CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorgesteld beleid voor beheersing van de Aziatische Hoornaar voor de gemeente Montfoort (Geanonimiseerd)

Commissie Bestuur, Financiën en Samenleving 23 juni 2026, gemeente MontfoortBij agendapunt: Spreekrecht burgers3.341 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan:

De voorzitter en leden van de gemeenteraad van Montfoort

Betreft:

Beheersing van de Aziatische Hoornaar

Verzoek:

Ter bespreking in de commissie Linschoten , 31 mei 2026

Geachte Commissieleden , In aanloop naar de commissievergadering van 22 of 23 juni ontvangt u hierbij een toelichting op de bijgevoegde kostenanalyse voor de beheersing van de Aziatische hoornaar. Deze analyse is opgesteld om gemeenten inzicht te geven in de mogelijke kostenontwikkeling en de gevolgen van verschillende beheersstrategieën. Bijgevoegd vindt u een detailrapport (bijlage A) voor de gemeente Montfoort , met een nadere analyse van de ontwikkeling en mogelijke kosten in de gemeente. Achtergrond: landelijk beleid In januari van dit jaar heeft het ministerie van LVVN het Landelijk aanvalsplan invasieve exoten gepubliceerd , waarin ook de Aziatische Hoornaar (Geelpoot Hoornaar) wordt behandeld (p. 89). In dit plan wordt onder meer aangegeven •

dat:

provincies in het midden van het land nog circa twee jaar inzetten op het vertragen van de opmars richting het noorden ;

•

provincies tegelijkertijd voorlichting geven aan gemeenten , groenbeheerders , imkers en bestrijders over de verdere aanpak ;

•

de provinciale inzet in de komende jaren geleidelijk wordt afgeschaald , waarbij taken rond opsporing en bestrijding in toenemende mate bij gemeenten en andere partijen komen te liggen ;

•

provincies samenwerking , kennisdeling , vrijwillige opsporing en professionele bestrijding blijven stimuleren.

Provincie Utrecht heeft in dit kader een Statenbrief opgesteld (Wijziging uitvoeringsbeleid Aziatische Hoornaar 2026 en verder , dd 10-03-2026). Weliswaar is op 22 april 2026 een motie aangenomen (M26-24 – Bestrijding Geelpoot Hoornaar). Deze motie vraagt om op basis van ervaringen in Gelderland en Brabant ‘te verkennen of het zinvol is om een provinciaal actieplan op te stellen’. De uitkomsten van deze verkenning dienen uiterlijk Q3 2026 met PS gedeeld te worden. Dit betekent in de praktijk dat gemeenten steeds nadrukkelijker zelf verantwoordelijk worden voor de organisatie en bekostiging van beheer. Als de uitkomsten van deze verkenning pas in Q3 kenbaar gemaakt worden impliceert dit dat er in 2026 niet of nauwelijks sprake zal zijn van bestrijding. 1

Drie scenario’s voor kostenontwikkeling De bijgevoegde analyse vergelijkt drie mogelijke scenario’s voor de ontwikkeling van kosten en beheer: 1.

Actief beheer rond de kritische beheersgrens

In dit scenario wordt vroegtijdig en gecoördineerd ingegrepen om de populatie rond of onder de kritische beheersgrens te houden. Dit vraagt om intensieve opsporing en consequent verwijderen van nesten , maar leidt doorgaans tot lagere cumulatieve kosten en minder ecologische en economische schade. De grens ligt rond de 78% bestrijding voor Zuid-Holland , gebaseerd op groeicijfers van 2025. 2.

Passief beheer met oplopende kosten

Wanneer de aanpak voornamelijk reactief blijft , neemt het aantal nesten jaarlijks toe. De kosten voor bestrijding en maatschappelijke impact lopen dan geleidelijk op , terwijl het effect van maatregelen afneemt. De schade aan ecosystemen en lokale ecosystemen , maar ook aan landbouw waaronder voedselvoorziening en de sierteelt is dan permanent en voortdurend (ervaring in Frankrijk tussen de 5 en 25% , afhankelijk van de

teelt). 3.

Actief beheer na een piek in schade en overlast

In dit scenario wordt pas intensief ingegrepen nadat de populatie en de overlast sterk zijn toegenomen. Hoewel er dan alsnog stevig wordt bestreden , zijn de totale kosten nog hoger omdat dan niet alleen moeten worden beheerst , maar moet worden gereduceerd. De schade is dan groot , maar niet onomkeerbaar. Het is echter wél het duurste scenario. Over cumulatieve kosten en de piekjaarkosten voor de gemeente Montfoort wordt in bijlage A gerapporteerd. Alles draait om de populatiedynamiek Bij een populatiedynamiek met een groeifactor van 5 en een dispersie van 80 km per jaar bestaat een veilige aanpak alleen uit het beheersbaar maken van de populatie onder de kritische beheersgrens – overal en zonder uitzondering - , wat nu nog met relatief weinig middelen mogelijk is. Het landelijk beleid om de druk in gemeenten eerst te laten doorgroeien naar de piekbelasting rond 2028 en ze daarna zelf te laten opdraaien voor de kosten is dan ook op zijn minst opmerkelijk. Er is in feite maar één aanpak die ook in de wetenschappelijke literatuur wordt onderschreven: De uitdaging ligt niet in het uitroeien , maar in het beheersen: •

beperken van ecologische en economische schade ,

•

via gecoördineerd beheer en een integrale aanpak , door vroege detectie en inzet van alle beschikbare middelen ,

2

•

onderzoek naar effectieve middelen en innovaties (zoals het gebruik van slimme vallen en biologische bestrijdingsmiddelen. en meer

Het beheersingsdoel moet zijn: actief populatiebeheer om de groeifactor ≤ 1 te houden. Waarom afwachten geen risicovrije optie is Soms wordt verondersteld dat na verloop van tijd een natuurlijk evenwicht ontstaat. Het afwachten daarvan is echter feitelijk een onbeheerst experiment. Een eventueel evenwicht betekent niet dat de schade verdwijnt: stabilisatie kan juist leiden tot blijvende predatiedruk op honingbijen en wilde bestuivers , met structurele gevolgen voor ecosystemen en bestuivingsafhankelijke sectoren zoals landbouw en sierteelt. Daarnaast kan natuurlijke regulatie — voor zover die optreedt — jaren tot decennia duren , terwijl in die periode onomkeerbare schade kan ontstaan aan insectenpopulaties en economische sectoren. Voor gemeenten is vooral van belang dat afwachten geen invloed heeft op de populatiegroei of de uiteindelijke kostenontwikkeling. Wanneer de populatie eenmaal sterk groeit , nemen ook de kosten voor opsporing en bestrijding toe. In dat geval verschuift de aanpak van relatief beperkte en preventieve maatregelen naar grootschaliger en duurder beheer. Doel van deze analyse

Afgelopen jaren is binnen de provincie door vele vrijwilligers actief gezocht naar nesten van de Aziatische Hoornaar. Op basis van meldingen in waarneming. nl gaan zoekgroepen op pad om de nesten op te sporen. Ondanks dat dit soms erg veel tijd kost zijn de vrijwilligers in de zoekgroepen erg gemotiveerd om de nesten te vinden. In sommige gevallen wordt daarbij ook gebruik gemaakt van zenderapparatuur. Zodra een nest gevonden is werd dit gemeld in waarneming. nl en ging een door de provincie gecontracteerde bestrijder de nesten op een milieuvriendelijk wijze verwijderen. Omdat de provincie niet langer alle nesten gaat weghalen

dreigt dit redelijk goed lopende proces te stagneren waardoor niet alle nesten meer weggehaald worden , de motivatie van de vrijwilligers in de zoekgroepen daalt en zeer ook veel hobbyimkers gaan stoppen met het imkeren omdat volken door de Aziatische Hoornaar verzwakken en daarna veelal de winter niet overleven. Doel van dit schrijven is dan ook om de gemeente Montfoort te vragen om nog dit jaar in te zetten op scenario 1 van deze analyse zodat beschreven proces doorgezet kan worden. Op korte termijn impliceert dit dat de volgende acties in gang gezet zouden moeten worden: 1. 2.

Bestrijders contracteren die ALLE gevonden nesten op een milieuvriendelijke wijze verwijderen. Actieve communicatie naar de burgers. Dit betreft onder andere: a. Burgers attenderen op de aanwezigheid van de Aziatische Hoornaar en duidelijk maken hoe een Aziatische Hoornaar te herkennen is. b. Omdat een deel van de nesten niet hoog in de bomen zit , maar laag blijft zitten en omdat de Aziatische Hoornaar agressief wordt bij nadering van een nest is het van belang om burgers hierop te wijzen en voorzichtig te zijn. 3

‘Imkers

LINSCHOTEN NATU JK

Burgers duidelijk maken dat het belangrijk is om waarnemingen te melden waarnemingen kan melden. Burgers vragen om zich te melden als vrijwilliger voor de zoekgroepen.

c.

d. 3.

Nederland

ä

Binnen de gemeente dienen processen worden. Dit betreft onder andere: De

a.

b.

medewerkers

Afspraken

van

maken

over

ingericht te worden

de buitendienst de

wijze

van

wijzen

en

dienen

en

duidelijk maken hoe

medewerkers

geïnformeerd

men

te

op de gevaren van laag zittende nesten. de interactie met waarnemingen.nl.

melden

en

bestrijders en zoekgroepen. Financiële Ondersteuning van de zoekgroepen: a. Lokmiddelen (Trappit). b. Hesjes zodat vrijwilligers herkenbaar zijn.

4.

c.

Communicatie

onderhouden

c.

Vergoeden

verloren gegane zenders.

d.

Beschermingsmaterialen (pakken, handschoenen) kunnen

van

zodat

vrijwilligers zelf de kleine primaire nestjes weg

halen.

‘Middelen’

e.

met

om

vrijwilligers gemotiveerd

te

houden.

Anticiperen op het zogenaamde ‘Spring-trapping’. Naast het verwijderen van nesten is het vangen van Koninginnen in het voorjaar een effectief middel om de populatie te beheersen. Voor het voorjaar van

5.

is het dan

2027

burgers

voor

ook

belangrijk om voorlichting van AH-koninginnen.

te geven

en

selectieve vallen beschikbaar

te

stellen

aan

het vangen

Besluit

honingbijen als een McDonald’s zijn voor de Aziatische Hoornaar, worden de imkers helaas als getroffen door deze invasieve exoot. Derhalve kunnen we constateren dat ondanks dat de Aziatische Hoornaar een concrete bedreiging is voor de gehele biodiversiteit en ook enorm veel economische schade kan veroorzaken, de kennis over het zoeken en bestrijden van deze Aziatische Hoornaar de afgelopen jaren met name binnen de imkers en imkerverenigingen opgebouwd is. Vanuit deze doelgroep is er dan ook veel kennis en informatiemateriaal beschikbaar wat wij uiteraard graag Omdat

de

eerste

willen delen Met

en

beschikbaar stellen

aan

de gemeente.

vriendelijke groet en in afwachting van

uw

reactie,

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Namens o

Linschoten

Natuurlijk en afdeling Oudenrijn

(geanonimiseerd) mn

www.linschotennatuurlijk.nl www.imkersoudenrijn.nl (geanonimiseerd) Beg

nail.com

van

Imkers Nederland

Bijlage A - Populatie- en kostenmodel Aziatische Hoornaar Scenarioanalyse van populatieontwikkeling , nestverwijdering en kosten Exportdatum en tijd: 25-5-2026 , 14:39:23 Modelversie: 1. 0 Notitie: Automatisch gegenereerde scenarioanalyse

Dit rapport geeft een modelmatige vergelijking van drie beheerscenario's voor de Aziatische hoornaar. De uitkomsten zijn bedoeld voor scenarioanalyse en beleidsinterpretatie en niet als exacte voorspelling van toekomstige populatiegroottes. Effectieve beheersmaatregelen bestaan uit een integratie van meerdere bestrijdingsmethoden zoals een combinatie van nestverwijdering spring-trapping en andere methoden. ,

,

Managementsamenvatting Simulatienaam: Gemeente Montfoort Simulatieduur: 10 jaren Aanname: De invoerparameter 'Startpopulatie' representeert gegevens van het vorige seizoen (2025)

Scenario

Totale kosten

Totaal verwijderde Eindpopulatie nesten

Verzadigingsjaa

Piekjaarkosten r

Scenario 1 - vroeg beheer

€ 11. 400

38

5

Niet bereikt

€ 1. 200

Scenario 2 - geen beheer

€ 204. 000

680

407

2030

€ 36. 600

Scenario 3 - beheer na verzadiging

€ 246. 900

823

85

2030

€ 77. 400

Interpretatie: -

Bij de gekozen parameters leidt vroeg beheer tot lagere cumulatieve kosten dan beheer na verzadiging.

-

Uitstel van ingrijpen vergroot de populatiebasis waarop later moet worden beheerd.

-

-

Het referentiescenario zonder actief beheer laat zien tot welk niveau de populatie onder deze aannames kan doorgroeien. Scenario 1 - vroeg beheer heeft in deze run de laagste totale kosten , terwijl Scenario 1 - vroeg beheer de laagste-eindpopulatie oplevert.

5

Gebruikte modelparameters Parameter

Symb

Waarde

Eenheid

Betekenis

euro per nest

Directe verwijderingskosten per nest.

ool Kostprijs per nestverwijdering

c

300

Maximale nestdichtheid

d_max

12 nesten per km2

Maximumdichtheid per oppervlakte-eenheid.

Oppervlakte gebied

A

38 km2

Grootte van het gemodelleerde gebied.

Startpopulatie

N0

3 nesten

Beginaantal nesten in jaar 1.

Maximale groeifactor bij lage dichtheid

R_max

5 factor

Groeidruk in vroege populatiefase.

Verzadigingsdrempel

s

Jaarlijks verwijderingspercentage actief

p_beheer

Jaarlijks verwijderingspercentage passief

p_passief

Startjaar vroeg beheer

t_start

1 jaar

Jaar waarin scenario 1 actief beheer start.

Simulatieduur

T

10 jaren

Aantal gesimuleerde jaren.

fractie van K

Drempel voor analytisch verzadigingsmoment.

08,

fractie

Aandeel actief verwijderde nesten per jaar.

03,

fractie

Aandeel passief verwijderde nesten per jaar.

, 095

Kritisch beheerpercentage Grootheid

Waarde

Toelichting

Kritisch beheerpercentage p_kritisch

08,

Theoretische ondergrens bij lage dichtheid.

Gekozen beheerpercentage p_beheer

08,

Invoer voor actieve scenario's.

Conclusie

Boven p_kritisch

Structurele afremming in de vroege fase is volgens het model plausibel. Het kritische beheerpercentage is het theoretische minimumpercentage verwijdering dat bij lage dichtheid nodig is om

populatiegroei af te remmen. Ligt het gekozen beheerpercentage daaronder dan is structurele krimp in de vroege fase volgens het model minder waarschijnlijk. ,

6

Grafieken Populatieontwikkeling

per

scenario

Cumulatieve kosten per scenario

7

Resultaten

scenario

per

Scenario 1 - vroeg starten met beheer Vanaf jaar t_start wordt jaarlijks een fractie p_beheer van de nesten verwijderd. [S6] Totale kosten

Totaal verwijderde nesten

Eindpopulatie

Verzadigingsjaar

Piekjaarkosten

€ 11. 400

38

5

Niet bereikt

€ 1. 200

Jaarlijkse kosten

Cumulatieve kosten

ering

Populatie volgend jaar

Volledige berekende tabel per jaar: Kale nderj

Beginpop ulatie

aar

Verwijderin gspercent

R_eff

Verwijderd e nesten

age

Populatie na verwijd

2025

3

08

496

2

1

5

€ 600

€ 600

2026

5

08,

496 ,

4

1

5

€ 1. 200

€ 1. 800

2027

5

08,

496 ,

4

1

5

€ 1. 200

€ 3. 000

2028

5

08,

496 ,

4

1

5

€ 1. 200

€ 4. 200

2029

5

08,

496 ,

4

1

5

€ 1. 200

€ 5. 400

2030

5

08,

, 496

4

1

5

€ 1. 200

€ 6. 600

2031

5

08,

, 496

4

1

5

€ 1. 200

€ 7. 800

2032

5

08,

496 ,

4

1

5

€ 1. 200

€ 9. 000

2033

5

08,

496 ,

4

1

5

€ 1. 200

€ 10. 200

2034

5

08,

496 ,

4

1

5

€ 1. 200

€ 11. 400

,

,

8

Scenario 2 - geen beheer Er vindt geen actieve nestverwijdering plaats. Dit scenario fungeert als referentiescenario. [S6] Totale kosten

Totaal verwijderde nesten

Eindpopulatie

Verzadigingsjaar

Piekjaarkosten

€ 204. 000

680

407

2030

€ 36. 600

Jaarlijkse kosten

Cumulatieve kosten

ering

Populatie volgend jaar

Volledige berekende tabel per jaar: Kale nderj

Beginpop ulatie

aar

Verwijderin gspercent

R_eff

Verwijderd e nesten

age

Populatie na verwijd

2025

3

03

491

1

2

10

€ 300

€ 300

2026

10

03,

, 471

3

7

33

€ 900

€ 1. 200

2027

33

03,

, 416

10

23

96

€ 3. 000

€ 4. 200

2028

96

03,

315 ,

29

67

211

€ 8. 700

€ 12. 900

2029

211

03,

218 ,

63

148

322

€ 18. 900

€ 31. 800

2030

322

03,

168 ,

97

225

378

€ 29. 100

€ 60. 900

2031

378

03,

15,

113

265

399

€ 33. 900

€ 94. 800

2032

399

03,

, 145

120

279

405

€ 36. 000

€ 130. 800

2033

405

03,

, 144

122

283

406

€ 36. 600

€ 167. 400

2034

406

03,

, 143

122

284

407

€ 36. 600

€ 204. 000

,

,

9

Scenario 3 - beheer na verzadiging Er wordt pas actief verwijderd zodra de populatie de gekozen verzadigingsdrempel bereikt. [S6] Totale kosten

Totaal verwijderde nesten

Eindpopulatie

Verzadigingsjaar

Piekjaarkosten

€ 246. 900

823

85

2030

€ 77. 400

Jaarlijkse kosten

Cumulatieve kosten

ering

Populatie volgend jaar

Volledige berekende tabel per jaar: Kale nderj

Beginpop ulatie

aar

Verwijderin gspercent

R_eff

Verwijderd e nesten

age

Populatie na verwijd

2025

3

03

491

1

2

10

€ 300

€ 300

2026

10

03,

, 471

3

7

33

€ 900

€ 1. 200

2027

33

03,

, 416

10

23

96

€ 3. 000

€ 4. 200

2028

96

03,

315 ,

29

67

211

€ 8. 700

€ 12. 900

2029

211

03,

218 ,

63

148

322

€ 18. 900

€ 31. 800

2030

322

08,

32,

258

64

205

€ 77. 400

€ 109. 200

2031

205

08,

, 368

164

41

151

€ 49. 200

€ 158. 400

2032

151

08,

, 396

121

30

119

€ 36. 300

€ 194. 700

2033

119

08,

, 413

95

24

99

€ 28. 500

€ 223. 200

2034

99

08,

, 425

79

20

85

€ 23. 700

€ 246. 900

,

,

10

Toelichting op model

en aannames

Afgeleide grootheid: K = d_max x A [S1 S7] ,

De draagkracht K geeft de theoretische maximale populatieomvang binnen het gemodelleerde gebied onder de gekozen aanname voor maximale nestdichtheid.

Empirische achtergrond

voor

maximale nestdichtheid (d_max)

De parameter d_max representeert de maximale nestdichtheid van Vespa velutina die in een gebied kan voorkomen wanneer de populatie zich volledig heeft gevestigd. Veldstudies in Europa laten zien dat de dichtheid sterk varieert afhankelijk van landschap en urbanisatiegraad [B5 , B6 , B7]. 5 nesten per km2 in landelijke gebieden - ongeveer 10-12 nesten per km2 in stedelijke gebieden - ongeveer

In sommige lokale studies zijn nog hogere waarden waargenomen , met uitschieters tot ongeveer 19 nesten per km2 of meer in sterk verstedelijkte of voedselrijke landschappen. Deze waarden worden in dit model gebruikt als plausibele bandbreedte voor

scenarioanalyse van populatieontwikkeling [B5 B6 B7]. ,

,

De gekozen waarde voor d_max heeft grote invloed op de lange-termijnpopulatie en daarmee op de potentiele omvang van latere beheermaatregelen. Lagere waarden vertegenwoordigen meer open of landelijke landschappen , terwijl hogere waarden passen bij stedelijke of voedselrijke gebieden waar Vespa velutina dichter kan voorkomen [S7].

Model

voor

populatiedynamiek

De populatieontwikkeling wordt gemodelleerd met een dichtheidsafhankelijk groeimodel van het Beverton-Holt-type [S2]. Dit betekent dat de populatie bij lage dichtheid snel kan toenemen , terwijl de groei afremt wanneer de populatie de draagkracht van het gebied benadert. V_t = p_t x N_t N_rest = (1 - p_t) x N_t N_(t+1) = (R_max x N_rest) / (1 + ((R_max - 1) / K) x N_rest) C_t = c x V_t [S4] N_t = aantal nesten aan het begin van jaar t V_t = aantal verwijderde nesten in jaar t N_rest = resterende populatie na verwijdering N_(t+1) = populatie aan het begin van het volgende jaar C_t = jaarlijkse verwijderingskosten

Interpretatie van modelparameters R_max Bepaalt hoe snel de populatie groeit wanneer deze nog ver onder de draagkracht ligt. Hogere waarden leiden tot snellere uitbreiding in de vroege fase.

11

d_max Bepaalt samen met de oppervlakte de potentiele maximale nestbezetting van het gebied. Hogere waarden leiden tot een hogere theoretische draagkracht [S1 S7]. Empirische studies rapporteren voor Vespa velutina vaak ordegroottes rond circa 5 nesten per km2 in landelijke contexten en circa 10-12 nesten per km2 in stedelijke contexten met lokale maxima tot ongeveer 15-19 nesten per km2 [B5 B6 B7]. ,

,

,

,

A Grotere gebieden kunnen bij gelijke dichtheid meer nesten dragen. Daardoor nemen zowel potentiele populatieomvang als latere

beheersinspanning toe [S1].

p_beheer Geeft aan welk deel van de aanwezige nesten jaarlijks voor reproductie effectief wordt verwijderd. Dit is de belangrijkste beleidsmatige stuurvariabele in actieve scenario's [S3]. c Beinvloedt niet de ecologische uitkomst van het model maar wel de financiele gevolgen van beheer [S4]. ,

t_start Bepaalt hoe vroeg actief beheer start. Een vroeger startmoment verkleint doorgaans de kans op latere hoge beheerkosten [S6]. s

Geeft aan bij welk aandeel van de draagkracht in dit model wordt gesproken van verzadiging. Dit is een analytische drempel en geen absoluut ecologisch omslagpunt [S5].

Systematische verwijzingen [S1] Draagkracht: De berekende draagkracht K volgt rechtstreeks uit de aanname K = d_max x A. [S2] Populatiegroei: De jaarlijkse populatieontwikkeling volgt uit een dichtheidsafhankelijk Beverton-Holt-model met parameter R_max.

[S3] Beheer: De omvang van nestverwijdering in actieve scenario's wordt bepaald door p_t en dus uiteindelijk door p_beheer en het gekozen scenario-regime. [S4] Kosten: De jaarlijkse kosten volgen lineair uit het aantal verwijderde nesten via C_t = c x V_t. [S5] Verzadiging: Het verzadigingsjaar is afhankelijk van de gekozen drempel s x K en is dus modelmatig gedefinieerd. [S6] Scenariovergelijking: Verschillen tussen scenario's komen uitsluitend voort uit verschillen in timing en intensiteit van beheer ; overige modelaannames blijven gelijk. [S7] Maximale nestdichtheid: De parameter d_max bepaalt samen met de oppervlakte van het gemodelleerde gebied de draagkracht K van het systeem. Alle populatie-uitkomsten in het model zijn daarom direct afhankelijk van de gekozen aannames over maximale nestdichtheid.

Bronnen en wetenschappelijke achtergrond [B1] Beverton R. J. H. en Holt S. J. Klassieke grondslag voor dichtheidsafhankelijke populatiemodellen. ,

,

[B2] Monceau K. en Thiery D. Studies naar nestdistributie en nestdichtheden ,

,

van Vespa

velutina op lokale schaal in Frankrijk.

12

[B3] Europese veldstudies over Vespa velutina: literatuur waarin stedelijke en landelijke nestdichtheden van enkele tot meer dan tien nesten per km2 worden gerapporteerd. [B4] Beleidsmatige notitie: Dit model gebruikt wetenschappelijke inzichten als basis voor scenarioanalyse lokale veldinventarisatie of operationele risicoanalyse.

,

maar vervangt geen

[B5] Monceau K. Bonnard O. en Thiery D. Vespa velutina nest distribution at a local scale: an 8-year survey. Monitoringstudie van nestdichtheden in Zuidwest-Frankrijk (Arcachon / Andernos-les-Bains) met als belangrijke bevinding circa 10 nesten per km2 in stedelijke zones. ,

,

,

,

,

[B6] Veldstudies en monitoringprogramma's in Portugal en Frankrijk rapporteren gemiddelde stedelijke dichtheden van circa 5 +/- 3 nesten per km2 en hogere lokale maxima. [B7] Europese monitoringrapporten over Vespa velutina tonen dat lokale dichtheden sterk kunnen varieren afhankelijk van voedselbeschikbaarheid urbanisatie en detectie-inspanning met gemelde maxima tot circa 15-19 nesten per km2. ,

,

De bronverwijzingen geven de wetenschappelijke achtergrond van de gekozen modelstructuur en de orde van grootte van gebruikte dichtheidsaannames. De concrete scenario-uitkomsten in dit rapport zijn volledig afhankelijk van de door de gebruiker ingevoerde parameters.

13

Toelichting grondslagen In dit document kunt u secties vinden die onleesbaar zijn gemaakt. Deze informatie is achterwege gelaten op basis van de Wet open overheid (Woo). De letter die hierbij is vermeld correspondeert met de bijbehorende grondslag in onderstaand overzicht.

D Art. 5.1 lid 1 sub d Deze informatie betreft persoonsgegevens als bedoeld in paragraaf 3.1 (bijzondere persoonsgegevens) of paragraaf 3.2 (persoonsgegevens van strafrechtelijke aard) van de UAVG

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=4f4a682f-122a-4b33-b9cd-0c189bea5579