2. 2023_10_26 Werkdocument Atlas Mook en Middelaar V3
Tekst van het document
Ondergrond Bij een toekomstbestendige ruimtelijke ontwikkeling past dat we rekening houden met het bodem- en watersysteem in de ondergrond; dit is het fundament voor het maken van ruimtelijke keuzes. Ook van rijkswege wordt daarop ingezet. ‘Water en bodem sturend’ is daarom het nieuwe motto voor alles wat met de ruimtelijke inrichting te maken heeft. De gemeente vindt de bodemkwaliteit belangrijk en zet zich daarom in om de goede kwaliteit te behouden en waar nodig te verbeteren. De Omgevingsvisie richt zich op de gehele fysieke leefomgeving, inclusief de bodem en ondergrond. Het regionaal bodembeleid is echter nog niet aangepast aan de Omgevingswet. Hiervoor loopt inmiddels wel een project in de regio, dus dat spoor is in gang gezet. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient onderzoek te worden gedaan naar niet-gesprongen explosieven (NGE).
Landschap We zetten ons in voor het op duurzame wijze behouden van laanbeplanting. Een deel wordt nieuw aangeplant. Wanneer uit een aangegeven structuur bomen uitvallen, worden nieuwe bomen aangeplant zodat de structuur ook in de toekomst gegarandeerd is. Het Limburgse landelijk gebied staat de komende jaren voor een groot aantal opgaven, die alleen in samenhang kunnen worden opgepakt. Denk aan herstel van natuur en biodiversiteit, toekomstperspectief voor de landbouw, beschikbaarheid van voldoende en kwalitatief
INVENTARISATIE SECTORALE BELEIDSOPGAVEN goed water, en aan leefbaarheid in brede zin. Allemaal zaken die onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. De combinatie ervan maakt dat we aan de vooravond staan van een ingrijpende ‘verbouwing’ van het landelijk gebied. De meest ingrijpende sinds decennia.
Water In 1993 en 1995 hebben grote overstromingen plaatsgevonden, waarbij de Maas buiten haar winterbedding trad en delen van de gemeente onder water heeft gezet. Dat heeft geleid tot een pakket aan waterkerende maatregelen die voor een groot deel bestaan uit het verhogen van bestaande kades en natuurlijke hoogten. In het gebied tussen Gennep en Mook, benoemd als ‘Lob van Gennep’, zijn overheden samen aan de slag met een pakket aan maatregelen. Voor het tegengaan van wateroverlast en het verbeteren van de waterveiligheid in het regionale watersysteem (de beken) zetten we primair in op het programma Waterveiligheid en Ruimte Limburg (WRL). Er moet worden voldaan aan de kwaliteits- en kwantiteitsdoelen voor grond- en oppervlaktewater. Bij nieuwbouwprojecten en rioolvervanging wordt voor de afvoer van stedelijk afvalwater en hemelwater een stelsel aangelegd dat rekening houdt met de toekomst. Bij nieuwbouw (of grondige verbouwing) op particulier terrein moet het hemelwater op eigen terrein worden verwerkt. Pas als dit niet mogelijk blijkt te zijn mag het worden geloosd op een (hemelwater)riool van de gemeente. In het buitengebied wordt hemelwater niet afgevoerd via het riool. Het is belangrijk dat de openbare ruimte wordt ingericht op het opvangen van grote hoeveelheden hemelwater.
Het heeft de voorkeur om water zoveel mogelijk vast te houden binnen een gebied, dus waar mogelijk infiltreren we het in de bodem. Als we toch kiezen voor het afvoeren van hemelwater, dan zorgen we voor een buffer zodat het water geleidelijk wordt weggevoerd. We onderhouden alle rioleringsobjecten om ervoor te zorgen dat ze goed functioneren. Aan de hand van inspectiegegevens bepalen we welke riolen we moeten vervangen vanwege hun technische staat. Daarnaast kijken we ook naar andere plannen die op onze riolering van invloed zijn: plannen voor klimaatadaptatie, ruimtelijke ontwikkelingen, weg- en groenonderhoud.
Groenstructuur Voor het behoud van de groene uitstraling is het van belang om het groen in de bestaande dorpskern en bij nieuw te ontwikkelen woonwijken te behouden, versterken en waar nodig te vergroten. Het is van belang om het openbaar groen zo goed mogelijk af te stemmen op de wensen van de diverse doelgroepen: jongeren, volwassenen, ouderen. Bomen leveren een wezenlijke bijdrage aan de esthetische, cultuurhistorische en/of ecologische kwaliteiten van de woon- en leefomgeving in de dorpen en het buitengebied. Het beleid van de gemeente is er daarom op gericht het bomenbestand, in kwantitatieve en kwalitatieve zin, duurzaam in stand te houden. Waardevolle bomen en houtopstanden die zijn opgenomen in het Bomenregister van de gemeente mogen zonder vergunning niet worden geveld. Compensatie kan worden opgelegd in de volgende gevallen: - als voorwaarde verbonden aan een omgevingsvergunning kappen op basis van de vigerende Bomenverordening gemeente Mook en Middelaar;
- als voorwaarde verbonden aan een omgevingsvergunning kappen op basis van het bestemmingsplan; - na het illegaal kappen van een boom of vellen van een houtopstand. In samenwerking met de gemeenten Bergen en Gennep is een visie opgesteld om tot een ontwikkelplan voor het Limburgse Maasheggenlandschap te komen. Dat plan legt de basis voor projectmatige uitvoering. In de komende jaren willen de gemeenten Bergen, Gennep en Mook en Middelaar het streefbeeld uit de visie realiseren en duurzaam borgen. Het rooien van waardevolle bomen en Maasheggen is zonder vergunning niet mogelijk. Er dient rekening te worden gehouden met voldoende ruimte voor bomen, zowel bovengronds als ondergronds. Hiermee kan toekomstige overlast worden voorkomen. Waar nodig wordt de groeiplaats afgestemd en aangepast op de boomsoort, zodat het streefbeeld kan worden bereikt, dat past bij de functie van de boom in de openbare ruimte. Bepalend is niet het aantal bomen, maar veel meer de omvang van het kroonvolume van de boom. Hoe groter die is, hoe groter ook de ecosysteemdiensten (verkoeling, filtering lucht, opvang water, biodiversiteit) van de boom. Voor grotere boomstructuren of structuren die in verbinding staan met het buitengebied wordt de voorkeur gegeven aan soorten, die van nature voorkomen in het gebied.
In de woonwijken wordt voor de nodige afwisseling en sierwaarde de voorkeur gegeven aan cultuursoorten. Voor laan- en straatbeplanting wordt omwille van het sterke laan effect de voorkeur gegeven aan gelijksoortige aanplant van dezelfde leeftijd. 29
Het Groenstructuurplan is gedateerd en zou herzien moeten worden door meer aandacht voor de effecten van klimaatveranderingen: droogte, hittestress (verkoeling), waterberging en biodiversiteit.
Archeologie We behouden, ontwikkelen en maken markante aardkundige overgangen beleefbaar door het versterken van kenmerkende contrasten, bescherming van zichtlijnen, ontwikkeling van robuuste groenstructuren en de aanleg van recreatieve routes. De gemeente Mook en Middelaar behoudt zoveel als mogelijk de archeologische resten in de grond (behoud in situ) en laat waar mogelijk de maatregelen ter bescherming en behoud van de archeologische resten opnemen in het programma van eisen van het ontwerp en de voorbereiding van nieuwbouwplannen in gebieden waar archeologische waarden aanwezig zijn. Het vermijden van kostbare opgravingen is niet alleen vanuit overwegingen van kostenefficiëntie beter, behoud in situ maakt ook voor toekomstige generaties het kennismaken met het verleden mogelijk. De gemeente Mook en Middelaar ligt niet binnen een provinciaal aandachtsgebied voor archeologie en ziet geen noodzaak om gemeentelijke archeologische monumenten en/of aandachtsgebieden aan te wijzen.
Cultuurhistorie Mook en Middelaar is rijk aan verschillende (cultuur) historische waarden en monumenten. Het is belangrijk dat dit historisch erfgoed wordt beschermd en waar mogelijk meer beleefbaar wordt gemaakt, zoals de Mookerschans, de Romeinse villa en brug, de Plasmolense watermolen, etc.
INVENTARISATIE SECTORALE BELEIDSOPGAVEN De cultuurhistorische waarden kunnen zichtbaar worden gemaakt middels een app, routes en kunstobjecten in het landschap. Er wordt aansluiting gezocht op bestaande routestructuren en gekeken of het mogelijk is om aan te sluiten bij bestaande digitale systemen.
Het is de wens van de gemeente om te bouwen voor diverse doelgroepen en de nieuwe wijk te voorzien van verschillende woningtypologieën. Daarbij wordt aangesloten bij de afspraken die met het Rijk, provincie en de regio Arnhem-Nijmegen zijn gemaakt in de Woondeal 2.0.
Stedenbouw
Mook en Middelaar participeert in twee woonregio’s: Noord-Limburg en De Groene Metropool. Het provinciaal woonbeleid van Limburg is leidend voor de gemeente.
Binnen de dorpen kunnen we de ruimte slimmer benutten. Inbreiding en transformatie is het devies. Dit zal lokaal niet overal kunnen, maar het is een duurzame strategie voor de verstedelijkingsopgave in de regio. We zetten in op het optimaal benutten van de gebouwde omgeving, als kans voor het vergroten van leefkwaliteit in bestaande wijken, én voor het realiseren van de ambities van de verstedelijkingsstrategie ‘meer landschap meer stad’. Met de ontwikkeling van groene dorpsranden wordt de overgang tussen dorp, bedrijventerrein en het omliggende landschap verfijnd en beter ingepast. Het doel van de groene dorpsranden is streven naar een kwaliteitsverbetering. Grote diversiteit in de vormgeving van de dorpsrandbeplanting kan een belangrijke rol spelen in de overgang tussen dorp en landschap. Bij de jonge kern Molenhoek en de historische kern Middelaar is voor een deel een harde rand van bebouwing, storend in het landschap aanwezig. Door meer landschappelijke beplanting toe te passen tussen en voor deze bebouwing ontstaat er een zachtere rand.
Wonen Gemeente Mook en Middelaar heeft de ambitie om te groeien. Deze ambitie komt voort uit de stijgende trend die is voorzien voor de woningvraag binnen de regio.
In het regionaal verband van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen wordt gestreefd naar een gezonde woningmarkt. Daarbij zetten de provinciaal bestuurlijke afspraken in de Woondeal 2.0 in op de bouw van 33.000 woningen tot en met 2030 en zo’n 55.000 woningen richting 2040. Dat betekent een woningproductie van zo’n 3.700 woningen per jaar. Iedere gemeente in de regio zorgt vanaf 2025 binnen de nieuwbouwopgave voor minimaal 30% sociale huur en minimaal 35% middenhuur en betaalbare koop (tot €355.000). Op basis van de uitkomsten van het woningbehoefteonderzoek zet de regio zich ervoor in dat een op basis van het woonbehoefteonderzoek per gemeente te bepalen deel in het middensegment bestaat uit betaalbare koopwoning voor de lagere inkomens met een prijs van maximaal €250.000 of middenhuur. Het aandeel van de gemeente Mook en Middelaar bedraagt binnen de regionale woningbouwopgave in de Woondeal 2.0 in totaal 360 woningen tot 2030. Als onderdeel van die (regionale) woningbouwopgave dienen 200 woningen in de categorie ‘betaalbaar’ te worden gerealiseerd voor mensen met lage en middeninkomens, waaronder veel starters.
Die 200 betaalbare woningen (in de periode tot 2030) zijn als volgt onderverdeeld: - 90 woningen sociale huur (€ 763,47, prijspeil 2022) - 20 woningen middenhuur (€ 1.026, prijspeil 2023) - 90 woningen betaalbare koop (maximaal €355.000,-, voor lagere inkomens maximaal €250.000,-).
Er dient specifieke aandacht uit te gaan naar de realisatie van woningaanbod voor personen met een handicap, levensloopbestendige woningen en combinaties van wonen met zorg en beschermd wonen.
kennen we samen met de eigenaar een invulling van de panden met andere functies (zoals horeca, zorg).
We zorgen in het kader van beschermd wonen voor voldoende woningen, ambulante begeleiding en intensieve samenwerking op wijkniveau voor mensen met een psychiatrische aandoening en jongvolwassenen die uitstromen uit de jeugdzorg met verblijf. Dit betekent dat we hiervoor een aantal woningen cumulatief beschikbaar dienen te stellen. Daarbij is vooral behoefte aan kleinere, goedkopere, over de gemeente verspreide woonruimten.
We bekijken wat de mogelijkheden zijn om het gebied rond de Mookerheide beter te ontsluiten voor recreatie, zodat een deel van de druk bij de Mookerheide zelf kan worden weggenomen. Door de wandel- en fietsmogelijkheden te vergroten zal het gebied recreatief aantrekkelijker worden, waardoor ook de stuwwal gedeeltelijk zou kunnen worden ontlast.
In het Rijk van Nijmegen is afgesproken dat iedere gemeente minimaal één extra wooninitiatief voor ‘bijzondere’ doelgroepen realiseert. Iedere gemeente dient zich maximaal in te spannen om reguliere en bijzondere wooninitiatieven te ontwikkelen, waar de kwetsbare GGZ-doelgroep gebruik van kan maken.
Werken en economie Mook en Middelaar is van nature geen typische werkgemeente en wil dit ook niet worden. We houden het huidige ondernemers- en vestigingsklimaat voor bedrijvigheid wel in stand en versterken dit waar nodig. We zetten in op het vitaal en veilig houden van bedrijventerrein Korendal, inclusief aanpak leegstand en behouden bedrijvigheid. Herstructurering betekent in dit geval dat de huidige staal gerelateerde bedrijvigheid behouden blijft. Wel wordt ingezet op verbetering van de infrastructuur en de uitstraling en uniformiteit van de kavels. Ook wordt door herstructurering van kavels gezocht naar extra uitbreidingsruimte voor de huidige ondernemers en nieuwe, meer duurzame bedrijvigheid. We versterken de verblijfsfunctie in het centrum van Molenhoek. Op leegstandslocaties in het centrum ver30
Recreatie en toerisme
In een aantal gebieden kan het fietsroutenetwerk uitgebreid of verbeterd worden. Hierbij worden zowel fietsen wandelroutes als struinpaden aangegeven. Het gaat hierbij vooral om die gebieden die nu nog niet, of zeer beperkt recreatief toegankelijk zijn. Voor wandelen is het gewenst de mogelijkheden herkenbaar en samenhangend te presenteren, bijvoorbeeld door een gelijksoortige (regionale) wandelinfrastructuur te creëren. De verbetering van de wandelmogelijkheden langs de Maas vormt daarbij een aandachtspunt. Het dient beter mogelijk te worden gemaakt om ommetjes te maken vanuit het dorp. Voor het zoneren en geleiden van toeristen en recreanten (met name wandelaars en fietsers) en het vergroten van de economische spin-off worden in de gemeente toeristische overstappunten (TOP’s) ontwikkeld. De economische spin-off van het kwalitatief hoogwaardige dagrecreatieve product van de gemeente kan worden vergroot door meer ontwikkelingsmogelijkheden te bieden voor toeristische verblijfsrecreatie. Hier wordt dan ook de benodigde ontwikkelruimte voor geboden. Op (middel)lange termijn kan (vanuit het bedrijfsleven) wellicht de scope worden verlegd naar nieuw vestiging
INVENTARISATIE SECTORALE BELEIDSOPGAVEN van bedrijven. Uitgangspunt daarbij is dat deze nieuwe accommodaties iets toe moeten voegen aan het bestaande product (niet meer van hetzelfde maar diversificatie) en zich sterker richten op de toeristische markt en seizoensverlenging. De gemeente ziet goede kansen voor de ontwikkeling van kleinschalige verblijfsrecreatie. Het beleid, onder andere vastgelegd in het VAB-beleid, ten aanzien van Bed & Breakfast-voorzieningen en kleinschalige verblijfsrecreatie is ruimhartig en behoeft geen verdere aanpassing. Mook en Middelaar zet zich in op kleine tot middelgrote dagrecreatieve voorzieningen: de hotspots. Deze kunnen, mede afhankelijk van het particulier initiatief, in een brede variatie tot ontwikkeling komen: indoor en outdoor sport (in het Lierdal), plattelandsrecreatieve voorzieningen (rondom Middelaar), natuurgerichte attracties en cultuurhistorische bezienswaardigheden (bijvoorbeeld rondom ateliers, gekoppeld aan de kunstenaarskolonie). Voor Mook is het gewenst dat het minder met de rug naar de Maas toe ligt. De Maasboulevard biedt hier goede mogelijkheden voor de ontwikkeling van watersport (bijvoorbeeld aanlegplaats rivercruises), horeca en dagrecreatieve voorzieningen. We hanteren een flexibele houding en bieden ruimte voor toeristisch-recreatieve initiatieven op Maaskade.
Voor Plasmolen wordt een integraal plan opgesteld waarin een oplossing wordt geboden voor de parkeerproblematiek, de uitstraling van het dorp en het verbeteren van de (zicht)relatie met de plas en de St. Jansberg. Voor de herinrichting van het horecaplein van Plasmolen wordt gewerkt aan een schetsontwerp. De uitvoeringsfase van het plan is voorzien in 2024. Ontwikkeling van station Mook-Molenhoek als een groene toegangspoort voor de Mookerheide.
Natuur We zetten ons in om de doelstellingen van het Nationaal en Limburgs Programma Landelijk Gebied (NPLG/ LPLG) te realiseren. Daarbij gaat het onder andere om het voorkomen van verslechtering van de natuur in Natura2000-gebieden (per direct) en het realiseren van de Ontwikkelopgave Natuur (2027). Er is een snelle en forse vermindering van de stikstofdepositie op Natura2000-gebieden nodig, op de eerste plaats uit oogpunt van natuurherstel maar evenzeer belangrijk om op termijn weer vergunningverlening mogelijk te maken voor (agrarische) bedrijven, infrastructuur, woningbouw, energievoorziening en andere maatschappelijke ontwikkelingen. Bijzondere natuurgebieden en bronbeken op de stuwwal worden bedreigd met verdroging. De Maasheggen zijn een heel mooi middel/kans om de stuwwal, de Jansberg en het Maasdal (en indirect daarmee ook het Reichwald en Nationaal park Maasduinen) met elkaar te verbinden. Daarmee kunnen ‘ecological stepping stones’ worden gerealiseerd ten behoeve van de groenblauwe dooradering van het gebied. Gemeente en marktpartijen werken samen aan het natuurinclusief maken van gebouwen en buitenruimte.
Landbouw De belangen van de landbouw staan onder druk door de ontwikkelingen op het gebied van waterberging en natuur, maar ook van woningbouw en toerisme. De agrarische sector staat voor de uitdaging om anders te werken. De transitie richting meer natuurinclusieve landbouw en kringlooplandbouw is een opgave die ruimte vraagt. Daarnaast zal de landbouwfunctie in het landelijk gebied steeds meer verweven raken met de functies natuur, recreatie en toerisme.
In de agrarische gebieden kunnen de recreatieve en ecologische waarden van het gebied versterkt worden door erfbeplanting en kleine landschapselementen.
Het beter positioneren van de functie van het station en stationsgebied vormt een opgave vanuit mobiliteitoogpunt. Daarbij zou het station meer als een hub moeten gaan functioneren met meerdere vormen van mobiliteit.
Mobiliteit
Het gebruik van elektrische auto’s in Nederland groeit. Zo ook binnen de gemeente Mook en Middelaar. Hierdoor stijgt ook de vraag naar meer publieke- en private laadinfrastructuur.
Verkeer stopt niet bij gemeente- en provinciegrenzen en het is dus logisch en noodzakelijk dat opgaven op het gebied van mobiliteit in een regionale samenwerking wordt opgepakt. De ambitie is om in 2040 dé klimaatvriendelijkste, toegankelijkste en veiligste regio van Nederland te zijn op het gebied van mobiliteit, waarbij mobiliteit bijdraagt aan een fijne leefomgeving voor iedereen. De gemeente Mook en Middelaar hanteert vanuit duurzame mobiliteit en verkeersveiligheid de volgende leidende ambities: • verbetering verkeersveiligheid; • verbetering bereikbaarheid; • verbetering leefbaarheid; • stimulans duurzaamheid. Naar verwachting heeft de regionale woningbouwopgaven zijn weerslag op het aantal verkeersbewegingen in de gemeente Mook en Middelaar. Een toename van het doorgaande regionaal verkeer op de routes door de gemeente zorgt met name voor een extra belasting in de kernen Mook (Groesbeekseweg) en Molenhoek (Ringbaan en Heumensebaan). Concrete maatregelen zijn gericht op een aantal aandachtsgebieden vanuit verkeersveiligheid. Dit maatregelenpakket richt zich onder andere op: - de situatie rondom de Groesbeekseweg in Mook en de Ringbaan en Heumensebaan in Molenhoek; - verbeteren voorzieningen voor langzaam verkeer tussen Plasmolen en Middelaar in relatie tot bereikbaarheid OV-haltes N271 en recreatiedoeleinden Plasmolen; - fietsroute Molenhoek-Groesbeek. 31
Een toename van openbare laadpalen heeft zijn weerslag op de invulling van de openbare ruimte en in het bijzonder het gebruik van de parkeerplaatsen. Het is noodzakelijk om na te denken hoe hier mee om moet worden gegaan. Het voorstel is dan ook om hiervoor beleid op te gaan stellen. De elektrische fiets wint de laatste jaren aan positie en wordt steeds meer gebruikt door senioren, maar ook door forenzen en middelbare schooljeugd. Daarnaast worden ook speedpedelecs steeds meer ingezet. De snelheden die gehaald worden met deze fietsen zijn hoger dan met een normale fiets. Dit vraagt om duidelijke verkeersregels en beleid.
Samenleving en maatschappij We willen dat iedereen vitaal blijft en kan en mag meedoen in onze hedendaagse samenleving. Gezondheid en zelfredzaamheid zijn wezenlijke voorwaarden en kunnen het verschil maken in wel of niet succesvol participeren. Basisvoorzieningen in de nabije leefomgeving zijn belangrijk om prettig te kunnen leven. We gaan de kansen die het klein zijn ons biedt, beter benutten. Daarbij verliezen we de mensen die ons nodig hebben niet uit het oog. Er valt niemand buiten de boot. Iedereen doet mee en voelt zich hier thuis en veilig.
INVENTARISATIE SECTORALE BELEIDSOPGAVEN We hebben aandacht voor kwetsbare groepen (ouderen, jongeren, mensen met een laag inkomen, mensen met een beperking). Dat kunnen personen zijn met een zichtbare handicap, personen met een niet-zichtbare handicap en personen zonder handicap. De openbare ruimte moet geschikt zijn voor alle doelgroepen, waarbij jong en oud door elkaar moeten kunnen lopen en elkaar kunnen ontmoeten. De grootste behoefte van de jongeren lijkt uit te gaan naar ontmoetingsplekken in de buitenlucht. Wij willen de mogelijkheden daarvoor ook vergroten. Een combinatie met speelplekken voor alle generaties hebben daarbij onze voorkeur, maar dat is geen dwingende voorwaarde. Een breed gedragen en goed toegankelijke ontmoetingsplaats in Mook wordt momenteel gemist. We onderzoeken samen met een aantal partners of en hoe een ontmoetingsplaats kan worden gerealiseerd.
Gezondheid en leefklimaat Gezondheid krijgt een steeds prominentere rol binnen de gemeente. We richten ons op positieve gezondheid en zetten ons daarbij onder andere in op het sport- en beweegaanbod, omdat dit op velerlei manieren bijdraagt aan een gezonde leefstijl. We willen bereiken dat iedereen zich kan ontwikkelen en met plezier kan sporten, bewegen en deelnemen aan culturele activiteiten. Sport en bewegen moet voor iedereen in Mook en Middelaar toegankelijk en bereikbaar zijn, ook voor mensen met een beperking. Het is belangrijk dat sportaccommodaties en de openbare ruimte uitnodigt om met plezier en veilig te sporten en bewegen. We vinden het belangrijk dat bewoners en gebruikers betrokken worden bij de inrichting van de beweegvriendelijke openbare ruimte. Als deze beweegvriendelijk en
groen is, bewegen mensen meer en nodigt dit uit tot gezond gedrag (gezondheidsbevordering). Ook moet de omgeving veilig zijn, zodat mensen het prettig vinden er te wonen of recreëren (gezondheidsbescherming). Niet alle wandelpaden en openbare plekken in het groen zijn toegankelijk voor personen met een beperking. Hier wordt aan gewerkt. Bijvoorbeeld door het familiepad op te nemen in het wandelroutenetwerk en op nader te bepalen plekken een rolstoel beschikbaar te stellen die geschikt is voor ongelijke ondergrond. Daarnaast zal op nader te bepalen plekken een bankje worden geplaatst dat geschikt is om met een rolstoel aan te zitten. We stimuleren projecten die bewegen in de openbare ruimte aantrekkelijker maken. Denk hierbij o.a. aan de ontwikkeling van Beweegroutes in drie dorpskernen, het fietsroutenetwerk en het verbeteren en ontwikkelen van nieuwe speelplekken. In de afgelopen periode zijn er al twee nieuwe speeltuinen gerealiseerd, een derde speeltuin wordt aankomende periode gerealiseerd.
Voor burgers is ook de directe omgeving van hun woonplek van groot belang voor de mentale gezondheid. Behalve dat wij ons inspannen om de openbare ruimte zo aantrekkelijk en veilig mogelijk te houden, willen wij meer inspelen op de eigen inbreng van burgers. Ons doel is, dat burgers blij worden van hun omgeving en er hun eigen creativiteit in kwijt kunnen. Dit betekent ook dat we als gemeente open staan voor burgerinitiatieven op dit gebied.
Milieu In de hele gemeente wordt voldaan aan de wettelijke milieunormen voor luchtkwaliteit, bodemkwaliteit en geluid. In 2021 stelde de WHO nieuwe advieswaarden die veel strenger zijn dan de geldende wettelijke normen. Om aan de nieuwe WHO-waarden te voldoen zijn maatregelen nodig.
Bij nieuwbouwplannen, herinrichtingsplannen en inbreidingsprojecten reserveren we ruimte door openbare sport-, speel- en beweegvoorzieningen al vroeg in de plannen mee te nemen. Als het kan, willen we dit afstemmen met (toekomstige) inwoners en gebruikers.
Het Schone Lucht Akkoord richt zich op gezondheidswinst door aanpak van de luchtverontreiniging door fijnstof én stikstofdioxide. Het doel van het Schone Lucht Akkoord is om de luchtkwaliteit in Nederland permanent te verbeteren. Het is een akkoord tussen Rijk, provincies en een groot aantal gemeenten. We verkennen de mogelijkheid om als gemeente aan te sluiten bij het Schone Lucht Akkoord.
In 2040 nodigt de leefomgeving uit om te bewegen, te sporten en te ontmoeten en draagt daarmee bij aan de gezondheid van onze inwoners.
De algemene regionale bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het duurzaam gebruiken van de bodem voor de huidige functies.
De fysieke omgeving is ook van invloed op de mentale gezondheid, ons gevoel van welbevinden. Dat geldt bijvoorbeeld voor mensen met psychische klachten, depressieklachten en eenzaamheid. Onze gemeente weet zich gezegend met veel natuurschoon, met veel ruimte voor recreatie en ontspanning. Dat willen wij behouden.
Bij de uitvoering van projecten zal een eventueel grondoverschot conform de geldende regels van het Besluit bodemkwaliteit kunnen worden hergebruikt. Hiermee wordt grondverzet binnen de regio mogelijk gemaakt en wordt voorkomen dat er een verslechtering van de bodemkwaliteit plaatsvindt.
32
Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van burgers, bedrijven, gemeente en waterschap. Op dit moment werken we aan een Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie. Dit kan leiden tot een andere manier van omgaan met hemelwater (waar boven- en ondergronds ruimte voor nodig is). De veranderende klimaatomstandigheden zorgen ervoor dat we de leefomgeving en het watersysteem moeten aanpassen. Wateroverlast wordt verminderd door het stimuleren van het afkoppelen van hemelwaterafvoer. Bij de inrichting van de openbare ruimte zal mede worden ingezet op het voorkomen van wateroverlast en hittestress. Droogte gaan we tegen door water zo veel mogelijk lokaal te infiltreren. Wateroverlast, droogte en hittestress vragen om klimaatadaptieve maatregelen: meer groen, meer water, meer landschap. In de kernen gaat het om minder verharding en meer groen en water in de openbare ruimte om zo de ‘sponswerking’ van het dorp te vergroten. We nemen klimaatadaptatie op in het nieuwe beleidsplan voor Duurzaamheid (2023).
Energietransitie De energietransitie is gemeentegrensoverschrijdend en bij uitstek een (boven)regionale opgave. De gemeente Mook en Middelaar is de afgelopen tijd betrokken geweest bij de totstandkoming van de Regionale Energiestrategie (RES) Noord en Midden Limburg. De gemeente heeft de ambitie om energieneutraal te zijn. Om dat doel te bereiken betekent het ten eerste beperking van het energieverbruik. Stap 1 is dus het terugdringen van de behoefte aan energie. De komende jaren wordt daarom ingezet op het isoleren van gebouwen.
INVENTARISATIE SECTORALE BELEIDSOPGAVEN Als woningen en utiliteitsgebouwen goed geïsoleerd zijn, kan worden overgestapt op nieuwe verwarmingstechnieken. Kansrijke verwarmingstechnieken in de gemeenten Mook en Middelaar zijn een individuele warmtepomp, een lage temperatuur warmtenet en groengas. Deze technieken werken alleen in gebouwen die goed geïsoleerd zijn. In het stedelijk gebied zijn er kansen voor met name individuele warmtepomp en lage temperatuur warmtenet. In het buitengebied zijn er kansen voor een individuele warmtepomp en groengas. Groengas is slechts beperkt beschikbaar. Naast energiebesparing en aardgasvrije gebouwen, is de opwekking en opslag van duurzame energie nodig om de energietransitie te kunnen realiseren. Dit kan door middel van de zon, omgevingswarmte, wind en biomassa. Daarbij zijn er een aantal gemeentebrede opgaven: • Vanaf 2020 moet alle nieuwbouw voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). • Nieuwbouw mag niet meer worden aangesloten op het aardgas-net; • We verkennen potentiële locaties voor duurzame energieopwekking; • We verkennen mogelijkheden collectieve aanpak zonnepanelen op daken van bedrijventerreinen. We hebben als gemeente ambitieuze doelen op het gebied van grootschalige opwek van duurzame energie, maar willen niet dat er willekeurige projecten overal kunnen landen.
Daarom heeft de gemeente kaders opgesteld, waarmee de energietransitie een plek kan worden gegeven. Met deze kaders zorgen we ervoor dat we zorgvuldig omgaan met de aanvragen én met onze ruimte, om zo de transitie zo goed mogelijk in te passen in het landschap en de samenleving.
Het uitgangspunt van de gemeente is dat Mook en Middelaar de grootschalige opwek van energie onder voorwaarden toestaat. Er zijn vier typen voorwaarden waaraan een project wordt getoetst: 1. een goede landschappelijke inpassing; 2. het creëren van maatschappelijke meerwaarde; 3. het geven van participatiemogelijkheden voor inwoners; 4. de procedurele en technische voorwaarden die bijvoorbeeld de veiligheid van het project garanderen. Er wordt verwacht dat de energiebehoefte (warmte en transport) in 2030 ongeveer 408 TJ zal zijn. Na aftrek van de te verwachten energiebronnen Wells Meer en Zon op Dak blijft er nog een restopgave over van 272 TJ. Deze 272 TJ zal, naast vermindering van deze hoeveelheid door het besparen van energie, lokaal of regionaal duurzaam moeten worden opgewekt. Het opwekken van 272 TJ door alleen zonnepanelen op daken is niet mogelijk, hiervoor hebben we onvoldoende geschikte dakoppervlakken. Het Energiedashboard van de provincie Limburg geeft aan dat de maximale potentie van alle dakoppervlakken in Mook en Middelaar ongeveer 100 TJ is. Het merendeel van de opgave van 272 TJ zal dus op andere manieren moeten worden opgewekt.
Voor kleinschalige projecten met minder dan 50 zonnepanelen, solitaire windmolens met een ashoogte van maximaal 15 meter en zonprojecten op daken voor kleinere projecten gelden de reeds bestaande regels voor het aanvragen van een omgevingsvergunning. Alhoewel zon- en windprojecten op dit moment het meest gangbaar zijn, blijven we open staan voor andere en nieuwere technieken. Het is van groot belang dat de energietransitie integraal onderdeel wordt binnen alle beleidsterreinen van de gemeente. De Energievisie van de gemeente moet dus doorwerken in het ruimtelijk en sociaal beleid.
Circulair Het reduceren en hergebruik van afval tot grondstoffen is het kernvraagstuk voor de circulaire economie. Daarbij is de bouwsector een van die milieubelastende sectoren die veel grondstoffen verbruikt, met een hoge CO2-uitstoot.
Als die 272 TJ volledig op land opgewekt moet worden met zonnepanelen, hebben we zo’n 131 hectare vol te leggen. Als we het volledig met windmolens zouden doen, zijn er 11 stuks nodig. De vraag die daarbij gesteld moet worden is of (in relatie tot de aantasting van het landschap) ongebreideld medewerking verleend moet worden aan deze ontwikkelingen. In eerste instantie worden maximaal één windproject en maximaal drie zonneparken toegestaan. Aanvragen voor de toepassing van andere technologieën worden per geval beoordeeld. 33
BRONNEN OVERZICHT GEÏNVENTARISEERD BELEID GEMEENTE, PROVINCIE EN REGIONALE SAMENWERKINGSVERBANDEN Bodem / Milieu
Openbare ruimte
Veiligheid
• Nota bodembeheer Limburg Noord 2020-2029 (2019) • Bodemkwaliteitskaart Limburg Noord 2020-2029 (2019) • Bodemkwaliteitskaart Limburg Noord 2020-2029 / aanvulling PFAS (2020)
• Algemene Plaatselijke Verordening (2021)
• Integraal beleidsplan veiligheid Mook en Middelaar (2019)
Riolering
Sociaal domein
• Gemeentelijk Rioleringsprogramma 2022-2026 (2021)
• Beleidsplan Sociaal Domein 2017-2020 (2017) • Beleidsplan Samen Dichtbij - GGZ Beschermd Wonen (2018) • Lokale Inclusie Agenda Gemeente Mook en Middelaar (2020) • Addendum Beleidsplan Sociaal Domein 2017-2022 (2020) • Memo Woningen Uitstroom Zorg (2020) • Regiobeeld Rijk van Nijmegen Zorg en Welzijn (2023) • Aanpak Regioplan IZA Nijmegen (2023) • Regioprogramma Jeugd 2023-2028 (2023) • Integraal Preventieplan Mook en Middelaar (concept) (2023)
Water • Bestuursakkoord begrensde gebiedsontwikkelruimte Lob van Gennep (2021) • Voorkeursbeslissing Lob van Gennep (2022) • Limburgs Programma Landelijk Gebied (LPLG) – concept (2023) • Klimaatatlas Water in Limburg (2023)
Landschap / Natuur / Landbouw • Landschapsontwikkelingsplan deel A (2009) • Landschapsontwikkelingsplan deel B (2009) • Kwaliteitsmenu Mookerplas en omgeving (2012) • Mooi Maasdal (2013) • Visie Maasheggen - Gehecht aan heggen (2017)
Erfgoed / Cultuurhistorie • Gemeentelijke monumentenlijst Mook en Middelaar (2023)
Archeologie • Nota Archeologiebeleid, incl. archeologische beleidskaart (2011)
Groen • Groenstructuurplan (2005) • Bomenbeleidsplan (2008) • Bomenverordening gemeente Mook en Middelaar (2020) • Beleidsregel compensatieplicht waardevol groen (2020)
Mobiliteit • Mobiliteitsplan 2021 (2021)
Wonen, RO en volkshuisvesting • Structuurvisie Het Lierdal 2010-2020 (2010) • Structuurvisie De Bisselt (2010) • Kwaliteitsmenu Mookerplas en omgeving (2012) • Masterplan Herstructurering Bedrijventerrein Korendal (2012) • Structuurvisie Mook en Middelaar 2025 (2013) • Woonvisie (2017) • Regiovisie BGMM Uitvoeringsprogramma Top van Limburg (2022) • Gebiedsvisie Molenhoek Zuid (2022) • Woondeal 2.0 Regio Arnhem Nijmegen (2023)
Economische Zaken
Duurzaamheid / Klimaat • Energievisie Mook en Middelaar (2018) • Visie op grootschalige opwek van duurzame energie (2021) • Transitievisie Warmte – concept (2021)
Communicatie
• Economische Agenda 2021-2026 (2021)
• Beleidskader burgerparticipatie en bestuursstijl (2022) • Communicatie- en burgerparticipatieonderzoek (2022)
Toerisme en recreatie
Regionale plannen
• Structuurvisie Toerisme en Recreatie (2013)
• Regiovisie Noord Limburg 2040 (2020) • Uitvoeringsprogramma ‘De Gezondste Regio’ (2020) • Visiedocument Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (2020) • Provinciale Omgevingsvisie Limburg (2021) • Verstedelijkingsconcept Groene Metropool (2023)
Sport • Projectplan MOVE – grenzeloos verbindend (2017) • Sport- en Beweegakkoord Mook en Middelaar (2022) • SPUK-regeling Gezonde Leefomgeving (concept) (2023)
34
BUREAU NIEUWE GRACHT stedenbouw & landschap
35