A2 Amendement VVD Definitie lokale binding in Huisvestingsverordening aangepast
Tekst van het document
Amendement
De raad van de gemeente Mook en Middelaar in vergadering bijeen op 29 januari 2026 Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 6 januari 2026 inzake Raadsvoorstel Vaststelling Huisvestigingsverordening Mook en Middelaar waarbij het volgende wordt voorgesteld : 1. In te stemmen met de beantwoording van de ingediende zienswijzen en de staat van wijzigingen tot aanpassing van de ontwerp-Huisvestingsverordening gemeente Mook en Middelaar 2026, zoals vastgelegd in de bijlage Nota van zienswijzen en ambtelijke wijzigingen; 2. De Huisvestingsverordening Mook en Middelaar 2026 vast te stellen; 3. De Huisvestingsverordening Mook en Middelaar gelijk met die van de regiogemeenten in Noord-Limburg in werking te laten treden op 1 juli 2026. Gehoord de beraadslagingen in de Algemene commissie d.d. 21 januari 2026 Overwegende dat: • dat artikel 14 van de Huisvestingswet 2014 de wettelijke grondslag vormt voor het hanteren van economische en maatschappelijke binding bij de verdeling van woonruimte; • dat de wettelijke definitie van economische en maatschappelijke binding is opgenomen in artikel 14, vierde lid, van de Huisvestingswet 2014; • dat artikel 14, vierde lid, onder b, twee zelfstandige en gelijkwaardige grondslagen kent voor maatschappelijke binding, te weten: 1.
een redelijk, met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich in die woningmarktregio, die gemeente of dat deel van de gemeente te vestigen, of 2. ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is dan wel gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van die woningmarktregio, die gemeente of dat deel van de gemeente. • dat de huidige formulering van lokale binding in de huisvestingsverordening uitsluitend aansluit bij de tweede voorwaarde van woonduur, en daarmee een te beperkte uitleg wordt gegeven aan maatschappelijke binding; • dat dit ertoe leidt dat jongeren die in de gemeente zijn opgegroeid, maar tijdelijk elders wonen voor studie of opleiding, bij een langere studieduur hun lokale binding ‘verliezen’ en daardoor niet met voorrang kunnen terugkeren;
•
dat dit een onbedoeld en onwenselijk effect is, dat niet noodzakelijk voortvloeit uit de Huisvestingswet en afbreuk doet aan het uitgangspunt om woningbouw mede ten goede te laten komen aan de eigen gemeenschap.
Besluit Besluit het raadsvoorstel vast te stellen met dien verstande dat beslispunt 2 als volgt wordt gewijzigd en beslispunt 4 wordt toegevoegd: 2. De Huisvestingsverordening Mook en Middelaar 2026 vast te stellen, met dien verstande dat in Hoofdstuk 1 ‘Algemene bepalingen’, in ‘Artikel 1 Definities’ de volgende definitie van ‘Lokale binding’ wordt opgenomen: Lokale binding: een woningzoekende die een redelijk, met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich in die kern te vestigen of ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is dan wel gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van de kern, zoals bedoeld in de Wet artikel 14, lid 4, sub b onder 1 en 2. Het gaat daarbij om de lokale binding van de woningzoekende zelf, niet om die van eventuele andere leden van het huishouden; 4. Het college te verzoeken om uiterlijk vóór de inwerkingtreding van de Huisvestingsverordening (1 juli 2026) beleidsregels/uitvoeringsregels vast te stellen en te publiceren voor de toepassing van artikel 14, vierde lid, onder b, sub 1 (redelijk, met de plaatselijke samenleving verband houdend belang), waarin in ieder geval wordt opgenomen: a) objectieve, toetsbare criteria en de te overleggen bewijsstukken; b) een heldere publieksuitleg (max.
1 A4) voor woningzoekenden over wanneer sprake kan zijn van maatschappelijke binding via sub 1; c) dat “terugkeer naar de gemeente na studie door aantoonbaar in de gemeente opgegroeide/ingeschreven geweest zijnde woningzoekenden” expliciet wordt meegenomen als toepassingsvoorbeeld, mits aan de vastgestelde criteria is voldaan; d) een jaarlijkse rapportage aan de raad over het aantal besluiten waarbij sub 1 is toegepast (monitoring op consistentie en eventuele verdringingseffecten). Naam en ondertekening: Cornelieke van den Bergh Fractievoorzitter VVD Luc van der Linden Fractievoorzitter DGP
Behandeld in de raadsvergadering van 29 januari 2026
Stemverhouding DGP
PvdA
GroenLinks
Voor: Tegen: Dit amendement is: Aangenomen Verworpen Ingetrokken
De raad voornoemd,
De griffier, W. Huberts
De voorzitter, I.M. van Dijk
VVD