20221129 Molenhoek Zuid_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 12 Bureauonderzoek Archeologie.pdf
Tekst van het document
Antea Group Archeologie 2022/57 Bureauonderzoek Nieuwbouwplan Molenhoek - gemeente Mook en Middelaar
projectnummer 474506 revisie 00 16 maart 2022
Antea Group Archeologie 2022/57 Bureauonderzoek Nieuwbouwplan Molenhoek - gemeente Mook en Middelaar projectnummer 474506 revisie 00 16 maart 2022
Auteurs V. Uffink A.J. Brokke
Opdrachtgever KlokGroep Wonen BV Kanaalstraat 200 6541 XN Nijmegen
datum vrijgave 16-03-2022
beschrijving revisie 00 Voor te leggen aan BG
gecontroleerd A.J. Brokke
vrijgave K. Keijzers
Inhoudsopgave
Blz.
Samenvatting
2
1.1
(Selectie)advies
2
2
Inleiding
4
3
Beschrijving onderzoekslocatie
5
3.1 3.2 3.3 3.4 3.4.1
Begrenzing onderzoeks- en plangebied Huidig en toekomstig gebruik Archeologisch beleid Landschappelijke situatie Historische situatie en mogelijke verstoringen
5 5 6 7 10
4
Bekende waarden
12
4.1 4.2
Archeologische waarden Ondergrondse bouwhistorische waarden
12 13
5
Archeologische verwachting
14
5.1 5.2
Bestaande verwachtingskaarten Gespecificeerde archeologische verwachting
14 15
6
Conclusies en advies
17
6.1 6.2
Conclusies (Selectie)advies
17 17
Literatuur en geraadpleegde bronnen
19
Lijst met afbeeldingen
20
Bijlagen 1 2
Archeologische perioden AMZ-cyclus
Kaartbijlagen 474506-ARCHIS
Gegevens uit ARCHIS
Antea Group Archeologie 2022/57 Bureauonderzoek projectnummer 474506 16 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV
Administratieve gegevens Projectnummer Antea Group OM-nummer Provincie Gemeente Plaats Toponiem
474506 5176568100 Limburg Mook en Middelaar Molenhoek Spijkerweg - Halderweg
Kaartblad 46A Coördinaten 188080/419040 188438/418949 Opdrachtgever Uitvoerder Datum uitvoering Projectteam
KlokGroep Wonen BV Antea Group maart 2022 K. Keijzers (projectleider) V. Uffink (KNA-archeoloog)
Vrijgave conform KNA A.J. Brokke (senior KNA-archeoloog) Bevoegd gezag Gemeente Mook en Middelaar Deskundige Bevoegd gezag Beheer documentatie Antea Group
Afbeelding 1. Uitsnede topografische kaart met de ligging van het plangebied (rood omlijnd).
Blad 1 van 20
Antea Group Archeologie 2022/57 Bureauonderzoek projectnummer 474506 16 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV
Samenvatting In maart 2022 heeft Antea Group in opdracht van Klokgroep Wonen BV een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied “Nieuwbouwplan Molenhoek – gemeente Mook en Middelaar” (afbeelding 1). Een archeologisch bureauonderzoek is de eerste stap in de AMZ-cyclus. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een aanvraag van een bouwvergunning. In het plangebied is Klokgroep Wonen BV voornemens om nieuwbouw te realiseren. De ontwikkeling zal bodemverstorende werkzaamheden met zich meebrengen, waarbij mogelijke archeologische resten worden vernietigd. Voor het plangebied geldt een archeologische onderzoeksplicht volgens het beleid van de gemeente Mook en Middelaar. Bureauonderzoek Op basis van de gegeven uit eerdere onderzoeken geldt er voor het grootse deel van plangebied een verwachting voor archeologische resten vanaf het laat-paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Het gebied ligt op een overgang van het maasdal met hoger gelegen terras-restruggen (westelijke deel plangebied) naar mogelijk een hoger gelegen flank van een stuwwal, al dan niet afgedekt met dekzand (oosten van het plangebied). Het plangebied zelf ligt waarschijnlijk nog op de hoge terras-restruggen, maar het is mogelijk dat het uiterste oosten van het plangebied ook op de hoger gelegen dekzanden en stuwwalafzettingen ligt.
In het zuiden van het plangebied geldt een lage archeologische verwachting, naar aanleiding van recente verstoringen en ophogingen aan het eind van de 20e eeuw. Er geldt een middelhoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit het paleolithicum tot en met het vroeg-neolithicum. Hoewel het plangebied geen gradiëntzone is bevindt het zich wel op enkele honderden meters van het Maasdal waar voldoende voedselbronnen aanwezig waren. Voor de periode vanaf het laat-neolithicum tot en met de nieuwe tijd geldt een hoge verwachting. De ligging langs het Maasdal was voor gemengde landbouwbedrijven vanaf de bronstijd erg waardevol. De uitgestrekte graslanden waren geschikt voor de veehouderij en de flanken van de nabijgelegen stuwwal waren geschikt voor akkerbouw. In het plangebied is de pleistocene ondergrond begraven door een esdek. Archeologische resten worden verwacht in de top van de terrasafzettingen en indien aanwezig in de top van de dekzandafzettingen. Archeologische resten uit later perioden (late middeleeuwennieuwe tijd) worden voornamelijk verwacht in de top van het mogelijk (en deels) aanwezige esdek.
1.1
(Selectie)advies De aanwezigheid van archeologische sporen is sterk afhankelijk van het feit of de bodem in het plangebied verstoord is geraakt door bebouwing of andere grondwerkzaamheden. Dit kan niet worden bepaald door een bureauonderzoek alleen. Wij adviseren dan ook om in de zones van het plangebied met een middelhoge en hoge archeologische verwachting een verkennend booronderzoek uit te voeren om de mate van intactheid van de bodemopbouw en eventueel aanwezige archeologische lagen te bepalen. Op die manier kan een gefundeerd advies worden gegeven over de impact van de herinrichting van het plangebied en de noodzakelijke archeologische onderzoeken die daarvoor moeten worden uitgevoerd.
Blad 2 van 20
Antea Group Archeologie 2022/57 Bureauonderzoek projectnummer 474506 16 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV
Voor de zones met een middelhoge en hoge archeologische verwachting is het advies om 6 boringen per hectare te zetten tot een diepte van 2 m-mv (zie afbeelding 10 voor de advieskaart). De boringen worden uitgevoerd met een edelmanboor met een diameter van 7 cm. De zones van het plangebied met een hoge en middelhoge archeologische verwachting beslaan circa 6,4 hectare. Het totaal aantal verkennende boringen in deze zones komt hiermee op 39. De boringen dienen verspreidt over het plangebied te worden geplaatst om een zo goed mogelijk beeld van de ondergrond te krijgen. De zone met een lage archeologische verwachting beslaat circa 1,3 hectare. In dit deel van het gebied is het advies om 4 controleboringen te zetten, tot een diepte van 2 m-mv. Als op basis van de verkennende boringen blijkt dat er een intact bodemprofiel aanwezig is, dient aanvullend een karterend booronderzoek te worden uitgevoerd. Deze boringen worden geplaats in eventueel aanwezige archeologisch kansrijke gebieden tussen de eerdere uitgevoerde verkennende boringen, tot minimaal 2 m-mv. De karterende boringen worden verricht met een Edelmanboor met een diameter van 10 cm. Dit is een selectieadvies. Het nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan het bevoegd gezag, in deze de gemeente Mook en Middelaar.
Blad 3 van 20
Antea Group Archeologie 2022/57 Bureauonderzoek projectnummer 474506 16 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV
2
Inleiding In maart 2022 heeft Antea Group in opdracht van Klokgroep Wonen BV een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied “Nieuwbouwplan Molenhoek – gemeente Mook en Middelaar” (afbeelding 1). Een archeologisch bureauonderzoek is de eerste stap in de AMZ-cyclus. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een aanvraag van een bouwvergunning. In het plangebied is Klokgroep Wonen BV voornemens om nieuwbouw te realiseren. De ontwikkeling zal bodemverstorende werkzaamheden met zich meebrengen, waarbij mogelijke archeologische resten worden vernietigd. Voor het plangebied geldt een archeologische onderzoeksplicht volgens het beleid van de gemeente Mook en Middelaar. Het doel van het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Waar kunnen we wat verwachten? Voor het opstellen van een dergelijke verwachting wordt gebruik gemaakt van reeds bekende archeologische waarnemingen, historische kaarten, bodemkundige gegevens en informatie over de landschappelijke situatie. Een gespecificeerde verwachting gaat in op de mogelijke aanwezigheid, het karakter, de omvang, datering en eventuele (mate van) verstoring van archeologische waarden binnen het plangebied.
Dit onderzoek is uitgevoerd conform de BRL 4000, protocol 4002 met daarin besloten de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1. Voor de KNA-protocollen 4001 (PvE), 4002 (bureauonderzoek), 4003 (inventariserend veldonderzoek) en 4004 (opgraven) is Antea Group gecertificeerd conform de SIKB-BRL 4000 (Beoordelingsrichtlijn voor archeologie).
Blad 4 van 20
Antea Group Archeologie 2022/57 Bureauonderzoek projectnummer 474506 16 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV
3
Beschrijving onderzoekslocatie
3.1
Begrenzing onderzoeks- en plangebied Het is van belang een onderscheid te maken tussen plangebied enerzijds en onderzoeksgebied anderzijds. Met plangebied wordt het gebied bedoeld waarop de in de inleiding genoemde werkzaamheden betrekking hebben. Voor het plangebied wordt in regel ook de ruimtelijke procedure gevoerd, waarvan dit archeologisch onderzoek een onderdeel is. Binnen dit gebied kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden verstoord worden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie wordt ingewonnen voor het opstellen van het gespecificeerde verwachtingsmodel en is groter dan het plangebied zelf. In principe wordt een straal van 200 m rondom het plangebied gehanteerd. Dit wordt voldoende geacht om relevante informatie te verzamelen om het gespecificeerde verwachtingsmodel op te kunnen stellen. Dit omdat het onderzoeksgebied een vergelijkbare situatie kent als het plangebied voor onder andere de onderdelen zoals hoogteligging, geomorfologie, historische situatie etc. Binnen deze straal zijn ook voldoende gegevens uit archeologische waarnemingen en eerder uitgevoerde onderzoeken beschikbaar. Het plangebied ligt net ten westen van de rijksweg N271 en wordt doorsneden door de Spijkerweg en Halderweg in Molenhoek. Het plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 7,7 hectare.
3.2
Huidig en toekomstig gebruik Huidig gebruik plangebied Het plangebied is deels in gebruik als bedrijventerrein, terrein met moestuinen, weiland, akkerland en boomkwekerijen. Consequenties toekomstig gebruik Binnen het plangebied wordt nieuwbouw gerealiseerd (zie afbeelding 2). Er worden nieuwe circa 250 woningen gebouwd en diverse waterpartijen en groenstroken aangelegd. Het is onduidelijk wat de omvang van de graafwerkzaamheden zal zijn. Ook is niet duidelijk hoe de nieuwbouw zal worden gefundeerd. Naar schatting wordt de bodem tot minimaal 1,5 m-mv geroerd.
Blad 5 van 20
Antea Group Archeologie 2022/57 Bureauonderzoek projectnummer 474506 16 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV
3.3
Archeologisch beleid Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan “Het Lierdal” (vastgesteld 2011). Hierin is voor het plangebied deels een dubbelbestemming Waarde – Archeologie opgenomen. Hier geldt dat archeologisch onderzoek verplicht is bij plangebieden met een omvang van 2.500 m2 of groter en bij graafwerkzaamheden dieper dan 0,4 m-mv. Op de gemeentelijke beleidskaart van Mook en Middelaar valt het plangebied in een zone met archeologie categorie 4, 5 en 6. Categorie 4 heeft de zwaarste eis. Hier geldt archeologisch onderzoek bij plangebieden met een omvang van 250 m2 en bij graafwerkzaamheden dieper dan 0,4 m-mv. Voor categorie 6 geldt geen onderzoekseis. Hier is een discrepantie tussen het bestemmingsplan en de beleidskaart. De eisen uit het bestemmingsplan zijn in deze leidend. Archeologisch onderzoek in het plangebied is verplicht.
Blad 6 van 20
Antea Group Archeologie 2022/57 Bureauonderzoek projectnummer 474506 16 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV
Afbeelding 2. Het plangebied (rood omlijnd) op een uitsnede van de archeologische beleidskaart van de gemeente Mook en Middelaar (bron: Gemeente Mook en Middelaar). Categorie 4 = rood, 5 = oranje, 6 = geel.
3.4
Landschappelijke situatie Geologie1 De omgeving van het plangebied is voor een belangrijk gedeelte gevormd onder invloed van de rivier de Maas. Gedurende de voorlaatste ijstijd, het Saalien, schoven grote hoeveelheden landijs Nederland binnen. De meest zuidelijke plek waar het landijs is gekomen, bevindt zich bij Nijmegen, ten oosten en noorden van het plangebied. Hier bevindt zich een hoge door het landijs ontstane stuwwal. Door de ligging van de stuwwal moest de Maas zich afbuigen in westelijke richting, waardoor het huidige Maasdal is ontstaan. Gedurende de laatste ijstijd, het Weichselien, heerste er in Nederland een toendraklimaat. Er was weinig vegetatie, waardoor de wind vrij spel had en veel zand kon verstuiven. Ook konden rivieren hierdoor veel los zand en grind meenemen, wat soms tot gevolg had dat beddingen verstopt raakten. Wanneer de rivier zich vervolgens verlegde, ontstond een vlechtend patroon. Het koude Weichselien werd opgevolgd door het warmere Holoceen, dat 10.000 jaar geleden begon en nog steeds voortduurt. In deze periode nam de Maas een meer meanderend patroon aan, en werden in oude geulen rivierterrassen gevormd. Het plangebied is gelegen op één van die terrassen. Geomorfologie en AHN Op de geomorfologische kaart (afbeelding 3) is te zien dat het plangebied is gelegen te midden van verschillende soorten rivierafzettingen.
De locatie zelf ligt grotendeels op een terrasrest-rug (code 10B43) en voor een heel klein gedeelte op een glooiing van sneeuwsmeltwaterafzettingen (code 5H21). 1 Naar: Nater, 2020.
Blad 7 van 20
Antea Group Archeologie 2022/57 Bureauonderzoek projectnummer 474506 16 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV
Vlakbij bevinden zich een droogdal (code: 22R21), een stuwwal (500 meter ten oosten (code: 17B11) en een terrasvlakte (code 2M42). Het gebied ligt dus echt op de grens van een stuwwallenlandschap en een rivierenlandschap. In het zuidelijk deel van het plangebied is de geomorfologie niet bekend omdat dit deel niet is gekarteerd. Op basis van de gegevens uit de omgeving bevindt zich hier mogelijk een droogdal (code: 22R21) of een vlakte van rivierafzettingen (code: 2M45). Het hierboven beschrevene komt ook terug in het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN, afbeelding 5). De stuwwal is herkenbaar als een dieprode hoogte, terwijl de rest van het landschap relatief laag ligt. Het plangebied ligt op ongeveer 10 m +NAP. Het zuiden van het plangebied is sterk opgehoogd aan het eind van de 20e eeuw (zie ook paragraaf 2.4.1). Het gebied ligt hier gemiddeld op 13,5 m +NAP. Bodem en grondwater Op de bodemkaart ligt het plangebied binnen hoge bruine enkeerdgronden (code: bEZ30), Ooivaaggronden (code: KRd1) en leek-woudeergronden (code: pKRn2) (afbeelding 6). De heersende grondwatertrap in het gebied is VII, wat inhoudt dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) op een diepte van meer dan 80 cm –mv ligt, wat relatief diep is.
Terrasvlakte
Terrasrest-rug Glooiing smeltwaterafzettingen
Droogdal
Stuwwal
Vlakte van rivierafzettingen
Afbeelding 3. Het plangebied (rood omlijnd op een uitsnede van de geomorfologische kaart (bron: Esri & Partners).
Blad 8 van 20
Antea Group Archeologie 2022/57 Bureauonderzoek projectnummer 474506 16 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV
Afbeelding 4. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) (bron: ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer). De stuwwal rechts (rood) ligt op ca. 73 m +NAP, de laagste delen (blauw) op ca. 8 m +NAP.
Ooivaaggronden
Enkeerdgronden
Leekwoudeerdgronden
Afbeelding 5. Het plangebied (rood omlijnd op een uitsnede van de bodemkaart (bron: Esri & Partners).
Blad 9 van 20
Antea Group Archeologie 2022/57 Bureauonderzoek projectnummer 474506 16 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV
3.4.1
Historische situatie en mogelijke verstoringen Historische situatie Op historisch kaartmateriaal is te zien dat het plangebied op en langs de oever van de Maas ligt (afbeelding 6). In het plangebied is op de kadastrale minuut uit 1811 nog geen bebouwing aanwezig. Op de topografische kaart uit 1850 is wel één woonerf aanwezig maar de rest is niet bebouwd. Ook loop er een landweg door het gebied. Tot het eind van de 20e eeuw veranderd er weinig in het gebied maar in de jaren 90 raakt het gebied meer bebouwd (met bedrijfspanden) en krijgt het min of meer de huidige indeling (afbeelding 7). Het zuidelijk deel van het plangebied wordt rond die tijd ook opgehoogd, waarna er moestuintjes verschijnen.
Afbeelding 6. De locatie van het plangebied (globaal, rood omlijnd) op de kadastrale minuut uit 18111832 (bron: ARCHIS).
Blad 10 van 20
Antea Group Archeologie 2022/57 Bureauonderzoek projectnummer 474506 16 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV
Afbeelding 7. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de historische kaart uit 1850 (bron: www.topotijdreis.nl).
Afbeelding 8. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de historische kaart uit 1999 (bron: www.topotijdreis.nl).
Mogelijke verstoringen De kans is groot dat het gebied (gedeeltelijk) verstoord is geraakt door de bestaande bebouwing en verharding. Het is echter niet beken hoe diep en omvangrijk deze verstoringen zijn. Verstoringen kunnen ook zijn ontstaan door ploegwerkzaamheden op de akkers. Recente verstoringen kunnen ook aanwezig zijn door de aanleg van nutsvoorzieningen. Het zuiden van het plangebied is aan het eind van de 20e eeuw enkele meters opgehoogd, waarna er moestuintjes worden gebouwd. Hoewel het voornamelijk om ophogingen gaat is het denkbaar dat hier de onderliggende bodem in enige mate verstoord is geraakt (bijvoorbeeld door afgraving/egalisatie voorafgaande aan de ophogingen).
Blad 11 van 20
Antea Group Archeologie 2022/57 Bureauonderzoek projectnummer 474506 16 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV
4
Bekende waarden
4.1
Archeologische waarden Uit het Archeologische Informatie Systeem (Archis) van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed zijn de bekende archeologische waarden in een omtrek van ongeveer 200 m rondom het plangebied opgevraagd. Het betreft archeologische monumenten (AMK-terreinen), archeologische waarnemingen (zoals vondsten) en meldingen van eerdere archeologische onderzoeken (zie kaart 474506–ARCHIS in de kaartenbijlage). Gegevens uit Archis: AMK-terreinen In het plangebied zijn geen archeologische monumenten aanwezig. Net ten noordwesten van de planlocatie bevindt zich een monumententerrein (nummer 43). Het betreft een terrein met sporen van bewoning uit de Romeinse tijd en begraving uit de bronstijd tot en met de late ijzertijd. Ook zou er een Romeinse weg zijn aangetroffen. Hiervan is de documentatie niet via reguliere digitale bronnen beschikbaar gesteld. Even ten zuidoosten van de planlocatie is nog een monumententerrein aanwezig (nummer 16222. Het is een terrein met een hoge archeologische waarde. Hier zijn resten aangetroffen van de oude dorpskern van Mook uit de middeleeuwen en de nieuwe tijd. Gegevens uit Archis: eerdere onderzoeken en archeologische waarnemingen Even ten zuiden van het plangebied is in 2007 door BAAC een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd (zaakid 2161309100).
Op basis van het onderzoek bestaat de bovenste 50-190 cm beneden maaiveld voornamelijk uit opgebrachte grond, die vermoedelijk is gestort op plaatsen waar klei is gewonnen. Vanaf 50-190 cm zijn resten van de door de Maas afgezette gronden aangetroffen. Hierin waren geen begraven bodems en dus eventuele archeologische niveaus aanwezig. Op basis van de afzettingen (kleidek op grof rivierzand) moet het gebied regelmatig zijn overstroomd en dus relatief nat zijn geweest. Dit zijn ongunstige vestigingscondities, waardoor de kans om archeologische resten aan te treffen klein is. Er geldt een lage verwachting voor alle perioden. Een hogere verwachting geldt meer voor de hogere en drogere delen van de oude Maasterassen, al dan niet afgedekt met dekzand. Deze liggen meer ten noorden van het onderzocht gebied. Er werd hier geen vervolgonderzoek aanbevolen.2 Even ten oosten van het plangebied is door RAAP in 2006 een archeologisch booronderzoek gedaan (zaakid 2121538100). Op basis van het bureauonderzoek geldt een middelhoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit het paleolithicum tot en met het neolithicum. Hoewel het plangebied geen gradiëntzone is bevindt het zich wel op enkele honderden meters van het Maasdal waar voldoende voedselbronnen aanwezig waren. Voor de periode vanaf het laat-neolithicum tot en met de nieuwe tijd geldt een hoge verwachting.
Met name de hier aanwezig holtzpodzolgronden waren erg geschikt voor de landbouw. Ook de ligging langs het Maasdal was voor gemengde landbouwbedrijven vanaf de bronstijd erg waardevol. De uitgestrekte graslanden waren geschikt voor de veehouderij en de flanken van de nabijgelegen stuwwal waren geschikt voor akkerbouw. In het plangebied is de pleistocene ondergrond begraven door een esdek. Archeologische resten worden voornamelijk verwacht aan de basis van het esdek.
2 Den Otter, 2007.
Blad 12 van 20
Antea Group Archeologie 2022/57 Bureauonderzoek projectnummer 474506 16 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV
Tijdens het booronderzoek zijn fragmenten aardewerk uit de prehistorie en late middeleeuwen aangetroffen. Mogelijk was het plangebied onderdeel van Celtic fields uit de late bronstijd en ijzertijd. Het middeleeuwse materiaal is mogelijk door bemesting binnen het plangebied komen te liggen. Er is een archeologische begeleiding als vervolgonderzoek aanbevolen.3 In het gebied is vervolgens in 2008 door RAAP een archeologische inspectie gedaan (zaakid 2227543100). De resultaten zijn niet via reguliere digitale bronnen beschikbaar gesteld. Circa 50 meter ten oosten van het plangebied is door RAAP in 2007 nog een archeologische inspectie gedaan (zaakid 2156028100). De resultaten van dit onderzoek zijn niet via reguliere digitale bronnen beschikbaar gesteld. Even ten noordoosten van het plangebied zijn 3 vondstmeldingen gedaan (zaakid’s 3206103100, 3056813100, 3004210100). Hier is aardewerk uit de periode neolithicum-ijzertijd en de periode late middeleeuwen - nieuwe tijd aangetroffen. Ook zijn er een bronzen radnaald en een weefgewicht uit de bronstijd gevonden en een vuursteen afslag uit het neolithicum. Conclusie: Op basis van de gegeven uit eerdere onderzoeken geldt er voor het plangebied een verwachting voor archeologische resten vanaf het laat-paleolithicum tot en met de nieuwe tijd.
De gebied ligt op een overgang van het Maasdal met hoger gelegen terras-restruggen (westelijke deel plangebied) naar mogelijk een hoger gelegen flank van een stuwwal, al dan niet afgedekt met dekzand (oosten van het plangebied). Het plangebied zelf ligt waarschijnlijk nog op de hoge terras-restruggen, maar het is mogelijk dat het uiterste oosten van het plangebied ook op de hoger gelegen dekzanden en stuwwalafzettingen ligt. Er geldt een middelhoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit het paleolithicum tot en met het vroeg-neolithicum. Hoewel het plangebied geen gradiëntzone is bevindt het zich wel op enkele honderden meters van het Maasdal waar voldoende voedselbronnen aanwezig waren. Voor de periode vanaf het laat-neolithicum tot en met de nieuwe tijd geldt een hoge verwachting. De ligging langs het Maasdal was voor gemengde landbouwbedrijven vanaf de bronstijd erg waardevol. De uitgestrekte graslanden waren geschikt voor de veehouderij en de flanken van de nabijgelegen stuwwal waren geschikt voor akkerbouw. In het plangebied is de pleistocene ondergrond begraven door een esdek. Archeologische resten worden verwacht in de top van de terrasafzettingen en indien aanwezig in de top van de dekzandafzettingen. Archeologische resten uit later perioden (late middeleeuwen-nieuwe tijd) worden voornamelijk verwacht in de top van het mogelijk (en deels) aanwezige esdek.
4.2
Ondergrondse bouwhistorische waarden Er zijn geen geregistreerde ondergrondse bouwhistorische waarden binnen het plangebied aanwezig.4
3 Keijzers, 2006. 4 Zie: www.atlasleefomgeving.nl
Blad 13 van 20
Antea Group Archeologie 2022/57 Bureauonderzoek projectnummer 474506 16 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV
5
Archeologische verwachting
5.1
Bestaande verwachtingskaarten Provinciale verwachtingskaart Op de cultuurhistorische verwachtingskaart van de provincie Limburg zijn in het plangebied geen kenmerkende verwachtingszones aanwezig.5 Gemeentelijke verwachtingskaart De verwachting op de gemeentelijke beleidskaart valt samen met de landschappelijke kenmerken van het gebied. Lagere gelegen (nattere) delen in het Maasdal hebben een lage verwachting. Een middelhoge verwachting is gegeven aan overgangszones tussen het Maasdal en de hoger gelegen flanken van de stuwwal. Op de flanken van de stuwwal geldt een hoge archeologische verwachting. In het plangebied is sprake van zowel een lage, middelhoge als hoge verwachting (zei afbeelding 9). Zoals ook in paragraaf 2.4 al naar voren kwam, is het zuiden van het plangebied aan het eind van de 20e eeuw opgehoogd en mogelijk deels verstoord geraakt. Dit gebied heeft op de archeologische verwachtingskaart dan ook een lage verwachting.
Afbeelding 9. Het plangebied (rood omlijnd) op een uitsnede van de archeologische beleidskaart van de gemeente Mook en Middelaar (bron: Gemeente Mook en Middelaar). Categorie 4 – hoog verwachting = rood, categorie 5 – middelhoge verwachting = oranje, categorie 6 – lage verwachting = geel.
5 https://portal.prvlimburg.nl/viewer/app/default
Blad 14 van 20
Antea Group Archeologie 2022/57 Bureauonderzoek projectnummer 474506 16 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV
5.2
Gespecificeerde archeologische verwachting Datering Voor het grootste deel van plangebied, ter hoogte van het rivierterras (en rug) geldt een brede archeologische verwachting. Resten worden verwacht vanaf het laat-paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. In het zuidelijke deel van het plangebied geldt een lage archeologische verwachting naar aanleiding van recente verstoringen en ophogingen aan het eind van de 20e eeuw. Complextype Uit het laat-paleolithicum tot en met het laat neolithicum kunnen in deze regio resten worden verwacht die samenhangen met de mobiele leefwijze van de mens, zoals kleine kampementen die slechts tijdelijk (en/of periodiek) werden bewoond. Dergelijke vindplaatsen zijn te herkennen aan vuursteenconcentraties en haardkuilen. Vanaf het laat neolithicum tot en met de Romeinse tijd kunnen op de hogere delen in het landschap resten van grotere huizen/nederzettingen worden verwacht, net als schuren, spiekers en opstallen. Verder kunnen sporen van agrarische activiteit worden aangetroffen, zoals perceleringsgreppels. Daarnaast kunnen ook menselijke begravingen/crematies worden aangetroffen, afhankelijk van de datering variërend van vlakgraven tot crematiegraven. Ook off-site materiaal kan worden verwacht. Uit de middeleeuwen en nieuwe tijd kunnen eveneens nederzettingen en resten van agrarische activiteit worden verwacht.
Omvang De omvang kan variëren van puntvondsten tot nederzettingen van enkele honderden vierkante meters. Diepteligging Archeologische resten worden verwacht in de top van de terrasafzettingen en indien aanwezig in de top van de dekzandafzettingen. Archeologische resten uit later perioden (late middeleeuwen-nieuwe tijd) worden voornamelijk verwacht in de top van het mogelijk (en deels) aanwezige esdek. Locatie Archeologische resten kunnen binnen het gehele plangebied voorkomen, gezien het feit dat de daadwerkelijk bodemopbouw op dit moment nog niet bekend is. In het zuidelijke deel van het plangebied geldt een lage archeologische verwachting naar aanleiding van recente verstoringen en ophogingen aan het eind van de 20e eeuw. Voor het hele plangebied geldt verder, dat op die plaatsen waar recente bebouwing aanwezig is, de kans dat eventuele archeologische niveaus verloren zijn gegaan. Uiterlijke kenmerken Paleolithicum tot laat neolithicum: vuursteenverspreiding, indicaties van bewerking van vuursteen, halffabricaten, productieafval, productiegereedschap. Indicaties van kortdurende nederzettingen/kampen: haardkuilen, verbrand vuursteen. Indicaties voor jacht/voedselverzameling en –bereiding: werktuigen, spitsen, bijlen, schrabbers, stekers etc. Laat neolithicum tot en met late middeleeuwen: resten en structuren die wijzen op een sedentair, agrarisch bestaan.
Nederzettingen: paalgaten (huizen, spieker, opstallen, schuren),
Blad 15 van 20
Antea Group Archeologie 2022/57 Bureauonderzoek projectnummer 474506 16 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV
greppels, waterputten (met of zonder houten beschoeiingen) en afvalkuilen, en uit de Romeinse tijd resten van stenen gebouwen. Tussen het laat neolithicum en de bronstijd/ijzertijd/Romeinse tijd: periodespecifieke wijze van het begraven/cremeren van de doden. Middeleeuwen en nieuwe tijd: nederzetting- en ontginningssporen en resten van agrarische landinrichting. Mogelijke verstoringen De kans is groot dat het gebied (gedeeltelijk) verstoord is geraakt door de bestaande bebouwing en verharding. Het is echter niet beken hoe diep en omvangrijk deze verstoringen zijn. Verstoringen kunnen ook zijn ontstaan door ploegwerkzaamheden op de akkers. Recente verstoringen kunnen ook aanwezig zijn door de aanleg van nutsvoorzieningen. Het zuiden van het plangebied is aan het eind van de 20e eeuw enkele meters opgehoogd, waarna er moestuintjes worden gebouwd. Hoewel het voornamelijk om ophogingen gaat is het denkbaar dat hier de onderliggende bodem in enige mate verstoord is geraakt (bijvoorbeeld door afgraving/egalisatie voorafgaande aan de ophogingen).
Blad 16 van 20
Antea Group Archeologie 2022/57 Bureauonderzoek projectnummer 474506 16 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV
6
Conclusies en advies
6.1
Conclusies Op basis van de gegeven uit eerdere onderzoeken geldt er voor het grootse deel van plangebied een verwachting voor archeologische resten vanaf het laat-paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Het gebied ligt op een overgang van het maasdal met hoger gelegen terras-restruggen (westelijke deel plangebied) naar mogelijk een hoger gelegen flank van een stuwwal, al dan niet afgedekt met dekzand (oosten van het plangebied). Het plangebied zelf ligt waarschijnlijk nog op de hoge terras-restruggen, maar het is mogelijk dat het uiterste oosten van het plangebied ook op de hoger gelegen dekzanden en stuwwalafzettingen ligt. In het zuiden van het plangebied geldt een lage archeologische verwachting, naar aanleiding van recente verstoringen en ophogingen aan het eind van de 20e eeuw. Er geldt een middelhoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit het paleolithicum tot en met het vroeg-neolithicum. Hoewel het plangebied geen gradiëntzone is bevindt het zich wel op enkele honderden meters van het Maasdal waar voldoende voedselbronnen aanwezig waren. Voor de periode vanaf het laat-neolithicum tot en met de nieuwe tijd geldt een hoge verwachting. De ligging langs het Maasdal was voor gemengde landbouwbedrijven vanaf de bronstijd erg waardevol.
De uitgestrekte graslanden waren geschikt voor de veehouderij en de flanken van de nabijgelegen stuwwal waren geschikt voor akkerbouw. In het plangebied is de pleistocene ondergrond begraven door een esdek. Archeologische resten worden verwacht in de top van de terrasafzettingen en indien aanwezig in de top van de dekzandafzettingen. Archeologische resten uit later perioden (late middeleeuwennieuwe tijd) worden voornamelijk verwacht in de top van het mogelijk (en deels) aanwezige esdek.
6.2
(Selectie)advies De aanwezigheid van archeologische sporen is sterk afhankelijk van het feit of de bodem in het plangebied verstoord is geraakt door bebouwing of andere grondwerkzaamheden. Dit kan niet worden bepaald door een bureauonderzoek alleen. Wij adviseren dan ook om in de zones van het plangebied met een middelhoge en hoge archeologische verwachting een verkennend booronderzoek uit te voeren om de mate van intactheid van de bodemopbouw en eventueel aanwezige archeologische lagen te bepalen. Op die manier kan een gefundeerd advies worden gegeven over de impact van de herinrichting van het plangebied en de noodzakelijke archeologische onderzoeken die daarvoor moeten worden uitgevoerd. Voor de zones met een middelhoge en hoge archeologische verwachting is het advies om 6 boringen per hectare te zetten tot een diepte van 2 m-mv (zie afbeelding 10 voor de advieskaart). De boringen worden uitgevoerd met een edelmanboor met een diameter van 7 cm. De zones van het plangebied met een hoge en middelhoge archeologische verwachting beslaan circa 6,4 hectare. Het totaal aantal verkennende boringen in deze zones komt hiermee op 39. De boringen dienen verspreidt over het plangebied te worden geplaatst om een zo goed mogelijk beeld van de ondergrond te krijgen. De zone met een lage archeologische verwachting beslaat circa 1,3 hectare.
In dit deel van het gebied is het advies om 4 controleboringen te zetten, tot een diepte van 2 m-mv.
Blad 17 van 20
Antea Group Archeologie 2022/57 Bureauonderzoek projectnummer 474506 16 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV
Als op basis van de verkennende boringen blijkt dat er een intact bodemprofiel aanwezig is, dient aanvullend een karterend booronderzoek te worden uitgevoerd. Deze boringen worden geplaats in eventueel aanwezige archeologisch kansrijke gebieden tussen de eerdere uitgevoerde verkennende boringen, tot minimaal 2 m-mv. De karterende boringen worden verricht met een Edelmanboor met een diameter van 10 cm. Dit is een selectieadvies. Het nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan het bevoegd gezag, in deze de gemeente Mook en Middelaar. Antea Group Oosterhout, maart 2022
Afbeelding 10. Archeologische advieskaart.
Blad 18 van 20
Antea Group Archeologie 2022/57 Bureauonderzoek projectnummer 474506 16 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV
Literatuur en geraadpleegde bronnen Barends et al., 1986: Het Nederlandse landschap. Een historisch-geografische benadering. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Berendsen, H.J.A., 2004 (4e druk): De vorming van het land. Inleiding in de geologie en geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Nater, C., 2020. Bureauonderzoek Havenlaan 2 te Katwijk (gemeente Cuijk). Antea Group Archeologie 2020/108. Keijzers, D.M.G., 2006. Rijksweg 27a te Molenhoek Gemeente Mook en Middelaar Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend vooronderzoek. RAAP-notitie 1694. Otter, den, Y., Grave, Heumen, Mook en Middelaar. Grave Stuwpand, 4 clusters lans de Maas. Bureauonderzoek en IVO (verkennende fase). BAAC-rapport R V-07.0218. Kaarten Bodemkaart van Nederland, 1:50.000, STIBOKA/Alterra, Wageningen Grote Historische Atlas (1830-1855), Wolters Noordhoff, Groningen Geomorfologische kaart 1:50.000, Alterra, Wageningen Kadastrale kaarten 1811-1832 (http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl) Topografische kaart 1:25000 (http://kadata.kadaster.nl) Internet ahn.maps.arcgis.com beeldbank.cultureelerfgoed.nl www.aardeopdekaart.nl www.archis.cultureelerfgoed.nl www.atlasleefomgeving.nl www.pdok.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.topotijdreis.nl
Blad 19 van 20
Antea Group Archeologie 2022/57 Bureauonderzoek projectnummer 474506 16 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV
Lijst met afbeeldingen Afbeelding 1. Uitsnede topografische kaart met de ligging van het plangebied (rood omlijnd). .....1 Afbeelding 2. Het plangebied (rood omlijnd) op een uitsnede van de archeologische beleidskaart van de gemeente Mook en Middelaar (bron: Gemeente Mook en Middelaar). Categorie 4 = rood, 5 = oranje, 6 = geel. ...........................................................................................................................7 Afbeelding 3. Het plangebied (rood omlijnd op een uitsnede van de geomorfologische kaart (bron: Esri & Partners). ...................................................................................................................... 8 Afbeelding 4. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op het Actueel Hoogtebestand Nederland ..........................................................................................................................................9 Afbeelding 5. Het plangebied (rood omlijnd op een uitsnede van de bodemkaart (bron: Esri & Partners). ........................................................................................................................................... 9 Afbeelding 6. De locatie van het plangebied (globaal, rood omlijnd) op de kadastrale minuut uit 1811-1832 (bron: ARCHIS).
..............................................................................................................10 Afbeelding 7. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de historische kaart uit 1850 (bron: ......................................................................................................................................................... 11 Afbeelding 8. De locatie van het plangebied (rood omlijnd) op de historische kaart uit 1999 (bron: ......................................................................................................................................................... 11 Afbeelding 9. Het plangebied (rood omlijnd) op een uitsnede van de archeologische beleidskaart van de gemeente Mook en Middelaar (bron: Gemeente Mook en Middelaar). Categorie 4 – hoog verwachting = rood, categorie 5 – middelhoge verwachting = oranje, categorie 6 – lage verwachting = geel. .........................................................................................................................14 Afbeelding 10. Archeologische advieskaart. ...................................................................................18 Bijlagen Archeologische perioden Beschrijving van de archeologische perioden AMZ-cyclus Beschrijving en weergave van de Archeologische Monumentenzorg Kaartbijlagen 474506-ARCHIS:
Waarnemingen, onderzoeken en archeologische monumenten
Blad 20 van 20
Bijlage 1: Archeologische perioden
Bijlage 1: Archeologische perioden Als bijlage op de resultaten en verzamelde gegevens wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewonersgeschiedenis in Nederland geschetst. Gedurende het paleolithicum (300.000-8800 voor Chr.) hebben moderne mensen (homo sapiens) onze streken tijdens de warmere perioden wel bezocht, doch sporen uit deze periode zijn zeldzaam en vaak door latere omstandigheden verstoord. De mensen trokken als jager-verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. De verschillende groepen jager-verzamelaars exploiteerden kleine territoria, maar verbleven, afhankelijk van het seizoen, steeds op andere locaties. In het mesolithicum (8800-4900 voor Chr.) zette aan het begin van het Holoceen een langdurige klimaatsverbetering in. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor geleidelijk een bosvegetatie tot ontwikkeling kwam en de variatie in flora en fauna toenam. Ook in deze periode trokken de mensen als jager-verzamelaars rond. Voorwerpen uit deze periode bestaan voornamelijk uit voor de jacht ontworpen vuurstenen spitsjes. De hierop volgende periode, het neolithicum (5300-2000 voor Chr.), wordt gekenmerkt door een overschakeling van jager-verzamelaars naar sedentaire bewoners, met een volledig agrarische levenswijze.
Deze omwenteling ging gepaard met een aantal technische en sociale vernieuwingen, zoals huizen, geslepen bijlen en het gebruik van aardewerk. Door de productie van overschot kon de bevolking gaan groeien en die bevolkingsgroei had tot gevolg dat de samenleving steeds complexer werd. Uit het neolithicum zijn verschillende grafmonumenten bekend, zoals hunebedden en grafheuvels. Het begin van de bronstijd (2000-800 voor Chr.) valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen, zoals bijlen. Het gebruik van vuursteen was hiermee niet direct afgelopen. Vuursteenmateriaal uit de bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Het aardewerk is over het algemeen zeldzaam. De grafheuveltraditie die tijdens het neolithicum haar intrede deed werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 voor Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, eventueel omgeven door een greppel. In de ijzertijd (800-12 voor Chr.) werden de eerste ijzeren voorwerpen gemaakt. Ten opzichte van de bronstijd traden er in de aardewerktraditie en in het gebruik van vuursteen geen radicale veranderingen op. De mensen woonden in verspreid liggende hoeven of in nederzettingen van enkele huizen.
Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen (celtic fields). In deze periode werden de kleigebieden ook in gebruik genomen door mensen afkomstig van de zandgebieden. Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand. Er zijn zogenaamde vorstengraven bekend in Zuid-Nederland, maar de meeste begravingen vonden plaats in urnenvelden. Met de Romeinse tijd (12 voor Chr. tot 450 na Chr.) eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. In 47 na Chr. werd de Rijn definitief als rijksgrens van het Romeinse Rijk ingesteld. Ter controle van deze zogenaamde limes werden langs de Rijn castella (militaire forten) gebouwd. De inheems leefwijze handhaafde zich wel, ook al werd de invloed van de Romeinen steeds duidelijker in soorten aardewerk (o.a. gedraaid) en een betere infrastructuur. Onder meer ten gevolge van invallen van Germaanse stammen ontstond er instabiliteit wat uiteindelijk leidde tot het instorten van de grensverdediging langs de Rijn. Over de middeleeuwen (450-1500 na Chr.), en met name de vroege middeleeuwen (450-1000 na Chr.), zijn nog veel zaken onbekend. Archeologische overblijfselen zijn betrekkelijk schaars. De politieke macht was na het wegvallen e van de Romeinen in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Vanaf de 10 eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is een toenemende feodalisering zichtbaar.
Door bevolkingsgroei en gunstige klimatologische omstandigheden werd in deze periode een begin gemaakt met het ontginnen van bos, heide en veen. Veel van onze huidige steden en dorpen dateren uit deze periode. De hierop volgende periode 1500 – heden wordt aangeduid als nieuwe tijd.
Na Chr.
Archeologische periode-indeling conform ABR Periode Recent
Subperiode
Begin 1945
eind heden
Afkorting
Nieuwe Tijd
Late Nieuwe tijd Midden Nieuwe tijd Vroege Nieuwe tijd
1850 1650 1500
1945 1850 1650
NTC NTB NTA
Middeleeuwen
Late Middeleeuwen B Late Middeleeuwen A Vroege Middeleeuwen D Vroege Middeleeuwen C Vroege Middeleeuwen B Vroege Middeleeuwen A
1250 1050 900 725 525 450
1500 1250 1050 900 725 525
LMB LMA VMD VMC VMB VMA
Romeinse Tijd
Laat-Romeinse tijd B Laat-Romeinse tijd A Midden-Romeinse tijd B Midden-Romeinse tijd A Vroeg-Romeinse tijd B Vroeg-Romeinse tijd A
350 270 150 70 25 -12
450 350 270 150 70 25
LROMB LROMA MROMB MROMA VROMB VROMA
IJzertijd
Late IJzertijd Midden IJzertijd Vroege IJzertijd
250 500 800
12 250 500
LIJZ MIJZ VIJZ
Bronstijd
Late Bronstijd Midden Bronstijd B Midden Bronstijd A Vroege Bronstijd
1100 1500 1800 2000
800 1100 1500 1800
LBR MBRB MBRA VBR
Neolithicum
Laat Neolithicum B Laat Neolithicum A Midden Neolithicum B Midden Neolithicum A Vroeg Neolithicum B Vroeg Neolithicum A
2450 2850 3400 4200 4900 5300
2000 2450 2850 3400 4200 4900
LNEOB LNEOA MNEOB MNOEA VNEOB VNEOA
Mesolithicum
Laat Mesolithicum Midden Mesolithicum Vroeg Mesolithicum
6450 7100 8800
5300 6450 7100
LMESO MMESO VMESO
Paleolithicum
Laat Paleolithicum B Laat Paleolithicum A Midden Paleolithicum Vroeg Paleolithicum
18.000 35.000 300.000
8800 18.000 35.000 300.000
LPALEOB LPALEOA MPALEO VPALEO
Ottoonse tijd Karolingische tijd Merovingische tijd
Steentijd
Voor Chr.
Metaaltijd
volksverhuizingstijd
Bijlage 2: Archeologische Monumentenzorg (AMZ)
Schema Archeologische Monumentenzorg (AMZ)
Schema Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Verklarende woordenlijst Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Archeologische begeleiding (STAP 5c) Een archeologische begeleiding wordt uitgevoerd wanneer proefsleuven of en opgraving niet mogelijk zijn door bijvoorbeeld civieltechnische beperkingen. Archeologische indicatoren Hiermee worden aanwijzingen in de bodem bedoeld die duiden op menselijke activiteiten in het verleden, zoals aardewerkscherven, houtskool, botmateriaal, vondstlagen, etc. Archis Archeologisch informatiesysteem voor Nederland. Een digitale databank met gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen. Bureauonderzoek (STAP 1) Het bureauonderzoek is een rapportage waarin een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel wordt opgesteld aan de hand van geomorfologische en bodemkaarten, de Archeologische Monumentenkaart (AMK), het Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS), historische kaarten en archeologische publicaties. Fysiek beschermen (STAP 4c) De archeologische resten blijven in de bodem behouden door bijvoorbeeld planaanpassingen. Geofysisch onderzoek Meetapparatuur brengt archeologische verschijnselen in de bodem driedimensionaal in kaart zonder te boren of te graven. Dit kan bijvoorbeeld door radar-, weerstandsonderzoek of elektromagnetische metingen.
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Dit model geeft op detailniveau voor het plangebied aan wat aan archeologische vindplaatsen aanwezig kan zijn. Op basis van dit verwachtingsmodel wordt bepaald of een inventariserend veldonderzoek nodig is en wat de juiste methode is om eventueel aanwezige archeologische resten aan te tonen. Inventariserend veldonderzoek (IVO) (STAP 2) Tijdens een inventariserend veldonderzoek worden archeologische waarden in het veld geïnventariseerd en gedocumenteerd. Waar is wat in de bodem aanwezig? De inventarisatie kan bestaan uit een inventariserend veldonderzoekoverig (door middel van een booronderzoek, veldkartering en/of geofysisch onderzoek) en/of een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven. Wat de beste methode is, hangt sterk af van de omstandigheden en de aard van de vindplaats. Inventariserend veldonderzoek - overig (IVO-o) (STAP 2b of 2c) Bij een Inventariserend veldonderzoek - overig door middel van boringen (IVOo) worden boringen gezet door middel van een handboor of guts. Inventariserend veldonderzoek -proefsleuven (IVO-p) (STAP 2f) Proefsleuven zijn lange sleuven van twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar aanwijzingen zijn voor het aantreffen van archeologische vindplaatsen.
Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Verkennende fase (STAP 2b) Wanneer bij het bureauonderzoek onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om een gespecificeerd verwachtingsmodel op te stellen, wordt een inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd. In deze fase wordt onderzocht of de bodem nog intact is, wat de bodemopbouw is en hoe deze invloed heeft gehad op de locatiekeuze van de mens in het verleden. Het onderzoek is bedoeld om kansarme zones om archeologische resten aan te treffen uit te sluiten en kansrijke zones te selecteren voor vervolgonderzoek. Een verkennend onderzoek kent een relatief lage onderzoeksintensiteit en wordt meestal uitgevoerd door middel van boringen. Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Karterende fase (STAP 2c of 2f)
Tijdens een inventariserend veldonderzoek - karterende fase wordt het plangebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische sporen en/of vondsten. De intensiteit van onderzoek is groter dan in de verkennende fase, bijvoorbeeld door een groter aantal boringen per hectare of door het aanleggen van proefsleuven. Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Waarderende fase (STAP 2f) Tijdens de waarderende fase wordt aangegeven of de aangetroffen archeologische vindplaatsen behoudenswaardig zijn. Dat betekent dat de aard, omvang, datering, conservering en inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats(en) wordt vastgesteld. Wanneer de waardering van de archeologische resten laag is, hoeft geen verder archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Het plangebied wordt 'vrijgegeven'. Wanneer de resten behoudenswaardig zijn, wordt in eerste instantie behoud in situ (ter plekke in de bodem) nagestreefd. Wanneer dit door de voorgenomen ontwikkelingen niet mogelijk is, wordt vervolgonderzoek uitgevoerd in de vorm van een opgraving of archeologische begeleiding. Vaak wordt deze fase gecombineerd uitgevoerd met het inventariserend veldonderzoek karterende fase. Opgraving (STAP 5c) Wanneer door de toekomstige ontwikkelingen aanwezige archeologische resten in de bodem niet behouden kunnen worden, wordt een opgraving uitgevoerd.
Tijdens de opgraving worden archeologische resten gedocumenteerd, gefotografeerd en bestudeerd. Hierdoor wordt informatie over het verleden zo goed mogelijk vastgelegd en behouden. Plan van Aanpak (PvA) (STAP 2a) Voor een booronderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) noodzakelijk. Het PvA beschrijft hoe het veldwerk wordt uitgevoerd en uitgewerkt. Programma van Eisen (PvE) (STAP 2d of 5a) Voor het uitvoeren van een inventariserend veldonderzoek proefsleuven, archeologische begeleiding of opgraving is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk. Het PvE beschrijft het doel, vraagstelling en uitvoeringsmethode van het archeologisch onderzoek. Dit document wordt beschouwd als basisdocument voor archeologisch veldonderzoek waarmee de inhoudelijke kwaliteit gewaarborgd wordt. Het PvE wordt goedgekeurd door het bevoegd gezag (gemeente, provincie of het rijk). Quickscan In een quickscan wordt geïnventariseerd of en waar archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Selectieadvies (STAP 3) In het selectieadvies wordt op archeologisch inhoudelijke argumenten het advies gegeven welke delen van het plangebied vrijgegeven kunnen worden voor verdere ontwikkeling en welke delen behouden of opgegraven moeten worden. Selectiebesluit (STAP 4) De bevoegde overheid (gemeente, provincie of soms het rijk) geeft op basis van het selectieadvies aan welke maatregelen genomen worden.
De bevoegde overheid kan van het selectieadvies afwijken indien zij dat nodig acht. Veldkartering Bij een veldkartering wordt het plangebied systematisch belopen om archeologische oppervlaktevondsten te verzamelen.
Kaartbijlagen
188000
,000000
188500
,000000
4561145100
2392054100
189000
,000000
,000000
1065084 3167370100 ! ( 1062480
! ( 2078666100 ! ( ! ( 2032779100
,000000
2266675100
2979598100
1045446 2781502100
420000
189500
,000000
! (
,000000
187500
,000000
1040609 2781454100
3981478100
! (
1065085 3020598100
! (
4544654100
420000
187000
! (
4862799100 1111701 2906267100
2001406100
! (
2227040100
1043305 3091270100
2297609100
,000000
2207552100
! (
1027782 2781324100
1040640
2051602100
! (
! ( 2324281100
2312244100 ! ( 1094391 2469304100
! ( ,000000
! ( 4998611100
2781446100
! (
! (
2213010100
419500
419500
2280622100 2921146100
(1043360 2389552100 2299059100!
4733927100
! ( ! (
2197477100 2123839100
2446738100
( 2183747100 !
! (
( ! (! 2137658100
2102349100
2179113100
1038098 2753817100
! (
! ( 2121538100
! (
2295421100
4015667100
! (
4024422100
Vondstlocaties
! (
Vondstmeldingen
! (
1065215 3020176100 2283490100
! (
2399459100
Monumenten
1103499 1022679 4594372100
5107052100
2056852100
! (
4729723100
2232670100
Terrein van hoge archeologische waarde
187000
,000000
3296971100
3290636100
187500
,000000
! (
! (
188000
! (
D0
NR
25-11-2021 DATUM
150 225 2271129100 300 Meters Definitief
2295405100
OPDRACHTGEVER
1:7.500
FORMAAT
PROJECTLEIDER
1065156 3167670100 Waarnemingen, onderzoeken en archeologische monumenten
SCHAAL
N. Hendrikx
Archeologisch bureauonderzoek ! ( 2130164100 Nieuwbouwplan Molenhoek
! (
GET.
GIS SPECIALIST
2229196100
KAARTTITEL
NH
WIJZIGING
K. Keijzers
A3
DATUM
BLAD IN BLADEN
STATUS
WIJZ.NR
25-11-2021
1 van 1
Definitief
D0
www.anteagroup.nl
2195427100 ! ( 2401596100 1196304 4013577100 ! ( Esri Nederland, Community Map Contributors 0474506.100-ARCHIS 1065317 1065314! 4013536100 ( KAARTNUMMER
1258587
,000000
75
PROJECTOMSCHRIJVING
2881984100 ! (1023267
! (
1111709 3131016100
2155729100
! (3031646100 ! (1071927 3021853100 ! (1065392 Klokgroep Wonen BV
3270734100 3005483100 ! (1096747
1061994 2921495100 4571740100
( 2176902100 ! (!
0
4594372100 1066409
2684221100
5003437100 4873903100 Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd 4865730100
4565852100
%
! (
1065252 3171233100
1111095 2882161100
Terrein van archeologische waarde
! (
1043308 2779235100
! (
3292701100
5085701100
Terrein van zeer hoge archeologische waarde
3031654100
! (1071928
3292718100
4573822100
WAARDE
2105184100
! (
5066942100
1103496 3183927100
2399450100
2781470100 2781479100
5068724100
Onderzoeksmeldingen
! ( 2882234100
1111098
1065196 2415544100
2161309100
! (
! (
! ( 2324273100
3021472100 2282697100
4024430100
2295413100
4710241100
1058182 2812947100
! (
2069756100
Plangebied
,000000
1065086 3167379100
2109372100
2426966100 2145263100
Legenda
418500
3121791100
! ( 1111080
,000000
1022693 2906283100
5119835100 3986840100
1063493
419000
419000
,000000
! ( 3004210100
188500
,000000
189000
,000000
!
! (
189500
R:\00470000\00474506\Archeologie\Rapportage\Gis Nathalie\0474506.100-ARCHIS.mxd
,000000
,000000
! ( 2156028100
418500
2161325100
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Tolhuisweg 57 8443 DV HEERENVEEN Postbus 24 8440 AA HEERENVEEN T. (0513) 63 43 13 E. karst.keijzers@anteagroup.nl ISSN: 1570-6273 Copyright © 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. Disclaimer Antea Group aanvaardt op generlei wijze aansprakelijkheid voor schade welke voortvloeit uit beslissingen genomen op basis van de resultaten van archeologisch (voor)onderzoek.
www.anteagroup.nl