Reactie op Advies Adviesraad beleidsplan
Tekst van het document
Bijlage: Advies Adviesraad met reactie college Advies Adviesraad Reactie college Uitvoering van het beleidsplan betekent De gemeente Montfoort staat voor kwalitatief een forse aanslag op de goede zorg binnen het beschikbare budget. gemeentebegroting Het is daarbij juist niet de bedoeling dat de kosten gaan stijgen. We proberen een verschuiving te bewerkstelligen richting: - normaliseren en versterken gewone leven - ouderschap versterken - de hulp die lokaal geboden kan worden, lokaal bieden (sterke lokale teams). - integrale aanpak - de hulp inzetten op de meest kwetsbare situaties. Het aantal relatief dure individuele maatwerkvoorzieningen zal door meer lokale inzet dalen.
Inleiding: Gestreefd wordt naar minder verkokering en een betere afstemming tussen de ketenpartners en te komen tot de éénloketfunctie. Graag zouden wij als Adviesraad zien dat (nog) concreter wordt aangegeven hoe en op welke termijn dit geconcretiseerd moet zijn. Hoofdstuk 1: Uitvoering van het beleidsplan aan de hand van de hier genoemde visie en missie en de kernwaarden stelt de gemeente voor een grote uitdaging. Als regiegemeente is afstemming met de ketenpartners van groot belang.
Hoofdstuk 2: Op papier een mooi model, maar de praktijk is vaak weerbarstiger. Kritisch en tijdig volgen van de uitwerking van het
Maar om dit te bereiken, moeten er eerst lokaal investeringen gedaan worden, zodat onze inwoners lokaal goed geholpen kunnen worden. Deze beweging sluit aan bij de landelijke ontwikkelingen om ondersteuning zo dicht mogelijk bij de inwoner te organiseren (Hervormingsagenda). De gemeente Montfoort is hierover in gesprek met de SWOM (sociaal team) en De Thuisbasis (jeugdteam). Er worden grote stappen richting integraal werken gezet. Hulpvragen die op beide terreinen betrekking hebben worden in gezamenlijkheid opgepakt. De steeds intensievere samenwerking wordt gecontroleerd uitgevoerd (niet te snel, niet te groot). Daarnaast zetten we ons in om ook de andere loketten steeds beter te laten samenwerken. Dat is de gemeente helemaal met de ASD eens. We merken dat het belangrijk is om hierover met de ketenpartners op een lijn te zitten. Daarom hebben we geregeld gesprekken met hen over de visie, missie en kernwaarden. De politie, boa, aanbieders, onderwijs, GGD, lokale teams, huisartsen. We delen onze visie, lichten toe en komen tot een gezamenlijke werkwijze die bij de visie aansluit. In de hervormingsagenda komt een groot aantal punten terug en zal hiermee ondersteunend zijn. Daar gaan we uitvoering aan geven. Een aantal collega’s heeft hierin scholing gevolgd. Steeds meer stakeholders, zoals de GGD en de buurtsportcoach, gaan ook werken met dit model
model. Ons advies is om nog een kritisch te kijken naar de uitleg van het model. Hoofdstuk 3: In dit hoofdstuk wordt het toenemende belang van ondersteuning door vrijwilligers benoemd. Ook wordt vermeld dat te verwachten valt dat het aantal vrijwilligers afneemt. Wij adviseren concreter aan te geven hoe vraag (toename vrijwilligers) en aanbod (afname vrijwilligers) beter op elkaar afgestemd moet worden. Hoofdstuk 4: Uitgegaan wordt van de eigen verantwoordelijkheid als het gaat om de gezonde leefstijl. Gelet op het aantal activiteiten dat op dat op vele terrein wordt ontplooid, is ons inziens duidelijk dat nadrukkelijk stimulans nodig is om resultaten te bereiken. Recentelijke landelijke cijfers geven een beeld van de afname van het lidmaatschap sportverenigingen. Daarbij komen de energiecrisis en de toename dagelijkse kosten die inwoners voor keuzes stellen. Meer inwoners zullen behoefte aan meer (één op één) ondersteuning. Hoofdstuk 5: ‘We kijken zonder vooroordeel’. Hoe wordt dit in de praktijk ervaren? Zijn hier gegevens over? Hoofdstuk 5: In het kader van toenemende dementie wordt het Bakkershuis genoemd. Als Adviesraad is ons inmiddels wel duidelijk geworden dat hier sprake is van een succesvolle invulling van een behoefte. Waarom is een (jaren durende) pilot nodig om vast te stellen of een structurele algemene voorziening wel noodzakelijk is.
Voor ons als Adviesraad is al lang bewezen dat met de voorziening ‘Bakkerhuis’, een besparing op de zorgkosten wordt gerealiseerd. Gelet op een te verwachten toename van het aantal inwoners met (beginnende) dementie, is een concreet plan op de korte termijn hier op zijn plaats.
of kijken hoe ze dit deels kunnen inzetten. Daarbij sluit dit model aan bij onze visie. Niet aanbodgericht, maar aansluiten bij de vraag van de inwoner. Hierover hebben we een tekst aan het beleidsplan toegevoegd.
Er is maar beperkte hulp (capaciteit en middelen) beschikbaar. De Hervormingsagenda vraagt ons die hulp in te zetten in de meest kwetsbare situaties. Dat zullen we doen. Daarbij is het belangrijk om problemen bij de bron aan te pakken. In gezinnen waar armoede heerst wordt jeugdhulp gevraagd. De stress waar het gezin door de armoede mee te maken heeft veroorzaakt jeugdhulpproblemen. Belangrijk is om niet een jeugdhulpoplossing te zoeken, maar om de armoede aan te pakken. En daar zetten we ons voor in.
We weten niet hoe dit in de praktijk ervaren wordt, maar we kunnen dit zeker onderzoeken door het mee te nemen in het cliëntervaringsonderzoek. De pilot is geïnitieerd door SWOM en heeft anderhalf jaar geduurd. Wij zijn het met de ASD eens dat een laagdrempelige opvang voor mensen met dementie een toegevoegde waarde is voor de gemeente Montfoort. SWOM heeft onlangs verzocht of de gemeente Montfoort middelen beschikbaar wil stellen voor de borging van de pilot. Het college en de Raad nemen medio 2023 een besluit over de borging van deze opvang voor de toekomst.
Hoofdstuk 5: Maar liefst 18% van de jongeren geeft aan wel eens, of vaker een suïcidegedachte te hebben. Dit lijkt ons een hoog percentage. Aan welke aanpak voor dit probleem wordt hier gedacht?
Hoofdstuk 6: Vermeld wordt dat de cijfers aangeven dat er sprake is van afname eenzaamheid. Toch geeft 32% van de jongeren aan matig tot ernstig eenzaam te zijn. Welke concrete maatregelen vallen te verwachten om dit percentage te doen dalen? Hoofdstuk 7: De gemeente vergt zelfstandigheid van de inwoners, daar waar het gaat om hun toekomstige woonsituatie. Hier kan alleen sprake van zijn als het volkshuisvestingsbeleid de mogelijkheden biedt om de toekomstige woonbehoefte in te vullen. De praktijk (aanbod) is in dit kader nogal problematisch. Heeft de gemeente actuele gegevens wat de woonbehoefte, kwalitatief en kwantitatief, is onder de bevolking? Hoofdstuk 8: Als Adviesraad staan wij zeer positief ten opzichte van ‘vroegsignalering’ en ‘schuldhulpverlening’. Wij adviseren vroegtijdige een tussentijdse evaluaties zodat, indien nodig, kan worden bijgestuurd. Hoofdstuk 9: Bij dit hoofdstuk vraagt de Adviesraad om extra aandacht. Uitgaande van maatschappelijke ontwikkelingen, meer inwoners met dementie en een ouder wordende bevolking, zal er ons inziens een toenemende behoefte zijn aan goed openbaar vervoer. Verschraling openbaar vervoer om te komen tot
De lokale cijfers wijken niet af van de regionale en landelijke cijfers. Dat betekent niet dat we het niet serieus nemen, maar we zien dat dit landelijk ook wordt opgepakt. Met spotjes en door landelijke partijen en brancheverenigingen. Daarbij moet er minder druk op jongeren gelegd worden. Dit vraag een cultuuromslag. Landelijk, regionaal en lokaal zetten we ons hiervoor in. Tot slot zien we een toename in problematiek door de coronamaatregelen. We proberen de jongeren hierbij zo goed mogelijk te begeleiden. Ook hier zien we dat de coronamaatregelen een negatief effect gehad hebben. Het is fijn dat deze maatregelen niet meer nodig zijn en hopen dat dit bevorderend zal werken voor het welzijn van de jongeren. Montfoort is een heel betrokken en hechte gemeenschap waar veel voor een ander gedaan wordt. Daarbij zullen de komende jaren meer geïnvesteerd worden in preventie en voorliggende voorzieningen wat naar verwachting zal bijdragen aan een krachtige samenleving. Hier is uitgebreid onderzoek naar gedaan. Zowel vanuit de woonbehoefte van inwoners als door onderzoeksbureaus omtrent de woningbehoefte tot 2040.
De vroegsignalering wordt voortdurend gemonitord. Nog voor de zomer vindt een evaluatie plaats. Dit ook omdat er nog geen middelen zijn voor de continuering hiervan in het najaar van 2023 en 2024 e.v. Ook van onze kant zetten wij ons in tegen verdere verschraling van het openbaar vervoer. Wij pleiten dan ook steeds bij de provincie om het handhaven van de huidige en het liefst uitbreiden van de openbaar vervoersmogelijkheden in onze gemeente.
kostenbesparing, lijkt ons niet de goede weg. Er zal dan een toenemende vraag ontstaan naar alternatief vervoer. Vermoedelijk is dit kostentechnisch en maatschappelijk gezien een duurdere oplossing. Hoofdstuk 10: Helder verhaal. Voortdurende aandacht om statushouders te begeleiden naar betaald werk blijft belangrijk. Hoofdstuk 11: Grip krijgen op de kosten van externe partijen is lastig. Ons advies hierin is om vóóraf goede afspraken te maken. Dat Montfoort laag scoort in de kosten Wlz komt ons inzien dat er binnen de gemeente weinig voorzieningen zijn voor inwoners die onder deze categorie vallen. Hoofdstuk 11: De omgekeerde toets blijft een aandachtspunt. Het grijze gebied tussen de hulpvraag en de wettelijke regels behoeft een goede onderbouwing. Als de omgekeerde toets reeds wordt toegepast, wat zijn dan nu de ervaringen? Gesteld wordt dat teveel inwoners met een hoge opleiding gebruik maken van te dure zorg. Als Adviesraad vragen wij ons af hoe deze conclusie tot stand is gekomen. Welke zorg nodig is wordt toch niet door de inwoners zelf beslist? Deze beslissing ligt toch voornamelijk bij het CIZ en de zorgverzekeraars? Chronisch zieken en ouderen hebben vaak langdurig (dure) hulp nodig. Dit staat los van opleiding of inkomen. Hoofdstuk 12: Er wordt volgens het voorliggende beleidsplan te weinig gebruik gemaakt van de gratis onafhankelijke cliëntondersteuning.
De Adviesraad vraagt zich af of deze mogelijke ondersteuning wel voldoende onder de aandacht van de client wordt gebracht. Is dit onderzocht? Ons inziens dient nog wel kritisch bekeken te worden of de te bereiken doelen met dit plan niet meer SMART gemaakt kunnen worden. Ons inziens leidt dit ertoe dat bij evaluaties
Dat heeft zeker onze aandacht.
Kosten WLZ zijn niet afhankelijk van voorzieningen, maar van afgegeven indicaties. Wij streven er naar om de ondersteuning aan inwoners zo goed mogelijk te faciliteren, waardoor het toetreden tot de WLZ uitgesteld wordt. Daarnaast is het in veel situaties de keuze van de inwoner of zij een WLZindicatie willen aanvragen. De ervaringen met de omgekeerde toets zijn goed. Het is prettig om beter aan te kunnen sluiten bij de vraag van de inwoner en het effect dat we willen bereiken. Hoogopgeleiden weten beter de loketten te vinden. Ze hebben daarbij in de regel hogere verwachtingen van hun kind. Het bereiken van kwetsbaren is daarentegen lastig. Terwijl zij juist hulp nodig hebben. We proberen de hulp terecht te laten komen bij de inwoners die het hardst hulp nodig hebben.
Dit is onderzocht via de cliëntervaringsonderzoeken en het blijkt dat inwoners het aangeboden krijgen.
De meer SMART-vertaling van dit beleidsplan zal terug te vinden zijn in de uitvoering(splannen). Dat ‘Wat doet de gemeente al’ is aangepast en de langetermijnagenda is zo volledige mogelijk
gemakkelijker en concreter vastgesteld kan worden wat goed en niet goed is gegaan. Tevens geeft het SMART maken handvaten voor een (indien nodig) tijdige bijsturing. De opgestelde structuur van het beleidsplan wordt niet overal gevolgd. Zo wordt ‘Wat doet de gemeente al’, niet consequent doorgevoerd. Tot slot stellen wij voor om de langetermijnagenda completer in te vullen.
ingevuld. Een aantal doelen willen we gaan bereiken middels interventies die terug te vinden zijn in de begroting. Een aantal doelen willen we gaan bereiken middels interventies die terug te vinden in het voorliggende beleidsplan. En voor een aantal doelen komen de interventies vanuit zowel de begroting als het voorliggende beleidsplan. Dit maakt dat er hier en daar lege vakjes zijn.