Verkennend ecologisch onderzoek 20210326
Tekst van het document
Verkennend Ecologisch Onderzoek Heeswijk 109 Montfoort
Rapport 21A024 Uitgave 26 maart 2021
Colofon Titel
Verkennend Ecologisch Onderzoek
Subtitel
Heeswijk 109 Montfoort
Status rapport
Concept
Projectnummer
21A024
Datum uitgave
26 maart 2021
Samengesteld door
Andrea Grim., adviseur Watersnip Advies John van Gemeren, senior adviseur Watersnip Advies
Foto’s
Watersnip Advies
Naam en adres opdrachtgever
Hendrikx en Spruit BV, Bouw- en aannemingsbedrijf Heeswijk 109 3417 GP Montfoort info@bouwbedrijfhendrikxenspruit.nl
Contactpersoon opdrachtgever
Etienne van den Berg
Alle auteursrechten ten aanzien van dit rapport worden uitdrukkelijk voorbehouden. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Watersnip Advies, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
Inhoudsopgave 1
INLEIDING ................................................................................................. 3 1.2
2
LOCATIEBESCHRIJVING ............................................................................. 6 2.1 2.2
3
Aanbevelingen ..............................................................................................5 Huidige situatie.............................................................................................6 Plannen .......................................................................................................8
TOETSINGSKADER ..................................................................................... 9 3.1 Europese richtlijnen .......................................................................................9 3.2 Landelijk natuurbeleid- en wetgeving ................................................................9 3.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) .........................................................9 3.2.2 Natuurnetwerk Nederland ....................................................................... 11 3.3 Provinciaal beleid ........................................................................................ 11 3.3.1 Ontwerp Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (herijking 2016) ... 11
4
RESULTATEN ONDERZOEK EN TOETSING .................................................. 13 4.1 Te toetsen initiatief ..................................................................................... 13 4.2 Methode .................................................................................................... 13 4.3 Gebiedsbescherming ................................................................................... 14 4.3.1 Gebiedsbescherming Natura2000-gebieden (Wnb 2017) ............................. 14 4.3.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) ............................................................. 17 4.3.3 Belangrijke leefgebieden Provincie Utrecht (Provinciaal beleid) ...................... 17 4.3.4 Bescherming houtopstanden (Wnb 2017) ................................................. 18 4.4 Flora ......................................................................................................... 18 4.5 Fauna ....................................................................................................... 19 4.5.1 Vogels................................................................................................. 19 4.5.2 Vissen ................................................................................................. 22 4.5.3 Amfibieën ............................................................................................
22 4.5.4 Reptielen ............................................................................................. 23 4.5.5 Grondgebonden zoogdieren .................................................................... 24 4.5.6 Vleermuizen ......................................................................................... 24 4.5.7 Overige soorten .................................................................................... 26
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................ 27 5.1 Conclusies ................................................................................................. 27 5.1.1 Gebiedsbescherming.............................................................................. 27 5.1.2 Soortbescherming ................................................................................. 27 5.1.3 Algemene Zorgplicht.............................................................................. 28 5.2 Aanbevelingen ............................................................................................ 28
6
BRONNEN................................................................................................ 30 6.1
Geraadpleegde internetsites: ......................................................................... 30
Watersnip Advies
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
Watersnip Advies
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
1 Inleiding De eigenaar van de loods aan de Heeswijk 109 is voornemens deze te slopen. Op de locatie wordt een woning gebouwd. Voor het initiatief is de wijziging van het bestemmingsplan in voorbereiding. De resultaten uit het onderzoek kunnen worden gebruikt bij de ecologische onderbouwing in het wijzigingsvoorstel. De initiatiefnemer van de voorgenomen plannen dient te verkennen of er mogelijk schadelijke gevolgen zijn voor beschermde natuurwaarden in het plangebied. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde soorten en beschermde gebieden. Concreet betekent het dat nagegaan moet worden of: Er overtreding van de verbodsbepalingen voor beschermde soorten plaatsvindt (toetsing Wet Natuurbescherming-Wnb). Er schade optreedt aan beschermde dieren en/of planten. Beschermde plantensoorten mogen niet vernietigd of beschadigd worden. Beschermde diersoorten mogen niet gedood, verwond of opzettelijk verontrust worden.
Daarnaast mogen hun nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfsplaatsen niet beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord worden en mogen hun eieren niet vernietigd of vernield worden; Er mogelijke significante gevolgen zijn voor beschermde gebieden (eveneens toetsing Wet Natuurbescherming); Er wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland aangetast worden (Toetsing Natuurnetwerk Nederland, Toepassing Ontwerp Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028). Om te onderzoeken of bovenstaande bepalingen overtreden of aangetast worden dient het plangebied onderzocht te worden, middels een bureaustudie en onderzoek naar de aanwezige flora en fauna door een deskundige op het gebied van ecologie. Op 22 maart 2021 heeft een gekwalificeerde medewerker van Watersnip Advies een Floraen fauna-inventarisatie verricht in het plangebied. Hierbij werd met name gelet op het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Daarnaast zijn de verschillende biotopen binnen het plangebied beoordeeld met betrekking tot potentieel voorkomende beschermde soorten. Dit rapport geeft een overzicht van de voor het plangebied geldende natuurwetgeving, de aanwezigheid van beschermde gebieden in de nabije omgeving en de aanwezige en verwachte flora en fauna in het plangebied.
Vervolgens wordt aangegeven of er bij het realiseren van de voorgenomen plannen schade verwacht wordt aan beschermde soorten. Met het oog op de algemene zorgplicht, die geldt voor alle planten- en diersoorten, worden waar mogelijk maatregelen beschreven, gericht op het voorkómen van schade. In het samenvattende schema op de volgende pagina wordt aangegeven of er overtreding plaatsvindt aan beschermde gebieden en beschermde planten- en diersoorten.
Watersnip Advies
3
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
1.1
Conclusies
Het initiatief betreft de sloop van de loods aan de Heeswijk 109 en de bouw van een nieuwe woning. De bestemmingsplanwijziging is in voorbereiding. De realisatieplanning is nog niet uitgewerkt. Op dit moment is de aanvang van de sloop nog niet geagendeerd. De ingreep is ecologisch getoetst. In dit hoofdstuk volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen. Indien aan de orde wordt aangegeven of er bij het realiseren van het initiatief negatieve gevolgen worden verwacht en/of verbodsbepalingen worden overtreden. 1.1.1 Algemene Zorgplicht Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. 1.1.2 Gebiedsbescherming Gebiedsbescherming H.4.3
Gevolgen
Natura2000 §4.3.1 - Habitattypen
Geen – Het Natura 2000-gebied de ‘Uiterwaarden Lek’ ligt op 8,5 km ten zuiden van de planlocatie. Het initiatief is te vergelijken met 1 grondgebonden woning. De effectafstand ligt in de aanleg- en realisatiefase op respectievelijk 0,9 en 0,6km. Het initiatief ligt op 8,5km van het Natura 2000gebied. Het initiatief zal tijdens de realisatiefase in het Natura 2000-gebied niet leiden tot deposities boven 0,00mol/ha/jr. Voor het initiatief is geen Aerius-berekening nodig.
- Soorten
Geen
NNN-gebieden §4.3.2
Geen
Structuurvisie Utrecht – Belangrijke leefgebieden §4.3.3 Houtopstanden §4.3.4
Geen
Watersnip Advies
Geen
4
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
1.1.3 Soortbescherming Soortgroep H.4.4 Algemeen §4.4.3 en 4.4.5
Flora §4.4
Overtreding verbodsbepalingen Voor de beschermde soorten Bastaardkikker, Bunzing, Egel en Haas geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming door de provincie Utrecht. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden. Nee
Vogels §4.5.1 Jaarrond beschermde nesten Vissen §4.5.2
Nee
Amfibieën §4.5.3
Nee
Reptielen §4.5.4
Nee
Grondgebonden zoogdieren §4.5.5 Vleermuizen§4.5.6
Nee Nee
Overige soorten§4.5.7
Nee
Nee
Aanvullende maatregelen vereist Soortgroep H.4 Overtreding verbodsbepalingen, aanvullende maatregelen vereist Vogels §4.5.1 Nee. Er zijn geen bomen en struiken in het plangebied. In de loods zijn geen nesten aangetroffen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren.
1.2
Aanbevelingen
Uit de bureaustudie is gebleken dat binnen een afstand van 1km vleermuizen en vogels met jaarrond beschermde nesten (o.a. Huismus) zijn waargenomen. Het wordt aanbevolen in de nieuwe woning verblijven aan te brengen voor vleermuizen en huismussen. Indien een dakpannendak wordt geplaatst, houd dan de onderste twee rijen bereikbaar voor broedende mussen. In de buitenruimte kan vegetatie worden aangebracht die als leefomgeving voor huismussen van belang is, zoals hagen van Liguster, Gele kornoelje en Haagbeuk. En voor vleermuizen enkele bomen.
Watersnip Advies
5
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
2 Locatiebeschrijving 2.1
Huidige situatie
Locatie Heeswijk 109 ligt in de kilometervakken met de Amersfoortse coördinaten:126, 451
Figuur 1: Ligging plangebied, gele cirkel (Top25NL, 2021) Op de locatie Heeswijk 109 is het bedrijf Hendrikx en Spruit BV, Bouw- en aannemingsbedrijf gevestigd. Het terrein betreft een erf en een loods met kantoorruimte. De loods ligt in de smalle bedrijfsmatige bebouwingsstrook tussen de N228 aan de zuidzijde en de Hollandse IJssel aan de noordzijde.
Figuur 2: Noordzijde loods richting het oosten (l) en westen (r) Watersnip Advies
6
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
De loods is opgebouwd uit bakstenen gevels met een golfplaten dak. De bovenste helft van de gevel (onder de dakgoot) is aan de noord- en zuidzijde afgewerkt met kozijnen met ramen of trespa panelen. Aan de zuidzijde zitten roldeuren die toegang geven tot de loods.
Figuur 3: Zuidzijde (l) en noordzijde (r) loods
Figuur 4: Oostzijde (l) loods en westzijde (r) met kantoordeel De loods is de afgelopen jaren gebruikt als werkplaats en opslagruimte voor het aannemingsbedrijf.
Figuur 5: Binnenzijde loods met dakafwerking aan de binnenzijde
Watersnip Advies
7
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
2.2
Plannen
Het initiatief betreft de sloop van de loods en de bouw van een nieuwe woning. De bestemmingsplanwijziging is in voorbereiding. De realisatieplanning is nog niet uitgewerkt. Op dit moment is de aanvang van de sloop nog niet geagendeerd.
Watersnip Advies
8
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
3 Toetsingskader 3.1
Europese richtlijnen
Binnen de Europese Unie vormen de Natura2000-gebieden een netwerk van beschermde natuur. Het doel van deze gebieden is het behoud van de biodiversiteit in Europa. Het beschermen van kwetsbare planten en dieren en hun leefgebieden is hierbij het uitgangspunt. Deze richtlijnen zijn in Europa uitgewerkt in de Vogel- en Habitatrichtlijn. In de Nederlandse wetgeving zijn deze geïmplementeerd in de Wet Natuurbescherming. Deze wet is van kracht geworden op 1 januari 2017. (Ministerie van Landbouw, 2020) 3.2
Landelijk natuurbeleid- en wetgeving
3.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) In de Wet Natuurbescherming zijn per 1 januari 2017 drie wetten opgenomen, te weten de Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet en Boswet. Natura2000-gebieden In Nederland zijn gebieden aangewezen als speciale beschermingszones. Deze gebieden vallen onder de Vogelrichtlijn en/of de Habitatrichtlijn en worden aangeduid als Natura2000gebieden. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd. Per provincie is het college van Gedeputeerde Staten verantwoordelijk voor het treffen van instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen. Tevens heeft de provincie de bevoegdheid om bijzondere landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen, mits deze niet reeds onder een Natura2000-gebied vallen. Activiteiten die mogelijk negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van de natuurlijke habitats, of die habitats van soorten kunnen verslechteren of een significant verstorend effect zouden kunnen hebben op aangewezen soorten binnen een gebied, zijn vergunningplichtig. Soorten De soortenbescherming is bedoeld om in het wild levende planten- en diersoorten te beschermen als er werkzaamheden plaatsvinden in en rond het leefgebied van een soort.
In de Wet Natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden; Europees beschermde soorten vallen onder beschermingsregimes soorten ‘Vogelrichtlijn (Wnb-vrl) en beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn’ (Wnb-hrl) en nationaal beschermde soorten vallen onder beschermingsregime ‘andere soorten’ (Wnb- andere soorten). Werkzaamheden die schade kunnen veroorzaken aan soorten zijn, o.a.; (ver)bouwen, slopen, of wegen aanleggen, water dempen en graven. Voor werkzaamheden die geen schade veroorzaken aan beschermde soorten, hoeft vooraf niets geregeld te worden. Als het echter onmogelijk is om schade aan beschermde soorten te voorkomen, dan moet vooraf bepaald worden of er een vrijstelling geldt of dat er een ontheffing moet worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Wanneer in geval van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting schade ontstaat aan beschermde planten en dieren, is het mogelijk te werken met een goedgekeurde gedragscode die
Watersnip Advies
9
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
toepasbaar is voor de geplande activiteiten en de aangetroffen soorten. Indien dit niet het geval is en er schade ontstaat aan beschermde soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd. Ontheffingen worden aangevraagd bij de provincie. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Een ontheffing wordt alleen toegekend als de werkzaamheden het voortbestaan van de soort niet in gevaar brengen. Het integreren van ecologische maatregelen in het plan kan een ontheffingsaanvraag voorkomen. Hierbij gaat het om het consolideren van het leefgebied van populaties. Deze maatregelen dienen voorafgaande aan de werkzaamheden uitgevoerd te worden om zo de functionaliteit van het plangebied voor de beschermde soort(en) ten allen tijden te behouden. Het gaat daarbij dus om het voorkómen van schade. Deze ecologische maatregelen dienen opgesteld te worden door of in samenwerking met een ter zake kundige.
Figuur 6: Stappenplan onderzoek Wet natuurbescherming (Stroomschema soortbescherming, 2021) In het kader van de Wet natuurbescherming zijn alle vogels beschermd. Tijdens het broedseizoen zijn de nesten van alle vogels beschermd en mogen niet verontrust worden. Nesten van sommige vogelsoorten zijn jaarrond beschermd. Ten aanzien van jaarrond beschermde nesten onderscheidt de Wnb vijf categorieën: nesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (1), nesten van koloniebroeders die jaarlijks dezelfde vaste broedplaats hebben (2), nesten van vogels die niet in kolonie broeden maar wel jaarlijks dezelfde vaste broedplek hebben (3), nesten van vogels die jaarlijks gebruik maken van hetzelfde nest (4) en ten slotte nesten van vogels die geneigd zijn terug te keren naar de broedplek van het vorige jaar, maar wel flexibel genoeg zijn om zich elders te vestigen indien nodig (5). De nesten van de vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd. De nesten van de soorten in categorie (5) zijn jaarrond beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn of als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Watersnip Advies
10
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
Algemene zorgplicht (artikel 1.11) Voor Natura2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende planten- en diersoorten geldt de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor Natura2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten, of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Houtopstanden, hout en houtproducten Het is verboden om een houtopstand buiten de grenzen van de bebouwde kom geheel of gedeeltelijk te kappen, zonder hier voorafgaande aan de werkzaamheden melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Indien er houtopstand gekapt moet worden geldt er een herplantplicht. Let wel, hakhoutbeheer geldt als bestendig beheer. Het gaat om kappen ter verwijdering op korte of langere termijn. 3.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), in de wet benoemd als de (voormalige) Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een netwerk van natuurgebieden in Nederland om de biodiversiteit te behouden en te versterken.
Via dit netwerk kunnen planten en dieren zich verspreiden, waardoor de kans op uitsterven of inteelt verkleind wordt. De NNN bestaat uit: Natura 2000 gebieden; bestaande natuurgebieden, zoals de Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, die beheerd worden volgen agrarisch natuurbeheer en; grote wateren, zoals meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en Waddenzee. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan van 1990, en via de planologische kernbeslissing Nota Ruimte van de voormalige Ministeries van VROM, LNV, V&W en EZ (2006) voortgezet in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, opgesteld door het Ministerie van I&M (2012). In 1995 werden de doelsoorten en natuurdoeltypen gedefinieerd, die in 2000 werden doorgevoerd in de provinciale plannen. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de uitvoering van de NNN. De natuur in de NNN is beschermd middels een ‘nee, tenzij’-regime. Binnen de NNN zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken. Eventuele schade moet zoveel mogelijk worden gemitigeerd en/of gecompenseerd. 3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Ontwerp Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (herijking 2016) Op 4 februari 2013 is de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 vastgesteld door Provinciale Staten van Utrecht. De Structuurvisie geeft op regionaal niveau invulling aan de ruimtelijke ordening en maatregelen op het gebied van verkeer en vervoer. In 2016 heeft een herijking van deze Structuurvisie plaatsgevonden. In december 2018 is een tweede partiële herziening van de structuurvisie vastgesteld.
Watersnip Advies
11
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
Het ruimtelijk beleid van de Provincie is gericht op drie pijlers: Een duurzame leefomgeving Vitale dorpen en steden Landelijk gebied met kwaliteit Uitgangspunten voor het Landelijk gebied met kwaliteit zijn: 1. Uitnodigende zones die stad en land verbinden en bijdragen aan de kwaliteit van het binnenstedelijk leefmilieu. 2. Behouden en versterken van de kernkwaliteiten van het landschap en behoud van aardkundige waarden. 3. Behouden en ontwikkelen van een vitaal en samenhangend stelsel van natuurgebieden. 4. Een economisch vitale en duurzame landbouwsector. 5. Behouden en ontwikkelen van de mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding (recreatie en toerisme). 6. Behouden van gebieden waar rust en stilte kan worden ervaren.
Figuur 7: Bescherming leefgebieden, Natuurnetwerk Nederland en Groene contour (Utrecht, ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht, 2021) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS) is reeds in hoofdstuk 3.2.2 ter sprake geweest. Er liggen ook natuurwaarden buiten het NNN en de groene contour. Deze dragen veelal bij aan de essentiële gebiedskenmerken en aan de regionale biodiversiteit en dienen daarom behouden te blijven. Op de kaart ‘5. Bescherming kwaliteiten, 5.4 Natuur’ van de Provincie Utrecht (zie figuur 7) zijn de gebieden aangegeven waar zich de belangrijkste natuurwaarden buiten de NNN en de groene contour bevinden. Een specifieke categorie van natuurwaarden buiten de NNN zijn weidevogel-kerngebieden. Weidevogels zijn karakteristiek in het traditioneel open (veen)weidelandschap. Om de weidevogels en het cultuurlandschap waarin zij verblijven te behouden, beschermt de Provincie deze landschappen tegen inbreuken op de openheid en verkavelingsstructuur.
Watersnip Advies
12
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
4 Resultaten onderzoek en toetsing 4.1
Te toetsen initiatief
Het initiatief betreft de sloop van de loods aan de Heeswijk 109 en de bouw van een nieuwe woning. De bestemmingsplanwijziging is in voorbereiding. De realisatieplanning is nog niet uitgewerkt. Op dit moment is de aanvang van de sloop nog niet geagendeerd. 4.2
Methode
Voordat begonnen is met het verkennend veldonderzoek, is een korte, grondige bureaustudie uitgevoerd, waarbij diverse internetsites, relevante artikelen en verspreidingskaarten (o.a. RAVON) zijn geraadpleegd, om te bepalen welke beschermde planten- en diersoorten in het plangebied zouden kunnen voorkomen. Via de Nationale Databank Flora en Fauna (Fauna, 2021) is een overzicht opgevraagd van voorkomende soorten in en rond het plangebied. De bureaustudie dient ertoe een meer gerichte, effectieve en efficiënte veldinventarisatie te kunnen uitvoeren. Soorten die op een afstand van 0 tot 1km zijn waargenomen worden in dit rapport behandeld. Soorten die op een afstand van 1 km en verder zijn waargenomen worden niet behandeld vanwege het ontbreken van relevant habitat op de planlocatie.
Figuur 8: Ingevoerde plangebied van de NDFF rapportage Op 22 maart 2021 heeft een gekwalificeerde medewerker van Watersnip Advies een Floraen fauna-inventarisatie gedaan in het plangebied. Er is specifiek aandacht besteed aan de functie die de gebouwen zouden kunnen vervullen voor vleermuizen en vogels. Tijdens de veldinventarisatie is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, 2020) Watersnip Advies
13
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. Het pand is bouwkundig nauwkeurig onderzocht op mogelijke gaten en kieren die mogelijk geschikt kunnen zijn als invliegopening voor vleermuizen. Met behulp van een schroevendraaier en koevoet zijn de aanwezige spleten/ruimten gecontroleerd op mogelijkheid als invliegopening voor vleermuizen. Er is gezocht op sporen die duiden op aanwezigheid van vleermuizen (bijv. uitwerpselen). De bevindingen en waarnemingen zijn getoetst aan het vigerend beleid. Achtereenvolgens komen gebiedsbescherming, belangrijke leefgebieden en soorten flora en fauna aan bod. 4.3
Gebiedsbescherming
4.3.1 Gebiedsbescherming Natura2000-gebieden (Wnb 2017) De planlocatie Heeswijk 109 in Montfoort maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. (Rijksoverheid, 2021)
Figuur 9: Ligging planlocatie Heeswijk 109 in Montfoort (rode stip) ten opzichte van Natura 2000-gebieden
De rand van dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied de ‘Uiterwaarden Lek’ ligt op 8,5 km ten zuiden van de planlocatie. Tot een afstand van 10km zijn er geen andere Natura 2000-gebieden.
Het Natura 2000 gebied Uiterwaarden Lek bestaat uit vier terreinen in de uiterwaarden van de Lek tussen Vianen en Schoonhoven. Het gaat om de Willige Langerak en het nabij gelegen schiereiland De Bol op de noordoever van de rivier (provincie Utrecht) en - op de zuidoever - de Koekoeksche Waard en de Kersbergsche- en Achthovensche uiterwaarden, met daarin het terreintje Luistenbuul (provincie Zuid-Holland). Gezamenlijk bevatten deze
Watersnip Advies
14
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
terreinen de best ontwikkelde voorbeelden van het habitattype stroomdalgraslanden langs de Lek. De doelsoort voor het Natura 2000-gebied ‘Uiterwaarden Lek’ is: de Kamsalamander. Deze soort heeft de voorkeur voor landschappen met bospercelen, heggen en struwelen. Het habitat waarin de Kamsalamander zich voortplant bestaat uit matig voedselrijke tot voedselrijke wateren en poelen met stilstaand water en een rijke watervegetatie. Migratie vindt plaats binnen enkele honderden meters. De planlocatie ligt op 8,5km van het Natura 2000-gebied. Gezien het ontbreken van het habitat en de ruime afstand tot het Natura 2000gebied is een negatief effect op de doelsoort van het Natura 2000-gebied niet aan de orde. Het Natura 2000-gebied heeft een aanwijzing voor de volgende habitattypen: H3270 Slikkige rivieroevers H6120 Stroomdalgraslanden H6430B Ruigten en zomen H6510A Glanshaver- en vossenstraarthooilanden H91E0A Vochtige alluviale bossen (ontwerp) In deze habitattypen zitten stikstofgevoelige habitats. Stikstofdepositie Uit: Woningbouw en Natura 2000 Vuistregels bij het beoordelen van stikstofdepositie (J.T.B. Cardinaals, 2019). De realisatie van een bestemmingsplan voor woningbouw kan bijdragen aan de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Een te hoge stikstofdepositie kan gevolgen hebben voor de voor stikstof gevoelige natuur in Natura 2000-gebieden.
Tot 29 mei 2019 vormde het PAS (Programma Aanpak Stikstof) het toetsingskader voor woningbouw en andere plannen of projecten. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State het PAS ongeldig verklaard. Hierdoor is voor veel woningbouwplannen onduidelijkheid ontstaan omtrent de vergunningverlening en hoe om te gaan met de veelal beperkte bijdrage aan de stikstofdepositie als gevolg van deze plannen. Hoewel er bij de realisatie en het gebruik van nieuwe woningen sprake zal zijn van emissie van stikstof, hoeft dit niet altijd tot problemen voor natuur in Natura 2000gebieden te leiden. De Directie Ruimtelijke Ordening van het Ministerie van Binnenlandse Zaken heeft gevraagd vuistregels op te stellen om in een vroegtijdig stadium van de planvorming een eerste indicatie te geven van de risico’s op effecten op Natura 2000-gebieden. Deze ‘vuistregels’ zijn opgesteld voor kleinschalige woningbouwplannen, dat wil zeggen woningbouwplannen met een omvang van enkele tientallen woningen. De effectafstanden zijn berekend voor één tot 500 woningen. Het betreft plannen voor nieuwe woningen waarbij ‘gasloos bouwen’ het uitgangspunt is.
Dit betekent dat bij het gebruik van de woning (verwarmen, koken etc.) geen emissie van stikstof optreedt, maar de emissie een gevolg is van het woon-werkverkeer en andere verkeersbewegingen, sfeerverwarming (bijvoorbeeld open haard en BBQ) en de aanwezigheid van mensen en huisdieren. Ook tijdens de bouwfase kan stikstof vrijkomen, door toepassing van machines met verbrandingsmotoren en door transport van bouwmaterialen en bouwafval. Woningbouwplannen kunnen allerlei typen van woningen omvatten, maar in de vuistregels is uitgegaan van vrijstaande woningen, rijtjeswoningen en appartementen. Watersnip Advies
15
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
Aan deze categorieën is voor het gebruik een aantal verkeersbewegingen gekoppeld op basis van CROW-kentallen (CROW 2018). Als het aantal verkeersbewegingen bekend is, kunnen ook plannen met combinaties van deze categorieën worden beoordeeld. In onderstaande afbeelding is de minimale afstand tot een Natura 2000-gebied weergegeven voor de bouwfase van woningbouwplannen waarbij geen sprake is van depositie op het Natura 2000-gebied.
Figuur 10: Effectafstanden waarbij de depositie in de bouwfase 0,00mol N/ha/jr is Het initiatief is te vergelijken met 1 grondgebonden woning. De effect afstand is 0,9km. Het initiatief ligt op 8,5km van het Natura 2000-gebied. Het initiatief zal tijdens de realisatiefase in het Natura 2000-gebied niet leiden tot deposities boven 0,00mol/ha/jr.
Figuur 11: Vervoersbewegingen per dag
Watersnip Advies
16
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
Figuur 12: Effectafstanden voor het toekomstig gebruik Het initiatief is te vergelijken met 1 grondgebonden woning. Een dergelijk object komt overeen met 9 vervoersbewegingen per dag. De effectafstand is 0,6km. Het initiatief ligt op 8,5km van het Natura 2000-gebied. Het initiatief zal niet leiden tot deposities boven 0,00mol/ha/jr in de gebruiksfase. 4.3.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) De planlocatie ligt in de bedrijfsmatige bebouwingsstrook langs de provinciale weg. De planlocatie maakt geen deel uit van een NNN-gebied. Ook zijn er geen bijzondere landschapselementen aanwezig in de planlocatie. De ruimtelijke ingrepen die verband houden met de sloop van de loods en de bouw van de woning zullen vanwege de ligging van de planlocatie geen schade veroorzaken aan de NNN.
Figuur 13: Bescherming leefgebieden, Natuurnetwerk Nederland en Groene contour (Utrecht, ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht, 2021) 4.3.3 Belangrijke leefgebieden Provincie Utrecht (Provinciaal beleid) De planlocatie ligt in de bedrijfsmatige bebouwingsstrook langs de provinciale weg. De planlocatie maakt geen deel uit van een bijzonder provinciaal natuurgebied of leefgebied. Vanwege de ligging buiten belangrijke leefgebieden zal het initiatief geen negatieve gevolgen hebben voor dit belangrijke leefgebied.
Watersnip Advies
17
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
Landschap Groene Hart Uit: (Landschap Groene Hart, 2021) Het Utrechtse deel van het Groene Hart heeft een zeer divers landschap met tegenstellingen. Rust en weidse open weidegebieden zijn de essentie, maar er zijn ook dynamische zones met economische dragers en transportassen. Vroeger waren dat vooral de rivieren en hun oevers, tegenwoordig zijn dat wegen, spoorlijnen en kanalen. Naast de openheid heeft de aanleg van buitenplaatsen geleid tot landschappen met monumentale bebouwing en oude parkbossen, die juist intiem en besloten zijn. In het Groene Hart vinden we verder naast groen ook boerderijlinten, dorpen en grotere steden als Woerden en Mijdrecht. Nationaal Landschap het Groene Hart vervult een belangrijke functie als recreatiegebied voor de steden die er omheen liggen en ontleent daar mede haar bestaansrecht aan. Deze recreatieve functie zorgt voor reuring. Kernkwaliteiten openheid (veen)weidekarakter, inclusief strokenverkaveling, lintbebouwing, etc. landschappelijke diversiteit rust en stilte Centraal staat het versterken van de diversiteit op het schaalniveau van de verschillende typen landschap. Daarbij worden de kernkwaliteiten gerespecteerd en benut om de contrasten tussen de verschillende typen landschap te behouden en versterken.
De focus ligt op het behouden, benutten en versterken van de contrasten tussen: openheid en intimiteit rust en reuring oude en nieuwe overgangen Met de sloop van de loods en bouw van een woning worden geen kernwaarden van het landschap Groene Hart aangetast. 4.3.4 Bescherming houtopstanden (Wnb 2017) De planlocatie ligt buiten de bebouwde kom van de kern Hekendorp in de gemeente Oudewater. Er is geen sprake van het kappen van houtopstanden. De herplantplicht (bomenkappen, 2021) in het kader van de Wet Natuurbescherming is daarom niet aan de orde. 4.4
Flora
De rapportage van het NDFF geeft aan dat op 0-1km van de planlocatie geen beschermde plantensoorten zijn waargenomen. De locatie betreft een loods. Deze loods is gelegen in de bedrijvenstrook tussen de Hollandse IJssel aan de noordzijde en N228 aan de zuidzijde. Aan de oostzijde staat een woning en ligt het erf van een bedrijf. Aan de westzijde staat een woning. De loods is omringd door verhard terrein. Er is nauwelijks vegetatie aanwezig. Aan de noordzijde bevindt zich tussen de tegels, klinkers en rijplaten enige vegetatie. Enkele algemene soorten: Klein hoefblad, Brandnetel en een distel. Op de muren zijn geen planten aangetroffen.
Watersnip Advies
18
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
Figuur 14: Klein hoefblad (l) en rozet van een distel (r) Aan de zuidzijde ligt een verhard erf. Er zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Er is binnen het plangebied ook geen geschikt habitat aanwezig voor beschermde plantensoorten, die vaak specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving. Beschermde plantensoorten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. Conclusie flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Er is binnen het plangebied ook geen geschikt habitat aanwezig voor beschermde plantensoorten, die vaak specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving. Beschermde plantensoorten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. Er vinden geen verbodsovertredingen plaats in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot beschermde plantensoorten. 4.5
Fauna
4.5.1 Vogels De rapportage van het NDFF geeft aan dat op 0-1km van de planlocatie de volgende vogelsoorten zijn waargenomen: Boomvalk, Buizerd, Gierzwaluw, Grote Gele Kwikstaart, Havik, Huismus, Kerkuil, Ooievaar, Ransuil, Roek, Sperwer en Steenuil. Veldbezoek: Tijdens de inventarisatie zijn geen vogels waargenomen in en bij de loods. In de tuin bij de woning aan de westzijde en op het dak van die woning zijn mussen waargenomen. In de Hollandse IJssel zwommen een Meerkoet en Fuut. Rond de loods, op het terrein van het plangebied is geen vegetatie aanwezig die een functie voor vogels vervult.
Watersnip Advies
19
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
Het dak van de loods bestaat uit platen afgedekt met een bitumenlaag. In het verleden is bovenop deze dakbedekking isolatie aangebracht dat aan de buitenkant is afgedekt met een golfplaten dak. Een dergelijk golfplatendak wordt niet door huismussen en gierzwaluwen gebruikt om onder te broeden; de platen worden in de zomerperiode te heet.
Figuur 15: Golfplaten dak (l) en afwerking dak aan de binnenzijde (r)
Figuur 16: Daklijst aan oostzijde gevel (l) en trespaplaten (r) aan westgevel
De gevel is enkelsteens gebouwd; er is geen spouw aanwezig. Op enkele locaties zitten ventilatiespleten in de gevel. Deze hebben directe doorgang naar de open binnenruimte van de loods. In de kantoorruimte zijn deze spleten van binnenuit gevuld en afgeplakt. Op de gevels en op de trespaplaten zijn geen poepsporen waargenomen.
Figuur 17: Afgesloten ventilatiespleten De aansluitingen van de kozijnen in de gevel netjes afgewerkt en aangesloten. De trespaplaten zijn netjes geplaatst en de randen zijn met PUR gedicht. Watersnip Advies
20
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
Figuur 18: Aansluiting kozijnen op gevel en afdichting trespaplaten met PUR In de loods zijn aan de binnenzijde geen (oude) nesten aangetroffen. Er zijn geen kapotte ramen en of openingen waardoor vogels zonder obstakels naar binnen kunnen. Het algemene beeld was dat de ruimtes netjes en opgeruimd waren.
Figuur 19: Binnenzijde loods De in de NDFF rapportage waargenomen soorten komen om verschillende redenen niet in het plangebied voor: Boomvalk, Buizerd, Grote gele kwikstaart, Havik, Ransuil en Roek maken geen nesten in/op gebouwen. Gierzwaluw, Huismus, Kerkuil, Ooievaar, Sperwer en Steenuil maken/gebruiken nesten in/op gebouwen. Het dak en de binnenruimte van het pand is niet geschikt voor deze soorten. o Gierzwaluw broedt in gebouwen. Vanuit de nestlocatie is een vrije uitval/aanvliegruimte noodzakelijk. De noord- en zuidgevel zijn onvoldoende hoog voor deze vrije valruimte. Op de kopgevels aan de oost- en westzijde zijn geen invliegruimtes waargenomen. Ook zijn geen mestsporen op de gevels aangetroffen. De loods wordt niet gebruikt door gierzwaluwen. o Huismus broedt onder dakpannen. Het golfplatendak is ongeschikt voor huismussen. De waargenomen mussen maakten gebruik van de woningen die ten zuiden en westen van de loods staan. De loods wordt niet door huismussen gebruikt. Watersnip Advies
21
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
o
o o
De loods is gesloten en daarmee ontoegankelijk voor een Kerkuil. Er is geen nest aangetroffen. Ook zijn er geen sporen aangetroffen van het gebruik van de binnenruimte door de Kerkuil. De loods is voor Ooievaar en Sperwer te laag. Steenuil kan in nissen van gebouwen broeden. De loods heeft strak afgewerkte gevels, voor een deel afgewerkt met trespaplaten. In de directe omgeving is er nauwelijks vegetatie aanwezig. Er zijn geen gaten of nissen aangetroffen die door de Steenuil gebruikt zouden kunnen worden. Er zijn ook geen braakballen aangetroffen of mestsporen.
Conclusie vogels Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een nest in aanbouw of een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels. Binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten of geschikte locaties voor jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Het dak is niet geschikt voor andere vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals roofvogels en uilensoorten. Jaarrond beschermde nesten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. Er vinden geen verbodsovertredingen plaats in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot vogels. 4.5.2 Vissen Uit de bureaustudie blijkt dat er geen beschermde soorten voorkomen op 0-1km van de planlocatie. Binnen de planlocatie ligt geen water. Er worden binnen de planlocatie geen beschermde vissoorten verwacht. Conclusie vissen Door het ontbreken van geschikt biotoop en het niet voorkomen van beschermde vissoorten, vinden er geen verbodsovertredingen plaats in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot vissen.
4.5.3 Amfibieën De rapportage van het NDFF geeft aan dat op 0-1km van de planlocatie waarnemingen zijn gedaan van Bastaardkikker, Rugstreeppad en Heikikker. Er zijn geen andere beschermde amfibieën waargenomen. Tijdens de inventarisatie zijn geen beschermde amfibieën aangetroffen. Binnen het plangebied ligt geen water of habitat dat voor amfibieën interessant is. Er worden binnen het plangebied geen beschermde amfibieën verwacht. De in de NDFF rapportage waargenomen soorten komen om verschillende redenen niet in het plangebied voor: De Bastaardkikker (Wnb-andere soorten) komt algemeen voor in vrijwel heel Nederland. Het is een zon- en warmteminnende soort met een voorkeur voor onbeschaduwde wateren. De oeverzone moet bij voorkeur goed begroeid zijn. De bastaardkikker is weinig
Watersnip Advies
22
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
kieskeurig en komt in allerlei uiteenlopende habitats voor. Op de planlocatie is geen water aanwezig. De Rugstreeppad (Wnb-hrl/ Rode lijst status ‘gevoelig’) komt voornamelijk voor op zandige terreinen met een betrekkelijk hoge dynamiek, zoals de duinen, de uiterwaarden van grote rivieren, opgespoten terreinen, heidevelden en akkers. Voor de voortplanting maakt de Rugstreeppad gebruik van ondiepe plassen en poelen om haar eieren in af te zetten. De Rugstreeppad maakt voor de overwintering gebruik van rommelhoekjes met opgeslagen stenen of van braakliggende zandhopen, waarin hij zich makkelijk kan ingraven. Het is een soort die op zoek naar interessante milieus flinke afstanden kan afleggen. o De loods en het terrein eromheen is een sterk verharde omgeving. Er zijn geen rulle zandhopen aangetroffen waar de Rugstreeppad in kan overwinteren. Het terrein is regelmatig afgewerkt. Er zijn kuilen en onregelmatigheden waar plassen kunnen ontstaan die langduriger aanwezig blijven. De Heikikker (Wnb-hrl) komt voor in o.a. vochtige heidegebieden en hoog- en laagveengebieden. Hij geeft de voorkeur aan schrale omstandigheden. Voor de voortplanting is hij afhankelijk van ondiep zuur (pH 4 – 5,5) water met oevervegetatie. Verder moet er voldoende ruige en structuurrijke vegetatie aanwezig zijn waar deze kikker kan schuilen tegen predatoren.
Het gewenst schrale, voedselarme habitat voor de Heikikker komt niet voor op de planlocatie. Binnen het plangebied ligt geen water of habitat dat voor amfibieën interessant is. Er worden binnen het plangebied geen beschermde amfibieën verwacht.
Conclusie amfibieën Voor de algemene soort Bastaardkikker uit de categorie ‘Wnb-andere soorten’ geldt een algemene vrijstelling. De Heikikker komt niet voor vanwege het ontbreken van geschikt habitat. Het terrein wordt netjes onderhouden. Een dergelijk terrein is niet aantrekkelijk voor de Rugstreeppad. Deze wordt derhalve hier niet verwacht. Er zal met betrekking tot amfibieën geen overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming plaatsvinden. 4.5.4 Reptielen De rapportage van het NDFF geeft aan dat op 0-1km van de planlocatie geen waarnemingen zijn gedaan van beschermde reptielensoorten. Tijdens de inventarisatie zijn geen beschermde reptielen aangetroffen. Binnen de planlocatie ligt geen water of habitat dat voor beschermde reptielensoorten interessant is. Op basis van de bureaustudie en het veldbezoek worden binnen het plangebied geen andere beschermde reptielen verwacht. Conclusie reptielen Er zijn binnen het plangebied geen beschermde reptielensoorten aangetroffen. Er is binnen het plangebied ook geen geschikt habitat aanwezig voor beschermde reptielensoorten. Er vinden geen verbodsovertredingen plaats in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot beschermde reptielensoorten.
Watersnip Advies
23
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
4.5.5 Grondgebonden zoogdieren Uit de bureaustudie blijkt dat er meerdere beschermde zoogdieren voorkomen in de directe omgeving van de planlocatie (0-1 km): Bunzing, Egel, Haas (allen Wnb-andere soorten). Voor de algemene soorten uit de categorie ‘Wnb-andere soorten’ geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming in de provincie Utrecht. Tijdens het veldbezoek zijn geen grondgebonden beschermde zoogdieren waargenomen. Tijdens het veldbezoek zijn geen grondgebonden beschermde zoogdieren waargenomen. De in de NDFF rapportage waargenomen soorten komen niet in de planlocatie voor. Voor alle soorten geldt: de planlocatie is een gecultiveerde omgeving die intensief wordt gebruikt. Dit komt niet overeen met de wensen van de leefomgeving voor de betreffende soorten. Egel (Wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’). Egel komt in bijna alle landschappen voor. In sommige gebieden zijn ze algemener dan in andere. Tuinen, bosranden, struweel en loofbos, liefst met ondergroei, zijn goede leefgebieden. Egels komen ook in steden voor, zolang er maar groen en schuilplaatsen aanwezig zijn. Dit is op deze locatie niet aan de orde. Bunzing (Wnb-andere soorten) geeft de voorkeur aan kleinschalige landschappen met voldoende schuilmogelijkheden in de vorm van houtwallen, bomen en bosranden, riet- en moerasgebied.
Daarnaast moet er water in de buurt zijn. Ook in open weidegebieden met sloten kan deze soort voorkomen. Haas (Wnb-andere soorten/ Rode lijst status ‘gevoelig) heeft een voorkeur voor kleinschalig gras- en bouwland, open veld als akkers en weilanden. Hazen zijn planteneters. Hazen bewonen geen holen, ze maken legers: ondiepe uithollingen in het land. De locatie betreft een loods en de buitenruimte. Deze locatie heeft geen geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Beschermde grondgebonden zoogdieren worden binnen het plangebied niet verwacht vanwege het ontbreken van geschikte milieus. Conclusie grondgebonden zoogdieren Voor de Bunzing, Egel en Haas geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming in de provincie Utrecht. Tijdens het veldbezoek zijn geen andere beschermde soorten aangetroffen. Door het ontbreken van geschikt habitat en het niet voorkomen van beschermde grondgebonden zoogdieren, vinden er geen verbodsovertredingen plaats in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot grondgebonden zoogdieren. 4.5.6 Vleermuizen Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld in deze rapportage. Alle vleermuizen die voorkomen in Nederland zijn beschermd (Wnb-hrl).
Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde vleermuissoorten Gewone dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Laatvlieger, Rosse vleermuis, Ruige dwergvleermuis, Tweekleurige vleermuis en Watervleermuis voorkomen in de omgeving van het plangebied (0-1 km). Veldbezoek Tijdens de veldinventarisatie is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur (Vleermuisprotocol 2021, 2020) geïnventariseerd welke functies
Watersnip Advies
24
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
de planlocatie ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. De loods is bouwkundig nauwkeurig onderzocht op mogelijke gaten en kieren die mogelijk geschikt kunnen zijn als invliegopening naar verblijfsruimtes voor vleermuizen. Foerageergebied is beschermd indien het van groot belang is voor de functionaliteit van de verblijfplaatsen van de soorten, doordat er onvoldoende alternatieven aanwezig zijn. Vleermuizen die gebruik maken van bomen Gewone grootoorvleermuis, Rosse vleermuis, Ruige dwergvleermuis en Watervleermuis (BIJ12, 2017) zijn soorten die in een boom- of bosrijke omgeving voorkomen en daar hun verblijfsplaats hebben. Op de planlocatie zijn geen bomen aanwezig. Deze soorten worden hier niet verwacht. Vleermuizen die gebruik maken van gebouwen De Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger en Tweekleurige vleermuis zijn soorten die verblijfsplaatsen in gebouwen hebben. (verspreidingsatlas.nl, 2021). De Tweekleurige vleermuis maakt gebruik van hoge gebouwen. Dat is bij deze loods niet aan de orde. De gevels zijn enkelsteens opgebouwd en bevatten geen spouw. Op enkele plaatsen is de gevel bedekt met trespaplaten, damwandplaten of houten latten. De tresplaplaten ziin rondom afgedicht met PURschuim. Vleermuizen kunnen er niet achter kruipen. De damwandplaten zitten aan de zuidzijde. Deze wand wordt erg warm als de zon erop staat.
Vleermuizen zullen om deze reden geen gebruik maken van de ruimte tussen de stenen gevel en damwandplaten. Aan de noordzijde is een deel van de gevel met houten latten afgewerkt. De latten lopen door tot aan de dakgoot. De overgangen van kozijnen naar gevel zijn strak afgewerkt.
Figuur 20: Afgewerkte overgang van kozijn naar gevel; er zijn geen kieren De planlocatie ligt in een sterk verharde omgeving van een bedrijventerrein. Er is nauwelijks vegetatie in de directe omgeving van de loods. In de directe omgeving is er geen vegetatie waar gefoerageerd kan worden. Er worden op basis van de bouwkundige staat van de loods, nl. het ontbreken van een spouw, de strakke en afgesloten afwerking en het golfplaten dak geen verblijfslocaties voor vleermuizen verwacht. Bovendien ligt er in de directe omgeving geen foerageergebied. De aanwezigheid van vleermuizen in het plangebied is uitgesloten.
Watersnip Advies
25
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
Conclusie vleermuizen Door het ontbreken van bomen op de planlocatie komen de boombewonende soorten Gewone grootoorvleermuis, Rosse vleermuis, Ruige dwergvleermuis en Watervleermuis niet voor in het plangebied. Door het ontbreken van foerageergebied in de directe omgeving van de loods en door de bouwkundige staat van de loods die ongeschikt is voor gebouwbewonende vleermuizen komen ook de Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger en Tweekleurige vleermuis niet voor in het plangebied. Met de sloop van de loods en bouw van de woning zullen door het ontbreken van geschikt habitat geen verbodsovertredingen plaatsvinden in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot vleermuizen. 4.5.7 Overige soorten De rapportage van het NDFF geeft aan dat op 0-1km van de planlocatie Grote vos (vlinder) is waargenomen. Grote vos zet eitjes af op de bovenste takken van hoge, vrijstaande bomen. Zwervende individuen worden vooral in een bosrijke omgeving gevonden. Op de planlocatie zijn geen bomen aanwezig. Deze vlindersoort wordt op de planlocatie niet verwacht. Op basis van de habitatkenmerken worden binnen het plangebied geen andere beschermde insecten, vlinders of ongewervelde soorten verwacht.
Conclusie overige beschermde soorten Door het ontbreken van overige beschermde soorten en geschikt habitat, vinden er geen verbodsovertredingen plaats in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot overige beschermde soorten.
Watersnip Advies
26
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
5 Conclusies en aanbevelingen Het initiatief betreft de sloop van de loods en de bouw van een nieuwe woning. De bestemmingsplanwijziging is in voorbereiding. De realisatieplanning is nog niet uitgewerkt. Op dit moment is de aanvang van de sloop nog niet geagendeerd. De ingreep is ecologisch getoetst. In dit hoofdstuk volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen. Indien aan de orde wordt aangegeven of er bij het realiseren van het initiatief negatieve gevolgen worden verwacht en/of verbodsbepalingen worden overtreden. 5.1
Conclusies
5.1.1 Gebiedsbescherming Gebiedsbescherming H.4.3
Gevolgen
Natura2000 §4.3.1 - Habitattypen
Geen – Het Natura 2000-gebied de ‘Uiterwaarden Lek’ ligt op 8,5 km ten zuiden van de planlocatie. Het initiatief is te vergelijken met 1 grondgebonden woning. De effectafstand ligt in de aanleg- en realisatiefase op respectievelijk 0,9 en 0,6km. Het initiatief ligt op 8,5km van het Natura 2000-gebied. Het initiatief zal tijdens de realisatiefase in het Natura 2000-gebied niet leiden tot deposities boven 0,00mol/ha/jr. Voor het initiatief is geen Aerius-berekening nodig.
- Soorten
Geen
NNN-gebieden §4.3.2
Geen
Structuurvisie Utrecht – Belangrijke leefgebieden §4.3.3 Houtopstanden §4.3.4
Geen Geen
5.1.2 Soortbescherming Soortgroep H.4.4
Overtreding verbodsbepalingen
Algemeen §4.4.3 en 4.4.5
Voor de beschermde soorten Bastaardkikker, Bunzing, Egel en Haas geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming door de provincie Utrecht. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden. Nee
Flora §4.4 Vogels §4.5.1 Jaarrond beschermde nesten Vissen §4.5.2
Watersnip Advies
Nee Nee
27
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
Amfibieën §4.5.3
Nee
Reptielen §4.5.4
Nee
Grondgebonden zoogdieren §4.5.5 Vleermuizen§4.5.6
Nee
Overige soorten§4.5.7
Nee
Nee
Aanvullende maatregelen vereist Soortgroep H.4 Vogels §4.5.1
Overtreding verbodsbepalingen, aanvullende maatregelen vereist Nee. Er zijn geen bomen en struiken in het plangebied. In de loods zijn geen nesten aangetroffen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren.
5.1.3 Algemene Zorgplicht Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. 5.2
Aanbevelingen
Uit de bureaustudie is gebleken dat binnen een afstand van 1km vleermuizen en vogels met jaarrond beschermde nesten zijn waargenomen. Bij de woning aan de westzijde zijn Huismussen aangetroffen. Het wordt aanbevolen om in de nieuwe woning verblijfsruimtes voor vleermuizen en huismussen in te bouwen. Indien een dakpannendak wordt geplaatst, houd dan de onderste twee rijen bereikbaar voor broedende mussen. Er zijn tegenwoordig vele interessante mogelijkheden voor het creëren van ruimtes voor vogels en vleermuizen op de markt. Er zijn diverse modellen kasten in omloop. Via de website vleermuiskasten.nl is een goed overzicht te verkrijgen. De plaatsing in de gevel is verschillend. Enkele aanbieders zijn: Faunaprojecten.nl, Veldshop.nl, Vivarapro.nl.
Watersnip Advies
28
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
Figuur 21: Mogelijkheden plaatsing van vleermuiskasten in een gevel of schoorsteen. In de buitenruimte kan rekening worden gehouden met deze soorten door passende vegetatie als leef- en foerageergebied aan te brengen. Voor vleermuizen kan gedacht worden aan enkele bomen en voor huismussen aan enkele struiken zoals hagen van Liguster, Gele kornoelje en Haagbeuk.
Ligustrum vulgare , Gewone liguster
Cornus mas, Gele kornoelje
Carpinus betulus, Haagbeuk
Watersnip Advies
29
21A024 VEO Heeswijk 109 Montfoort
6 Bronnen BIJ12. (2017, 04 01). Watervleermuis, Kennisdocument versie 1.0. Utrecht: BIJ12. Opgehaald van www.bij12.nl: https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-020Kennisdocument-Watervleermuis-1.0.pdf Fauna, N. D. (2021). @NDFF - quickscanhulp.nl datum 16 maart 2021. NDFF. J.T.B. Cardinaals, J. D. (2019). Woningbouw en Natura 2000 Vuistregels bij het beoordelen van stikstofdepositie Rapportnummer: 19-246. Culemborg: Bureau Waardenburg. Landschap Groene Hart. (2021, 03 17). Opgehaald van Provincie-Utrecht: https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/natuur/landschap#groene_hart Ministerie van Landbouw, N. e. (2020, 5 18). wetten. Opgehaald van minlnv: https://minlnv.nederlandsesoorten.nl/wetten Rijksoverheid. (2021, 03 17). Natura2000. Opgehaald van Natura2000: https://www.natura2000.nl/gebieden Stroomschema soortbescherming. (2021, 03 17). Opgehaald van regelink.nl: https://regelink.nl/wordpress/wp-content/uploads/2017/02/Stroomschemasoortbescherming.pdf Top25NL. (2021, 03 17). Opgehaald van verspreidingsatlas: https://www.verspreidingsatlas.nl/biodiversiteit/veldkaart.aspx Utrecht, P. (2021, 03 17). bomen-kappen. Opgehaald van Provincie-Utrecht: https://www.provincie-utrecht.nl/loket/vergunningen-en-ontheffingen/bomen-kappen/ Utrecht, P. (2021, 03 17). ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.
Opgehaald van https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.SV1612PRSVA01?s=SANMmAIEAXlMqkeEREEeSD-D_wP0beAAD verspreidingsatlas.nl. (2021, 03 17). Opgehaald van Tweekleurige vleermuis: https://www.verspreidingsatlas.nl/8496250# Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Z. (2020). Vleermuisprotocol 2021. Nijmegen: Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging. 6.1
Geraadpleegde internetsites:
1. www.rijksoverheid.nl 2. www.bij12.nl 3. www.rvo.nl 4. www.ravon.nl 5. www.vleermuis.net 6. www.zoogdiervereniging.nl 7. www.floron.nl 8. www.floravannederland.nl 9. www.vogelbescherming.nl 10. www.waarneming.nl
Watersnip Advies
30
Watersnip Advies
Advies voor ecologie, landschap, water en recreatie Watersnip v.o.f. ’s-Gravenbroekseweg 154 2811 GK Reeuwijk KvK 76653862 +31 (0)182-395460 www.watersnipadvies.info advies@watersnip.info