CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

20221129 Molenhoek Zuid_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 13 Verkennend booronderzoek .pdf

Algemene commissie 12 april 2023, gemeente Mook en MiddelaarBij agendapunt: bijlagen bij Bestemmingsplan Molenhoek Zuid10.074 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Antea Group Archeologie 2022/152 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen Nieuwbouwplan Spijkerweg Halderweg Molenhoek - gemeente Mook en Middelaar

projectnummer 474506 revisie 00 29 augustus 2022

Antea Group Archeologie 2022/152 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen Nieuwbouwplan Spijkerweg Halderweg Molenhoek - gemeente Mook en Middelaar projectnummer 474506 concept revisie 00 29 augustus 2022

Auteurs G. Sophie

Opdrachtgever KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV Kanaalstraat 200 6541 XN Nijmegen

datum vrijgave

beschrijving revisie 00

gecontroleerd J.E. Colijn

vrijgave K. Keijzers

Inhoudsopgave

Blz.

Samenvatting

2

1

Inleiding

4

2

Bureauonderzoek

5

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Begrenzing plangebied Huidig en toekomstig gebruik Landschappelijke situatie Historische situatie en mogelijke verstoringen Archeologische waarden Gespecificeerde archeologische verwachting

5 5 5 6 7 9

3

Veldonderzoek

11

3.1 3.2 3.3 3.3.1 3.3.2

Doel- en vraagstelling Onderzoeksopzet en werkwijze Resultaten Bodemopbouw Archeologie

11 12 13 14 15

4

Conclusies en advies

16

4.1 4.2

Conclusies (Selectie)advies

16 16

Literatuur en geraadpleegde bronnen

18

Lijst van afbeeldingen en bijlagen

19

Bijlagen 1 2 3

Archeologische perioden AMZ-cyclus Boorbeschrijvingen

Kaartbijlagen 474506-ARO

Situatiekaart met ligging boorpunten

Antea Group Archeologie 2022/152 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 474506 29 augustus 2022 revisie 00 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV

Administratieve gegevens Projectnummer Antea Group OM-nummer Provincie Gemeente Plaats Toponiem

474506 5222915100 Limburg Mook en Middelaar Molenhoek Spijkerweg - Halderweg

Kaartblad 46A Coördinaten 188080/419040 188438/418949 Opdrachtgever Uitvoerder Datum uitvoering Projectteam

KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV Antea Group maart 2022 J.E. Colijn (projectleider) V. Uffink (KNA-archeoloog) G. Sophie (senior KNA prospector \ senior KNA archeoloog)

Vrijgave conform KNA R. Fens (senior KNA-prospector) Bevoegd gezag Gemeente Mook en Middelaar Deskundige bevoegd gezag Beheer documentatie Antea Group Vondstdepot n.v.t.

Afbeelding 1. Uitsnede topografische kaart met de ligging van het plangebied.

Blad 1 van 19

Antea Group Archeologie 2022/152 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 474506 29 augustus 2022 revisie 00 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV

Samenvatting In maart 2022 heeft Antea Group in opdracht van Klokgroep Wonen BV een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied “Nieuwbouwplan Molenhoek – gemeente Mook en Middelaar” (afbeelding 1). In juni is vervolgens een archeologisch inventariserend booronderzoek met verkennende boringen uitgevoerd in het plangebied Een archeologisch bureauonderzoek is de eerste stap in de AMZ-cyclus. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een nieuw bestemmingsplan. In het plangebied is Klokgroep Wonen BV voornemens om nieuwbouw te realiseren. De ontwikkeling zal bodemverstorende werkzaamheden met zich meebrengen, waarbij mogelijke archeologische resten worden vernietigd. Voor het plangebied geldt een archeologische onderzoeksplicht volgens het beleid van de gemeente Mook en Middelaar. Conclusie bureauonderzoek Op basis van de gegevens uit eerdere onderzoeken geldt er voor het plangebied een verwachting voor archeologische resten vanaf het laat-paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Het gebied ligt op een overgang van het Maasdal met hoger gelegen terras-restruggen (westelijke deel plangebied) naar mogelijk een hoger gelegen flank van een stuwwal, al dan niet afgedekt met dekzand (oosten van het plangebied).

Het plangebied zelf ligt waarschijnlijk nog op de hoge terras-restruggen, maar het is mogelijk dat het uiterste oosten van het plangebied ook op de hoger gelegen dekzanden en stuwwalafzettingen ligt. Er geldt een middelhoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit het paleolithicum tot en met het vroeg-neolithicum. Hoewel het plangebied geen gradiëntzone is bevindt het zich wel op enkele honderden meters van het Maasdal waar voldoende voedselbronnen aanwezig waren. Voor de periode vanaf het laat-neolithicum tot en met de nieuwe tijd geldt een hoge verwachting. De ligging langs het Maasdal was voor gemengde landbouwbedrijven vanaf de bronstijd erg waardevol. De uitgestrekte graslanden waren geschikt voor de veehouderij en de flanken van de nabijgelegen stuwwal waren geschikt voor akkerbouw. In het plangebied is de pleistocene ondergrond begraven door een esdek. Archeologische resten worden verwacht in de top van de terrasafzettingen en indien aanwezig in de top van de dekzandafzettingen. Archeologische resten uit later perioden (late middeleeuwen-nieuwe tijd) worden voornamelijk verwacht in de top van het mogelijk (en deels) aanwezige esdek. Booronderzoek Ter plaatse van het volkstuincomplex is grond opgebracht. De gebruikte grond is gewonnen uit de huidige Maasbedding of uit de directe omgeving met Maasafzettingen.

De kans op het aantreffen van archeologische vindplaatsen wordt hier als zeer laag ingeschat. Ter plaatse van de bedrijven aan de Spijkerweg\ Provincialeweg zijn geen boringen uitgevoerd. De dichtheid aan bebouwing en de aanwezigheid van verdiepte laaddocks voor vrachtwagens maakt de kans op intacte archeologische resten hier klein. De vergunningen uit het gemeentelijk bouwarchief zijn echter niet geraadpleegd. In het overige deel van het plangebied is sprake van een landschap dat lang dynamisch is geweest en waar de Maas een variatie aan afzettingen heeft afgezet. In de verkennende boringen zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats.

Blad 2 van 19

Antea Group Archeologie 2022/152 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 474506 29 augustus 2022 revisie 00 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV

Conclusie booronderzoek In het plangebied is een verkennend booronderzoek uitgevoerd waarbij is aangetoond dat de aangetroffen afzettingen in een dynamisch rivierlandschap zijn afgezet en dat er nauwelijks bodemvorming heeft plaatsgevonden en dat er geen vegetatiehorizonten of laklagen zijn waargenomen. Evenmin zijn er gestuwde afzettingen (stuwwal) en gerijpte oeverwallen van fossiele stroomgordels aangetroffen. Op basis van de boorresultaten is de kans op de aanwezigheid van intacte archeologische resten als laag ingeschat. Het advies luidt dan ook om zonder verder archeologisch onderzoek uit te voeren de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.

Blad 3 van 19

Antea Group Archeologie 2022/152 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 474506 29 augustus 2022 revisie 00 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV

1

Inleiding In maart 2022 heeft Antea Group in opdracht van Klokgroep Wonen BV een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied “Nieuwbouwplan Molenhoek – gemeente Mook en Middelaar” (afbeelding 1). In juni is vervolgens een archeologisch inventariserend booronderzoek met verkennende boringen uitgevoerd in het plangebied Een archeologisch bureauonderzoek is de eerste stap in de AMZ-cyclus. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een nieuw bestemmingsplan. In het plangebied is Klokgroep Wonen BV voornemens om nieuwbouw te realiseren. De ontwikkeling zal bodemverstorende werkzaamheden met zich meebrengen, waarbij mogelijke archeologische resten worden vernietigd. Voor het plangebied geldt een archeologische onderzoeksplicht volgens het beleid van de gemeente Mook en Middelaar. Het doel van het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Waar kunnen we wat verwachten? Voor het opstellen van een dergelijke verwachting wordt gebruik gemaakt van reeds bekende archeologische waarnemingen, historische kaarten, bodemkundige gegevens en informatie over de landschappelijke situatie. Een gespecificeerde verwachting gaat in op de mogelijke aanwezigheid, het karakter, de omvang, datering en eventuele (mate van) verstoring van archeologische waarden binnen het plangebied.

Een verkennend onderzoek heeft als doel het in kaart brengen van eventuele verstoringen in de bodem, het verkrijgen van enig inzicht in de bodemopbouw van het gebied en aldus het in kaart brengen van kansrijke en kansarme zones wat betreft archeologie. Dit onderzoek is uitgevoerd conform BRL 4000, protocol 4003 met daarin besloten de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1. Voor de KNA-protocollen 4001 (PvE), 4002 (bureauonderzoek), 4003 (inventariserend veldonderzoek) en 4004 (opgraven) is Antea Group gecertificeerd conform de SIKB-BRL 4000 (Beoordelingsrichtlijn voor archeologie).

Blad 4 van 19

Antea Group Archeologie 2022/152 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 474506 29 augustus 2022 revisie 00 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV

2

Bureauonderzoek Er is in een eerder stadium al een bureauonderzoek uitgevoerd door Antea Group.1 In het onderstaande wordt dit bureauonderzoek grotendeels overgenomen.

2.1

Begrenzing plangebied Het is van belang een onderscheid te maken tussen plangebied enerzijds en onderzoeksgebied anderzijds. Met plangebied wordt het gebied bedoeld waarop de in de inleiding genoemde werkzaamheden betrekking hebben. Voor het plangebied wordt in regel ook de ruimtelijke procedure gevoerd, waarvan dit archeologisch onderzoek een onderdeel is. Binnen dit gebied kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden verstoord worden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie wordt ingewonnen voor het opstellen van het gespecificeerde verwachtingsmodel en is groter dan het plangebied zelf. In principe wordt een straal van 200 m rondom het plangebied gehanteerd. Dit wordt voldoende geacht om relevante informatie te verzamelen om het gespecificeerde verwachtingsmodel op te kunnen stellen. Dit omdat het onderzoeksgebied een vergelijkbare situatie kent als het plangebied voor onder andere de onderdelen zoals hoogteligging, geomorfologie, historische situatie etc. Binnen deze straal zijn ook voldoende gegevens uit archeologische waarnemingen en eerder uitgevoerde onderzoeken beschikbaar. Het plangebied ligt net ten westen van de rijksweg N271 en wordt doorsneden door de Spijkerweg en Halderweg in Molenhoek. Het plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 7,7 hectare.

2.2

Huidig en toekomstig gebruik Huidig gebruik plangebied Het plangebied is deels in gebruik als bedrijventerrein, terrein met moestuinen, weiland, akkerland en boomkwekerijen. Consequenties toekomstig gebruik Binnen het plangebied wordt nieuwbouw gerealiseerd (zie afbeelding 2). Er worden nieuwe circa 250 woningen gebouwd en diverse waterpartijen en groenstroken aangelegd. Het is onduidelijk wat de omvang van de graafwerkzaamheden zal zijn. Ook is niet duidelijk hoe de nieuwbouw zal worden gefundeerd. Naar schatting wordt de bodem tot minimaal 1,5 m-mv geroerd.

2.3

Landschappelijke situatie Geologie2 De omgeving van het plangebied is voor een belangrijk gedeelte gevormd onder invloed van de rivier de Maas. Gedurende de voorlaatste ijstijd, het Saalien, schoven grote hoeveelheden landijs Nederland binnen. De meest zuidelijke plek waar het landijs is gekomen, bevindt zich bij 1 2

Uffink, 2022 Naar: Nater, 2020.

Blad 5 van 19

Antea Group Archeologie 2022/152 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 474506 29 augustus 2022 revisie 00 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV

Nijmegen, ten oosten en noorden van het plangebied. Hier bevindt zich een hoge door het landijs ontstane stuwwal. Door de ligging van de stuwwal moest de Maas zich afbuigen in westelijke richting, waardoor het huidige Maasdal is ontstaan. Gedurende de laatste ijstijd, het Weichselien, heerste er in Nederland een toendraklimaat. Er was weinig vegetatie, waardoor de wind vrij spel had en veel zand kon verstuiven. Ook konden rivieren hierdoor veel los zand en grind meenemen, wat soms tot gevolg had dat beddingen verstopt raakten. Wanneer de rivier zich vervolgens verlegde, ontstond een vlechtend patroon. Het koude Weichselien werd opgevolgd door het warmere Holoceen, dat 10.000 jaar geleden begon en nog steeds voortduurt. In deze periode nam de Maas een meer meanderend patroon aan, en werden in oude geulen rivierterrassen gevormd. Het plangebied is gelegen op één van die terrassen. Geomorfologie en AHN Op de geomorfologische kaart (afbeelding 3) is te zien dat het plangebied is gelegen te midden van verschillende soorten rivierafzettingen. De locatie zelf ligt grotendeels op een terrasrest-rug (code 10B43) en voor een heel klein gedeelte op een glooiing van sneeuwsmeltwaterafzettingen (code 5H21). Vlakbij bevinden zich een droogdal (code: 22R21), een stuwwal (500 meter ten oosten, code: 17B11) en een terrasvlakte (code 2M42).

Het gebied ligt dus echt op de grens van een stuwwallenlandschap en een rivierenlandschap. In het zuidelijk deel van het plangebied is de geomorfologie niet bekend omdat dit deel niet is gekarteerd. Op basis van de gegevens uit de omgeving bevindt zich hier mogelijk een droogdal (code: 22R21) of een vlakte van rivierafzettingen (code: 2M45). Het hierboven beschrevene komt ook terug in het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN, afbeelding 5). De stuwwal is herkenbaar als een dieprode hoogte, terwijl de rest van het landschap relatief laag ligt. Het plangebied ligt op ongeveer 10 m +NAP. Het zuiden van het plangebied is sterk opgehoogd aan het eind van de 20e eeuw (zie ook paragraaf 2.4.1). Het gebied ligt hier gemiddeld op 13,5 m +NAP. Bodem en grondwater Op de bodemkaart ligt het plangebied binnen hoge bruine enkeerdgronden (code: bEZ30), Ooivaaggronden (code: KRd1) en leek-woudeergronden (code: pKRn2) (afbeelding 6). De heersende grondwatertrap in het gebied is VII, wat inhoudt dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) op een diepte van meer dan 80 cm –mv ligt, wat relatief diep is.

2.4

Historische situatie en mogelijke verstoringen Historische situatie Op historisch kaartmateriaal is te zien dat het plangebied op en langs de oever van de Maas ligt (afbeelding 6). In het plangebied is op de kadastrale minuut uit 1811 nog geen bebouwing aanwezig. Op de topografische kaart uit 1850 is wel één woonerf aanwezig aan de doorgaande weg van Mook naar Nijmegen, maar de rest is niet bebouwd. Ook loopt er een landweg door het gebied. In het tweede kwart van de 20e eeuw komt er een fabriek in het zuidoostelijk deel van het terrein. Tot het eind van de 20e eeuw verandert er weinig in het gebied maar in de jaren 90 raakt het gebied meer bebouwd (met bedrijfspanden) en krijgt het min of meer de huidige indeling. Het zuidelijk deel van het plangebied is eind 19e eeuw opgehoogd. In het laatste kwart van de 20e eeuw verschijnen er moestuintjes in dit deel van het plangebied.

Blad 6 van 19

Antea Group Archeologie 2022/152 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 474506 29 augustus 2022 revisie 00 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV

Mogelijke verstoringen De kans is groot dat het gebied (gedeeltelijk) verstoord is geraakt door de bestaande bebouwing en verharding. Het is echter niet bekend hoe diep en omvangrijk deze verstoringen zijn. Verstoringen kunnen ook zijn ontstaan door ploegwerkzaamheden op de akkers. Recente verstoringen kunnen ook aanwezig zijn door de aanleg van nutsvoorzieningen. Het zuiden van het plangebied is aan het eind van de 20e eeuw enkele meters opgehoogd, waarna er moestuintjes worden gebouwd. Hoewel het voornamelijk om ophogingen gaat is het denkbaar dat hier de onderliggende bodem in enige mate verstoord is geraakt (bijvoorbeeld door afgraving/egalisatie voorafgaande aan de ophogingen).

2.5

Archeologische waarden Uit het Archeologische Informatie Systeem (Archis) van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed zijn de bekende archeologische waarden in een omtrek van ongeveer 200 m rondom het plangebied opgevraagd. Het betreft archeologische monumenten (AMK-terreinen), archeologische waarnemingen (zoals vondsten) en meldingen van eerdere archeologische onderzoeken (zie kaart 474506–ARCHIS in de kaartenbijlage). Gegevens uit Archis: AMK-terreinen In het plangebied zijn geen archeologische monumenten aanwezig. Net ten noordwesten van de planlocatie bevindt zich een monumententerrein (nummer 43). Het betreft een terrein met sporen van bewoning uit de Romeinse tijd en begraving uit de bronstijd tot en met de late ijzertijd. Ook zou er een Romeinse weg zijn aangetroffen. Hiervan is de documentatie niet via reguliere digitale bronnen beschikbaar gesteld. Even ten zuidoosten van de planlocatie is nog een monumententerrein aanwezig (nummer 16222). Het is een terrein met een hoge archeologische waarde. Hier zijn resten aangetroffen van de oude dorpskern van Mook uit de middeleeuwen en de nieuwe tijd. Gegevens uit Archis: eerdere onderzoeken en archeologische waarnemingen Even ten zuiden van het plangebied is in 2007 door BAAC een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd (zaakid 2161309100).

Op basis van het onderzoek bestaat de bovenste 50-190 cm beneden maaiveld voornamelijk uit opgebrachte grond, die vermoedelijk is gestort op plaatsen waar klei is gewonnen. Vanaf 50-190 cm zijn resten van de door de Maas afgezette gronden aangetroffen. Hierin waren geen begraven bodems en dus eventuele archeologische niveaus aanwezig. Op basis van de afzettingen (kleidek op grof rivierzand) moet het gebied regelmatig zijn overstroomd en dus relatief nat zijn geweest. Dit zijn ongunstige vestigingscondities, waardoor de kans om archeologische resten aan te treffen klein is. Er geldt een lage verwachting voor alle perioden. Een hogere verwachting geldt meer voor de hogere en drogere delen van de oude Maasterrassen, al dan niet afgedekt met dekzand. Deze liggen meer ten noorden van het onderzocht gebied. Er werd hier geen vervolgonderzoek aanbevolen.3 Even ten oosten van het plangebied is door RAAP in 2006 een archeologisch booronderzoek gedaan (zaakid 2121538100). Op basis van het bureauonderzoek geldt een middelhoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit het paleolithicum tot en met het neolithicum.

3

Den Otter, 2007.

Blad 7 van 19

Antea Group Archeologie 2022/152 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 474506 29 augustus 2022 revisie 00 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV

Hoewel het plangebied geen gradiëntzone is bevindt het zich wel op enkele honderden meters van het Maasdal waar voldoende voedselbronnen aanwezig waren. Voor de periode vanaf het laat-neolithicum tot en met de nieuwe tijd geldt een hoge verwachting. Met name de hier aanwezig holtpodzolgronden waren erg geschikt voor de landbouw. Ook de ligging langs het Maasdal was voor gemengde landbouwbedrijven vanaf de bronstijd erg waardevol. De uitgestrekte graslanden waren geschikt voor de veehouderij en de flanken van de nabijgelegen stuwwal waren geschikt voor akkerbouw. In het plangebied is de pleistocene ondergrond begraven door een esdek. Archeologische resten worden voornamelijk verwacht aan de basis van het esdek. Tijdens het booronderzoek zijn fragmenten aardewerk uit de prehistorie en late middeleeuwen aangetroffen. Mogelijk was het plangebied onderdeel van Celtic fields uit de late bronstijd en ijzertijd. Het middeleeuwse materiaal is mogelijk door bemesting binnen het plangebied komen te liggen. Er is een archeologische begeleiding als vervolgonderzoek aanbevolen.4 In het gebied is vervolgens in 2008 door RAAP een archeologische inspectie gedaan (zaakid 2227543100). De resultaten zijn niet via reguliere digitale bronnen beschikbaar gesteld. Circa 50 meter ten oosten van het plangebied is door RAAP in 2007 nog een archeologische inspectie gedaan (zaakid 2156028100).

De resultaten van dit onderzoek zijn niet via reguliere digitale bronnen beschikbaar gesteld. Even ten noordoosten van het plangebied zijn 3 vondstmeldingen gedaan (zaakid’s 3206103100, 3056813100, 3004210100). Hier is aardewerk uit de periode neolithicum-ijzertijd en de periode late middeleeuwen - nieuwe tijd aangetroffen. Ook zijn er een bronzen radnaald en een weefgewicht uit de bronstijd gevonden en een vuursteen afslag uit het neolithicum. Conclusie: Op basis van de gegevens uit eerdere onderzoeken geldt er voor het plangebied een verwachting voor archeologische resten vanaf het laat-paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Het gebied ligt op een overgang van het Maasdal met hoger gelegen terras-restruggen (westelijke deel plangebied) naar mogelijk een hoger gelegen flank van een stuwwal, al dan niet afgedekt met dekzand (oosten van het plangebied). Het plangebied zelf ligt waarschijnlijk nog op de hoge terras-restruggen, maar het is mogelijk dat het uiterste oosten van het plangebied ook op de hoger gelegen dekzanden en stuwwalafzettingen ligt. Er geldt een middelhoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit het paleolithicum tot en met het vroeg-neolithicum. Hoewel het plangebied geen gradiëntzone is bevindt het zich wel op enkele honderden meters van het Maasdal waar voldoende voedselbronnen aanwezig waren.

Voor de periode vanaf het laat-neolithicum tot en met de nieuwe tijd geldt een hoge verwachting. De ligging langs het Maasdal was voor gemengde landbouwbedrijven vanaf de bronstijd erg waardevol. De uitgestrekte graslanden waren geschikt voor de veehouderij en de flanken van de nabijgelegen stuwwal waren geschikt voor akkerbouw. In het plangebied is de pleistocene ondergrond begraven door een esdek. Archeologische resten worden verwacht in de top van de terrasafzettingen en indien aanwezig in de top van de dekzandafzettingen. Archeologische resten uit later perioden (late middeleeuwen-nieuwe tijd) worden voornamelijk verwacht in de top van het mogelijk (en deels) aanwezige esdek.

4

Keijzers, 2006.

Blad 8 van 19

Antea Group Archeologie 2022/152 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 474506 29 augustus 2022 revisie 00 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV

2.6

Gespecificeerde archeologische verwachting Datering Voor het grootste deel van plangebied, ter hoogte van het rivierterras (en rug) geldt een brede archeologische verwachting. Resten worden verwacht vanaf het laat-paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. In het zuidelijke deel van het plangebied geldt een lage archeologische verwachting naar aanleiding van recente verstoringen en ophogingen. Complextype Uit het laat-paleolithicum tot en met het laat neolithicum kunnen in deze regio resten worden verwacht die samenhangen met de mobiele leefwijze van de mens, zoals kleine kampementen die slechts tijdelijk (en/of periodiek) werden bewoond. Dergelijke vindplaatsen zijn te herkennen aan vuursteenconcentraties en haardkuilen. Vanaf het laat neolithicum tot en met de Romeinse tijd kunnen op de hogere delen in het landschap resten van grotere huizen/nederzettingen worden verwacht, net als schuren, spiekers en opstallen. Verder kunnen sporen van agrarische activiteit worden aangetroffen, zoals perceleringsgreppels. Daarnaast kunnen ook menselijke begravingen/crematies worden aangetroffen, afhankelijk van de datering variërend van vlakgraven tot crematiegraven. Ook off-site materiaal kan worden verwacht. Uit de middeleeuwen en nieuwe tijd kunnen eveneens nederzettingen en resten van agrarische activiteit worden verwacht.

Omvang De omvang kan variëren van puntvondsten tot nederzettingen van enkele honderden vierkante meters. Diepteligging Archeologische resten worden verwacht in de top van de terrasafzettingen en indien aanwezig in de top van de dekzandafzettingen. Archeologische resten uit later perioden (late middeleeuwennieuwe tijd) worden voornamelijk verwacht in de top van het mogelijk (en deels) aanwezige esdek. Locatie Archeologische resten kunnen binnen het gehele plangebied voorkomen, gezien het feit dat de daadwerkelijk bodemopbouw op dit moment nog niet bekend is. In het zuidelijke deel van het plangebied geldt een lage archeologische verwachting naar aanleiding van recente verstoringen en ophogingen aan het eind van de 20e eeuw. Voor het hele plangebied geldt verder, dat op die plaatsen waar recente bebouwing aanwezig is, de kans dat eventuele archeologische niveaus verloren zijn gegaan. Uiterlijke kenmerken Paleolithicum tot laat neolithicum: vuursteenverspreiding, indicaties van bewerking van vuursteen, halffabricaten, productieafval, productiegereedschap. Indicaties van kortdurende nederzettingen/kampen: haardkuilen, verbrand vuursteen. Indicaties voor jacht/voedselverzameling en –bereiding: werktuigen, spitsen, bijlen, schrabbers, stekers etc. Laat neolithicum tot en met late middeleeuwen: resten en structuren die wijzen op een sedentair, agrarisch bestaan.

Nederzettingen: paalgaten (huizen, spieker, opstallen, schuren), greppels, waterputten (met of zonder houten beschoeiingen) en afvalkuilen, en uit de

Blad 9 van 19

Antea Group Archeologie 2022/152 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 474506 29 augustus 2022 revisie 00 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV

Romeinse tijd resten van stenen gebouwen. Tussen het laat neolithicum en de bronstijd/ijzertijd/Romeinse tijd: periodespecifieke wijze van het begraven/cremeren van de doden. Middeleeuwen en nieuwe tijd: nederzetting- en ontginningssporen en resten van agrarische landinrichting. Mogelijke verstoringen De kans is groot dat het gebied (gedeeltelijk) verstoord is geraakt door de bestaande bebouwing en verharding. Het is echter niet beken hoe diep en omvangrijk deze verstoringen zijn. Verstoringen kunnen ook zijn ontstaan door ploegwerkzaamheden op de akkers. Recente verstoringen kunnen ook aanwezig zijn door de aanleg van nutsvoorzieningen. Het zuiden van het plangebied is aan het eind van de 20e eeuw enkele meters opgehoogd, waarna er moestuintjes worden gebouwd. Hoewel het voornamelijk om ophogingen gaat is het denkbaar dat hier de onderliggende bodem in enige mate verstoord is geraakt (bijvoorbeeld door afgraving/egalisatie voorafgaande aan de ophogingen).

Blad 10 van 19

Antea Group Archeologie 2022/152 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 474506 29 augustus 2022 revisie 00 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV

3

Veldonderzoek

3.1

Doel- en vraagstelling Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen van de archeologische verwachting, zoals deze op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek is opgesteld. Het uitgevoerde onderzoek betreft een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen, verkennende fase. Een verkennend onderzoek heeft als doel het in kaart brengen van eventuele verstoringen in de bodem, het verkrijgen van enig inzicht in de bodemopbouw van het gebied en aldus het in kaart brengen van kansrijke en kansarme zones wat betreft archeologie. Het onderzoek dient antwoord te geven op de volgende vragen:  

Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Zijn er archeologische indicatoren aangetroffen binnen het plangebied? Zo ja, wat is de aard, conserveringstoestand en datering van deze indicatoren/vindplaats?  Indien archeologische lagen aanwezig zijn; op welke diepte bevinden deze zich en wat is de maximale diepte?  Waaruit bestaat of bestaan deze archeologische laag of lagen?  In welke mate wordt een eventueel aanwezige vindplaats verstoord door realisatie van geplande bodemingrepen?  Hoe kan deze verstoring door planaanpassing tot een minimum worden beperkt?  In welke mate stemmen de resultaten van het veldwerk overeen met de verwachtingen van het bureauonderzoek?  Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan deze bestaan? Voorafgaand aan het veldwerk is een Plan van Aanpak opgesteld dat is voorgelegd aan de opdrachtgever.

Afbeelding 2 Kaart met de oorspronkelijk geplande boringen. In de kaartbijlage de boorpuntenkaart met gerealiseerde boringen. De kleuren hangen samen met OO-verdenking (bron: Antea Group)

Blad 11 van 19

Antea Group Archeologie 2022/152 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 474506 29 augustus 2022 revisie 00 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV

3.2

Onderzoeksopzet en werkwijze Datum uitvoering

13 en 14 juni 2022

Veldteam Weersomstandigheden

Koen van Rens (technisch specialist milieukundig veldwerk’, alleen 13\6); Gerjan Sophie Zonnig en droog ca 22°C

Boortype

Edelman, Ø7cm

Methode conform Leidraad SIKB5 Motivatie methode

Niet van toepassing, verkennend onderzoek In de zones van het plangebied met een middelhoge en hoge archeologische verwachting dient een verkennend booronderzoek te worden uitgevoerd om de mate van recente verstoring van de bodemopbouw en eventueel aanwezige archeologische lagen te bepalen. Op die manier kan een gefundeerd advies worden gegeven over de impact van de herinrichting van het plangebied en de noodzakelijke archeologische onderzoeken die daarvoor moeten worden uitgevoerd. Voor de zones met een middelhoge en hoge archeologische verwachting worden 6 verkennende boringen per hectare gezet tot een diepte van 2 mmv (zie afbeelding 2 voor de advieskaart). De boringen worden uitgevoerd met een edelmanboor met een diameter van 8-10 cm. De zones van het plangebied met een hoge en middelhoge archeologische verwachting beslaan circa 6,4 hectare. Het totaal aantal verkennende boringen in deze zones komt hiermee op 39. De boringen dienen verspreidt over het plangebied te worden geplaatst om een zo goed mogelijk beeld van de ondergrond te krijgen.

Aantal boringen Oriëntatie grid t.o.v. geomorfologie/paleo-landschap Wijze inmeten boringen

De zone met een lagere archeologische verwachting beslaat circa 1,3 hectare. In dit deel van het gebied worden 4 verkennende controleboringen gezet, tot een diepte van maximaal 2 m-mv. 43 gepland; 31 uitgevoerd N.v.t, verkennend onderzoek Uitzetten met Topcon, opnieuw inmeten om ook de z-waarde vast te leggen. N.v.t.

Overige toegepaste methoden Wijze onderzoek / NEN 5104\ASB beschrijving boorkolom Verzamelwijze archeologische Verbrokkelen van de opgeboorde grond, waarnemen op het oog. indicatoren Bemonstering N.v.t.

5

Vondstzichtbaarheid aan oppervlak Omschrijving oppervlaktekartering Afwijkingen t.o.v. PvA

Slecht: bebouwd, akker met begroeiing, volkstuintjes

Doelen en wensen opdrachtgever

Opdrachtgever wil in een zo vroeg mogelijk stadium van de ontwikkeling in beeld hebben of, en zo ja waar zich risico’s bevinden op het vlak van archeologie.

Niet uitgevoerd. Een aantal boringen is niet uitgevoerd

Tol e.a. 2012

Blad 12 van 19

Antea Group Archeologie 2022/152 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 474506 29 augustus 2022 revisie 00 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV

Randvoorwaarden

3.3

In een deel van het plangebied staat bebouwing en een deel van het plangebied is verdacht op ontplofbare oorlogsresten. De boringen daar moeten worden vrijgegeven, met een zgn. ‘bomlocator’. Dit apparaat is gevoelig voor verstoring door metaal in de omgeving. Daardoor moesten bij de volkstuintjes veel boringen verplaatst worden, of konden ze niet worden uitgevoerd en kon geen van de boringen bij de bedrijven en langs de provinciale weg uitgevoerd worden (geparkeerde auto’s, hekwerk, K&L, e.d.).

Resultaten Voor een overzicht van de boringen wordt verwezen naar de boorprofielen in Bijlage 3 en de situatiekaart in de kaartenbijlage.

Afbeelding 3 Impressie van het plangebied tijdens het veldwerk; links het bedrijventerrein aan de Spijkerweg (blik naar het zuiden), rechts het volkstuincomplex; (blik naar het zuidoosten; foto’s: Antea Group)

Blad 13 van 19

Antea Group Archeologie 2022/152 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 474506 29 augustus 2022 revisie 00 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV

Afbeelding 4 Impressie van het plangebied tijdens het veldwerk; links de akker aan de Spijkerweg (blik naar het noorden), rechts de kwekerij\tuinderij (blik naar het zuidoosten; foto’s: Antea Group)

3.3.1

Bodemopbouw Uiteindelijk zijn 31 boringen uitgevoerd binnen het plangebied. De overige boringen konden vanwege verharding en\of gecombineerd met OO-verdenking niet worden uitgevoerd. In het volkstuincomplex zijn zes boringen gezet (25, 34 tot en met 37 en 40), vier konden ook na verplaatsen niet vrijgegeven worden. Van de 6 boringen die wel gezet zijn, zijn er vier ondiep gestaakt. Alleen boring 34 en 37 leveren informatie op over de diepere ondergrond. Het maaiveld ter hoogte van het volkstuincomplex ligt tussen de 13,13 en 13,85 m +NAP. Het overige deel van het plangebied ligt tussen 9,75 en 10,73 +NAP. In hetoorspronkelijke bureauonderzoek wordt beschreven dat eind 20e eeuw dit gebied is opgehoogd, maar kijkend op historische kaarten lijkt het erop dat al in het laatste decennium van de 19e eeuw dit gebied is opgehoogd.6 Het is onduidelijk waarom de ophoging heeft plaatsgevonden. Mogelijk hangt het samen met een verz(w)akking van de bestaande dijk, die op oudere kaarten herkenbaar is. De (dijk)locatie ligt aan een buitenbocht van de Maas en kan dus bij hoogwater te zwak zijn gebleken. Op de kaarten zijn eind 19e eeuw nog geen aanzetten tot de Mookerplas en de bijbehorende zijtak van de Maas of van het Maas-Waalkanaal te zien, dus het is onwaarschijnlijk dat de ophoging daarmee samenhangt en/of dat bodemmateriaal daar vandaan is gebruikt.

De boringen in het volkstuincomplex bestaan uit matig grof, matig grindig zand, geïnterpreteerd als (opgebrachte) Maasafzettingen, in boring 37 afgedekt met kleiig zand. In het overige deel van het plangebied zijn boringen 1 t/m 23 en boringen 26 en 27 uitgevoerd. De opgeboorde boorkolommen bestaan over het algemeen uit maasafzettingen, merendeels grindig zand, soms (sterk) zandige klei. De meeste boringen zijn geëindigd in matig tot sterk grindig zand. Dit betreft beddingafzettingen van oude Maasmeanders. In alle boringen zijn nauwelijks kenmerken van bodemvorming waargenomen. Er is alleen sprake van een licht humeuze bouwvoor. In de kleiige afzettingen zijn nergens aanwijzingen aangetroffen voor 6

Topotijdreis.nl

Blad 14 van 19

Antea Group Archeologie 2022/152 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 474506 29 augustus 2022 revisie 00 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV

laklagen of vegetatiehorizonten. De oever(walachtige) afzettingen lijken in een dusdanig dynsmisch landschap afgezet dat de kans op vindplaatsen laag wordt geschat. Pleistocene afzettingen van niet-fluviatiele aard, zoals dekzand en gestuwde afzettingen, zijn niet aangetroffen. Interpretatie Ter plaatse van het volkstuincomplex is grond opgebracht. De gebruikte grond is gewonnen uit de huidige Maasbedding of uit de directe omgeving met Maasafzettingen. De kans op het aantreffen van archeologische vindplaatsen wordt hier als zeer laag ingeschat. Ter plaatse van de bedrijven aan de Spijkerweg\ Provincialeweg zijn geen boringen uitgevoerd. De dichtheid aan bebouwing en de aanwezigheid van verdiepte laaddocks voor vrachtwagens maakt de kans op intacte archeologische resten hier klein. De vergunningen uit het gemeentelijk bouwarchief zijn echter niet geraadpleegd. In het overige deel van het plangebied is sprake van een landschap dat lang dynamisch is geweest en waar de Maas een variatie aan afzettingen heeft afgezet. In de verkennende boringen zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats.

3.3.2

Archeologie Er zijn tijdens het veldonderzoek geen archeologische indicatoren aangetroffen. Het gaat hier echter wel om een verkennende fase van het inventariserend veldonderzoek door middel van boringen. Het doel van de verkennende fase van het veldonderzoek is het in kaart brengen van de bodemopbouw en het aantonen van eventuele bodemverstoringen. De afwezigheid van archeologische indicatoren kan dan ook niet worden beschouwd als indicatie voor de afwezigheid van een archeologische vindplaats.

Blad 15 van 19

Antea Group Archeologie 2022/152 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 474506 29 augustus 2022 revisie 00 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV

4

Conclusies en advies

4.1

Conclusies In paragraaf 3.1 is een aantal vragen gesteld. Voor zover mogelijk en relevant worden deze vragen hier kort beantwoord.  Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? De bodems zijn slecht ontwikkeld in afzettingen die zijn afgezet in een dynamische rivieromgeving. Er zijn geen grootschalige bodemverstoringen waargenomen, uitgezonderd de opgebrachte grond op het volkstuincomplex.  Zijn er archeologische indicatoren aangetroffen in het plangebied? Zo ja, wat is de aard, conserveringstoestand en datering van deze indicatoren/vindplaats? Tijdens het veldwerk zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.  Indien archeologische lagen aanwezig zijn; op welke diepte bevinden deze zich en wat is de maximale diepte? Er zijn geen archeologische lagen\ vegetatieniveaus \ laklagen waargenomen. Ook is er geen dekzand (met holtpodzolprofiel) aangetroffen. Evenmin zijn er gestuwde afzettingen (stuwwal) en gerijpte oeverwallen van fossiele stroomgordels aangetroffen.  Waaruit bestaat of bestaan deze archeologische laag of lagen? Niet van toepassing.  In welke mate wordt een eventueel aanwezige vindplaats verstoord door realisatie van geplande bodemingrepen? De plannen zijn nog niet uitgewerkt. Op basis van de verkennende boring wordt de kans op het aantreffen van archeologische vindplaatsen laag ingeschat.

 Hoe kan deze verstoring door planaanpassing tot een minimum worden beperkt? Niet van toepassing.  In welke mate stemmen de resultaten van het veldwerk overeen met de verwachtingen van het bureauonderzoek? Er is een brede verwachting uitgesproken in het bureauonderzoek, op voorwaarde van intacte bodem. In de aangetroffen terrasafzettingen is geen intacte, relevante bodem aanwezig. De overige verwachte landschappelijke elementen (dekzand en stuwwal) zijn niet aangetroffen. De aangetroffen landschappelijke situatie en bodems maakt dat de verwachting naar laag kan worden bijgesteld.  Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan deze bestaan? Zie paragraaf 4.2.

4.2

(Selectie)advies In het plangebied is een verkennend booronderzoek uitgevoerd waarbij is aangetoond dat de aangetroffen afzettingen in een dynamisch rivierlandschap zijn afgezet en dat er nauwelijks bodemvorming heeft plaatsgevonden en dat er geen vegetatiehorizonten of laklagen zijn waargenomen. Evenmin zijn er gestuwde afzettingen (stuwwal) en gerijpte oeverwallen van fossiele stroomgordels aangetroffen.

Blad 16 van 19

Antea Group Archeologie 2022/152 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 474506 29 augustus 2022 revisie 00 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV

Op basis van de boorresultaten is de kans op de aanwezigheid van intacte archeologische resten als laag ingeschat. Het advies luidt dan ook om zonder verder archeologisch onderzoek uit te voeren de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Bovenstaande is een (selectie)advies; het nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan de bevoegde overheid, in deze de gemeente Mook en Middelaar. Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook. Antea Group Oosterhout, augustus 2022

Blad 17 van 19

Antea Group Archeologie 2022/152 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 474506 29 augustus 2022 revisie 00 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV

Literatuur en geraadpleegde bronnen Tol, A., P. Verhagen & M. Verbruggen, 2012: Leidraad inventariserend veldonderzoek. Deel: karterend booronderzoek. SIKB. Uffink, V. en A. Brokke, 2022. Bureauonderzoek Nieuwbouwplan Molenhoek, gemeente Mook en Middelaar, Antea Group Archeologie 2022/57, Oosterhout Uffink, V., 2022. Plan van Aanpak Nieuwbouwplan Molenhoek, gemeente Mook en Middelaar, Antea Group, Oosterhout Kaarten  Topografische kaart 1:25000 (http://kadata.kadaster.nl)

Blad 18 van 19

Antea Group Archeologie 2022/152 Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 474506 29 augustus 2022 revisie 00 KlokGroep Bouw en Ontwikkeling BV

Lijst van afbeeldingen en bijlagen Afbeelding 1. Uitsnede topografische kaart met de ligging van het plangebied. .............................1 Afbeelding 2 Kaart met de oorspronkelijk geplande boringen. In de kaartbijlage de boorpuntenkaart met gerealiseerde boringen. De kleuren hangen samen met OO-verdenking (bron: Antea Group) ........................................................................................................................11 Afbeelding 3 Impressie van het plangebied tijdens het veldwerk; links het bedrijventerrein aan de Spijkerweg (blik naar het zuiden), rechts het volkstuincomplex; (blik naar het zuidoosten; foto’s: Antea Group) ...................................................................................................................................13 Afbeelding 4 Impressie van het plangebied tijdens het veldwerk; links de akker aan de Spijkerweg (blik naar het noorden), rechts de kwekerij\tuinderij (blik naar het zuidoosten; foto’s: Antea Group) .............................................................................................................................................14

Bijlagen Archeologische perioden Beschrijving van de archeologische perioden AMZ-cyclus Beschrijving en weergave van de Archeologische Monumentenzorg Boorbeschrijvingen Beschrijving en weergave van de boorprofielen Kaartbijlagen 474506-ARO: Boorpuntenkaart met gezette boringen

Blad 19 van 19

Bijlage 1: Archeologische perioden

Bijlage 1: Archeologische perioden Als bijlage op de resultaten en verzamelde gegevens wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewonersgeschiedenis in Nederland geschetst. Gedurende het paleolithicum (300.000-8800 voor Chr.) hebben moderne mensen (homo sapiens) onze streken tijdens de warmere perioden wel bezocht, doch sporen uit deze periode zijn zeldzaam en vaak door latere omstandigheden verstoord. De mensen trokken als jager-verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. De verschillende groepen jager-verzamelaars exploiteerden kleine territoria, maar verbleven, afhankelijk van het seizoen, steeds op andere locaties. In het mesolithicum (8800-4900 voor Chr.) zette aan het begin van het Holoceen een langdurige klimaatsverbetering in. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor geleidelijk een bosvegetatie tot ontwikkeling kwam en de variatie in flora en fauna toenam. Ook in deze periode trokken de mensen als jager-verzamelaars rond. Voorwerpen uit deze periode bestaan voornamelijk uit voor de jacht ontworpen vuurstenen spitsjes. De hierop volgende periode, het neolithicum (5300-2000 voor Chr.), wordt gekenmerkt door een overschakeling van jager-verzamelaars naar sedentaire bewoners, met een volledig agrarische levenswijze.

Deze omwenteling ging gepaard met een aantal technische en sociale vernieuwingen, zoals huizen, geslepen bijlen en het gebruik van aardewerk. Door de productie van overschot kon de bevolking gaan groeien en die bevolkingsgroei had tot gevolg dat de samenleving steeds complexer werd. Uit het neolithicum zijn verschillende grafmonumenten bekend, zoals hunebedden en grafheuvels. Het begin van de bronstijd (2000-800 voor Chr.) valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen, zoals bijlen. Het gebruik van vuursteen was hiermee niet direct afgelopen. Vuursteenmateriaal uit de bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Het aardewerk is over het algemeen zeldzaam. De grafheuveltraditie die tijdens het neolithicum haar intrede deed werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 voor Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, eventueel omgeven door een greppel. In de ijzertijd (800-12 voor Chr.) werden de eerste ijzeren voorwerpen gemaakt. Ten opzichte van de bronstijd traden er in de aardewerktraditie en in het gebruik van vuursteen geen radicale veranderingen op. De mensen woonden in verspreid liggende hoeven of in nederzettingen van enkele huizen.

Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen (celtic fields). In deze periode werden de kleigebieden ook in gebruik genomen door mensen afkomstig van de zandgebieden. Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand. Er zijn zogenaamde vorstengraven bekend in Zuid-Nederland, maar de meeste begravingen vonden plaats in urnenvelden. Met de Romeinse tijd (12 voor Chr. tot 450 na Chr.) eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. In 47 na Chr. werd de Rijn definitief als rijksgrens van het Romeinse Rijk ingesteld. Ter controle van deze zogenaamde limes werden langs de Rijn castella (militaire forten) gebouwd. De inheems leefwijze handhaafde zich wel, ook al werd de invloed van de Romeinen steeds duidelijker in soorten aardewerk (o.a. gedraaid) en een betere infrastructuur. Onder meer ten gevolge van invallen van Germaanse stammen ontstond er instabiliteit wat uiteindelijk leidde tot het instorten van de grensverdediging langs de Rijn. Over de middeleeuwen (450-1500 na Chr.), en met name de vroege middeleeuwen (450-1000 na Chr.), zijn nog veel zaken onbekend. Archeologische overblijfselen zijn betrekkelijk schaars. De politieke macht was na het wegvallen e van de Romeinen in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Vanaf de 10 eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is een toenemende feodalisering zichtbaar.

Door bevolkingsgroei en gunstige klimatologische omstandigheden werd in deze periode een begin gemaakt met het ontginnen van bos, heide en veen. Veel van onze huidige steden en dorpen dateren uit deze periode. De hierop volgende periode 1500 – heden wordt aangeduid als nieuwe tijd.

Na Chr.

Archeologische periode-indeling conform ABR Periode Recent

Subperiode

Begin 1945

eind heden

Afkorting

Nieuwe Tijd

Late Nieuwe tijd Midden Nieuwe tijd Vroege Nieuwe tijd

1850 1650 1500

1945 1850 1650

NTC NTB NTA

Middeleeuwen

Late Middeleeuwen B Late Middeleeuwen A Vroege Middeleeuwen D Vroege Middeleeuwen C Vroege Middeleeuwen B Vroege Middeleeuwen A

1250 1050 900 725 525 450

1500 1250 1050 900 725 525

LMB LMA VMD VMC VMB VMA

Romeinse Tijd

Laat-Romeinse tijd B Laat-Romeinse tijd A Midden-Romeinse tijd B Midden-Romeinse tijd A Vroeg-Romeinse tijd B Vroeg-Romeinse tijd A

350 270 150 70 25 -12

450 350 270 150 70 25

LROMB LROMA MROMB MROMA VROMB VROMA

IJzertijd

Late IJzertijd Midden IJzertijd Vroege IJzertijd

250 500 800

12 250 500

LIJZ MIJZ VIJZ

Bronstijd

Late Bronstijd Midden Bronstijd B Midden Bronstijd A Vroege Bronstijd

1100 1500 1800 2000

800 1100 1500 1800

LBR MBRB MBRA VBR

Neolithicum

Laat Neolithicum B Laat Neolithicum A Midden Neolithicum B Midden Neolithicum A Vroeg Neolithicum B Vroeg Neolithicum A

2450 2850 3400 4200 4900 5300

2000 2450 2850 3400 4200 4900

LNEOB LNEOA MNEOB MNOEA VNEOB VNEOA

Mesolithicum

Laat Mesolithicum Midden Mesolithicum Vroeg Mesolithicum

6450 7100 8800

5300 6450 7100

LMESO MMESO VMESO

Paleolithicum

Laat Paleolithicum B Laat Paleolithicum A Midden Paleolithicum Vroeg Paleolithicum

18.000 35.000 300.000

8800 18.000 35.000 300.000

LPALEOB LPALEOA MPALEO VPALEO

Ottoonse tijd Karolingische tijd Merovingische tijd

Steentijd

Voor Chr.

Metaaltijd

volksverhuizingstijd

Bijlage 2: Archeologische Monumentenzorg (AMZ)

Schema Archeologische Monumentenzorg (AMZ)

Schema Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Verklarende woordenlijst Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Archeologische begeleiding (STAP 5c) Een archeologische begeleiding wordt uitgevoerd wanneer proefsleuven of en opgraving niet mogelijk zijn door bijvoorbeeld civieltechnische beperkingen. Archeologische indicatoren Hiermee worden aanwijzingen in de bodem bedoeld die duiden op menselijke activiteiten in het verleden, zoals aardewerkscherven, houtskool, botmateriaal, vondstlagen, etc. Archis Archeologisch informatiesysteem voor Nederland. Een digitale databank met gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen. Bureauonderzoek (STAP 1) Het bureauonderzoek is een rapportage waarin een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel wordt opgesteld aan de hand van geomorfologische en bodemkaarten, de Archeologische Monumentenkaart (AMK), het Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS), historische kaarten en archeologische publicaties. Fysiek beschermen (STAP 4c) De archeologische resten blijven in de bodem behouden door bijvoorbeeld planaanpassingen. Geofysisch onderzoek Meetapparatuur brengt archeologische verschijnselen in de bodem driedimensionaal in kaart zonder te boren of te graven. Dit kan bijvoorbeeld door radar-, weerstandsonderzoek of elektromagnetische metingen.

Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Dit model geeft op detailniveau voor het plangebied aan wat aan archeologische vindplaatsen aanwezig kan zijn. Op basis van dit verwachtingsmodel wordt bepaald of een inventariserend veldonderzoek nodig is en wat de juiste methode is om eventueel aanwezige archeologische resten aan te tonen. Inventariserend veldonderzoek (IVO) (STAP 2) Tijdens een inventariserend veldonderzoek worden archeologische waarden in het veld geïnventariseerd en gedocumenteerd. Waar is wat in de bodem aanwezig? De inventarisatie kan bestaan uit een inventariserend veldonderzoekoverig (door middel van een booronderzoek, veldkartering en/of geofysisch onderzoek) en/of een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven. Wat de beste methode is, hangt sterk af van de omstandigheden en de aard van de vindplaats. Inventariserend veldonderzoek - overig (IVO-o) (STAP 2b of 2c) Bij een Inventariserend veldonderzoek - overig door middel van boringen (IVOo) worden boringen gezet door middel van een handboor of guts. Inventariserend veldonderzoek -proefsleuven (IVO-p) (STAP 2f) Proefsleuven zijn lange sleuven van twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar aanwijzingen zijn voor het aantreffen van archeologische vindplaatsen.

Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Verkennende fase (STAP 2b) Wanneer bij het bureauonderzoek onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om een gespecificeerd verwachtingsmodel op te stellen, wordt een inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd. In deze fase wordt onderzocht of de bodem nog intact is, wat de bodemopbouw is en hoe deze invloed heeft gehad op de locatiekeuze van de mens in het verleden. Het onderzoek is bedoeld om kansarme zones om archeologische resten aan te treffen uit te sluiten en kansrijke zones te selecteren voor vervolgonderzoek. Een verkennend onderzoek kent een relatief lage onderzoeksintensiteit en wordt meestal uitgevoerd door middel van boringen. Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Karterende fase (STAP 2c of 2f)

Tijdens een inventariserend veldonderzoek - karterende fase wordt het plangebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische sporen en/of vondsten. De intensiteit van onderzoek is groter dan in de verkennende fase, bijvoorbeeld door een groter aantal boringen per hectare of door het aanleggen van proefsleuven. Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Waarderende fase (STAP 2f) Tijdens de waarderende fase wordt aangegeven of de aangetroffen archeologische vindplaatsen behoudenswaardig zijn. Dat betekent dat de aard, omvang, datering, conservering en inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats(en) wordt vastgesteld. Wanneer de waardering van de archeologische resten laag is, hoeft geen verder archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Het plangebied wordt 'vrijgegeven'. Wanneer de resten behoudenswaardig zijn, wordt in eerste instantie behoud in situ (ter plekke in de bodem) nagestreefd. Wanneer dit door de voorgenomen ontwikkelingen niet mogelijk is, wordt vervolgonderzoek uitgevoerd in de vorm van een opgraving of archeologische begeleiding. Vaak wordt deze fase gecombineerd uitgevoerd met het inventariserend veldonderzoek karterende fase. Opgraving (STAP 5c) Wanneer door de toekomstige ontwikkelingen aanwezige archeologische resten in de bodem niet behouden kunnen worden, wordt een opgraving uitgevoerd.

Tijdens de opgraving worden archeologische resten gedocumenteerd, gefotografeerd en bestudeerd. Hierdoor wordt informatie over het verleden zo goed mogelijk vastgelegd en behouden. Plan van Aanpak (PvA) (STAP 2a) Voor een booronderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) noodzakelijk. Het PvA beschrijft hoe het veldwerk wordt uitgevoerd en uitgewerkt. Programma van Eisen (PvE) (STAP 2d of 5a) Voor het uitvoeren van een inventariserend veldonderzoek proefsleuven, archeologische begeleiding of opgraving is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk. Het PvE beschrijft het doel, vraagstelling en uitvoeringsmethode van het archeologisch onderzoek. Dit document wordt beschouwd als basisdocument voor archeologisch veldonderzoek waarmee de inhoudelijke kwaliteit gewaarborgd wordt. Het PvE wordt goedgekeurd door het bevoegd gezag (gemeente, provincie of het rijk). Quickscan In een quickscan wordt geïnventariseerd of en waar archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Selectieadvies (STAP 3) In het selectieadvies wordt op archeologisch inhoudelijke argumenten het advies gegeven welke delen van het plangebied vrijgegeven kunnen worden voor verdere ontwikkeling en welke delen behouden of opgegraven moeten worden. Selectiebesluit (STAP 4) De bevoegde overheid (gemeente, provincie of soms het rijk) geeft op basis van het selectieadvies aan welke maatregelen genomen worden.

De bevoegde overheid kan van het selectieadvies afwijken indien zij dat nodig acht. Veldkartering Bij een veldkartering wordt het plangebied systematisch belopen om archeologische oppervlaktevondsten te verzamelen.

Bijlage 3: Boorprofielen

Legenda (NEN 5104 en ASB)

laaggrens (wordt bepaald voor de ondergrens van de beschreven laag)

 < 0,3 cm D 0,3 - < 3 cm E > 3 cm

scherpe overgang overgang geleidelijk diffuse overgang

amorfiteit veen (veraardheid)

? zwak amorf A matig amorf @ sterk amorf

niet tot zwak veraarde resten structuur nog zichtbaar sterk veraard, structuurloos

gezeefd traject

Projectnaam: Molenhoek Projectnr. 474506.100

Boring:

01

Boring:

02

Datum:

13-6-2022

Datum:

13-6-2022

Boormeester:

Gerjan Sophie

Boormeester:

Gerjan Sophie

X-coördinaat:

188093.95

X-coördinaat:

188094.49

Y-coördinaat:

419054.86

Y-coördinaat:

419076.02

Maaiveldhoogte: NAP 9.752

m

Maaiveldhoogte: NAP 10.116 m 0

akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, Edelmanboor

950

1000

0

akker

(30)

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, bruingrijs, Edelmanboor

30

(60)

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, bruin, Edelmanboor 60

Klei, zwak zandig, zwak grindig, spikkels baksteen, spikkels kolen, spikkels asfalt, bruin, Edelmanboor

900

950 (100)

(70)

900 850

130 (20) 150

130

Zand, matig grof, sterk grindig, sporen klei, bruin, Edelmanboor

(20) 150 160

Boring:

03

Boring:

04

Datum:

13-6-2022

Datum:

13-6-2022

Boormeester:

Gerjan Sophie

Boormeester:

Gerjan Sophie

X-coördinaat:

188105.98

X-coördinaat:

188143.28

Y-coördinaat:

419116.65

Y-coördinaat:

419201.35

Maaiveldhoogte: NAP 9.962

m

Zand, matig grof, sterk grindig, bruin, Edelmanboor

Maaiveldhoogte: NAP 10.296 m 0

akker

30

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, spikkels baksteen, bruingrijs, Edelmanboor

(45)

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, bruin, Edelmanboor

(30)

950

Zand, zwak kleiïg, matig grindig, bruin, Edelmanboor

0 (30) 30

1000

(70)

akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, spikkels baksteen, bruingrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, zwak kleiïg, bruin, Edelmanboor

75

Klei, zwak zandig, zwak grindig, Edelmanboor

900

950 100 (20)

(75)

120 130

900

Klei, sterk zandig, zwak grindig, Edelmanboor Zand, matig grof, sterk grindig, bruin, Edelmanboor

150

850

(50)

Klei, sterk zandig, matig siltig, bruin, Edelmanboor

200

800

Boring:

05

Boring:

06

Datum:

14-6-2022

Datum:

13-6-2022

Boormeester:

Gerjan Sophie

Boormeester:

Gerjan Sophie

X-coördinaat:

188200.68

X-coördinaat:

188179.00

Y-coördinaat:

419287.98

Y-coördinaat:

419230.03

Maaiveldhoogte: NAP 10.121 m

1000

Maaiveldhoogte: NAP 10.311 m 0

landbouwgrond

0

(40)

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, bruingrijs, Edelmanboor

(30)

1000

40

950

(60)

30

akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, spikkels baksteen, bruingrijs, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak kleiïg, zwak grindig, bruin, Edelmanboor

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak kleiïg, zwak grindig, bruin, Edelmanboor (95)

950 100

900

(20) 120

Zand, matig grof, matig grindig, sporen klei, lichtbeige, Edelmanboor

125 130

Zand, zeer fijn, sterk grindig, zwak kleiïg, Edelmanboor

Schaal: 1: 40

getekend volgens NEN 5104

Projectnaam: Molenhoek Projectnr. 474506.100

Boring:

07

Boring:

08

Datum:

14-6-2022

Datum:

14-6-2022

Boormeester:

Gerjan Sophie

Boormeester:

Gerjan Sophie

X-coördinaat:

188135.05

X-coördinaat:

188130.06

Y-coördinaat:

419149.99

Y-coördinaat:

419099.30

Maaiveldhoogte: NAP 9.822

m

Maaiveldhoogte: NAP 9.887

m

0

akker

0

akker

(30)

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, bruingrijs, Edelmanboor

(30)

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, bruingrijs, Edelmanboor

30

950 60

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, zwak kleiïg, bruin, Edelmanboor

(40)

Klei, sterk zandig, zwak grindig, Edelmanboor

(30)

900

30

950

(30) 60

(50)

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, zwak kleiïg, bruin, Edelmanboor Klei, sterk zandig, zwak grindig, Edelmanboor

900 100 110

110

Zand, matig grof, sterk grindig, sporen klei, bruin, Edelmanboor

Boring:

09

Boring:

10

Datum:

13-6-2022

Datum:

14-6-2022

Boormeester:

Gerjan Sophie

Boormeester:

Gerjan Sophie

X-coördinaat:

188123.32

X-coördinaat:

188158.41

Y-coördinaat:

419070.82

Y-coördinaat:

419085.48

Maaiveldhoogte: NAP 10.104 m

120

Zand, matig grof, sterk grindig, bruin, Edelmanboor

0

akker

(30)

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, bruingrijs, Edelmanboor

Maaiveldhoogte: NAP 10.026 m 0

akker

(80)

A-HORIZONT Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, bruin, Edelmanboor, bouwvoor

1000

1000 30

950

(55)

950 80

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, zwak kleiïg, bruin, Edelmanboor

85

Klei, zwak zandig, bruin, Edelmanboor 900

(50)

(45)

Klei, sterk zandig, zwak grindig, Edelmanboor

900 130 (20) 150 160

130

Klei, zwak zandig, zwak grindig, bruin, Edelmanboor

11

Boring:

12

Datum:

14-6-2022

Datum:

14-6-2022

Boormeester:

Gerjan Sophie

Boormeester:

Gerjan Sophie

X-coördinaat:

188169.84

X-coördinaat:

188179.72

Y-coördinaat:

419126.18

Y-coördinaat:

419174.08

m

0

akker

(30)

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, bruingrijs, Edelmanboor

Maaiveldhoogte: NAP 10.054 m 0

akker

(30)

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, bruingrijs, Edelmanboor

1000

30

950 (30) 60 (35)

900

30

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, zwak kleiïg, bruin, Edelmanboor

Zand, matig fijn, zwak kleiïg, zwak grindig, bruin, Edelmanboor 950 (70)

Klei, sterk zandig, zwak grindig, Edelmanboor

95 (15) 110

Schaal: 1: 40

Zand, matig grof, sterk grindig, sporen klei, bruin, Edelmanboor

Klei, sterk zandig, matig siltig, spikkels baksteen, bruinbeige, Edelmanboor, Gestaakt op grind?

Boring:

Maaiveldhoogte: NAP 9.821

140

Zand, matig grof, sterk grindig, sporen klei, bruin, Edelmanboor

100

900

(20) 120

Zand, matig grof, sterk grindig, sporen klei, bruin, Edelmanboor

getekend volgens NEN 5104

Projectnaam: Molenhoek Projectnr. 474506.100

Boring:

13

Boring:

14

Datum:

14-6-2022

Datum:

14-6-2022

Boormeester:

Gerjan Sophie

Boormeester:

Gerjan Sophie

X-coördinaat:

188231.81

X-coördinaat:

188227.86

Y-coördinaat:

419255.07

Y-coördinaat:

419197.16

Maaiveldhoogte: NAP 10.317 m

Maaiveldhoogte: NAP 10.521 m 0

akker

(40)

Zand, matig fijn, zwak siltig, bruingrijs, Edelmanboor

0

akker

(30)

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, bruingrijs, Edelmanboor

1050 30

1000

40

(50)

950

Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen klei, bruin, Edelmanboor

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak kleiïg, zwak grindig, bruin, Edelmanboor

1000 (80)

90 (20) 110 (30)

900

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, lichtbeige, Edelmanboor

950

110

Zand, matig grof, matig grindig, lichtbeige, Edelmanboor

120

Zand, matig grof, sterk grindig, lichtbeige, Edelmanboor

0

akker

(40)

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, bruingrijs, Edelmanboor

140

Boring:

15

Boring:

16

Datum:

14-6-2022

Datum:

14-6-2022

Boormeester:

Gerjan Sophie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=bf576710-253c-4afd-8744-163d93f9caef