Productie 2 - omgevingsvisie Montfoort (2021)
Tekst van het document
Omgevingsvisie Montfoort (2021)
Omgevingsvisie Montfoort (2021) Vitale kernen in een waardevol landschap December 2021
Leeswijzer De omgevingsvisie bestaat uit een aantal onderdelen: Hoofdstuk 1 beschrijft de aanleiding voor het samenstellen van deze omgevingsvisie. De inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt kort toegelicht, waarna het proces tot nu toe en het vervolg wordt beschreven. Hoofdstuk 2 beschrijft de Montfoortse identiteit en kernkwaliteiten die centraal staan in deze omgevingsvisie. Ook staan we hierin stil bij onze regionale positionering. In hoofdstuk 3 beschrijven we onze koers, oftewel onze richtinggevende ambities. We beschrijven wat wij bedoelen met onze positionering als "Een toekomstbestendige gemeente met
vitale kernen in een waardevol landschap". Dit doen we middels de beschrijving van een aantal strategische keuzes. Hoofdstuk 4 bevat een uitwerking van de belangrijke thema's binnen onze gemeente. We staan eerst stil bij thema's die de huidige kwaliteiten van onze gemeente typeren, vervolgens bij de thema's behorende bij het netwerk, dus zowel de infrastructuur als het groen en de openbare ruimte. We beschrijven de ontwikkelthema's zoals wonen, recreatie en bedrijvigheid en staan stil bij de meer sociale aspecten als leefbaarheid en veiligheid. Hoofdstuk 5 beschrijft de meer specifieke koers per deelgebied. In dit hoofdstuk staat de integrale en concrete koers per gebied centraal. We beschrijven per gebied de kwaliteiten, netwerken en de gewenste ontwikkelingen. Daarnaast staan we per gebied stil bij de gewenste milieukwaliteit. Hoofdstuk 6 laat zien hoe we de omgevingsvisie toepassen. We benoemen hier de samenhang met andere omgevingswetinstrumenten en maken een koppeling met de uitvoering van de omgevingsvisie.
Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1 Intro 1.2 Omgevingswet als basis voor de omgevingsvisie 1.3 Welke rol ziet de gemeente voor zichzelf? 1.4 Omgevingsvisie als groeimodel 1.5 Procesbeschrijving 1.6 De Atlas: terugblik 2. Kern van de visie 2.1 Identiteit 2.2 Kernkwaliteiten 2.3 Onze positie in de regio
3. De Koers in 10 keuzes 4. Thematische uitgangspunten 4.1 Inleiding 4.2 Kwaliteiten 4.2.1 Geologie en bodem 4.2.2 Landschap 4.2.3 Cultuurhistorie 4.2.4 Natuur 4.2.5 Water en klimaatverandering 4.3 Netwerk 4.3.1 Mobiliteit 4.3.2 Groen en openbare ruimte 4.4 Gebruik 4.4.1 Wonen 4.4.2 Bedrijvigheid 4.4.3 Voorzieningen 4.4.4 Recreatie en toerisme 4.4.5 Energie en grondstoffen 4.5 Omgeving 4.5.1 Bewegen, zorg en welzijn 4.5.2 Veiligheid en sociale samenhang 4.5.3 Milieu 4.6 Visie op hoofdlijnen 5. Gebiedsgerichte uitgangspunten Woonwijken Montfoort Woonwijken Linschoten Centrum Montfoort Centrum Linschoten IJsselzone Landgoed Linschoten Buitengebied Veenweidelinten Bedrijventerreinen 6. Uitvoering - De omgevingsvisie in werking 6.1 Inleiding
6.2 Beleidscyclus 6.3 Doorwerking omgevingswetinstrumenten en monitoring 6.4 Juridische & financiële doorwerking
1. Inleiding 1.1 Intro We willen de kansen die de Omgevingswet biedt om ruimtelijke vraagstukken anders op te pakken aangrijpen. Tegelijkertijd zien we dat er veel op ons af komt, zeker op de korte termijn. In deze visie smelten we verschillende belangen samen tot een integrale ontwikkelrichting voor de gemeente Montfoort. We willen onze bestaande identiteit en kwaliteiten behouden en verbeteren middels nieuwe ontwikkelingen. De kaders hiervoor worden in deze visie geschetst. Het is onmogelijk en onwenselijk om alles nu al tot in de puntjes vast te leggen, we willen deze visie
gebruiken om een route uit te stippelen. Daarnaast dient de visie als een uitnodiging om bij te dragen aan het behoud en verbeteren van onze leefomgeving.
1.2 Omgevingswet als basis voor de omgevingsvisie De omgevingsvisie binnen het nieuwe wettelijke stelsel De Omgevingswet treedt naar verwachting in 2022 in werking. De wet bundelt 26 bestaande wetten voor onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De Omgevingswet moet meer snelheid, flexibiliteit en samenhang brengen. Aan de ene kant moet de wet ruimte voor ontwikkeling bieden en aan de andere kant de kwaliteit van de leefomgeving waarborgen. In de Omgevingswet wordt het oude instrument ‘structuurvisie’ vervangen door de ‘omgevingsvisie’. In de omgevingsvisie wordt, ten opzichte van een structuurvisie, met een integrale blik gekeken naar allerlei onderwerpen zoals bijvoorbeeld water, milieu, verkeer en vervoer. Maar ook naar sociaalmaatschappelijke aspecten. De Omgevingswet verplicht iedere gemeente om een omgevingsvisie op te stellen. De belangrijkste verandering wordt de manier waarop we aan de omgeving gaan werken. We gaan meer integraal werken vanuit uitnodigende ambities en waarden, in plaats van sectoraal vanuit normen en regels. Bovendien wordt de rol van gemeenten meer ondersteunend dan initiërend. Daarbij hoort het vereenvoudigen en versnellen van procedures. Deze omgevingsvisie is opgesteld in de ‘geest’ van de Omgevingswet en is de eerste stap van de invoering van de Omgevingswet in Montfoort.
De visie is samen met de bevolking, maatschappelijke partijen en alle relevante disciplines binnen de ambtelijke organisatie opgesteld. Hierdoor is de visie integraal en participatief opgesteld, zoals wordt beoogd door de Omgevingswet (zie hiervoor ook bijlage 2). Van belang daarbij is dat de omgevingsvisie niet af is na vaststelling. De visie zoals die nu voorligt, is een dynamisch document en biedt het raamwerk waarbinnen we de komende jaren beleid verder uitwerken. De visie
kent dan ook geen maximum geldigheidsduur en zal regelmatig worden bijgesteld. Deze eerste omgevingsvisie Montfoort is dan ook nadrukkelijk een groeimodel, waarmee de komende jaren verder wordt gewerkt aan de integratie van alle onderwerpen die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving in gemeente Montfoort. Uitgangspunten voor invoering van de Omgevingswet in Montfoort De gemeente Montfoort heeft eind 2018 de volgende uitgangspunten voor de implementatie van de Omgevingswet bepaald. In deze visie geven we invulling aan deze uitgangspunten. Zo beginnen we niet op nul, maar gaan we uit van bestaand relevant beleid (lokaal, regionaal, provinciaal). Daar waar nodig stelt de omgevingsvisie nieuwe prioriteiten en beleidsuitgangspunten, die de basis kunnen vormen voor nieuw op te stellen beleid. We kiezen voor een groeistrategie, waarbij de omgevingsvisie mee groeit met de wensen en ontwikkelingen die zich de komende jaren voordoen. Onze gemeente kan niet los gezien worden van de grotere verbanden en is op het vlak van bijvoorbeeld infrastructuur, voorzieningen, de woningmarkt, recreatie en natuur onlosmakelijk verbonden met omliggende gemeenten en mede-overheden. Bovendien zijn er naast buurgemeenten, provincie en rijk nog vele andere partijen betrokken bij het beheer en de verdere ontwikkeling van specifieke onderdelen van de gemeente.
Denk bijvoorbeeld aan het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden, terreinbeheerders als Natuurmonumenten en het Utrechts Landschap en ondernemers. Gezamenlijk dragen al deze partijen een steentje bij aan de fysieke omgeving en het functioneren van de gemeente Montfoort. We willen dus regionaal georiënteerd zijn. Er spelen allerlei complexe vraagstukken waar we in de omgevingsvisie een antwoord op moeten formuleren. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om landelijke trends als bijvoorbeeld de vergrijzing, gezinsverdunning, schaalvergroting, milieu- en klimaatproblematiek en individualisering. Maar ook hoeveel ruimte
we willen bieden voor bepaalde functies. Er spelen in de gemeente verschillende opgaven, gedachten, initiatieven en ontwikkelingen die soms al heel concreet zijn, maar soms ook nog abstract of misschien nog helemaal niet bekend zijn. Daarbij vinden wij het belangrijk dat aan initiatieven van inwoners en ondernemers ruimte wordt gegeven. Dit vanuit de gedachte dat we als gemeente plannen en ideeën faciliteren, op voorwaarde dat ze bijdragen aan een verbetering van de leefkwaliteit en de duurzame ontwikkeling van gemeente Montfoort. Hierbij willen we werken vanuit een multidisciplinaire, integrale blik. Een zorgvuldige afstemming tussen al deze opgaven is cruciaal. We willen ons niet ad hoc gaan ontwikkelen, maar juist steeds met de visie in de hand - blijven zoeken naar een meerwaarde door het versterken van de leefbaarheid, de economie, het landschap en de natuur in Montfoort. De omgevingsvisie is de kapstok voor het toekomstig beleid en initiatieven. Goede participatie met inwoners, ondernemers en stakeholders is hierbij cruciaal.
1.3 Welke rol ziet de gemeente voor zichzelf? De gemeente kan en wil de doelen en uitgangspunten alleen samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties verwezenlijken. We willen inwoners daarom zo vroeg mogelijk betrekken en ruimte geven om met goede ideeën of initiatieven te komen. De rol van de inwoners wordt groter en zij voelen zich ook vaak meer betrokken. Het gaat om ruimte geven, een andere manier van sturen, een andere verhouding tussen overheid en samenleving. Waarbij overheden en inwoners samen verantwoordelijkheid nemen voor onze leefomgeving. Het beschermen en benutten van de leefomgeving wordt daarmee een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, bedrijven en inwoners. Op het moment dat de overheid niet meer alleen de verantwoordelijkheid draagt voor fysieke en ruimtelijke vraagstukken, dan verandert daarmee de rol van de lokale overheid van primaire belanghebbende naar mede-
belanghebbende. Dat speelt niet alleen in de fase van visievorming maar ook in de uitvoering van het beleid. Dat vraagt in veel gevallen om een ander denkkader. In plaats van draagvlak te zoeken voor overheidsideeën gaan we op zoek naar betrokkenheid voor een visie die samen met externe partijen is ontwikkeld. We stimuleren en ondersteunen (leveren van kennis, zorgen voor verbinding) initiatieven die op de een of andere manier bijdragen aan de doelen in de omgevingsvisie. De gezamenlijk gestelde doelen zijn ook de basis geweest voor het beschrijven van de beleidsdoelstellingen uit deze visie en voor het formuleren van nieuw thematisch of sectoraal beleid. Rolopvatting De gemeente wil meer van 'buiten naar binnen werken' en op termijn meer loslaten. Dit past goed bij de geest van de Omgevingswet. De Nederlandse School voor Openbaar Bestuur gebruikt het model op afbeelding 1.1 omtrent overheidssturing. De gemeente Montfoort kiest in hoofdlijn voor een responsieve, faciliterende benadering. De rol die de gemeente kiest kan worden aangeduid als:
“Faciliteren waar het kan en te acteren waar het moet”.
De manier waarop deze rol wordt ingevuld kan, afhankelijk van het speelveld, verschillen. Daarom beschrijven we bij de thematische opgaven (hoofdstuk 4) nader welke rol wij voor diverse onderdelen van de visie voor onszelf als gemeente zien. In deze afweging worden financiële risico’s, mogelijkheden tot kostenverhaal, winstmogelijkheden, maar ook de gewenste mate van sturing door de gemeente meegenomen. Per situatie en uitwerking van de opgaven kan onze rol verschillen. Zo behoort het houden van toezicht en handhaving in sommige gevallen ook tot een kaderstellende, rechtmatige overheid, en kunnen we bij het
faciliteren van initiatieven als responsieve overheid ook verbindend en samenwerkend optreden.
Afbeelding 1.1 Verschillende soorten van sturing en betrokkenheid (Bron: gebaseerd op Kwadrantenmodel NSOB, 2013)
1.4 Omgevingsvisie als groeimodel Om ervoor te zorgen dat de visie niet blijft bij abstracte doelen, werken we aan de operationalisering hiervan in andere instrumenten en projecten. Dit is in het hoofdstuk ‘Uitvoering - de omgevingsvisie in werking’ opgenomen (hoofdstuk 6). In dit hoofdstuk geven we aan hoe we onze ambities gaan verwezenlijken. De ‘Omgevingswetbrug’ wordt echter gebouwd terwijl we eroverheen lopen. Alles en iedereen is in ontwikkeling. Daarom is het uitgangspunt om het proces flexibel te houden, stapsgewijs in te steken en te accepteren dat bepaalde zaken nog niet duidelijk zijn. We gaan met elkaar stap voor stap samen verdieping zoeken. De visie vormt dus een groeimodel waaraan we blijven werken. Dat geldt in het bijzonder voor het uitvoeringshoofdstuk. Voor een aantal projecten kunnen we nu nog niet zo diep ingaan op (sommige van) bovengenoemde aspecten. We gaan het uitvoeringshoofdstuk periodiek herzien, waarbij we de projectplannen steeds verder uitwerken en updaten. De omgevingsvisie wordt zo een dynamisch actieplan en een visie die ‘altijd vers’ is, zoals wordt beoogd met de Omgevingswet. Dit
aspect gaan we daarom eveneens de komende periode nader uitwerken in de ‘updates’ van de visie.
Afbeelding 1.2 Schetsmatige weergave gemeente Montfoort
1.5 Proces beschrijving Eind 2019 is begonnen met het inventariseren en analyseren van de huidige (ruimtelijke) situatie en het bestaande beleid. Dit is geborgd in de 'Atlas'. De informatie die is beschreven in de atlas heeft de input gevormd voor de omgevingsvisie. Deze eerste fase was met name gericht op het ophalen en beschrijven van de identiteit en kernkwaliteiten van Montfoort. Daarnaast zijn het huidige beleid, maatschappelijke trends en ontwikkelingen en de belangrijkste opgaven geïnventariseerd. Het opstellen van de Atlas is samen met inwoners en ketenpartners gedaan. Daarnaast zijn diverse onderdelen van de gemeentelijke organisatie, gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders, hierbij betrokken geweest. Hiervoor zijn verschillende sessies en participatie-bijeenkomsten georganiseerd. Uit het participatietraject en de beleidsanalyse zijn bepaalde discussiepunten, maar ook kansen, opgehaald waarover we (nieuwe) integrale richtinggevende keuzes hebben moeten maken in het omgevingsvisieproces.
De conclusie blijft echter, niet alles kan, overal. Aan de hand van de integrale denkrichting "Citta Slow" (en de varianten daarop) zijn de keuzes uitgewerkt. Met behulp van drie denkrichtingen zijn de voor- en nadelen van mogelijke toekomstbeelden en bijbehorende keuze-opties nader inzichtelijk gemaakt. Deze keuze-opties zijn besproken het gemeentebestuur. De uitkomst van dit proces is opgenomen als bijlage 3. Op basis hiervan is een eerste koers ingezet.
Afbeelding 1.3 Processchema omgevingsvisie Montfoort
Deze koers is getoetst tijdens de 'week van de omgevingsvisie', eind maart 2021. Tijdens deze week zijn er drie sessies
georganiseerd, waarin inwoners, ondernemers en organisaties mee hebben kunnen denken over de toekomst van de leefomgeving. Daarnaast is er een (online) vragenlijst uitgezet, waarin we veel waardevolle input hebben opgehaald. Deze input is samengevat in bijlage 2. Ook is er de mogelijkheid geweest voor ketenpartners om een reactie te geven. De uitkomsten van de participatieronde zijn ook weer besproken met het gemeentebestuur, waarna deze ontwerpomgevingsvisie is opgesteld.
Afbeelding 1.4 Combinatiekaart huidige situatie
1.6 De Atlas: terugblik In deze omgevingsvisie is - samen met inwoners, partners en ondernemers - de integrale koers uitgezet naar de toekomst, gericht op de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie is daarbij de kapstok voor het toekomstig beleid en initiatieven. In de omgevingsvisie zoeken we naar de samenhang tussen doelen van verschillende beleidsdocumenten. Evaluatie van het huidige beleid maakt helder wat de stand van zaken is. Wat werkte wel? Wat niet? Welke keuzes zijn nodig? Dat is belangrijke basisinformatie
voor de omgevingsvisie. Deze basisinformatie vormde de essentie en aanleiding van 'De Atlas'. De Atlas is opgebouwd aan de hand van thema's. Er is stilgestaan bij de identiteit en kernkwaliteiten van Montfoort, de unieke positie in de regio en de groeiende invloed van gezondheid, veiligheid en milieu op de fysieke leefomgeving. Vervolgens zijn de belangrijkste kwaliteiten, trends en ontwikkelingen geanalyseerd aan de hand van de volgende thema's: Landschap en cultuurhistorie Regio Gezondheid Milieu en bodem Veiligheid Economie Water en klimaat Energie en grondstoffen Wonen Sport, recreatie en cultuur Mobiliteit Groen en openbare ruimte Per thema is de belangrijkste input samengevat in een kaartbeeld. Deze kaartbeelden zijn gecombineerd in de kaart op afbeelding 1.4. Deze kaart toont de huidige situatie van onze gemeente. Uit de Atlas is gebleken dat voor een aantal thema's nog integrale richtinggevende keuzes nodig zijn. De uitkomsten en discussiepunten uit de Atlas hebben de basis gevormd voor het verdere vervolg van de omgevingsvisie. Tijdens opstellen Atlas is aan inwoners gevraagd naar wat de gemeente Montfoort voor hen betekent, en wat volgens hun het beste, mooiste, meest waardevolle element van de gemeente vormt. De woordwolken in afbeelding 1.5 zijn hiervan het resultaat.
De uitkomsten hiervan zijn vertaald in de identiteit en kernkwaliteiten van onze gemeente en hebben de basis gevormd voor het volgende hoofdstuk.
Afbeelding 1.5 Uitkomsten participatieronde Atlas
2. Kern 2.1 Identiteit Onze gemeente is te typeren als een historische plattelandsgemeente in het Groene Hart, waar men elkaar kent. Deze identiteit wordt versterkt door kernkwaliteiten die we willen koesteren en versterken, zoals landgoed Linschoten, de oude historische centra, de waterwegen en het waardevolle (cultuur)landschap. Nieuwe kansen en ontwikkelingen moeten dus niet ten koste gaan van deze kernkwaliteiten. Op basis van de gebiedsanalyse, beleidsinventarisatie, werksessies en participatieronden is er wel een gemene deler ontdekt. Het gaat daarbij om de volgende waarden: de sterke lokale binding en kracht van de gemeenschap (zowel ruimtelijk, sociaal als economisch), de sterke waarde die aan de rust, het groen en het waardevolle landschap wordt gegeven en de erkenning dat dit bijdraagt aan de hoge kwaliteit van leven in de gemeente en het beschermen (en doorontwikkelen) waard is.
De identiteit en kernkwaliteiten van de gemeente zijn als volgt samen te vatten: Rust en ruimte koesteren Waardevol blauw en groen Trots op historisch karakter Levendig en zorgzaam Bourgondisch, sociaal en religieus Creatief en innovatief
Afbeelding 2.1 Historische kaart (1850))
2.2 Kernkwaliteiten Cultuurhistorische kernen De gemeente Montfoort is het begin van het Groene Hart. Ten oosten begint de drukke metropoolregio Utrecht. Door de nabijheid van het groot stedelijk gebied zijn de stedelijke voorzieningen relatief dichtbij, maar de belevingswaarde van onze gemeente is alsof je in een rustige plattelandsgemeente bent, ver weg van alle stadse drukte. Beide kernen, Montfoort en Linschoten, ademen historie, zowel in het centrum als in het buitengebied. We zoeken steeds naar de optimale balans tussen historie en vooruitgang. Montfoort Montfoort is gesticht door de bisschop van Utrecht, ter verdediging tegen de graven van Holland. Hiervoor werd het kasteel gebouwd en werd een burggraaf aangesteld. In 1329 werden stadsrechten
verworven. Het kasteel Mons Fortis en het verkrijgen van stadsrechten in de middeleeuwen heeft er voor gezorgd dat de binnenstad van Montfoort een oude, stadse uitstraling heeft. Deze kleinschalige en compacte binnenstad is goed behouden gebleven en bevat nog steeds veel cultuurhistorische elementen en oude patronen. Cultuurhistorische elementen zijn onder andere terug te vinden in de oude bebouwing in het centrum van Montfoort, zoals het Oude Stadhuis, het Kasteel, de Commanderije, de hervormde kerk, de stellingkorenmolen 'De Valk' en het Sluisje. De historische patronen zijn terug te zien in de grachten, verdedigingswerken en het stratenpatronen. Door de ligging aan de Hollandsche IJssel was Montfoort onderdeel van een handelsnetwerk dat richting Utrecht en Gouda ging. De voornaamste economische activiteit was landbouw, zoals bijvoorbeeld de productie van kaas en boter. Er waren ook enkele lijnbanen voor de touwnijverheid. Montfoort kende namelijk een tijdlang een bloeiende knopendraaiersindustrie. Daar hebben de inwoners van de stad hun bijnaam te danken: ‘de knopendraaiers’. Later floreerde de steenindustrie met zeven fabrieken langs de Hollandsche IJssel. Ook hier is weer terug te zien hoe belangrijk de Hollandsche IJssel was en is. Linschoten Linschoten heeft net als Montfoort een rijk verleden. Er zijn aanwijzingen dat het gebied al rond 900 bewoond werd.
Het dorp is gebouwd aan een oud veenstroompje dat samenkomt met de rivier Lange Linschoten. De kern van het dorp heeft zich rond de rivier ontwikkeld en in eerste instantie is het uitgebreid tot een lintdorp. De dooradering van de rivier door het dorpscentrum zorgt voor een hoge omgevingskwaliteit in het dorp. Langs de Korte Linschoten zijn nog oude gebouwen te vinden die als een lint langs de rivier gebouwd zijn. De naam Linschoten is afgeleid aan Lindescote, wat vroeger een kleine type boerderij aan een stroompje betekende. De oudere kern langs de rivier heeft nog steeds dit karakter. Langs de rivier zijn nog restanten te vinden van de vroegere functies, zoals de trekschuit die over de rivier getrokken werd. Hieraan is te zien dat de rivier vroeger een belangrijke route was om goederen te vervoeren. Dit is ook terug te
zien aan de trekschuit paden in het buitengebied. Het nog gave historische dorpscentrum met cultuurhistorische elementen is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Het dorpse karakter van Linschoten onderscheidt zich van het meer kleinstedelijke karakter van Montfoort. Hechte samenleving met rijk verenigingsleven In beide kernen kan men spreken van een hechte samenleving, waar nog veel verschillende verenigingen zorgen voor een sterke verbinding tussen inwoners. Inwoners van gemeente Montfoort hechten niet alleen waarde aan de historie en het behouden van het stadszicht, maar zeker ook aan een sociale levenswijze. We hebben namelijk een hechte gemeenschap waar veel mensen elkaar kennen en elkaar graag ontmoeten. Uniek, historisch landschap Het landschap is een onderscheidende kwaliteit van de gemeente. De vele cultuurhistorische elementen laten een rijke historie zien. Door alle verschillende afzettingen is er een diverse ondergrond met hoogte-reliëf ontstaan. De eerste nederzettingen zijn gesticht op de hogere vruchtbare gronden, langs de Hollandsche IJssel en de Lange Linschoten, die een groot deel van het huidige landschap hebben gevormd. Deze nederzettingen zijn later uitgeroeid tot de huidige kernen Montfoort en Linschoten en op de randen van de oeverwallen en de veengronden zijn de lintdorpen ontstaan.
De veengronden zijn al vroeg ontgonnen voor turfwinning en vervolgens gebruikt voor de landbouw. Deze structuur, die nu nog steeds herkenbaar is, waren in de vroege middeleeuwen al een gebiedskenmerk. Door de cope-ontginningen in het veengebied zijn veel kenmerkende nattere natuurgebieden verdwenen in de gemeente. Op sommige plaatsen zijn deze kwaliteiten door nieuwe natuurontwikkeling teruggebracht. De graslanden zijn bijvoorbeeld ideale gebieden voor weidevogels. Het landschap van Montfoort is door de invloeden van wind, water en menselijke ingrepen tot een uniek cultuurlandschap gevormd wat nog steeds gaaf is. Iets dat door verder oprukkende verstedelijking steeds schaarser wordt. Hierdoor is Montfoort een
aantrekkelijke gemeente om te recreëren, waar verschillende landschappelijke elementen de dragers zijn van een omgeving die als oer-Hollands wordt gezien. De landschappelijke elementen zijn terug te vinden in de geologie en bodem, het watersysteem, de cultuurhistorie, de ecologie en het huidige ruimtegebruik. Voor geologie en bodem zijn de oeverwallen en oude stroomruggen waardevol, voornamelijk ten zuiden van Montfoort in de polders Heeswijk en Blokland, in een venige kom waar resten van een oeverwal liggen die is gevormd door de Hollandsche IJssel en de Stuivenbergse Stroomrug. In waterhuishoudkundig opzicht is de grondwaterbescherming van belang voor de waterwinning. Ten oosten van Montfoort is een groot waterwingebied, de winning Linschoten. Door de heldere tijdlagenstructuur van de Lopikerwaard in Montfoort is er een uniek cultuurhistorisch landschap ontstaan. De ontginningsstructuur is nog zeer gaaf en onverstoord. De bijbehorende ontginningslinten maken onderdeel uit van de belangrijkste cultuurhistorische waarden. Ook de resterende natuurwaarden zijn van regionaal belang. Met name voor water- en weidevogels is de westzijde van de Lopikerwaard van belang. Verschillende kleine landschappelijke lijnelementen zijn belangrijk voor de beeldkwaliteit. Deze lijnelementen zijn te vinden langs infrastructuur en waterwegen.
Een groot deel van het buitengebied bestaat uit graslanden die in dienst staan van de grondgebonden veehouderij. In recreatief opzicht is met name het recreatief medegebruik van het landelijk gebied belangrijk. Hiervoor bestaat een netwerk van routes en een aanbod aan overwegend kleinschalige voorzieningen. We beschikken dus over een uniek landschap waar toeristen voor naar Nederland willen komen. Alle kenmerken van het Groene Hart, weilanden met koeien, boerderijen, linten en molens zijn in onze gemeente te vinden. De ruimtelijke- en omgevingskwaliteit is hoog. Dat geldt, naast de genoemde kernen en linten, voor het hele grondgebied. Volgens de Nationale Landschapsenquête, een onderzoek naar visies en waardering van de Nederlandse bevolking over het landelijk gebied in Nederland, ook nog eens het best gewaardeerde stukje Groene Hart (zie afbeelding 2.3)
Afbeelding 2.3 Nationale Landschapsenquête - Wageningen University
Karakteristieke bedrijvigheid Onze gemeente ligt in de metropoolregio van Utrecht en in de buurt van uitvalswegen, waardoor veel bedrijven makkelijk te bereiken zijn. Onze gemeente heeft ook een sterke maakindustrie. De maakindustrie bestaat uit verschillende MKB bedrijven die zorgen voor veel van de banen in de gemeente. De Montfoortse economie bestaat onder andere uit een groot aantal industriële maakbedrijven met veel professionaliteit en vakmanschap. In verschillende combinaties werken zij regelmatig samen voor opdrachtgevers in binnenen buitenland, tot in China en het MiddenOosten aan toe. Door deze allianties versterken bedrijven elkaar. De loyaliteit onder ondernemers is groot, net als de bereidheid om te investeren in de lokale samenleving.
Gemeente Montfoort ligt daarnaast in een van de meest competitieve regio’s in Europa. In de Regional Competitive Index (RCI) 2019 staat de regio samen met Londen op een gedeelde tweede plaats. De driejaarlijkse index beoordeelt de concurrentiekracht van 268 Europese regio’s op basis van meer dan 70 indicatoren. Deze hebben betrekking op onderwerpen zoals innovatie, bereikbaarheid, digitale infrastructuur, onderwijs, gezondheid en arbeidsmarkt (zie ook indicatoren in webdiagram van afbeelding 2.2). Sinds de start van de RCI in 2010 behoort Utrecht tot de meest competitieve regio’s van Europa. Over de gehele breedte van het onderzoek scoort de regio onverminderd hoog. In 2010 en 2013 stond de regio zelfs op nummer één. Als onderdeel van de regio profiteren wij hiervan en dragen we bij aan dit succes. Samenwerking tussen gemeenten is hierbij van groot belang. Onze gemeente biedt unieke kwaliteiten aan de regio en onderscheidt zich op het gebied van landschap, cultuurhistorie, landbouw en maakindustrie.
Afbeelding 2.2 Regional Competitiveness Index 2019 - EU
2.3 Onze positie in de regio Montfoort staat niet op zichzelf. We onderschrijven het belang van regionale samenwerking. Opgaven die op ons afkomen overschrijden gemeentegrenzen. Daarbij kunnen we van elkaar leren en profiteren. Daarom is het niet meer dan logisch dat een
regionale oriëntatie bij de voorbereiding op de Omgevingswet als uitgangspunt is benoemd. Dit betekent dat we een positieve grondhouding hebben als het gaat om samen optrekken met partners in de regio bij werkzaamheden in voorbereiding op de Omgevingswet. Het is onze intentie om onze ambities en doelen zo goed mogelijk te laten aansluiten op nationale-, provinciale- en regionale ontwikkelingen, maar we komen waar nodig ook op voor onze lokale belangen. Onze gemeente is met haar kwaliteiten complementair aan het meer stedelijke gedeelte van de regio. We werken actief mee om regionale ontwikkelingen samen op te laten gaan met de ambities van Montfoort maar vinden het belangrijk dat we de mogelijkheid behouden om onze eigen kansen en ontwikkelingen uit te werken die vanuit de gemeentelijke samenleving zijn geformuleerd. De regio Utrecht staat voor grote opgaven. De verstedelijkingsdruk is hoog met een enorme woningbouwopgave en de infrastructuur loopt nu al tegen zijn grenzen aan, zowel voor de auto als het OV. Daarom wordt er ook gekeken naar het buitengebied, maar daar zijn ook al vele ruimtevragers. Denk daarbij aan duurzame energie, klimaatadaptatie, landbouw en recreatie. De puzzel van het bepalen in welk gebied welke prioriteit gesteld, gebeurt aan diverse tafels en wordt (momenteel) vertaald in diverse regionale (visie) documenten.
Het gaat daarbij met name om de nationale omgevingsvisie (NOVI), de provinciale omgevingsvisie (POVI), het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) en de Woondeal U16 in U16verband en de regionale omgevingsagenda in Lopikerwaardverband. In veel van deze documenten worden ambities en lange termijn doelen gesteld. De nationale en provinciale omgevingsvisies gaan over het hele land en de hele provincie en zijn alleen bindend voor het Rijk en de provincie zelf. Met regionale programma's wordt de inter-bestuurlijke samenwerking gezocht in de uitvoering. Daarnaast werkt het beleid door in de provinciale omgevingsverordening. De regels hieruit zijn wel bindend voor gemeenten. NOVI
Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Op basis hiervan zien we de volgende urgente thema’s voor de samenwerking met het Rijk: Het sturen op ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland Het verbeteren van de verbindingen met alle landsdelen Het maken van regionale verstedelijkingsstrategieën Het maken van een langetermijnaanpak voor het landelijk gebied Kwaliteit van landschap (Groene Hart als NOVI-gebied) POVI In de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) staat hoe Utrecht wil dat de provincie er in 2050 uitziet. In de Interim Omgevingsverordening (POV) staan de regels die horen bij het beleid dat in de Omgevingsvisie staat. Hierin staan bijvoorbeeld regels voor natuurgebieden, waterwingebieden en woningbouw. De provincie Utrecht wil het groene, gezonde en slimme middelpunt van Nederland blijven. Daarbij staat de provincie voor een flinke uitdaging: het aantal inwoners, woningen, banen en verplaatsingen groeit fors. Het grondgebied is te klein om al deze ruimtevragers los van elkaar een plek te bieden. De grootste opgave is daarmee de vraag hoe we de verschillende functies ruimtelijk met elkaar kunnen combineren. Ook zal het nodig zijn om prioriteiten te stellen en keuzes te maken.
Met zeven beleidsthema’s geeft de provincie richting aan de ontwikkeling en de bescherming van een gezonde en veilige leefomgeving. In 2050 hebben wij een provincie Utrecht: waarin stad en land gezond zijn; die klimaatbestendig en waterrobuust is; waarin duurzame energie een plek heeft; met vitale steden en dorpen; die duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is; met een levend landschap, erfgoed en cultuur; die een toekomstbestendige natuur en landbouw heeft.
IRP De Metropoolregio Utrecht (MRU) is een van de snelstgroeiende regio’s van Nederland en één van de meest competitieve regio’s van Europa. Om de groei in goede banen te leiden werkt de regio U16 daarom nauw samen. U16 is het samenwerkingsverband van 16 gemeenten. Met de Ruimtelijk Economische Koers (REK) van 2018 heeft de regio ervoor gekozen om de groei op een duurzame wijze op te vangen. De regio wil zich (door)ontwikkelen tot de ontmoetingsplek van gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen en in 2040 de internationaal erkende regio op dit terrein zijn. Met het Ruimtelijk Economisch Programma (REP) wordt daar concreet invulling en uitvoering aan gegeven. Met het REP maakt de U16 een integrale en breed gedragen visie en strategie op de toekomst (tot 2040) van de metropoolregio Utrecht. De zestien samenwerkende gemeenten brengen de thema’s wonen, werken, mobiliteit, groen, landschap, water en energie samen in het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP). In het IRP geeft de regio aan wat haar thematische en ruimtelijke opgaven zijn, welke hoofdrichtingen wordt gekozen voor de toekomstige ontwikkeling van de regio en hoe al deze elementen samenhangen in een geïntegreerde visie en strategie. De MRU kiest voor een regio waar gezond stedelijk leven centraal staat. Met zes toekomstbeelden (thematisch ingestoken) is in de REK een beeld gegeven van de toekomst van de regio.
Er worden principiële keuzes gemaakt, bijvoorbeeld met betrekking tot de manier waarop de regio groeit of hoe we met mobiliteit omgaan. De zes toekomstbeelden zijn: 1. Utrecht is in 2040 de Internationaal erkende regio voor life sciences, gezondheid en duurzaamheid; Gemeenten in de regio zijn economisch complementair; We kiezen voor een ongedeelde regio met voldoende woningen voor alle doelgroepen; We groeien, met voorrang, op binnenstedelijke locaties, dat leidt tot kwaliteit en interactie; We geven voorrang aan duurzame mobiliteit; Groen, landschap en cultuurhistorie leveren een onmisbare bijdrage aan de stedelijke regio.
Het IRP is gebouwd op de uitgangspunten uit de eerdere fases vanuit de REK en REP. In het IRP zijn de opgaven vertaald naar ruimte en met elkaar geïntegreerd. Na het afronden van het perspectief staat het programmeren centraal. Dit worden concrete afspraken over welk programma waar wordt gerealiseerd. Voor het perspectief van de regio is het als geheel voorwaardelijk dat alle kernen in de regio een vitaal toekomstperspectief hebben. In vitaliteit voor kleine en middelgrote kernen spelen bevolkingsopbouw, woningvoorraad, economie, voorzieningenaanbod, mobiliteit, ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid een rol. Woondeal U16 Zestien gemeenten in de regio Utrecht (U16) hebben samen met het Rijk en de Provincie een Woondeal gesloten. Met als doel: de woningbouwproductie versnellen, de betaalbaarheid vergroten en excessen aanpakken. In de Woondeal zijn over vier thema’s afspraken gemaakt: Versnellen van bestaande woningbouwplannen Betere werking van de woningmarkt Vitale wijken Faciliteren van de groei Omgevingsagenda Lopikerwaard De Lopikerwaard - met de vijf gemeenten; Lopik, Montfoort, Oudewater, IJsselstein en Woerden – is een gevarieerd gebied met een sterke identiteit en eigenheid. Met de Regionale Omgevingsagenda Lopikerwaard 2040 wordt er inzicht gegeven in de gedeelde ruimtelijke opgaven en ambities richting 2040.
Deze agenda weerspiegelt de gezamenlijke inzet in (boven-)regionale en provinciale samenwerkings- en beleidsprocessen, en dient als bouwsteen voor lokale omgevingsvisies. In de omgevingsagenda zijn zes ambities geformuleerd: 1. Bouwen aan gezonde en vitale kernen.
Samen werken aan een krachtige regionale economie Actief verkennen van een toekomstbestendige en duurzame agrarische sector Investeren in een betere en duurzame bereikbaarheid Zorg dragen voor een eerlijke en wederkerige energietransitie Versterken van een groene en recreatief aantrekkelijke regio Regionale positionering We hechten veel waarde aan lokaal zeggenschap, maar werken veelal aan dezelfde regionale doelen. We sluiten aan bij de verbonden vitaliteit uit het IRP: Onze gemeente maakt het groen bereikbaar voor de stedelingen en onze inwoners kunnen gebruik maken van de (stedelijke) voorzieningen die een groter draagvlak nodig hebben dan dat wij als gemeente binnen onze grenzen hebben. Voor de vitaliteit en toekomstbestendigheid van onze kernen zetten we in op woningbouw, bedrijvigheid, verbetering bereikbaarheid, recreatiemogelijkheden en aanpassingen voor een veranderend klimaat. Onder voorwaarden zijn we bereid ruimte te bieden aan duurzame energie. Voor al deze opgaven geldt, we borgen onze landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. Dit vormt onze onderscheidende waarde binnen de relatief verstedelijkte regio. De Lopikerwaard kent een sterke maakindustrie. Deze industrie zorgt voor werkgelegenheid in de regio. Wij kiezen voor beperkte uitbreidingsruimte voor deze lokale maakindustrie in Montfoort.
Bij zowel woningbouw als bedrijvigheid is er aandacht voor de bereikbaarheid, ook middels openbaar vervoer. We werken dan ook graag met de provincie samen aan een betere OVbereikbaarheid, een snelfietsroute naar Montfoort en nieuwe recreatieve ontsluitingen. Naast woningbouw, bedrijvigheid en bereikbaarheid maken we in regionaal verband afspraken omtrent de opwekking van duurzame energie. Buiten de stedelijke ontwikkelingen vinden we het buitengebied en de vitaliteit rond onze kernen net zo belangrijk. De (voorlopige) aanwijzing van het Groene Hart als NOVI-gebied en de focus op de kwaliteit van het landschap, bodemdaling, energietransitie en klimaatadaptatie is relevant voor het buitengebied en de stads- en dorpsranden. We streven naar een verbetering van landschappelijke en ecologische
kwaliteiten, dubbel ruimte gebruik en ruimte voor ontwikkelingen die het platteland leefbaarder maken. Als gehele regio, zo ook Montfoort, dragen we bij aan de woningbouwopgave. Wij geven daar binnen de regionale kaders zelf invulling aan hoeveel en waar de woningen kunnen komen. Hierbij streven we naar een verbetering van de landschappelijke kwaliteit. Samen met de regio werken we op diverse vlakken aan het invullen van de ambities. Samenvattend, we werken aan:
"Een toekomstbestendige gemeente met vitale kernen in een waardevol landschap"
3. De Koers in 10 keuzes In dit hoofdstuk beschrijven we onze koers, oftewel onze richtinggevende ambities. We beschrijven wat wij bedoelen met
onze positionering als "Een toekomstbestendige gemeente met vitale kernen in een waardevol landschap". Dit doen we middels de beschrijving van een aantal strategische keuzes. Deze strategische keuzes en bijbehorende ambities en doelstellingen zijn vervolgens in de thematische (4) en gebiedsgerichte (5) hoofdstukken verder uitgewerkt.
10 Strategische keuzes 1. De leefomgeving moet passen bij onze identiteit, waarbij we onze landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten beschermen en verbeteren. We hebben als gemeente unieke kwaliteiten, waar we trots op zijn. Historische kernen in groene landschappen, leven in het groen maar vlakbij de grote stad. Daar zijn we trots op en dit willen we dan ook koesteren. Daarom nemen we de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van de gemeente als uitgangspunt voor de ontwikkelrichting voor de komende jaren, met als streven om dit zoveel mogelijk te behouden en te versterken. Het gaat hierbij onder andere om onze mooie omgeving met het agrarisch cultuurlandschap waar rivieren als de Hollandsche IJssel en de Lange Linschoten doorheen stromen. Onze kernen, het karakteristieke dorp Linschoten en het stadje Montfoort met het historisch centrum gelegen aan het water. Dit is onderdeel van de aantrekkelijkheid van onze woonplaats. De dorpse bebouwing in de kernen gaat via historische lintbebouwing over in een afwisselend open en half open landschap. Ontwikkelingen met een (hoog)stedelijk karakter zijn niet gewenst. Langs de Hollandsche IJssel is ook in de toekomst ruimte voor een mix van functies in een half-open landschap. Ook bouwen we voort op de kwaliteiten van landgoederen en buitenplaatsen. 2.
We kiezen voor een vitale, leefbare en inclusieve gemeente Onze gemeente kent een sterke sociale cohesie, met veel ruimte voor activiteiten en veel gezelligheid. De inwoners en ondernemers kennen nu en in de toekomst een grote sociale binding met hun leefomgeving. Dit vertaalt zich naar inwoners en lokale bedrijven die nooit zouden willen verhuizen naar buiten de gemeente. We
hebben wijken met hechte gemeenschappen en gezamenlijke activiteiten. Om de kernen levendig en vitaal te houden is ontwikkeling van beide kernen van belang. Beperkt ruimte bieden aan nieuwe instroom bevordert de vitaliteit van de kernen en heeft een gunstig effect op het draagvlak voor voorzieningen. Initiatieven die bijdragen aan de vitaliteit of leefbaarheid van de gemeente willen we vanuit een ja-mits houding benaderen. We zetten in op een veilige, schone leefomgeving met aandacht voor inclusie. Iedereen moet kunnen meedoen in de samenleving, erbij horen. Toegankelijke openbare ruimte en voorzieningen zijn hierbij van groot belang. Maar het gaat bijvoorbeeld ook om welzijn, om voldoende vrije tijd, om een goede gezondheid, een prettige leefomgeving en om ruimte voor persoonlijke groei. Inwoners moeten zich thuis voelen en de kans blijven krijgen om zich te ontwikkelen. Er moet voldoende ruimte blijven voor spelen en ontmoeten. Dit willen we samen met inwoners en organisaties verwezenlijken. Voor beide kernen willen we het rijke verenigingsleven behouden, met veel sportmogelijkheden. De kernen bestaan uit voldoende voorzieningen om de vitaliteit te waarborgen. We gaan uit van het clusteren van detailhandel. Indien andere voorzieningen eveneens daarbij gesitueerd zijn, bevordert dat de vitaliteit van een centrum.
Het clusteren van voorzieningen is ook van belang om voorzieningen in de kernen te houden, mits dit haalbaar en betaalbaar is. We sluiten daarnaast aan bij de verbonden vitaliteit in de regio en streven naar goede, veilige verbindingen naar voorzieningen in andere kernen. 3. We bieden ruimte aan woningbouw Binnen onze gemeente is zowel in Montfoort als in Linschoten vraag naar nieuwe woningen voor alle verschillende doelgroepen met verschillende wensen en financiële mogelijkheden. We zetten ons in voor de vitaliteit van wonen en leven in Montfoort en Linschoten. Een passend woonaanbod vormt een onderdeel hiervan, binnen de integrale ruimtelijke ontwikkeling van de kernen.
We hebben de woningbehoefte binnen de gemeente onderzocht. Op basis hiervan is vastgesteld dat er de komende tien jaar 430 woningen gebouwd moeten worden. We kiezen voor in- en uitbreiding van de kernen en kijken daarnaast naar het bieden van ruimte in de linten. Nieuwe woningbouwlocaties dienen verschillende woningtypologieën aan te bieden, waardoor Montfoort en Linschoten aantrekkelijk zijn voor alle doelgroepen. We willen dat de nieuwe woningen bijdragen aan een goed leefklimaat. Nieuwe woningen en wijken dienen veilig en duurzaam te zijn en moeten passen bij de kwaliteiten van de bestaande leefomgeving. 4. We bieden ruimte aan de lokale maakindustrie Er is, met name in Montfoort, een lokale vraag naar bedrijventerreinen. We zien ruimte voor bedrijvigheid in en aan de IJsselzone. Bijvoorbeeld in het verlengde van bedrijventerrein Heeswijk, waarbij aansluiting kan worden gezocht bij de provinciale weg. Hierin willen we meegroeien met de lokale wens en ruimte bieden aan bedrijven die aansluiten op de huidige Montfoortse industrie. We richten ons daarnaast op het concentreren op bestaande bedrijventerreinen, waarbij we de behoefte naar lokale uitbreidingsruimte faciliteren. Waar mogelijk wordt bij gewenste schaalvergroting een plaats voor de bedrijven gezocht op bestaande bedrijventerreinen in de kern van Montfoort en Linschoten. 5.
Voor mobiliteit volgen we het adagium: "Lokaal vertragen, regionaal versnellen" Onderdeel van een goed woon- en werkmilieu is de nabijheid en de bereikbaarheid ten opzichte van het stedelijk gebied. Goede bereikbaarheid per auto en OV is dan ook een voorwaarde voor toevoeging van woningen en andere functies. Ook binnen het bestaande bebouwde gebied leiden opgaven op het gebied van bijvoorbeeld klimaatadaptatie en vergrijzing tot heroverweging van prioriteiten die we nu in de openbare ruimte stellen. In essentie is het in twee keuzes te vatten. Lokaal willen we
vooral een gezonde en veilige omgeving waar jong kan spelen en oud zelfstandig op pad kan, met een nadruk op langzaam verkeer. Lokaal vertragen mag echter niet leiden tot belemmeringen, zoals bijvoorbeeld een stijging van de responstijden van hulpverlening. Regionaal willen we zo snel mogelijk op plaats van bestemming zijn en willen we gestaag verder werken aan de bereikbaarheid per (elektrische) fiets, auto en openbaar vervoer. 6. We bieden (zeer beperkt) ruimte aan energiebronnen in het buitengebied en op bedrijventerreinen. We zijn ons bewust van de verschillende opvattingen die leven rondom duurzame energie. We doen wel een bod waarin we opnemen waar we aan welk type energie ruimte willen bieden en waar niet. Momenteel zijn we met inwoners en ketenpartners in gesprek hierover. We geven prioriteit aan zonne-energie op daken en restruimtes. Voor grootschalige windturbines zien we geen ruimte in onze gemeente. Daarnaast willen we medewerking verlenen aan duurzaamheidsinitiatieven voor eigen gebruik en kleinschalige experimenten, mits dit veilig en zonder hinder plaatsvindt. 7. We bouwen recreatieve en toeristische mogelijkheden uit De aantrekkelijkheid van onze kernkwaliteiten (karakteristieke kernen in prachtig cultuurhistorisch landschap) is een onderbenutte kans voor toerisme en recreatie. We richten ons op het beter benutten van wat we al hebben als gemeente.
We sluiten aan bij logische ontwikkelpunten, zoals het meer zichtbaar maken van de waterlinie en het benutten van de IJssel. We faciliteren ontwikkelingen en activiteiten, waarbij we extra drukte accepteren maar verkeers- en parkeerdruk in de gaten houden. Hiervoor zoeken we naar creatieve oplossingen. We zien koppelkansen in het versterken van recreatieve routes samen met reguliere werkzaamheden en (particuliere) initiatieven. In en rondom Montfoort en Linschoten breiden we het recreatieve netwerk uit, dat met verzorgde fietspaden, kanoroutes en wandelbossen rondom het Huis te Linschoten een aantrekkingskracht op zowel bewoners als bezoekers heeft. Ook de natuurontwikkeling langs
ecologische verbindingszones draagt bij aan het rijke karakter van het buitengebied.
8. We gebruiken klimaatadaptatie om de gemeente groener, gezonder en veiliger te maken Het klimaatadaptief inrichten van onze gemeente kan gekoppeld worden aan meerdere doelen. We richten ons op het behoud en versterken van het groen binnen de gemeente. Hiermee kunnen meerdere vliegen in een klap geslagen worden. We streven naar een klimaatadaptieve inrichting die kan bijdragen aan doelen op het gebied van veiligheid, gezondheid, milieu, landschap, recreatie, sport en natuur. Dit doen we samen met huidige gebruikers, we stimuleren collectieve oplossingen en zoeken samen met huidige gebruikers en stakeholders naar mogelijkheden. 9. We werken mee aan een toekomstbestendige landbouw met ruimte voor natuur Het agrarische landgebruik is een van onze kernkwaliteiten, het is een drager van het landschap. Echter wordt deze nog niet door iedereen als toekomstbestendig gezien. Denk daarbij enerzijds aan het economische rendement en anderzijds aan de ecologische draagkracht. We streven naar een toekomstbestendige landbouw, waarbij andere of bredere verdienmodellen voor agrariërs mogelijk moeten zijn. Dit werken we samen met de huidige gebruikers verder uit. Samen zoeken we ook naar waar mogelijk (verder) te verduurzamen, zodat bedrijven een (nog) minder grote impact hebben op natuur en milieu en ook in de toekomst een gezonde bedrijfsvoering kunnen blijven behouden.
Waar mogelijk streven we naar het behalen van een positieve impact van agrarische bedrijven op een gezonde bodem en schoon water. We richten ons op het stimuleren van particuliere ecologische initiatieven die de agrarische bedrijfsvoering gezonder maken. In het verbeteren van de ecologische kwaliteiten hebben we als gemeente een verbindende rol.
10. We sturen ook vanuit de fysieke leefomgeving op een gezonde en veilige samenleving De inrichting van ruimte en gebouwen heeft invloed op de gezondheid van mensen. Een goed ingerichte leefomgeving draagt bij aan een gezondere levensstijl. Ook de impact van Corona heeft bewezen dat gezondheidsopgaven een groter onderdeel van belangenafweging in ruimtelijk beleid dienen te zijn. Zowel fysieke als mentale gezondheid speelt een grote rol als het gaat om ruimtelijke ontwikkeling. We zetten ons dan ook in op het behouden en verbeteren van de goede gezondheidssituatie van onze inwoners. De ruimtelijk inrichting stimuleert onze inwoners (jong en oud) om te bewegen. Sociale cohesie in een buurt speelt een belangrijke rol bij het prettig samenleven, maar voor de leefbaarheid is veiligheid en het onderhoud van de openbare ruimte ook belangrijk. Bij ruimtelijke ontwikkelingen denken we daarom vooraf na over de beperking van ongewenste (fysieke) veiligheidsrisico’s en nemen we benodigde maatregelen in het ontwerp op. Daarnaast focussen we op het vroegtijdig signaleren van mogelijke ondermijning. En het oppakken van deze signalen, samen met een netwerk van betrokken partners. We zorgen dat er voldoende milieuruimte is voor het faciliteren van gewenste ontwikkelingen maar streven ernaar dat de milieuhinder voor zoveel mogelijk mensen afneemt.
Hierbij kijken we naast naar de traditionele milieueffecten (zoals luchtkwaliteit, geluid en bodem) ook naar de effecten op andere waarden zoals inclusief & betaalbaar, economisch vitaal, leefbaar, gezond, klimaatbestendig, klimaatneutraal en circulair.
4. Thematische uitgangspunten 4.1 Inleiding Het uitgangspunt voor de omgevingsvisie is zoveel mogelijk uitgaan van bestaand beleid, maar de maatschappij verandert en daarmee ook ons beleid. Zoals uit voorgaande hoofdstukken is gebleken moeten we voor bepaalde ontwikkelingen (deels) nieuwe keuzes maken. Dit doen we in een thematische en gebiedsgerichte uitwerking. De gebiedsgerichte uitwerking is opgenomen in hoofdstuk 5. Bekijk hier de grote kaart in een apart tabblad De thematische uitwerking is gedaan aan de hand van een lagenbenadering. We staan eerst stil bij de huidige kwaliteiten: de belangrijkste uitgangspunten voor bodem, landschap, cultuurhistorie en natuur. Vervolgens gaan we verder met de netwerklaag, waarin infrastructuur, water, openbare ruimte en groen centraal staan. Daarbovenop komt de ontwikkelingslaag,
waarin de ontwikkelingen op het gebied van wonen, bedrijvigheid, voorzieningen en energie centraal staan. Bovenop al deze lagen gelden belangrijke ambities en beperkingen op het gebied van milieu, gezondheid en veiligheid. Deze beschrijven we in de 'omgevingslaag'. We behandelen de thema's aan de hand van vier onderdelen: Wat zijn onze doelen? Wat is onze rolopvatting daarbij? Wat willen we niet? En waar willen we dat dan? Hiernaast staat per vraag uitgelegd wat we hiermee bedoelen.
Met doelen beschrijven we onze ambities, waarbij we ons focussen op de lange termijn. Veel van deze doelen bouwen voort op bestaand beleid. Voor een aantal doelen kunnen we aangeven hoe we deze willen bereiken, of op welke manier we al invulling geven aan het doel. Voor sommige doelen zal de toekomst dit moeten uitwijzen.
We beschrijven onze rolopvatting op dit thema. Hierbij sluiten we aan bij de verschillende soorten van sturing en betrokkenheid zoals beschreven in paragraaf 1.3. We kiezen in hoofdlijn voor een responsieve, faciliterende benadering. Waar dit anders is, wordt dit aangegeven. Het gaat hier puur om de rol die de gemeente op zich neemt, maar afhankelijk van het thema wordt ook het een en ander vanuit de maatschappij verwacht. Hier gaan we in hoofdstuk 6 dieper op in.
We vinden het belangrijk om ook aan te geven wat we niet willen binnen onze gemeente. HIer zal bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op worden getoetst.
Waar mogelijk geven we aan waar we invulling van de doelen voor ons zien. Voor sommige thema's geldt dat deze moeilijk te koppelen zijn aan één specifieke plek.
4.2 Kwaliteiten De afwisseling in de natuurlijke ondergrond, bestaande uit reliëf, samenstelling van de bodem, natuurwaarden en het watersysteem, geeft het landschap haar diverse en kenmerkende identiteit. De natuurlijke ondergrond van het landschap heeft door de jaren heen het gebruik ervan bepaald. Andersom hebben de inwoners ook het landschap gevormd. Hieruit zijn cultuurhistorisch waardevolle kwaliteiten ontstaan. We zien dit als de onderliggende
Kwaliteitslaag van de omgevingsvisie. De laag die de minimale kwalitatieve kaders bepaalt om het landschap duurzaam en robuust in te richten. Dit is van belang om het veranderende landschap (onder andere door klimaatverandering) en uitdagingen in gebruik (waaronder de landbouwtransitie, energietransitie, woningbouw en toename van recreatie) goed te kunnen inpassen. Het waarborgen en beschermen van de kenmerkende (cultuurhistorische) kwaliteiten van het landschap is hierin een belangrijk aspect. Bekijk hier de grote kaart in een apart tabblad
4.2.1 Geologie en bodem Bodemgebruik en bodemgesteldheid is een aandachtspunt, met name in stedelijk gebied. Het is onze ambitie om te komen tot goed functionerende ecosystemen met goede bodem- en watercondities. Dit draagt bij aan de natuurwaarden (biodiversiteit) en waterveiligheid (kwaliteit en kwantiteit). De bodem is een complex geheel en er bestaat veel (complexe) data en gegevens die we meenemen bij afwegingen over toekomstige ontwikkelingen. In afbeelding 4.1 (kwaliteiten) en afbeelding 4.6 (omgeving) hebben we de meest relevante aspecten opgenomen met betrekking tot bodem-, milieu- en water(bescherming). Deze kaarten schetsen de situatie op hoofdlijnen.
Doelen: We streven naar een gezonde bodem die water vasthoudt en waarbij verdroging en bodemdaling wordt tegengegaan. Hiervoor streven we naar een gedifferentieerd peilen beleid dat regionaal samen met agrariërs en het waterschap wordt uitgewerkt. Het tegengaan van de achteruitgang van het gehalte aan organische stof en waar mogelijk het gehalte organische stof versterken. Organische stof is materiaal met een biologische
oorsprong en is afkomstig uit plantaardige, dierlijke of microbiële bron. Het heeft vele, belangrijke functies in de bodem en heeft belangrijke invloed op de bodemvruchtbaarheid. Bijdragen aan verbeteren bodem- en waterkwaliteit van gronden oppervlaktewater. Hiervoor gaan we in regionaal verband na wat dit betekent voor de ontwikkeling van onderzoeks- en saneringscriteria voor de vaste bodem en grondwater. Bij grondverzet moet er verantwoord worden omgegaan met de grond. Hiervoor werken we met regiobreed beleid, waarbij we werken met bodemfunctie - en bodemkwaliteitsklassen. Behouden van reliëf, aardkundige en archeologische waarden in de grond. Alleen wanneer andere belangen prevaleren, worden aanwezige archeologische resten en sporen die door planontwikkeling worden bedreigd, veiliggesteld door opgraving. Conform het veroorzakerprincipe zijn de kosten daarvan voor de initiatiefnemer. We onderzoeken de mogelijkheden wat betreft hernieuwbare warmtebronnen (zie ook paragraaf 4.4.5). De bodem (met name in stedelijk gebied) en oppervlaktewater (met name in landelijk gebied) kunnen belangrijke bronnen van hernieuwbare warmte zijn.
Rolopvatting: Borgen kwaliteit bodem: Kaderstellend en rechtmatig Borgen kwaliteit grondwater en oppervlaktewater: Verbindend (het primaat ligt bij de provincie en het waterschap) Wegnemen knelpunten bodemkwaliteit/watersysteem: Initiërend en presterend Verantwoord omgaan met de grond: Kaderstellend en rechtmatig
Wat willen we niet? Aantasting archeologische monumenten en aardkundige waarden Achteruitgang van de bodemkwaliteit Achteruitgang van grondwaterkwaliteit en oppervlaktewaterkwaliteit Negatieve impact (bijvoorbeeld door bodemenergie-systemen) op drinkwatervoorzieningen
Waar? Aandachtsgebieden: archeologische monumenten en gronden met archeologische en/of aardkundige waarden
4.2.2 Landschap De druk op het landschap neemt toe. Om verrommeling te voorkomen toetsen we bij nieuwe ontwikkelingen aan de landschappelijke kwaliteiten. Ook zetten we actief in op het verbeteren van landschappelijke kwaliteiten. Dit doen we door de (gewenste) landschappelijke en stedelijke hoofdstructuren en de identiteit en contrasten tussen het open en besloten landschap te beschermen en waar mogelijk, samen met gebruikers en medeoverheden, te versterken. Ook zoeken we naar het slim combineren van functies.
Doelen:
Behoud en versterking van de identiteit van het open, groene landschap en de karakteristieke landschapspatronen en natuurwaarden. Door behoud van het contrast tussen de open weidegebieden, de besloten linten, de halfopen oeverwallen van de Hollandsche IJssel. Dit doen we door in te zetten op het realiseren en duurzaam beheren van natuur en kleine landschapselementen zonder dat dit beperkend werkt voor ondernemers. Waarborging van karakteristieke aardkundige, cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische patronen en waarden. Nieuwe ontwikkelingen en stedelijke uitbreidingen sluiten aan op en/of houden rekening met de bestaande (historische) structuren en leveren een bijdrage aan de vitaliteit van het buitengebied. Het landschap beter beleefbaar maken. Door bijvoorbeeld de verruiming van de mogelijkheden voor kleinschalige dagrecreatie en recreatief medegebruik. Bij ontwikkelingen en functieverandering in het buitengebied en in de dorpsranden toetsen op randvoorwaarden vanuit landschap. Landschappelijke inpassing is van groot belang voor de leef- en woonkwaliteit. Vrijkomende agrarische bebouwing speelt hierin een grote rol. De leefbaarheid van het buitengebied verder ontwikkelen en actiever samenwerken met bewoners in het buitengebied.
Rolopvatting: Aantasting voorkomen/randvoorwaarden stellen: Kaderstellend Beheer landschap: Samenwerkend en netwerkend Ontwikkeling/verbetering landschap: Faciliterend en samenwerkend
Wat willen we niet? Landschappelijke structuren aantasten Grootschalige bouwontwikkelingen buiten de aangewezen zoeklocaties De landschappelijke kwaliteit aantasten met hoge windturbines
Waar? Buitengebied en dorpsranden: weidegebieden, polders, boerenerven
4.2.3 Cultuurhistorie Het historische karakter van Montfoort vormt de identiteit van de gemeente en monumenten maken de cultuurhistorie van Montfoort zichtbaar, leesbaar en beleefbaar. Het is wettelijk verplicht om bij ruimtelijke plannen rekening te houden met cultuurhistorische waarden. Deze waarden zijn inzichtelijk gemaakt in onze Cultuurhistorische waardenkaart. Aan de hand van de kaart kunnen initiatiefnemers van ruimtelijke plannen rekening houden met ons cultureel erfgoed.
Doelen: De cultuurhistorische kenmerken en waarden van de gemeente worden in stand gehouden en waar mogelijk versterkt. Versterking van de beleving van de diverse cultuurhistorische landschappen en hun onderscheidende elementen (inclusief
monumenten). Dit komt ook ten goede van de recreatieve aantrekkingskracht. Accentueren cultuurhistorische as en versterken cultuurhistorische dorpsrand. Door bijvoorbeeld het aanbrengen van nieuw groen.
Rolopvatting: Aantasting voorkomen/randvoorwaarden stellen: Kaderstellend en rechtmatig Versterking: Faciliterend en samenwerkend
Wat willen we niet? Aantasting of verdwijning van cultuurhistorische waarden.
Waar? Cultuurhistorische waardevolle elementen: Bomen, Rijks- en gemeentelijke monumenten, (aardkundige) archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, landschappelijke elementen, grachten en militaire werken, boomgaarden, tuinen, jaagpaden, historische linten en kerken. De Gekanaliseerde Hollandsche IJssel (GHIJ) Linie van Linschoten Landgoed Linschoten
4.2.4 Natuur We geven de natuur een impuls door de blauwe aders in de gemeente gebruiken als verbindingszones tussen de al waardevolle maar versnipperde natuurgebieden. De GHIJ is een ecologische schakel binnen de gemeente met zijn rivier, oevers, dijken en uiterwaarden. Een kans voor natuurverbetering ligt ook in de aanpassing van het agrarisch beheer van de graslanden.
Doelen: Ontwikkeling van ecologische potenties op diverse niveaus. Dit moet in samenhang met elkaar worden bekeken; de beschermde natuurgebieden (NNN), ecologische verbindingszones, natuuren natuurontwikkelingsgebieden, belangrijke weidevogel- en ganzengebieden, slotenbeheer en een kleinschalige ecologische waarden. We sluiten hierbij ook aan op de 'aanpak biodiversiteit in stad en dorp' Zoeken naar een nieuwe balans tussen groene, rode en blauwe functies met een ruimtelijk contrast tussen binnendijks en buitendijks gebied. Door in de landschapsontwikkeling met groene bufferzones in te spelen op de stedelijke ontwikkelingen aan de noord- en oost- en westzijde van de gemeente. Rekening houdend met de stroomruggen van de Lange Linschoten en Hollandsche IJssel. Verhogen biodiversiteit in oevers en kaders. Bijvoorbeeld door middels beheer verschralen kade/oever om bloemrijke grasvegetatie te ontwikkelen. Ontwikkelen en openstellen van de natuur om de beleving te verhogen. Het verbeteren van de biodiversiteit op het boerenland.