondse verzamel containers. Huishoudens betalen per klepopening, de registratie verloopt via de afvalpas die bewoners ontvangen en men ontvangt aan het eind van het jaar een rekening vanuit het belastingsysteem van de gemeente Mook en Middelaar. OPK wordt los aangeboden in de gehele gemeente. (Momenteel wordt alleen huis aan huis ingezameld in de kernen Mook en Molenhoek.) Mook en Middelaar krijgt een netwerk van ondergrondse restafvalcontainers. Luiers en incontinentie materiaal worden separaat ingezameld (breng locaties).
Start Per 1 januari 2022 kan het Omgekeerd inzamelen starten in de gemeente Mook en Middelaar, met de ambitie om de hoeveelheid restafval voor 2025 terug te brengen naar 30 kg per inwoner per jaar en de totale afvalkosten voor een gemiddeld huishouden te verminderen.
2
Concept 11-3-21
3
Uitwerking per afvalstroom
In deze paragraaf worden de diverse onderdelen van de afvalinzameling toegelicht. Deze waren ook opgenomen in het concept Grondstoffenplan 2021 (zie bijlage) waarvoor een nieuwe uitwerking is gemaakt.
Restafval Het vrijkomend restafval wordt door de inwoners naar ondergrondse verzamelcontainers gebracht die op centrale locaties worden geplaatst in de gemeente Mook en Middelaar. De inwoners ontvangen een afvalpas voor het openen van deze container. Het aantal klepopeningen wordt geregistreerd en aan het eind van het jaar ontvangen de inwoners een belastingaanslag van de gemeente. De gemeente stelt een vast bedrag per klepopening vast dat als dekking dient voor het aanbieden en verwerken van restafval. Het systeem werkt 24 uur per dag, 7 dagen per week en inwoners kunnen dus op elk gewenst moment van de dag hun afval kwijt en hoeven niet te wachten op een inzamelronde. Dit systeem is een alternatief op het aanbieden van afval in een tariefzak, waarbij de inwoner ook betaalt per aangeboden afvalzak, het zogenaamde diftar systeem. Zie ook bijlage Concept grondstoffenplan - maatregel 1
Aandachtspunten
Kans op bijplaatsingen van afval naast de container of dumping in de natuur, omdat sommige inwoners de kosten per klep opening willen vermijden. Dit risico bestaat, maar is in overige gemeenten die Omgekeerd inzamelen toepassen beperkt gebleven. Het wordt gemitigeerd door tijdig containers te ledigen en te zorgen voor goede communicatie. Als inwoners goed afval scheiden, blijft er immers maar een zeer beperkte restafvalfractie over. Gemeente bepaalt zelf de kosten per klep-opening, bij gelijkstellen van de klepopening in de regio, € 1,00 per opening zullen de inkomsten voor de gemeente lager zijn, dan bij de huidige tarief van € 0,28 per kilo. Tegemoetkoming van inwoners die moeilijk ter been zijn door middel van maatwerk. Ervaring leert dat in de meeste gevallen de directe omgeving van deze groep de benodigde hulp kan bieden. Voor inwoners in het buitengebied zal de gemiddelde afstand tot een container veel groter zijn, hier kan weerstand door ontstaan. Het aantal containers is in de uitgangspunten gebaseerd op 250 huishoudens per container.
GFT GFT wordt ingezameld door middel van rolcontainers; deze vorm van inzamelen is al in de gemeente Mook en Middelaar al langer gangbaar. Het huidige systeem is voorzien van een weegmethode om de ingezamelde kilogrammen af te kunnen rekenen met de inwoners. Bij het invoeren van Omgekeerd inzamelen is het afrekenen van herbruikbare fracties niet gewenst om zo optimaal scheidingsgedrag te stimuleren. Bij invoering zal het tarief of GFT derhalve komen te vervallen om zo een zo groot mogelijk scheidingspercentage te kunnen behalen. Hierdoor worden inwoners ook gestimuleerd het aanwezige GFT in hun restafval nog beter te scheiden. Voor hoogbouw of gestapelde bouw zijn er verschillende mogelijkheden om het scheidingsgedrag te stimuleren. Door het plaatsen van verzamelcontainers, eventueel afsluitbaar, is het voor inwoners mogelijk het afval buiten de woning op te slaan tot aan de inzameldag. De invoering van dergelijke verzamelcontainers betreft maatwerk per complex. Er zal per locatie onderzocht worden welk systeem passend is als onderdeel van de implementatie van Omgekeerd inzamelen. Zie ook bijlage Concept grondstoffenplan - maatregel 2, 3 en 4
Aandachtspunten
Door het vervallen van het tarief op GFT zullen de inkomsten voor de gemeente voor deze grondstof afnemen. De kwaliteit van het ingezamelde GFT kan afnemen omdat inwoners hun restafval bij het GFT stoppen. In overige gemeenten is de afkeur van GFT afval na invoering van Omgekeerd inzamelen beperkt gebleven. Aangezien er al een tarief was voor restafval verwachten we niet dat vervuiling van het GFT sterk zal toenemen. Ook hier is goede communicatie van belang. Ook kunnen afvalcoaches ingezet worden om de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen te verbeteren. Dar rolt momenteel een programma uit om de kwaliteit van grondstoffen verder te verbeteren door interventies met afvalcoaches uit te voeren in wijken waar de kwaliteit ondermaats is.
3
Concept 11-3-21
Oud papier en Karton (OPK) In de hele gemeente zal het OPK los in bundels worden ingezameld. Door invoering van Omgekeerd inzamelen zal het aanbod van oud papier en karton toenemen. Voor de inwoners van de kernen Mook en Molenhoek verandert er niets aan de manier van het aanbieden van het oud papier en karton. Voor de inwoners van de kernen Plasmolen en Middelaar vervalt de brengvoorziening. Zij kunnen voortaan ook aan huis aanbieden. Met de vereniging wordt de mogelijkheid verkend om het OPK in de gehele gemeente (dus ook in Plasmolen en Middelaar) met hun in te laten zamelen. Dit betekent dat de vereniging meer oud papier kan inzamelen en daarmee per jaar meer vergoeding zou krijgen. Mocht de vereniging niet genoeg vrijwilligers beschikbaar hebben dan kan er ook voor gekozen worden om in Plasmolen en Middelaar met medewerkers van Dar in te laten zamelen. Zie ook bijlage Grondstoffenplan maatregel 5
Aandachtspunten
Huis aan huis inzameling zal ik de gehele gemeente plaatsvinden (nu alleen in de kernen Mook en Molenhoek). Het heeft de voorkeur om de inzameling met de huidige vereniging voort te zetten. Dit wordt momenteel afgestemd.
Plastic, Metaal, Drankenkartons (PMD) PMD wordt ingezameld door middel van rolcontainers. Voor hoogbouw locaties worden verzamelcontainers geplaatst, die beschikbaar worden gesteld voor de doelgroep door middel van de afvalpas. Gebruik van deze containers is voor deze doelgroep gratis (er is geen sprake van kosten per klepopening zoals bij restafval containers). Doordat de rolcontainer voor restafvalcontainer vervalt met de invoering van Omgekeerd inzamelen kan deze container geschikt gemaakt worden voor de inzameling van PMD. Er hoeft dan geen extra rolcontainer aangeschaft worden en de inwoners kunnen het PMD buiten, in een met een deksel afgesloten container, opslaan voordat het door de inzameldienst wordt ingezameld. Hierdoor hebben honden, katten en ongedierte geen kans om de zakken kapot te maken. Tijdens het aanbieden met slecht weer blijft het afval in de container en komen de zakken niet terecht in de natuur of op de rijbaan. Met het in gebruik nemen van een container vervallen ook de zakken, zodat deze niet meer gedistribueerd en aangeschaft hoeven te worden, dit is goed voor het milieu en levert een kostenbesparing op. Daarnaast kan op termijn ook ingezameld worden met zijladers, hetgeen kosten voor beladers bespaart. Zie ook bijlage Concept grondstoffenplan - maatregel 6
Aandachtspunten
Door het geschikt maken van de huidige restafvalcontainer voor PMD zal het voor de inwoners geen verschil maken voor de ruimte die er nodig is om de container bij huis te plaatsen en hoeven er geen nieuwe containers aangeschaft te worden. Geen kosten meer voor het produceren en distribueren van de PMD zakken.
Incontinentie materiaal Dar gaat inzameling van luiers en incontinentiemateriaal uitvoeren door rolcontainers te plaatsen bij hoofdzakelijk kinderdagverblijven en aanvullend op een aantal locaties in de openbare ruimte. Minimaal 80% van de kinderen gaat minimaal één dag in de week naar de kinderopvang of peuterspeelzaal. Daarom zal een groot deel van de containers bij of in de buurt van een kinderdagopvanglocatie staan. Bij de locaties in de openbare ruimte wordt gekeken naar toegankelijkheid voor gebruikers van incontinentiemateriaal. Een inwoner kan de container openen door het gebruik van de afvalpas. Deze worden door Dar opengesteld voor de doelgroep (automatisch voor gezinnen met kinderen <4 jaar en op aanvraag (discreet) voor gebruikers van incontinentiemateriaal. Dar zal gratis luierzakken (van gerecycled materiaal) verstrekken via o.a. kinderdagopvang, consultatiebureaus, apotheken, huisartsen en gemeentehuis. De inwoners kunnen de zakken vullen met luiers of incontinentiemateriaal en op ieder gewenst moment aanleveren op een locatie die voor hen handig is. Dar en gemeente Mook en Middelaar verwachten medio 2021 te kunnen starten met de inzameling van luiers en incontinentiemateriaal. Zie ook bijlage Concept grondstoffenplan - maatregel 7
4
Concept 11-3-21
Milieustraat In de loop van 2021 wordt dit onderdeel nog verder uitgewerkt. Er zijn meerdere opties mogelijk om de huidige milieustraat aan te passen en te behouden door bijvoorbeeld het invoeren van een pasjessysteem of het inzamelen van alleen de herbruikbare fracties. Zie ook bijlage Concept grondstoffenplan - maatregel 8
Prognose afvalscheiding Verwacht wordt dat met invoering van voorgaande maatregelen die samenhangen met het Omgekeerd inzamelen, een hogere afvalscheiding wordt bereikt. Gestreefd wordt naar een hoeveelheid restafval van 30kg per inwoner in 2030. De hoeveelheid GFT (lagere verwerkingskosten dan restafval), en de hoeveelheid PMD en OPK (opbrengsten per kilo) zal naar verwachting toenemen. Ook zal de hoeveelheid apart ingezamelde luiers toenemen. Deze kennen ook lagere verwerkingskosten dan restafval.
5
Concept 11-3-21
4
Kosteneffect
Uitgangspunten:
Cijfers zijn indicatief en op basis van de kaders zoals in dit memo geschetst Alle prijzen zijn exclusief BTW
Investeringskosten: De totale eenmalige investeringen bestaan uit: Projectkosten Aanschafkosten voor de ondergrondse containers Omzetten van restafval containers naar PMD containers Aanschafkosten containers incontinentiemateriaal In onderstaande tabel zijn de te verwachten investeringskosten weergegeven. De verwachte investering voor de implementatie van Omgekeerd inzamelen per huishouden is ca. €10, bij een afschrijvingsperiode van 10 jaar. Investering
EUR 1.000
projectkosten
€ 139
Aanschaf en plaatsing ondergrondse restafvalcontainers
€ 204
Omzetten PMD container
€ 19
aanschaf en uitrol luierinzameling
€1
Totaal
€ 363
Projectkosten (implementatie); ca. €139k De projectkosten bestaan uit: het maken van een locatieplan voor de ondergrondse containers, communicatie naar de inwoners, afstemmen met bewoners over de locaties, plannen van bewonersbijeenkomsten, begeleiding van de plaatsing van de containers, aanpassingen data beheer, toegankelijk maken van afvalpassen en afstemming met belastingsysteem gemeente Mook en Middelaar, gewenste aanvullende werkzaamheden. Ondergrondse containers restafval; ca. €204k In de berekeningen is uitgegaan van 15 te plaatsen ondergrondse containers in de gemeente Mook en Middelaar. Om een goed sluitend netwerk van ondergrondse containers te hebben is uitgegaan van 1 ondergrondse container per 250 huishoudens. Hiervoor is gekozen op basis van de ervaring die Dar in de gemeenten Beuningen en Druten heeft opgedaan. Met dit uitgangspunt is voor iedere bewoner een ondergrondse restafvalcontainer op een acceptabele afstand bereikbaar. Voor inwoners van het buitengebied zal de gemiddelde afstand groter zijn, zoals dit ook voor andere faciliteiten geldt. PMD containers; ca. €19k De containers dienen eenmalig te worden gewijzigd van restafval naar PMD containers. Door de aparte zak voor PMD te vervangen door rolcontainers treedt er op langere termijn een kostenbesparing op.
Hierdoor ontstaat een positief milieueffect: Er worden geen zakken meer geproduceerd en gedistribueerd; Ook kan op deze manier de restafval container opnieuw gebruikt worden. Containers incontinentiemateriaal; ca. €1k Er dienen containers te worden aangeschaft om inzameling van incontinentiemateriaal mogelijk te maken op een aantal breng locaties in de gemeente.
6
Concept 11-3-21 Structurele besparing per huishouden
Het implementeren van Omgekeerd inzamelen leidt tot een besparing op de inzamelkosten voor het huishoudelijk restafval. Daarnaast zullen de verwerkingskosten dalen omdat de hoeveelheid restafval afneemt vanwege de Omgekeerd inzamelen prikkel, maar ook vanwege de start van aparte inzameling van incontinentiemateriaal. Per saldo zullen de structurele kosten voor restafval dus afnemen. De inzamelkosten van GFT zullen niet wijzigen. Wel zal het tarief komen te vervallen en zal de hoeveelheid GFT afval stijgen waardoor de verwerkingskosten zullen toenemen. Per saldo zullen de GFT kosten dus stijgen. De inzamelkosten voor PMD stijgen licht door inzameling met containers. Echter het wegvallen van de productieen distributiekosten van de PMD zakken zal een besparing opleveren, per saldo zal dit voor de gemeente een positief resultaat van 9K opleveren. Ook verwachten we voor PMD een lichte stijging qua hoeveelheid, waardoor de opbrengsten van deze grondstof zullen toenemen. De inzamelkosten voor OPK zullen stijgen, dit wordt veroorzaakt doordat de brengvoorziening vervalt voor de kernen Plasmolen en Middelaar en er huis aan huis ingezameld gaat worden. Hierdoor is er meer inzet nodig van vrijwilligers en voertuigen, alsook de vergoeding naar de vereniging die hoger zal zijn doordat er meer papier ingezameld wordt.
Naar verwachting zal de opbrengst van het OPK iets stijgen doordat er meer wordt ingezameld. Inzamelkosten voor incontinentiemateriaal zullen nieuw zijn, maar verwerkingskosten voor dit materiaal zijn lager dan verwerking van dit materiaal als restafval
Tabel 1: kostenvergelijk restafval, PMD, GFT, papier en luiers (x €1.000)
2021 afschrijvingskosten
2022
2023
2024
2025
36
36
36
36
inzamelkosten
246
192
196
200
204
verwerkingskosten
76
52
37
21
7
Totaal
322
281
269
257
247
41
53
65
75
besparing
Totale impact van Implementatie Omgekeerd inzamelen per huishouden Het totale effect op de langere termijn is lastig in te schatten. Voor 2022 is een inschatting gemaakt op basis van impact per huishouden. Dit resulteert in een daling van de totale kosten (vastrecht + variabele kosten) per huishouden. De verwachting is dat afvalscheiding verder toe zal nemen door gewenning en communicatie, waardoor de kosten voor afval per huishouden verder kunnen afnemen.
7
Concept 11-3-21
Bijlage: Overzicht maatregelen uit concept grondstoffenplan 2021
8
Concept 11-3-21
9
1 BIJLAGE 3 RB omgekeerd inzamelen.docx
Raadsbesluit
Documentnummer Onderwerp
1 nota kaders omgekeerd inzamelen grondstoffenplan
De raad van de gemeente Mook en Middelaar, Gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders d.d. 16 maart 2021 Gelet op het advies van de raadscommissie d.d. 31 maart 2021
Besluit: 1. In te stemmen met het invoeren van het omgekeerd inzamelen conform bijgaande notitie, waarbij: - Op circa 15 plekken in de gemeente ondergrondse restafvalcontainers worden geplaatst; - De huidige restafvalcontainer (180 l) wordt ingezet als PMD-container; - Het kilotarief voor inzameling van gft-afval wordt afgeschaft; - De huis-aan-huis inzameling van oud papier naar de hele gemeente wordt uitgebreid; - De inzet van Don Bosco bij de papierinzameling wordt gecontinueerd; - Gestart wordt met de inzameling van luiers op enkele brenglocaties. - Een investering van € 362.350 voor projectkosten en uitvoering beschikbaar te stellen. - Deze investering af te schrijven in 10 jaar middels afschrijving ad € 36.235 per jaar; - De totale financiële gevolgen, zijnde een besparing van € 41.000 in 2022 ten opzichte van 2021 te verwerken in de tarieven 2022. Aldus besloten in zijn openbare vergadering d.d. 8 april 2021 De raad voornoemd,
De griffier
mr. M.A.M. van Arensbergen
De voorzitter mr. drs. W. Gradisen
7 Bestemmingsplan Eindweg 9 Middelaar 1 Dossier 1344 voorblad.pdf
Gecombineerde Commissie Samenleving en Grondgebied Dossiernummer
1344
Extern Zaak ID
CM20.0168
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
31 maart 2021
Agendapunt
7
Omschrijving
Bestemmingsplan Eindweg 9 Middelaar
Geagendeerd
Vergaderdatum
Gecombineerde Commissie
31 maart 2021
Samenleving en Grondgebied
1 Raadsvoorstel bestemmingsplan Eindweg 9 Middelaar.pdf
Raadsvoorstel
Documentnummer Onderwerp Datum raadsvergadering Raadscommissie Datum raadscommissie Programma Portefeuillehouder
CM20.0168 Bestemmingsplan "Eindweg 9, Middelaar" 8 april 2021 Grondgebied 31 maart 2021 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting G. Wienhoven
Bestemmingsplan "Eindweg 9, Middelaar" Inleiding Initiatiefnemer is voornemens de locatie Eindweg 9, 11 en 13 te Middelaar te herontwikkelen. De locatie heeft volgens het vigerende bestemmingsplan de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke en natuurwaarden’ met één bedrijfswoning, met plaatselijk de aanduidingen ´intensieve veehouderij´ en ´maximaal aantal wooneenheden: 2’ en de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie’ en plaatselijk ‘Waterstaat – Waterbergend rivierbed’. De initiatiefnemer wil de agrarische bebouwing slopen, twee bedrijfswoningen omzetten naar burgerwoningen, één bedrijfswoning herbouwen ten behoeve van drie aaneengebouwde woningen en vier vrijstaande woningen toevoegen. In totaal worden dus zes nieuwe woningen toegevoegd en bevat de ontwikkeling dus negen burgerwoningen. De bestemming zal dan veranderen in “Wonen” met behoud van de dubbelbestemmingen. Het ontwerpbestemmingsplan heeft zes weken ter inzage gelegen. In deze periode is één zienswijze ingediend. De zienswijze is als bijlage 1 toegevoegd. De zienswijze is beantwoord in een zienswijzennota (bijlage 2). Op basis hiervan is een wijziging van het ontwerpbestemmingsplan voorgesteld. Aan u daarom de vraag om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Voorstel 1. Akkoord te gaan met de beoordeling van de ingediende zienswijze, zoals beschreven in de zienswijzennota in bijlage 2.
2.Bestemmingsplan "Eindweg 9, Middelaar" gewijzigd vast te stellen, overeenkomstig de bij dit besluit behorende zienswijzennota (bijlage 2). Beoogd effect Aansluiten op de behoefte op de woningmarkt met 6 nieuwe woningen (en in totaal 9 burgerwoningen).
Pagina 1 van 5
Raadsvoorstel definitief bestemmingsplan "Eindweg 9, Middelaar", incl. zienswijzennota
Raadsvoorstel
Argumenten 1. Beantwoording zienswijze 1.1 Volgens de indiener is de beredenering/ berekening voor de compensatie van het winterbergend rivierbed van de Maas onjuist. In haar zienswijze schrijft zij het volgende: Het plangebied is gelegen in het waterbergend rivierbed van de Maas. In de plantoelichting is een toets opgenomen aan het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), specifiek het onderwerp Grote rivieren. Hierin is aangegeven dat het plan geen invloed heeft op het bergend vermogen van de rivier. Door het afgraven van een kunstmatige verhoging en daarmee het herstellen van het oorspronkelijk reliëf in het plangebied is aangegeven dat het bergend vermogen zelfs zou toenemen. De genoemde afgraving kan echter niet worden benut, omdat deze is gelegen in een deel van het rivierbed waar de vergunningsplicht niet geldt. Op grond van de verbeelding en de in de bijlage van de plantoelichting opgenomen beplantingsplan blijkt dat sprake is van verlies aan bergend vermogen als gevolg van de voorgenomen activiteiten in het vergunningplichtig deel van het rivierbed. Uit de analyse blijkt dat bij uitvoering van dat plan de compensatieopgave 17,5 m³ bedraagt. In de zienswijzennota (bijlage 2) is een reactie gegeven op het argument van de Rijkswaterstaat.
Dit heeft geleid tot twee wijzigingen in het definitieve bestemmingsplan: Vervangen: paragraaf 3.1, pagina 14, onder “planspecifiek”, in de toelichting van het bestemmingsplan: c. Aangezien het initiatief een herontwikkeling van een bestaand terrein betreft, is er geen sprake van waterstandverhoging. Het overgrote deel van de afname van het verhard oppervlak vindt plaats ter plaatse van de gronden buiten het vergunningsplichtige deel van het rivierbed. Op basis van een berekening aan de hand van de beoogde bouwactiviteiten neemt het waterbergend vermogen binnen de vergunnigsplichtige deel van het rivierbed (zeer) beperkt af. Daarom worden er compenserende maatregelen getroffen in de vorm van een waterbergingsvoorziening binnen het vergunningsplichtige deel van het rivierbed, met een totale inhoud van 17,5 m³. Navolgende situatietekening toont de beoogde locatie voor de voorziening binnen het plangebied. In de regels van voorliggend document is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is geborgd dat deze voorziening eerst gerealiseerd dient te worden, alvorens de binnen het plangebied beoogde woningen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde mogen worden gerealiseerd. Toegevoegd: Artikel 4.2.5 Voorwaardelijke verplichting nieuwbouw, in de regels van het bestemmingsplan: Raadsvoorstel definitief bestemmingsplan "Eindweg 9, Middelaar", incl.
zienswijzennota
Raadsvoorstel
Nieuwe hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen de voor 'Wonen' bestemde gronden mogen pas worden gebouwd als in het kader van de waterberging binnen het plangebied compensatiemaatregelen worden getroffen met een totale inhoud van 17,5 m³.
Situatietekening compensatie winterbed
2. Bestemmingsplanherziening 2.1 Zie voor de argumenten voor het bestemmingsplan de planstukken die zijn toegevoegd als bijlage 3 (toelichting + bijlagen), bijlage 4 (regels + bijlage) en bijlage 5 (verbeelding).
Kanttekeningen Geen
Raadsvoorstel definitief bestemmingsplan "Eindweg 9, Middelaar", incl. zienswijzennota
Raadsvoorstel
Duurzaamheid De nieuwe woningen worden gasloos gerealiseerd. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van duurzame materialen. De initiatiefnemer is gewezen op ons duurzaamheidsloket.
Participatie Het plan is volledig in samenspraak met de huidige gebruikers/ bewoners van de gronden opgesteld. Voordat het plan in procedure is gegaan, is de initiatiefnemer in gesprek gegaan met de omwonenden om de plannen de bespreken en daar waar nodig af te stemmen.
Financiën Met de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst opgesteld waarin de exploitatiekosten zijn geregeld. Daarnaast worden door de initiatiefnemer voor het in behandeling nemen van het bestemmingsplan leges betaald.
Communicatie De vaststelling van het bestemmingsplan "Eindweg 9, Middelaar" en de daar uit volgende terinzagelegging wordt gepubliceerd in de Ter Sprake en de Staatscourant. De indiener van de zienswijze ontvangt een brief met de reactie op de ingediende zienswijze en de gevolgen hiervan.
Uitvoering Het definitieve bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Indien niemand beroep instelt bij de Raad van State, is het bestemmingsplan na deze beroepsperiode onherroepelijk. De initiatiefnemer kan vervolgens een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen aanvragen.
Raadsvoorstel definitief bestemmingsplan "Eindweg 9, Middelaar", incl. zienswijzennota
Raadsvoorstel
Bijlage(n) 1. Ingediende zienswijze 2. Zienswijzennota 3. Bestemmingsplan “Eindweg 9, Middelaar” – Toelichting en Regels 3a Bijlage bij toelichting – LKM-rapport 3b Bijlage bij toelichting – LKM-advies 3c Bijlage bij toelichting – Bodemonderzoek 3d Bijlage bij toelichting – Quickscan Flora & Fauna 3e Bijlage bij toelichting – Archeologisch onderzoek 3f Bijlage bij regels – Lijst van bedrijfsactiviteiten 3g Bijlage bij regels – Werken en werkzaamheden 3h Bijlage bij regels – Beeldkwaliteitsplan en beplantingsplan 3i Bijlage bij regels – Sloopkaart 3j Bijlage bij regels – Archeologische beleidskaart 4. Bestemmingsplan “Eindweg 9, Middelaar” – Verbeelding
Mook, 16 maart 2021 Het college van burgemeester en wethouders van Mook en Middelaar,
De gemeentesecretaris J.M.G. Smits- de Kinkelder
De burgemeester mr. drs. W. Gradisen
Raadsvoorstel definitief bestemmingsplan "Eindweg 9, Middelaar", incl. zienswijzennota
1 Raadsbesluit bestemmingsplan Eindweg 9 Middelaar.pdf
Kon pagina 1 uit document Raadsbesluit bestemmingsplan Eindweg 9 Middelaar.pdf niet importeren Foutmelding PdfReader not opened with owner password
1 Bijlage 1 Raadsvoorstel bestemmingsplan Eindweg 9 Middelaar - Zienswijze 1.pdf
Retouradres: Rijkswaterstaat | Postbus 2232 | 3500 GE UTRECHT RWS INFORMATIE
Raad van de gemeente Mook en Middelaar Postbus 200 6585 ZK Mook Per mail aan: marlou.heffels@mookenmiddelaar.nl gemeente@mookenmiddelaar.nl
Rijkswaterstaat ZuidNederland Avenue Ceramique 125 6221 KV MAASTRICHT Postbus 2232 3500 GE UTRECHT T 088 7974150 F 088 7974151 www.rijkswaterstaat.nl Contactpersoon Wesley van Rooij Adviseur Ruimtelijke Ordening
Datum Onderwerp
Ontwerpbestemmingsplan Eindweg 9, Middelaar
T 06-54901746 wesley.van.rooij@rws.nl Ons kenmerk RWS-2021/2993
Geachte Raad, Naar aanleiding van het ontwerpbestemmingsplan ‘Eindweg 9, Middelaar’, dat vanaf 11 januari jl. 6 weken ter inzage ligt, dien ik de volgende zienswijze in. Initiatiefnemer is voornemens om op de locatie Eindweg 9, 11 en 13 te Middelaar de agrarische bebouwing te slopen, de drie woningen te bestemmen naar burgerwoningen en zes burgerwoningen toe te voegen. De agrarische bestemming wordt hiertoe deels omgezet naar Wonen. Het plangebied is gelegen in het waterbergend rivierbed van de Maas. In de plantoelichting is een toets opgenomen aan het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), specifiek het onderwerp Grote rivieren. Hierin is aangegeven dat het plan geen invloed heeft op het bergend vermogen van de rivier. Door het afgraven van een kunstmatige verhoging en daarmee het herstellen van het oorspronkelijk reliëf in het plangebied is aangegeven dat het bergend vermogen zelfs zou toenemen. De genoemde afgraving kan echter niet worden benut, omdat deze is gelegen in een deel van het rivierbed waar de vergunningsplicht niet geldt. Op grond van de verbeelding en de in de bijlage van de plantoelichting opgenomen beplantingsplan blijkt dat sprake is van verlies aan bergend vermogen als gevolg van de voorgenomen activiteiten in het vergunningplichtig deel van het rivierbed.
Uit de analyse blijkt dat bij uitvoering van dat plan de compensatieopgave 17,5 m3 bedraagt. De intaker vergunningverlening van mijn uitvoeringsdienst heeft daarop contact gezocht met initiatiefnemer. De initiatiefnemer geeft aan dat in het gebied voldoende compensatieruimte aanwezig is en dat de compensatieopgave wordt meegenomen in de aanvraag Watervergunning. Ik verzoek u, conform het gestelde in het Barro, (ook) in het bestemmingsplan vast te leggen hoe de afname van het bergend vermogen wordt gecompenseerd.
Pagina 1 van 2
Rijkswaterstaat ZuidNederland
Hoogachtend,
Ons kenmerk RWS-2021/2993
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT, namens deze, hoofd Netwerkontwikkeling en Visie Rijkswaterstaat Zuid Nederland
mevrouw drs. M.J. Koornneef
RWS INFORMATIE
Pagina 2 van 2
1 Bijlage 2 Raadsvoorstel bestemmingsplan Eindweg 9 Middelaar - Zienswijzennota.docx
Zienswijzennota bestemmingsplan Eindweg 9, Middelaar Het ontwerpbestemmingsplan "Eindweg 9, Middelaar" heeft vanaf 11 januari 2021 zes weken ter inzage gelegen in het gemeentehuis van de gemeente Mook en Middelaar. Daarnaast kon het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende documenten ook digitaal worden geraadpleegd via de website 'www.ruimtelijkeplannen.nl'. Gedurende deze periode kon eenieder een zienswijze indienen op het ontwerpbestemmingsplan.
1. Lijst van zienswijzen Binnen de periode van inzage is er 1 zienswijze binnengekomen: 1. Reclamant 1 op 29 januari 2021, Rijkswaterstaat Zuid-Nederland.
2. Ontvankelijkheid zienswijzen De zienswijze is schriftelijk tijdig binnengekomen (29 januari 2021) en daarom als zienswijze ontvankelijk.
3. Beantwoording zienswijzen Onderstaand is de ingediende zienswijze samengevat en voorzien van een beantwoording. Inhoud zienswijze
Beantwoording
Het plangebied is gelegen in het waterbergend rivierbed van de Maas. In de plantoelichting is een toets opgenomen aan het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), specifiek het onderwerp Grote rivieren. Hierin is aangegeven dat het plan geen invloed heeft op het bergend vermogen van de rivier. Door het afgraven van een kunstmatige verhoging en daarmee het herstellen van het oorspronkelijk reliëf in het plangebied is aangegeven dat het bergend vermogen zelfs zou toenemen.
De benodigde compensatie ontbreekt inderdaad in het project en ontwerpbestemmingsplan. De initiatiefnemer is hiertoe in gesprek gegaan met de indiener. De uitkomst van het overleg tussen de initiatiefnemer en Rijkswaterstaat is als volgt:
De genoemde afgraving kan echter niet worden benut, omdat deze is gelegen in een deel van het rivierbed waar de vergunningsplicht niet geldt. Op grond van de verbeelding en de in de bijlage van de plantoelichting opgenomen beplantingsplan blijkt dat sprake is van verlies aan bergend vermogen als gevolg van de voorgenomen activiteiten in het vergunningplichtig deel van het rivierbed. Uit de analyse blijkt dat bij uitvoering van dat plan de compensatieopgave 17,5 m³ bedraagt.
Binnen het plangebied is voldoende ruimte om de compensatieopgave van 17.5 m³ uit te voeren. De initiatiefnemer heeft een voorstel gedaan voor de compensatie (zie de afbeelding in bijlage 1) en dit voorgelegd aan Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat is akkoord met deze aanpassing. De benodigde compensatie is vastgelegd in het definitieve bestemmingsplan. Hiertoe zijn de volgende passages opgenomen: Toelichting, hoofdstuk 3.1, pagina 14 c. Aangezien het initiatief een herontwikkeling van een bestaand terrein betreft, is er geen sprake van waterstandverhoging. Het overgrote deel van de afname van het verhard oppervlak vindt plaats ter plaatse van de gronden buiten het vergunningsplichtige deel van het rivierbed. Op basis van een berekening aan de hand van de beoogde bouwactiviteiten neemt het waterbergend vermogen binnen de vergunnigplichtige deel van het rivierbed (zeer) beperkt af. Daarom worden er compenserende maatregelen getroffen in de vorm van een waterbergingsvoorziening binnen het vergunningplichtige deel van het rivierbed, met een totale inhoud van 17,5 m³. Navolgende situatietekening toont de beoogde locatie voor de
voorziening binnen het plangebied. In de regels van voorliggend document is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is geborgd dat deze voorziening eerst gerealiseerd dient te worden, alvorens de binnen het plangebied beoogde woningen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde mogen worden gerealiseerd. Regels, artikel 4.2.5 Nieuwe hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen de voor 'Wonen' bestemde gronden mogen pas worden gebouwd als in het kader van de waterberging binnen het plangebied compensatiemaatregelen worden getroffen met een totale inhoud van 17,5 m³.
4. Wijzigingen Er zijn twee wijzigingen doorgevoerd aan de toelichting en de regels van het ontwerpbestemmingsplan: Vervangen: paragraaf 3.1, pagina 14, onder “planspecifiek”, in de toelichting van het bestemmingsplan: c. Aangezien het initiatief een herontwikkeling van een bestaand terrein betreft, is er geen sprake van waterstandverhoging of een afname van het bergend vermogen. Door het afgraven van een kunstmatige verhoging en daarmee het herstellen van het oorspronkelijk reliëf in het plangebied, neemt het bergend vermogen van het rivierbed zelfs toe. c. Aangezien het initiatief een herontwikkeling van een bestaand terrein betreft, is er geen sprake van waterstandverhoging. Het overgrote deel van de afname van het verhard oppervlak vindt plaats ter plaatse van de gronden buiten het vergunningsplichtige deel van het rivierbed. Op basis van een berekening aan de hand van de beoogde bouwactiviteiten neemt het waterbergend vermogen binnen de vergunnigsplichtige deel van het rivierbed (zeer) beperkt af. Daarom worden er compenserende maatregelen getroffen in de vorm van een waterbergingsvoorziening binnen het vergunningsplichtige deel van het rivierbed, met een totale inhoud van 17,5 m³. Navolgende situatietekening toont de beoogde locatie voor de voorziening binnen het plangebied.
In de regels van voorliggend document is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is geborgd dat deze voorziening eerst gerealiseerd dient te worden, alvorens de binnen het plangebied beoogde woningen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde mogen worden gerealiseerd. Toegevoegd: Artikel 4.2.5 Voorwaardelijke verplichting nieuwbouw, in de regels van het bestemmingsplan: Nieuwe hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen de voor 'Wonen' bestemde gronden mogen pas worden gebouwd als in het kader van de waterberging binnen het plangebied compensatiemaatregelen worden getroffen met een totale inhoud van 17,5 m³.
5. Bijlage
Situatietekening compensatie winterbed
1 Bijlage 3 Toelichting en Regels_Eindweg 9, Middelaar_vastgesteld.pdf
Bestemmingsplan Eindweg 9, Middelaar Gemeente Mook en Middelaar
COLOFON Gegevens over het plan: Plannaam: Identificatienummer: Status: Datum: Projectnummer Buro SRO:
Eindweg 9, Middelaar NL.IMRO.0944.Eindweg9-VA01 Vastgesteld 24 februari 2021 43.30.04
Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever/initiatiefnemer: Contactpersoon opdrachtgever:
V-snaar projecten b.v. Dhr. J. Michels
Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem: Telefoon: E-mail: Internet:
Dhr. L. Arends Sweerts de Landasstraat 50, 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.buro-sro.nl
2
Eindweg 9, Middelaar
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4
Inleiding Aanleiding voor het bestemmingsplan Ligging plangebied Leeswijzer Het initiatief Huidige situatie Toekomstige situatie Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Uitvoerbaarheid Milieu Water Ecologie Verkeer Cultuurhistorie en archeologie Economische uitvoerbaarheid Juridische planbeschrijving Algemeen Wijze van bestemmen Procedure Algemeen Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro Verslag zienswijzen
7 7 7 8 9 9 11 13 13 15 17 18 24 24 29 31 32 32 34 35 35 35 37 37 37 37 37
Bijlagen bij de toelichting
39
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
41 43 45 47 49
LKM-rapport LKM-advies Bodemonderzoek Quickscan Flora & Fauna Archeologisch onderzoek
Eindweg 9, Middelaar
3
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14
51 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Landschappelijke- en natuurwaarden Wonen Waarde - Archeologie Waterstaat - Waterbergend rivierbed Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
53 53 58 59 59 61 65 67 69 69 69 70 71 72 73 74 74 74
Bijlagen bij de regels
75
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
77 79 81 83 85
Verbeelding
4
Lijst van bedrijfsactiviteiten Werken en werkzaamheden BKP & Beplantingsplan Sloopkaart Eindweg 11 Archeologische beleidskaart
87
Eindweg 9, Middelaar
Toelichting
Eindweg 9, Middelaar
5
6
Eindweg 9, Middelaar
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding voor het bestemmingsplan
Aan de Eindweg 9 en 13 nabij de kern Middelaar liggen twee intensieve varkenshouderijen. De twee bedrijven verplaatsen naar een andere locatie in de regio. De initiatiefnemer heeft een plan gemaakt om de bedrijfsbebouwing te slopen en de locatie te ontwikkelen tot een nieuwe woonlocatie met negen woningen. Van agrarische bedrijfsvoering is in de toekomstige situatie geen sprake meer. De woningen worden landschappelijk ingepast. Daarmee levert het plan een ruimtelijke kwaliteitsverbetering en er is sprake van een aanzienlijke afname van de geurbelasting op de omgeving. Deze ontwikkeling is volgens het geldende bestemmingsplan niet toegestaan. Via voorliggend document wordt gemotiveerd waarom medewerking wordt verleend en waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Eindweg, ten westen van de kern Middelaar. Binnen het plangebied zijn drie adressen gevestigd: Eindweg 9, 11 en 13. De locaties zijn kadastraal bekend als gemeente Mook en Middelaar, sectie C nummers 1834, en delen van de percelen 1835 en 2208. Bijgevoegde afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.
Globale ligging plangebied in de omgeving (bron: ruimtelijkeplannen).
Eindweg 9, Middelaar
7
1.3
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van de bestaande situatie en van het plan. Daarna wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid. In hoofdstuk 4 wordt de haalbaarheid van het project getoetst op grond van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Ook wordt ingegaan op de economische haalbaarheid van het plan. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de juridische opzet van het plan. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op de wijze hoe burgers en andere belanghebbenden betrokken zijn bij het plan (maatschappelijke uitvoerbaarheid). Hierin zijn de uitkomsten van inspraak, vooroverleg en zienswijzen opgenomen.
8
Eindweg 9, Middelaar
Hoofdstuk 2
Het initiatief
In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde initiatief.
2.1
Huidige situatie
Het plangebied ligt in het noordoosten van het buitengebied van de gemeente Mook en Middelaar, aan de rand van de dorpskern Middelaar. Het is een landelijke omgeving met enkele agrarische bedrijven, burgerwoningen en landbouwgronden. Op circa 0,5 km ten noorden ligt de Mookerplas en op ruim 1 km ten zuiden van het plangebied stroomt de Maas. Kenmerkend voor het hele gebied is het voorkomen van noordwest-zuidoost gerichte landschapsstructuren: de Maas, de ruggen van Middelaar, de stuwwallen en eveneens de groeirichtingen van de drie kernen in het gebied. Naast Middelaar zijn dat Heikant en Katerbosch. De naoorlogse uitbreidingen van deze drie kernen vonden voornamelijk plaats langs de doorgaande wegen. Dit heeft geresulteerd in smalle langgerekte kernen met tweezijdige lintbebouwing. Het plangebied aan de Eindweg behoort tot het westelijke uitloopgebied van de lintbebouwing van Middelaar en Katerbosch. Binnen het plangebied liggen twee varkenshouderijen, aan de Eindweg 9 en 13. Bij de Eindweg 9 zijn twee bedrijfswoningen aanwezig. Eindweg 11 is de tweede bedrijfswoning bij het bedrijf aan Eindweg 9. Aan de Eindweg 13 ligt één bedrijfswoning. De twee agrarische erven hebben verder een vergelijkbare inrichting. De woningen staan vooraan op het perceel, daarachter liggen de bedrijfsgebouwen.
Het gezamenlijke oppervlak van de bedrijfsgebouwen van de twee bedrijven bedraagt ca 4.400 m². De twee agrarische bedrijven zetten elders in de regio de bedrijfsvoering voort. Navolgende afbeeldingen geven enkele impressies van de bestaande situatie.
Eindweg 9, Middelaar
9
Luchtfoto van de huidige situatie van het plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
De bestaande bedrijfswoning aan de Eindweg 9
10
Eindweg 9, Middelaar
De bestaande bedrijfswoning aan de Eindweg 13
2.2
Toekomstige situatie
In de toekomstige situatie wordt het plangebied ontwikkeld tot een woonlocatie met in totaal negen woningen. Twee van de drie bestaande bedrijfswoningen blijven behouden als reguliere woningen (nummer 9 en 13). De bedrijfswoning aan de Eindweg 9 betreft een oude hoeve waarbinnen drie aaneengebouwde woningen zijn voorzien. De bedrijfswoning aan de Eindweg 11 wordt gesloopt en op een andere plek op het perceel herbouwd als burgerwoning. De bedrijfswoning aan de Eindweg 13 wordt omgezet naar een burgerwoning. Daarnaast worden er 4 nieuwbouwwoningen gerealiseerd. De agrarische bouwvlakken worden van de locatie verwijderd en de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, met een totaal oppervlak van 4.400 m², worden gesloopt. De grond waarop de achterste stallen staan is bij het realiseren van de stallen opgehoogd. Het maaiveld van dit deel van het plangebied zal tot de oorspronkelijke hoogte worden teruggebracht. Door de sloop van de bebouwing, het verdwijnen van de geurbelasting van de varkenshouderijen op de omgeving, de nieuwe landschapselementen en het herstellen van het oorspronkelijke reliëf levert dit plan een aanzienlijke kwaliteitsverbetering op. De woningen staan in de toekomstige situatie als een golvend lint ten zuiden van de Eindweg, zie ook navolgende inrichtingstekening.
Daarmee wordt de traditie om uitbreidingen van de kernen in dit gebied vorm te geven langs de doorgaande wegen, verder voortgezet. Bepalend bij de toekomstige positionering van de woningen is dat de zandrug ten zuiden van het plangebied beter zichtbaar is vanaf de Eindweg. De woningen zullen daar waar mogelijk via gecombineerde inritten worden ontsloten op de Eindweg. Parkeren is straks geheel mogelijk op eigen terrein.
Eindweg 9, Middelaar
11
Voor het plan is een beplantingsplan opgesteld. Tussen de woonkavels worden smalle groensingels, hagen of bomenrijen aangeplant. Het einde van het bebouwingslint wordt gemarkeerd door een singel. Op de overgang naar het agrarische gebied aan de zuidwestkant worden maasheggen aangeplant. Langs de openbare weg wordt de aanwezige structuur van ligusterhagen voortgezet. De inrichting en instandhouding van het plangebied conform het beplantingsplan is als een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van voorliggend plan. Voor het plan is tevens een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan en beplantingsplan zijn opgenomen in bijlage 3 van de regels.
Uitsnede landschappelijke inpassing plangebied (bron: Beplantingsplan)
Referentiebeelden van de nieuw te bouwen schuurwoningen (bron: Beeldkwaliteitsplan)
12
Eindweg 9, Middelaar
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Gebiedsgericht De SVIR benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. Voorts betreft het enkele specifieke gebieden zoals de mainportontwikkeling van Rotterdam en Schiphol. In het Barro heeft het Rijk voor deze onderwerpen regels opgesteld waarmee de SVIR juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. In de SVIR worden, naast de onderwerpen van nationaal belang, accenten geplaatst op het gebied van bestuurlijke verantwoordelijkheden. Het beleid betekent een decentralisatie van rijkstaken en bevoegdheden. Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten zitten en lagere overheden, burgers en bedrijven krijgen, zolang het nationaal belang niet in het geding is, de ruimte om oplossingen te creëren.
Ladder duurzame verstedelijking Een meer algemeen onderwerp uit de SVIR is 'duurzame verstedelijking'. Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk gebied. Het gebruik van deze ladder is opgenomen in het Bro (artikel 3.1.6 onder 2). De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden beschreven. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Per 01 juli 2017 is de ladder voor duurzame verstedelijking herzien.
Bij de herziening zijn onder meer de drie afzonderlijke 'treden' van de ladder losgelaten en is het begrip 'acute regionale behoefte' gewijzigd in 'behoefte'. Nieuw is dat de laddertoets bij flexibele plannen kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van een wijzigings- of uitwerkingsplan. Planspecifiek Gebiedsgericht Het plangebied maakt onderdeel uit van het besluitsubvlak rivierbed van het Barro.
Eindweg 9, Middelaar
13
Besluitsubvlak rivierbed In de toelichting (2.4.3) staat het volgende beschreven over de regeling behorende bij het besluitsubvlak rivierbed: 'Dit artikel verwoordt de algemene rivierkundige voorwaarden waaraan toe te laten (bouw)activiteiten in het rivierbed, ongeacht de aard en de omvang daarvan, altijd moeten voldoen. Deze voorwaarden zijn een vertaling van de zorgplicht van de initiatiefnemer van een activiteit in het rivierbed, die is verwoord in artikel 6.15, eerste lid, van het Waterbesluit. Om de belangen waarop deze bepaling ziet, ook via het ruimtelijke spoor te borgen, dienen deze voorwaarden door te werken in het bestemmingsplan. Dit laat overigens onverlet dat het eveneens gewenst is dat rekening wordt gehouden met de in het gebied aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische waarden'. In artikel 2.4.3 van de regels is het volgende opgenomen: 1. Een bestemmingsplan wijst ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan alleen nieuwe bestemmingen in een rivierbed aan in het geval er sprake is van: a. een zodanige situering van de bestemming dat het veilig en doelmatig gebruik van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; b. geen feitelijke belemmering voor de vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier; c. een zodanige situering van de bestemming dat de waterstandverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is; d.
een zodanige situering van de bestemming dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert. 2. Bij toepassing van het eerste lid worden resterende waterstandeffecten of afname van het bergend vermogen gecompenseerd. 3. In een bestemmingsplan wordt vastgelegd hoe de effecten op de waterstand en de afname van het bergend vermogen worden gecompenseerd. Planspecifiek: Het bestemmingsplan voorziet in het slopen van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing van twee intensieve veehouderijen. Daar komen zes nieuwe woningen voor terug. Er is sprake van een aanzienlijke afname van het verhard oppervlak, met minimaal 4.400 m². De voorwaarden van lid 1 worden hieronder toegelicht. a. Onderhavig plan heeft gezien de ligging en de afstand tot het oppervlaktewaterlichaam (ruim 1 km) geen effecten op het veilig en doelmatig gebruik van de rivier. b. Vergeleken met de bestaande situatie wordt de vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier niet belemmerd. c. Aangezien het initiatief een herontwikkeling van een bestaand terrein betreft, is er geen sprake van waterstandverhoging. Het overgrote deel van de afname van het verhard oppervlak vindt plaats ter plaatse van de gronden buiten het vergunningsplichtige deel van het rivierbed.
Op basis van een berekening aan de hand van de beoogde bouwactiviteiten neemt het waterbergend vermogen binnen de vergunnigplichtige deel van het rivierbed (zeer) beperkt af. Daarom worden er compenserende maatregelen getroffen in de vorm van een waterbergingsvoorziening binnen het vergunningplichtige deel van het rivierbed, met een totale inhoud van 17,5 m³. Navolgende situatietekening toont de beoogde locatie voor de voorziening binnen het plangebied. In de regels van voorliggend document is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is geborgd dat deze voorziening eerst gerealiseerd dient te worden, alvorens de binnen het plangebied beoogde woningen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde mogen worden gerealiseerd. d. De beëindiging van de agrarisch bedrijven en de realisatie van zes woningen heeft een positief effect op de ecologische toestand, omdat er een bedrijfsactiviteit uit het rivierbed verdwijnt. Doordat het plan geen invloed heeft op het bergend vermogen van de rivier zijn de voorwaarden van lid 2 en 3 niet van toepassing. De ontwikkeling is niet in strijd met de voorwaarden voor het Besluitsubvlak rivierbed. Gezien de ligging binnen het rivierbed is het bouwen binnen het plangebied op eigen risico van de initiatiefnemer.
14
Eindweg 9, Middelaar
Situatietekening met de beoogde compensatie
Ladder duurzame verstedelijking Jurisprudentie heeft uitgewezen dat er bij nieuwe woningbouwontwikkelingen waarbij de toename van het aantal woningen beperkt blijft tot 11 of minder, geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Voorliggend plan voorziet in een toename van maximaal 9 woningen. In die zin kan worden gesteld dat de uitvoer van de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is op dit plan. Gezien de hiervoor beschreven aspecten staat het Rijksbeleid de ontwikkeling van de locatie niet in de weg.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 Op 12 december 2014 is door Provinciale Staten het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014, met bijbehorend plan m.e.r., de Omgevingsverordening Limburg 2014 en het Provinciaal Verkeers enVervoersprogramma vastgesteld. In het POL staat kwaliteit centraal. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto 'meer stad, meer land', het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Algemene principes voor duurzame verstedelijking sluiten hierop aan, zoals de ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen.
Eindweg 9, Middelaar
15
Noord-Limburg kenmerkt zich door een aantrekkelijk woon- en leefklimaat. Er dient een transformatie van de bestaande woningvoorraad plaats te vinden, aangezien er nauwelijks bevolkingsgroei meer is. Daarbij zal primair worden gekozen voor inbreiding, aanpassing en functieverandering en slechts in beperkte mate voor uitbreiding in de nabijheid van kleine kernen. In het POL is opgenomen dat het toevoegen van nieuwe woningen aan de woningvoorraad dient te worden afgestemd met de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg (zie paragraaf 3.3). Er wordt de komende jaren een toename aan vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing verwacht. Het proces van functieverlies speelt al langere tijd, maar het aanbod van leegstaand vastgoed blijft toenemen en de vraag blijft achterwege. Er wordt naar gestreefd dat de vrijkomende agrarische bebouwing zoveel mogelijk wordt hergebruikt door de land- en tuinbouw, ter voorkoming van verdere verstening in het buitengebied. Maar het is zeker niet te verwachten dat alle leegstand zo kan worden opgelost. In dat geval is sloop (bijvoorbeeld van verouderde stallen, schuren en overige voorzieningen) gewenst, om leegstand, verval en mogelijk ook illegaal gebruik te voorkomen.
Planspecifiek Als onderdeel van het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 is in de Omgevingsverordening Limburg 2014 het volgende relevante artikel opgenomen voor dit plan: Artikel '2.7.2 Bronsgroene landschapszone' Het plangebied ligt binnen de Bronsgroene landschapszone. De kernkwaliteiten in de Bronsgroene landschapszone zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. Met onderhavig plan wordt voormalige agrarische bedrijfsbebouwing verwijderd, verdwijnt het milieueffect van de varkenshouderijen op de omgeving en het plangebied wordt landschappelijk ingepast. Vanuit het Limburgs Kwaliteitsmenu levert het plan daarmee een aanzienlijke kwaliteitsverbetering, zie verder de toelichting daarop in paragraaf 3.2.2 en 3.4.2. Mede door deze investering worden de kwaliteiten van de Bronsgroene landschapszone versterkt. Het plan sluit aan bij de uitgangspunten van het Provinciaal Omgevingsplan Limburg. 3.2.2 Limburgs Kwaliteitsmenu Het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) is een uitwerking van hetgeen in hoofdlijnen is vastgelegd in de POL-aanvulling "verstedelijking gebiedsontwikkeling en kwaliteitsverbetering". Het LKM stelt regels voor het bouwen in het buitengebied in Limburg.