CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

20221129 Molenhoek Zuid_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 10 Natuurtoets .pdf

Algemene commissie 12 april 2023, gemeente Mook en MiddelaarBij agendapunt: bijlagen bij Bestemmingsplan Molenhoek Zuid14.250 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Natuurtoets Molenhoek Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een bestemmingsplan

projectnummer 0474506.100 definitief revisie 00 18 maart 2022

Natuurtoets Molenhoek Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een bestemmingsplan projectnummer 0474506.100 definitief revisie 00 18 maart 2022

Auteurs L. de Jong, MSc.

Opdrachtgever KlokGroep Wonen BV Kanaalstraat 200 6541 XN Nijmegen

Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus

De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

datum vrijgave 18-3-2022

beschrijving revisie 00 definitief

gecontroleerd J. M. Kooijman

vrijgave K. Keijzers

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Planvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer

1 1 2 3

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming

4

2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3

Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000 Provinciaal beleid Bescherming van houtopstanden

4 4 6 6 6 7

3

Methodiek

9

3.1 3.2 3.3 3.4

Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject

9 9 10 10

4

Resultaten

11

4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2

Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Samenvatting beschermde soorten Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland (NNN; Goudgroene natuurzone), Zilvergroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone

11 12 12 14 21 21 21

5

Toetsing

24

5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.3 5.3.1 5.3.2

Effectbepaling plan Toetsing effect op beschermde soorten Vogels Zoogdieren Amfibieën Effecten op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN; Goudgroene natuurzone), Zilvergroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone

24 24 24 25 27 28 28

Bronnen

29

6

22

28

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

Bijlagen Bijlage 1: Wettelijk kader

Molenhoek

Globale ligging van het plangebied (rood omlijnd). Bron: QGIS, 2022.

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

Conclusies en advies KlokGroep Wonen B.V. is voornemens om ten zuiden van de dorpskern van Molenhoek woningen te realiseren. Deze ontwikkeling is echter in het huidige bestemmingplan niet toegestaan. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat het plan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets. Tevens is aangegeven of volgens de Nederlandse wetgeving vervolgstappen aan de orde zijn.

Conclusies: Beschermde gebieden Het plangebied ligt nabij NNN gebied (Goudgroene natuurzone; Kruiden- en faunarijk grasland), maar door het planvoornemen zal er geen sprake zijn van oppervlakteverlies. Daarnaast wordt geen aantasting gebracht aan de verbindende functie van het NNN. Door het planvoornemen wordt geen NNN gebied aangetast en gaat geen NNN verloren. Er zijn daarom geen significante negatieve effecten op de aangewezen kernwaarden van het NNN. Het planvoornemen heeft geen significant negatieve effecten op de Zilvergroene natuurzone of Bronsgroene landschapszone. Het plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Sint Jansberg’, ligt op circa 3 kilometer afstand. Op basis van de aard en omvang van de werkzaamheden, in combinatie met de reeds aanwezige verstoring in de huidige situatie kan worden uitgesloten dat sprake is van significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Negatieve effecten van verzuring en vermesting ten gevolge van stikstofdepositie via de lucht kunnen niet op voorhand uitgesloten worden, maar sinds 1 juli 2021 geldt voor een tijdelijke verhoogde stikstofdepositie tijdens de aanlegfase, het wijzingen of verwijderen van een bouwwerk geen vergunningplicht meer. Wel moet de stikstofuitstoot zo veel als mogelijk ingeperkt worden. Zie ook Tabel 01. Tabel 01.

Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.

Natura 2000 Aanwezig binnen de invloedssfeer? Effecten? Vereiste vervolgstappen aan de orde? Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?

NNN (Goudgroene natuurzone)

Zilvergroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone

Ja, enkel voor stikstof Mogelijk Ja, AERIUS berekening

Ja

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Ja

Ja

Ja

* voor tijdelijke bouwwerkzaamheden is een Aeriusberekening niet nodig met het in werking treden van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering.

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: • Vogels met een jaarrond beschermd nest (steenuil, torenvalk, boerenzwaluw, huiszwaluw, gierzwaluw, huismus): Potentiële nestplekken in het plangebied (nestkasten en bebouwing); • Algemene broedvogels (nestplaatsen); • Vleermuizen: Gebouwen hebben potentieel geschikte verblijfplaatsen; in het plangebied zijn mogelijk foerageergebied en vliegroutes aanwezig; • Marterachtigen (das, boommarter, steenmarter): Plangebied voldoet aan de biotoopeisen van deze soorten en deze zijn in de directe omgeving waargenomen; • Amfibieën (rugstreeppad): Mogelijk voortplantingshabitat in het plangebied. In Tabel 02 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is.

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

Tabel 02. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.

Soort (groep)

Essentieel leefgebied in plangebied?

Is er sprake van een overtreding?

Is een ontheffing noodzakelijk

Is het plan uitvoerbaar?

Vogels met jaarrond beschermd nest (steenuil, torenvalk, boerenzwaluw, huiszwaluw, gierzwaluw, huismus)

Mogelijk, er zijn nestkasten en andere potentiële nestplaatsen aanwezig in het plangebied

Mogelijk, indien in gebruik zijnde nesten worden aangetast

Mogelijk, indien nesten in gebruik zijn door een vogel met een jaarrond beschermd nest

Ja, de verwachting is dat middels mitigerende en compenserende maatregelen, het plan uitvoerbaar is

Algemene broedvogels

Geschikt broedbiotoop in het plangebied

Nee, mits buiten het broedseizoen wordt gewerkt of maatregelen worden genomen om te voorkomen dat broedende vogels aanwezig zijn

Nee

Ja

Vleermuizen

Mogelijk, een deel van de bebouwing biedt potentiële verblijfplaatsen. Potentiële foerageergebieden en vliegroutes aanwezig.

Mogelijk, indien essentiële functies van vleermuizen aanwezig zijn

Mogelijk, indien essentiële functies van vleermuizen verloren gaan door het voornemen

Ja, de verwachting is dat middels mitigerende en compenserende maatregelen, het plan uitvoerbaar is

Marterachtigen (das, boommarter, steenmarter)

Mogelijk, het gebied is geschikt voor de das, boommarter en steenmarter

Mogelijk, indien verblijfplaatsen van marterachtigen aanwezig zijn

Mogelijk, indien verblijfplaatsen van marterachtigen verloren gaan door het voornemen

Ja, de verwachting is dat middels mitigerende en compenserende maatregelen, het plan uitvoerbaar is

Mogelijk voortplanting gebied, bijvoorbeeld wanneer poelvorming optreedt

Nee, indien terrein tijdens werkzaamheden ongeschikt gehouden wordt voor rugstreeppadden

Nee, indien terrein tijdens werkzaamheden ongeschikt gehouden wordt voor rugstreeppadden

Ja. Door het terrein tijdens de werkzaamheden ongeschikt dan wel ontoegankelijk te houden voor rugstreeppadden

Rugstreeppad

* Bij voorliggende toetsing wordt uitgegaan van een overtreding.

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. In het tekstkader in Bijlage 1 staat het wetsartikel uitgeschreven. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

1

Inleiding

1.1

Aanleiding KlokGroep Wonen B.V. is voornemens om ten zuiden van de dorpskern van Molenhoek woningen te realiseren. Deze ontwikkeling is echter in het huidige bestemmingplan niet toegestaan. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Ruimtelijke plannen, zoals dergelijke bestemmingsplan, dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming; Wnb en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In deze rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets beschreven en wordt antwoord gegeven of het plan uitvoerbaar is. In Figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1. Ligging van het plangebied (rood omkaderd). Bron: QGIS, 2022.

1.2

Planvoornemen Gemeente Mook en Middelaar heeft de ambitie om te groeien. Deze ambitie komt voort uit de stijgende trend die is voorzien voor de woningvraag binnen de regio. Om die reden heeft de gemeente Mook en Middelaar op 21 december 2020 een intentieovereenkomst afgesloten met Klokgroep, Jansen bouwontwikkeling en bouw- en aannemersbedrijf Adrie Spanjaards om het

Blad 1 van 29

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

gebied Molenhoek Zuid te ontwikkelen. Het doel hiervan is het verder onderzoeken van de ontwikkelingsmogelijkheden van het gebied Molenhoek Zuid tot een nieuwe woonwijk van circa 250 woningen. Het is de wens van de gemeente om te bouwen voor diverse doelgroepen en de nieuwe wijk te voorzien van verschillende woningtypologieën. Daarbij wordt aangesloten bij de afspraken die met het Rijk, provincie Gelderland en de regio Arnhem Nijmegen zijn gemaakt in de ‘woondeal’. In de woondeal is Molenhoek aangewezen als versnellingslocatie. Dit betekent dat in ieder geval 50% van de woningen betaalbaar moeten zijn. Van die 50% bestaat minimaal 20% uit sociale woningbouw. Zie Figuur 1.2 voor een impressie en het ontwerp van het voornemen.

Figuur 1.2. Schets planvoornemen. Bron: CB5.

1.3

Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van het voorgenomen plan met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland; NNN) en het bepalen of het plan uitvoerbaar is. De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling geldt, dan wel een ontheffing of vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig is en zo ja, of deze ontheffing of vergunning kan worden verleend, komt in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wet natuurbescherming. Echter, deze vragen zijn ook relevant voor het bestemmingsplan omdat in deze Natuurtoets wordt beoordeeld of ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan het op voorhand in redelijkheid duidelijk is dat de Wet natuurbescherming niet de uitvoerbaarheid van het plan in de weg zal staan. Het bestemmingsplan kan pas worden vastgesteld nadat uit een Natuurtoets duidelijk is geworden of voor de activiteiten die volgen uit deze vaststelling de mogelijkheid bestaat tot het verkrijgen van een ontheffing of vergunning.

Blad 2 van 29

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

De volgende onderzoeksvragen zijn van toepassing: Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van het plan? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling die mogelijk gemaakt worden door het plan effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het plan uitvoerbaar en zijn, zo nodig, aanvullende voorwaarden in het plan aan de orde? Komen in de beïnvloedingszone van het plangebied beschermde natuurgebieden (NNN en/of Natura 2000) voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een compensatieplan opgesteld te worden of zijn andere vervolgstappen aan de orde? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).

1.4

Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets; Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het planvoornemen; Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het plangebied; Hoofdstuk 5 toetst het plan aan de Wet natuurbescherming en het NNN.

Blad 3 van 29

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.

2.1

Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen).

2.2

Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1-4) aanwezig zijn in het plangebied. Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage).

In de provincie Limburg is afgeweken van de landelijke ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van LNV, 2009. In Limburg is niet langer een onderscheid tussen categorie 1-4 en categorie 5 vogelsoorten, maar worden de categorieën 1-4 gehanteerd (Provincie Limburg, 2017). Hierbij zijn de nesten van soorten vermeld op categorie 1-3 jaarrond beschermd. Categorie 4-nesten betreffen nesten van plaatstrouwe vogels die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te vestigen indien de nestplaats verloren gaat. Ze zijn dusdanig kwetsbaar dat de functionaliteit niet in het geding mag komen. Indien de omgeving van de bekende nestplaats vernietigd wordt, moet worden bepaald of er voldoende functionaliteit behouden blijft. In Limburg zijn nesten van 20 (deels nieuwe soorten) aangewezen als jaarrond beschermd (cat. 13). Aanvullend op de Rijkslijst zijn de nesten van de boerenzwaluw, bosuil, huiszwaluw, raaf, rode wouw en torenvalk in de provincie Limburg ook jaarrond beschermd en staan vermeld op cat. 13. In tegenstelling tot de Rijkslijst van LNV zijn in de provincie Limburg de nesten van de buizerd en de sperwer niet langer jaarrond beschermd en staan de soorten vermeld op cat. 4. Voor deze

Blad 4 van 29

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

soorten en overige categorie 4 soorten (in totaal 19) geldt dat de functionaliteit van hun leefgebied behouden moet blijven. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.1 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding.

Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.5 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in artikel 3.10, bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel B(1 en 2) en C van voorliggende rapportage. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.10 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode.

Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Het voorgaande geldt echter niet indien de soorten zijn vrijgesteld door het bevoegd gezag. Bij voorliggende toetsing is de provincie Limburg bevoegd gezag. In aanvulling op de landelijk vrijgestelde soorten van artikel 3.10 onderdeel A (zie Regeling Natuurbescherming, Bijlage 13), geldt in de provincie Limburg voor de eekhoorn, hazelworm, levendbarende hagedis en steenmarter in bepaalde periodes van het jaar een vrijstelling. De eekhoorn is vrijgesteld in maart–april en juli t/m november, de hazelworm in juli t/m september, de levendbarende hagedis in 15 aug t/m 15 okt en de steenmarter in 15 aug t/m feb (Wijzigingsverordening, provincie Limburg, 2017). In de provincie geldt voor de overige landelijk vrijgestelde soorten, ook een vrijstelling. Voor deze soorten geldt enkel de zorgplicht.

Blad 5 van 29

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

2.3

Gebiedsbescherming

2.3.1

Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden.

2.3.2

Provinciaal beleid Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit te realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk Nederland. Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. In de Omgevingsverordening 2014 van de provincie Limburg (geconsolideerde versie december 2019) zijn regels voor het NNN opgenomen. In provincie Limburg wordt het NNN gevormd door de Goudgroene zone.

Het beschermingsregime hieromtrent is opgenomen in paragraaf 2.6 (Goudgroene zone) van de Omgevingsverordening. Voor de natuurgebieden die behoren tot de Goudgroene natuurzone geldt het ‘nee, tenzij’-principe1. Het ‘nee, tenzij’-principe (Artikel 2.6.3) betekent dat nieuwe plannen en projecten niet zijn toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied, tenzij daarmee een zwaarwegend belang gediend is en er geen reële alternatieven voorhanden zijn. In dat geval moet de schade zoveel mogelijk beperkt worden door het treffen van mitigerende maatregelen en moet de resterende schade gecompenseerd worden. Het compensatiebeleid van provincie Limburg voor de gebieden die aangewezen zijn als Goudgroene natuurzone is vastgelegd in de Beleidsregel natuurcompensatie 2018. Deze beleidsregel is van toepassing indien voorafgaand aan de activiteit is vastgesteld dat de

1

Naast een Nee tenzij-afweging kan er sprake zijn van een kleinschalig ontwikkeling of een NNB/EHS-saldobenadering waarbij er geen onderbouwing aan de orde is van het dwingende belang en/of van alternatieven. Indien relevant wordt bekeken of deze van toepassing zijn voor het plan.

Blad 6 van 29

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

wezenlijke kenmerken en waarden van de Goudgroene natuurzone worden vernietigd, verstoord en/of versnipperd. Het regime ter bescherming van het NNN kent in de provincie Limburg geen externe werking. Dit houdt in dat alleen wanneer een ruimtelijk plan betrekking heeft op een NNN-gebied, de effecten beoordeeld en eventueel gecompenseerd dienen te worden. Effecten als gevolg van de activiteiten die ontstaan op NNN-gebieden die buiten de plangrenzen liggen (externe effecten), hoeven derhalve niet gecompenseerd te worden.

Zilvergroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone Naast de Goudgroene zone zijn er andere gebieden die een provinciale bescherming kennen: de Zilvergroene zone (beschreven in paragraaf 2.13 van de Omgevingsverordening 2014) en de Bronsgroene landschapszone (in paragraaf 2.7 van de Omgevingsverordening 2014). De Zilvergroene natuurzone bevat de agrarische gebieden en natuurgebieden rondom de goudgroene natuur die van belang zijn voor het goed functioneren van de goudgroene zones en/ of voor de, beschermde soorten. De Bronsgroene landschapszone omvat landschappelijke waardevolle beekdalen – voor zover niet gelegen in goud- of zilvergroen – hellingen en bufferzones rond bestaande natuurgebieden met de daarin gelegen (extensievere) landbouwgebieden, monumenten, kleinere landschapselementen, waterlopen en dergelijke. Ook het Nationaal Landschap Zuid-Limburg is onderdeel van de bronsgroene landschapszone. Voor de Zilvergroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone zijn er regels opgesteld ter bescherming van de gebieden (respectievelijk in Artikel 2.13.2 en Artikel 2.7.2 van de Omgevingsverordening 2014). Het compensatiebeleid van provincie Limburg voor de gebieden die aangewezen zijn als Zilvergroen of Bronsgroen is vastgelegd in de Beleidsregel natuurcompensatie 2018.

Deze beleidsregel is van toepassing indien voorafgaand aan de activiteit is vastgesteld dat de kernkwaliteiten “groene karakter” van de Zilvergroene natuurzone, de Bronsgroene landschapszone en/of van het Beschermingsgebied Nationaal landschap Zuid-Limburg worden vernietigd, verstoord en/of versnipperd.

2.3.3

Bescherming van houtopstanden De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft invulling aan de bescherming van houtopstanden die tot aan 1 januari 2017 vielen onder bescherming van de Boswet. De bescherming is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wnb. De Provincie is het bevoegd gezag. De bescherming betreft de houtopstanden die zijn gelegen buiten de bebouwde kom Wnb en die een oppervlakte hebben van meer dan 1.000 m2 (0,1 hectare) of bestaan uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. De Wnb doet geen uitspraken over houtopstanden die zijn gelegen binnen de bebouwde kom of met kleinere oppervlakte dan 1.000 m 2. Bescherming van dergelijke houtopstanden is een taak van de gemeentelijke overheid. De wet geldt niet voor: a) Houtopstanden op erven of in tuinen; b) Fruitbomen of windschermen om boomgaarden; c) Naaldbomen bedoeld als kerstbomen indien niet ouder dan 20 jaar; d) Kweekgoed; e) Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; f) Het dunnen van een houtopstand;

Blad 7 van 29

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

g)

Het uit populieren, wilgen, essen of elsen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van biomassa (onder specifieke voorwaarden).

Voor houtopstanden groter dan 1.000 m2 is veelal sprake van overlap met de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De mate van overlap kan per gemeente verschillen en is dus maatwerk. Toetsing aan de APV valt buiten de scope van de Natuurtoets. Voor houtopstanden die zijn beschermd in de Wnb geldt een meldingsplicht bij voorgenomen velling, en in principe tevens een herplantplicht. Herplant wordt in principe ter plekke ingevuld. Onder voorwaarden kan herplant ook elders worden gerealiseerd. In de voorliggende toetsing wordt niet nader ingegaan op houtopstanden omdat de bomen in het plangebied gerekend kunnen worden tot ‘houtopstanden op erven of in tuinen’ of ‘eenrijige beplanting langs landbouwgronden’. Mogelijk zijn aanvullende eisen aan de orde vanuit de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening (APV).

Blad 8 van 29

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

3

Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.

3.1

Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. 2.

3.2

Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan; Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.

Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Bij vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die in het plangebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel B en C in de bijlage). Deze zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt bij het voorliggende project. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd.

Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij is nagegaan of er in de periode 2017-2022 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het plangebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen. Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van de gebiedendatabase op de website van het Ministerie van EZK of provinciale digitale atlassen. Om inzicht te krijgen in de ligging van het plangebied t.o.v. van het NNN is de provinciale website geraadpleegd.

Blad 9 van 29

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

3.3

Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op 1 maart 2022 is vanaf circa 13:00 uur een terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij bewolkt weer met een temperatuur van circa 10 °C. Tijdens het terreinbezoek is het plangebied te voet belopen. Gebouwen zijn vanaf de openbare ruimte bekeken en de bomen zijn bekeken met een verrekijker.

3.4

Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is, of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.

Blad 10 van 29

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

4

Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 in gegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en het NNN in de omgeving van het plangebied aangegeven wordt.

4.1

Gebiedsbeschrijving Het plangebied ligt ten noorden van de Halderweg, ten oosten van de Bredeweg en ten westen van de rijksweg N271. Aan de noord- en noordoostzijde wordt het plangebied begrensd door de kas van een kwekerij en enkele woonhuizen langs de N271. Het plangebied is gelegen aan de zuidzijde van de bebouwde kom van Molenhoek (gemeente Mook en Middelaar, Provincie Limburg). Het plangebied heeft een min of meer driehoekige vorm tussen de hiervoor genoemde wegen en gebouwen. Ongeveer in het midden van het plangebied is de Spijkerweg gelegen. Langs deze weg zijn enkele bomen en een drooggevallen greppel aanwezig. Ten noorden van de Spijkerweg bevindt zich een braakliggende akker. Aan de noordoostelijke kant van het plangebied is een strook land van de kwekerij aanwezig. Deze wordt van de akker gescheiden door een bomenrij, heg en hekwerk. Het deel van de kwekerij wordt nog als zodanig gebruikt. In dit deel zijn ook enkele bandensporen in de bodem waar water in blijft staan. Tussen het kweekgoed en de kas (welke zich net buiten het plangebied bevindt) is een voedselrijke sloot aanwezig. Ten zuiden van de Spijkerweg zijn verschillende structuren aanwezig. Grenzend aan de N271 zijn diverse bedrijfspanden aanwezig. De panden vertonen een grote variatie in onderhoudsstaat en zijn nog in gebruik.

Meer naar de westkant van het plangebied bevindt zich een schapenweide, afgebakend door bomen en struiken, (met name bramen) een talud aan de zuidkant van de weide en een woonhuis met tuin (Spijkerweg 5). Het meest zuidelijke deel van het plangebied bestaat uit volkstuinen. In Figuur 4.1 is een impressie gegeven van het plangebied.

Blad 11 van 29

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

Figuur 4.1. Impressie van het plangebied. Linksboven: Bedrijfspand in het plangebied; rechtsboven: schapenweide en woonhuis aan de Spijkerweg 5; links-midden: volkstuin op de voorgrond met uitzicht op bedrijfspanden; rechts-midden: bedrijfspand met -hal; linksonder: akker; rechtsonder: verwilderde strook langs akker.

4.2

Beschermde soorten

4.2.1

Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het plangebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV onderdeel a en b) en de nietvrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming alsook vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 4.1 (volgende pagina). Overzicht van waargenomen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied (met een straal van 2,5km) die in het NDFF door derden zijn ingevoerd. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn aangegeven met een ‘X’ (NDFF, 2017-2022).

Blad 12 van 29

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

Soortgroep

Soort

JRB

HR

A/B

Boerenzwaluw X Boomvalk X Bosuil X Gierzwaluw X Grote gele kwikstaart X Havik X Huismus X Huiszwaluw X Kerkuil X Vogels met een jaarrond Ooievaar X beschermd nest Raaf X Ransuil X Rode wouw X Roek X Slechtvalk X Steenuil X Torenvalk X Wespendief X Zwarte wouw X Bever X Boommarter X Das X Zoogdieren Eekhoorn X Steenmarter X Vleermuizen* X Wild zwijn X Alpenwatersalamander X Amfibieën Kamsalamander X Gladde slang X Muurhagedis X Reptielen Zandhagedis X Grote vos X Grote weerschijnvlinder X Insecten - Dagvlinders Kleine ijsvogelvlinder X Sleedoornpage X Insecten - Libellen Gevlekte witsnuitlibel X Insecten - Kevers Vliegend hert X Vissen Geen waarnemingen Akkerogentroost X Dreps X Glad biggenkruid X Planten Groot spiegelklokje X Grote leeuwenklauw X Korensla X Overige soortgroepen Geen waarnemingen * Vleermuizen: gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, tweekleurige vleermuis, watervleermuis.

Blad 13 van 29

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het plangebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2 uiteengezet.

4.2.2

Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Aangezien het plangebied een beperkte omvang heeft, grotendeels gecultiveerd en bebouwd is, niet aansluit op grote natuur(lijke)gebieden, in een verstoorde omgeving ligt, geen geschikt open water bevat en het verspreidingsgebied van een aantal soorten niet tot aan Molenhoek loopt, zijn niet alle biotoop-kritische (sub)soortgroepen relevant. Zo zijn er onder andere op basis van het terreinbezoek geen effecten (overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wnb) aan de orde op de beschermde (sub)soortgroepen: (land/water)zoogdieren (bever, wild zwijn), amfibieën (alpenwatersalamander, kamsalamander), reptielen (gladde slang, muurhagedis, zandhagedis) , vissen, vlinders (grote vos, grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder, sleedoornpage), libellen (gevlekte witsnuitlibel) en overige soortgroepen (kevers, kreeftachtigen, weekdieren, mieren en slakken). Er is voor deze soort(groep)en geen essentieel leefgebied in het plangebied. Effecten zijn op voorhand uitgesloten. De overige soortgroepen worden hierna beschreven: vogels, zoogdieren (vleermuizen, das, steenmarter en eekhoorn) amfibieën (rugstreeppad) en flora.

Vogels Soorten met jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 3) Zoals blijkt uit de bureaustudie is een aantal vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waar bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Mogelijk zijn er jaarrond beschermde nesten aanwezig in het plangebied. Boom bewonende soorten Tijdens het terreinbezoek zijn geen nesten aangetroffen van soorten met een jaarrond beschermd nest die hun nest in bomen hebben. Vogels met een jaarrond beschermd nest in bomen zijn uitgesloten. Nestkasten in het plangebied In de tuin van Spijkerweg 5 bevindt zich een nestkast, bedoeld voor de steenuil. Ter hoogte van de volkstuinen bevindt zich een paalkast voor de torenvalk. Figuur 4.2 geeft een impressie van de nestkasten. De nesten van beide soorten zijn in Limburg jaarrond beschermd (resp. categorie 1 en 3). Tijdens het terreinbezoek kon niet beoordeeld worden of de kasten ook daadwerkelijk in gebruik zijn. Wel zijn er op basis van gegevens in NDFF diverse waarnemingen bekend van deze soorten in het plangebied of de directe omgeving. Gevolgen van het plan op deze soorten wordt in Hoofdstuk 5 behandeld.

Blad 14 van 29

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

Figuur 4.2. Nestkasten bestemd voor de steenuil (links) en de torenvalk (rechts). Gebouw bewonende soorten Gebouwbewonende soorten zoals de boerenzwaluw, huiszwaluw, gierzwaluw en de huismus hebben in het plangebied gelegenheid om te nestelen. Deze soorten kunnen bijvoorbeeld nesten maken onder dakpannen en achter dakgoten in bebouwing die in het plangebied aanwezig zijn. Een deel van de bebouwing is hiervoor geschikt, namelijk het woonhuis (Spijkerweg 5) en een bijgebouw ter hoogte van de volkstuinen (Figuur 4.3). Daarnaast zijn huismussen gehoord in het plangebied, in een heg welke direct grenst aan de volkstuinen. Voorgenoemde soorten hebben mogelijk een jaarrond beschermd nest in het plangebied. Gevolgen van het plan op deze soorten wordt in Hoofdstuk 5 behandeld.

Figuur 4.3. Potentieel broedbiotoop voor gebouw bewonende soorten zoals de huismus. Kerkuilen broeden vooral in hoge, donkere en tochtvrije delen van boerenschuren, kerken, kastelen en torens die voor de kerkuil toegankelijk zijn. In veel gevallen broedt de soort tegenwoordig in nestkasten die in gebouwen zijn geplaatst. Voor de kerkuil is potentieel broedgebied aanwezig in een bedrijfshal in het plangebied. Op basis van gegevens in NDFF is een cluster van waarnemingen van de kerkuil bekend op circa 1,6 kilometer ten zuidoosten van het plangebied. Op basis van de grootte van het territorium van de kerkuil is het onwaarschijnlijk dat de kerkuil een roestplaat of nestplaats heeft in het plangebied. De slechtvalk broedt in Nederland voornamelijk in steden op grote kantoorgebouwen en torens en in open landschappen op hoogspanningsmasten. Het betreft veelal hoge locaties. Dergelijke hoge structuren zijn in het plangebied niet aanwezig. De slechtvalk is uitgesloten.

Blad 15 van 29

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

Ooievaar Ooievaars komen met name voor in extensief beheerde weilanden (in veenweidegebieden) en in uiterwaarden. Als broedplek worden kunstmatige nestgelegenheden op daken of wagenwielen gebruikt. Daarnaast maakt de ooievaar zelf nesten in bomen. Er zijn geen nesten ter grootte van een ooievaarsnest aangetroffen in het plangebied. Daarnaast is er geen sprake van essentieel functioneel leefgebied binnen het plangebied. Grote gele kwikstaart De grote gele kwikstaart broedt voornamelijk langs stromende watergangen als beken en rivieren, maar ook langs zwak stromende en zelfs stilstaande wateren. De watergangen zijn bij voorkeur omzoomd met loofbomen. De soort nestelt vaak in dichte vegetatie of boomwortels langs natuurlijke oevers, of in nissen in muren, kunstwerken, bruggen of stuwen. Voor deze soort zijn in het plangebied geen geschikte nestlocaties of functioneel leefgebied aanwezig. Algemene vogelsoorten (artikel 3.1) De vegetatie in het plangebied biedt een geschikt broedbiotoop voor algemene vogelsoorten. Tijdens het terreinbezoek zijn diverse algemene vogelsoorten waargenomen, zoals de houtduif, merel, heggenmus en koolmees. In een boom langs de Spijkerweg bevindt zich een nest welke vermoedelijk wordt gebruikt door de houtduif (Figuur 4.4). Ter hoogte van de volkstuinen en de tuin van Spijkerweg 5 zijn ook diverse nestkasten opgehangen voor kleine zangvogels.

Figuur 4.4. Nestplaats en enkele houtduiven in het plangebied. Gevolgen van het plan op deze soorten wordt in Hoofdstuk 5 behandeld.

Blad 16 van 29

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

Zoogdieren Vleermuizen Bij het amoveren van bebouwing en het kappen van vooral oudere bomen dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen. Gebouwbewonende vleermuizen verblijven met name in spouwmuren, onder dakbetimmering, achter boeiborden of op zolders. Boombewonende vleermuizen verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote bomen. In het voorliggende plangebied zijn in de bebouwing, kieren en betimmeringen aanwezig die geschikt zijn als vaste rust- en verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen of die vleermuizen toegang bieden tot het gebouw (bijvoorbeeld in de bebouwing in Figuur 4.5.). Door deze aspecten zijn vleermuizen op basis van (veld)ervaring en kennis van de geschiktheid van de elementen voor vleermuizen, niet uit te sluiten van het plangebied. Ook is er mogelijk sprake van foerageergebied en vliegroutes in het plangebied. Gevolgen van het plan op deze soorten wordt in Hoofdstuk 5 behandeld.

Figuur 4.5. Voorbeeld van potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen. Eekhoorn In de directe omgeving van het plangebied zijn meerdere waarnemingen van de eekhoorn geregistreerd (NDFF, 2017-2022). Tevens kan het plangebied onderdeel uit maken van het leefgebied van de eekhoorn. Echter zijn geen eekhoornnesten aangetroffen tijdens het terreinbezoek. Essentiële functies voor de eekhoorn zijn uitgesloten.

Blad 17 van 29

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

Marterachtigen Das De das leeft in diverse biotopen. Vaak betreffen het hooggelegen en laaggelegen gronden op korte afstand van elkaar, in meestal bosrijke gebieden met kleinschalige akker- en weidelandschappen en voldoende bosschages, houtwallen, struweel, singels en heggen. Dassen leven in burchten welke veelal in bosranden, houtwallen, brede heggen, in hoog liggend terrein of op hellingen liggen. In de nabijheid moet hierbij sprake zijn van voldoende voedselgronden (gras- en akkerlanden), voldoende dekking, water, een goed vergraafbare grond met een grondwaterstand van tenminste 1,5 m onder het maaiveld, en weinig verstoring (BIJ12 Kennisdocument Das, 2017; Zoogdiervereniging, 2020). Vooruitlopend op de natuurtoets heeft Stichting Das&Boom een dassenburcht en zichtwaarnemingen van de das in het plangebied gemeld aan de opdrachtgever. Tijdens het terreinbezoek is een mogelijke opening van de dassenburcht waargenomen. Deze bevindt zich aan de noordzijde van de volkstuinen, aan het talud bij de schapenweide. Mogelijk zijn er meer openingen naar de burcht aanwezig. Echter is de burcht lastig te bereiken vanwege de aanwezigheid van bramenstruiken. Dit bemoeilijkt het inschatten van de totale omvang van de burcht. Nabij de burcht is ook een (particuliere) wildcamera aangetroffen. Figuur 4.5 geeft een impressie van de locatie. Effecten op de das zijn niet op voorhand uitgesloten.

Figuur 4.5. Impressie van de mogelijke dassenburcht en de directe omgeving. Gevolgen van het plan op de das wordt in Hoofdstuk 5 behandeld. Steenmarter In de directe omgeving van het plangebied zijn enkele waarnemingen van de steenmarter geregistreerd. Tevens biedt het plangebied potentiële locaties voor verblijfplaatsen voor de steenmarter, zoals schuurtjes en bijgebouwen bij de bedrijfspanden. Effecten op de steenmarter zijn niet op voorhand uitgesloten.

Blad 18 van 29

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

Gevolgen van het plan op deze soorten wordt in Hoofdstuk 5 behandeld. Boommarter Ook de boommarter komt uit de bureaustudie naar voren. Op circa 1200 meter afstand van het plangebied zijn waarnemingen van deze soort geregistreerd. Boommarters leven doorgaans in het bos, maar kunnen ook voorkomen in o.a. bebouwing. Ook kunnen ze gebruik maken van holen en nesten van andere dieren, zoals dassenholen. Effecten op de boommarter zijn daardoor niet volledig uit te sluiten. Gevolgen van het plan op deze soorten wordt in Hoofdstuk 5 behandeld. Amfibieën Uit de bureaustudie is de aanwezigheid van de rugstreeppad niet naar voren gekomen. Recente waarnemingen van de rugstreeppad bevinden zich op circa 4 kilometer van het plangebied. Echter, is er wel potentieel geschikt habitat aanwezig voor de soort. Het habitat van de rugstreeppad laat zich omschrijven als ruige, onbeschaduwde, laag begroeide terreinen. Braakliggende (bouw)terreinen, zand- en kleiafgravingen, (rivier)duinen en uiterwaarden vormen ideaal leefgebied. Het voorplantingswater is ondiep (tijdelijk) water dat snel opwarmt en bij voorkeur vrij is van vegetatie en concurrentie van andere amfibieën, zoals ondiepe (tijdelijke) poeltjes of regenplassen. Terrestrische zomer- en winterverblijfplaatsen bevinden zich op hoogwatervrije terreinen. Bestaande ruimtes als muizen- of konijnenholen zijn geschikt.

Daarnaast kunnen ze zich ingraven, als de bodem zich daartoe leent. De winterverblijfplaats is vorstvrij en ligt boven het grondwaterpeil zoals zandhopen, puinbedden, takkenhopen en/of struwelen (BIJ12, 2017a; Creemers & Van Delft, 2009). Tijdens het terreinbezoek zijn karrensporen waargenomen waar meer water in kan komen te staan op het terrein van de kwekerij (Figuur 4.6). Het plangebied vormt daardoor mogelijk essentieel leefgebied voor rugstreeppadden. Ook in de naastgelegen akker kan potentieel voortplantingsbiotoop ontstaan, vooral wanneer deze braak ligt. Gevolgen van het plan op deze soorten wordt in Hoofdstuk 5 behandeld.

Blad 19 van 29

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

Figuur 4.6. Impressie van de kwekerij met enkele onder water gelopen karrensporen. Flora Tijdens het terreinbezoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Deze worden gezien het sterk verstoorde, omgewoelde en verruigde karakter van het plangebied en de biotoop-specifieke eisen die die planten aan hun standplaats stellen, ook niet verwacht. Effecten op deze soorten zijn uitgesloten.

Blad 20 van 29

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

4.2.3

Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in Tabel 4.2 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voor kunnen komen in het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt nader op deze soorten in gegaan. Tabel 4.2. Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het plangebied.

Soort Vogel met jaarrond beschermd nest (steenuil, torenvalk, boerenzwaluw, huiszwaluw, gierzwaluw, huismus) Algemene broedvogels

Beschermingsregime

Aanwezigheid

Artikel 3.1

Nog onduidelijk

Artikel 3.1

Ja

Vleermuizen

Artikel 3.5

Nog onduidelijk

Marterachtigen (das, boommarter, steenmarter)

Artikel 3.10

Waarschijnlijk/mog elijk

Rugstreeppad

Artikel 3.5

Mogelijk

4.3

Beschermde gebieden

4.3.1

Natura 2000-gebieden

Toelichting

Potentiële nestplekken in het plangebied (nestkasten en bebouwing).

Nestplaatsen en potentiële nestplaatsen in de vegetatie. Gebouwen bevatten potentieel geschikte verblijfplaatsen en mogelijk foerageergebied en vliegroutes is aanwezig. Plangebied voldoet aan de biotoopeisen van deze soorten en deze zijn in de directe omgeving waargenomen. Mogelijk voortplantingshabitat in het plangebied.

Het plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden liggen ten oosten tot zuidoosten van het plangebied. Het betreft van noord naar zuid respectievelijk de gebieden De Bruuk (ca. 5 km afstand), Sint Jansberg (ca. 3 km afstand) en Oeffelter Meent (ca. 7 km afstand). Overige Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 kilometer afstand van het plangebied. Zie ook Figuur 4.7 (volgende pagina).

Blad 21 van 29

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

Figuur 4.7. Ligging van het plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (geel gemarkeerd). Bron achtergrond: QGIS, 2022.

4.3.2

Natuurnetwerk Nederland (NNN; Goudgroene natuurzone), Zilvergroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone In het plangebied is geen NNN-gebied aanwezig. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied is op circa 30 meter ten zuiden van het plangebied gelegen en betreft het natuurdoeltype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Zie ook Figuur 4.8 (volgende pagina). In het plangebied is geen Zilvergroene natuurzone of Bronsgroene landschapszone aanwezig.

Blad 22 van 29

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

Figuur 4.8. Natuurdoeltypen nabij het plangebied (rood omkaderd). Direct ten zuiden van het plangebied is het natuurdoeltype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (felgroen) aanwezig. Bron: Provincie Limburg, Natuurbeheerplan 2022.

Blad 23 van 29

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

5

Toetsing In paragraaf 5.1 is de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 5.2 worden de werkzaamheden getoetst aan de soortenbescherming (Wnb). Indien vervolgstappen aan de orde zijn, is dit aangeven in een tekstkader. In paragraaf 5.3 wordt het plan getoetst aan het beschermingsregime van het NNN-gebied en de Wet natuurbescherming (Wnb).

5.1

Effectbepaling plan De volgende biotopen worden beïnvloed door het voornemen: De bedrijfspanden in het plangebied (bebouwing langs de N271 en Spijkerweg 1 en 3) worden gesloopt; Het bijgebouw in de volkstuin wordt gesloopt; Mogelijk wordt het woonhuis aan de Spijkerweg 5 gesloopt; Aanwezige sloten en greppels worden gedempt; De vegetatie ter hoogte van de volkstuinen wordt verwijderd; De hoge vegetatie in het plangebied wordt (deels) verwijderd.

5.2

Toetsing effect op beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat het plangebied een potentieel geschikt biotoop biedt voor vogels (steenuil, torenvalk, boerenzwaluw, huiszwaluw, gierzwaluw, huismus), vleermuizen, marterachtigen (das en steenmarter) en amfibieën (rugstreeppad) (zie ook Tabel 4.2). Om deze reden is er enkel op deze soortgroepen een potentieel effect aan de orde. De onderstaande effectbeoordeling richt zich alleen op deze soort(groep)en. Overige beschermde soorten zijn uitgesloten en ondervinden geen effect van het voornemen.

5.2.1

Vogels Jaarrond beschermde nesten Er is een aantal vogelsoorten waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en bij verwijdering van de broedplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Dit zijn de zogenoemde categorie 1-3-vogelsoorten (zie Bijlage 1). Het is niet uit te sluiten dat vaste rust- en verblijfplaatsen van de steenuil, torenvalk, boerenzwaluw, huiszwaluw, gierzwaluw en huismus in het plangebied aanwezig zijn. Voor deze soorten geldt dat aantasting niet zonder meer toegestaan is. Indien daadwerkelijk verblijfplaatsen van de soorten aanwezig zijn in de bebouwing en deze wordt gesloopt, in nestkasten en deze worden verwijderd of in de bomen en deze worden gekapt, dan worden de beschermde verblijfplaatsen verstoord en vernietigd. Dit is een overtreding van gestelde verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming (artikel 3.1). Om de functie van het plangebied en tevens het effect van de plannen op deze eventueel aanwezige jaarrond beschermde nesten te kunnen bepalen, is een vervolgonderzoek naar het voor komen van deze soorten en hun nesten noodzakelijk.

Blad 24 van 29

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

Geschiktheidscontrole vogels jaarrond beschermd nest Om inzichtelijk te krijgen of de gebouwen daadwerkelijk in gebruik zijn door vogels met een jaarrond beschermd nest, dienen de gebouwen nauwkeurig geïnspecteerd te worden. Daarbij wordt gelet op de aanwezigheid van sporen (o.a. mestsporen, braakballen, veren en nesten). Zo wordt inzichtelijk of de soorten mogelijk aanwezig zijn en of er mogelijk effecten als gevolg van het voornemen optreden. Nader onderzoek Om bij de voorbereiding van de realisatie te bepalen of eventuele verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden worden, is tijdig en nauwkeurig inzicht noodzakelijk in het daadwerkelijke gebruik en de functie van de bebouwing en nestkasten in het plangebied. Dit dient onderzocht te worden middels de broedperiodes van de mogelijk voorkomende soorten. Dit dient onderzocht te worden aan de hand van het geldende soortprotocol/kennisdocument van BIJ12, 2017bcd). Nader onderzoek, conform het kennisdocument (BIJ12, 2017abc), vindt in het voorjaar plaats (steenuil: optimale periode 15 februari – 15 april; huismus: meerdere malen in de optimale periode 1 april – 15 mei; gierzwaluw: 1 juni – 15 juli). Algemene broedvogels Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1).

Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele kap- en sloopwerkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli 2)) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Wet Natuurbescherming aan de orde. Zo kunnen in het plangebied nesten gebouwd worden door (algemeen voorkomende) soorten met name in opgaande vegetatie). Indien nesten aanwezig zijn mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dan dient het plangebied (waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor (broed)vogels. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dient vooraf aan de werkzaamheden het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een erkend ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied dan worden locatiespecifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is.

5.2.2

Zoogdieren Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5) Vleermuizen Vleermuizen hebben mogelijk een verblijfplaats in de bebouwing in het plangebied. Daarnaast kunnen vliegroutes aanwezig zijn en/of kan het plangebied onderdeel uit maken van foerageergebied. Vleermuizen zijn beschermde soorten en staan vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn. In het kader van de Wet natuurbescherming is daarom een aantal verbodsbepalingen ten aanzien van vleermuizen neergelegd die in principe niet overtreden mag worden door onder andere een ruimtelijke ontwikkeling. 2

Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.

Blad 25 van 29

Natuurtoets Molenhoek projectnummer 0474506.100 18 maart 2022 revisie 00 KlokGroep Wonen BV

Door de toekomstige sloop van de bebouwing is mogelijk sprake van het verstoren en aantasten van vaste rust- en verblijfplaatsen en overig functioneel leefgebied van vleermuizen. Indien daadwerkelijk verblijfplaatsen aanwezig zijn en indien de bebouwing gesloopt wordt of overig essentieel leefgebied wordt aangetast, is dit afhankelijk van de ingreep (zonder aanvullende maatregelen) in strijd met de Wet natuurbescherming. Indien vaste rust- en verblijfplaatsen of overig essentieel leefgebied van vleermuizen in het plangebied aanwezig blijkt te zijn, hoeft dit vooralsnog geen belemmering te zijn voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, aangezien soortspecifieke maatregelen te combineren zijn met de nieuwe bestemming in, of in de directe omgeving van het plangebied. Het betekent wel dat voorafgaand aan de werkzaamheden ten behoeve van de ontwikkelingen in het plangebied voorwaarden worden gesteld (en zijn uitgevoerd) aan de wijze en periode van de werkzaamheden en het opnemen/integreren van voorzieningen zoals vleermuiskasten. Om bij de voorbereiding van de realisatie te bepalen of eventuele verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden worden, is inzicht noodzakelijk in het daadwerkelijke gebruik en de functie van de gebouwen in het plangebied voor vleermuizen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=f0f7c274-6483-425f-aaee-0d59ea9c949e