CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Plantoelichting Willeskop 77 en 77c

Raadsvergadering 12 februari 2024, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Willeskop 77 en 77c22.063 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Willeskop 77 & 77c Toelichting

Colofon Titel:

Willeskop 77 & 77c

Locatiegegevens:

Willeskop 77 & 77c 3417 MC Montfoort

Opdrachtgever:

Gemeente Montfoort

Opdrachtnemer:

Mount advies

Adres:

De Loop 22 6027 SB Soerendonk

E-mail:

feije@mountadvies.nl

Auteur:

ing. F.M. Smies – van Eijndhoven

Versie:

definitief

Kenmerk:

NL.IMRO. 0335.BPWilleskop77en77c-VG01

Datum:

21 december 2023

2

Inhoud 1

Inleiding................................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................................ 5 1.2 Ligging en begrenzing plangebied ......................................................................................................... 6 1.3 Begrenzing plangebied ......................................................................................................................... 7 1.4 Vigerend bestemmingsplan .................................................................................................................. 7 1.5 Leeswijzer ............................................................................................................................................ 8

2. Hetinitiatief .................................................................................................................................................. 9 2.1 Huidige situatie .................................................................................................................................... 9 2.2 Beoogde situatie ................................................................................................................................ 11 2.3 Landschappelijke inpassing................................................................................................................. 18 3

Beleidskader .......................................................................................................................................... 23 3.1 Rijksbeleid.......................................................................................................................................... 23 3.2 Provinciaal beleid ............................................................................................................................... 26 3.3 Gemeentelijk beleid ........................................................................................................................... 28

4

Milieutechnische aspecten .................................................................................................................... 35 4.1 Milieueffectenrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling ................................................................ 35 4.2 Flora en Fauna.................................................................................................................................... 35 4.3 Ammoniak.......................................................................................................................................... 37 4.4 Archeologie ........................................................................................................................................ 37 4.5 Mobiliteit en parkeren........................................................................................................................ 38 4.6 Technische infrastructuur ................................................................................................................... 40 4.7 Bodem ............................................................................................................................................... 40 4.8 Geluid ................................................................................................................................................

42 4.9 Geur................................................................................................................................................... 42 4.10 Luchtkwaliteit .................................................................................................................................... 43 4.11 Bedrijven en milieuzonering ............................................................................................................... 45 4.12 Externe veiligheid............................................................................................................................... 47 4.13 Waterparagraaf .................................................................................................................................. 49

5

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 52 5.1 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................................ 52 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................................................................... 52

6

Juridische toelichting ............................................................................................................................. 54 6.1 Regels ................................................................................................................................................ 54 6.2 Verbeelding........................................................................................................................................ 54

3

Bijlagen:

1. 2. 3. 4. 5.

Inpassingsplan Paardenhouderij Willeskop 77 Montfoort – MTD Landschapsarchitecten AERIUS rapport Quickscan Flora & Fauna – KETTU BV Mobiliteitstoets – BSVA Nota van zienswijzen

4

1 Inleiding 1.1 Aanleiding Dit bestemmingsplan richt zich op de locatie Willeskop 77c te Montfoort en daarmee indirect ook op de Willeskop 77. Planologisch gezien vormen deze locaties één geheel, doordat ze gezamenlijk een bouwblok delen. Op beide locaties worden paarden gehouden. In 2006 is door een gedeeltelijke verkoop van het perceel Willeskop 77c afgesplitst van 77. Op de locatie Willeskop 77c lopen een tweetal zaken die planologisch geborgd dienen te worden in een bestemmingsplan. Hiervoor is onderhavige partiële herziening opgesteld. 1.

2.

Op 1 oktober 2020 heeft de rechtbank uitspraak gedaan, in zaaknummer UTR 20/ 35 GEMWT V182b aangaande het perceel Willeskop 77c. De rechtbank heeft in haar zitting uitspraken gedaan aangaande de bedrijfsactiviteiten, waarbij het vooral ging over handel in niet ter plaatse gefokte paarden. Deze activiteit is niet direct toegestaan binnen het bestemmingsplan. De rechtbank heeft besloten dat de gemeente moet beoordelen of er sprake is van een overtreding en zo ja, of de gemeente van haar bevoegdheid gebruik wil maken om handhavend op te treden. De rechtbank heeft de gemeente hier 6 maanden de tijd voor gegeven met ingang van 1 oktober 2020. Tegen het bestemmingsplan ‘1e herziening bestemmingsplan buitengebied 2012’ is beroep aangetekend bij de Raad van State. De uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 mei 2017 (ECLI:NL: RVS: 2017:1353) dient in deze partiële herziening meegenomen te worden. Deze uitspraak heeft betrekking op het positief bestemmen van de paddocks, longeercirkel en buitenbak van 800m2, voor zover deze buitenbak de 800m2 overschrijdt. Het positief bestemmen hiervan, voor zover de paardenbak groter is dan 800m2, is door de Raad van State vernietigd omdat de ruimtelijke gevolgen hiervan onvoldoende zijn onderbouwd.

Onderhavig bestemmingsplan is opgesteld om de handelsactiviteiten, activiteiten die aansluiten bij een gebruiksgerichte paardenhouderij en de voorzieningen buiten het bouwvlak (buitenbak, longeercirkel en paddocks) te voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing en daarmee positief te bestemmen. De ontwikkeling richt zich op het verruimen van activiteiten binnen een productiegerichte paardenhouderij waardoor paardenhandel in niet eigen gefokte paarden mogelijk wordt en daarnaast worden activiteiten die aansluiten bij een gebruiksgerichte paardenhouderij, niet zijnde een manege toegestaan. Het bouwvlak wordt niet vergroot en het aantal dieren blijft gelijk. Op basis van de huidige milieuwetgeving is er ter plaatse ook geen mogelijkheid voor uitbreiding. Daarnaast worden de longeercirkel, drie paddocks en een overkapping middels onderhavig plan gelegaliseerd. De aanwezige paardenbak heeft een oppervlak van 800m 2 en zal niet worden vergroot, derhalve is deze paardenbak in lijn met het vigerende bestemmingsplan en wordt als zodanig opgenomen in deze partiële herziening. De gemeenteraad heeft op 7 februari 2022 besloten het bestemmingsplan ‘Willeskop 77 en 77c’ niet vast te stellen. Dit in afwijking van het voorstel van het college van burgemeester en wethouders. De eigenaar van Willeskop 77c heeft beroep ingesteld tegen dit raadsbesluit.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 15 november 2023 uitspraak gedaan. Het beroep tegen het niet vaststellen van het bestemmingsplan ‘Willeskop 77 en 77c’ is gegrond verklaard. Het besluit is volgens de Afdeling niet van een deugdelijke motivering voorzien. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het raadsbesluit van 7 februari 2022 vernietigd. De gemeenteraad zal volgens de Afdeling met inachtneming van de uitspraak opnieuw moeten beoordelen of hij het bestemmingsplan voor Willeskop 77 en 77c wil vaststellen. De raad zal zijn besluit “deugdelijk moeten motiveren aan de hand van ruimtelijk relevante argumenten en hij zal daarbij een inzichtelijke afweging van alle belangen moeten verrichten”. Daarbij kan de raad terugvallen op de reeds gevoerde procedure en is het niet noodzakelijk om de gehele procedure van afdeling 3.4 van de Awb opnieuw te doorlopen. Dit laatste betekent dat het bestemmingsplan niet opnieuw in ontwerp ter inzage hoeft te worden gelegd. De Afdeling heeft bepaald dat de gemeenteraad uiterlijk op 1 februari 2024 een nieuw besluit dient te nemen over het bestemmingsplan. Om te voldoen aan deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 15 november 2023 en de eerdere gerechtelijke uitspraken, heeft de gemeenteraad op 12 februari 2024 deze geüpdatete versie van het

5

bestemmingsplan vastgesteld. In deze geüpdatete versie is rekening gehouden met de Ruimtelijke kaders paardenhouderij gemeente Montfoort, die de gemeenteraad op 13 november 2023 heeft vastgesteld. Het bestemmingsplan past binnen dit algemene beleidskader.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied

Figuur 1.1 locatie plangebied

Figuur 1.2 Luchtfoto plangebied

De locatie is gelegen aan de Willeskop 77 en 77c, zuidwest gelegen van de kern Montfoort. Aan het noorden van de planlocatie grens de provinciale weg (N228) welke loopt van Montfoort naar Oudewater en ligt langs de Hollandse IJssel. Ten westen van de locatie ligt een grote intensieve veehouderij (Willeskop 77a). Aan de zuidkant ligt een open poldergebied en het Natuurreservaat Willeskop wat strijkt tot aan Noordzijde Benedeneind.

Figuur 1.3 Overzichtskaart Montfoort - Oudewater

6

1.3 Begrenzing plangebied Het plangebied betreft de kadastrale percelen van Gemeente Montfoort MFT01 sectie C nummers 844, 845, 878 en 879. De percelen 884 en 845 betreffen Willeskop 77 en de percelen 878 en 879 behoren bij Willeskop 77c. De planlocatie heeft een oppervlak van circa 3 ha. Op figuur 1.4 is de omtrek van het plangebied zichtbaar.

Figuur 1.4 Begrenzing plangebied

1.4 Vigerend bestemmingsplan De locatie is gelegen binnen het bestemmingsplan Buitengebied 2012, vastgesteld door de gemeenteraad op 11 november 2013. Het bestemmingsplan heeft de status onherroepelijk. Op 26 oktober 2015 heeft de gemeente Montfoort het bestemmingsplan ‘1e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012’ vastgesteld. Dit plan heeft de status deels onherroepelijk en in werking. Voor de betreffende locatie is het volgende van toepassing: ▪ ▪

Moederplan en verbeelding: Bestemmingsplan Buitengebied 2012 Van toepassing zijnde planregels: 1e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012

Op basis van het bestemmingsplan zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen van toepassing: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Hoofdbestemming: Agrarisch – Rivierzone incl. bouwvlak met maatvoering hoogte maximaal 31 meter Gebiedsaanduiding: archeologisch waardevol gebied 4 en 5 Gebiedsaanduiding vrijwaringszone – straalpad Functieaanduiding – cultuurhistorische waarden (op boerderij Willeskop 77) Bouwaanduiding – specifieke bouwaanduiding – gebouw Bouwaanduiding – nokrichting Maatvoering – hoogte 31 meter

7

Figuur 1.5: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied 2012’. Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl

Op basis van het vigerende bestemmingsplan is het mogelijk om de productiegerichte paardenhouderij enkel om te zetten naar een gebruiksgerichte paardenhouderij en/of handelsactiviteiten middels een wijzigingsbevoegdheid wanneer het gaat om een vervolgfunctie of als nevenfunctie bij de bestaande fokkerij toe te staan. Dat is hier niet het geval. De handelsactiviteiten en activiteiten die aansluiten bij een gebruiksgerichte paardenhouderij, niet zijnde manege, worden als functie toegevoegd. Door de Rvs is een gedeelte van de verbeelding waarop de paardenbak (voorover groter dan 800m 2) en paddocks positief zijn bestemd vernietigd in haar uitspraak van 24 mei 2017 (ECLI:NL: RVS: 2017 : 1353). De regels zijn hier echter wel in stand gebleven. Voor het positief bestemmen van de longeercirkel en paddocks is geen mogelijkheid om dit middels een afwijking of wijzigingsbevoegdheid te legaliseren. Gelet op deze punten wordt er voor de locatie een nieuw bestemmingsplan opgesteld, middels een partiële herziening. Tevens wordt met dit plan de paardenbak met een oppervlak van 800m2 planologisch geborgd.

1.5 Leeswijzer In onderhavige toelichting is in hoofdstuk één een inleiding op het initiatief gegeven, waarin de aanleiding, het plangebied en het vigerend planologische regime is beschreven. Hierna is in het tweede hoofdstuk een beschrijving opgenomen van de huidige en beoogde situatie met de landschappelijke inpassing. In hoofdstuk 3 worden de ruimtelijke ontwikkelingen die deze ruimtelijke onderbouwing mogelijk maakt getoetst aan het ruimtelijk beleid op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hierna worden in hoofdstuk 4 de milieutechnische en planologische aspecten beschreven waarin de haalbaarheid van de plannen wordt aangetoond. De financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid wordt verantwoord in hoofdstuk 5.Het laatste hoofdstuk, hoofdstuk 6 bevat de juridisch toelichting.

8

2 Het initiatief 2.1 Huidige situatie 2.1.1

Willeskop 77c

De eigenaar van perceel Willeskop 77 heeft in 2006 een deel van zijn locatie verkocht aan de huidige eigenaar van Willeskop 77c, het verkochte is afgesplitst. Op Willeskop 77c is een paardenhouderij gevestigd. Onderhavig bestemmingsplan richt zich voornamelijk op Willeskop 77c, Willeskop 77 maakt onlosmakelijk onderdeel uit van hetzelfde bouwblok en wordt daarom ook meegenomen in dit plan. Op de locatie Willeskop 77c zijn de volgende voorzieningen aanwezig: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Twee bedrijfsgebouwen met in totaal 21 paardenstallen, voerkamer, zadelkamer, ontvangstruimte, kantoren en kantine(groen) Opslag en poetsplaats (geel) Mestplaat. (bruin) Parkeervoorzieningen (grijs) Buitenbak van 800 m² (40 x 20 meter) – (roze) Longeercirkel – in strijd met het vigerende bestemmingsplan (blauw) Paddocks – in strijd met het vigerende bestemmingsplan (oranje) Overkapping bij een van de paddocks met een oppervlakte van 35m2 – in strijd met het vigerende bestemmingsplan (rood) Weide

Figuur 2.1 overzicht bedrijfsvoorzieningen Willeskop 77c

Op de locatie Willeskop 77c is een milieumelding aanwezig (artikel 4 lid 3 Besluit landbouw milieubeheer) voor het houden van 27 paarden en 10 schapen. Door de aanwezigheid van diverse burgerwoningen en de bedrijfswoning van Willeskop 77 op (zeer) korte afstand zijn er geen uitbreidingsmogelijkheden in de dieraantallen en mogen de emissiepunten ook niet verplaatst worden.

9

2.1.2

Willeskop 77

Op de Willeskop 77 is een kleinschalige productiegerichte paardenhouderij gevestigd met een hobbymatig tot semi-bedrijfsmatig karakter. Op basis van de huidige milieusituatie mogen er op Willeskop 77 10 zoogkoeien, 13 schapen, 15 pony’s (stal G) en 13 paarden/pony’s gehouden worden. De eigenaar van Willeskop 77 is in de gelegenheid gesteld om (toekomstige) bedrijfsactiviteiten en bedrijfsontwikkelingen mee te nemen in dit bestemmingsplan. Hier is geen gebruik van gemaakt, de eigenaar heeft niet de wens kenbaar gemaakt om de bestemming van zijn perceel te veranderen of gebruiksmogelijkheden toe te voegen. Voor de locatie Willeskop 77 is daarom zoveel mogelijk aangesloten bij het vigerende bestemmingsplan. Voor zover er wijzigingen zijn doorgevoerd in de planregels geldt hiervoor dat de toegestane gebruiksmogelijkheden Willeskop 77 niet worden ingeperkt, deze worden juist verruimd.

2.1.3

Ruimtelijke structuur

Het plangebied is gelegen aan de Willeskop 77 en 77c te Montfoort. De locatie ligt aan een doorgaand bebouwingslint wat de kern Montfoort en met de kern Oudewater verbindt. Het landschap wordt gevormd door de Hollandsche IJssel. De Willeskop betreft een historische provinciale weg die als verbindingsweg al zichtbaar is op oude kaarten uit de 17e eeuw.

Figuur 2.2 Historisch overzicht bron: www.totptijdreis.nl

10

Het historische verkavelingspatroon is door de jaren heen nauwelijks aangetast. De Hollandsche IJssel ligt tussen de Willeskop en de Waardsedijk in, haar bewegingsruimte is hierdoor sterk ingeperkt. Het landschap kan hier getypeerd worden als rivierenlandschap. De locatie is direct gelegen aan de Hollandse IJssel en op kleinere afstand van natuurreservaat Willeskop. Het landschap direct grenzen aan de Hollandse IJssel wordt betiteld als stroomruglandschap. Meer richting het natuurreservaat loopt het landschap over in het komlandschap. De Willeskop vormt de overgang tussen deze twee landschapstypen. Het rivierenlandschap is een heel open en rechtlijnig landschap. De kavels zijn smal en langwerpig en volgen de waterwegen. De bebouwing concentreert zich in de kernen en aan de historische linten. De Willeskop is een van deze historische linten. De bebouwingsdichtheid van de Willeskop is door de eeuwen heen steeds meer verdicht, voornamelijk aan de zuidkant van de Willeskop, in het komlandschap, is veel bebouwing gerealiseerd. Opvallend in het landschap is het bedrijventerrein aan noordzijde van de Willeskop. De boerderij aan Willeskop 77 is aangeduid als ‘cultuurhistorisch waardevol’, de oude boerderij is nu in gebruik als bedrijfswoning behorende bij Willeskop 77. De boerderij is terug te vinden op historische kaarten van 1850 (bron: www.topotijdreis.nl).

De boerderij is een van de historische boerderijen die terug te vinden zijn aan de Willeskop. Vanaf 1850 heeft de boerderij in haar omvang een prominente plaats ingenomen aan de Willeskop en is de bebouwing in de loop der jaren uitgebreid.

2.1.4

Functionele structuur

De Willeskop is van oudsher een bebouwingslint wat door de eeuwen heen steeds verder is verdicht en getypeerd mag worden als een van de bebouwingslinten met de hoogste bebouwingsdichtheid binnen de gemeente Montfoort. Aan de Willeskop liggen vooral veel middelgrote tot grote agrarische bedrijven. Dit zijn intensieve veehouderijen, paardenhouderijen, akkerbouwbedrijven en agrarisch verwante bedrijven. Daarnaast liggen er veel burgerwoningen. De agrarische bedrijven en burgerwoningen wisselen elkaar af. Daarnaast zijn er enkele horecagelegenheden gevestigd en enkele kleine bedrijven. Meer richting de kern Montfoort neemt het bedrijventerrein ‘Krekenburg’ en bouwbedrijf Jan Snel een prominente plek in.

2.2 Beoogde situatie 2.2.1 Willeskop 77c – Voortzetten bestaande legale activiteiten Op de locatie Willeskop 77c is een paardenhouderij aanwezig die zich deels richt op het fokken van paarden en deels op het verhandelen van paarden. Het bestemmingsplan maakt productiegerichte paardenhouderij mogelijk waar uitsluitend of in hoofdzaak handelingen aan en/of met paarden worden verricht die primair gericht zijn op het voortbrengen van paarden en het trainen en africhten van ter plaatse gefokte paarden en het verhandelen daarvan. De huidige legaal aanwezige fokkerijactiviteiten worden voortgezet:

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

2.2.2

Het fokken van eigen paarden en pony’s met circa 8 fokmerries. Opfok bieden voor eigen gefokte paarden en pony’s. Het verkopen van eigen gefokte paarden en pony’s. Beleren, inrijden, trainen en africhten van eigen paarden en pony’s. De eigen paarden en pony’s opleiden, africhten en weer verkopen. (Ondergeschikte) instructie-activiteiten geven en laten geven. Eigenaar heeft niet de intentie om pensionstalling aan te bieden. Hier was in het verleden wel sprake van. Er zijn geen uitbreidingsplannen in het aantal paarden en/of pony’s, dit is ook niet mogelijk op basis van de Wet milieubeheer en het activiteitenbesluit. Voor verdere uitwerking hiervan zie paragraaf 5.11.

Willeskop 77c – Legalisatie van het verhandelen van paarden

Op basis van het vigerende bestemmingsplan is handelen in niet eigen gefokte paarden niet toegestaan. Het vigerende bestemmingsplan maakt enkel een productiegerichte paardenhouderij (fokkerij) mogelijk waarbinnen uitsluiten of in hoofdzaak ter plaatse gefokte paarden mogen worden verhandeld. Iedere andere vorm van

11

paardenhandel is nu illegaal. De eigenaar van Willeskop 77c wil de volgende bedrijfsactiviteiten kunnen uitvoeren:

▪ ▪ ▪

▪ ▪

Opfok bieden voor aan te kopen paarden en pony’s (alleen opfok van eigen paarden is nu toegestaan). Het aan- en verkopen van (jonge) paarden en pony’s (paardenhandel is nu niet toegestaan behalve eigen gefokte paarden mogen verkocht worden). Aangekochte paarden en pony’s beleren, inrijden, opleiden, africhten en weer verkopen (training van eigen paarden is toegestaan, van training van aangekochte paarden die niet voor de fokkerij ingezet worden is nu niet toegestaan). Beleren en inrijden van aangekochte paarden en pony’s, maar ook voor derden (dit is voor eigen gefokte paarden nu toegestaan voor andere paarden niet). (Ondergeschikte) instructie-activiteiten geven en laten geven.

Deze activiteiten passen niet binnen de toegestane regels van het bestemmingsplan. Het vigerende bestemmingsplan maakt alleen productiegerichte paardenhouderij mogelijk binnen agrarische bestemmingen en maneges binnen de bestemming Sport/ Recreatie. Elke andere vorm van paardenhouden is op basis van het bestemmingsplan momenteel niet direct mogelijk. Daarmee is het bestemmingsplan zeer beperkt en komt het niet overeen met de praktijk en de VNG-richtlijn ‘Paardenhouderij in het omgevingsrecht’ (zie ook paragraaf 2.2.3. en 3.1.6) wat samen met de sectorraad paarden is opgesteld. Derhalve worden in dit bestemmingsplan op Willeskop 77c ook handelsactiviteiten en activiteiten die aansluiting vinden bij een gebruiksgerichte paardenhouderij positief bestemd, met uitzondering van maneges. Dit wordt enerzijds geregeld door het verruimen van de begripsbepalingen en anderzijds door het opnemen van een specifieke aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – gebruiksgerichte paardenhouderij’. De bedrijfsmogelijkheden die hiermee mogelijk worden gemaakt worden in de volgende paragraaf nader uitgewerkt.

2.2.3

Willeskop 77c – Productiegerichte en gebruiksgerichte paardenhouderij – ‘Paardenhouderij in het Omgevingsrecht’

Op basis van het vigerende bestemmingsplan is er op de locatie enkel een productiegerichte paardenhouderij toegestaan.

De begripsomschrijving is als volgt opgenomen: een paardenhouderij waar uitsluitend of in hoofdzaak handelingen aan en/of met paarden worden verricht die primair gericht zijn op het voortbrengen van paarden en het trainen en africhten van ter plaatse gefokte paarden en het verhandelen daarvan. Concreet betekent dit dat er binnen de gemeente Montfoort op hippische bedrijven alleen maar paarden gereden en getraind mogen worden die ook op die locatie zijn gefokt. Alle andere type paardenhouderijen zijn uitgesloten en er is ook geen regeling opgenomen dat paarden die elders vandaag komen gereden, getraind of verkocht mogen worden. Er mogen dus geen paarden in- en uitgevoerd worden die niet in Montfoort gefokt zijn. De begripsomschrijving is daarmee zeer beperkt en sluit niet aan bij de praktijk. De beleidsnotitie van de gemeente Montfoort (2012, zie paragraaf 3.3.4) had dit niet voorogen en zoekt aansluiting bij de VNG-richtlijn paardenhouderij in het omgevingsrecht. In dit bestemmingsplan worden de begripsomschrijving weer aangesloten bij de praktijk, waarmee de planologische regeling in overeenstemming wordt gebracht met het feitelijk gebruik. De gemeente Montfoort heeft een kadernotitie vastgesteld met vernieuwde begripsomschrijvingen overeenkomstig met de VNG-richtlijn welke aansluiten bij de praktijk.

Hierop volgend zal ook een algehele herziening van het bestemmingsplan worden opgesteld om deze omissies voor de paardenhouderij recht te zetten. Voor onderhavig bestemmingsplan worden de begripsbepalingen van productiegerichte paardenhouderij aangepast zodanig dat deze aansluiting vindt bij de VNG-richtlijn ‘Paardenhouderij in het omgevingsrecht’, zie hiervoor ook paragraaf 3.1.6. Daarnaast worden de begrippen paardenhouderij, gebruiksgerichte paardenhouderij en manege toegevoegd. De VNG-richtlijn heeft de volgende uitleg aan de verschillende type paardenhouderijen:

12

“Onder gebruiksgerichte en productiegerichte paardenhouderij vallen alle paardenhouderijen. Dit laat onverlet dat fokkerijen, hengstenhouderijen en paardenmelkerijen, vanwege hun zuiver agrarische karakter, ook, wellicht zelfs beter, als agrarisch bedrijf kunnen worden aangemerkt. In dat geval gaat het namelijk uitsluitend om het voortbrengen van producten door middel van het houden van dieren. Dit verschilt niet van de andere vormen van agrarisch gebruik. Onder productiegerichte paardenhouderij vallen de op het voortbrengen van producten gerichte paardenhouderijen, zoals fok- en opfokbedrijven, de hengstenhouderijen, de paardenmelkerijen, de africhtings-stallen, de trainings- en sportstallen, de handelsstallen, stalhouderijen en spermawinstations. Bij gebruiksgerichte paardenhouderij staat meer de georganiseerde beoefening van de paardensport centraal. Hierbij kan gedacht worden aan maneges, de meer accommodatiegerichte (niet-grondgebonden) pensionstallen en verenigingsaccommodaties. Naast het geven van instructies aan ruiters en amazones, is er vaak een gelegenheid aanwezig waar een consumptie kan worden genuttigd.” In de paardenhouderij hebben de meeste bedrijven geen zuiver agrarisch karakter.

Het overgrote deel richt zich mede- al dan niet in overwegende mate – op aanverwante agrarische activiteiten, zoals de trainings- en africhtingstallen, al dan niet als onderdeel van een fok- en opfokstal, de sportstallen, de handelsstallen en de pensionstallen. Vaak komen mengvormen voor. Voor deze bedrijven, inclusief de opfokbedrijven, wordt aanbevolen in bestemmingsplannen de agrarische bestemming te verruimen. In onderhavige planregels wordt de begripsbepaling van een productiegerichte paardenhouderij aangepast zodat deze aansluit bij de begripsbepaling van de VNG-richtlijn: Productiegerichte paardenhouderij: een paardenhouderij waar uitsluitend of in hoofdzaak handelingen aan en/of met paarden worden verricht die primair gericht zijn op het voortbrengen, africhten, trainen en verhandelen van paarden. Hierin wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen eigen gefokte paarden en overige paarden. Door de begripsomschrijving aan te passen wordt paardenhandel direct mogelijk. Onder een handelsstal wordt het volgende verstaan: Een bedrijf kan als handelsstal worden beschouwd indien de omzet uitsluitend of in hoofdzaak wordt behaald uit de in- en verkoop van paarden. In tegenstelling tot de handel in vee en andere veesoorten worden paarden vaak langer aangehouden en niet direct doorverkocht of naar de slacht gebracht.

Een handelstal, met name een sportpaardenhandelsstal, doet veelal eerst aan waardevermeerdering voordat een paard weer doorverkocht wordt. Door in de begripsomschrijving van productiegerichte paardenhouderij de woorden ‘in hoofdzaak’ te vermelden, wordt voorkomen dat het gebruiksgericht houden van paarden als nevenactiviteit direct leidt tot een gebruiksgerichte paardenhouderij. Dit doet recht aan de huidige praktijk, waar de hedendaagse paardenhouderij een mengvorm is van activiteiten, hetgeen, een enkele uitzondering daargelaten, betekent, dat wanneer vastgehouden blijft worden aan het onderscheiden tussen agrarische en niet-agrarische paardenhouderijen, er aan de paardenhouderij onvoldoende ruimte wordt geboden. Er kan niet worden voorbijgegaan aan de ontwikkeling die de productiegerichte paardenhouderij heeft doorgemaakt. Daardoor is het onmogelijk de mengvorm van de diverse verschijningsvormen trachten uit te sluiten en aansluiting te blijven zoeken bij uitsluitend de traditionele agrarische paardenhouderij. Bron: VNG-richtlijn ‘Paardenhouderij in het Omgevingsrecht’, zie ook paragraaf 3.1.6. Geven van instructie Op de locatie Willeskop 77c wordt op kleine schaal instructie gegeven. Het geven van instructie dient als inherent aan ieder type paardenhouderij, ongeacht zijn omvang, te worden aangemerkt.

Dat is niet alleen uit bedrijfseconomisch oogpunt noodzakelijk, het geven van instructie maakt een wezenlijk onderdeel uit van het bedrijfsresultaat. Op deze wijzen kan ook het hoge niveau van de Nederlandse paardensport worden veiliggesteld. Wel geldt daarbij de voorwaarde dat de instructie geen hoofdactiviteit wordt. Deze moet altijd ondergeschikt blijven aan de primaire doelstelling. In veel gevallen wordt de instructie verzorgd door

13

beoefenaars van de paardensport die vallen onder de categorie productiegerichte paardenhouderij. Het onderscheid in productiegericht en gebruiksgericht is slechts bedoeld ter voorkoming dat de instructie een waarneembare activiteit wordt. Bij een productiegerichte paardenhouderij dient de instructie ondergeschikt te zijn aan de overige activiteiten. In tegenstelling tot de gebruiksgerichte paardenhouderij, staat bij een productiegerichte paardenhouderij immers het paard centraal, in plaats van de ruiter en de amazone. Door het opnemen van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – gebruiksgerichte paardenhouderij’ op de locatie Willeskop 77c, wordt ook een gebruiksgerichte paardenhouderij, niet zijnde een manege toegestaan. In de planregels zijn specifieke gebruiksregels opgenomen voor het toestaan van het geven van ondergeschikte instructie op de locatie Willeskop 77c. Door een manege uit te sluiten wordt voorkomen dat er activiteiten plaats kunnen vinden die een grotere impact hebben zoals de verkeersaantrekkende werking en geluidsoverlast. Hiermee wordt voorkomen dat er iedere uur in groepsverband verschillende ruiters/amazones komen rijden op (dezelfde) paarden. Het lesgeven richt op individuele training waarbij zowel het paard als de ruiter centraal komt te staan.

Manege is niet toegestaan De gemeente Montfoort kiest ervoor om maneges uit te sluiten binnen de gebruiksgerichte paardenhouderij en apart te bestemmen als sportbedrijf. Dit omdat een manege een grotere impact heeft op de omgeving en de verkeersaantrekkende werking vele malen groter is, door de hogere bezoekersaantallen en de verschillende wedstrijd en recreatieactiviteiten zoals evenementen en ponykampen die er gehouden mogen worden. Dit wordt is in de begripsomschrijving vastgelegd door een manege niet te laten vallen onder een paardenhouderij, maar hier een aparte bepaling aan te geven en een manege als sportbedrijf te bestemmen, zie ook paragraaf 3.1.6. Ruimtelijke impact De ruimtelijke impact van fokkerijen en handelsbedrijven is in essentie vergelijkbaar. Ze hebben dezelfde stal- en buitenruimte nodig. Alleen qua verkeersbewegingen is er enig verschil. Uit het mobiliteitsonderzoek (zie ook paragraaf 4.8) blijkt dat er verkeerskundig geen bezwaar is tegen het toestaan van handel in niet ter plaatse gefokte paarden. Het toestaan van deze handelsactiviteiten is gelet hierop niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Ook de milieukundige impact blijft gelijk, daar er voor paardenhouderijen in het algemeen geen geuremissiefactor is vastgesteld, maar wordt gewerkt met vaste richtafstanden.

De noodzaak van de te legaliseren voorzieningen wordt uitgewerkt in paragraaf 2.2.4. De ruimtelijke consequenties komen terug in paragraaf 2.3 en in hoofdstuk 4. De milieutechnische aspecten worden eveneens nader uitgewerkt in hoofdstuk 4. De VNG-richtlijn geeft het volgende aan als het gaat om de ruimtelijke impact van productiegerichte paardenhouderij en een gebruiksgerichte paardenhouderij: Met het laten vervallen van het uitdrukkelijke onderscheid in agrarische en niet-agrarische paardenhouderij en het in de plaats daarvan het toekennen van een specifieke bestemming paardenhouderij, wordt aan de paardenhouderij een zelfstandige plaats geboden. Dit hoeft op zichzelf beschouwd geen afbreuk te doen aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Ook agrarische bedrijven genereren vergelijkbare, veelal zelfs omvangrijkere gebouwen, terwijl de effecten van een productiegerichte paardenhouderij op zichzelf genomen niet nadelig(er) zijn voor de ruimtelijke kwaliteit, nu de productiegerichte paardenhouderij zich net als een veehouderij primair richt op het houden van dieren. Het enkele feit dat de eigendom van de paarden bij derden berust, is daarvoor op zichzelf niet relevant. Ook de hedendaagse vleeskalverhouderij en de opfok van vrouwelijk jongvee vindt steeds vaker in opdracht van de eigenaar plaats.

2.2.4

Willeskop 77c – Legalisatie voorzieningen buiten het bouwvlak

Door de eigenaar van Willeskop 77c is buiten het bouwvlak een paardenbak van 800m2 aangelegd. Tevens zijn er buiten het bouwvlak drie paddocks aangelegd welke deels verhard zijn met een oppervlakte van 135m 2, 215m2, 160m2 een overkapping van 35m2 en een longeercirkel van circa 220m2. In totaal ligt er buiten het bouwvlak een oppervlak van 1530m2 aan hippische voorzieningen. De gemeente Montfoort heeft in de herziening van het bestemmingsplan ‘1e herziening bestemmingsplan buitengebied’ de buitenbak inclusief paddocks en longeercirkel positief bestemd door de verbeelding aan te

14

passen. De voorzieningen hebben de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – paardenbak’ gekregen. Hiertegen is beroep aangetekend bij de Raad van State. In de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 mei 2017 (ECLI:NL: RVS: 2017 : 1353) is het bestemmingsplan op Willeskop 77c vernietigd omdat de ruimtelijke gevolgen van de buitenbak, voor zover deze groter zou zijn dan 800m2, met paddocks en longeercirkel onvoldoende zijn onderbouwd. In de VNG-publicatie ‘Paardenhouderij in het omgevingsrecht is aangegeven welke hippische voorzieningen er per type bedrijf noodzakelijk zijn. De VNG-richtlijn geeft aan dat een paddock, weide en schuilstal en een uitloop voor iedere paardenhouderij noodzakelijk is in het kader van het dierenwelzijn. Een buitenbak komt bij een fokkerij niet algemeen voor, maar kan voor een fokkerij wel gewenst zijn. Bij een handelsstal is een buitenbak gebruikelijk. Een longeercirkel is voor iedere type paardenhouderij gewenst om de paarden een afwisseling in beweging te kunnen geven. Deze voorzieningen hoeven echter niet allemaal per se binnen het bouwvlak te worden gerealiseerd. Een buitenrijbaan, een springweide, een mestopslag, een stap- of trainingsmolen en een longeercirkel kunnen vanwege hun verschijningsvorm ook buiten het bouwvlak worden toegestaan. Uiteraard ligt de keuze daarvoor bij de planwetgever.

Hieruit kan opgemaakt worden dat de gerealiseerde voorzieningen op Willeskop 77c passen binnen de richtlijn van de VNG.

Figuur 2.3 afbeeldingen te legaliseren hippische objecten: buitenbak, longeercirkel en 3 paddocks d.d. 01-12-2020

Noodzaak paardenbak De VNG-richtlijn geeft aan dat een buitenbak bij een fokkerij niet algemeen voorkomend is, maar wel gewenst kan zijn. Bij veel fokkerijen is deze voorziening gewenst vanwege: ▪ De stamboeken houden diverse keuringen en kampioenschappen voor veulens en jonge paarden. Om de veulens en jonge paarden hiervoor klaar te maken dient er met deze veulens en jonge paarden geoefend worden. Hier moet bijvoorbeeld gedacht worden als het leren mee lopen aan een touw in stap, draf en galop, vrij springen en vrij bewegen in een kooi. ▪ Veel fokkerijen hebben hun verdienmodel gebaseerd op de verkoop van de veulens en jonge paarden. Echter, hoe ouder en beter opgeleid een paard is, hoe hoger de prijs van een paard is. Daarnaast is het belangrijk dat de fokmerries die ingezet worden voor de fokkerij zelf ook predicaten

15

▪ ▪

en sportresultaten behalen. Een veulen uit een bewezen merrie levert veel meer geld op. De jonge paarden en fokmerries moeten daarom ook getraind kunnen worden. Voor ieder paard geldt daarnaast dat beweging goed en gezond is. Daarom is het voor veel fokkers wenselijk om de paarden zolang de dracht het aankan beweging te geven. Het dragend krijgen van fokmerries is niet een op zichzelf staand gegeven. Het is net als bij de mens altijd ‘hopen dat het lukt’, maar helaas lukt het dan ook vaak niet. Een niet dragende fokmerrie is een grote kostenpost. Daarom worden niet dragende merries vaak in training gezet met als doel verkoop of een hoger sportresultaat te behalen, zodat een volgend veulen weer meer waard is.

NB: Bij de voorbereiding van dit bestemmingsplan is gebleken dat de paardenbak een standaardafmeting heeft van 20 x 40 meter en daarmee een oppervlakte van 800m 2. Anders dan partijen en de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State destijds veronderstelden, is de oppervlakte dus niet groter dan 800m2. Aangezien de Afdeling de positieve bestemming van de paardenbak heeft vernietigd voor zover deze de oppervlakte van 800 m2 overschrijdt, kan worden gesteld dat de bestaande paardenbak van 800m2 al planologisch is toegestaan. De bestaande legale paardenbak wordt in deze partiële herziening overgenomen. Onderhavig bestemmingsplan maakt het mogelijk om op de locatie Willeskop 77c een productie- en gebruiksgerichte paardenhouderij mogelijk te maken. Met dit bestemmingsplan wordt het mogelijk om op de locatie paarden te verhandelen en er mag individueel les gegeven worden. Daarnaast mogen er paarden opgeleid en getraind worden. Deze activiteiten richten zich met name op het fokken, trainen, opleiden en verhandelen van recreatiepaarden voor maneges en particulieren. Om de paarden te kunnen trainen en opleiden, om de lessen te kunnen geven en om paarden te verkopen is het noodzakelijk dat de paarden in een bak getraind kunnen worden. Noodzaak longeercirkel In het kader van voldoende beweging is een longeercirkel noodzakelijk.

Het gebruik van een longeercirkel maakt onderdeel uit van de training van een paard. De longeercirkel wordt o.a. ingezet op ‘rustdagen’ van de paarden. Zij krijgen op deze manier toch beweging zonder hard getraind te worden. Tevens worden deze faciliteiten gebruikt voor de warming-up en cooling down van de paarden. Daarnaast is het een essentiële voorziening die noodzakelijk is voor de revalidatie van geblesseerde paarden. Trainingen worden eerst in deze voorzieningen opgebouwd alvorens men weer gaat rijden. Een longeercirkel is nodig naast een buitenrijbaan omdat een longeercirkel een andere vorm van training aanbiedt die de bodem intensiever belast. Zoals het woord al omschrijft lopen de paarden in een longeercirkel in cirkels. Bij het lopen in een cirkel maken de paardenbenen een continu draaiende beweging. De hoeven ploegen hierdoor de zandbodem meer om. Wanneer paarden in een buitenbak worden gelongeerd kan deze bodem hier erg onder lijden. Daarom kiezen veel paardenhouderijen ervoor om een aparte cirkel aan te leggen. Het zadelmak maken van jonge paarden wordt opgestart in de longeercirkel hier hebben de paarden minder ruimte om weg te rennen en hebben de paarden ‘steun aan de omheining’ daarnaast heeft een ruiter meer controle over een paard wanneer deze in een cirkel loopt dan wanneer deze lange rechten stukken loopt in een bak.

De longeercirkel wordt tevens gebruikt om de jonge paarden aan de hand te trainen zonder dat een ruiter de rug belast. Een paard groeit tot ongeveer 7 jaar. In de jonge jaren is het niet gezond om een paard intensief te bereiden. Daarom worden jonge paarden veelal aan de longe getraind. Op de locatie Willeskop 77c worden paarden gefokt, getraind en opgeleid. De training van het jonge paard begint met longeren. Hier wordt gewerkt aan de conditie en spieropbouw en went een paard aan het zadel, hoofdstel en andere attributen. Door de kleine cirkel blijft het paard uitgenodigd worden om te lopen en kan het niet in een hoek stil gaan staan. Wanneer het paard gewend is aan het zadel kan een ruiter beginnen met rijden. Vaak gebeurt dit ook eerst in de longeercirkel onder begeleiding. Als het paard na enkele dagen / weken gewend is aan het gewicht op zijn / haar rug wordt het paard in verder in de buitenbak getraind. Voor veiligheid van ruiter en paard is de longeercirkel een noodzakelijke voorziening bij de bedrijfsactiviteiten die worden ontplooit. Noodzaak paddocks Een paddock is een klein afgezet stuk weiland en wordt gebruikt om de paarden vrije beweging te geven. Een paddock kan dan ook gezien worden als een kleine vrije uitloopruimte voor paarden om te voorkomen dat de paarden de gehele dag op stal staan. Paddocks zijn voorzien van een speciale bodem, in de meeste gevallen is

16

dit een toplaag van geel zand. Dit zand is droger, fijner en beter waterdoorlatend dan zwart zand en daarom beter voor de paarden. Wanneer paarden lang in de modder staan kan dat infecties aan hoeven en benen veroorzaken. De paddocks zijn een ideaal middel om paarden vrije beweging te bieden zonder dat de beschikbare wei overbelast wordt. Deze voorziening wordt om een aantal redenen gebruikt in de paardenhouderij: ▪ Door een klein stuk van de weilanden in te richten als paddock worden de weilanden in de natte maanden gespaard. Paarden lopen de natte weilanden in deze maanden helemaal kapot. Dat is niet goed voor de weilanden, maar zeker ook niet goed voor de paarden. ▪ Om te voorkomen dat paarden in modderige weilanden staan worden de paddocks voorzien van een speciale bodem met geel zand. Deze bodem is beter waterdoorlatend en daardoor beter voor de paarden. Wanneer paarden langdurig in de modder staan kan dit infecties aan hoeven en benen veroorzaken (zoals mok.) Daarnaast kunnen jonge paarden en veulens bij langdurig in de modder staan afwijkingen in de beenstand ontwikkelen, doordat ze geen harde ondergrond hebben waardoor pezen en botten sterker worden. ▪ Door het realiseren van paddocks worden de weilanden ‘gespaard’. In de zomer is er hierdoor de mogelijkheid om het eigen weiland te hooien. Wanneer paarden het hele jaar rond op de wei lopen is dit niet mogelijk.

▪ Daarnaast wordt deze voorziening ook gebruikt om het voermanagement van paarden beter te regulieren. Wanneer paarden hele dagen op de weide staan is er onbeperkt voer (gras). Dit is niet altijd positief voor een paard en kan tot vervelende ziektes leiden met dodelijke afloop zoals spierbevangenheid en hoefbevangenheid. Ook zijn er paarden die kampen met overgewicht. Door de paarden dan slechts enkele uren in de weide te zetten en daarna in de vrije uitloop te plaatsen wordt voorkomen dat er te veel gras gegeten wordt. Op een paddock kan het voerrantsoen aangepast worden door andere vormen van ruwvoer bij te voeren. Door deze voorzieningen wordt dus voorkomen dat paarden, maar enkele uren op de wei staan en vervolgens de rest van de dag in de stal moeten staan. Voor het paardenwelzijn is het belangrijk dat paarden zoveel mogelijk vrij kunnen bewegen. De ondergrond van de Willeskop betreft kleigrond. Deze grond is zwaar en nat en kan bij intensief gebruik voor de nodige problemen bij de paarden zorgen. Op de locatie Willeskop 77c worden paarden gefokt, de jonge paarden worden op locatie in de opfok ondergebracht. Dit houdt in dat de paarden tot ze 3 á 4 jaar oud zijn op de locatie wonen. Voor jonge paarden is het niet goed als zij veel op stal staan. Voor de ontwikkeling van botten en pezen moeten vrij kunnen bewegen.

Omdat de ondergrond van de locatie het niet toelaat het jaar rond gebruik te maken van de weides zijn er verharde paddocks gerealiseerd. Ook voor de andere aanweizge paarden zijn de paddocks noodzakelijk. In de natte winter (en tegenwoordig ook zomers) is door de kleigrond de weide niet altijd geschikt om de paarden vrijebeweging te kunnen geven. Ook deze paarden maken dan een periode per dag gebruik van de paddocks. Wanneer deze paddocks er niet zouden zijn zou de eigenaar van Willeskop 77c de paarden de gewenste beweging en verzorging kunnen geven. Noodzaak schuilgelegenheid “Uit een oogpunt van dierenwelzijn geldt dat paarden die dag en nacht buiten lopen een schuilgelegenheid moet worden geboden. Geadviseerd wordt bij de beoordeling van de aanvraag voor een dergelijk bouwwerk aan te sluiten bij hetgeen is opgenomen in de Gids voor Goede Praktijken.” Zo wordt gesteld in de VNG-richtlijn ‘Paardenhouderij in het omgevingsrecht’. Een schuilgelegenheid is een overdekte ruimte waarvan het paard gebruik moet kunnen maken in geval van weidegang, met als doel bescherming tegen extreme weersomstandigheden in zowel zomer als winter. Zoals bij de noodzaak van de paddocks wordt aangegeven worden er op Willeskop 77c jonge paarden in opfok gehouden. Deze paarden staan het jaarrond zoveel mogelijk buiten.

Om deze paarden beschutting te geven tegen de extreme weersomstandigheden is een overkapping gelet op het dierenwelzijn noodzakelijk. Onderhavig bestemmingsplan richt zich op het planologisch borgen van deze paardenbak, longeercirkel, de paddocks en de overkapping van 35m2, waarbij zoals door de Raad van State is aangegeven een onderbouwing wordt gegeven in de vorm van dit bestemmingsplan met bijbehorende onderzoeken, waarmee de planologische haalbaarheid wordt aangetoond.

17

2.2.5

Willeskop 77

Op de locatie Willeskop 77 worden geen directe nieuwe ontwikkelingen anders dan de huidige mogelijkheden vanuit het vigerende bestemmingsplan mogelijk gemaakt. Zoals in paragraaf 2.1.2. is aangegeven is er door de eigenaar geen invulling gegeven aan de handreiking om (toekomstige) bedrijfsactiviteiten c.q. uitbreidingen via onderhavig bestemmingsplan mogelijk te maken. Daarmee blijft de beoogde situatie gelijk aan de bestaande situatie. Door het aanpassen van de begripsomschrijvingen is het derhalve toch mogelijk voor Willeskop 77 om binnen de nieuwe planregels meer bedrijfsactiviteiten voor de productiegerichte paardenhouderij te ontplooien.

2.3 Landschappelijke inpassing Door MTD-landschapsarchitecten is een uitgebreid inpassingsplan opgesteld voor de ontwikkelingen die buiten het bouwblok zijn gerealiseerd zoals in de voorgaande paragraaf beschreven zijn. (Inpassingsplan Paardenhouderij Willeskop 77c, projectnummer 3402 d.d. 26-02-2021) De gehele rapportage is als bijlage 1 opgenomen. In deze rapportage wordt ingegaan op de inpasbaarheid door een analyse van de bestaande situatie in ruimere context (Hoofdstuk 1), analyse van kaders en uitgangspunten als beleid en omgevingsfactoren (H2) en de historische ontwikkeling op structuur- en perceelsniveau (H3). Hier opvolgend zijn een Inpassingsvisie op hoofdlijnen (H4) en inrichtingsplan voor het perceel (H5) uitgewerkt. In hoofdstuk 6 wordt de beeldkwaliteit van de beoogde inpassing toegelicht.

2.3.1

Landschappelijke analyse

Voor het perceel Willeskop 77c is de volgende analyse gemaakt: Beeld huidig perceel Kwaliteiten: ▪ Perceelsomkadering met watergangen, passend in karakter polder; ▪ Groene afscherming van elementen aan zijde watergang en rond paardenbak; ▪ Inrichting van verbrede watergang en eiland halverwege perceel aan westelijke zijde, passend in beeld polderlandschap en beplant met streekeigen sortiment; ▪ Ligging bebouwing aan dubbel lint van de Hollandse IJssel, iets terug gelegen vanaf de weg passend bij historische boerderijen; ▪ Kleinschaligheid van bebouwing ten opzichte van aangrenzende percelen als Willeskop 77a. Knelpunten: ▪ Voorzijde perceel aan N228-Willeskop is divers van uitstraling en daarmee enigszins rommelig; ▪ Perceeltoegang is door verhoogde ligging van provinciale weg gecombineerd met naastgelegen perceel. Hierdoor auto’s van beide percelen dominant in beeld (met name geparkeerde auto’s); ▪ Karakteristieke kleinschalige landschapselementen als boomgaarden en griefbosjes van voorzijde lint niet aanwezig in grote delen van het lint; ▪ Achterzijde van percelen 77 en 77c oogt rommelig door vele toevoegingen in de tijd, gegroeid beeld van kleinere dierenverblijven/veldjes en bebouwing oogt niet consistent;Achterzijde perceel onbeplant waarmee bebouwing in beeld is vanaf open polder en verderop gelegen natuurgebied Willeskop.

18

Conclusies t.a.v. haalbaarheid: ▪ Functie is passend op de locatie. De ontwikkeling van een paardenbedrijf op de locatie Willeskop 77c is in de ontwikkelingsgeschiedenis en beleidskaders in functie passend. In de provinciale zonering en gemeentelijke structuurvisie is schaalvergrotingen en dynamiek binnen de bestaande erven toegestaan. Agrarische bedrijvigheid- en functies hier direct aan gerelateerd- op de erven aan het bebouwingslint van Montfoort naar Oudewater is een passende functie voor de locatie. ▪ Voorzieningen op het erf zijn op dit moment onvoldoende ingepast binnen beleidskaders. De mate waarin de voorzieningen behorende bij het paardenbedrijf aanwezig zijn op het erf passen niet geheel in de beleidsuitgangspunten. Dit betreft de voorzieningen als paardenbakken, paddocks en longeercirkel. Hoewel uit de analyse van de bestaande situatie is te zien dat er zeker enige mate van groene inpassing is, sluit dit nog onvoldoende aan op de eisen vanuit met name gemeentelijke beleid. Daarnaast wordt in het kader van de ruimtelijke procedure een voorstel voor de landschappelijke inpassing van de hippische voorzieningen gevraagd. De inpassing is binnen de randvoorwaarden in te passen door een aantal uitgangspunten mee te nemen in de inrichting. Hiermee zijn de voorzieningen behorende bij het paardenbedrijf beter op het perceel, en beter in zijn omgeving, te laten passen.

Uitgangspunten voor inpassing: ▪ Inpassen van de elementen behorend bij de paardenhouderij met streekeigen beplanting conform (gemeentelijk) beleid. Toevoegen van historisch passende landschapselementen van het lint Montfoort-Oudewater als kleinschalige boomgaarden en geriefbosjes. ▪ Nieuwe bebouwing of ontwikkeling die de afbakening polder Willeskop aantast niet wenselijk, vervanging van bestaande bebouwing is mogelijk gezien de historische ontwikkeling. Hierbij dient een passend, terughoudend beeld te worden aangehouden. Schaalvergroting binnen het erf conform gemeentelijke beleid. ▪ Bijdragen aan de natuurontwikkeling van de polder Willeskop met verbetering van natuurwaarden van de waterstructuur. Dit draagt bij aan de omgevingskwaliteiten zoals het natuurgebied Willeskop.

19

2.3.2

Inpassingsplan Willeskop 77c

20

2.3.3

Beeldkwaliteit

Elementen paardenhouderij en afrastering Omheining algemeen ▪ De omheiningen dienen, als de reeds aanwezige omheining, te voldoen aan onderstaande uitgangspunten waarbij uitgangspunt is dat deze zoveel mogelijk in het landschap op gaan. Omheining paardenbak ▪ Natuurlijke materialen en kleuren. ▪ Bij voorkeur houten hekwerken in natuurlijke kleur. Wit is uitgesloten. ▪ Andere materialen zoals metaal of kunststof kunnen toegestaan worden mits ze in de natuurlijke, gedekte kleuren (donkerbruin antraciet) worden toegepast. De kleur wit is uitgesloten. ▪ Geen toepassing van prikkeldraad. ▪ Maximaal 2 meter hoog en open karakter. Omheining weiland ▪ Natuurlijke materialen en kleuren. ▪ Bij voorkeur houten hekwerken in natuurlijke kleur. Wit is uitgesloten. ▪ Bij omheining van lint dienen palen van hout te zijn en het lint in een donkere kleur, groen, bruin of zwart. Wit lint is uitgesloten. ▪ Andere materialen zoals metaal of kunststof kunnen toegestaan worden mits ze in de natuurlijke, gedekte kleuren (donkerbruin antraciet) worden toegepast. De kleur wit is uitgesloten. ▪ Omheiningen tot een hoogte van 1,50 m. ▪ Bij omheiningen voor kleinere dieren dient dit binnen de hoogte en uitstraling van andere omheiningen en palen te worden voorzien van transparant gaaswerk, bijvoorbeeld schapengaas. Hekwerken ▪ Functioneel en passend vormgegeven als agrarische hekwerken.

▪ Natuurlijke materialen en kleuren als hout en gegalvaniseerd staal. ▪ In hoogte aansluitend op omheining waar het hek op aansluit/in gesitueerd is.

21

Bebouwing Uitgangspunten nieuwe bebouwing, wanneer van toepassing, enkel ter vervanging van bestaande bebouwing: Uitstraling: ▪ Terughoudende, onopvallende uitstraling. Vorm: ▪

De hoofdmassa heeft een eenvoudige en eenduidige vorm met een zadeldak.

Materiaal- en kleurgebruik: ▪ Materialen en kleuren zijn terughoudend en onopvallend. Bijvoorbeeld donkergroen, bruin, zwart en donkergrijs. Erfbeplanting In de Lopikerwaard- en Polder Willeskop- bestaat de beplanting buiten de linten voornamelijk uit soorten die gedijen op gronden met een hoge grondwaterstand. Veel voorkomende soorten zijn hierdoor wilg en els, en een enkele es en berk. Binnen de linten is de beplanting langs wegen gevarieerder en bestaat uit populier, kastanje, es, esdoorn, wilg en plataan. De erven geven een nog gevarieerder beeld: verschillende soorten fruitbomen, haagbeuk- en ligusterhagen, leilindes en – platanen, en onder andere elzen, wilgen, essen, populieren, paardenkastanjes en esdoorns. Beplantingsplan algemeen ▪ De soortensamenstelling van de toe te voegen beplanting is toegespitst op inheemse soorten die passen bij het karakter van het gebied. Gekozen is voor inheemse bladverliezende soorten die aansluiten bij de bestaande, streekeigen beplanting. ▪ De gekozen beplanting krijgt de mogelijkheid uit te groeien tot een behoorlijke omvang. Dit zal een vrij natuurlijk beeld geven. ▪ Inrichten van natuurvriendelijke oevers

22

3 Beleidskader In dit hoofdstuk worden de beleidskaders die van toepassing zijn op de beschreven beoogde ontwikkelingen uit paragraaf 2.2 benoemd en wordt aangegeven hoe de ontwikkelingen passend zijn binnen deze beleidskaders.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (13 maart 2012 vastgesteld) omvat het ruimtelijke rijksbeleid tot 2040. Het uitgangspunt van de structuurvisie is voldoende ruimte te bieden voor het versterken van de Nederlandse concurrentiepositie, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. Deze doelstellingen zijn vertaald in de nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur (RHS). Deze RHS beslaat de gebieden in Nederland die een belangrijke functie vervullen op het gebied van economie, infrastructuur en verstedelijking, water, natuur en landschap. Ten aanzien van deze gebieden is beleid geformuleerd om de kwaliteiten ervan te behouden. Naast ruimte maken en het versimpelen en verbeteren van omgevingsrecht wordt er ook geïnvesteerd, met name in de capaciteit van de infrastructuur. Prioriteit krijgen de mainports, de Brainports en de Greenports, alsmede de achterlandverbindingen. De ontwikkeling heeft geen gevolgen voor de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De regels die doorvloeien vanuit het Rijk zijn doorvertaald in de provinciale verordening en het bestemmingsplan van de gemeente. Belangrijk aandachtspunt hierbij zijn de effecten op het Natuur Netwerk Nederland.

3.1.2

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige duurzame leefomgeving. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van ons land de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van rond de 1 miljoen nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De NOVI geeft richting door strategische keuzes te maken. Ook maakt de NOVI ruimte voor maatwerk in de regio en werkt gebiedsgericht, dat wil zeggen bij de aanpak van de opgaven worden de kenmerken van het gebied als uitgangspunt genomen. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een instrument binnen de Omgevingswet. De nieuwe Omgevingswet maakt de regels eenvoudiger, biedt ruimte aan ontwikkeling en beschermt de leefomgeving. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet op 1-1-2024 in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet is bedoeld.

De beoogde ontwikkelingen schaden geen belangen die opgenomen zijn in de NOVI.

3.1.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vormt de juridische doorvertaling van het rijksbeleid en is een verdere uitwerking van de Wet ruimtelijke ordening. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Belangrijke punten hierin zijn o.a. het zuinig ruimtegebruik, bescherming van kwetsbare (natuur)gebieden en bescherming van het land tegen klimaatverandering, overstroming en wateroverlast, de uitoefening van defensietaken, toekomstige uitbreidingen van de hoofdinfrastructuur. Provincies dienen deze regels door te vertalen in hun beleid en verordeningen en vervolgens dienen deze regels ook een plek te krijgen in de verschillende bestemmingsplannen, aanpassingsplannen etc. Regels t.a.v. de ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in de gemeentelijke bestemmingsplannen. Deze ontwikkeling in onderhavig bestemmingsplan schaadt geen nationale belangen. Vandaar dat de regels, zoals gesteld in het Barro, niet van toepassing zijn. Onderhavige ontwikkeling is niet in strijd met de regels van het Barro.

23

3.1.4

Ladder duurzame verstedelijking

De Ladder duurzame verstedelijking is een processchema dat alle mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen of initiatieven voor stedelijke functies, via beleidskaders begeleidt naar een optimale locatiekeuze. De ladder duurzame verstedelijking is geïntroduceerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De motiveringseis om te voldoen aan de ladder duurzame verstedelijking is vervolgens vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder heeft als doel te komen tot een zorgvuldig ruimtegebruik waarbij goede afwegingen worden gemaakt waar gebouwd mag worden. Het systeem van de ladder zorgt voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming waar wel en waar niet mag worden gebouwd. De ladder is een toetsingsinstrument voor ontwikkelaars en de overheid wat gevolgd moet worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Aan de hand van 3 stappen dient het ruimtelijk vraagstuk gemotiveerd te worden: ▪ ▪ ▪

Bepalen van de regionale vraag naar ruimte Bouwen binnen bestaand stedelijk gebied Bouwen buiten bestaand stedelijk gebied

De beoogde ontwikkelingen bestaan enerzijds uit het planologisch borgen van bestaande (illegaal) opgerichte hippische voorzieningen waarvoor de gemeente al eerder heeft getracht de bestemming aan te passen en anderzijds uit het planologisch vastleggen van de bedrijfsactiviteiten die passen bij een gebruiksgerichte paardenhouderij. Er vindt een zeer geringe uitbreiding van bebouwing (overkapping van 35m2) en bouwwerken geen gebouw zijnde (longeercirkel en paddocks) plaats van noodzakelijke hippische voorzieningen en bedrijfsactiviteiten, welke getoetst moet worden aan de ladder duurzame verstedelijking. Het bouwblok wordt ten behoeve van deze legalisatie niet uitgebreid, daarmee blijft de hoofdbebouwing binnen het bouwblok. De toevoeging van deze functies komen niet voor in de opsomming (permanent wonen, kantine, winkels, bedrijventerrein etc.) welke getoetst moet worden aan de ladder duurzame verstedelijking en er is dus geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Derhalve hoeft er geen ladder toets doorlopen te worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=eedd1f50-44a4-4af9-ba0a-92f32653ed19