Vragen LM en antwoorden GVR.docx
Tekst van het document
Beantwoording vragen Lokaal Montfoort – GVR Gemeentelijke Verduurzamingsregeling – Commissie ruimte, 12 oktober 2021 ●
Er kunnen geen 2 partijen tegelijkertijd wettelijk opdrachtgever zijn voor werkzaamheden aan een woning: Wie is nu, wettelijk gezien, de opdrachtgever van de werkzaamheden aan de woning, de woningeigenaar óf de gemeente?
○
●
Als het antwoord op vraag 1 ‘woningeigenaar’ is: Als de woningeigenaar, wettelijk gezien, zelf de opdrachtgever is naar Woonpas voor de werkzaamheden aan de woning, hoe waarheidsgetrouw en juridisch juist is dan het ándere contract dat de woningeigenaar moet tekenen, met de gemeente, waarin ze toestemming moeten geven áán de gemeente om werkzaamheden aan hun woning uit te laten voeren, waarbij dus ten onrechte verklaard of geïmpliceerd zou worden dat de gemeente de opdrachtgever van de werkzaamheden zou zijn?
○ 1.
De voorzieningen worden namens de gemeente tot stand gebracht. Voor de realisatie hiervan sluit de gemeente een overeenkomst met De Woonpas en de Stichting Verzamelgelden GVR (SGVR). In de overeenkomst tussen de gemeente en de SVGVR is vastgelegd dat de SVGVR namens de gemeente zorg draagt voor de bekostiging van de Voorzieningen. De Woonpas is namens de (SVGVR) gedelegeerd opdrachtgever richting de uitvoerders. De SVGVR is de partij die de uitvoerders betaalt.
Niet aan de orde;
Als het antwoord op vraag 1 ‘gemeente’ is: als de gemeente, wettelijk gezien, de opdrachtgever is naar Woonpas voor de werkzaamheden aan de woning, waarom moeten woningeigenaren dan zélf ook nog een contract met Woonpas tekenen met een opdracht voor uitvoering van de werkzaamheden?
○
De overeenkomst tussen de woningeigenaar en De Woonpas wordt aangegaan met als doel duidelijkheid en zorgvuldigheid: i.
ii.
●
De woningeigenaar verleent De Woonpas toestemming om namens de gemeente en als gedelegeerde opdrachtgever van de SVGVR de verduurzamingsvoorzieningen tot stand te brengen. De Woonpas zal voor het tot stand brengen van de onder a. genoemde verduurzamingsvoorzieningen namens de gemeente en als gedelegeerde opdrachtgever van de SVGVR, onderaannemers inschakelen, waarvoor de Woningeigenaar eveneens toestemming verleent.
Klopt de aanname dat het contract dat woningeigenaren dienen aan te gaan met de gemeente, waarin zij toestemming verlenen aan de gemeente voor het laten uitvoeren van werkzaamheden aan de woning, slechts in het leven is geroepen als (juridisch onzekere) verantwoording voor het heffen van baatbelasting en niet omdat de gemeente daadwerkelijk de wettelijke opdrachtgever van de werkzaamheden is?
○
Deze aanname is onjuist. a. Omdat het hier het tot stand brengen van voorzieningen in en aan onroerende zaken betreft, welke niet in eigendom van de gemeente zijn, kan de gemeente hier niet eenzijdig over besluiten. Er is dan ook expliciete vergunning verleend te worden vanuit de woningeigenaar. Dit nadrukkelijk op vrijwillige basis. Dat een object (lees woning) waarop of waarin de (verduurzamings)voorzieningen worden aangebracht niet in eigendom is bij de gemeente, maar dat hiervoor
privaatrechtelijk toestemming is verleend, staat de mogelijkheid tot heffing van baatbelasting niet in de weg. ●
Hoe juridisch houdbaar zijn de bekostigingsbesluiten die al genomen zijn, dan wel nog genomen gaan worden, in het kader van de GVR, als de gemeente zelf geen enkele kosten heeft aan de verduurzaming van de woning en de bekostigingsbesluiten en daaruitvolgende baatbelastingverordeningen hierdoor niet voldoen aan het wettelijke omslagvereiste
○
●
Hoe verhoudt deze gemeentelijke inmenging, met betrekking tot particuliere woningen, het energieverbruik van de woningeigenaren en hun financiële positie, zich tot de Grondwet, waarin wordt voorgeschreven dat gemeenten geen regels mogen stellen die betrekking hebben op wat zich ‘achter de voordeur’ afspeelt?
○
●
Bovenstaande suggestie dat het zou gaan om beperking van grondrechten is niet juist. Er is binnen de GVR niet alleen sprake van vrijwilligheid maar ook van expliciete instemming van de woningeigenaar voor wat betreft het tot stand brengen van de overeengekomen verduurzamingsvoorzieningen aan de woning, hetgeen bovendien nog eens wordt bekrachtigd in een vaststellingsovereenkomst. Gelet hierop is van beperking van grondrechten natuurlijk geen sprake.
Hoe verhoudt het opzettelijk openbaar maken (in het bekostigingsbesluit) van, naar personen herleidbare, gegevens als adressen en de door deze personen geleende bedragen zich tot de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)?
○
●
Bovenstaande vraag bevat een bevat een foutieve aanname en een als gevolg daarvan incorrecte conclusie. Zoals hierboven vermeld worden voorzieningen namens de gemeente tot stand gebracht. De bekostiging hiervoor, namens de gemeente, wordt verzorgd door de Stichting Verzamelgelden GVR (SVGVR). De gemeente gaat hiervoor een verplichting aan jegens de SVGVR gelijk aan het totaalbedrag in de verordening, verspreid over de looptijd.
Het vermelden van objecten die als gevolg van het tot stand te brengen voorzieningen gebaat zijn maakt onderdeel uit van de standaardprocedure voor wat betreft toepassing binnen gemeentewet 222. Omdat het hier een vaststelling van baatbelastingbedrag per onroerende zaak binnen een bepaald gebied betreft, wordt elke object expliciet vermeld. Het gaat hierbij echter nadrukkelijk om objecten en niet om persoonsgegevens. De toevoeging in de vraag van ‘de door deze personen geleende bedragen’ is niet aan de orde en kunnen we in het kader van de GVR dan ook niet duiden.
Welke zekerheden heeft de Gemeente bedongen bij de ondernemers wanneer de GVR door de rechter onrechtmatig wordt verklaard en de deelnemers geen baatbelasting meer hoeven te betalen?
○
De GVR is een gemeentelijk instrument. Geldstromen lopen via de SVGVR naar de uitvoerende partijen. De ondernemers van De Woonpas BV. hebben in dit proces geen primaire rol. ‘Zekerheden bedingen’ bij ondernemers is dan ook niet aan de orde.
●
Welk toezicht heeft de Gemeente op de geldstromen binnen de organisatie van de ondernemers Woonpas BV en diverse stichtingen?
○
●
De Stichting draagt richting de gemeente periodiek zorg voor reporting met betrekking tot de financiële stromen die gemoeid gaan met het bekostigen van de namens de gemeente tot stand te brengen voorzieningen. De jaarcijfers van De Woonpas worden gedeponeerd bij de KVK en zijn eenvoudig opvraagbaar. Verder is er geen grond voor toezicht van de gemeente op De Woonpas en/of de Stichtingen. De zekerheden in de relatie met hen zijn geborgd in de de contracten met deze partijen.
Heeft de Gemeente ook second opinion ingewonnen bij onafhankelijk experts, bijvoorbeeld van de VNG?
○
De GVR is samen met onder andere Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van Lokale overheden (ESBL) en met steun en medewerking van EY, Orange Clover, de BNG Bank, De Europese Commissie, diverse provincies en gemeenten ontwikkeld. Het ESBL is dé autoriteit op gebied van lokale heffingen, er wordt niet getwijfeld aan de onafhankelijkheid of deskundigheid van deze partij.