Agendabundel
Tekst van het document
De aanbevelingen zullen na regionale besluitvorming worden geïmplementeerd. Uitgangspunten Administratief blijven de financiële resultaten voor de onderdelen Automatisering en Informatie- & applicatiebeheer apart inzichtelijk. IRvN levert naast standaardproducten en diensten ook plusproducten en diensten. Deze worden kostenneutraal in rekening gebracht. Als deze plusproducten en diensten een meerjarig karakter hebben, zijn ze nu al in de begroting van 2021 opgenomen. In de loop van 2021 zal de begroting voor het lopende jaar worden bijgesteld op basis van inschatting van de totale omvang van alle plusproducten. Voor onderdeel Automatisering wordt de generieke korting van 1% in 2022 (bovenop de 1% generieke indexering die al in 2021 is doorgevoerd) verwerkt. Voor onderdeel Informatie- & applicatiebeheer is een structurele bezuiniging slechts te realiseren indien de formatie wordt teruggebracht. Dit is alleen mogelijk als Gemeente Nijmegen aangeeft welke applicaties niet meer door iRvN beheerd hoeven te worden (zoals besproken in de begroting, p. 60).
MGR Rijk van Nijmegen
7
Tot besluit Op 14 december 2020 is door uw raadsgriffies een informatiebijeenkomst georganiseerd waarin de gemeenschappelijke regelingen hun financiële uitgangspunten en beleidsmatige kaders voor 2022 kunnen toelichten. We maken hier graag gebruik van en zullen onze Kaderbrief 2022, de ontwikkelingen rondom detacheringen en ons verzoek om budget uit 2020 over te hevelen naar 2021 om de werkloosheid in de regio Rijk van Nijmegen te bestrijden tijdens de bijeenkomst toelichten.
Hoogachtend, Algemeen Bestuur modulaire gemeenschappelijke regeling Rijk van Nijmegen, De Voorzitter,
De Secretaris,
drs. H.M.F. Bruis
J.
1 Brief budgetoverheveling.pdf
A Aan de colleges en raden in de regio Rijk van Nijmegen
r
REGIO RIJK VAN NIJMEGEN
Datum 13 november 2020
Contactpersoon Ina Hol
Onderwerp Zienswijze op voornemen om budget over te hevelen naar 2021
Direct telefoonnummer 024 3293198
Geachte leden van colleges en raden, In de Tussenrapportage 2020 van de MGR hebben we voor de module WerkBedrijf een positieve financiële prognose gemeld. We hebben toen ook aangegeven begin oktober gemeenten te informeren over de actuele stand van onze financiële prognoses. Vanwege de zorgvuldigheid en accuraatheid ten aanzien van de onderbouwing van ons verzoek budget uit 2020 over te hevelen naar 2021 heeft dit een maand langer geduurd. In deze brief informeren we u over de actuele prognoses. We vragen u een zienswijze over de budgetoverheveling in te dienen bij ons dagelijks bestuur, alvorens we een en ander gaan verwerken in onze ontwerp-jaarstukken (begroting en jaarrekening en —verslag). Wat ons betreft betrekt u deze zienswijze bij de zienswijzeprocedure op de Kaderbrief 2022. Conform het informatieprotocol ontvangt u die kaderbrief voor 1 december 2020. Dit betekent dat we u vragen de zienswijze op beide onderdelen (zienswijze op de budgetoverheveling en zienswijze op de Kaderbrief 2022) vóór 1 februari 2021 toe te sturen. Melding Tussenrapportage 2020 MGR In onze aanbiedingsbrief bij de Tussenrapportage 2020 van de MGR hebben we het volgende opgenomen: "Als gevolg van de coronacrisis verwachten we in totaal € 1,6 miljoen minder uit te geven.
Op het onderdeel WERK verwachten we minder uit te geven aan wettelijke loonkostensubsidies, Op Weg Naar Werk, instrumenten en personele lasten. Op het onderdeel SW verwachten we een tekort, dat we deels zelf kunnen opvangen. Een aantal concrete plannen (met name enkele samenwerkingsallianties die we nu in voorbereiding hebben), betekenen waarschijnlijk een extra beroep op de middelen in 2020 met doorloop in 2021. We kunnen nu nog niet concreet aangeven wat de financiële impact is van deze aanvullende samenwerkingsallianties om kandidaten op werk te plaatsen en werk in onze regio te behouden. Dat is de reden dat we nu slechts melden dat we verwachten minder geld uit te geven dan begroot. We informeren gemeenten begin oktober over de actuele stand van onze financiële prognoses." (pagina 2 van de aanbiedingsbrief bij de Tussenrapportage 2020 MGR).
Bezoekadres: Nieuwe Dukenburgseweg 21a, 6534 AD Nijmegen I Postadres: Postbus 38165, 6503 AD Nijmegen I T: 024-7517500 I KvK: 615357021 IBAN-nr: NL291NGB0007338615 t.n.v. MGR Rijk van Nijmegen I BIC-code: INGBNL2A I btw-nr: 854380140.BO1 I www.regiorvn.nl
MGR Rijk van Nijmegen
Verzoek budgetoverheveling ad € 0,9 miljoen Aan de hand van een twee punten nemen we u mee in ons verzoek een bedrag van €0,9 miljoen uit 2020 over te hevelen naar het jaar 2021 op het onderdeel WERK van de module WerkBedrijf. De twee punten zijn (1) opbouw van het geprognosticeerde overschot in 2020 en (2) opbouw van het overhevelingsbudget. De opbouw van het geprognosticeerde overschot in 2020 We verwachten als gevolg van de coronacrisis in totaal € 1,6 miljoen minder uit te geven in 2020. Dit is een gesaldeerd bedrag binnen de module WerkBedrijf. De prognose ontstaat door een aantal plussen en minnen binnen de onderdelen SW en WERK van WerkBedrijf: Tekort op SW-onderdeel ad €0,9 miljoen In 2020 verwachten we een terugval in de omzet van € 2,1 miljoen. Tegenover de terugval in omzet staan lagere lasten (salarislasten en overige lasten SW). Gesaldeerd verwachten we een tekort van € 0,9 miljoen. Voor gemeenten betekent dit dat we een hogere gemeentelijke bijdrage moeten vragen. Hiertegenover staat dat gemeenten van het rijk extra SW-middelen ontvangen. Op gemeenteniveau treedt voor het onderdeel SW (ondanks de verhoging van de gemeentelijke bijdrage) een voordeel op. Overschot Op Weg Naar Werk ad € 0,4 miljoen en Loonkostensubsidies ad €0,3 miljoen We verwachten op beide onderdelen een overschot van € ,7 miljoen. Een toelichting hierop staat in onze Tussenrapportage 2020.
De middelen die we niet uitgeven in 2020 op deze posten, betalen we terug aan gemeenten. U kunt in de Tussenrapportage 2020 terugvinden op pagina 40 wat de omvang van de positieve gevolgen per gemeente is. Voor Beuningen en Mook en Middelaar geldt een overschrijding ten aanzien van de loonkostensubsidie. Deze overschrijding is wel lager dan het overschot op Op Weg Naar Werk voor die gemeenten. Overschot Participatiebudget ad € 1,8 miljoen Het geprognosticeerde overschot op het Participatiebudget als gevolg van de coronacrisis is ontstaan door minder uitgaven aan instrumenten, voorzieningen en personeel. We verzoeken uit het geprognosticeerde overschot van € 1,8 miljoen, € 0,9 miljoen over te hevelen naar 2021. Het restant (€ 0,9 miljoen) van het overschot betalen we terug aan gemeenten. De teruggaven kunnen nog hoger worden. De precieze bedragen per gemeenten melden we na afsluiting van het jaar 2020 bij de aanbieding van de jaarstukken. We gaan niet over de besteding van de middelen uit het Participatiebudget die we teruggeven aan gemeenten.
Desondanks vragen we aandacht voor twee bestedingsdoelen die in de lijn liggen met het doel van het budget en gericht zijn op het verhogen van de arbeidsparticipatie: investeren in behoud en uitbreiden van werkgelegenheid blijft voor het slagen van de doelen om (langdurig) werkzoekenden aan het werk te helpen en houden, juist in deze tijden, een bittere noodzaak. Hierbij denken we specifiek aan de realisering van een goede aansluiting tussen Economische Zaken en WerkBedrijf. investeren in mensen met een bijstandsuitkering is en blijft van groot belang om (uiteindelijk) de participatie van de inwoners van het Rijk van Nijmegen te stimuleren. We merken in onze uitvoeringspraktijk dat werkzoekenden gebaat zijn bij aandacht en activering. Zoals door (gemeentelijke) participatiecoaches wordt gedaan. -
-
De opbouw van het overhevelingsbudget ad €0,9 miljoen We willen een bedrag van €0,9 miljoen uit 2020 overhevelen naar 2021. We voorzien een eenmalige uitbreiding van onze dienstverlening op twee onderdelen. Deze lichten we hieronder toe.
MGR Rijk van Nijmegen
100-banenpian (ad €0,6 miljoen) We lopen achter op onze doelstelling om 1.100 mensen op werk te plaatsen. Per 1juli 2020 staat de teller op 337 in plaats van op 550. De oorzaken hangen direct samen met de coronacrisis: ondernemers hebben minder vraag naar personeel, en als er wel een vraag is naar personeel zijn er voor de ondernemer te veel onzekerheden om mensen in dienst te nemen. Verder zijn er meer mensen (recent) werkloos geworden en op zoek naar ander werk. Ook op het onderdeel SW lopen we achter op onze doelstelling. Door corona konden we de samenwerkingsovereenkomst met BlueView niet per 1 april volledig uitvoeren. BlueView heeft (mede daardoor) meer werk dan onze medewerkers kunnen uitvoeren. In de afgelopen tijd hebben we extra ruimte gehuurd op de Tarweweg om onze SW-collega's conform de RlVM-richtlijnen aan het werk te houden. De ruimte op de Tarweweg is voldoende om daarnaast meer mensen werk te bieden. De knelpunten komen samen in de actie om 100 kandidaten te detacheren via een detacheerder bij BlueView. In de afgelopen periode zijn gesprekken gevoerd met partijen om ons plan uit te voeren (in afwachting van de komst van een eigen detacheringsfaciliteit) én zijn stappen gezet om medio december 2020 daadwerkelijk te starten met de detachering van kandidaten bij BlueView.
Met het 100-banenplan realiseren we dat 100 kandidaten aan het werk gaan in de huidige arbeidsmarktomstandigheden. Ook zorgt het 100-banenplan ervoor dat we werk behouden in onze regio Rijk van Nijmegen dat aansluit op de competenties van een groot deel van onze kandidaten. De kosten van het 100-banenpian bedragen circa € 0,6 miljoen (exclusief de inzet van de loonkostensubsidies). Mensen krijgen betaald conform de geldende CAO van de detacheerder. Gedurende het halfjaar ontvangt de detacheerder een loonkostensubsidie ter compensatie van de verminderde loonwaarde. Desondanks zijn de kosten voor de detacheerder daarmee niet volledig gedekt. Om tot een positieve businesscase te komen voor zowel kandidaat, detacheerder en inlener (BlueView) te komen is een aanvullende (maximale) compensatie van € 0,6 miljoen nodig. De compensatie vindt plaats om de volgende zaken gedurende de detacheringsperiode te faciliteren en te realiseren: • selectie van werknemers; • begeleiding en coaching van werknemers op de werkplek. Hier zet WerkBedrijf ook eigen personele capaciteit op; • scholingskosten van werknemers; bijkomende meerkosten voor de uitvoering van de werkgeversrol; • • compensatie voor niet gewerkte uren vanwege verlof en/of ziekte; • doorplaatsing van de kandidaat.
Binnen maximaal 5 maanden moet duidelijk zijn of werknemer: in dienst treedt bij Blue View; via detacheerder bij een andere opdrachtgever wordt geplaatst; bij een andere werkgever in dienst wordt genomen; als de voorgaande opties niet haalbaar zijn, komt de kandidaat weer in dienstverlening bij WerkBedrijf en eindigt de arbeidsovereenkomst met detacheerder; extra lasten voor de huur van de werkruimte aan de Tarweweg. -
-
-
-
MGR Rijk van Nijmegen
Verbreding en uitbreiding kandidatenbestand (ad €0,3 miljoen) Dit onderdeel bevat twee aspecten. Namelijk de verbreding van de doelgroep (Tozo) en uitbreiding van meer kandidaten bij WerkBedrijf dan afgesproken (4.200 kandidaten). Gemeenten hebben de zzp'ers in beeld die geraakt worden door de coronacrisis. Het gaat hier om de mensen die een beroep doen op de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Gemeenten benaderen specifieke groepen zzp'ers actief en bieden gericht hulp, onder andere op het gebied van schuldhulpverlening en oriëntatie op de arbeidsmarkt. Voor deze oriëntatie op de arbeidsmarkt (coaching, advies, bij- of omscholing en heroriëntatie) worden Leerwerkloket en WerkBedrijf ingeschakeld. De kosten voor het Leerwerkloket (met name omscholingsvouchers) worden gedekt uit een provinciale subsidie. De groep zzp'ers valt niet automatisch onder de doelgroep van WerkBedrijf (dat is namelijk de wettelijk omschreven doelgroep van de Participatiewet). Desondanks vindt ook WerkBedrijf het belangrijk om ondersteuningsvragen op te pakken: zo zorgen we voor een integraal aanbod; vallen mensen niet tussen wal en schip en; het is gericht op preventie. Werk-naar-werk wordt bevorderd en we voorkomen of verkorten het beroep op Tozo.
Met de budgetoverheveling realiseren we ruimte in de personele capaciteit om ook deze groep ondersteuning te bieden in de vorm van intake, diagnose, workshops, trainingen en bemiddeling. Daarnaast gaan we in overleg met onze partners om middelen uit Perspectief voor Werk in te zetten voor deze groep. -
-
-
Op basis van de WW-prognoses van UWV moeten we rekening houden met meer werkzoekenden dan normaal gesproken, terwijl ook de huidige kandidaten in aanmerking moeten blijven komen voor onze dienstverlening. De budgetoverheveling biedt de ruimte om meer dan de afgesproken aantallen kandidaten in dienstverlening te nemen. Voor zowel de Tozo-groep als de 'nieuwe' werklozen geldt dat we nu niet kunnen voorzien hoeveel nieuwe extra werkzoekenden gebruik moeten maken van de dienstverlening van WerkBedrijf. Voor met name de groep zzp'ers geldt daarbij dat hun ondersteuningsvraag nog relatief onbekend is. We gaan er vooralsnog van uit dat we met dit deel van de budgetoverheveling en onze reguliere middelen een goed ondersteuningsaanbod kunnen bieden. Tot besluit Vóór 1 december 2020 ontvangen jullie van ons algemeen bestuur de Kaderbrief 2022. Zoals gebruikelijk kunnen jullie hierop een zienswijze geven vóór 1 februari 2021. We verzoeken om hierin jullie zienswijze mee te nemen op deze brief over ons voornemen om een bedrag van €0,9 miljoen over te hevelen naar 2021. Als we deze zienswijze voor 1 februari 2021 ontvangen kunnen we hier in onze ontwerpjaarrekening en -verslag 2020 en onze ontwerpbegroting 2022 en bijstelling 2021 rekening mee houden. Hoogachtend, Dagelijks bestuur modulaire gemeenschappelijke regeling Rijk van Nijmegen, De Voorzitte
drs. H.M.F. I
De Secretaris,
1 Brief over oprichten stichting MGR W&Bprocedure.pdf
RK
REGIO RIJK VAN NIJMEGEN
Aan de colleges en raden in de regio Rijk van Nijmegen
Datum 27 november 2020
Contactpersoon J. Hol
Onderwerp Oprichten stichting voor een detacheri ngsfaci I ite it
Direct telefoonnummer 024 3293198
Geachte leden van colleges en raden, Met deze brief informeren wij u over ons voornemen om een detacheringsfaciliteit in te richten, in de vorm van een stichting onder de modulaire gemeenschappelijke regeling (MGR). Op deze manier kunnen we werkzoekenden in onze regio met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt duurzamer plaatsen bij ondernemers. Wij vragen u uw wensen en bedenkingen ten aanzien van de oprichting van een stichting aan ons kenbaar te maken. Aan het einde van deze brief is het besluitvormingsproces met planning toegelicht. Op 14 december 2020 lichten we deze brief toe in de regionale raadsbijeenkomst, die wordt georganiseerd in relatie tot de kaderbrieven 2022 van de gemeenschappelijke regelingen in de regio Rijk van Nijmegen. -
-
Actuele informatie over komst cao PW
Een heel recente ontwikkeling is dat er naar verwachting per 1januari 2021 een Basis cao voor de Participatiewet komt. De sociale partners (FNV, CNV, VNG en Cedris) hebben gezamenlijk een raamwerk van de cao neergezet. De cao moet de betrokken medewerkers uit de doelgroep Participatiewet fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden bieden en hen stimuleren om een goede werkplek bij reguliere werkgevers te vinden. Het is de vraag of met de komst van de cao PW de keuze voor het oprichten van een aparte stichting nog relevant is. We hebben namelijk gekozen voor het oprichten van een rechtspersoon omdat we dan de cao voor Uitzendkrachten van toepassing kunnen laten zijn en dus aparte arbeidsvoorwaarden kunnen hanteren (los van de arbeidsvoorwaarden in de MGR). Met de komst van de nieuwe cao komt dit voordeel te vervallen, omdat dan op deze groep medewerkers de cao PW van toepassing is. Mogelijk zijn er ook geen of weinig andere voordelen meer van het oprichten van een stichting, en kunnen deze mensen op basis van de cao PW in dienst komen bij de MGR. We volgen de ontwikkelingen en werken de consequenties uit. Tot die tijd volgen we een '2sporenbeleid' waarvan ons voornemen om een stichting op te richten er één is. Mogelijk zijn er ook gevolgen voor het besluitvormingsproces. Als er nieuws te melden is, informeren we u hierover.
Bezoekadres: Nieuwe Dukenburgseweg 21e, 6534 AD Nijmegen I Postadres: Postbus 38165, 6503 AD Nijmegen I T: 0247517500 I KvK: 615357021 ]BAN-nr: NL291NG00007338615 t.n.v. MGR Rijk van Nijmegen I BIC-code: INGBNL2A I btw-nr: 854380140.1301 1 www.regiorvn.nl
MGR Rijk van Nijmegen
2
Aanleiding Sinds 2016 voert WerkBedrijf namens u (delen van) de participatiewet, (delen van) de Wet Maatschappelijke ondersteuning en de (voormalige) sociale werkvoorziening uit. Werkzoekenden met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt kunnen vanaf eind 2015 niet meer instromen in de sociale werkvoorziening. Met kwetsbaar bedoelen we mensen, die veel ondersteuning nodig hebben om een plek op de arbeidsmarkt te vinden en te houden. Vaak hebben zij een lagere arbeidsproductiviteit (loonwaarde) dan een gemiddelde werknemer. Kenmerk van de sociale werkvoorziening was dat mensen een arbeidscontract kregen met de werkvoorzieningsorganisatie, tot hun pensioengerechtigde leeftijd. De werkvoorzieningsorganisatie detacheerde deze mensen -veelal in groepsverband bij ondernemers en ontving een inleentarief voor de gewerkte uren. In plaats van de sociale werkvoorziening zijn andere voorzieningen gekomen, zoals arbeidsmatige dagbesteding (met behoud van uitkering), nieuw beschut en werken met een baanindicatie. Binnen deze laatste twee voorzieningen wordt gewerkt met een (tijdelijk) arbeidscontract bij een ondernemer of een detacheringsbureau. -
De afgelopen jaren hebben we bij de uitvoering van ervaren dat we de werkzoekenden met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt (hierna spreken we over kandidaten) niet gemakkelijk bij de ondernemer geplaatst krijgen, laat staan duurzaam. De faciliteiten die we een ondernemer kunnen bieden, om een langdurig dienstverband met onze kandidaat aan te gaan (loonkostensubsidie en noriskpolis) blijken vaak onvoldoende om hen over de streep te trekken. Al bij de start van WerkBedrijf hebben we gesproken over de mogelijkheid van een detacheringsfaciliteit om ons doel te realiseren. De mogelijkheid om een publieke faciliteit in te richten hebben we recent nog in onze aanbiedingsbrief bij de Tussenrapportage 2020 MGR benoemd. Eind vorig jaar heeft het Centraal Planbureau de participatiewet geëvalueerd. Uit deze evaluatie bleek ook dat de faciliteiten binnen de wet de ondernemer en kandidaten onvoldoende ondersteunen, richting een duurzame plek op de arbeidsmarkt. Dit heeft tot gevolg dat onze kandidaten na verloop van tijd hun baan verliezen en terugvallen in de uitkering. Een grote impact voor de kandidaat, namelijk een grote onzekerheid of de nieuwe weg weer leidt tot een volgend dienstverband bij een nieuwe ondernemer. Het leidt ook tot krimpende werkgelegenheid in bepaalde sectoren in onze regio. Ondernemers hebben de afgelopen jaren werk naar andere regio's of landen gebracht.
Want geschikt werk en daaraan gerelateerd behoefte aan personeel is er vaak wel in onze regio. Veel ondernemers willen deze personeelsvraag ook vaak invullen door te werken met onze kandidaten. Het dragen van de volledige verantwoordelijkheid, verbonden aan het werkgeverschap is echter soms te risicovol. Zeker als het gaat om plaatsingen van groepen kandidaten. Ondernemers willen dan graag ontzorgd worden. Het gaat hier dan om ondersteuning bij de (intensieve) begeleiding van de kandidaat bij werk en privé-problematiek, de begeleiding bij ziekte en het wegnemen van administratieve lasten, verbonden aan werkgeverschap. In de huidige praktijk worden dan uitzendbureaus of private detacheerders ingezet met hieraan verbonden hoge kosten, gebrek aan transparantie in tarieven en te weinig ontzorging. Al vóór de coronacrisis gaven ondernemers aan behoefte te hebben aan een laagdrempelige detacheringsfaciliteit die transparant werkt, hen ontzorgt en risico's vermindert. Nu met de coronacrisis is deze roep nog sterker geworden. Ondernemers zijn nog minder bereid risico's te nemen en dienstverbanden aan te bieden. Aan de andere kant zijn de kansen en omstandigheden voor onze kandidaten door de crisis verder verslechterd. Zij moeten nu concurreren met de werkfitte groep die zijn baan kwijtraakt vanwege de crisis.
Eigen detacheringsfaciliteit Een oplossing voor ondernemers én kandidaten is het oprichten van een eigen detacheringsfaciliteit. Op deze manier kunnen we werken, zoals we voorheen ook vanuit de 'oude' structuur van de sociale werkvoorziening werkten. We nemen het werkgeverschap over, we detacheren een kandidaat of een
MGR Rijk van Nijmegen
groep kandidaten en vragen de ondernemer een tarief te betalen voor de arbeidsproductiviteit, die geleverd wordt. We verbeteren daarmee de kansen en het perspectief voor onze kandidaten. We behouden daarmee ook een bepaald type werkgelegenheid in onze regio beschikbaar voor onze kandidaten. De detacheringsfaciliteit kan in de vorm van een stichting, onder de MGR. Leden van het dagelijks bestuur en de directie van WerkBedrijf vormen het stichtingsbestuur. De stichting werkt transparant en werkt onder toezicht van de MGR. Alle vergaderstukken van de stichting worden ook behandeld in het bestuur van de MGR en zijn daardoor ook openbaar voor college en raadsleden. We vinden een paar uitgangspunten zeer belangrijk bij de uitwerking van deze publieke detacheringsfaciliteit: -
-
-
-
-
-
Kandidaten werkzaam in de detacheringsfaciliteit krijgen goede arbeidsvoorwaarden. Landelijk wordt er op dit moment gewerkt aan een CAO-Participatiewet. Wij hopen dat we met deze CAO kunnen gaan werken, op korte termijn. In de tussentijd kan aangesloten worden bij de CAO-uitzendbureaus. Ondernemers hebben en houden hun eigen verantwoordelijkheid om een bijdrage te leveren aan de inclusieve arbeidsmarkt. De detacheringsfaciliteit is een instrument om voor ondernemers de drempel te verlagen om kandidaten werk te bieden en de ondernemers te ontzorgen. Dat ontslaat hen echter niet van de plicht, een goed functionerende kandidaat ook een regulier arbeidscontract aan te bieden. We bieden via de detacheringsfaciliteit uitsluitend tijdelijke dienstverbanden aan (maximaal 5,5 jaar). Doorstroom naar reguliere arbeidsovereenkomsten blijft onze wens. Daarbij willen we ook geen langdurige financiële risico's opbouwen, binnen de gemeenschappelijke regeling. We plaatsen kandidaten zo regulier mogelijk: de volgorde blijft dat we altijd eerst nagaan of een kandidaat rechtstreeks bij een ondernemer in dienst kan. De detacheringsfaciliteit zetten we pas in als dat echt noodzakelijk is om een match met de ondernemer tot stand te brengen.
De detacheringsfaciliteit is voor alle ondernemers, zowel ondernemers die met medewerkers uit de sociale werkvoorziening werken als voor andere, grote en kleine, ondernemers. We hanteren de inlenerstarief. Voor de kandidaten in de detacheringsfaciliteit is dit vaak het wettelijk minimumloon. -
-
Publieke detachering in relatie tot private detachering.
Van belang is hoe de publieke detacheringsfaciliteit zich verhoudt tot private partijen, zoals uitzendbureaus, payrollbureaus en detacheerders. Duidelijkheid hierover voorkomt dat er sprake is van concurrentieverstoring of ongeoorloofde staatssteun. Dit voorkomen we door nadrukkelijk een andere rol dan commerciële partijen in de markt te vervullen. Juridische grondslagen hiervoor zijn: De stichting voert in opdracht van de MGR een voorziening uit. Die wordt opgenomen in de Reintegratieverordening Rijk van Nijmegen. Die voorziening bestaat uit het aanbieden van een dienstverband, nadat een werkplek bij een inlener gevonden is. Deze voorziening is alleen maar bedoeld voor kandidaten, die zonder deze voorziening niet aan betaald werk kunnen komen. Het gaat hier dus om kandidaten die we met ons huidige instrumentarium niet kunnen helpen. En die werkgevers niet in dienst willen nemen ook niet via uitzend- of payroilbureaus. De werkgeversrisico's schatten zij te hoog in of de kosten vinden ze te hoog. Daardoor is voor private partijen deze doelgroep commercieel gezien niet interessant. De stichting berekent een reële kostprijs door aan de inlener. Het risico dat de stichting aangesproken gaat worden op concurrentievervalsing of verstoring is dan ook erg klein. Het inleentarief is wel lager dan de tarieven van commerciële partijen.
Dit komt doordat de stichting geen winst hoeft te maken. Daarbij komt dat de stichting de ondernemer ontzorgt, ook rond administratieve lasten. Daardoor is het voor ondernemers interessant om met de stichting in zee te gaan. Door deze reële kostprijs kan de stichting kostendekkend opereren en hoeft er geen extra geld, dat als staatssteun zou kunnen worden betiteld, door de MGR bijgelegd te worden.
4
MGR Rijk van Nijmegen
Besluitvormingsproces en planning Het oprichten van een rechtspersoon (stichting) onder de MGR is een besluit van het algemeen bestuur van de MGR. Verder staat in de wet op de gemeenschappelijke regelingen dat hierbij met de gemeenteraden de wensen- en bedenkingenprocedure gevolgd moet worden. Het algemeen bestuur heeft op 26 november besloten over het voornemen een stichting op te richten. We kunnen nu starten met de wensen- en bedenkingenprocedure met de gemeenten ten aanzien van dit besluit. Nadat gemeenten hun wensen en bedenkingen geuit hebben, neemt het algemeen bestuur het definitieve besluit. Het volgende tijdspad is en wordt gehanteerd:
26 oktober 5 november
Bestuurscommissie Werk DB MGR
13 november 26 november
DB MGR AB MGR
14 december
MGR
1 december —
Gemeenten
Heeft positief geadviseerd aan dagelijks bestuur. Heeft principebesluit genomen een stichting op te richten, fungerend als detacheringsfaciliteit. Via mail gemeenten geattendeerd over het voornemen. Behandeling voorstel van het dagelijks bestuur en versturen raadsinformatiebrief. Informatiebijeenkomst over Kaderbrief 2022 en de raadsinformatiebrief detacheringsfaciliteit. Wensen & bedenkingen procedure.
1 maart 2021
18 maart 2021 1 mei 2021
AB MGR
Definitief vaststellen oprichten detacheringsfaciliteit. Start detacheringsfaciliteit
Tot slot De Kandidatenraad is betrokken bij het voornemen een detacheringsfaciliteit op te richten. Zij zijn positief over het voorstel. Zij zien het als een positieve aanvulling op de mogelijkheden die er nu voor deze doelgroep zijn.
Hoogachtend, Algemeen bestuur modulaire gemeenschappelijke regeling Rijk van Nijmegen, De Voorzitter,
drs. H.M.F. Bruis
4
44w //I ." /
De Secretaris,
7 Verordening beslistermijn schuldhulpverlening 1 Dossier 1178 voorblad.pdf
Commissie Samenleving Dossiernummer
1178
Extern Zaak ID
ZM20.03364
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
19 januari 2021
Agendapunt
7
Omschrijving
Verordening beslistermijn schuldhulpverlening
Geagendeerd
Vergaderdatum
Commissie Samenleving
19 januari 2021
1 Raadsvoorstel verordening beslistermijn schuldhulpverlening 2021.pdf
1 Raadsbesluit Verordening beslistermijn Wgs gemeente MoMi 2021.docx
Verordening beslistermijn
schuldhulpverlening gemeente Mook en Middelaar 2021 De raad der gemeente Mook en Middelaar,
Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 5 januari 2021 Gelet op artikel 4a derde lid van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; Gelet op het advies van de raadscommissie d.d. 19 januari 2021; Gelet op het advies van de Adviesraad Sociaal Domein d.d. 14 december 2021; Besluit:
vast te stellen de Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Mook en Middelaar 2021.
Artikel 1 Begrippen Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en in de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2 Beslistermijn schuldhulpverlening De beschikking tot schuldhulpverlening of de afwijzing ervan, zoals bedoeld in artikel 4a, eerste lid, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, wordt genomen binnen een termijn van acht weken na de dag waarop het eerste gesprek, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, van die wet, heeft plaatsgevonden.
Artikel 3 Inwerkingtreding en citeertitel 1. 2.
Dit besluit treedt in werking op 1 februari 2021 en werkt terug tot en met 1 januari 2021.
Dit besluit wordt aangehaald als: Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Mook en Middelaar 2021.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 28 januari 2021.
De griffier,
De voorzitter,
mr. M.A.M. van Arensbergen
mr. drs. W. Gradisen
Toelichting Algemeen De Verordening beslistermijn schuldhulpverlening geeft uitvoering aan artikel 4a, derde lid, van de Wet
gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs), zoals deze met ingang van 1 januari 2021 geldt. Artikel 4a van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is ingevoerd bij Wet van 24 juni 2020 tot wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Stb. 239).
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 Begrippen De begrippen die al zijn omschreven in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en in de Algemene wet bestuursrecht zijn niet in deze verordening gedefinieerd. Dit heeft tot gevolg dat als deze definities in de betreffende wetten wijzigen, deze ook in deze verordening wijzigen.
Artikel 2 Beslistermijn schuldhulpverlening De wet regelt dat inwoners met problematische schulden bij de gemeente terecht kunnen voor onder meer advies, schuldbemiddeling of een saneringskrediet. Het uitgangspunt is dat schuldhulpverlening breed toegankelijk is. Daarbij is van belang dat het voor de inwoner duidelijk is binnen welke termijn na het
eerste gesprek over de hulpvraag wordt besloten of de inwoner voor een schuldenregeling in aanmerking komt.
Daarom is bij de genoemde wetswijziging in navolging van het advies van de Nationale Ombudsman besloten een wettelijke termijn op te nemen waarbinnen de gemeente na het eerste gesprek over de
hulpvraag moet besluiten of iemand voor een schuldenregeling in aanmerking komt. Niet alleen burgers
dienen zich aan wettelijke termijnen te houden. Ook van een dienende overheid mag verwacht worden dat zij op een verzoek van een burger binnen een redelijke, door de raad in een gemeentelijke verordening
vastgestelde, termijn reageert. Deze termijn mag volgens artikel 4a, derde lid, van de wet niet langer zijn dan acht weken. Dit is gelijk aan de maximale redelijke termijn die in artikel 4:13, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt gesteld.
De beslistermijn is uit oogpunt van uniformiteit en uitvoerbaarheid bepaald op 8 weken. De gemeente
spant zich in om zo spoedig mogelijk een beschikking af te geven. In de praktijk blijkt dat in de meeste
gevallen de termijn korter kan zijn, maar dat lukt alleen als de aanvrager volledige medewerking verleent.
Artikel 3 Inwerkingtreding en citeertitel Dit artikel behoeft geen toelichting.
1 Advies ASD Verordening beslistermijn schuldhulpverlening.pdf